Reis naar Merw De Aarde en haar Volken, 1887

Chapter 6

Chapter 63,686 wordsPublic domain

Eenige kilometers voor men aan het station Ravina komt, beginnen de zandduinen zich te vertoonen, die zich dan onafgebroken over eene lengte van omstreeks vijf-en-zestig kilometers uitstrekken. De bouw van dit gedeelte van den spoorweg leverde de grootste moeilijkheden op. De duinen zijn misschien niet hooger dan die langs het strand van de Kaspische-zee, maar zij zijn volstrekt onbegroeid en daardoor aan voortdurende verstuiving onderhevig. Een sterke wind, die eenige dagen achtereen in dezelfde richting waait, kan de duinen soms van een tot twee meter verplaatsen. Het zal dus veel meer moeite kosten, deze losse duinen vast te leggen dan de reeds half begroeide duinen langs de Kaspische-zee; maar voor vernieling van den spoorweg behoeft men niet te vreezen. Wanneer ondanks de genomen voorzorgen, zoo als het plaatsen van paalrijen en staketsels om het zand tegen te houden, op sommige punten verplaatsingen mochten voorkomen, dan zullen die toch niet meer te beteekenen hebben dan aardstortingen op iedere andere lijn: een arbeid van eenige uren zal voldoende zijn om den hinderpaal weg te ruimen en het verkeer te herstellen. De hoogte der uitgravingen bedraagt niet meer dan tien el; de inhoud van de zandheuvels per werst bedraagt gemiddeld elfduizend kubiek meter.

Heeft men deze duinen achter den rug, dan komt men op nieuw in de woestijn, die zich onafgebroken tot de Amoe-darja uitstrekt en afwisselend uit alluvium en zand bestaat. Welk eene verschrikkelijke streek; en hoe volkomen begrijpelijk is, wanneer men deze onherbergzame wildernis aanschouwt, de kalme gerustheid der beheerschers van Hindostan! Zulk eene woestijn mocht inderdaad het beste aller bolwerken worden gerekend, bijna even onoverkomelijk als de oceaan. Maar binnen weinige maanden is alles veranderd: de slagboom is opgeruimd, de kracht van het bolwerk gebroken. Al ware het meer dan vermetel, vooral in dit geval, de toekomst te willen voorspellen, zoo ligt toch eene verovering van Indië--gesteld dat de russische politiek daarop is gericht--vermoedelijk niet in het naaste verschiet. Maar toch.... met welk doel voegt de Tsaar deze afschuwelijke wildernissen en kale steppen bij zijn onmetelijk rijk?

Wij komen te Tsjardjoeï. Bij deze belangrijke stad zal de spoorweg de Amoe-darja moeten oversteken; de ontworpen brug zal eene lengte verkrijgen van meer dan anderhalve kilometer. De oude klassieke Oxus stuwt zijne wateren voort tusschen steile, eenigszins zandige oevers, die eene hoogte hebben van acht tot tien meter. Generaal Annenkof is nog onzeker, of hij hier eene vaste ijzeren brug met wijde bogen zal laten bouwen; en die aarzeling is alleszins verklaarbaar, want hoewel het bed der rivier uit zand bestaat met een dunne laag klei overdekt, en hoewel de diepte, gedurende de helft van het jaar, niet veel meer dan drie voet bedraagt, zouden toch de kosten van zulk een werk zeer aanzienlijk zijn. Naar het schijnt, bestaat nu het plan om gebruik te maken van een eilandje, dat de rivier in twee bijna gelijke takken verdeelt en waaraan een kabel zou worden bevestigd, waarvan het andere uiteinde aan eene stoomponton wordt vastgemaakt. Op die ponton zouden dan de passagiers- en goederenwagens worden overgezet, terwijl de lokomotief zou achterblijven.

Door het doortrekken van den transkaspischen spoorweg tot aan Tsjardjoeï verzekert Rusland zich het bezit van eene rivier, die wat de lengte van haar loop (vijf-en-twintighonderd kilometers) en het jaarlijksch volume van haar watermassa aangaat, in Europa alleen door den Donau en de Wolga wordt overtroffen. Zij vormt de grensscheiding tusschen Bokhara, dat feitelijk eene russische provincie is, en noordelijk Afghanistan. Langs dezen weg kan men troepen vervoeren tot aan de grenzen van Badaksjan, aan den voet der bergpassen van den Hindoekoesh, waarover de wegen naar Engelsch Indië loopen: men begrijpt dus van welk strategisch gewicht het bezit dezer rivier is. Ongelukkig gaat de scheepvaart op de Amoe-darja met bezwaren gepaard, die wel niet onoverkomelijk zijn, maar welker opruiming toch zeer veel inspanning en maatregelen van bijzonderen aard zal vorderen. In het voorjaar en in den zomer, na het smelten der sneeuw op het Pamirgebergte, waar de Amoe-darja ontspringt, bereikt de rivier eene hoogte van vijf tot zes meter; in den winter en den herfst daarentegen bedraagt de diepte niet meer dan twee of drie voet. Om van dezen waterweg in zijn tegenwoordigen toestand gebruik te kunnen maken, moet men dus eene flottille van platboomde stoombooten tot zijne beschikking hebben. Wordt met den bouw van deze vloot evenveel spoed gemaakt als met den spoorweg, dan zal zij zeker binnen niet langen tijd de wateren van den Oxus klieven.

Na eene aanhoudende ingespannen werkzaamheid van achttien maanden, schijnt de verdere voortzetting van de transkaspische spoorlijn voorloopig te blijven rusten. Wij zullen dus ook hier, aan de oevers van de Amoe-darja, het einddoel van onze reis vinden, hoewel het minder gevaarlijk is om een bezoek te gaan afleggen bij den emir van Bokhara, dan bij zijn buurman van Kaboel. Blijft de vrede in Europa bewaard, dan zullen wij in het volgende jaar, zonder eenige vermoeienis of inspanning, in tien uren den afstand van driehonderd-vijf-en-zeventig kilometers kunnen afleggen, die ons van Samarkand scheidt. De aanleg van dit gedeelte der lijn zal veel gemakkelijker zijn dan van de andere. Van de Amoe-darja tot Karakoel, over eene lengte van omstreeks vijftig wersten, heeft men eene waterlooze woestijn; maar verderop kan de lijn den loop volgen van de Sarafsjan, de groote rivier, die naar de oude aziatische metropolis voert. Zal Samarkand dan het eindpunt zijn van den transkaspischen spoorweg? Misschien. De groote stad Tashkend met haar honderdduizend inwoners is nog geen driehonderd kilometers van Samarkand verwijderd; en de eenige ernstige moeilijkheid, die overwonnen zou moeten worden, is de overgang van de Sir-darja, eene rivier die in breedte en beteekenis vrij wel met de Amoe-darja gelijk staat.

En na Tashkend? Op die vraag is geen antwoord te geven; maar de onderstelling is zeker niet gewaagd, dat zulke onvermoeide pionniers als de Russen niet halverwege blijven stilstaan bij hunne vreedzame verovering van Centraal-Azië.

VI

15 September.--Terugkomst te Merw. Als men zoo pas de woestijn verlaten heeft, schijnt de kleine onaanzienlijke stad haast een paradijs. Verschillende officieren van den constructietrein hebben verlof gekregen om mij te vergezellen; het wederzien van dit toekomstige Babylon, de ontmoeting met hunne kameraden, het slapen in een hôtel--ziedaar genietingen, waarnaar zij vurig verlangen. De hôtels van Merw! Verbeeld u dat het mijne sedert acht dagen--alles gaat hier met stoom!--eene geheele verandering heeft ondergaan het is thans in het bezit van eene onbeschrijfbare piano en van eene onweerstaanbare zangeres. Dit noemt men een _café-chantant_; Merw bezit misschien een half dozijn van die inrichtingen, zoo als men ze ook vindt in de binnenlanden van Algerië. Russen en Franschen hebben op dit punt dezelfde liefhebberij. Nu, misschien is het nog beter, na een dag van vermoeienden arbeid, zich 's avonds zoo goed en zoo kwaad als het gaat te vermaken, dan van verveling te versuffen.

16 September.--Toebereidselen tot het vertrek. Afscheidsbezoeken bij de hoofdofficieren, bij allen, die ons met zooveel vriendelijkheid en voorkomendheid ontvangen hebben. Wij vleien ons met de hoop, elkander weder te zien.

De Moergab, die reeds in het begin van September zeer laag was, is in de laatste tien dagen nog meer gezakt, zoodat de kleiachtige steile oevers bijna geheel bloot liggen. Toch kon, in Juni jl., de bedding der rivier het afstroomende water niet bevatten. Sedert men de stuwen en waterwerken, welke door de vroegere sultans waren gemaakt, heeft vernield en laten vervallen, wordt de oase van Merw elk jaar, bij het smelten der sneeuw in de bergen van Afghanistan, door overstroomingen geteisterd. Die van 1886 bereikte eene buitengewone hoogte, en de Russen moesten alle krachten inspannen om de noodlottige gevolgen dier overstrooming te keeren. In aller ijl werden dammen en kistingen opgeworpen om de gaten en kuilen te stoppen, waardoor het water kon binnenstroomen; gelukkig zijn de Tekkés in dit soort van werk zeer ervaren. Ondanks alle inspanning richtte de overstrooming toch groote verwoestingen aan; niet zonder verbazing vernam men dan ook te Petersburg de inwijding van het station te Merw op 2/14 Juli daaraanvolgende. De opening van een spoorweg in eene overstroomde landstreek scheen bijna ongeloofelijk, en toch was het waar. Men was er in geslaagd, de overstrooming te stuiten, de rivier in hare bedding terug te dringen, en op den bepaalden dag te Merw te komen. Een generaal-majoor, adjudant des Keizers, is zoo juist hier aangekomen om zich met eigen oogen van het feit te overtuigen. Ongetwijfeld zal zijn advies de uitvoering bespoedigen van de noodige werken, waardoor de periodieke terugkeer dezer overstroomingen kan worden voorkomen en aan de oase hare vroegere vruchtbaarheid terug gegeven.

De trein van den generaal staat gereed: mij valt de eer te beurt, met Zijne Excellencie naar Oezoen-Ada terug te keeren. Wij vertrekken ten elf uren des avonds.--Als het mij ooit vergund mocht zijn, in deze landstreken terug te komen, wat zal ik dan vinden in plaats van de dorre steppen en de sedert eene eeuw ontvolkte oasen? Die oasen kunnen en zullen zonder eenigen twijfel, door het aanleggen van waterwerken en irrigatiekanalen, in haar vroegeren toestand van vruchtbaarheid en bloei worden hersteld; zelfs zal het mogelijk zijn, de steppen, waarvan de grond vruchtbaar is, door aanvoer van water, over groote uitgestrektheden in kultuur te brengen.

Over de vraag, waaraan de herhaalde afwisselingen van vruchtbaarheid en dorheid moeten worden toegeschreven, die sedert twee- à drieduizend jaar in Turkmenië voorkomen, loopen de gevoelens der geografen uiteen. Toch schijnt de Amoe-darja als de onmiddellijke oorzaak te moeten worden beschouwd van de veranderingen, welke historisch zijn gestaafd; en deze oorzaak is hoogst waarschijnlijk zelve weder het gevolg van natuurkrachten, wier werking zich ook openbaart in de naphta- en petroleumbronnen.

Ten tijde van Strabo stortte de Oxus zich in de Kaspische-zee uit; de handel tusschen den Pontus Euxinus en Indië volgde de waterwegen, die ten oosten van de Kaspische-zee eene voortzetting vormden van de vallei van de Koer in Transkaukasië. Het mag inderdaad onmogelijk worden geacht, dat de grieksche geografen, na de veroveringen van Alexander en de stichting van helleensche staten in Centraal-Azië, vooral ook na het onderzoek van de oostelijke oevers der Kaspische-zee door den zeevaarder Patroclus op last van Seleucus I, zich omtrent een zoo belangrijk punt als de loop van den Oxus zouden hebben vergist. Maar tijdens de oudste arabische en turksche schrijvers had de rivier zich noordwaarts gekeerd en stortte zich in het Aralmeer uit; alle arabische geschriften en dokumenten uit dit tijdvak staven dat feit. In de veertiende eeuw hernam de Oxus weer de richting naar de Kaspische-zee, daarbij de natuurlijke helling van het terrein volgende, dat met een vrij sterk verval (ruim veertien centimeters per kilometer) naar die zee afdaalt. Ongeveer twee eeuwen achtereen stroomde de rivier nu door de nieuwe bedding; maar omstreeks het midden der zestiende eeuw wendde de Amoe-darja zich nogmaals van de Kaspische-zee af en keerde, voor zoover ons bekend is, ten tweeden male, naar het meer Aral terug.

Deze herhaalde verplaatsingen, waarvan onbetwistbare dokumenten gewag maken, zijn bovendien op de meest afdoende wijze bevestigd door de nauwkeurige verkenningen en opnemingen van de oude bedding van den Oxus, thans onder den naam van de Oesboï bekend, die ter hoogte van de stad Koenia-Oergendsh zich van de tegenwoordige bedding afscheidde en naar de baai van Krasnowodsk liep. De verlaten bedding, gemiddeld een kilometer breed, is zoo duidelijk kenbaar, als ware het water eerst kort geleden weggevloeid. De steile oevers zijn in den kleiachtigen grond tot eene diepte van twintig en vijf-en-twintig meters uitgegraven; slechts hier en daar zijn de gelijkmatige aardlagen met taluds van zand bedekt. De platen en eilanden, waarmede de rivier bezaaid was, zijn nog duidelijk zichtbaar. De diepe kuilen in de oude bedding zijn op vele plaatsen met water gevuld en vormen langwerpige, kronkelende plassen, aan stukken van eene rivier gelijk; struikgewas en rietbosschen verkwikken het oog van den reiziger, die weken lang niets heeft aanschouwd dan de naakte steppen; hier en daar ontmoet hij zelfs, langs den zoom van het zoete water, boschjes van populieren en wilde olijven. De ruïnen van steden en dorpen, die men, bepaaldelijk tusschen de delta van de Amoe en het meer Sari-Kamisch, langs de oevers van de Oesboï aantreft, zijn onbetwistbaar uit twee verschillende tijdperken afkomstig, overeenkomende met de twee perioden gedurende welke de Oxus zijn loop nam naar de Kaspische-zee. De bouwvallen der oudste steden getuigen van eene mate van ontwikkeling, beschaving en rijkdom, die zeer veel hooger staat dan hetgeen de meer moderne ruïnen ons te aanschouwen geven: deze laatsten komen geheel overeen met de ruïnen der eerst in den laatsten tijd gebouwde turkmeensche steden. Trouwens, hetzelfde verschijnsel hebben wij waargenomen bij de ruïnen van Sultan-Sandjar-Kala en van Baïram-Ali, die beiden achtereenvolgens de plaats van het tegenwoordige Merw hebben ingenomen; slechts in de eerste, oudste stad vindt men artistieke monumenten, freskoos en geëmailleerde tegels.

De Amoe-darja is echter niet de eenige rivier in deze landstreek, welke in den loop der tijden hare bedding heeft verlegd. Toen de Amoe zich nog in de Kaspische-zee uitstortte, liep de Sirdarja of Iaxartes in den Oxus uit; het groote meer Aral bestond toen niet of was althans niet veel meer dan een moeras. De schrijvers die melding maken van de landstreek, welke door den Oxus en den Iaxartes wordt besproeid, gewagen van het meer Aral alleen in die tijdperken, waarin de genoemde rivieren zich niet meer in de Kaspische-zee uitstorten.

Terwijl de hoofdstroom van den Oxus zich, langs de bedding van de tegenwoordige Oesboï, naar de baai van Krasnowodsk richtte, schijnt een andere tak van de rivier, uitgaande van Tsjardjoeï, zijn loop in westelijke richting te hebben genomen door de toenmaals boschrijke en vruchtbare vlakte, thans als de woestijn van Karakoem bekend. De Moergab van Merw en de Tedsjen, die zich thans in het zand verliezen, stortten zich toen zeker in dien tak van de Amoe-darja uit. Naar alle waarschijnlijkheid had ook de Sarafsjan vroeger haar uitmonding in de Amoe; tegenwoordig verdwijnt zij in den grond op betrekkelijk korten afstand van die rivier, waarin zij zich ongeveer tegenover Tsjardjoeï moet hebben uitgestort.

Deze veranderingen en omkeeringen zijn te verklaren, wanneer men aanneemt dat de bodem beurtelings is gerezen en gedaald, waardoor natuurlijk de richting van het verval geheel gewijzigd werd. Dergelijke golvingen van den grond zijn des te waarschijnlijker, omdat zij slechts enkele meters behoeven te bedragen ten einde eene geheele verplaatsing te weeg te brengen van de rivierbeddingen. De geologie heeft reeds op verschillende punten van den aardbol dergelijke rijzing of daling van den bodem geconstateerd; en binnen de grenzen van de landstreek zelve, waarover wij nu spreken, kunnen wij wijzen op de bewegingen van den grond in den omtrek van Bakoe, dat wil zeggen in het brandpunt der natuurkrachten, die de naphta- en petroleumbronnen naar de oppervlakte der aarde drijven. Het petroleumbekken van Transkaukasië strekt zich echter ook onder den grond van het transkaspische gebied uit: in de beide landen kunnen dezelfde oorzaken dezelfde gevolgen hebben te weeg gebracht.

De nauwkeurige waarnemingen en waterpassingen, voor den aanleg van den spoorweg noodig, hebben zeer belangrijke inlichtingen verschaft over de golvingen en oneffenheden van het terrein, en daarbij de middelen aangewezen, om van de tegenwoordige gesteldheid zooveel mogelijk partij te trekken. De Moergab en de Tedsjen leveren eene voldoende hoeveelheid water, om zelfs zonder groote onkosten, de oasen van Merw en van de Atek weer in haar vroegeren toestand te herstellen; voor de vruchtbaarmaking van de oase van Akhal-Tekké kan men de rivieren van het plateau van Iran gebruiken. Maar om de woestijn van Karakoem, althans gedeeltelijk, voor de kultuur te herwinnen zal men een irrigatie-kanaal moeten aanleggen, dat boven Tsjardjoeï van de Amoe-darja uitgaat en de natuurlijke golvingen van het terrein volgt. Eene terugleiding van de rivier in de voormalige bedding, door de Oesboï aangewezen, is thans onmogelijk door de veranderingen, welke de bodem sedert heeft ondergaan en welke de Amoe-darja juist gedwongen hebben, zich een weg te banen naar het meer Aral. Toch hebben de russische ingenieurs hier eene schoone taak te vervullen, wanneer zij er in slagen, deze wijd uitgestrekte landstreken, deze steppen en wildernissen, waar het alleen aan water hapert, tot nieuw leven en vruchtbaarheid te wekken en ze wederom te maken tot hetgeen ze eenmaal waren: de voorraadschuren van Centraal-Azië.

17 September.--Acht uren des morgens. Wij komen te Askhabad, na in negen uren een traject van driehonderd-vijf-en-veertig kilometers te hebben afgelegd. Als wij den tijd van oponthoud aan de stations mede in rekening brengen, heeft de trein met eene snelheid van ruim veertig kilometers in het uur gereden: hetgeen inderdaad knap mag worden genoemd voor eene lijn, die ter nauwernood voltooid is. Ik verlaat den salon-wagen, waar ik een uitmuntenden nacht heb doorgebracht en roep een koetsier, om een bezoek te gaan afleggen bij generaal Komarof: want, even als in Europa, vindt men ook hier rijtuigen bij aankomst van den trein.

De stad ligt ruim vijftienhonderd meters van het station verwijderd; de weg die beiden verbindt zou niets te wenschen overlaten, ware hij niet bedekt met zulk eene dikke laag stof, dat door den wind wordt aangevoerd. Ik durf mij nauwelijks voorstellen, hoe men het hier maken moet bij storm uit het noorden.

Askhabad is vele jaren ouder dan Merw en is dan ook drukker en als handelsplaats belangrijker; intusschen laat het zich aanzien dat Merw deze stad spoedig genoeg overvleugelen zal. Generaal Komarof bewoont een zeer fraai huis, zoo als men er in Merw nog geen vindt. Ik word dadelijk toegelaten bij Zijne Excellencie, die in zijn kabinet, eene zeer ruime zaal, aan het werk is. In warme landen is het de gewoonte--en eene zeer goede gewoonte--groote, ruime kamers te maken; maar in Turkmenië, waar het 's winters zoo geducht koud kan zijn, moet men in zulke zalen half bevriezen.--De generaal ontvangt mij met de meest voorkomende vriendelijkheid; hij verhaalt mij van zijn reis, nu kort geleden, naar de vallei van de Atrek en de perzische grens, en laat mij zijne rijke verzameling van photografiën en van antiquiteiten zien: generaal Komarof is namelijk niet alleen een militair, maar ook een geleerde en een ijverig navorscher. Na zijn ontslag uit de militaire dienst, stelt hij zich voor, een omvangrijk werk uit te geven over de landen van den Kaukasus en Voor-Azië.

Ik moest dien dag bijzonder veel van mijne maag vorderen: om twaalf uur dejeuneerde ik met generaal Annenkof in den trein; om half twee dejeuneerde ik nog eens bij generaal Komarof; om vier uur lunch bij denzelfden; om zeven uren diner in den trein; om negen uur, receptie in de militaire societeit; te middernacht officieel souper bij den opperbevelhebber van het transkaspische gebied.--Dit gebied of deze provincie is--in het voorbijgaan gezegd--in zes districten verdeeld, aan het hoofd waarvan een kolonel of een luitenant-kolonel staat. Deze zes districten zijn: Fort-Alexandrowski, Krasnowodsk, Askhabad, Karibent, Merw en Pendeh; de inlandsche bevolking wordt op ongeveer vijfhonderd-vijftigduizend zielen geschat.

De trein zette zich tegen half drie in den morgen in beweging: het was meer dan tijd. Het is mij niet mogelijk geweest, een bezoek te brengen aan de ruïnen van Nissa, op eenige wersten afstands, aan den voet der perzische bergen gelegen. Men vindt in den bazar van Askhabad prachtige perzische tapijten en verschillende produkten van Merw, Afghanistan en Bokhara, waaronder zeer fraaie zaken. Deze artikelen zijn niet duur, maar men moet er kennis van hebben.

18 September.--Negen uur 's morgens. Aankomst te Kizil-Arwat. Wij hebben op nieuw tweehonderd kilometers afgelegd, met eene snelheid van vijf-en-veertig kilometers in het uur. De generaal neemt de werken voor den bouw van het nieuwe station, tot in de kleinste bijzonderheden, in oogenschouw. Hij gaat overal heen en ziet alles na: ondanks zijne vijftig lenten schijnt de brandende zon hem niet te hinderen. Bedenk daarbij, dat hij aldus onafgebroken sedert vijftien maanden bezig is.

De steppen, de zandduinen, de Groote- en de Kleine Balkan vliegen langs ons heen: de trein heeft eene snelheid van vijftig kilometers in het uur. Wij dalen in volle vaart het zandige plateau van de kuststreek der Kaspische-zee af, waartegen de gewone passagierstrein, bij onze aankomst, zich langzaam moest opwerken. Vier uren na ons vertrek van Kizil-Arwat zijn wij weer te Oezoen-Ada, dat in dien tusschentijd belangrijke veranderingen en vergrootingen heeft ondergaan. Het is vier uren in den namiddag; wij hebben tweehonderd-vijftig kilometers afgelegd.

De schrijvers, die aan de Russen de talenten en bekwaamheden der west-europeesche rassen ontzeggen en geene gelegenheid laten voorbijgaan om tegen Rusland en voor Engeland partij te kiezen, zouden wel doen, indien zij hun studeervertrek eens verlieten om zich met eigen oogen te overtuigen van het groote werk in het hart van Azië volbracht, en dat, zoo noodig, met onverzettelijke energie zal worden voortgezet tot de eindelijke, de onvermijdelijke ontknooping. Zij zouden dan begrijpen dat wellicht de tijd nadert voor het vereffenen van zekere sedert lang loopende rekeningen, en dat misschien de negentiende eeuw niet ten einde zal spoeden, zonder getuige te zijn geweest van groote en gewichtige gebeurtenissen.

En wat hen niet het minst zou verbazen, is het gering bedrag der kosten van het zoo gelukkig volbrachte werk. De kosten van aanleg van den transkaspischen spoorweg bedragen niet meer dan twee-en-dertig duizend roebels per werst, daaronder begrepen de kosten der metalen rails en van het rollend materieel, welk een en ander uitsluitend door russische fabrieken geleverd wordt. Als men de ontzaglijke afstanden en de bezwaren, aan het verblijf in de turkmeensche steppen eigen, in aanmerking neemt, dan mag dit cijfer inderdaad zeer gering heeten. Onder de voornaamste oorzaken van deze geringe uitgave moet men voorzeker in de eerste plaats rekenen de omstandigheid, dat een zeer groot deel van het personeel uit militairen bestaat; en voorts het gebruik van inlandsche arbeiders, die weinig kosten en veel werk verrichten, ondanks sommige zeer primitieve gebruiken. Daartoe behoort onder anderen de aartsvaderlijke gewoonte om elkander van hand tot hand de steenen voor den bouw over te reiken en om de uitgegraven aarde in zakken te vervoeren. Ik houd het er voor, dat de metselaars bij den torenbouw van Babel op gelijke wijze te werk gingen. Voor elken zak zijn drie man noodig: een die de aarde uitgraaft, een die den zak vasthoudt en wegdraagt naar de plaats van berging, waar een derde man den voorraad in ontvangst neemt en zoogenoemd verwerkt.