Reis naar de Nieuwe Hebriden en de Salomons-eilanden De Aarde en haar Volken, 1906
Part 7
Onder hem staat een ander hoofd, die een invloedrijke positie heeft weten te verwerven door zijn moed. Dat is dan de oorlogsleider, waarvan wij een type aantreffen in den persoon van Aio, wel bekend niet enkel op de Salomons-eilanden, maar ook op de Nieuwe-Hebriden en zelfs op Nieuw-Caledonië, waar hij aan den gouverneur is voorgesteld geworden. Aio is begiftigd met een alles te boven gaanden moed, en bij menige gelegenheid heeft hij niet geaarzeld, vreemde booten aan te vallen. Er heeft echter niet altijd zegen op zijn werk gerust, waardoor hij ten laatste een onvrijwillige reis naar Nouméa heeft moeten maken.
Dan was er nog de toovenaar, zooveel als de ta-ka-ta van de stammen op Nieuw-Caledonië. Vaak wezen de inboorlingen ons een lid van hun stam, die, zeiden zij, naar believen regen of mooi weer kan maken.
Hun geloof raakt niet aan het wankelen, als het beloofde weder uitblijft en de aardvruchten bij gebrek aan regen verdrogen; er is dan blijkbaar altijd een uitlegging gereed, waardoor het gemis aan welslagen aan allerlei andere dingen te wijten is dan aan 't gemis van bekwaamheid bij hun toovenaar.
Te Pioe zagen wij het grootste aantal inboorlingen op ééne plaats bijeengekomen. De bewoners van de kuststreek en die uit de bosschen van het binnenland waren er vergaderd. Te midden dier menigte, waarbij individuen te vinden waren van elken leeftijd en beide seksen, was het gemakkelijk, twee typen te onderscheiden, die uit physiek oogpunt veel verschilden. Naast den inboorling met Papoea-trekken vonden wij vele inboorlingen, die onmiddellijk den Polynesiër verrieden.
De beide rassen, het papoesche en het maleisch-polynesische, hebben inderdaad den archipel bevolkt. Het schijnt, dat de landverhuizers van maleisch-polynesische afkomst de kust bezetten en de eerste bewoners, die Papoea's waren, naar het binnenland hebben teruggedrongen.
Toen wij Malaïta verlieten, zouden wij naar het eiland Isabel hebben willen gaan en de baai der Mille-Vaisseaux hebben willen bezoeken, waaraan talrijke fransche herinneringen zijn verbonden. Doch sinds 1885 heeft het noordelijk deel van den archipel de opperhoogheid van Duitschland moeten erkennen, en die mogendheid heeft de werving op haar grondgebied verboden.
Wij hadden slechts vergunning om te werven in het onafhankelijke deel der eilandengroep, en het deed ons leed, zonder er stil te houden, de bewuste baai te moeten voorbij varen aan de zuidkust van het eiland Isabel. Daar legde Dumont d'Urville aan op zijn reis naar de Salomons-eilanden, en de haven van Astrolabe, aan die baai gelegen, werd door fransche officieren zeer nauwkeurig hydrographisch opgenomen, terwijl het te betreuren is, dat ook niet andere punten van de kust zoo goed bekend zijn.
Op het eiland Isabel, waar wij niet veel succes hadden, eindigde ons recruteeringswerk. Wij hadden 112 inboorlingen aan boord, voor wie wij zeker wisten te Nouméa werk te zullen vinden, en nu waren wij verheugd naar Nieuw-Caledonië te kunnen terugkeeren, naar beschaafder streken. Maar wij waren toch voldaan over ons bezoek aan deze eilanden, die zoo weinig bekend en zoo interessant zijn. Het geluk had ons gediend, en wij waren welwillend ontvangen door de inboorlingen, die zulk een slechten naam hebben; ze hadden ons tenminste geen openlijke vijandschap getoond.
Den 17den November om zes uur 's avonds ankerde de _Lady Saint Aubyn_ in de haven van Nouméa, waar zij te huis was.