Reisbrieven uit Afrika en Azië benevens eenige brieven uit Zweden en Noorwegen
Part 50
Wij traden naar binnen, nadat een der heeren uit ons gezelschap voor elk een kaartje 1e rang genomen had, waarvoor per persoon ongeveer 7 stuiver betaald moest worden. Dit entreegeld is voor de kas der gemeente, daarvoor wordt voor het gebouw en het politietoezicht gezorgd. Behalve op den 1en rang, waar buiten ons nog vier mannen zaten, was overigens het heele gebouw stampvol. Binnen de arena stonden eenige mannen, waarvan twee elk met een haan in de handen. Aan de rechterpoot dezer hanen was aan of boven de sporen een vlijmscherp scheermesje bevestigd. Onophoudelijk werden deze twee beesten tegen elkaar opgehitst. Dan eens liet men den een, dan weder den ander zijn tegenpartij een flinke snavelpik op den kop geven. Op de verschillende rangen werden door de verschillende toeschouwers op beide of een van beide hanen prijzen gezet. Toen de inzet hoog genoeg was begon het gevecht. De beide mannen met de hanen gingen tegenover elkaar op de hurken zitten en hitsten een paar keer de beesten tegen elkander op. Op een gegeven wenk lieten zij beiden hun slachtoffer los, die onmiddellijk met echte moordenaarslust op elkaar invlogen. Met de mesjes aan hunne pooten gaven zij elkander vinnige houwen; nog eer een minuut verstreken was lag reeds één zieltogende neer.
Onmiddellijk daarop traden twee andere helden met hunne hanen onder den arm het strijdperk binnen. Weder dezelfde voorbereiding en toen beide hanen losgelaten konden worden, ging één er van, zoo snel pooten en vleugels hem voeren konden, op den loop naar de uiterste hoek van het gebouw, waaruit hij slechts met de grootste moeite verdreven kon worden. Nog eens werd het met deze beestjes geprobeerd, maar 't verstandige dier koos weder zijn leven boven de schande van een nederlaag. Zijn baas had nu het spel verloren en naar het scheen was het een zeer oneervolle nederlaag, want hij droop af alsof hem de grootste wandaad kon worden ten laste gelegd. Nog een strijd woonden wij bij en toen verlieten wij dit onverkwikkelijke schouwspel, vast overtuigd dat aan zulke menschbedervende uitspanningen zoo spoedig mogelijk een einde moet worden gemaakt. Het strekt het Amerikaansch bestuur niet tot eer dat het in dezen niet flink doortastend durft optreden.
In de "Manilla Times" die ons Maandagmorgen toegezonden werd, stond een groot artikel aan mrs. Catt en mij gewijd, waarin de hoofden van verschillende departementen van onderwijs en maatschappelijke instellingen werden verzocht om ons in onze onderzoekingen zooveel mogelijk behulpzaam te zijn, zoodat wij bij ons oordeel over het een en ander over juiste gegevens konden beschikken. Ook werden wij aangespoord om overal waar wij leemten of fouten meenden te ontdekken, dit aan de betrokken hoofden mede te deelen, omdat hier vele instellingen nog in proefstadium verkeeren. De geheele week brachten wij door met daags allerlei soort hospitalen, kloosters, doofstommen- en blinden-instituut, fabrieken en andere instellingen te bezien, terwijl wij 's middags of 's avonds een tea, een diner, een bal, een tuinfeest of iets dergelijks bij een of andere Amerikaansche familie of in een der vele clubgebouwen, waarin de Amerikanen zoo sterk zijn, bijwoonden. Onze dagen zijn geheel bezet en aan 't eind der week hadden wij reeds een goeden kijk op de Amerikaansche wereld in Manilla en op de wijze hoe die zich hier het leven aangenaam en nuttig weet te maken.
Aan het eind van dit schrijven wil ik nog even gewagen van het groote openlucht concert dat hier elken dag bij goed weder, van 5 tot 7 uur, door het Manilla-orkest, bestaande uit 80 Philippino-mannen, ook onder een Philippino-dirigent gegeven wordt. Dit orkest heeft in 1904 op de St. Louis-tentoonstelling de eerste prijs behaald, en sedert noemt het zich "het beste orkest van de wereld". Mijne lezers mogen gerust een beetje twijfel koesteren omtrent deze uitspraak, maar ontegenzeggelijk is het waar, dat de Philippino's zeer musicaal zijn en deze musicaliteit is gedurende drie eeuwen onder Katholieken en Spaanschen invloed aangekweekt.
Na zoolang van goede muziek verstoken te zijn geweest, vonden wij twee het soms een groot genot een uurtje rustig op een der vele banken te zitten luisteren naar hetgeen ons hier geboden werd.
II.
Nu ben ik overtuigd, dat er onder mijn lezers en vooral onder de lezeressen zijn, die verlangen, eenige bijzonderheden te vernemen over het Philippino-bal, waarvan ik in mijn vorigen brief gewaagde. Ik zal daarom even uitvoerig als ik over ernstige bijzonderheden schrijf, ook dit bal beschrijven. Het is trouwens de moeite waard.
Toen ons diner in de Elks Club was afgeloopen, gingen 16 van de 24 personen, die aan dat diner hadden deelgenomen in drie groote auto's met ons mede naar het nieuwe clubgebouw der Club Nacionalista, ter inwijding waarvan de Philippino's dit bal gearrangeerd hadden. Toen wij om ongeveer half elf daar arriveerden, werden wij zeer hoffelijk door 't bestuur van die club ontvangen en werd mrs. Catt en mij elk een zitplaats aangewezen, vanwaar wij het bal goed konden overzien. Ik weet niet wat meer was te bewonderen, de gracieuze wijze, waarop de dansende paartjes rondzweefden door de zaal, dan wel de bonte pracht, die wij aanschouwden in kleeding en haartooi. De dames waren allen in gekleurde toiletten, in het wit was er geen. Lange, wijde rokken, met nog wijdere breede strooken en met ellenlange sleepen in blauwe, gele, rose, roode en andere kleuren, daarover altijd een kort, zwart kanten overkleed, bij wijze van tunica, het bovenlijf in een camiso met zeer wijde mouwen en van zeer dun weefsel, altijd in dezelfde kleur als de rok en daarover de zes-dubbel gevouwen doek van dezelfde stof als de camiso, vormden het toilet der dames. Deze camiso's, eene soort wijde, loshangende blouse, die juist tot het middel reikt, zijn zeer kostbaar. Zij worden van ragfijne zijde geweven en met bonte bloemen geborduurd. Soms zijn de bloemen er in geweven en de allerlaatste mode is de bloemen op de camiso's te laten schilderen door schilders of schilderessen van naam. De goudgele bloote hals en armen hangen vol van schitterende diamanten en paarlen en deze versierselen verhoogden ook de pracht van de haartooi. Het prachtige, zwarte haar, in hooge, breede kapsels opgemaakt, waarop en waarin en waaraan bloemen hangen, vormde steeds een harmonisch geheel met het overige toilet. Dat bij elk toilet ook een passende waaier is, spreekt in dit land vanzelf. Ook in de waaiers wordt een luxe ten toon gespreid die voor ons nieuw is.
De heeren waren allen gekleed in lange, zwarte pantalon, wit vest en korte, witte rok, zonder slippen. Aan de wijze, waarop deze paartjes dansten, kunnen onze Europeesche dansmeesters een lesje nemen. Het heete klimaat werkt dat wel in de hand. Het was meer een zich voortwiegen op de tonen der muziek, dan wat wij gewoon zijn dansen te noemen. Duncan zou er plezier in gehad hebben. De dames hielden allen op gracieuze wijze hunne lange, wijde sleepen tusschen de vingers van beide handen, de heeren slipten hun rechter arm onder den linker damesarm rond haar middel, namen haar waaier in de rechter hand en al voortwiegelende, wuifden zij daarmede hun partner af en toe koelte toe.
Wij bevonden ons in een kring van voorname Philippino's. De president van de club, die eerst het geheele bestuur aan ons had voorgesteld, bracht onophoudelijk heeren en dames bij ons, die door de een of andere daad naam gemaakt hebben. Zoo maakten wij kennis met den architect van het gebouw, een volbloed Philippino, zooals hij ons verzekerde, die zijne studies in Engeland begonnen en in Italië voortgezet heeft; die daarna heel Europa doorreisde en met zeer veel lof over ons Rijksmuseum sprak; daarna met een Philippino-generaal, die in den Spaansch-Amerikaanschen oorlog tegen de Amerikanen vocht, doch nu met den stand van zaken verzoend is. Ook deze generaal was van onvermengd ras. Toen ik mijne verwondering uitte over hun jeugdig uiterlijk,--de generaal en de architect waren beiden in de veertig en zagen er uit alsof zij vijf-en-twintig waren,--antwoordde de generaal, dat dit een gevolg Was van drie dingen, 1e zij rooken niet, 2e zij drinken geen alcoholische dranken en ten 3e, zij spelen of wedden niet. Deze drie zaken brengen het bloed in te snelle beweging en brengen rimpels en groeven op het gelaat, zoo verzekerde hij mij. Twee Philippino-damesdoktoren, die in Amerika gestudeerd hadden, werden voorgesteld, en ik vernam, dat beiden een zeer drukke praktijk onder dames en kinderen hier hebben en onder hunne collega's zeer gezien zijn. Een beeldschoone, jonge vrouw werd voorgesteld, die aan het hoofd van een meisjesschool staat. Zij vertelde ons, dat zij op haar 20ste jaar weduwe werd en toen eerst naar Engeland en later naar Frankrijk reisde om zich in de Engelsche en Fransche taal te bekwamen, en daarna te Manilla terugkeerde, om op eigen initiatief en volgens eigen plan eene school voor meisjes te openen. Deze school is zeer druk bezocht en heeft den naam de liberaalste school in heel Manilla te zijn. Ik noem slechts deze personen, om de lezers een denkbeeld te geven van de soort menschen, die wij op dit bal ontmoet hebben; en om ook nog een idee te geven van de namen die hier inheemsch zijn, vermeld ik de namen der bestuursleden van de club Nacionalista, zooals ik die in het mooie balboekje, dat mij aangeboden werd, vermeld vind. De president was Leonardo Osorio, vice-president Pascual Ledesma, penningmeester Venancio Concepcion, 1e secretaris Emilio Mapua, 2e secretaris Alejandro Ruiz, en vier stemgerechtigde leden, Aguedo Velardo, Arcadio Arellanjo, José Lino Luna, Tomas del Rosario. Na ook nog vermeld te hebben, dat het balboekje tien nummers bevatte, waarvan vier two-steps en vier walzen en de beide andere rigodon, stap ik van dit bal af.
Als postcriptum--dat is immers het zwak van ons, vrouwen,--voeg ik er dan nog bij, dat de mooie Philippino-meisjes zeer coquet zijn, doch niet flirten, waartoe anders hare mooie, groote zwarte oogen zoo uitnemend geschikt zijn, en dat de manieren der dames en heeren, zooals wij die op het bal zagen, in de beste balzaal in Europa niet verbeterd kunnen worden.
Wij zijn hier in het regenseizoen en in den tijd der typhoons. Wat het eerste te beteekenen heeft, daarvan ontvangen wij hier duidelijk sprekende bewijzen. De eerste dagen van ons verblijf hier waren vol zonneschijn en alleen een enkele wolk ontlastte zich dagelijks boven de stad. Langzamerhand echter begon het regelmatiger te regenen, soms in zulk eene uitbarsting, dat men zich afvroeg, of er wel iets voor een volgend jaar zou overblijven. Daarna hield de regen plotseling op, de zon brak door en in een oogenblik waren pleinen en straten weder droog; een windzuchtje werkte dit opdrogen zeer in de hand. Later echter hield het droge weder geen vijf minuten stand; onverwacht kwam dan soms de wind van een anderen kant opzetten en ontlastte plotseling de heele hemel zich van al het water, dat hij bevatte. Uren achtereen blijft het dan doorkletteren, elke gietbui heviger dan de voorgaande en na acht of tien uren zijn pleinen en straten in meren en rivieren herschapen. Hoe lang deze hevige regens nog zullen aanhouden, een, twee, drie dagen of een week of langer, is niet te bepalen, maar allen verzekeren ons, dat na deze verfrisschende regens de natuur geheel verjongd te voorschijn zal komen en wij daarna meer zullen kunnen profiteeren van Manilla en de Philippijnen, dan zonder deze regens. Wij helpen het hopen. Op het oogenblik hinderen ons de regens nog niet, want de instellingen, die wij des morgens gaan zien, kunnen wij alle in een dichte automobiel bereiken, en de middag- en avond-amusementen zijn in dit jaargetijde alle binnenshuis.
Een werkelijke typhoon komt hier niet zoo dikwijls voor als men ons wel heeft willen doen gelooven. Sommigen verzekeren ons, dat zij in de tien of twaalf jaren, die zij hier doorbrachten, slechts een enkele typhoon bijwoonden; anderen noemen elke flinke storm een typhoon en verklaren, dat elk jaar twee of drie van zulke hevige stormen het verblijf op de Philippijnen onveilig maken. Wij zullen afwachten wat de 6 weken, die wij hier zullen doorbrengen, ons in dit opzicht te ondervinden zullen geven. In elk geval geven de regens ons thans, prachtige, koele nachten; nachten, zooals wij die in lang niet gekend hebben.
Sedert ik het bovenstaande schreef, zijn twee dagen verloopen en in dien tusschen tijd hebben wij een klein staaltje gezien van wat een goede typhoon te beteekenen heeft. Het regent nog steeds en soms komt de regen met zoo'n kracht neder, dat het schijnt, alsof hij alles onder zijn val verpletteren zal. En vannacht was het zoo hevig, dat wij alles in onze kamers moesten afsluiten. Aan eene zijde van het hotel, waar de wind recht op staat, regende het echter zoo door de ventilatie-openingen naar binnen, dat de gasten van daar allen hebben moeten verhuizen. Wij hadden tegen negen uur vanochtend een rijtuig besteld om eenige inrichtingen van onderwijs te gaan bezoeken, toen men ons kwam waarschuwen, dat de typhoonseinen uithingen, en dat er tijding was, dat op 300 mijl afstand een typhoon in de Chineesche Zee was, die met een snelheid van 75 mijl in het uur in de richting van Manilla zich voortbewoog. Wij rekenden uit, dat het dan nog vier uren zou duren, alvorens die hier was en wij in dien tijd heel wat konden doen. Wij zorgden evenwel om halfeen terug te zijn, juist op tijd vóór de regen met zoo'n geweld neerplofte, dat geen paard er door kon en wij in het dichtste rijtuig nog doornat zouden zijn geworden. En toen op eens, zonder eenige voorafgaande waarschuwing, kwam een storm van den zeekant opzetten, die elkeen, die op straat was, van de been gooide, alles wat los was in de lucht deed warrelen, en die ons in de gangen van het hotel zelfs met moeite liet staande blijven. Het duurde echter niet langer dan een half uur, toen was de typhoon, zooals men deze storm hier noemt, voorbij; den geheelen dag bleef het echter winderig en regenachtig buiten.
Dat de Vereenigde Staten het ernstig meenen met de opvoeding der Philippino's tot zelf-regeering, blijkt niet alleen uit de vele verschillende onderwijsinrichtingen, die zij hier tot stand brachten, waarover ik later uitvoerig hoop te schrijven, maar nog meer uit de wijze, waarop zij nu reeds een groot deel van hetgeen in het belang der Philippijnen moet worden gedaan, in handen van het volk zelf gegeven hebben. In plaats van, zooals bij ons geschiedt, alle wetten en verordeningen van uit het moederland pasklaar naar de koloniën over te zenden, wordt over de innerlijke zakenregeling hier in het land zelf beslist. Als wij nagaan, dat voor onze koloniën alles bedisseld wordt in een Tweede Kamer, waarvan in den regel 98% nooit Java of een onzer Buitenbezittingen gezien heeft en waarvan 75% nooit de minste belangstelling in de ontwikkeling onzer koloniën getoond heeft, dan komt het mij voor, dat er voor ons veel te leeren valt in de wijze, waarop de Amerikanen de regeering der Philippijnen geregeld hebben.
Men heeft hier een Eerste en Tweede Kamer, een gouverneur-generaal, gouverneurs voor elk der provinciën en gemeenteraden voor alle steden en dorpen. Alleen Sulu-land en het land der Moro's, deze nog onbeschaafde volkeren, worden van hooger hand geregeerd.
Toen wij de wensch te kennen hadden gegeven om goed op de hoogte te komen van de wijze, waarop de Philippijnen geregeerd worden, ontvingen wij spoedig daarna een boodschap van den president der Assembly, zooals de Tweede Kamer hier genoemd wordt, met de vraag, wanneer het ons gelegen kwam hem te ontvangen om ons alle gewenschte inlichtingen te geven. Nog dienzelfden avond ontvingen wij hem, alsmede Signor Antonio Torres, de secretaris van de Assembly.
Signor Sergio Osmena, de president, had alle brochures en gegevens medegenomen, die ons in genoemd opzicht van dienst konden zijn en verzekerde ons, dat hij gaarne bereid was, alle duistere punten voor ons op te helderen.
De Philippijnsche eilanden dan worden geregeerd ongeveer op de wijze, waarop in de Vereenigde Staten een Territory geregeerd wordt.
Vooreerst is er een gouverneur-generaal, die door de Vereenigde Staten wordt benoemd, en die naast zich heeft 8 personen, waarvan 4 Amerikanen en 4 Philippino's zijn, die ook door de regeering in Washington D.C. worden aangesteld, die hem in de uitoefening zijner taak ter zijde staan. Deze 9 personen vormen te zamen "The Commission", zooals zij hier genoemd worden, en werken in den geest van een Upper House of Eerste Kamer. Tegelijkertijd staan de 8 Commissioners aan het hoofd van vier departementen, die verdeeld zijn in: 1. Binnenlandsche Zaken; 2. Financiën en Justitie; 3. Handel en Politie; en 4. Openbaar Onderwijs, en oefenen dus zoo iets als een ministerstaak uit. Aan het hoofd van elk dier departementen staat een Amerikaan en een Philippino.
De Assembly, zoo iets als de Tweede Kamer, bestaat uit 81 afgevaardigden, een voor elk distrikt, waarin de gezamenlijke eilanden verdeeld zijn. Zij werden tot nu toe om de twee jaren gekozen, er is echter een voorstel in behandeling, om de zittingsduur tot vier jaren te verlengen, 't geen alle kans heeft aangenomen te worden. De Assembly benoemt uit zijn midden een Speaker (voorzitter) en deze stelt zijn eigen secretarissen aan. Signor Osmena is sedert de 5 jaar, dat de Assembly in functie is, steeds opnieuw tot Speaker gekozen. Om tot lid van de Assembly gekozen te kunnen worden, moet men 25 jaren oud zijn en verder aan dezelfde voorwaarden voldoen, waaraan een kiezer voldoet. Kiezers zijn zij, die vóór 1898 burgers waren van de Philippijnen en daarna trouw hebben gezworen aan de nieuwe constitutie. Bovendien moeten zij kunnen lezen, spreken en schrijven in de Engelsche of Spaansche taal, of een eigendom bezitten dat 500 pesos (een peso = f 1.20 ongeveer) waarde heeft, of minstens 30 pesos jaarlijks in de directe belastingen betalen. Ook allen die vóór 1898 tijdens de Spaansche regeering, eene officieele positie in staat of gemeente innamen, zijn kiezers. Ik behoef er zeker niet bij te voegen, dat al deze menschen, om kiezer te zijn, moeten zijn van het mannelijk geslacht. Er heeft al reeds eens een voorstel de Assembly bereikt om het kiesrecht in de Philippijnen tot de vrouwen uit te breiden, doch om de een of andere reden is dit voorstel toen niet in behandeling genomen. In begin October zal echter opnieuw zulk een voorstel worden ingediend en behandeld; de Speaker is van oordeel, dat het in de Assembly met algemeene stemmen zal worden aangenomen, doch door de "Commission" zal worden verworpen. Mocht dat het geval zijn, dan zal een dergelijk voorstel elk jaar opnieuw in de Assembly worden ingediend, tot ten slotte de "Commission" er haar goedkeuring aan verleent.
De macht van de Assembly gaat niet verder dan wetten en verordeningen voor te stellen en te verwerpen of aan te nemen. Vóór zij, in het laatste geval, echter tot wet worden verheven, moet de Commission er over geraadpleegd worden; keurt die af, dan is de wet verloren; keurt die goed, dan gaat zij naar het Congres in de Vereenigde Staten, die er al dan niet het veto over uitspreekt.
Nu zitten in het Congres in Washington D.C. twee afgevaardigden van de Philippijnen, die geen recht tot stemmen, maar wel recht tot spreken hebben. Een der afgevaardigden wordt door de Assembly gekozen; de ander wordt door de Commission aangewezen. Beiden moeten echter Philippino's zijn en die door de Assembly wordt gekozen, moet de goedkeuring van de Commission, en die door deze laatste gekozen wordt, de goedkeuring van de Assembly hebben.
Deze twee mannen vertegenwoordigen in de Vereenigde Staten de belangen der Philippino's en worden door de Vereenigde Staten betaald. Zij ontvangen jaarlijks 'n salaris van 5000 dollars en bovendien 2000 dollars voor den eersten keer, om in de voorloopig te maken onkosten te voorzien. Zoodra nu een wet, afkomstig van de Philippijnen, het Congres bereikt, dan zijn zij daar om dat ontwerp toe te lichten en te verdedigen. Men veronderstelt, dat de een daarbij het gezichtspunt der Assembly, de ander dat van de Commission vertolkt, vooral, wanneer deze beide lichamen niet in elk opzicht harmonieeren, Laat mij niet vergeten te zeggen, dat de Commission niet alleen het recht van aannemen of verwerpen van een wetsvoorstel heeft, maar dat zij een wet ook mag amendeeren.
De leden van de Assembly ontvangen geen vast jaargeld, maar 30 pesos voor elken dag, dat er een zitting plaats heeft en het lid aanwezig is. Voor elke zittingsduur wordt eenmaal het reisgeld vergoed.
Verder zijn de gezamenlijke eilanden in 38 provinciën ingedeeld; aan het hoofd van elke provincie staat een Philippino-gouverneur, die door de kiezers uit de provincie gekozen wordt. Over de verkiezingen moet evenwel de gouverneur-generaal zijn goedkeuring uitspreken.
Elke stad en elk dorp of dorpje heeft zijn gemeenteraad met een president, zooals hier de burgemeester genoemd wordt, en twee tot vier wethouders. Dezelfde personen, die kiezers zijn voor de Assembly, zijn dit ook voor de gouverneurs en gemeenteraden.
Men ziet, dat Amerika slechts den een of anderen dag de onafhankelijkheid der Philippijnen behoeft te verklaren, dan is het geheele land gereed om de regeering in eigen handen over te nemen. Daarnaar wordt sterk verlangd, want ondanks al het goede, dat de Amerikanen hier gebracht hebben, zijn zij door het volk toch niet geliefd. Het zijn alleen de ontwikkelde Philippino's, die al het goede beseffen wat hier door de Vereenigde Staten tot stand wordt gebracht, doch de groote onontwikkelde massa ziet in hen slechts indringers, en wat meer zegt, menschen, die zij niet begrijpen en daarom met groot wantrouwen bejegenen. Langzamerhand wordt dit wel beter, nu zij de gunstige resultaten van al die nieuwigheden zien, maar het zal nog een heelen tijd duren alvorens er een verhouding van onderling vertrouwen tusschen Amerikanen en Philippino's tot stand is gebracht. Met hoeveel voorzichtigheid de Amerikanen hier vele nieuwe verordeningen moeten invoeren en de bevolking gewennen aan een hygiënisch leven, daarvan vertelde de directeur van den Openbaren Gezondheidsdienst vermakelijke staaltjes.
III.
De wijze waarop de Amerikanen hier de opvoeding der Philippino's hebben ter hand genomen wijkt zoo geheel af van die, welke wij in andere door ons bezochte koloniën zagen, dat ik meen daaraan grootendeels dezen brief te moeten wijden. De, ik zou het willen noemen, brutale durf, waarmede zij het Amerikaansch opvoedingssysteem plotseling hebben toegepast op dit Orientalisch volk, is alleen te verwachten van een volk, dat, zooals de Amerikanen, vast overtuigd is van de onfeilbaarheid van zijne opvoedingstheorieën. Elkeen die zich interesseert voor de ontwikkeling van de Oostersche volken, moet het oog gevestigd houden op wat de uitkomst zal zijn van deze proefneming, die tot dusver eenig is in haar soort. Door een 300-jarigen invloed der Spanjaarden waren de Philippino's wel is waar min of meer geciviliseerd vóór zij onder het Amerikaansch beheer kwamen, maar zij waren toch op geen stukken na in ontwikkeling gelijk te stellen met eene of andere Europeesche bevolking. Deze menschen, waarvan een dozijn jaren geleden slechts een klein deel kon lezen en schrijven, zijn in 1901 plotseling begiftigd met eene bezending van duizend Amerikaansche onderwijzers en onderwijzeressen, die overal in de verschillende eilanden scholen openden volgens Amerikaansch systeem en daar onmiddellijk onderwijs begonnen te geven in de Engelsche taal. Langzamerhand zijn hier Philippino-onderwijzers en -onderwijzeressen gevormd en zijn de Amerikaansche thans meer werkzaam als inspecteurs en inspectrices van onderwijs, maar toch zijn er thans nog 683 Amerikaansche onderwijzers bij het lager onderwijs aangesteld. Over het geheel zijn er thans ruim 9000 mannelijke en vrouwelijke onderwijzers van het lager onderwijs over alle eilanden verspreid en nemen er ongeveer 500.000 kinderen aan het lager onderwijs deel.