Reis naar Merw De Aarde en haar Volken, 1887
Chapter 3
Het was reeds volslagen donker, toen wij, na langs een paar stations te zijn gespoord, de oase van Atek bereikten. Alvorens wij onze slaapplaats gereed maken, gaan wij even naar den waggon-restaurant. Want wij zijn, Goddank! niet opgesloten in nauwe kompartimenten, waar de reizigers elkander onnoozel zitten aan te kijken en dikwijls uren en dagen lang geen woord met elkander wisselen. De welbekende rit van Brindisi naar Parijs duurt twee-en-vijftig uren; als gij ter plaatse uwer bestemming komt, kunt ge u niet meer verroeren, en verkeert ge in een toestand van verdooving en verstomping, die niet wel te beschrijven is. Wie dat eenmaal ondervonden heeft, vergeet die marteling nooit. In de treinen van den transkaspischen spoorweg kunt ge ongehinderd rondloopen, gaan zitten waar ge verkiest, en pleizierige reisgenooten opzoeken, die ge in Rusland zeer licht vindt. De waggon-restaurant, die in onmiddellijke gemeenschap staat met een keuken, bevat niets dan eene groote tafel, waaraan twintig personen kunnen zitten. Wij treffen hier zeer vriendelijke officieren aan, die dadelijk plaats voor ons maken. Want, om de waarheid te zeggen, dient de spoorweg voornamelijk tot het vervoer van het militaire personeel, dat bij den aanleg en de exploitatie werkzaam is; andere passagiers zijn er nog niet veel. Natuurlijk ontbreekt hier de samovar niet; maar zoo ge, boven de geurige thee, de voorkeur geeft aan een zeer goeden wijn uit de Krim of het uitmuntende bier van Kazan, dan hebt ge maar voor het kiezen. De _borchtch_, de nationale soep of brei, met zure melk toebereid, zal u misschien minder aanstaan; maar ge kunt malsche lamskoteletten krijgen en smullen aan de overheerlijke meloenen van de oase van Akhal-Tekké, die ook zeer smakelijke peren en druiven oplevert.
5 September.--Gedurende den nacht zijn wij door de oase van Atek gestoomd, die langs den voet der bergen een vruchtbare strook vormt, minder lang en ook minder bevolkt dan de voorafgaande oase,--de bevolking wordt op omstreeks vijftigduizend zielen geschat--maar rijker aan groen en geboomte. Zij eindigt aan het belangrijke station Doesjak, het zuidelijkste punt van den transkaspischen spoorweg, van waar later, als de omstandigheden en bovenal de politieke verhoudingen het toelaten of vorderen, de lijn kan worden doorgetrokken naar de afghaansche grenzen, naar Herat, Kandahar en de beroemde passen van Bolan. Ook wanneer wij de eventualiteit van eene verovering van Indië door de legers van den Tsaar buiten rekening laten, zou toch de aansluiting van de indische spoorwegen aan de transkaspische lijn, uit een economisch oogpunt, een feit zijn van overwegend gewicht. De afstand tusschen Calcutta, Delhi, Lahore en westelijk Europa zou met de helft worden verkort: in tien of twaalf dagen zou men van Parijs de oevers van den Ganges kunnen bereiken. Zal deze verbinding binnen kort tot stand komen? Het is niet waarschijnlijk, hoewel het werk geene bijzondere moeilijkheden oplevert. De afstand van Doesjak naar de grenzen van Afghanistan bedraagt niet veel meer dan tweehonderd kilometers; van daar tot de passen van Bolan, waar het indische spoorwegnet eindigt, is de afstand omstreeks achthonderd kilometers; maar in die uitgestrekte landstreek stuit men niet op natuurlijke moeilijkheden, als in de turkmeensche woestijn. Nergens vindt men hier zand, maar daarentegen bijna overal menschen en water. Doch hoe zal Engeland te bewegen zijn om in Centraal-Azië de hand te reiken aan zijn eeuwenouden mededinger, wiens geringste beweging Groot-Brittanje sidderen en beven doet?
Voorbij Doesjak verlaat de spoorweg eensklaps de zuid-oostelijke richting en buigt zich naar het noordoosten. De woestijn van het alluvium strekt zich uit tot aan de belangrijke rivier de Tedsjen, die van Afghanistan komt en onder den naam van Heriroed langs Herat stroomt; over de rivier ligt, ten behoeve van den spoorweg, eene voorloopige houten brug, welke eerlang door eene ijzeren zal vervangen worden. In de nabijheid staat het station Karabent, onlangs gebouwd in eene kleine oase, die zich ongetwijfeld zal uitbreiden, wanneer het water van de Tedsjen zich niet langer doelloos in het zand van de Karakoem zal verliezen, maar behoorlijk benuttigd en door irrigatiekanalen geleid zal worden.
Het onvruchtbaar alluvium begint opnieuw aan gene zijde van de Tedsjen en strekt zich, over eene lengte van zeventig wersten, tot aan de oase van Merw uit. De drie volgende stations liggen midden in de woestijn; er is geen water dan voor zoover het kunstmatig wordt aangevoerd. Weer vertoonen zich de zandduinen; overal is de grond als met gaten doorboord, die het werk zijn der witte ratten. Volgens de Russen zijn deze ratten veel meer te duchten dan hun grijze broeders en zullen zij eenmaal alle andere rattensoorten verdelgen.
De zon was juist boven de kim opgegaan toen wij de oase van Merw bereikten. Wij zien een kamp van militaire arbeiders, die bezig zijn met het leggen van de telegraaf. Twee telegraaflijnen zullen Merw, Tsjardjoeï, Bokhara en Samarkand met het russische rijk verbinden; generaal Annenkof, niet tevreden met de oude lijn, kort na de bezetting aangelegd, heeft voor zich eene bijzondere lijn laten maken, die in zijn kabinet uitkomt en hem ook volgt in zijn specialen trein.
De zandduinen verdwijnen allengs; naarmate men de Moergab nadert neemt de plantengroei toe; een fluweelig grastapijt bekleedt de zoomen van kunstmatige beken, overblijfselen van groote waterwerken, omstreeks het jaar 1000 aangelegd door een beroemden sultan, wiens graf wij weldra zullen bezoeken, sultan Sandjar. Tenten en hutten, ruiters en voetgangers verlevendigen dit landschap, dat welhaast een paradijs schijnt, vergeleken bij de woestijn van zoo even. Maar boomen, echte boomen, zien wij nog niet.--Het station Karibata, het laatste voor Merw. Er is hier een groot militair kamp, met talrijke hutten en tenten; een aantal inlandsche werklieden arbeiden, onder het bevel van russische soldaten, aan de voltooiing van den weg.
Eensklaps neemt de plantengroei weer af en vertoont het zand zich weer. Wij zijn hier in een deel van de oase, dat niet meer kunstmatig besproeid wordt. Negen kilometers verder wordt alles weer groen; de groepen van tenten naderen al dichter tot elkander; talrijke kudden van groote fraaie runderen loopen rustig te grazen, zonder zelfs om te kijken naar den voorbij snorrenden trein. De streek is bij uitnemendheid wildrijk. Weldra beginnen ter wederzijde de bebouwde akkers, en vertoonen zich de eerste boomen. Dorp grenst aan dorp; geen duim gronds blijft ongebruikt; aarden muren en wallen vormen de scheiding tusschen de verschillende eigendommen; overal goed besproeide moestuinen en boomgaarden; eene menigte paarden en kameelen, vooral dromedarissen.--Wij stoomen langs een groot dorp, waarvan de leemen huizen met ronde koepeldaken zijn gedekt. De flora is rijk en weelderig; alom prachtig geboomte. Kort daarna zien wij ter linkerhand eene groote citadel, waarvan de aarden wallen door eene breede rivier worden besproeid: wij zijn te Merw.
III
Sedert de feestelijke inwijding van het station te Merw zijn niet meer dan twee-en-vijftig dagen verloopen; na dit feest werd aan de troepen zes weken rust gegund; maar nu is men overal druk bezig met bouwen, zoowel bij het station als in de stad. Wij stappen uit den trein en vertrouwen onze valiezen aan perzische _facchini_; omnibussen of openbare rijtuigen vindt men hier nog niet, maar ook dat zal wel komen. Te Askhabad bestaat zoo iets reeds. Overigens behoeft men niet ver te gaan: de nieuwe stad grenst vlak aan het station. De wandeling heeft dus op zich zelve niets te beteekenen: maar het stof! Tot over de enkels waadt gij door het stof, ge ademt het met volle longen in, het omgeeft u als eene dichte wolk. Dit is bepaald nadeelig voor de gezondheid; hierin moet en zal ook wel verbetering komen, maar men kan niet alles op eens verlangen.
Onder het geleide van een jongen Pool, die duitsch spreekt en ons als tolk dient, gaan wij naar het voornaamste hôtel: daar zijn geen kamers open. Wij vervolgen onze wandeling door de breede straten, waar de zon brandt en nog geen lommer verkwikking schenkt, en begeven ons achtervolgens naar vijf logementen, allen opgevuld met officieren en ambtenaren. De zaak begint ernstig te worden: er rest ons nog maar één logement, dat pas voor eenige dagen is geopend en zelfs nog geen naam heeft; de metselaars leggen er de laatste hand aan en de kalk is nog niet droog. Men geeft ons zeer kleine kamertjes in de benedenverdieping: trouwens, alle hôtels hebben, even als de andere huizen en gebouwen, slechts eene verdieping. Een bed, een ongeverfde houten tafel, twee matten stoelen, maken het ameublement uit; het bed is een eenvoudige plank, bedekt met een dunne matras, welke met keisteenen schijnt opgevuld; als ik de deken oplicht komt een aardige duizendpoot te voorschijn, die haastig in den grond verdwijnt: een houten vloer is er nog niet. Ik deel al deze bijzonderheden mede, om eenig denkbeeld te geven van de ontberingen, die de Russen in deze streek hebben moeten lijden, van hunne taaie volharding en ontembare energie. En nu is de tijd der groote hitte nagenoeg voorbij; de laatste storm uit het noordoosten heeft eensklaps scheiding gemaakt tusschen den zomer en den herfst; acht dagen te voren teekende de thermometer, bij dag en bij nacht, tusschen de 40 en 45° (Celsius). Dan wemelt het overal van schorpioenen en van allerlei kruipend gedierte, het een al vergiftiger dan het andere. Nu is al dat gedierte weggekropen in den grond, in de spleten en gaten, welke men overal ook in de huizen aantreft, en zij houden zich daar schuil tot het volgende voorjaar. Maar in dien tusschentijd zullen de gaten wel zijn dicht gestopt en de planken vloeren gelegd.
Na een ontbijt, dat u, zoo ge een lekkerbek zijt, zeker zou hebben doen walgen, gaan wij op weg om een bezoek af te leggen bij generaal Annenkof, directeur-generaal der werken van den transkaspischen spoorweg. Eene voorloopige houten brug van vijftig meter lengte, waarvan ook de spoorweg gebruik maakt, voert over de Moergab. De handelswijk, waar wij afgestapt zijn, ligt op den linker oever der rivier; haar rechtlijnige straten, die elkander kruisen, hebben overvloedige ruimte om zich in de oase te verlengen; zij prijken met jonge boompjes, die nu nog geen schaduw geven, maar over eenigen tijd de zonnige straten in fraaie boulevards zullen herscheppen. De administratieve wijk zal op den anderen oever der rivier verrijzen. De kern daarvan wordt reeds gevormd door een tiental groote gebouwen van baksteen, die een vrij goed figuur maken en bestemd zijn voor de burgerlijke en militaire ambtenaren en voor de beambten van den spoorweg. Ook de groote turkmeensche citadel ligt op den rechter oever; haar aarden wallen, welke de spoorweg doorsnijdt, zullen de toekomstige russische stad omgeven, welke alzoo geheel afgescheiden zal zijn van de handelswijk, waar het inlandsche element de overhand heeft.
Na eene flinke wandeling in de brandende zon, ontdekken wij de woning van den generaal. Het is twee uur: het uur der siesta voor hen, die zich dat genot mogen gunnen. Maar niet ieder heeft daartoe den tijd. Wij worden aanstonds bij den generaal toegelaten. Zijne Excellencie, in uniform, omringd door tafels die met papieren, teekeningen en kaarten bedekt zijn, ontvangt ons met de grootste vriendelijkheid. Zijn geheele voorkomen teekent den werkzamen energieken man, die al zijne krachten wijdt aan de spoedige voltooiing van eene groote strategische onderneming.
"En uwe _otkrytyi-list?_ vraagt hij eensklaps.--O! des te beter: alles is in orde. Ik heb zeer stellige en strenge bevelen, en het zou mij leed hebben gedaan, maar..... Hebt gij te Askhabad generaal Komarof gezien? Niet! Nu, dan moet ge nog heden uwe opwachting maken bij den kolonel Alikhanoff, den gouverneur van Merw, en bij den kolonel Liniëwitsch, den bevelhebber der troepen. En wacht niet, met hun uwe papieren te laten zien, tot zij u daarnaar vragen. Ik zal u mijn ordonnans medegeven en wacht u, heden avond, te dineeren, in mijn trein. Sedert vijftien maanden heb ik geen ander logies."
Wij vertrekken, voorafgegaan door een kozak, wiens borst behangen is met ordeteekens van Sint-George. Dit is eene ernstige onderscheiding, die wat te beteekenen heeft. Zoo vaak gij in Rusland het geel-zwarte lint op de borst van een officier of een soldaat ziet, weet ge met wien ge te doen hebt. De statuten dezer orde laten geene ruimte voor gunstbewijs of willekeur: even als bij ons ten aanzien van de militaire Willemsorde, moet men ook, om de Sint-George-orde te verwerven, onder bepaalde omstandigheden zijn leven hebben gewaagd, deze of die uitstekende daad hebben verricht, om recht te hebben op het kruis van deze of die klasse. Het eenige onderscheid is, dat deze kruisen te gelijk gedragen worden: wie tot eene hoogere klasse opklimt, blijft toch het insigne van de lagere dragen. Op de handhaving van de regels dezer orde wordt zoo streng gelet, dat zelfs de tegenwoordige Keizer het kruis der eerste klasse niet bezit: alleen de grootvorsten Michael en Nikolaas bezitten dat, omdat zij, gedurende den laatsten turkschen oorlog, nieuwe provinciën aan het rijk hebben toegevoegd. De kozak, die ons vergezelt, is verscheidene malen gedekoreerd met het soldatenkruis; generaal Annenkof heeft het nog niet tot het officierskruis gebracht, ondanks eene ernstige verwonding: aan het gevest van zijn degen draagt hij een geel-zwart dragon, in zekeren zin het zinnebeeld van onnoodig moedbetoon. De generaal zelf verhaalt ons, dat hij aan zijn arm getroffen werd, omdat hij, zonder noodzaak, zich aan de zijde van Skobeleff aan een moorddadig geweervuur had blootgesteld.
Wij waden inmiddels door het afschuwelijke stof, waartegen onze hooge laarzen ons ter nauwernood beschermen. De kolonels Liniëwitsch en Alikhanoff, die niet onder de bevelen staan van generaal Annenkof, aan wien uitsluitend de leiding der spoorwegwerken is opgedragen, ontvangen ons zeer vriendelijk, al is hunne gebrekkige kennis van het fransch een hinderpaal voor onze conversatie. Vooral de kennismaking met Alikhanoff interesseerde mij zeer. Wie heeft niet hooren spreken van dien held, in het russische leger weinig minder beroemd dan Skobeleff zelf? Hij woont niet in een huis, maar in eene reusachtige tent, versierd met perzische en turkmeensche tapijten, met tropeeën van oostersche wapenen en soortgelijke zaken; met zijne hooge vorstelijke gestalte, zijn mannelijk schoon indrukwekkend gelaat, zijn prachtigen blonden baard, zou men hem, in deze omgeving, voor den beheerscher, den khan des lands kunnen aanzien. En dat is hij ook inderdaad. Afkomstig uit den Kaukasus, van geboorte een lesghische khan, wiens ware naam eigenlijk Ali is, heeft hij meer dan iemand anders bijgedragen tot de onderwerping van Merw: zijne hoedanigheid van Muzelman maakte hem bij voorkeur geschikt tot het voeren der onderhandelingen met de weduwe van den laatsten khan van Merw, die hare onderdanen tot onderwerping aan Rusland wist te bewegen. Hij oefent een bijna onbeperkten invloed uit op zijne geloofsgenooten, die te eerder zich aan zijne bevelen onderwerpen, omdat zij daardoor althans den schijn kunnen vermijden, aan een Christen te gehoorzamen. Daarbij is de roem van zijne schier fabelachtige dapperheid alom verspreid en omgeeft hem de glans van het avontuurlijke. Reeds tot den rang van kolonel opgeklommen, werd hij wegens een ongelukkig duel--het duel is in het russische leger verboden--van zijn rang ontzet; tot gemeen soldaat gedegradeerd, herwon hij in weinige jaren zijne epauletten; het laatst onderscheidde hij zich te Koetska, waar hij, onder de oogen van zijn chef, den generaal Komarof, eene ernstige kastijding toediende aan de Afghanen, die zich zelven voor onoverwinnelijk hielden. Alikhanoff, thans voor de tweede maal kolonel, gouverneur van het district Merw, opperste khan van de groote oase, is eerst vijf-en-dertig jaar oud!
Deze bezoeken hielden ons bezig tot zeven uur, het uur voor het diner. De generaal had ons vooruit gewaarschuwd, dat wij het zonder dames moesten stellen: inderdaad zijn in het kamp geene vrouwen te vinden. Men heeft hier zoo veel te doen en werkt zoo ijverig, dat men het gemis niet voelt. Zelfs onder het diner wordt de arbeid niet vergeten. De generaal, die open tafel houdt, spreekt met zijne officieren en zijn ingenieurs over de te verrichten werkzaamheden, wint hunne adviezen in en laat zich tot in de geringste bijzonderheden omtrent alles inlichten. Zoodra de koffie is rondgediend, staat Zijne Excellencie op, groet en begeeft zich naar zijn waggon. Men gaat hier over het algemeen vroeg ter ruste om den volgenden morgen vroeg te kunnen beginnen.
De trein, waarin wij zoo vriendelijk en gastvrij ontvangen worden, verdient wel eene korte beschrijving. Hij bestaat uit vijf wagens: een waggon met twee verdiepingen, die logies bevat voor den generaal, voor den dienstdoenden adjudant, voor den particulieren sekretaris en voor de ordonnancen; een waggon-eetzaal, waar gemakkelijk twintig personen kunnen aanzitten; een keuken-waggon; een bureau-waggon, waar de stukken, kaarten enz. zijn geborgen en waar de adjudant arbeidt; een open wagen, die met een licht dak is overdekt en van stores voorzien, waaruit men den weg kan overzien en waar, bij mooi weer, ook gegeten wordt.
Het appartement van den generaal is keurig, smaakvol, maar is een miniatuurkamer. Verbeeld u dat ge in een _sleeping-car_ moest wonen! Maar het is gemakkelijk: men heeft alles vlak bij de hand. Als ge u des avonds ter rust begeeft, bepaalt gij het uur van vertrek: middernacht, twee uur, vijf uur in den morgen; de trein vertrekt zonder dat ge voor uw gewonen tijd behoeft op te staan; en op het bepaalde uur zijt gij ter plaatse uwer bestemming, met uw papieren, uw teekeningen, uwe geheele bibliotheek.
Bij het heengaan spreekt de generaal met ons af, dat wij overmorgen ochtend bij hem zullen komen: wij zullen dan met hem een tocht maken in de richting van de Amoe-darja.
6 September.--Wij hebben zeer slecht geslapen in ons logement, dat sedert weinige uren den weidschen naam draagt van Slavisch hôtel. Ik herinner mij, dat ik in Griekenland--niet te Athene, maar in de kleine binnenstadjes--aan tafel een zelfde servet gedurende verscheidene dagen door verschillende gasten heb zien gebruiken. Maakte iemand er aanmerking op, dat hij een vuil servet kreeg, dan antwoordde de bediende dood bedaard: "Kyrie (Heer), het is pas twee keer gebruikt."--Hier gebeurt hetzelfde, niet enkel met servetten, maar ook met de beddelakens of liever met het eenige laken, waarin ge u zoo goed mogelijk wikkelen kunt. Al het linnengoed van onze gastwaardin wordt, met haar oude japonnen, in een koffer bewaard. Erger u daarover niet: al wat ge hier aanschouwt bestaat eerst sedert drie of vier maanden: deze stad van drieduizend zielen is als uit den grond verrezen: zij breidt zich met den dag uit en voltooit langzamerhand hare inrichting. In het volgende jaar zult ge hier ongetwijfeld goed logies kunnen vinden; over twintig jaar zal zij een der groote metropolen van Azië zijn. Na de voltooiing van den transkaspischen spoorweg zal Merw de stapelplaats worden van den handel van Centraal-Azië, van Bokhara, Kokhan, Badaksjan, Afghanistan; hare strategische beteekenis zal haar voor de russische regeering nog hooger belang bijzetten.
In de vorige eeuw was de oase van Merw beroemd, zoowel om hare uitgestrektheid (zeshonderd-duizend hektaren), als om hare buitengewone vruchtbaarheid: de klaver leverde hier zeven oogsten per jaar, het koren gaf honderd korrels voor één. Volgens een oud oostersch spreekwoord, bracht te Merw een schepel koren honderd schepels voort. Deze staat van zaken heeft eene groote verandering ondergaan ten gevolge van de eindelooze oorlogen en veeten, waarin de Tekkés met al hunne naburen waren gewikkeld; maar de natuur van den grond schijnt geene verandering te hebben ondergaan, en niets belet de Russen om aan de streek hare vroegere welvaart terug te geven. Zij zullen dit kunnen doen door het herstellen van vervallen stuwen en andere werken, die het water van de Moergab ophielden en naar een aantal irrigatiekanalen afleidden. Reeds is daarmede een aanvang gemaakt; en na de voltooiing van die werken zal Merw op nieuw de korenschuur van Voor-Azië worden en, zoo noodig, ruimschoots kunnen voorzien in de behoeften van een russisch leger, dat in de vallei van den Indus zou moeten opereeren.
Terwijl wij een kop thee gebruiken, komen kolonel Liniëwitsch en vervolgens generaal Annenkof ons een bezoek brengen. Het is nog zeer warm; de kolonel heeft zijn groen laken uniform aangetrokken, maar de generaal draagt een tenue van wit coutil met eene blauwe roodgestreepte broek. Zoo mag ik het zien: dat is praktisch. In de warme en gematigde provinciën des rijks hebben de russische soldaten een zomer- en een wintertenue, de groene en de witte uniform met eene groene en eene witte pet. Men schikt zich naar het klimaat, en alleen bij buitengewone gelegenheden kunnen de soldaten van koude huiveren: maar dan wikkelen zij hun hoofd en hun hals in een wollen _bashlik_, die geen tochtje doorlaat. Alleen de laarzen, die het been steunen zonder den marsch te bemoeilijken, worden het geheele jaar door gedragen.
Wij doen den generaal uitgeleide. Eene karavaan zwaar beladen kameelen trekt juist voorbij, vergezeld van den onvermijdelijken ezel; op den ezel zit een jongen met eene vervaarlijke muts van schapenwol op het hoofd, die zonder ophouden met zijn stok het grauwtje slaat. Naar het schijnt, voelt de kameel zich bijzonder tot den ezel aangetrokken: hij volgt hem gedwee en regelt trouw zijn stap naar dien van zijn geleider, aan wien hij door een touw, dat hem in den mond gelegd wordt, is verbonden. Twee afschuwelijke Turkmenen, gekleed met de vuile gescheurde lange jas en met de reusachtige muts op het hoofd, dribbelen achter de karavaan aan. De generaal ziet hen met blijdschap: zij komen van Bokhara. Sedert de laatste tien of twaalf maanden, is de uitvoer van Bokhara naar Merw, bestaande in katoen, wollen stoffen, zijde, fijne houtsoorten, gestegen tot vijf millioen pond, dat wil zeggen tachtigduizend ton. Dat is een goed begin, en de bazar van Merw heeft reeds zekere beteekenis verkregen. Tweemaal per week wordt er op een open terrein, in de onmiddellijke nabijheid der stad, eene markt gehouden, die zeer druk wordt bezocht en wel, voor liefhebbers van lokale kleur, de moeite van een bezoek waard is.