Reis naar Merw De Aarde en haar Volken, 1887

Chapter 7

Chapter 73,695 wordsPublic domain

Dat de lijn dadelijk in exploitatie wordt gebracht naar gelang de rails zijn gelegd, zonder op de voltooiing der stations en andere werken te wachten, draagt er mede toe bij om de kosten te verminderen, want nu wordt zooveel te spoediger gelegenheid gegeven tot een, zij het ook nog beperkt vervoer, waarvan de opbrengst in mindering komt van de kosten van aanleg. Reeds hebben duizenden mohammedaansche pelgrims, die jaarlijks uit westelijk Perzië en de landen van Transkaukasië naar Mesjhed trekken om de graven der Aliden te bezoeken, van den transkaspischen spoorweg gebruik gemaakt. Om hen te lokken, heeft de generaal eene in het perzisch geschreven brochure doen uitgeven en verspreiden, waarin de voordeelen van dit nieuwe middel van vervoer, de besparing van tijd en geld, worden aangetoond. Bovendien zijn ten behoeve van die bedevaartgangers bijzondere wagens ingericht. Men heeft ook handelsagenten naar de jaarmarkt van Nowgorod en tevens naar Bokhara en naar andere steden van Centraal-Azië gezonden, om de aandacht op den nieuwen spoorweg te vestigen: met dat gevolg, dat een deel der waren die vroeger over Orenburg werden vervoerd, nu langs deze lijn zijn getransporteerd. Reeds nu zag ik te Tsjardjoeï groote hoeveelheden van wollen en zijden stoffen, van gedroogde vruchten en vooral van katoen. Dit laatste is van bijzonder gewicht. Tot dusver moesten de russische katoenfabriekanten hunne grondstof voor negen tienden uit Amerika en Egypte ontbieden; het gemis van geschikte vervoermiddelen maakte het voor hen bijna onmogelijk, hunne katoen uit Centraal-Azië te laten komen. De transkaspische spoorweg zal hierin eene groote verandering brengen; en het weder in kultuur brengen van de turkmeensche steppen, dat niet achterwege kan blijven, zal er krachtig toe bijdragen om ook onder dit opzicht Rusland van de vreemden onafhankelijk te maken.

De avond is gevallen, en het is aan zee zeer koel geworden. Wij kunnen zeer goed gevoelen dat de zomer voorbij is. Wij dineeren in den gesloten wagon, en luisteren daarbij naar eene militaire muziek, welke ik voor het eerst hoor. De muziekanten dragen de russische uniform; een der officieren deelt mij echter mede, dat de kosten van dit muziekkorps door den generaal persoonlijk worden gedragen; de muziekanten verplaatsen zich nu naar het eene, dan naar het andere station, om in het leven der ballingen althans eenige afwisseling te brengen.

Na afloop van het diner was er groote reunie in de galerij van het station, waarbij ook de dames der officieren en ambtenaren tegenwoordig waren. De generaal wilde voor den volgenden avond een groot bal organiseeren;--maar helaas! eene leelijke kleine stoomboot ligt gereed om naar Bakoe te vertrekken. Verzuim ik deze gelegenheid, dan moet ik drie dagen wachten: dat is onmogelijk. Maar desniettemin breng ik dezen laatsten avond op aziatischen bodem op de aangenaamste wijze door.

19 September.--Het uur van vertrek is gekomen; de boot vaart om twaalf uur af; ik moest dus afscheid nemen van allen met wie ik op dit uitstapje kennis had gemaakt en van wie ik de vriendelijkste en liefelijkste herinneringen medenam. Generaal Annenkof geleidde mij met zijne officieren naar boord: op de stoomboot drukten wij elkander voor het laatst de hand. De generaal voegde mij toe, dat hij mij over een jaar weer hoopte te zien bij de inwijding van het station te Samarkand.

Het laatste gelui weerklinkt; het anker wordt gelicht; de boot zet zich in beweging; de officieren op de kaai wuiven mij een laatsten afscheidsgroet toe. Twee minuten later is Oezoen-Ada achter de gele zandheuvelen verdwenen.

VII

Bakoe, 20 September 1886.--Wanneer men een tocht door de turkmeensche steppen heeft gemaakt en de oase van Merw doorkruist, schijnt het niet meer dan natuurlijk dat men zich beijvert om zoo spoedig mogelijk naar huis terug te keeren. Maar aan den anderen kant is het toch ook niet geoorloofd, Bakoe, de stad van het eeuwige vuur, inderhaast voorbij te gaan, zonder er te toeven. Op geen ander punt der wereld misschien heeft de natuur zoo vele en zoo verbazingwekkende wonderen gewrocht, welke niet alleen de oogen der nieuwsgierige menigte trekken, doch daarbij den geleerden raadselen voorleggen, welker oplossing nog niet gevonden is.

De kleine stoomboot, waarmede ik van Oezoen-Ada vertrokken ben, vaart des morgens ten acht uur, na een overtocht van twintig uren, langs de uitstekende landpunt van het schiereiland Apsjeron. Wij volgen nu, op korten afstand, de vlakke, zuidelijke kust, en bereiken eindelijk de ruime reede, waar een honderdtal schepen in volle veiligheid hun anker hebben uitgeworpen. Ten zuiden beuren de bergen van Lenkoran, bekend door hunne zwavelbeddingen, hun spitse kruinen in de nevelige lucht; kort daarop onderscheid ik langs den oever de marinewerven en inrichtingen, de perzische stad met haar gekanteelde muren, de nieuwe russische stad met haar in lange rijen geschaarde grijze huizen, de zwarte stad en de donkere rookwolken die haar in een eeuwigen sluier hullen. Om tien uur werpen wij het anker uit aan den gemetselden aanlegsteiger van de douane, die honderd el ver in zee uitsteekt; er zijn bovendien in de haven van Bakoe nog twintig andere, op palen rustende, houten aanlegsteigers, waarvan sommigen tweehonderd el lengte hebben, en die bijna allen het eigendom zijn van particuliere maatschappijen. Bakoe is tegenwoordig de tweede handelstad van de Kaspische-zee, en zal misschien over niet langen tijd de eerste zijn. Sedert de laatste twintig jaren is de bevolking van tienduizend tot zestigduizend zielen gestegen. De kleine hoofdstad van onbekende khans is onder het russische bestuur een der voornaamste en welvarendste industrieele centra geworden. Dezen voorspoed dankt de stad aan de exploitatie der petroleum- en naphtabronnen.

Na een haastig ontbijt in een voortreffelijk europeesch hôtel, waarvan het eenige ongerief is--en daaraan valt niets te veranderen--dat het er letterlijk overal sterk naar petroleum ruikt, spring ik in een mooien phaëton, en rijd in vollen galop naar de Villa Petrolia. Eerst rijden wij door de rechte, goed geplaveide, levendige straten van de russische stad; dan komen wij aan eene kleine zandwoestijn van omstreeks vierhonderd meters lengte, waar de tartaarsche paarden niet dan stapvoets en met veel inspanning kunnen voortgaan. Eindelijk komen wij weer op een vaster terrein, waar de grond eene roodachtige kleur heeft; links en rechts zien wij een aantal plassen, waarvan het vocht het meest op levertraan gelijkt: dit vocht is het bezinksel, dat bij het zuiveren van de natuurlijke naphta overblijft; de grond is geheel met dit vocht doortrokken--van daar zijne eigenaardige kleur en zijne meerdere vastheid. Het klinkt bijna ongeloofelijk, en toch is het waar, dat men te Bakoe, waar het zelden regent, dit bezinksel van petroleum soms gebruikt om de straten te besproeien. Het asphalt, waarmede de trottoirs zijn bekleed, wordt evenzoo van naphta gemaakt: het is in die mate onderhevig aan de werking der zon, dat uw voet er soms inzinkt als in half droge modder.

Ten slotte bevinden wij ons midden in de zwarte stad: dat wil zeggen in een baaierd van groote en kleine werkplaatsen en fabrieken, die ieder om het hardst vuile zwarte rookwolken omhoog blazen, behalve drie of vier, de grootste en de best ingerichte, die aan Europeanen behooren, en die haar eigen rook verteren. De meeste fabrieken, die door Armeniërs worden bestuurd, zenden u in het voorbijgaan stroomen van vuil stinkend gas in het aangezicht, zoodat ge bijna gevaar loopt te stikken. Het is raadzaam, hier niet te lang te toeven; mijn koetsier legt de zweep over de paarden en drijft ze tegen een heuvel op, waarop ge drie geweldige gasmeters ziet: het zijn evenwel geen gasmeters, maar bewaarbakken van naphta. Zie zoo: wij zijn deze noodlottige plek voorbij; de wind drijft de afschuwelijke rookwolken achter onzen rug weg; van de hoogte waarop wij nu staan, overzien wij de baai van Bakoe en de naakte heuvelen van Apsjeron. Voor onze voeten, aan den oever der zee, zien wij eene soort van oase, waar althans eenig groen de oogen verkwikt; eenige nette, ruime woningen staan daar te midden van de dorre zandwoestijn. Deze woningen zijn gebouwd door de heeren Nobel, de chefs van een zeer aanzienlijk handelshuis en eigenaars van petroleumbronnen; zij dienen tot huisvesting van hunne agenten en voornaamste beambten. Deze kleine oase draagt den naam van Villa Petrolia. Ongelukkig genoeg moeten wij langs denzelfden weg, midden door de stinkende, de lucht verpestende fabrieken, naar Bakoe terugkeeren.

Eene wandeling door het oude Bakoe is in meer dan een opzicht belangwekkend. Men behoeft bijna niet naar Perzië te gaan, om zich althans in het algemeen eene voorstelling te maken van de perzische architectuur. De verovering van oostelijk Transkaukasië door de Russen is nog niet zoo lang geleden, dat de voormalige hoofdstad reeds haar oostersch karakter zou hebben verloren. Die nauwe, bochtige en vuile straten en stegen, omzoomd door wit gepleisterde huizen met platte daken, waarvan de deuren meestal gesloten en de bewoners onzichtbaar zijn, hebben zeker in de laatste honderd jaar geene verandering van eenige beteekenis ondergaan; het zijn nog altijd dezelfde minarets, dezelfde koepeltjes boven de badkamers: dit alles van leem en klei gemaakt en met kalk overpleisterd. Dan heeft men den bazar, minder opmerkelijk door zijn geringen omvang, dan door de doodsche stilte die er heerscht; in ellendige, armoedige winkeltjes neergehurkt, bieden de perzische kooplieden u met onverstoorbare kalmte eenen rijken overvloed van valsche steenen te koop, vooral van turkoizen. De turkois is hier inheemsch; ge moet dus, even als te Tiflis, bij inkoop dubbel op uwe hoede zijn. Gij kunt hier ook fraaie perzische tapijten koopen, maar ze zijn duurder dan te Askhabad.

De eenige eenigszins bezienswaardige monumenten van deze oude, ten doode gedoemde stad zijn de zoogenoemde Maagdetoren en de citadel of het paleis der khans. De dertig el hooge Maagdetoren is uit zee zoo goed zichtbaar, dat de Russen er een kusttelegraaf en een havenlicht op hebben geplaatst. De legende verhaalt dat een zekere khan van Bakoe zijne wonderbaar schoone dochter wilde dwingen tot het huwelijk met een man, dien zij verfoeide; op aandrang van haar vader, stemde zij eindelijk in de echtverbindtenis toe, onder voorwaarde, dat hij een hoogen toren zou laten bouwen. Toen de toren voltooid was, klom het jonge meisje naar het plat en wierp zich van daar naar beneden.

Het merkwaardigste van de citadel is eene zeer fraaie en goed geconserveerde poort in moorschen stijl. De zware steenen muren zijn zeer hoog en van geduchte schietgaten voorzien, waaruit kanonnen dreigend te voorschijn kwamen. Maar het waren er dan ook kanonnen naar! of liever, de artilleristen, die ze bedienen moesten, wisten er niet mede om te gaan. In de vorige eeuw namen de turkmeensche ruiters Bakoe in en sabelden de kanonniers neer bij hunne stukken. Ge kunt u voorstellen, dat de vermeestering der stad den Russen niet moeilijk viel; het eenige ernstige verlies dat zij leden was dat van hun generaal, die bij de overgave van de sleutels der citadel, door een zoo genoemden dweeper, lafhartig werd vermoord. Men heeft te zijner gedachtenis een monument opgericht.

Aan den voet der voormalige citadel bevindt zich tegenwoordig een vrij groot park, waarvan de bestoven bosschages en de verschrompelde dwergachtige boomen eene armzalige figuur maken; ik kan u verzekeren dat ze niet alle dagen begoten worden. Dit is het Michaëlpark. De paden zijn, evenals gewone trottoirs, met asphalt belegd, hetgeen een vreemden en zelfs onaangenamen indruk maakt, maar toch zeer verklaarbaar is. Zonder deze bedekking, zou het hier, bij eenigszins sterken wind, niet zijn uit te houden door de wolken zand en stof. Alle paden loopen, met zachte glooiing, op een ruim terras uit, van waar men een prachtig gezicht heeft. Daar staat de sociëteit, de _Kroujok_, een prachtig gebouw, waar nog op de onmogelijkste uren gegeten en gedronken wordt. De Russen zijn, zoo als men weet, onverbeterlijke nachtbrakers.

Wij keeren naar het hotel terug, en volgen de breede kaaien die zich langs de nieuwe stad uitstrekken. De kabbelende golven vloeien murmelend weg over de groote steenblokken, welke den voet der naar alle regelen van de kunst gebouwde trotsche kaaien moeten verdedigen. Het is druk en levendig genoeg; de zon zinkt weg achter de heuvelen, waarop zich de perzische begraafplaatsen bevinden; de wandelaars komen naar buiten om de frissche zeelucht in te ademen. Wij zien vele uniformen en niet minder smaakvolle toiletten. Maar om die te zien, behoeft men toch waarlijk niet naar de oevers van de Kaspische-zee te reizen; en is men dan zelfs daar nog niet veilig voor onze onzinnige mode en onze niet minder onzinnige zucht naar eenvormigheid? Gelukkig bieden zij althans eenige afwisseling, die tartaarsche vrouwen, die in haar nationale kleederdracht, aan den voet der kaaimuren op de steenen neergehurkt, haar linnengoed wasschen.

Ik heb kennis gemaakt met den heer T., een der beambten van het huis Nobel; morgen zal ik met hem een uitstapje in den omtrek gaan maken. Het is een zonderling land, dat wij zullen bezoeken. De keten van den Kaukasus loopt aan beide zijden uit in vulkanische terreinen, waaronder de onderaardsche krachten nog voortdurend werkzaam zijn. Bovenal is dit het geval op het schiereiland Apsjeron, ten oosten van den Kaukasus. Op een aantal plaatsen is de grond haast bedekt met werkzame slijkvulkanen; uit spleten in de aardkorst komt ontvlambaar gas te voorschijn, en een enkele vonk is voldoende om een geweldigen brand te ontsteken. Beklim in een stillen donkeren nacht, het plat van den Maagdetoren, en zeer vermoedelijk zult gij het gansche schiereiland overstraald zien met een phosphorischen gloed. Nog in den loop van dit jaar 1886 heeft een der slijkvulkanen, tot op eene hoogte van driehonderd voet, een gaskolom opgeworpen, die 's nachts ontvlamde; de gansche hemel was door een fantastischen rooden gloed verlicht; na verloop van een uur doofde de brand even plotseling uit als hij was ontstaan, tot groote vreugde der doodelijk verschrikte inwoners.

Dergelijke verschijnselen kunnen zelfs in onze sceptische, geblaseerde eeuw niet nalaten, de aandacht en verwondering te wekken: het is dus inderdaad niet vreemd, dat vroegere geslachten daarin iets bovennatuurlijks meenden te zien. Sedert overoude tijden tot op den dag van heden is Bakoe, in de oogen der vuuraanbidders, eene bij uitstek heilige plaats, waarheen zij weleer uit alle landen van Centraal-Azië ter bedevaart togen. De edicten van Keizer Heraclius, die het heilige vuur, dat door de priesters zorgvuldig onderhouden werd, liet uitdooven, vermochten al evenmin deze oude eeredienst te vernietigen, als de vervolgingen, waaraan de volgelingen van Zoroaster bloot stonden nadat de Arabieren Perzië hadden veroverd en de leer van den Islam met het zwaard invoerden. De Parsis weken voor een deel naar Indië uit, waar nog heden hunne nakomelingen worden aangetroffen; de tempel van het heilige vuur staat nog altijd, en telken jare komen nog ettelijke pelgrims uit Hindostan om te dezer plaatse de godheid onder haar schitterend symbool te aanbidden. Morgen zullen wij tot op zekere hoogte hun voorbeeld volgen.

Doch waar komen die vuren van daan, die sedert duizenden van jaren branden? Zij worden veroorzaakt door de naphta- of petroleumdampen, welke door de geweldige drukking van de in onderaardsche holten en kloven opgesloten gassen naar de oppervlakte der aardkorst worden geperst. En de petroleum zelf, waarvan het gebruik in onzen tijd zoo algemeen is geworden, wat is die eigenlijk en van waar komt die?

Wees gerust, vriendelijke lezer, ik ben niet van plan, een wetenschappelijk betoog te gaan houden: en dat te minder, daar de wetenschap zelve op de zoo even gestelde vragen geen stellig antwoord kan geven. Ik behoef er dan ook niet bij te voegen, dat de gevoelens der geleerden op dit als op zoo menig ander punt tamelijk uiteen loopen: wij zullen ons dus in de verschillende theorieën maar niet verdiepen.

Reeds sedert overoude tijden is het gebruik van petroleum of aardolie bekend. Herodotus, Aristoteles, Plinius, Plutarchus, geven ons meer of min uitvoerige beschrijvingen van oliebronnen of naphtabeddingen, die in hun tijd geëxploiteerd werden; Strabo verhaalt dat de Egyptenaren eene soort van naphta of asphalt gebruikten bij het balsemen hunner dooden; bij den bouw van Babel en Ninive bezigde men eene soort van asphalt, dat door verdamping van aardolie uit de bronnen in de nabijheid van den Euphraat verkregen werd. Ook in China en Japan is de aardolie sedert onheugelijke tijden bekend; zelfs werd zij reeds in de oudheid voor het branden van lampen gebruikt. Al heeft de wetenschap dan tot dusverre nog niet het raadsel kunnen oplossen, hoe en waardoor de aardolie eigenlijk ontstaat, voor ons is het genoeg dat de kostbare brandstof voorhanden is en wel, naar het schijnt, in onuitputtelijke hoeveelheid.

21 September.--Wij gaan met den ochtendtrein van tien minuten voor achten; een afzonderlijke spoorweg verbindt Bakoe met de in exploitatie zijnde petroleumbronnen. In Bakoe zelf vindt men niets dan distilleerderijen; de putten zelven liggen acht mijlen meer noordelijk, op het plateau van Balakhani-Saboentsji, dat tweehonderd voet boven de zee verheven is. Stel u een circus voor van drie tot vier kilometers in doorsnede, omgord door lage kalkachtige heuvels; in den bodem van dien circus, die afwisselend uit zand en harde mergel bestaat, heeft men ruim vierhonderd putten gegraven, die bijna allen eene goede winst hebben opgeleverd. Daar staan, vlak naast elkander, de verschillende inrichtingen, die deels aan maatschappijen, deels aan partikulieren behooren; en wel, acht-en-veertig in het district Balakhani en een-en-dertig in Saboentsji.

De rit duurt acht-en-dertig minuten. Als ge uit den trein stapt, treft een eigenaardig schouwspel uw oog: tusschen de honderd-vijftig en tweehonderd zwarte houten stellages, vrij wel overeenkomende met reusachtige fabrieksschoorsteenen, verrijzen voor u; op een afstand van omstreeks tien kilometers zoudt ge ze voor groote bladerlooze boomen kunnen aanzien, die eene soort van oase te midden der woestijn vormen. Elk van deze houten stellages, in het russisch _vichka_ genoemd, verrijst boven een mijnschacht of artesischen put, waarmede men de aardolie, uit zeer verschillende diepte, naar boven voert. De boring geschiedt volgens amerikaansche manier: men gebruikt daarvoor een stevig touw, aan welks uiteinde eene lange zware aard- of steenboor met stalen punt is bevestigd. Het touw loopt over eene katrol, die boven op de omstreeks vijftien meter hooge stellage is geplaatst, en wordt in beweging gebracht door eene stoommachine, die de boor opheft en weer vallen laat.

Het is de gulden tijd niet meer, toen men slechts even den grond had om te spitten om de kostbare vloeistof aan het licht te brengen. Tegenwoordig moet men honderd, tweehonderd el en soms nog dieper in de aarde afdalen om de olie te vinden: en meermalen zoekt men ook dan te vergeefs. De putten in Pennsylvanië bereiken wel is waar eene diepte van tweeduizend voet, maar men moet toch erkennen dat ook te Balakhani de boringen diep en kostbaar zijn. Mijn geleider wijst mij een put van driehonderd meter, waaraan men een vol jaar heeft gearbeid en dertigduizend roebels ten koste gelegd, en die nog niets heeft opgeleverd. Hij brengt mij bij eene andere schacht, waar men sedert drie maanden te vergeefs poogt, door eene aardlaag heen te boren. Dit schijnbaar ongeloofelijke feit vindt zijne verklaring in de geweldige drukking van de gassen, die in het petroleumhoudend zand zijn opgesloten; aan een manometer gemeten, bedraagt die drukking honderdvijftig atmospheren. Onder zulk eene persing is het niet zoo vreemd, dat het geboorde gat zich aanstonds weer vult; de ontvlambare gassen drijven het zand in de buizen:--het is een echte Penelope-arbeid.

Heeft men eenige gegevens om de keus te bepalen voor de plaats der nieuwe putten; is men eenigszins op de hoogte van de vermoedelijke ligging en diepte der oliebeddingen? In geenen deele. Alles is aan het toeval overgelaten; ieder graaft en boort waar hij wil. Sedert twintig jaren heeft men geene aanteekening gehouden van de boringen, zoo als dat toch in alle mijnen geschiedt; dat toch is het eenige middel om met zekerheid iets te weten te komen omtrent de ligging en gesteldheid der beddingen en om noodelooze uitgaven te vermijden. Maar men baadde in den overvloed, en niemand bekommerde zich om de toekomst.--Kan dan soms, bij gebrek van waarnemingen en aanteekeningen, de wetenschap zelve een middel aan de hand doen om zuinig en doelmatig te werken? Evenmin. Gelijk men met zekerheid niets weet omtrent den oorsprong van de aardolie, zoo kan men ook slechts gissingen opperen ten aanzien van de gedaante en de verdeeling der beddingen in de verschillende geologische aardlagen.

Een punt schijnt vast te staan: namelijk, dat de vroegere hypothese van eene doorloopende horizontale oliebedding onhoudbaar is. Putten, op weinige ellen afstands van elkander gegraven, leveren zeer verschillende uitkomsten op. De eene zal al vrij spoedig naar een overvloedig reservoir voeren; de anderen zullen volstrekt niets opleveren of althans tot aanmerkelijke diepte moeten worden geboord. Mijn geleider sprak mij o. a. van vier putten, om zoo te zeggen naast elkander gelegen: de eerste was acht-en-zeventig, de tweede honderd-acht-en-zestig, de derde vijf-en-tachtig, en de vierde honderd-vijf el diep. Ziehier een ander voorbeeld: vlak bij een ouden put van twintig meter, die nog altijd olie oplevert, moest men tot eene diepte van honderd-zes-en-twintig meters boren om eene bedding te vinden. Om dergelijke verschijnselen te verklaren, heeft men vrij algemeen de hypothese aangenomen dat de aardolie is opgesloten in holle ruimten, die onregelmatig van vorm zijn en ook ten aanzien van diepte en ligging zeer ongelijk verdeeld. De boor kan in die holten doordringen, maar ook daarlangs heen gaan; twee naburige putten kunnen gevoed worden uit twee holten, die op zeer verschillende diepte liggen.

Is de boor in een reservoir van aardolie doorgedrongen, dan kan er tweeërlei gebeuren. Vooreerst kunnen de gassen zich met geweld een uitweg banen door de schachten van de boor: dan houdt, naarmate zich het evenwicht herstelt tusschen de onderaardsche spanning en de atmospherische drukking, de uitbarsting allengs op, en om de petroleum te verkrijgen, moet men haar oppompen. Maar het kan ook gebeuren dat, in plaats van gassen, de olie zelve, vermengd met zoutachtig water en zand, met kracht naar boven wordt gedreven. Is dat het geval, dan worden de arbeiders in de vichka gewaarschuwd door een oorverdoovend gebrul, en is het zaak dat zij zich zoo spoedig mogelijk uit de voeten maken. Somwijlen is de uitbarsting zoo hevig, dat de boor met haar schacht, ondanks haar gezamenlijk gewicht van omstreeks driehonderd kilogrammen, in de lucht wordt geslingerd en het bovenste gedeelte van de stellage geheel wordt vernield. De hoogte van deze fonteinen is zeer verschillend: men heeft stralen gemeten van meer dan negentig meter: dat is hooger dan de groote Geijser op IJsland.