Part 3
Ze zijn niet in de kerk overgetrouwd, maar in hun eigen huisje, waar den vorigen avond 'n harmonium geplaatst was, zong 'n koortje van Bé's vriendinnen en hebben vader en meneer van der Marck 't jonge paar toegesproken.
Aan 't déjeuner, dat bij ons aan huis gegeven werd, waren alleen de naaste familieleden genoodigd.
't Was heel genoeglijk en de stemming werd nog verhoogd door Liesje en Bobbie, die als Zeeuwsch boerinnetje en boertje verkleed, 't bruidspaar 'n alleraardigsten gelukwensch kwamen brengen door Floor gemaakt. Later toen Bé en Aad afscheid namen kreeg 't tweetal de eere-plaats aan tafel, wat 'n zeer gewenschte afleiding gaf. Liesje vooral was bizonder op dreef en wou ieder oogenblik toasten en klinken en sinds den bewusten Donderdag spelen Bobbie en zij niets anders dan „déziné”, zooals Liesje 't déjeuner heel eigenwijs belieft te betitelen. Dan worden de poppen aangekleed en netjes in rij en gelid om 't tafeltje gezet, waarop 'n serviesje prijkt, waaruit Liesje en Bobbie beurtelings thee schenken. Roosje, die toevallig even bij Floor kwam oploopen gisteren, lachte zich tranen om de gesprekken, die we stilletjes afluisteren.
„Hè meneer, u mag de suiker niet uit uw kopje likken, dat is vies,” vermaande Liesje. „Dat dóen de groote menschen niet,” waarop Bobbie zich doodkalm verdedigde:
„Maar jij heb 't strakkies ook gedaan. Zélf gezien.”
En toen zweeg Liesje en begon pop Dora 'n standje te geven, omdat ze niet netjes at en krom zat.
„Eénig,” zei Roosje, die weinig in de gelegenheid is met kleine kinderen om te gaan.
Roos is anders toch maar een bofster. Ze gaat eind Mei voor 'n paar weken naar Parijs met 'n ouder nichtje van der Marck, 'n schilderesje, dat veel gereisd heeft.
„'k Wou dat je meeging,” zei Roos. „'t Zou zoo goed voor je zijn. Vooral voor je Fransch, of laat je je plan varen om voor je acte middelbaar te gaan studeeren?”
„Nee, Lizzy gaat stellig iets uitvoeren. Ze wil niet zoo blijven rondklungelen. Dat zouden vader en moeder ook niet goed vinden,” zei Floor, die thee voor ons schonk en ik beaamde:
„Na de groote vacantie stellig en misschien nog wel eerder ga ik met lessen beginnen. Ik heb geen bizondere talenten voor muziek of teekenen zooals de andere zusters, maar ik wil toch iets om handen hebben.”
„Toe, vraag dan of je met ons mee mag! Emmy zou 't best vinden en met je drieën is 't zoo gezellig reizen,” stelde Roos voor.
Maar ik sloeg 't dadelijk af.
„Nee, nee, nu niet, nu Bé pas weg is. 't Is toch al zoo stil thuis,” en bij mezelf dacht ik ook dadelijk, dat ik 't niet zou dúrven vragen zelfs. Reizen kost geld en we hebben net zoo'n duren tijd gehad.
„Zou je 't niet leuk vinden,” vroeg Floor, er dadelijk op terugkomend toen Roosje weg was.
„Natuurlijk. Maar 't geld!”
„Ja 't geld”.... zei Floor nadenkend.
Floor heeft 't aan me gemerkt, dat ik 'n beetje in den put ben, geloof ik. Ze heeft wel niets gezegd, maar kijkt me telkens zoo aan. Floor merkt alles.
Als ze 't maar niet tegen vader en moeder zegt! Ik zal mezelf wel weer uit de tobberij helpen en hard gaan werken, dan zal dat rare, heimwee-achtige gevoel wel overgaan.
Ik kan best op m'n eigen houtje de heele grammaire nog eens doorloopen voor ik van monsieur Durand, 'n leeraar aan 't gymnasium hier, die voor examens opleidt, les ga nemen. Hij schijnt niet makkelijk te zijn en moet erg veel werk opgeven, hoorde ik laatst van Dora Verhoogh, dus is 't niet kwaad me vooraf wat te trainen.
Vanmorgen heb ik al m'n oude Fransche schoolboeken en schriften met opstellen voor den dag gehaald en 'n tafeltje op Flips studeerkamer voor mezelf klaar gemaakt, waaraan ik rustig werken kan, zoolang hij in Leiden is. Hij vindt 't best dat ik op zijn kamer zit, als ik er maar niets overhoop haal.
Ik heb al 'n prachtige dagverdeeling in mijn hoofd. 's Morgens tot tien uur help ik moeder in de huishouding, werk dan tot koffietijd, ga 's middags met moeder of de kinderen wandelen en voorloopig meehelpen aan 't geheel in orde maken van Bé's huisje en gebruik den avond om te lezen of te handwerken. Op die manier zal ik heusch geen tijd hebben om te kniezen en me te vervelen.
En nu ga 'k opstaan, me netjes aankleeden en beneden 't theeblad klaarzetten, om straks als vader en moeder terug zijn, 'n kopje thee voor hen te schenken. Tot ze thuiskomen ga 'k dan zoolang lezen uit „La guerre et la paix”, dat Huib me geleend heeft. 't Is wel 'n kluif, die drie dikke deelen, maar ik wil hem toonen, dat ik daar niet tegenop zie en 't is meteen goed voor mijn Fransch.
Voor ik de slaapkamer verlaat, bekijk ik mezelf nog eens terdege in den spiegel. Ik zie er frisch en netjes uit in mijn kraakschoone, witbatisten bloese. Niemand zou aan me zeggen dat ik gehuild had. 'k Voel me ook bepaald opgelucht en om mezelf nog wat meer te bemoedigen, ga ik vroolijk fluitend van „Piet Hein” met m'n boek onder den arm naar beneden.
De meeste menschen vinden fluiten ongemanierd voor 'n meisje, maar zoolang ik niet begrijp waarom je wél moogt zingen en niet fluiten, ben ik niet van plan me dat genoegen te ontzeggen en in de serre gekomen, fluit ik den heelen Piet Hein ten einde, bij mezelf overleggend wát ik doen zou als ik de zilvervloot won. 'k Hoef me niet lang te bedenken. Als ik dat geluk had, stevende ik regelrecht naar Roosje om te zeggen, dat ik meega naar Parijs.
[decoratieve illustratie]
HOOFDSTUK III.
Ik ben boven de wolken want ik gá naar Parijs, al heb ik geen zilvervloot gewonnen, of ook in de verste verten iets wat daarop lijkt!
Gistermiddag aan de koffie kwam vader ineens met 't besluit voor den dag.
Floor heeft stilletjes verteld van 't reisplan van Roosje en Emmy van der Marck en van Roosjes verzoek om me bij hun tweetjes aan te sluiten. Daarop is vader naar meneer van der Marck gestapt, heeft er lang en breed met hem over gesproken en is toen tot de slotsom gekomen, dat ik ook van de partij zou mogen zijn als ik lust had.
Nu daaraan hapert 't mij niet! Ik was gewoon door 't dolle heen, vloog moeder om den hals en heb vader zóó vurig op zijn kale kruintje gekust als ik nooit van te voren deed.
Voor meisjes als de Verhooghjes, die vóór hun twintigste jaar al half Europa hebben rondgereisd, heeft zoo'n uitstapje naar Parijs niet veel om 't lijf, maar voor zoo'n eenvoudige ziel als ik, op wier reisrepertoire alleen Brussel en Kleef staan, is 't 'n echt buitenkansje. Ik kon geen stuk eten van opgewondenheid!
Roosje, die al op de hoogte was, kwam me 's middags halen om met mij naar haar nichtje te gaan, dat ik maar heel oppervlakkig kende. Emmy ontving ons op haar atelier, waar we bleven theedrinken. Alles stond er vol bloemen en studies en we mochten naar hartelust kijken en rondsnuffelen. Ik gooide bij ongeluk 'n vaas met irissen om, zoodat 't water in 'n stroompje over den houten vloer liep, maar ze vond 't niets erg, deed lachend opnieuw water in de vaas en liet 't stroompje kalm liggen. Dat zou wel drogen zei ze.
Ze is 'n paar jaar ouder dan Floor en heeft al heel wat gezien in haar leven. Ze lijkt me heel aardig en flink, 'n prettige chaperonne, waar we veel van kunnen leeren, want we gaan hoofdzakelijk voor de musea en 't historische van Parijs en niet elken avond naar theaters of opera's. Misschien eens één enkel keertje, omdat er dat nu eenmaal bij behoort, maar Emmy denkt dat we 's avonds toch te moe zullen zijn, als we zoo'n heelen dag hebben rondgesjouwd. We gaan en pension in 'n goedkoop hotelletje, waar Emmy 'n paar jaar geleden met 'n tante gelogeerd heeft. 't Is dicht bij de Madeleine in de Rue Boissy d'Anglas en heel rustig gelegen in 'n „cité”, zoodat we geen last van 't leven op straat zullen hebben, dat in Parijs bijna den geheelen nacht voortduurt. Emmy gaat enkele dagen eerder dan wij om 'n vriendin op te zoeken en Roosje en ik zullen den 30sten Mei volgen. We vertrekken dan 's morgens om negen uur en zijn zoowat tegen vijven in ons hotel, waar Emmy ons zal opwachten. 't Is al tamelijk laat in 't seizoen voor 'n bezoek aan „La-Ville-lumière,” waar 't na half Juni en soms al voor dien tijd snik en snikheet schijnt te zijn, maar wij kunnen allen heel goed tegen de warmte en hebben nu zulke heerlijk lange dagen!
Ik heb natuurlijk nog heel wat te beredderen en te bestudeeren voor ik reisvaardig ben in 't korte poosje, dat me nog rest.
Léo van Slooten, die er verleden jaar September eenige weken doorbracht, is me dadelijk zijn Baedeker komen brengen en den heelen dag zit ik nu maar met m'n neus in „Paris et ses environs” om nog zooveel mogelijk kennis te vergaren. Ik stel me erg veel voor van de omstreken, vooral van Versailles! Want ik gloei voor alles wat de Fransche revolutie betreft en Marie Antoinette was de heldin van mijn kinderjaren. 't Stukgelezen boekje van Andriessen „De val van een koningshuis” prijkt nog altijd in m'n boekenkastje. 'k Zou er me niet van kúnnen ontdoen. Zóó ben ik daaraan verknocht geweest.
Op 't oogenblik zit ik in de grauwende schemering op mijn slaapkamer, druk te naaien aan 'n bloese, die bijna af is. Nog één knoopje aanzetten, dan ben ik klaar! Mijn naald vliegt op en neer, ik tril heelemaal van 't jachten en juist als moeder voor de derde maal aan de trap roept, of ik nu eindelijk kom theedrinken, gooi ik de bloese zegepralend op mijn bed, naald en vingerhoed ergens op tafel en vlieg de trap af naar beneden.
PARIJS, 2 Juni 's avonds.
Allerbeste oudertjes,
Al vier dagen is 't geleden, sinds ik de eerste voetstap in la Ville-Lumière zette, en nòg heb ik geen gelegenheid gehad om 'n behoorlijken brief te schrijven. Maar dit wordt dan ook 'n extra-lange! U wilt alles wat ik schrijf wel goed bewaren, nietwaar en me naderhand teruggeven, want ik heb waarlijk geen tijd 'n reisjournaal bij te houden.
Door mijn telegram en de briefkaarten, die ik zond, weet u al dat we goed zijn overgekomen en plezier hebben. De voorspelling, dat we veel warmte zouden krijgen, is tot nog toe uitgekomen. Vandaag tenminste was 't: une chaleur accablante, maar we hebben er ons niet aan gestoord en zitten nu hoog en droog uit te waaien op 't balkon van de slaapkamer, die Roosje en ik samen betrokken hebben. Het uitzicht is niet fraai, het bestaat hoofdzakelijk uit daken en schoorsteenen, maar we hebben den vrijen hemel boven ons en 't is hier heerlijk koel. Emmy, die 'n verdieping lager slaapt, is geen balkon rijk en zit bij ons in haar schetsboek te teekenen, terwijl Roos en ik, ieder met 'n vulpen gewapend, schrijven, onze knieën als lessenaar gebruikend, waardoor mijn schrift niet al te netjes wordt!
Na 't diner, dat om half acht was afgeloopen, hebben we hier eerst 'n soort van bacchanaal met ijs en spuitwater aangericht, dat ons heerlijk heeft opgefrischt.
Thee drinken we maar niet, want 't aftreksel, dat we hier ééns genoten hebben, smaakte naar hooi en tabak, zoodat we 's morgens aan 't ontbijt maar liever chocolade drinken en ons 's middags in de stad met 'n enkel kopje afternoon-tea tevreden stellen.
Den eersten dag brachten we bijna uitsluitend op straat door. In 't begin vonden Roosje en ik 't allergriezeligst om over te steken, maar 't wende gauw, al zijn er vooral 's middags oogenblikken, dat je niet anders doen kunt dan wachten tot 'n agent z'n bâton blanc in de hoogte steekt en de stroom van auto's, rijtuigen en taximètres stil moet blijven staan, om de voetgangers te laten passeeren. We hebben al menig ritje per rijtuig gedaan en ook veel geprofiteerd van de métropolitain of „le métro” zooals ze hier zeggen. Den eersten keer was 't 'n wat zonderlinge gewaarwording om in zoo'n ondergrondsche spoor te zitten. Er is iets beklemmends in. 't Ruikt er zoo kelderachtig en dan dat helsche lawaai onder 't rijden! Maar het gaat heerlijk gauw en 't is goedkoop. We kwamen er tot de conclusie, dat de mannen hier nog veel ijdeler zijn dan de vrouwen!
Aan elke halte van de métropolitain staat 'n rijtje van automaten, waaruit je voor enkele sous chocolade of biscuits nemen kunt. Aan de voorzijde van iederen automaat is 'n spiegel aangebracht en nu is 't bepaald amusant te zien, hoe bijna geen enkele heer de gelegenheid verzuimt zichzelf daarin te bekijken, terwijl je 't de dames haast niet ziet doen. Roosje, die 't 't eerst oplette, vestigde er onze aandacht op en we lachten ons tranen om dit verschijnsel. 't Is zoo kostelijk alle op- en aanmerkingen zoo hardop in 't Hollandsch aan elkaar te kunnen zeggen, hoewel Emmy ons telkens waarschuwt, dat 't toch gevaarlijk is. We worden meestal voor Engelschen aangezien, ook in 't hotel; zeker omdat we ons zoo eenvoudig kleeden. Ik zou me niet graag als 'n echte Parisienne uitdossen, want hoewel ze allen zonder uitzondering zeer elegant zijn, is haar manier van doen toch heel anders dan hier in Holland. Smaakvolle en ook zeer bizarre toiletten worden hier gedragen, vooral de hoeden en kapsels zien er dikwijls zeer vreemd en ingewikkeld uit, maar bijna nooit zou je 't leelijk kunnen noemen.
Gisteren hebben we onzen eersten morgen in 't Louvre gesleten. Emmy weet er uitstekend den weg en vertelde ons 'n massa bizonderheden van alles wat we zagen. Ze is 'n ideaal-chaperonne en geeft ons bepaald af en toe 'n lesje in kunstgeschiedenis. We hebben o. a. de Hollandsche en Vlaamsche school gezien en de oude Italianen, ontelbare madonna's en ook 't beroemde schilderij van da Vinci „Mona Lisa” of „la Joconde” voorstellend, waarvan ik 'n tamelijk goede reproduktie kocht. Aan Floor en Max stuurde ik voor de grap 'n briefkaart met 't portret van de kleine infante Marie-Marguerite van Spanje door Velasquesz, omdat ik vind dat 't op Liesje lijkt. Vraag maar of ze 't u eens laten zien, dan weet ik zeker, dat u zult zeggen dat ik gelijk heb.
Het was vrij koel in 't Louvre en niet zoo heel druk. 's Middags en vooral Zondags is 't er eenvoudig ongenietbaar; daarom besteden we er dan ook liever de morgenuren aan. Onbetaalbaar zot zijn de groote reisgezelschappen, die je er tegenkomt en als we moe zijn van 't schilderijen-zien, is 't waarnemen van zoo'n Cook-troep 'n heerlijke ontspanning. Eén reisgezelschap bestond uit zoowat alle nationaliteiten: Italianen, Russen, Duitschers, Amerikanen en 'n paar broodmagere, leelijke Engelsche dames met eigenwijze uilengezichten en hoeden met fladderende sluiers. Er waren zelfs twee Japanners en 'n neger bij en dat heele troepje holde 'n klein, dik mannetje na, den leider van 't gezelschap, met 'n groote flambard en 'n lorgnet op. Met plechtige bewegingen en luider stemme galmde hij telkens zijn wijsheid uit.
„Mesdames, messieurs, voici un tableau très remarquable,” en dan schoot hij als 'n schietmot af op 'n heel klein schilderijtje aan 't eind van 'n zaal, om juist als iedereen er zich om stond te verdringen, ineens over te steken naar 't andere einde, waar zich ook iets zeer „remarquables” bevond, waarna alles weer meeholde. 't Geheel bood zoo'n allerdolsten aanblik, dat Emmy niet kon nalaten enkele types in haar schetsboek, dat ze altijd bij zich draagt, te vereeuwigen.
Na ons bezoek aan 't Louvre gingen we ergens in 'n „laiterie” koffiedrinken, wandelden toen door de Rue de Rivoli terug tot aan den „jardin des Tuileries”, waar we even rondliepen en 'n poos op 'n bankje zaten. Toen kuierden we langzaam, want o, wat was 't warm! naar de Seine, waar we op 'n bootje stapten naar Saint-Cloud. Dat was 'n heerlijk tochtje! We stijfden er van op als halfverlepte bloemen, die in frisch water worden gezet en genoten van 't prachtige gezicht op de rivier. Typisch was 't om onder al die bruggen door te varen en verderop bij Meudon en Sèvres, begonnen de mooie, groene heuvelrijen waartegen de roodgedakte huisjes en villa's zoo vroolijk afstaken. Roosje drong er op aan dezer dagen 'n bezoek aan den Eiffeltoren te brengen, maar daar is Emmy niet voor te vinden. Je wordt er maar duizelig en akelig van in je hoofd en we hebben nog zóóveel te zien, dat we er toch geen tijd voor over zullen houden, zegt ze. Nu, 't kan mij niet veel schelen. Zoo aan den buitenkant alleen gezien ziet hij er tamelijk griezelig en onstevig uit!
En nu verder over Saint-Cloud, waar ik wel veel langer had willen blijven. Veel tijd hadden we niet, anders waren we zeker dieper 't park ingegaan. We stelden ons tevreden met 'n bezoekje aan de cascades (die alleen maar op enkele feestdagen en Zondags om de veertien dagen loopen) en stegen toen langzaam langs den hellenden weg naar boven tot aan 't terras, waar vroeger 't paleis stond en van daar naar 't bekende plateau, van waar men een der mooiste vergezichten heeft op Parijs. Toen we ons daaraan naar hartelust verkwikt hadden, gingen we theedrinken en aanvaardden daarop den terugtocht. We gingen vroeg naar bed, omdat voor vandaag Versailles op 't programma stond, waar minstens één langen dag voor noodig is, om eenigszins 'n overzicht over 't geheel te hebben.
Dadelijk na 't ontbijt gingen we er per „tramway” heen, beladen met ons twaalfuurtje, bestaande uit broodjes met harde eieren en 'n enormen zak kersen. We zaten bovenop, wat goedkooper en frisscher was en waren zoowat tegen elf uur te Versailles, waar we begonnen met 't groote paleis te bezichtigen. Het is reusachtig. Er voor, midden op de „cour d'honneur” staat 'n bronzen ruiterstandbeeld van Lodewijk XIV, den stichter en aan de zijkanten van den cour zijn de beelden van verschillende staatslieden en maarschalken geplaatst.
Ontelbaar waren de zalen die we doorgingen, „décorées avec une richesse sans pareille,” zooals terecht in Baedeker staat: kostbare behangsels, gobelins, muurschilderingen en plafonds, gebeeldhouwde meubels en deuren, marmeren schoorsteenen, 'n niet te zeggen weelde. Die „Galerie des Glaces” bijvoorbeeld en dan de slaapkamers van de verschillende Louis! Hoe hebben ze 'n oog kunnen sluiten op die akelig mooie praalbedden zonder nachtmerrie's te krijgen!—Het paleis is gedeeltelijk museum, maar de schilderijen zijn zeer middelmatig over 't geheel, dus hebben we er die grootendeels aan gegeven en meer op 't historische gelet. Weldadig doen te midden van al die overweldigende luxe de kleine, bij de rest vergeleken, uiterst eenvoudige kamers aan, die Marie Antoinette in dit reuzenpaleis bewoonde. Daar staat o. a. de luiermand, 'n kleine, beschilderde koffer, die de stad Parijs haar aanbood met de geboorte van den Dauphin.
U kunt begrijpen, dat we doodmoe waren toen we na 't bezichtigen van de kapel 't paleis verlieten, maar we bekwamen nogal gauw buiten in de prachtige tuinen, waar we enkele van de fonteinen en bassins zagen en ons twaalfuurtje gebruikten. We bleven er nog wat ronddwalen voor we Grand en Petit Trianon gingen zien en haalden ons hart op aan de prachtige bloemen. Met de seringen en kastanjes was 't gedaan, maar de jasmijn, rododendrums en rozen bloeiden er zooals ik 't nergens anders ooit gezien heb. Het rook er goddelijk en we voelden ons of we in 't paradijs waren. Een takje jasmijn heb ik in Baedeker gedroogd en ook 'n klavertje van vier, dat ik vond in 't „hameau de la reine,” nadat ik 'n leelijken winkelhaak gehaald had in mijn blauwe rok, dien Emmy tusschen twee haakjes keurig voor me gestopt heeft. Ik sluit 't hierbij in en hoop, dat dit Fransche klavertje u geluk zal aanbrengen.
De kleine gebouwtjes van 't hameau, de moulin, de laiterie en 't boudoir, waar Lodewijk XVI en Marie Antoinette met hun hofhouding „boerderijtje speelden” zijn tamelijk vervallen, maar zien er zeer schilderachtig uit en zijn bijna alle geheel of gedeeltelijk met klimop begroeid. Je kunt er niet in, maar de gebouwtjes zijn toch heelemaal leeg en erg luguber als je erin kijkt.
Op Grand Trianon zagen we o. a. de slaapkamer van Napoleon; ook namen we 'n kijkje in 't „musée des voitures,” waar de gala-koetsen bewaard worden. In een ervan heeft Napoleon gereden en er staan ook verscheiden draag-koetsen en sleden. Die van Marie Antoinette is door Watteau beschilderd; 'n zeer elegante schelpvormige behoorde aan Madame de Pompadour en 'n andere, gedragen door 'n schildpad, aan Madame de Maintenon.
In Petit Trianon stelde ik eigenlijk 't meeste belang. 't Is 'n klein paleisje, niet veel meer dan 'n villa. In de salon staat nog 'n spinet door de koningin bespeeld en in 'n andere kamer 'n beeldig, rozenhouten waschtafeltje, dat ze gebruikte. Ik heb me verschillende briefkaarten aangeschaft, ook een van haar slaapkamer, waar een portret van den Dauphin hangt.
Flip zal wel lachen om al die beschrijvingen en mijn „misplaatst enthousiasme” over Marie Antoinette. Hij plaagde me vroeger zoo als ik zat te huilen over „De val van een koningshuis,” maar ik kan niet helpen, dat ze altijd 'n zwakje van me gebleven is.
We moesten hollen en vliegen om nog bijtijds 'n tram naar Parijs te halen, maar rustten lekkertjes uit op den terugrit en vielen met waren wolvenhonger aan op ons diner.
Het eten is eenvoudig maar goed en over onze slaapkamer zijn we heel tevreden. Groot is ze niet, maar 't balkon vergoedt veel. We slapen met open balkondeuren, zetten die half aan en barricadeeren die voor 't naar bed gaan met onze koffers, waar we de waterkitten en waschtafelemmers bovenop zetten. Eigenlijk is 't onnoodig, want ik geloof niet, dat iemand zonder z'n hals te breken ons zou kunnen bereiken, maar men kan op reis niet te voorzichtig zijn!! heeft vader me nog op 't hart gedrukt voor ik wegging.
Er zijn veel Engelschen in 't hotel, 'n stuk of wat Franschen en twee dikke Duitsche dames zitten 's middags aan 'n tafeltje naast 't onze. Wij spreken „alle talen van den regenboog” en iedereen is heel beleefd.
Ik vind Parijs 'n verrukkelijke stad, heel mooi, vroolijk, druk en interessant, hoewel ik er niet voor goed zou willen wonen.
Morgenochtend gaan we weer naar 't Louvre en 's middags—want dat ligt allemaal bij elkaar—naar de Notre Dame, de Sainte Chapelle en de Conciergerie, waar Emmy 'n introductie voor heeft; 's avonds als we niet te moe zijn per Seine-bootje op en neer naar Meudon of Sèvres.
En nu, slaapt wel, geliefden. Ik kan geen spikkel meer zien en ben moe. Veel liefs voor iedereen en minstens 'n dozijn kussen voor uw beidjes van
't genietende Piepkuiken, dat druk bezig is 'n wufte Parisienne te worden!
* * * * *
Helaas, de tijd van ons verblijf hier begint op te schieten. Nog twee dagen, dan is de koek op en behooren de twee heerlijkste weken, die ik tot nog toe beleefd heb, weer tot 't verleden, maar de herinnering er aan zullen we ons leven lang behouden en de vriendschap tusschen Roos en mij is door dit reisje zeer toegenomen. Ze is zoo'n in-goed kind en zoo vroolijk. 's Avonds op onze kamer hebben we onbedaarlijke lachbuien om de menschen, die ze nadoet. Haar stem en mimiek zijn gewoon eenig en ze kan zulke leuke invallen hebben.