Reis naar de Fidsji-eilanden De Aarde en haar Volken, 1892

Part 2

Chapter 2 1,823 words Public domain Markdown

Den volgenden morgen namen we in de rivier een heerlijk, verkwikkend bad. Het loopt gelukkig af, want wij hooren kort daarna, dat de rivier dikwijls door haaien wordt bezocht, die even vroolijk tieren in zoet water als in het zoute water der zee. Acht dagen te voren was eene vrouw door een dezer monsters aangegrepen op veertig mijlen afstands van den mond der rivier en den vorigen dag was een man hetzelfde gebeurd.

Wij maken ons voor het vertrek gereed. Het is Zondag; de klok van den katholieken zendingspost roept in de verte de geloovigen op, en toen wij het dorp verlieten, klonk juist de gong van den wesleyaanschen herder op den tegenoverliggenden oever.

Dat deel van het eiland, waar we nu zijn, is het tooneel geweest van afschuwelijke moorden, door het kannibalisme bedreven, nog zelfs tot 1876 toe. De zendeling Baker en eenige andere Europeanen werden toen gedood en opgegeten; _kiki_, zooals het in de taal der inboorlingen heet.

Om een voorbeeld te stellen, liet de gouverneur twee dozijn van de barbaren fusilleeren of ophangen, om hun den lust te benemen, zich voortaan te vergasten aan _bukalo_, of menschelijk vleesch. Nu nog kunnen vele inwoners zich niet verbeelden, dat het denkbeeld, zijne vijanden op te eten, eenen blanke afschuw inboezemt; ze zijn nu wel gedwongen, de uitgevaardigde wetten na te leven, maar ze zien er de verstandigheid niet van in. In het tweede dorp, dat wij bezochten, deelde een grijsaard den heer Lanford mede, dat menschenvleesch veel sappiger en lekkerder is dan rundvleesch. Een onlangs gestorven opperhoofd, Raki Raki, had de gewoonte, een steen neer te leggen ter herinnering aan elken vijand, op zijn bevel gedood en opgegeten. In 1849 had de hoop der steenen een bedrag van 872 stuks bereikt!

De geschiedenis van het kannibalisme biedt veel eigenaardigs. Die eilandbewoners, wier godsdienst het bestaan leerde van verscheiden goden, waren van meening, dat het gestorte bloed hunnen goden welgevallig was. Zij, die nooit een hunner medemenschen hadden gedood, werden tot straf den haaien voorgeworpen. Men bewees een vijand eer, als men hem at, nadat men hem had vermoord.

Cakobau wees, als hij lust had in menschenvleesch, met den vinger den persoon aan, dien hij voor zijnen maaltijd wilde nuttigen.

Wij zetten onze reis voort en bezochten twee ambtenaren en een planter, wier leven in volledige afzondering voorbijging. Nauwelijks hebben wij plaats genomen, of de flesch whisky wordt op tafel gezet; zoo wil 't het gebruik in de warme streken en is daardoor de oorzaak van de vele leverziekten, die er voorkomen.

De natuurtooneelen zijn steeds zeer schoon en de warmte is niet drukkend. Een zuidoostewind vergunt ons de zeilen te gebruiken en snel vooruit te komen. Van tijd tot tijd stooten we eens op ondiepten, maar onze roeiers, die in het water gaan, heffen met hunne gespierde armen de boot op, duwen haar weer naar dieper water en komen alle moeielijkheden te boven.

We brengen den nacht door in een eenvoudig, maar zindelijk hôtel, tegenover eene groote suikerfabriek, die we den volgenden dag zullen bezoeken. Het is volle maan en van ons balcon hebben we een prachtig gezicht op de suikerrietvelden en het weelderige groen op den tegenoverliggenden oever der rivier, welker water met een zilveren schijnsel overgoten is.

Er zijn in den archipel een twaalftal suikerfabrieken en hun product kan zeer goed de vergelijking doorstaan met de suiker van de Antillen en de andere koloniën. De fabriek hier voor ons is de grootste van de geheele wereld, zegt men mij; de afmetingen overtreffen die van de groote fabriek op Mauritius. Werkelijk heb ik nooit zulke kolossale fabrieksgebouwen gezien en de onder-directeur, die ons vergezelt, vertoont ons met ingenomenheid de reusachtige machines, die voor de fabricatie dienen.

De woning van den directeur ligt op een heuvel. Het is een fraai gemeubelde villa in een prachtigen tuin. Accacia's, oranjeboomen, citroenboomen en cactussen vormen een _ensemble_ van kleuren, dat het oog aangenaam aandoet.

Tegen het vallen van den avond schoot de heer Lanford, die een hartstochtelijk jager was, op de rivier eenige vleermuizen. Een dezer dieren, die dicht bij onze boot in het water viel, wordt door een van onze roeiers opgehaald, 't Is een grooter exemplaar dan onze vleermuizen en het heeft ook een anderen vorm van kop, gelijkend op dien van een kleinen fox-terrier. Niet als zoöloog heeft onze man zich er meester van gemaakt; hij beweert, dat het dier, gekookt, een heerlijke lekkernij is en dat hij zich er dien avond nog op zal vergasten.

Waar wij ook komen, overal groeien bananen. De vrucht vormt een gewild uitvoerartikel naar de havens Sydney en Auckland. Elke boot neemt 15 à 20.000 bossen mee, die regelmatig met een shilling het aan boord geleverde bos worden betaald. De vracht bedraagt even veel, zoodat een bos van 60 à 100 bananen tegen f 1.20 (holl.) in de haven van bestemming aankomt.

Toen wij den volgenden dag de terugreis aanvaardden en bij de monding der Kewa aankwamen, zagen we een felbewogen zee voor ons. Met ons zeil schieten we met de snelheid van een stoomboot vooruit, maar er is aan die vaart weinig aanlokkelijks verbonden. Het schuim verblindt ons en we krijgen zeeën in, die ons in gevaar brengen, te verongelukken. Daarbij komt een stortregen; onze mannen moeten maar steeds scheppen, om de boot niet te vol water te krijgen. Gelukkig dat de snelheid der vaart ons Suva al spoedig doet naderen. Met vreugde begroeten wij de lichten van het stadje.

De wetten, waar de Fidsji-eilanders onder leven, zijn in menig opzicht streng, maar volmaakt in harmonie met die, welke vóór de britsche bezetting er golden. De engelsche regeering heeft het karakter van een vergrijp laten rusten op menige fout of zwakheid, die elders onopgemerkt zou blijven. Ze heeft terecht niet gewild, dat iets, 't geen de oorspronkelijke bewoners als misdrijf beschouwden, door de blanken zou worden geduld. Zoo worden echtbreuk en prostitutie met vrij lange gevangenisstraf bedreigd.

Het verkoopen van whisky of eenigen anderen alcoholischen drank door een Europeaan aan een inboorling wordt streng gestraft.

De Fidsji-eilander troost zich gemakkelijk over deze bepaling, want hij heeft de kava, zijn inlandschen drank, die in zijne oogen door niets wordt overtroffen. Wat hij veel minder gaarne zou missen, is de tabak, want hij is een verwoed rooker. Op het voorbeeld van den klerk op een bureau, die zijn pen achter het oor steekt, stapt de inlander rond met de sigaret, al of niet brandend, op dezelfde plaats gestoken. Zijn huid en zijn haardos, beide vol olie, zullen stellig aan de sigaret een vettigen smaak geven, die den geur niet aangenamer maakt, maar dat is een kleinigheid, waar hij zich niet om bekommert. De vrouwen, die even sterk rooken als de mannen, steken de sigaret, of het blaadje, waarin de tabak wordt gewikkeld, door de gaten in hare ooren, die groot genoeg zijn om het begeerde voorwerp in te bergen.

Zooals op bijna alle eilandengroepen van den Stillen Oceaan neemt de inlandsche bevolking in aantal af volgens de natuurwet, die leert, dat de zwarten langzamerhand verdwijnen, naarmate de beschaving tot hen doordringt en de blanken onder hen in aantal toenemen. Op de Fidsji-eilanden treedt die achteruitgang van het ras duidelijker aan het licht dan ergens anders; naar de laatste schatting wonen er op alle eilanden te zamen niet meer dan 120 000 menschen. In 1859 werd die bevolking op 200 000 geschat en in 1874 nog op 140 000. Een oorzaak, die de vermindering sterk in de hand werkt, is de numerieke minderheid der vrouwen. Wat de Europeanen betreft, hun aantal is nog slechts beperkt en wisselde sedert 1880 af van 2000 tot 3000.

De openbare instellingen zijn wel een bezoek van den toerist waard. Een frisch, goed geventileerd hospitaal, dat door een kundig geneesheer bestuurd wordt, ligt op een heuvel en kan ruim de zieken uit het dorp en uit de omstreken bergen. Nadat ik het had bekeken, zette ik mijne wandeling over de heuvels voort en de dokter, die mij vergezelde, toonde mij de plaats, waar men wil beginnen, dicht bij Suva, amphitheatersgewijze een botanischen tuin aan te leggen. Die tuin, die nu nog in embryonalen staat verkeert, belooft eens zeer belangrijk te worden. Ongelukkig is er nog niet genoeg geld voor bijeen, wat des te meer jammer is, omdat de gouverneur en een der voornaamste ambtenaren hartstochtelijke botanisten zijn. Dank zij hun initiatief kan ik reeds een mooie verzameling planten en boomen zien uit alle deelen der tropische wereld.

In de gevangenis waren, toen ik die bezocht, een twintigtal inboorlingen en twee Europeanen, een Engelschman en een Duitscher. Die laatsten moeten overdag werken met de gekleurde misdadigers, maar des avonds worden ze in cellen gebracht, terwijl de inboorlingen algemeene slaapzalen hebben. Er heerscht eene strenge tucht, zooals in elke engelsche gevangenis, en de arbeid der veroordeelden komt der kolonie in vele opzichten ten goede. Enkele van hen moeten eenen weg aanleggen naar de monding der Rewa; andere moeten aan de haven arbeid verrichten.

Een der laatste avonden van mijn verblijf op het eiland breng ik door bij lieden van de Samoa-eilanden, en zoo kon ik het verschil waarnemen tusschen deze eilanders en die van de groep, waar we zijn. De vrouwen der Samoa-eilanden zijn over 't geheel mooi, ofschoon haar embonpoint de schoonheid niet verhoogt. Ze zijn behaagziek en tooien zich met kleederen, waarin rood, wit en groen de hoofdtinten vormen. Bij elk bezoek wordt gedanst en gezongen, waarbij het lichaam zich in dezelfde bochten wringt als bij de dansen in Indië.

Als men te Suva of te Levuka des avonds uitgaat, moet men eene lantaarn meenemen. De meeste huizen liggen tusschen de heuvels verspreid en het is niet gemakkelijk, om zonder licht de smalle voetpaden te herkennen, die langs allerlei zigzaglijnen de stad doorkruisen. Op den avond vóór mijn vertrek kwam ik van een diner bij den gouverneur, gewapend met mijne lantaarn, die tegelijk mijn avondtoilet en de struiken langs den weg bescheen, toen een witte slang met zwarte ringen sissend voor mijn voeten langs schoot. Indien ik in een ander land ware geweest, zou ik zeker meer verschrikt zijn geworden, maar ik wist, dat op de Fidsji-eilanden dit kruipend gedierte onschadelijk is. Daar het dier bijna twee meter lang was, kon ik een onwillekeurig gevoel van afkeer niet onderdrukken bij 't zien van het kruipende dier, dat den mensch ten val heeft gebracht, lang voor het werk der madreporen den schoonen Fidsji-archipel uit de zee had opgebouwd.

Den volgenden morgen zag ik een rookzuil aan den horizon; 't is de _Rockton_, de koerier van Sydney, die mij, hoop ik, nieuws uit Europa zal brengen.

Met diezelfde boot zal ik mij naar een naburigen archipel begeven en het doet mij genoegen, dat ze veel beter is dan de stoomboot, welke mij op het eiland heeft aan wal gezet. Ik verlaat de Fidsji-eilanden met de aangenaamste herinneringen en met een gevoel van oprechte dankbaarheid jegens de gastvrije bewoners.

End of Project Gutenberg's Reis naar de Fidsji-eilanden, by G. Verschuur