Reisbrieven uit Afrika en Azië benevens eenige brieven uit Zweden en Noorwegen
Part 31
De dame, die ons had uitgenoodigd voor de tea, is eene der voornaamste Engelsche vrouwen hier. Zij is niet alleen de leidster in de Engelsche society-wereld, zij is tevens de persoon, die tal van goede hervormingen hier tot stand brengt. Zoo heeft zij onder meer eene overbrugging bewerkt tusschen de vrouwen uit de Parsee-, Hindoe- en Mohammedanenwereld en de Engelsche vrouwen. Zij is heel voorzichtig begonnen de vrouwen uit die verschillende groepen bijeen te brengen en thans kan men op hare tea's de interessantste vrouwen uit die kringen vinden. Voor ons was het een waar oogengenot, die Purdah-partij bij te wonen. Purdah beteekent gordijn. Vroeger vond men op de Purdah-partijen altijd een gordijn, waarachter de Mohammedaansche vrouwen zaten en diegenen onder de andere vrouwen, die niet door andere mannen dan hun eigen familieleden gezien mochten worden. Langzamerhand hebben de vrouwen uit de hooge kringen deze gewoonte afgelegd, zij vertoonen zich nu openlijk en ongesluierd in de kringen, doch de naam Purdah-partij is behouden gebleven en heeft nu alleen de beteekenis, dat er alleen vrouwen uit alle godsdiensten en geen mannen tegenwoordig zijn. Wij maakten er kennis met een paar Indische prinsessen, meisjes naar schatting 15 en 17 jaar oud, klein en teer gebouwd, gekleed in zulke schitterende Indische kleeding en met zulke prachtige edelsteenen, dat het alle beschrijving te boven gaat. Er was een vrouw van een Maharatja, en er waren tal van vrouwen uit de schatrijke Parsee-wereld en van de toonaangevende Hindoe's en Mohammedanen. En onder al dezen de elite uit de Engelsche ambtenaarskringen. Dan eens warrelden dezen allen in bonte mengeling dooreen, dan weder zetten zij zich op de hoefijzervormig geplaatste stoelenrijen om een oogenblik te luisteren naar de muziek en zang, door eenige Engelsche en een paar Indische dames ten beste gegeven. Een der Indische dames bespeelde een echt Indisch instrument, een cither, en gaf daarop echt Indische muziek te hooren. Ik heb nooit te voren zoovele kostbare gewaden en edelgesteenten bijeen gezien en nooit zoovele vreemde damescostuums als gistermiddag. Er was een Mohammedaansch meisje met rood satijnen broek, de pijpen van onder bijeen gebonden door 'n gouden band, waaruit de kleine voetjes in gouden muiltjes coquet te voorschijn kwamen. Daarover droeg zij van ragfijn rosezijde, geheel met goud doorwerkt, een overkleed, dat, als bij alle andere dames, altijd eindigde in een soort van sluier, die van achter over het hoofd ging en daarop met een groote parel bevestigd was. Zij was een Mohammedaansche. Er waren een paar zusjes, die hun lichaam alleen in een zacht crème zijden, met goud geborduurden langen doek of sarong gewikkeld hadden, die ook al weder op het hoofd in een soort sluier eindigde, waarmede de bleek-bruine gezichtjes met de groote zwarte oogen en lange wimpers prachtig omlijst werden.
Maar meer dan al die mooie vrouwen in hun prachtige gewaden te zien, interesseerde het ons om met velen van hen te spreken. Velen van hen hadden aan een der vijf universiteiten in Indië gestudeerd en een doctorstitel in een der faculteiten behaald met geen ander doel dan hun kennis te verrijken. Enkelen van hen gebruikten de verworven kennis ten behoeve van het algemeen. Onder deze vrouwen vonden wij die volkomen op de hoogte van de vrouwenbeweging in de andere deelen van de wereld waren en daarmede geheel instemden. Ook hier waren alle rechten die deze vrouwen thans genieten, niet zonder strijd verkregen. Een oude voorvechtster in deze hervormingen ontmoetten wij er in de 70-jarige mrs. Sirinbai Maneckji Cursetji, de zuster van den man, die het Kama-hospitaal voor vrouwen tot stand bracht. Toen ik dit door jicht bijna dubbelgevouwen oud moedertje vroeg, hoe lang zij reeds voor de rechten der Indische vrouwen streed, antwoordde zij, "van af het oogenblik dat ik loopen en praten kon, heb ik mij verzet tegen de achterstelling van de vrouw bij den man, en later heb ik voor de gelijkstelling van beide seksen met pen, woord en daad gestreden." Zij vertelde ons dat haar geheele familie feministen waren en dat alleen om ons te ontmoeten, zij dien middag bij lady Graeves gekomen was. Want zij zat midden in allerlei drukte, omdat vandaag een harer kleindochters ging trouwen, met al de ceremoniën die de Parsees daaraan verbinden. Ik liet mij ontvallen dat ik zoo heel graag zulke ceremoniën eens zou bijwonen en onmiddellijk antwoordde zij: dan zult gij beiden een uitnoodiging om die te komen bijwonen, ontvangen, alhoewel voor de geheele huwelijksplechtigheid overigens geheel alleen de naaste familieleden een invitatie ontvangen. En zoo gaan wij dan hedenmiddag eerst een tea bij dr. Benzon bijwonen, alwaar wij eenige vrouwen zullen spreken, die ons omtrent den stand van het vrouwenvraagstuk in Indië geheel op de hoogte kunnen brengen en vandaar gaan wij naar de Parseebruiloft.
Over dit alles en 't geen wij van ochtend deden in een volgend schrijven.
II.
11 Februari. Het was gisteren een dag vol indrukken van verschillenden aard. Wij waren reeds vroeg opgestaan om met een van de eerste stoombootjes, dat om acht uur vertrok, naar de Elephanta Caves te gaan. Het is een tocht van anderhalf uur. De Elephanta Caves is ook alweer een groote Hindoetempel, doch deze is niet opgebouwd, maar geheel in de rotsen uitgehouwen. Al de prachtig bewerkte zuilen, alle deelen van den tempel en al het beeldhouwwerk zijn uit de rotsen gehouwen. Dit is inderdaad wonderwerk uit de 7e of 8e eeuw na Christus en grootendeels goed bewaard gebleven. Deze tempel is gewijd aan Siwa, maar vooral in zijne hoedanigheid als bevruchter. Het voorttelingsvermogen wordt hier op al te duidelijke wijze verheerlijkt en ofschoon de Portugeezen, toen zij voor het eerst als machtgevers hier optraden, een groot deel van deze zinnelijke voorstellingen verwoestten, is er toch nog genoeg overgebleven om het doel van dezen tempel te verduidelijken en om nog jaarlijks duizenden mannelijke en vrouwelijke bedevaartgangers hierheen te lokken, die in dezen tempel de vruchtbaarheid afsmeeken, die hun ontbreekt. Kinderlooze mannen en vrouwen brengen soms dagen en nachten in deze rotsholten door, om door ootmoedig bidden gezegend te worden met nakomelingschap. Tegen lunchtijd waren wij in Bombay terug.
Om vijf uur begaven wij ons eerst naar de woning van dr. Benzon, alwaar wij eenige Parsee- en Eurasian-vrouwen-doktoren aantroffen. Eurasians noemt men de inboorlingen in Indië, die geheel of gedeeltelijk van Europeesche voorouders afstammen. Europeeërs, die hier eeuwen gewoond hebben en wier nakomelingen voor een groot deel vereenzelvigd zijn met de Indische bevolking, doch grootendeels Europeeërs gebleven zijn. Met de Parsees zijn zij de vooruitstrevendste menschen hier. Behalve deze dames waren er een paar toonaangevende Hindoe-vrouwen in de vrouwenbeweging alhier. In mrs. Ranadaij ontmoetten wij de presidente van de, het vorige jaar opgerichte en aan de lezers van het Maandblad voor Vrouwenkiesrecht bekende vereeniging, de Sewa Sisterhood, eene vereeniging, die zich ten doel stelt de Mohammedaansche, Hindoesche en Parseesche vrouwen te vereenigen voor zelfontwikkeling. Zij hebben een eigen clubgebouw, waarin elken Woensdagmiddag een bijeenkomst gehouden wordt. Het eerste uur wordt gewijd aan het lezen van een werk van een of ander groot schrijver, daarna wordt door een der leden een korte voordracht gehouden over sociale of hervormende arbeid door vrouwen in andere landen gedaan, en dan volgt vrije discussie in hoever zulk werk ook voor Bombay of Britsch-Indië nut kan stichten. Mrs. Ranadaij noodigde ons uit, indien wij a.s. Woensdag nog hier mochten zijn, die bijeenkomst te komen bijwonen. Zij is eene vrouw van ongeveer 40 jaar, de dochter van een Indischen prins, die een groot hervormer voor Indië is geweest. Zij is nu getrouwd met een Hindoedokter. Zij vertelde ons vele bijzonderheden uit het Hindoeleven. Een wettelijk huwelijk bestaat in Indië niet. Feitelijk worden de echtverbintenissen niet voor het 12e jaar der kinderen gesloten, maar dat verhindert de Hindoes niet, om de kinderen reeds zeer jong aan elkaar te verbinden, zonder daarbij eenige waarde te hechten aan de wenschen van de kinderen zelven. Als het jonge meisje is uitgehuwelijkt, dan behoort zij de familie van haar man toe, bij wie het kind verplicht is na haar 5e jaar minstens de helft van het jaar door te brengen. Onder de welgestelde families loopt het kind daar in ijdel niets-doen rond, onder de armere klasse wordt zij als meid gebruikt Eerst wanneer zij de puberteitsjaren bereikt heeft, wordt zij de feitelijke echtgenoote van den jongen man en heeft hij verder alle macht over haar. Mrs. Ranadaij vertelde mij, dat hare schoonmoeder niet wilde, dat zij iets leerde en ofschoon zij bij hare ouders thuis in de helft van het jaar, die zij daar doorbracht, leerde lezen en schrijven, mocht zij bij hare schoonouders geen boek ter hand nemen of iets doen wat haar geest kon ontwikkelen. Op haar 12e jaar werd zij de feitelijke vrouw van haren 19-jarigen man, die aan de medische school in Bombay studeerde. Toen brak voor haar een betere tijd aan. Na twee jaren ging hij naar Engeland om in Edinburg zijn medische studiën te voltooien en nam haar mede. Hij gaf haar daar eene uitstekende gouvernante. Van dien tijd af heeft zij nooit opgehouden zich verder te ontwikkelen. Zij heeft in Bombay een Hindoeschool gesticht, die wij morgen met haar gaan zien.
Na ons interessant bezoek bij dr. Benzon begaven wij ons om ongeveer half zeven naar de bruiloft der Parsees. Alles was daar reeds in vollen gang toen wij aankwamen. De mannen waren allen, zonder eenige uitzondering, in een smetteloos wit costuum gestoken, alle volgens hetzelfde model gemaakt. Zij zaten in den tuin. De bruidegom was spoedig te herkennen aan den bloemenkrans, die om zijn hals hing en de bouquet rozen, die hij in zijn hand hield. De dames waren allen in een soort zaal gezeten, die aan alle kanten open was. Zij droegen allen de mooie Indische kleeding, schitterend van goud en edelsteenen. De bruid en de bruidsmeisjes hadden allen een wit kleed aan, slechts spaarzaam met goud gegarneerd, doch van eene bijzonder prachtige kwaliteit. Midden in de zaal was een kleine verhooging, waarop de plechtige huwelijksinzegening zou plaats hebben. Zoowel in den tuin als in de zaal waren groote tafels geplaatst met onnoemelijk veel ververschingen en dranken. Het waren bijna alle zoetigheden, vruchten, verschillende ijssoorten, limonades en zulke onschuldige zaken meer, waaraan elke gast zich te goed kon doen. In den tuin maakte een muziekkorps oorverdoovende muziek.
Spoedig na onze aankomst werden op een zilveren blad bloemen aangedragen en kwam de moeder van de bruid ons beiden behangen met een krans tuberozen en rozen. Mrs Sirnibai Maneckji Cursetji, die ons de uitnoodiging bezorgd had en die zich tusschen ons beiden had neergezet om ons alles te verklaren, fluisterde ons toe, dat wij daarvoor onzen bijzonderen dank moesten uitspreken, omdat dit beteekende, dat onze komst op hoogen prijs werd gesteld. Als de Aziaten iemand bijzonder willen eeren, dan behangen zij hem met bloemen. Wij beiden gaven aan de wenk van grootmoeder Cursetji gehoor.
Nu begonnen langzamerhand de ceremoniën. De bruidsmeisjes brachten de geschenken binnen, die de bruid haar aanstaanden echtgenoot aanbood, en deze, op zilveren schalen uitgespreid, werden in optocht door den tuin gebracht en den jongen man aangeboden. Daarop kwamen de bruidsmeisjes terug en brachten het bruidje de geschenken, die de bruidegom haar aanbood. Het waren voornamelijk kostbare gewaden, een paar kostbare oorringen, die haar onmiddellijk in de ooren werden gestoken, eenige braceletten, die zij aandeed, en tal van huishoudelijke zaken. Zij werd toen door de bruidsmeisjes op het huwelijksaltaar, zooals de verhooging werd genoemd, geleid en achter een laag scherm geplaatst. Daarna brachten de bruidsjonkers den bruidegom binnen, die tegenover het bruidje, aan den anderen kant van het scherm, plaats nam. Zij konden elkaar niet zien. Toen werden zij gezamenlijk door een zijden band vijf-en-twintig maal omwonden. (Al wat verder volgt is zuiver symboliek). Nu werd hun door den priester de heiligheid van het huwelijk voor oogen gesteld en de plichten, die het voor man en vrouw beiden meebrengt. Het speet mij zeer, dat ik niet kon verstaan, de priester sprak een onverstaanbare taal, welke die plichten voor beiden zijn. De band, waarmede beiden omwonden waren, beteekent, dat eenmaal saâm verbonden, alleen door geweld een einde aan die verbintenis kan worden gemaakt. Nadat de priester geëindigd had, werd het jonge paar gevraagd, of zij de heiligheid van het huwelijk begrepen, of zij bereid waren, de plichten ervan te aanvaarden, of geen andere drijfveer dan liefde hen tot elkander had gevoerd. Toen op al deze vragen een bevredigend antwoord was gegeven, werd het scherm weggenomen, de band losgemaakt en namen bruid en bruidegom naast elkaar plaats. Het bruidje was 17 jaar, de jongeman 21. Zij waren neef en nicht, zij kenden elkaar van de geboorte af.
Toen zij naast elkaar gezeten waren, werd op een tafel naast hen een soort komfoor met vuur geplaatst, waarop onophoudelijk welriekende--tenminste sterkriekende--kruiden gestrooid werden, die een bedwelmenden geur verspreidden. Dat vuur beteekent: dat in hun beider harten het vuur der liefde eeuwig moge branden. Daarnaast werd op een zilveren blad een bakje met rijst, een ander met amandelen en eenige kokosnoten gebracht. Onderwijl de priester de huwelijksinzegening uitsprak, bestrooiden hij en een andere priester bruid en bruidegom onophoudelijk met de droge rijstkorrels. De beteekenis hiervan is: dat zij in voorspoed mogen leven, zoo zelfs, dat het voedsel overal rondom hen verspreid ligt en zij in staat zijn anderen van hun overvloed mee te deelen. Ik vroeg, of aan dat bestrooien met rijst niet het Engelsch begrip verbonden is, dat meer op de vruchtbaarheid van het huwelijk betrekking heeft, doch dat werd door allen ontkend. De amandelen beteekenen, dat er rust en vrede in het huwelijk moge heerschen, want uit amandelen werd door de Parsees het eerst olie bereid en olie is in staat bewogen golven tot stilstand te brengen. De kokosnoot heeft een huiselijke beteekenis. De kokosnoot geeft voedsel en drank, uit zijn bast worden kleederen zoowel als allerlei huishoudelijke artikelen bereid, de boom geeft schaduw en zijn bladeren kunnen voor honderdlei doeleinden aangewend worden. Zoo veelzijdig nuttig als de kokosnoot moge ook het pasgesloten huwelijk worden. Toen al deze plechtigheden waren afgeloopen, was het jonge paar getrouwd en werden zij van alle kanten gelukgewenscht. Wij mochten het eerst onze wenschen aanbieden. Vele familieleden brachten nu nog kleine geschenken aan, er werd wat heen en weder gewandeld, veel gepraat, onderwijl het diner werd voorbereid. Wij meenden, bij het diner niet te moeten tegenwoordig blijven en gingen de gastvrouw daarom bedanken voor het genotene, maar zij wilde niets hooren van weggaan, wij moesten ten minste iets van het diner nuttigen. Het was een diner, zooals een ander, maar er was geen enkel vleeschgerecht, wel vischsoorten. Toen ik m'n buurman de reden daarvan vroeg, antwoordde hij, dat de Parsees niet bepaald tegen het eten van vleesch zijn, doch bij groote diners het eten van vleesch zooveel mogelijk vermijden, opdat nooit ter wille van een feest een beest geslacht moet worden! Toen ik op de vele vischgerechten wees, zeide hij: "Maar dat is toch geheel iets anders, visschen zijn koudbloedige dieren." Om half tien gingen wij tweetjes doodvermoeid hotelwaarts, alle bruiloftsgasten in vroolijke, opgeruimde stemming achterlatend.
Nu ik dit bruiloftsverhaal overlees, lijkt mij de beschrijving zoo koud en realistisch, terwijl het geheel toch zoo'n poëtischen, mooien indruk op mij maakte. Zooiets te zien, in je op te nemen, het te overdenken, is zoo geheel iets anders dan het in nuchtere taal, voor anderen, die het Oostersche leven niet kennen, neer te pennen en begrijpelijk te maken. Wij gaan het oude grootmoedertje Maandagmiddag bezoeken, om van haar nog het een en ander van 't doen en laten der vrouwen hier te vernemen. Het is nu Zondag; wij hebben heden een kalmen dag en gaan alleen vanmiddag een bezoek brengen bij sir en lady Philoysha Meta, een Parsee-familie, voor wie wij in Caïro een introductie ontvingen.
Wij troffen bij deze familie verschillende heeren en dames, die in de nationale beweging alhier een rol spelen. Sir Meta staat aan het hoofd van deze beweging, eene beweging die ten doel heeft om voor Britsch-Indië home-rule te verkrijgen. Jaarlijks komen zij daarvoor op verschillende plaatsen in Indië bijeen en houden congressen. Om Sir Meta den mond te snoeren, want hij is een geweldig orator, heeft de Engelsche regeering hem kort geleden in den adelstand verheven, en dat heeft op de golven van zijne welsprekendheid een nog kalmeerender effect gehad, dan amandelolie op de golven der zee. Wij hoorden daar over vele belangrijke kwesties spreken, die echter van te ingewikkelden aard zijn, om er hier van te gewagen.
12 Febr. Dezen dag wijdden wij aan het bezoeken van scholen voor meisjes. Het eerst bracht mrs. Ranadaij ons naar een der Hindoesche meisjesscholen. Deze school is uit private fondsen gesticht, doch wordt thans door de regeering gesubsidieerd. Een derde van de uitgaven wordt door de regeering bekostigd. De Hindoesche meisjes komen hier van haar 10de tot en met haar 17de jaar, zeer enkelen zijn ouder. Het is voor ons zeker merkwaardig, dat onder deze leerlingen tal van gehuwde vrouwtjes en ook eenige weduwen waren. Sommige van deze vrouwtjes werden door haar mannen naar school gestuurd. Op al die soort scholen wordt de eigen taal en de Engelsche taal geleerd en in de hoogere klassen tevens het Sanskriet. Of het onderricht er inderdaad goed is, kon ik niet beoordeelen, wel werd mij verzekerd, dat het gelijk stond met het onderricht op Engelsche scholen. Meisjes, die den geheelen cursus hebben doorloopen, zijn klaar voor het ontvangen van middelbaar en gymnasiaal onderwijs in Engeland. Aan het hoofd van deze school staat een Hindoe-echtpaar, beiden leeraren, die theosophen zijn en in Madras hun opleiding hebben genoten.
Na het bezoek van deze school nam mrs. Ranaday ons mede naar haar woning, om een Hindoesche huishouding te zien. Het was een geheel andere huishouding dan wij ooit gezien hadden, waarvan niemand zich een voorstelling kan maken, die het zelf niet aanschouwd heeft. De eetkamer bijv. is een leege, vierkante ruimte, zonder stoelen, tafels of kasten. Alleen stonden er een paar lage, vierkante bankjes, nog niet zoo hoog als onze voetenbankjes. Daarop wordt het eten geplaatst in een bak of schotel. Alle gasten zitten of liggen rondom en eten met de handen uit den bak. De mannen, vader en zonen, eten eerst alleen en worden door de vrouwen bediend; als zij verzadigd zijn, beginnen de vrouwen te eten op dezelfde wijze. Mrs. Ranaday vertelde ons, dat zij altijd gelijk met haar man eet, maar dat dit zoo iets vooruitstrevends is, dat zij het nooit aan haar familieleden mededeelde en ook niet doet als zij gasten heeft. "Het zou mijn man al zijne patiënten kosten, als men dit weet", zeide zij.
De keuken was een even onmogelijk ding en toen mrs. Catt den drempel wilde overschrijden, om het geheel wat beter te kunnen overzien, werd zij door mrs. Ranaday met een ruk teruggetrokken. Zij vertelde ons, dat niet-Hindoes nooit in de nabijheid van hun eten mochten komen, of zelfs bij iets wat voor hun maaltijden gebruikt wordt, want, wanneer de schaduw van een van ons over het eten of over de keuken-utensiliën valt, dan moet onmiddellijk alles vernietigd worden; het mag dan niet meer door een Hindoe worden aangeraakt. Men moet niet vergeten, dat wij hier bij eene voorname en radicale Hindoesche familie waren, een doctor, die in Engeland zijn studiën voltooid heeft en een zeer radicaal man is, en zij, de dochter van een Indischen prins, die als hervormer bekend stond.
De provisiekamers, de slaapkamers en salon waren ook met de onze niet te vergelijken. Ik weet nu reeds, dat ik nooit een invitatie zal accepteeren om in een Hindoe-familie een nacht door te brengen, maar ik behoef niet bang te zijn, dat zulk een uitnoodiging mij ooit zal bereiken. Niet-Hindoe's worden nooit in den huiselijken kring van Hindoe's opgenomen.
Vanmiddag zagen wij een Parsee-school. Ook hier waren ongeveer 200 meisjes-leerlingen met een twaalftal onderwijzeressen en een directrice. Op school worden de meisjes zoo ver gebracht, dat zij de hier bestaande universiteiten kunnen bezoeken. Ook deze scholen worden door de regeering financieel gesteund, doch zijn privaat-instellingen. Er zijn wel openbare scholen hier voor jongens en meisjes, doch daarvan wordt door de meisjes nog weinig gebruik gemaakt. Over het geheel genomen komt er in Britsch-Indië op elke 10 mannen één voor, die lezen en schrijven kan, doch bij de vrouwen is die verhouding slechts één op de 144. Met de algemeene ontwikkeling der vrouwen is het dus nog treurig gesteld, maar wij vinden het gelukkig in Bombay verscheidene vrouwen ontmoet te hebben, die flink en onversaagd voor de betere ontwikkeling der vrouwen in de bres springen en die reeds op gunstige resultaten kunnen bogen. Hoewel deze strijdsters voor de verheffing der vrouw hier eene zware taak hebben te vervullen, vooral door te moeten oproeien tegen den tegenstand van de vrouwen zelve, wordt die taak haar toch vergemakkelijkt, doordat zij op den steun der overheidspersonen kunnen rekenen.
13 Febr. Wij hadden zooveel gelezen en gehoord over het werk der vrouwen in de textielfabrieken alhier, dat wij meenden Bombay niet te mogen verlaten, zonder een kijkje genomen te hebben in een dezer fabrieken. Gemakkelijk was dat niet, maar door de invloedrijke bemiddeling van onzen Hollandschen consul, den heer Bendien, werd ons dit toch mogelijk gemaakt. Als men bedenkt, dat de textielnijverheid in de stad en provincie Bombay groote afmetingen bezit, dat van de 20.000 inwoners in deze provincie 17% uitsluitend door dit bedrijf leven, dan begrijpt men, dat de vele fabrieksschoorsteenen hier reeds lang tot ons gesproken hadden en wij nieuwsgierig waren de fabrieken binnen te treden om te zien hoe de toestanden daar waren. De heer Bendien had de vriendelijkheid ons persoonlijk te geleiden en hier en daar voor ons als tolk te dienen. Het is voor onze Europeesche oogen altijd weder even vreemd, als men de mannen bezig vindt het werk te doen, dat bij ons als "vrouwenwerk" gestempeld is, terwijl de vrouwen "mannenwerk" verrichten. Dat men hier in een winkel mannen wit borduurwerk ziet maken, of om fijne zijden zakdoekjes witte kantjes naaien, valt niemand op, en als men vrouwen bij het bouwen van een huis zware balken op haar hoofd naar boven ziet dragen, ook niet. Ook in deze fabrieken was, naar onze westersche begrippen, de verhouding omgekeerd.
Over het algemeen genomen wordt hier echter door de vrouwen nog slechts weinig gewerkt, alleen bij de heele lage kasten verrichten de vrouwen werk in het openbaar.
De toestanden in de fabrieken schenen nog al goed, de vrouwen werkten van 8 tot 12 en van 1 tot 5 uur. De mannen beginnen vroeger en eindigen later. De loonen kwamen mij zeer laag voor, maar alle arbeid wordt hier heel slecht betaald, misschien is het in verhouding tot anderen arbeid niet laag. Kinderarbeid is uitgesloten, elke arbeider, man of vrouw, moet boven de 14 jaar zijn. Er wordt hier in Bombay machinaal alleen een soort grof katoen geweven en grove garens gefabriceerd, waarvan grof ondergoed machinaal gebreid wordt.