Reisbrieven uit Afrika en Azië benevens eenige brieven uit Zweden en Noorwegen

Part 52

Chapter 523,857 wordsPublic domain

Dat de gevangenissen hier niet onder het departement van Justitie, maar onder dat van onderwijs ondergebracht zijn, geeft reeds de aard van hunne bestemming aan. Iemand die het niet vooraf wist, zou nooit vermoeden, dat Bilibid eene gevangenis is. Men vindt er geene gewapende wachters, er zijn nergens cellen, de kleeding der gevangenen wijkt niet in 't oogloopend af, van de gewone, hier gebruikelijke en men passeert niemand die niet een of ander werk verricht. Alleen hebben de mannen aan den boord van hun jas of baadje een nummer en ziet men consequent drie verschillende kleuren van kleeding. Deze kleuren geven aan in welke klasse de dragers ingedeeld zijn. Zij beginnen allen in de derde klasse en kunnen door goed gedrag opklimmen tot de tweede en eerste klasse. Elke gevangene, die niet ziek is moet daags werken. Als hij ziek is, gaat hij naar het hospitaal der gevangenis.

Alle gevangenen komen bij hunne opname eerst bij den directeur. Deze spreekt hen vertrouwelijk toe, vertelt hun, dat hij op de hoogte is van hun misdrijf, dat hij en alle officieel daar aangestelde personen hun persoonlijk belang beoogen, en niets liever zien, dan dat hun verblijf in Bilibid in elk opzicht tot hun voordeel zal strekken en dat zij hun best moeten doen van de gunstige omstandigheden, waaronder zij daar geplaatst zijn, zooveel mogelijk te profiteeren. Daarna gaan zij in een desinfectie-bad, worden naar de methode Bertillon gemeten, gephotographeerd, ingeschreven, ondergaan het gewone systeem van identificatie en daarna blijven zij 5 dagen in quarantaine, gedurende welke hunne excrementen onderzocht en hun lichamelijke toestand opgenomen wordt. Door goede voeding en geestelijke en lichamelijke rust brengt men hen in die dagen in goede lichamelijke conditie. Zijn zij ziek bevonden, dan gaan zij eerst naar het hospitaal, zijn zij gezond, dan worden hun na die vijf dagen de orde en regels van die gevangenis voorgehouden en worden zij in een werkafdeeling geplaatst. De eerste week staan zij nog maar onder halve maatregelen, om met hunne omgeving eerst bekend te raken, daarna vangt hunne geregelde dagtaak aan.

Elke gevangene mag zelf bepalen, in welk vak hij wil opgeleid wonden, welk werk hij het liefste doet. Heeft hij in de maatschappij reeds een vak beoefend, dan wordt hem meestal geraden daarin voort te gaan, om het in dat vak tot de grootste hoogte te brengen. Weet de gevangene geen keuze te doen, dan treedt de directeur met hem in overleg en tracht uit te vinden, wat voor zoo iemand de meest geschikte arbeid is. Voor alle ambachten en voor elke in de eilanden bestaande industrie bestaat in Bilibid een in alle opzichten up to date werkplaats. In die werkplaatsen wordt het werk verricht onder geheel dezelfde voorwaarden of omstandigheden, als in elke groote fabriek of werkplaats, met dit verschil alleen, dat hier meer op het persoonlijk belang van elken werkman dan op winst gelet wordt, zoodat er wordt toegezien, dat dezelfde persoon niet te lang bij hetzelfde onderdeel van het vak geplaatst blijft en hij door op te klimmen langzamerhand het heele vak meester wordt. Wij zagen er achtereenvolgens de gebouwen, waarin de smederijen en het ijzeren machinewerk geplaatst zijn; die van de wagenmakerij, waar zoowel mooie, luxe rijtuigen, als eenvoudige boerenkarren gemaakt worden; de meubelmakerij, waar, van het prachtige narrohout, dat ze hier hebben, zeer mooie ameublementen gemaakt worden; de mandenmakerij, waar alle hier voorkomende en daartoe geschikte plantenvezelen gebruikt worden om er allerlei soort rieten meubelen van te vervaardigen; een goud- en zilversmederij, een zeepziederij, een schoen- en kleermakerij, een bakkerij, een hygiënische wasch- en strijkinrichting etc. Al deze ambachten en beroepen zijn elk in een afzonderlijk gebouw ondergebracht, en al het daar vervaardigde werk wordt gewoon op de arbeidsmarkt gebracht. Men werkt niet onder de gewone prijzen, de prijzen van de artikelen zijn zelfs iets hooger dan men hier gewoon is te betalen, maar daar al het afgeleverde van de beste kwaliteit is en in de uiterste volmaaktheid is vervaardigd, vinden alle artikelen steeds koopers. Heel dikwijls wordt op bestelling geleverd.

Voor gevangenen, die hunne vakopleiding in Bilibid gehad hebben is na hunne invrijheidstelling altijd gemakkelijk een goede patroon te vinden. Zij worden in de keuze van een patroon door den directeur bijgestaan, die ook voor hun verder leven hun goede vriend en raadgever blijft. Tot dusverre komen steeds de grootste tevredenheidsbetuigingen in van de patroons, die ontslagenen uit Bilibid in hun werkplaats hebben genomen; zij roemen hun uitstekend werk, hun ijver en hun goede trouw.

De dagindeeling van de gevangenen is zoo ingericht, dat behoorlijke rust en ontspanning hunnen arbeid afwisselt. Om half zes staan zij 's morgens op, zij kleeden en wasschen zich, maken hun bed in orde en begeven zich naar de eetzaal. Om 6 uur is het ontbijt en om half zeven moet elk in zijn werkplaats aanwezig zijn, waar tot 11.30 gewerkt wordt. Deze vijf uur arbeid wordt echter door de meesten onderbroken door een uur school. Alle gevangenen zijn verplicht één uur daags naar school te gaan. Er zijn verschillende scholen, maar van die duizenden gevangenen, waarvan niet meer dan 25 in eene klasse gaan, kan in een uur slechts een deel onderricht ontvangen. De lessen gaan dan ook geregeld den geheelen dag door en worden telkens door eene andere groep leerlingen bijgewoond. Nooit gaan er echter uit een werkplaats zooveel tegelijk, dat daardoor het werk stilstaat. De onderwijzers in de school zijn ook gevangenen. Al het onderwijs wordt ook daar in de Engelsche taal gegeven.

Om 11.30 wordt het werk overal stop gezet; de gevangenen gaan zich dan wasschen, een schoon buis aandoen, en om 11.50 komen zij zich aanmelden voor hun middagmaal. Dit geschiedt geheel op militaire wijze. In precies tien minuten zagen wij in eene afdeeling 150 mannen bediend worden van hun middagmaal en zich, zooals alle Aziatische volken doen, op hunne hielen neerzetten om het sein van 12 uur af te wachten, waarop allen, in rechte lijnen neergehurkt, begonnen te eten. Hun middagmaal bestond dien dag in soep, een groot bord ongepelde rijst en een ander bord vol groentencurry. 's Morgens krijgen zij brood, koffie en bananen, 's avonds ook, maar dan worden de bananen dikwijls door andere vruchten vervangen. Elken dag krijgen zij 1 1/4 ons vleesch of visch, terwijl aardappelen, uien en meelspijzen het middagmenu afwisselend maken. Het eten zag er hoogst zindelijk en smakelijk uit; in de bakkerij vonden wij het brood zelfs zoo lekker, dat wij er met smaak een stuk van verorberden.

Na het eten krijgt elke veroordeelde eenige sigaretten en houdt tot 1.45 zijn siesta. Om twee uur begint het werk weder, dat tot 4.30 duurt. Daarna nemen alle gevangenen een bad. Dit dagelijksch bad is verplichtend. Zij kleeden zich dan in schoone kleederen, hun muziekcorps speelt een vroolijken marsch en op de tonen van dien marsch wordt op de uitgestrekte pleinen binnen de omheining van Bilibid twintig minuten gemarcheerd. Daarna vangt het avondeten aan en als dat is afgeloopen, is elkeen tot kwart voor negen vrij te doen wat hij wil. In de recreatiezaal staan sigaretten voor de heeren en men vindt er allerlei onschuldige spelen; er is een goede bibliotheek met boeken en tijdschriften; in het gymnastieklokaal kunnen zij zich onder leiding oefenen en velerlei athletische spelen doen; in de schoolgebouwen wordt een uur les gegeven aan hen, die zich voor een of ander vak bijzonder willen bekwamen, deze lessen zijn niet verplichtend; in de vergaderzaal worden nu en dan lezingen gehouden met of zonder lichtbeelden; door het eigen muziekcorps worden af en toe concerten gegeven en door een andere club worden voordrachtavonden georganiseerd. Op deze en andere wijze worden de avonden ten nutte gemaakt.

Om 8.45 begeeft zich ieder naar zijn slaapgebouw en om 9 uur moet elkeen in zijn bed liggen. Ook des nachts worden de gevangenen niet ingesloten. De slaapgebouwen waren precies zoo ingericht als wij dat hier in de kazernes hebben gezien. In elk groot slaapgebouw, waar van alle kanten de frissche lucht binnenstroomt, slapen 144 gevangenen. Elk heeft een ijzeren ledikant met stroomatras, twee lakens, een kussen met wit kussensloop en een wollen deken. Van elke zes is degeen, die de beste cijfers voor gedrag heeft, de hoofdpersoon. Hij moet toekijken, dat de anderen behoorlijk in hun bed liggen, hun bed netjes onderhouden en dat zij niets doen, wat niet geoorloofd is. Over 4 van zulke groepen is een hoogere bewaker aangesteld, terwijl in elk slaapgebouw twee gevangenen de volle verantwoordelijkheid dragen voor de goede orde van zaken. Deze twee worden alleen gekozen uit de eerste klas gevangenen, dat zijn zij, die een volkomen smetteloos gedragboekje hebben. Bovendien staat in elk gebouw elk der daar aanwezige gevangenen om beurten één uur op schildwacht. Hij is verplicht onmiddellijk één der laagste opzichters te wekken als er met een van de vijf onder hem geplaatsten het een of ander gebeurt. Ander toezicht wordt er 's nachts niet uitgeoefend.

De vrouwenafdeeling is geheel afgezonderd van de mannenafdeeling. Deze staat onder toezicht van een directrice, die vroeger aan het hoofd van een hospitaal heeft gestaan. Zij is hare ongeveer 150 vrouwen niet alleen geheel meester, maar zij beheert dit heele gedeelte zonder eenige hulp, dan alleen van de gevangenen zelf. Met de grootste liefde en vertrouwelijkheid gaat zij met elk harer veroordeelden om en de directeur verzekerde ons, dat er niet een onder haar was, die voor de Matron niet haar leven zou willen geven. Toen de directrice eens, de eene maal in de vijf jaren die zij daar is, voor zes weken eene vacantie nam, dachten de vrouwen nooit dien tijd zonder haar te kunnen doorkomen. Zij heeft ze toen geregeld met brieven op de hoogte gehouden van haar doen en laten en haar 't een en ander van hetgeen zij zag en ondervond medegedeeld. Bij haar terugkomst waren allen zoo uitgelaten van vreugde, dat zij onmiddellijk besloot haar nooit meer zoo lang alleen te laten. Sedert heeft zij Bilibid nooit langer dan eenige uren achtereen verlaten. De vrouwen maken in hoofdzaak kant en borduursels. Dit zijn de twee zaken, die hier bijna alle vrouwen kennen en waarin zij het tot eene groote hoogte gebracht hebben. Langzamerhand is dat werk hier door de kloosterscholen ingebracht en de Philippino's schijnen een bijzondere handigheid en een bijzonderen smaak voor dit werk te bezitten. Wat wij in de gevangenis zagen maken, was wel het mooiste en fijnste, wat wij hier tot dusver van dit werk gezien hebben.

Overigens worden op de vrouwen natuurlijk dezelfde regelen toegepast als op de mannen.

Het zou mij te ver voeren, als ik ook nog 't hospitaal, met het daaraan verbonden sanatorium voor longlijders, dat boven op het platte dak is aangebracht, ging beschrijven. Dit hospitaal met zijne verschillende afdeelingen en zijn operatiezaal is even zoo goed en zoo hygiënisch ingericht als elk nieuw Amerikaansch hospitaal. Hoewel er een vaste dokter is aangesteld, dienen de patiënten toch ook voor klinisch onderwijs aan de studenten der universiteit, die daar dagelijks hunne lessen aan het ziekbed hebben, terwijl er altijd eenige afgestudeerde studenten als assistenten van den fungeerenden dokter werkzaam zijn.

Tal van zaken heb ik bij de beschrijving onaangeroerd moeten laten, omdat het onmogelijk is een volledig overzicht van deze merkwaardige instelling in briefvorm samen te pakken; bij eene afdeeling moet ik echter nog een oogenblik stilstaan, omdat dit een geheele nieuwe zaak is, die nog nergens, ook niet in Amerika, bestaat. Het spreekt van zelf, dat men overal in Amerika en zelfs ook de directeur van hier met de grootste belangstelling de uitkomsten van deze nieuwe proefneming gadeslaat, waaruit niet alleen voor rechters en gevangenisspecialisten, maar ook voor psychologen zeer veel zal te leeren vallen.

Men heeft n.l. op een der vele eilanden, die de Philippijnen vormen, een landbouwonderneming gesticht, die de Iwahig Penal Colony genoemd wordt, waar elke zwaar of levenslang veroordeelde, die het door goed gedrag verdiend heeft, op eigen verzoek naar toegezonden kan worden. Deze kolonie is in het midden van het eiland Palawan gelegen, een lang, strookvormig eiland, dat het dichtst bij Britsch-Borneo ligt. Reeds zijn daar in de vijf jaren, dat de kolonie bestaat, 1200 veroordeelden, mannen en vrouwen, naar toe gebracht. Om 't voorrecht te genieten naar de Iwahig Penal Colony overgeplaatst te worden, moet de zwaar veroordeelde drie jaren achtereen een smettelooze conduitestaat bezitten. Gedragen zulke veroordeelden zich ook nog gedurende drie jaren volkomen goed in de kolonie, dan wordt hun toegestaan hunne familie te laten overkomen en een gezin op te bouwen. De familieleden worden dan op staatskosten daarheen vervoerd. Een getrouwde man kan echter zijne vrouw, noch zijne kinderen dwingen zijne ballingschap met hem te komen deelen, dit moet door vrouw en kinderen geheel vrijwillig geschieden. Ook mogen de mannen- en vrouwen-veroordeelden op het eiland onderling trouwen, als beide personen althans niet met een andere man of vrouw reeds getrouwd zijn. Zoo hebben er zich in den loop der jaren verschillende gezinnen gevormd en worden er jaarlijks van 5 tot 8 wettige kinderen geboren. Van onwettige geboorten zag ik niets vermeld.

Als de kolonisten zich in de kolonie één jaar goed gedragen hebben en het landbouwwerk genoegzaam kennen, dan ontvangen zij een stuk grond, dat zij voor eigen rekening mogen cultiveeren. Zij ontvangen dan ook een voorschotsom om alle benoodigdheden te kunnen koopen en om hunne gevangeniskleeding voor gewone kleeding te verwisselen. Uit de opbrengst van den grond moet langzamerhand het voorgeschoten kapitaal terugbetaald worden.

Aan het hoofd van deze kolonie staat een directeur, die tevens de leider van het landbouwwerk is. Hij wordt in zijn werk bijgestaan door drie Amerikaansche en vier Philippino-assistenten. De overige opzichters benoemt hij uit zijne gevangenen.

Verder wordt deze gemeente geregeerd als elke andere gemeente in de Philippijnen. De kolonisten benoemen uit hun midden een president (een burgemeester) en gemeenteraadsleden, die alle gemeentebelangen onderling regelen. De directeur van de kolonie heeft echter het veto-recht.

Deze kolonie heeft een oppervlakte van 50 vierk. mijlen en eerst op zeven mijlen afstand van daar is een kleine staf van Philippino-politieagenten gestationneerd, die in tijd van gevaar telefonisch opgeroepen kan worden. In de vijf jaren, dat de kolonie bestaat, heeft de politie nog nooit dienst behoeven te doen. Het gedrag van de kolonisten was zoo goed, dat men dit jaar voor het eerst eenigen van de allerbesten een zesweeksch verlof heeft toegestaan, om in Baguio, het Tosari der Philippino's, een rusttijd in een koeler klimaat door te maken. Ook deze proef is goed afgeloopen, heeft gunstige gevolgen gehad en zal nu jaarlijks herhaald worden.

Langzamerhand zal nu het eiland Palawan geheel in cultuur gebracht en door veroordeelden bevolkt worden. Daar het bijna allen levenslang of heel lang veroordeelden zijn, dus menschen, die een zware misdaad hebben bedreven, die de bevolking van de kolonie uitmaken, en het hun veroorloofd is onderling te trouwen en een nieuw geslacht te vormen, is het zeker voor onze herediteitstheorieën van het hoogste belang, om na te gaan wat uit deze bevolking groeit.

Iets, naar mijne meening geheel in tegenstelling met de humane geest, die in Bilibid heerscht en waarvoor de directeur mij ook geen voldoende verklaring kon geven, was het terechtstellen van zeven mannen, die achter een hek stonden te wachten tot zij geëxecuteerd zouden worden, Deze zeven mannen waren geboren criminalisten, onverbeterlijken, die allen gruwelijke moorden gepleegd hadden en in de gevangenis, zelfs onder het strengste toezicht, gevaar voor hunne medegevangenen opleverden. Hen wachtte de doodstraf door electriciteit. Het gezicht van die zeven wachtende mannen zal mij nog lang bijblijven.

Om nu niet zoo griezelig te eindigen zal ik tot slot een eigenaardig verzoek mededeelen, dat juist den directeur bereikte, toen wij 's morgens in Bilibid aankwamen. Het was eenig in zijn soort en bracht den directeur in verlegenheid, zoodat onze komst een welkome gelegenheid was, om de vrouw, die het verzoek deed, weg te sturen, om het antwoord over eenige dagen te komen halen. Hij heeft nu tijd tot beraad.

De vrouw was vier jaren in Bilibid geweest, en was zes weken geleden ontslagen. Zij vroeg nu verlof om met den gevangene X., die tot twintig jaren veroordeeld is, waarvan nu acht om waren, te mogen trouwen. Die man wordt dus eerst in 1924 ontslagen en tot dusver was zijn gedrag nog niet van dien aard, dat men hem eenige privilegiën heeft kunnen toestaan. Hoe die man en vrouw liefde voor elkaar hebben kunnen opvatten, was den directeur een raadsel, daar de mannen en vrouwen in de gevangenis streng van elkander zijn gescheiden, en wat die betrekkelijk jonge en vrij knap uitziende vrouw kon bewegen zich wettelijk te binden aan een man, die haar pas over een dozijn jaren kan toebehooren, is onverklaarbaar. De directeur verzekerde ons, dat hem nog nooit een dergelijk verzoek bereikt had en dat hij geloofde, dat het eenig was in zijn soort. In hoever hij er een gunstig oor aan kan verleenen, zal afhangen van de uitkomsten van het onderhoud, dat hij dien avond met den man in kwestie hoopte te hebben.

Dengenen, die van Reformatoria eene studie maken en over deze belangrijke inrichting meer willen weten, raad ik aan zich te wenden tot mr. Geo Wolfe, director of Prisons, Manila.

V.

Langzamerhand begin ik te begrijpen, wat het te beteekenen heeft hier te zijn in het regenseizoen en in den typhoontijd. De regenmoesson duurt van Juni tot November en de typhoonmaanden zijn Augustus en September. Wij genieten nu van beide. Het regent nu reeds meer dan 14 dagen en soms zoo erg, dat men er bijna doof van wordt. Onophoudelijk klettert de regen in stroomen neer en het veroorzaakt daarbij soms zoo'n geraas, dat het onmogelijk is zich alsdan verstaanbaar te maken. Die de regens, zooals zij hier vallen, niet heeft bijgewoond, kan er zich eenvoudig geen begrip van maken. Men berekent den regenval hier niet in inches, maar in voeten; zooveel voet regen is er gisteren gevallen, vindt men 's morgens in de couranten vermeld. Manilla staat dan ook reeds voor een deel onder water, met schuitjes moeten de menschen, die in dat deel wonen, zich over straat voortbewegen. Tal van diners en avondpartijen hebben reeds moeten worden uitgesteld, omdat het eenvoudig onmogelijk is het huis goedschiks te bereiken.

Heel erg ziet het er evenwel uit, wanneer deze regens vergezeld gaan van een typhoon. Ik heb ze hier nu bijgewoond, al waren ze dan maar van korten duur en niet van de hevigste soort. Het zijn hevige wervelwinden, die niemand weerstand kan bieden en elkeen tegen den grond werpen. Zoo'n storm doet boomen ontwortelen, hooge palmen middendoor breken, haalt telegraaf- en telefoonpalen omver, neemt de daken van de lichtgebouwde huizen en voert ze honderd meter weg; kleine vaartuigen worden in de rivier of in de zee opgenomen en onderstboven gekeerd en hij doet zelfs dit massief gebouwde hotel, waarin wij ons bevinden, schudden alsof het van papier is. Ik weet nu ook, waarom men hier geen glasruiten heeft: zij zouden in zulke oogenblikken in honderden scherven uiteenvallen. Daarom heeft men hier de vensters in kleine ruitjes verdeeld en met een soort micaplaatjes ingevuld. Deze plaatjes laten slechts een zeer gedempt licht door. Maar in gewone omstandigheden hindert dat niet, omdat de vensters nacht en dag openstaan en alleen in dagen, waarop de regen door alle openingen naar binnen wil dringen, gesloten zijn.

Wij ondervinden door dit weder de grootste teleurstellingen. De ergste is wel, dat wij geen gebruik durfden maken van de ons aangeboden gelegenheid om de voornaamste eilanden der Philippijnen te bezoeken. Wij hadden in het begin van ons verblijf hier, onzen wensch te kennen gegeven, om ook naar de andere eilanden van de Philippijnen te gaan, en informeerden naar de meest geschikte gelegenheid. De gouverneur-generaal had van onzen wensch gehoord en op een tea te zijnen huize vroeg hij ons, of wij genegen waren als inspectrices van onderwijs met een gouvernementstransportschip te reizen, dan zou hij ons een aanstelling bezorgen en konden wij met het eerstvertrekkende schip eene rondreis maken en alle voorname eilanden aandoen. Natuurlijk namen wij deze prachtige aanbieding volgaarne aan, ontvingen spoedig daarna onze stukken als staatsambtenaren en zouden 3 Augustus met de "Merritt" vertrekken. Alles was zoo zorgvuldig voor ons voorbereid, overal werd ons gedurende ons verblijf vriendelijke gastvrijheid aangeboden en het zou een eenige gelegenheid zijn geweest om in betrekkelijk korten tijd een goed overzicht te krijgen van de geheele eilandenreeks. Maar het weder is zoo fataal, typhoons volgen elkander zoo snel op, dat alle vrienden ons ten sterkste moesten ontraden in dezen tijd op zee te gaan. Wel zouden wij in anderhalven dag buiten de typhoonstreek geraken, maar in dat eerste anderhalve etmaal kon toch nog genoeg gebeuren. Het was zoo'n groote teleurstelling, dat wij deze gelegenheid moesten laten voorbij gaan en onder dankbetuiging onze stukken moesten terugzenden, dat wij den dag tevoren nog eerst, in een oogenblik waarin de regen het mogelijk maakte in een dichte automobiel even uit te gaan, ons naar het Observatorium begaven, om van de heilige vaders te vernemen, welk weder er in de eerstvolgende dagen te verwachten was. Maar ook deze goede oude heeren vonden het raadzamer in de eerste dagen geen zeereis te ondernemen en aan dien raad hebben wij ons ten slotte gehouden. En zoo zitten wij nu hier kalm af te wachten, wanneer regen en wind tot bedaren zullen komen en als er dan een goed schip vertrekt, dan zullen wij van de gelegenheid gebruik maken om weer naar Hongkong terug te keeren.

Heelemaal doelloos brengen wij onzen tijd daarom toch niet door. Mrs. Catt hield reeds twee keeren een voordracht over vrouwenkiesrecht. Den eersten keer sprak zij in de "Veertiendaagsche Club van Amerikaansche vrouwen" en had toen tot onderwerp: "De vrouwenkiesrechtbeweging in de verschillende landen". Vele harer hoorders gevoelden zich na hare voordracht opgewekt om op de een of andere wijze hare eigen landgenooten in den kiesrechtstrijd te steunen en beraamden achterna plannen op welke wijze zij dat het best kunnen doen. Om hier tot eene organisatie te komen, heeft voor de Amerikaansche dames eigenaardige bezwaren, want zij behooren tot verschillende staten in Amerika en elke staat heeft daar zijn eigen organisatie. Zij zullen echter trachten op de een of andere wijze hare gevoelens in dezen blijk te geven.

Hare tweede voordracht was in de Club Nacionalista Philippino. De damesleden van deze club hadden ons voor een tea uitgenoodigd, vergastten ons op bandoline-muziek, zang en Philippino-gebak en een langen welkomstgroet van de presidente, een studentje in kunst en literatuur, in de Spaansche taal. Deze groet werd later in het kort voor ons vertaald in het Engelsch. Mrs. Catt sprak toen het jeugdig auditorium toe over "de nieuwe plichten van de moderne vrouw". Een groep uit deze vrouwen heeft zich nu georganiseerd om een rapport over de wettelijke en maatschappelijke positie van de Philippino-vrouwen samen te stellen en om een of meer dames uit haar midden te benoemen om haar het volgend jaar te vertegenwoordigen op het internationaal congres te Budapest en daar het rapport uit te brengen. Twee meisjes-studenten, die tegen dien tijd hare studie voleindigd zullen hebben, hebben zich reeds beschikbaar gesteld, om op eigen kosten de reis daarheen te maken. Als het enthusiasme, zooals dat thans is gewekt, laaiende blijft, dan zal het plan zeker gelukken.