Reis naar Merw De Aarde en haar Volken, 1887
Chapter 8
Hoe dit te verklaren? Men onderstelt dat de holten, waarvan ik boven sprak, niet enkel petroleum bevatten, maar ook zoutachtig water en gassen. Het water en de naphta bevinden zich in het onderste gedeelte van de holte, van den zak moest ik eigenlijk zeggen; het bovenste is met saamgeperste gassen gevuld. Naarmate nu de boor in het eene of het andere gedeelte eene opening maakt, ontsnapt het gas, of wel de olie wordt, door de geweldige persing der gassen, naar boven gedreven.--Zoudt ge nu wel willen gelooven, dat die groote springende fonteinen, die eene massa petroleum van acht millioen liter in de vier-en-twintig uren opleveren, haar eigenaars niet altijd hebben rijk gemaakt, maar zelfs meer dan eens geruïneerd? Rondom u is de grond doorsneden door een netwerk van geulen of kanalen; iedere put staat met die kanalen in verbinding. Zal de nieuwe put voldoende opleveren om de kosten te dekken? Zal er misschien een straal van zestig meters hoogte uit opschieten? Men weet er niets van; en in die onzekerheid neemt men voorzorgen. Volgt er eene uitbarsting, dan valt de petroleumregen in de geulen, welke op groote putten uitloopen, waarin de petroleum eenigen tijd blijft staan om het zand te laten bezinken; daarna wordt zij door stoommachines in metalen bakken of reservoirs opgevoerd. In den beginne waren dergelijke verrassingen volstrekt niet zeldzaam. Maar ook nu nog heeft men geen middel om den toevoer van zand te verhinderen, dat dikwijls in zoo groote massa wordt opgeworpen, dat de naburige vichkas daaronder bedolven worden.
De heer Ch. Marvin verhaalt in zijn boek _The Region of the eternal fire_ (Het land van het eeuwige vuur) de uitbarsting van de fontein Droejba, waarvan hij getuige was, en die geduchte verwoestingen aanrichtte. "Het gebrul werd verscheidene mijlen in het rond gehoord. Het was inderdaad een indrukwekkend schouwspel. De straal bereikte den top van de vichka (twintig ellen hoog) en, dwars door de losgeslagen balken heenstuivende, verhief hij zich nog ruim zestig ellen hooger; toen boog hij zich nederwaarts en daalde als een dichte donkere regenwolk ter aarde. In de eerste vier-en-twintig uren der uitbarsting had het uit den put opgeworpen zand zich tot de daken der magazijnen en schuren opgestapeld; de omringende vichkas waren binnen een afstand van vijftig meters in het rond, ter hoogte van twee tot twee-en-een-halve el onder het zand begraven... Bij de opening van den krater lag het zand zes ellen hoog.
"Hier en daar waren ploegen arbeiders met schoppen gewapend, bezig met het graven en uitdiepen van de kanalen rondom den put om het vocht gelegenheid te geven tot wegvloeien; de arbeid was niet zonder gevaar en nog minder pleizierig; hun hoofd en hunne schouders waren geheel bedekt met petroleum en zand, en zij moesten uiterst voorzichtig zijn om niet medegesleept te worden door den geweldigen luchtstroom, die rondom den voet van den krater loeide... Na door de tallooze geulen en kanalen te zijn weggevloeid, verzamelde de petroleum zich in kuilen en diepten, die in vijvers en riviertjes herschapen werden, waarvan sommigen groot en diep genoeg waren om er in te kunnen varen. Eindelijk liepen die meertjes over; de naphta groef zich een breed kanaal en verloor zich in de Kaspische-zee."
Weken achtereen bleef de fontein Droejba met dezelfde kracht aan het werk, en de overstrooming van petroleum nam zulk een dreigend karakter aan, dat twee ingenieurs van Petersburg werden gezonden om de wel te stoppen. Niet alleen behaalde de maatschappij, aan welke de bron behoorde, geen winst, maar zij werd geruïneerd door de schadevergoedingen, die zij aan de aangrenzende exploitaties moest uitbetalen.
Zulke ongevallen komen tegenwoordig niet meer voor. In de eerste plaats vindt men bijna geene fonteinen meer van die kracht: in den regel treft men slechts kleine bronnen aan, die in de vier-en-twintig uren van negenhonderd-duizend tot vijftienhonderd-duizend liter petroleum opleveren; ten andere zijn de kanalen en vijvers in veel beteren toestand gebracht; eindelijk hebben de werklieden thans de gewoonte, om wanneer bij het boren onderaardsche geluiden de nadering van gas of van vloeistof aankondigen, onmiddellijk aan het boveneinde van de buis eene soort van stevige ijzeren kap te bevestigen, van eene kraan voorzien, waarmede men de wegstrooming kan temperen. Heeft men den tijd, om de opening op die wijze af te sluiten, dan is alle gevaar verdwenen: er ontstaat geen straal, en men tapt eenvoudig de olie af als uit een vat. Slechts in zeer zeldzame gevallen is de opstijging van de naphta zoo snel en tegelijk zoo hevig, dat de kap niet kan worden geplaatst of wel uiteen wordt geslagen. Zoo kon bij voorbeeld de groote fontein Nobel niet worden afgesloten. Zij leverde in vier-en-twintig uren niet minder dan zestien millioen liter naphta, die zorgvuldig werd verzameld en eene inkomst afwierp van zoowat anderhalve ton per dag. Ongelukkig bleek die goudmijn na verloop van een-en-dertig dagen uitgeput. Want de petroleumbronnen duren niet eeuwig. Doorgaans houdt de fontein het niet langer dan twee maanden vol: dan is de straal verdwenen, en moet men zijne toevlucht tot de pomp nemen om de petroleum uit de diepte op te halen. Dit geschiedt door middel van eene soort van emmer met een zelfwerkende klep, die ongeveer dertig liter kan bevatten, door een stoommachine in den put wordt neergelaten en na gevuld te zijn, weer opgehaald.
Wij besluiten onze wandeling met een bezoek aan eene oude fontein, die in de jaarboeken van Bakoe beroemd zal blijven: tegenwoordig onderscheidt zij zich wel door niets bijzonders, maar het is toch altijd iets beroemd te zijn geweest. Deze fontein had de hoogst merkwaardige eigenschap dat zij met geregelde tusschenpoozen werkte; de bron, op eene diepte van tweehonderd-tachtig meter ontdekt, heeft eene maand lang gewerkt, en in dien tijd sprong zij gedurende een minuut, rustte dan zes minuten, sprong dan weer gedurende eene minuut en zoo vervolgens. Deze afwisseling was zoo regelmatig, dat men zelfs met den chronometer geen verschil van eene sekonde heeft kunnen waarnemen. Mocht ge soms met de reden van dit allerzonderlingste verschijnsel bekend zijn, dan zult ge den geleerden eene groote dienst bewijzen, indien gij die hun mededeelt. Het is te begrijpen, dat de drukking van de onderaardsche gassen vermindert, naarmate de holte zich ontledigt, en dat dus de kracht, die het vocht naar boven drijft gaandeweg afneemt en eindelijk ophoudt te werken; maar hoe is het mogelijk dat zij telkens weer, en dan nog wel met zoo mathematische regelmatigheid, in werking treedt?
Wij gebruiken het dejeuner met de ingenieurs in dienst van de heeren Nobel, en hervatten vervolgens onze wandeling door den doolhof der vichkas, magazijnen, schuren, machines, vijvers en kanalen vol petroleum. De zon is nog zeer heet: niettemin klauteren wij op een dier metalen reservoirs, waarin de ongezuiverde naphta wordt bewaard, alvorens zij naar de distilleerderijen van Bakoe verzonden wordt. Het is niet mogelijk, deze zuivering op de plaats zelve der bronnen te bewerkstelligen: dit ware veel te gevaarlijk; men mag hier zelfs geene sigaar rooken. Maar waartoe dienen die half in den grond bedolven ijzeren buizen, welke van de reservoirs uitgaan? Ik tel er zeven met een diameter van vijftien duim. Zij dienen voor het vervoer van de naphta, welke door middel van een vernuftig toestel door die pijpen wordt gedreven. Deze inrichting werd voor ongeveer elf jaren gemaakt; de heeren Nobel hebben daardoor zeker belangrijk voordeel genoten, maar de invoering van deze nieuwigheid baarde hun ook veel verdriet. Vroeger werd de ongezuiverde naphta in vaatjes vervoerd, die met tartaarsche karretjes, _arbas_ genoemd, naar de stad werden gebracht. Deze lichte, smalle karretjes, die er met hun hooge wielen zeer wonderlijk uitzagen, maar voor het eigenaardige terrein zeer geschikt waren, reden onophoudelijk heen en weer tusschen de bronnen en de stad, en brachten den eigenaars jaarlijks gemiddeld ruim een millioen gulden op. Het leggen der buizen maakte de karretjes overbodig; het is dus niet vreemd dat de eigenaars, zich op eens van hunne inkomsten verstoken ziende, op wraak bedacht waren en bij herhaling de pijpen vernielden.
De spoorweg van Bakoe naar Balakhani loopt door tot Soerakhani, weleer het middelpunt der exploitatie, waar nog sommige bronnen in werking zijn. Maar een enkele buis is voldoende om al de petroleum, welke hier gewonnen wordt, naar Bakoe af te voeren, en voorwaar niet om deze bronnen te bezoeken, gaat men naar Soerakhani. Doch hier bevindt zich de tempel der vuuraanbidders. Te midden van eene ommuurde ruimte verheft zich een vierkant gebouwtje, met een koepel gedekt, waaruit een aantal pijpen en buizen te voorschijn komen. Uit al die buizen en pijpen stroomde weleer het brandende gas: en de scharen der geloovigen bogen zich ter aarde voor het eeuwige heilige vuur.... Vervlogen heerlijkheid! Het heiligdom wordt tegenwoordig nog slechts bediend door twee arme Parsis, die het gas ten geschenke ontvangen van de eigenaars der naburige bronnen; en sedert jaren zijn hier haast geen andere pelgrims verschenen, dan de nieuwsgierige, ongeloovige Westerlingen. Zij exploiteeren het heilige vuur ten eigen bate; ja, zij spelen er mede. Zij scheppen er een kinderachtig vermaak in, met een lucifer het gas te doen ontvlammen, dat uit de spleten in den grond ontsnapt; en dan ontzien zij zich niet om--zij het ook in onwetendheid--heiligschennis te plegen door de vlam weer uit te blazen!
Den volgenden dag brachten wij een bezoek aan de distilleerderijen in de zwarte stad te Bakoe. Misschien zou zulk een bezoek den lezer belangstelling inboezemen, indien hij er zelf bij tegenwoordig was; eene beschrijving zou hem stellig vervelen: daarom houde ik die terug.--De kostende prijs der gezuiverde petroleum bedraagt niet meer dan acht-en-veertig kopeken (ongeveer f 0.60) de honderd liter; de afval, die als brandstof gebruikt wordt en driemaal meer warmte geeft dan dezelfde hoeveelheid steenkolen, kost omstreeks vijf-en-twintig centen de honderd kilo's.
De petroleum wordt tegenwoordig met opzettelijk daarvoor ingerichte stoombooten naar Astrakhan vervoerd en van daar met kleinere booten, langs de Wolga naar Tsaritsin gebracht, dat driehonderd-vier-en-zestig mijlen van de zee verwijderd ligt. Daar bevindt zich het centraal-depot, dat geheel europeesch Rusland van petroleum voorziet; de reservoirs kunnen twee-en-twintig millioen liter bevatten. Daar de Wolga gedurende vier maanden van het jaar met ijs bezet is, heeft men nog zes-en-dertig andere depots ingericht, die vóór den winter gevuld worden en te zamen honderd-drie-en-zestig millioen liter kunnen bevatten.
Er bestaat ook nog een andere weg voor het vervoer der produkten van Bakoe: namelijk de transkaukasische spoorweg, die Bakoe met Poti en Batoem verbindt; maar het vervoer langs dien weg komt niet in vergelijking met dat langs de Wolga. De spoorwegmaatschappij bezit maar een beperkt aantal wagens, die voor het vervoer van petroleum geschikt zijn, en kan zelfs niet altijd aan de aanvragen uit westelijk Europa voldoen. Bovendien schijnen de Russen niet gezind om den uitvoer te bevorderen van een artikel, dat hun zelven zoo uitnemend te stade komt. Vrijhandelaars en belanghebbende industrieelen mogen schreeuwen zoo hard zij willen: de russische regeering is wijs genoeg, zich daaraan niet te storen. Trouwens, de waarde der vrijhandelaarstheorieën blijkt ook hier weder. Van 1801 (toen Bakoe bij Rusland werd ingelijfd) tot 1872 was de exploitatie van de petroleum een monopolie, dat aan een partikulier, den heer Mirzoef, verleend was. In 1840 bedroeg de opbrengst 3565 ton en in 1872, 24800 ton. In laatstgenoemd jaar werd het monopolie afgeschaft: iedereen kan nu eene concessie tot ontginning der beddingen krijgen. Te gelijker tijd werd de amerikaansche petroleum met een inkomend recht bezwaard, dat verscheidene malen de waarde overtreft en dus met een verbod gelijk staat. Eensklaps stijgt de opbrengst: in 1873 tot 54.000 ton, in 1876 tot 194,000, in 1886 tot 1.600,000 ton. En de prijs; is die, na het ophouden van alle concurrentie, gestegen, zoo als toch volgens de economische wetenschap gebeuren moet? Integendeel: van dertig gulden per honderd liter is die gedaald tot negen gulden, zoodat de verlichting in Rusland goedkooper is dan in eenig ander land! Ook in dit geval bleek de werkelijkheid onbeschaamd genoeg om zich niet aan de theorie te storen.
Met de zeer moeilijke en ingewikkelde vraag of en wanneer, bij zoo geweldig stijgende produktie, de voorraad petroleum uitgeput zal raken, mag ik mij hier niet bezig houden; ook omtrent dit punt loopen de gevoelens zeer uit een. Ik heb u slechts de merkwaardigheden willen doen aanschouwen van deze plek, waar wij als tot vroegere geologische tijdperken worden teruggevoerd. Vergun mij thans mijn taak als afgedaan te beschouwen.