Perzië, Chaldea en Susiane De Aarde en haar Volken, 1885-1887

Part 26

Chapter 26 3,691 words Public domain Markdown

Zoo gingen wij dan op weg, en begaven ons over de daken van de nieuwe moskee naar de medresseh Khan, die midden op de groentenmarkt is gebouwd. De school is vierkant en beslaat eene aanzienlijke oppervlakte. Rondom de binnenplaats, die met prachtige boomen is beplant, bevinden zich de kamers der leerlingen, die op lange galerijen uitkomen. Al deze kamers zijn ledig; in de gangen liggen hoopen vuilnis; de porseleinen tegels, waarmede de muren van de binnenplaats bekleed waren, zijn op den grond gevallen; op sommige punten zijn de muren zelven ingestort ten gevolge van de aardbevingen.--Even als in de medresseh van den Vakil, luisteren enkele knapen, op hunne hurken gezeten, met een half oor naar den mollah, die hun iets voorleest, maar wiens aandacht zoo mogelijk nog minder bij zijn werk is. Het best bewaarde en belangwekkendste deel van het gebouw is de peristyl, die ouder schijnt dan de andere gedeelten van het monument. Vier groote bogen, afgewisseld door nissen van grijzen steen, dragen eene platte zoldering, versierd met een fraai mozaïek van tegels op blauwen grond. Deze dekoratie, die zeer smaakvol is uitgevoerd, is omlijst door eene fraaie inscriptie en maakt een zeer goed effect. Het geheele gebouw, met uitzondering van den peristyl en de minarets ter wederzijde van de poort, is, het behoeft nauwelijks gezegd, eene schepping van den vakil, even als de prachtige bazar, waardoor wij onzen terugweg nemen.

19 October.--Welk een afschuwelijk klimaat is dat van Shiraz, althans in dezen tijd des jaars. Marcel is nog steeds ziek; de heer Blackmaur. onze gastheer, heeft sedert onze komst bijna het bed niet verlaten; en sedert eergisteren heb ik alleen gegeten, bediend door den kok, den eenigen bediende, die nog op de been is: het telegraafkantoor is in een hospitaal herschapen.

De koortsen van Farsistan zijn zeer ernstig; zij gaan gepaard met delirium of althans met zeer afmattende hallucinaties en verzwakken den patiënt bovenmate. In deze omstandigheden valt het dubbel hard, een bed en vooral schoon linnengoed te moeten missen; ik heb naar den bazar van Shîraz gezonden, maar het is niet mogelijk linnen te vinden. De Perzen kleeden zich nooit uit, en kennen geen ander lijfgoed dan alleen een hemd. Marcel beklaagt zich echter niet; als hij niet ijlt, speelt hij met eenige muizen, die onder de gloeiende dekens hun verblijf hebben gevestigd en zich daar zeer wel schijnen te bevinden.

Ik zelve voel mij zeer afgemat en moedeloos en kan bijna niets uitvoeren. Toch heb ik den hakim-bashi, onzen vriend, ontvangen, die Marcel kwam uitnoodigen om den gouverneur der stad te gaan bezoeken. Çahabi-Divan is reeds bejaard; sedert het begin van den zomer lijdt hij bijna onafgebroken aan koorts, en hij voelt zich nu zoo zwak dat hij, na gehouden overleg met zijn lijfarts, besloten heeft, het uiterste te beproeven en in 's hemels naam de hulp van een Farangui in te roepen. Ik heb den hakim verzocht, den gouverneur te doen weten, dat mijn echtgenoot zelf ziek lag en onmogelijk tot hem komen kon, en er op aangedrongen dat het consult eenige dagen zou worden uitgesteld. De waardige lijfarts zou voor het oogenblik tevreden geweest zijn, als ik met hem had willen mede gaan; hij verzekerde mij, met eene voor mijne eigenliefde zeer streelende beleefdheid, dat hij evenveel vertrouwen stelde in mijne talenten als in die van mijn echtgenoot; maar ik heb gemeend, voor die eer te moeten bedanken. "Een gouverneur te behandelen is een zaak van gewicht, antwoordde ik op ernstigen toon; ik zou nimmer zulk eene zware verantwoordelijkheid op mij durven laden."

De menschen zijn toch in den grond overal dezelfden: in het Oosten zoowel als in het Westen, even vol vooroordeelen, even belust op het onmogelijke, ongerijmde. Er is te Shîraz een zeer bekwaam geneesheer, dokter Odling; hij is sedert vijf jaren in het land gevestigd en is volkomen op de hoogte van de lokale ziekten: de gouverneur laat hem echter niet ontbieden. Maar daar komen twee vreemdelingen in de stad, twee geheel onbekende personen, die zichzelven niet genezen kunnen, maar toevallig enkele tsjarvadars hebben geholpen: en de gouverneur heeft geen rust voor zij hem willen behandelen, op het gevaar af dat hij sterven zal, indien die geïmproviseerde dokters onvoorzichtig genoeg zijn om hem er aan te wagen.

23 October.--Sedert drie dagen heb ik mijn dagboek niet kunnen bijhouden. Toen Marcel beter werd, werd ik op mijne beurt aangetast. Daar ik mij dezen morgen beter gevoelde, heb ik mijn echtgenoot uitgenoodigd, overeenkomstig de aan den hakim gegeven belofte, zich naar den gouverneur te begeven.

Toen hij aan het paleis kwam, was er niemand om zijn paard vast te houden. Op de doorgaans zoo drukke voorhoven was het nu doodstil. Toen hij de vestibule betrad, waar de wacht verblijf houdt, werd dit raadsel aldra opgehelderd. Overal lagen soldaten, half gekleed, op den grond uitgestrekt; zelfs de concierge was te lusteloos en te uitgeput om zijn gewone backshish te vragen. De koorts woedde allerhevigst in het paleis van den gouverneur.

Çahabi Divan zat of liever lag op een hoop dekens, achter in den officieelen talar op den vloer uitgespreid; hij bibberde en klappertandde, niettegenstaande hij in een fraai violetkleurig satijnen kleed was gewikkeld, waartegen zijn bleek en gerimpeld gelaat akelig afstak. Zijn baard, die, zooals bij alle grijsaards, met henné was geverfd, toonde nog slechts in het onderste gedeelte een weinig rood, maar was overigens sneeuwwit. Die wonderlijke samenvoeging van kleuren gaf den zieke een terugstootend voorkomen, waarmede overigens zijn zwak en lijdend uitzicht niet strookte. Om den gouverneur zaten, naar rangorde, een aantal aanzienlijke, deftige personen; allen bewaarden een eerbiedig stilzwijgen, slechts afgebroken door het gekerm van den meester. Daar zat een in de stad zeer hoog geachte seyed, kenbaar aan zijn blauwen tulband; voorts de iman djoema, twee of drie mollahs; de generaal kommandant der artillerie--een oude slaapmuts, tot deze raadsvergadering geroepen uithoofde van zijn rang en van zijne hooge betrekking, die overigens eene zuivere sinecure is, daar er te Shîraz geen enkel kanon is te vinden;--verder, de beschermer der vreemdelingen, die ook nu niet volkomen nuchter was; eindelijk de barbier, een personage van gewicht, de hakim-bashi en zijn zoon, en nog drie of vier andere bejaarde en min of meer beroemde geneesheeren.

Zoodra Marcel binnentrad, deed de zieke een poging om op te staan, maar zonk weldra al zuchtend op de dekens neer. Mijn echtgenoot drukte eerst de hand van den iman djoema, met wien wij op den besten voet staan, en groette de overigen zonder zich in het minst te storen aan de woedende blikken van den seyed, wiens verontwaardiging geene grenzen kende nu het leven en de gezondheid van den gouverneur aan een Christen werden toevertrouwd, of aan de blijkbare ergernis van den barbier, die het niet kon verkroppen dat een Farangui in zijne functiën zou treden.

Er werd een pijp gebracht; ruim een kwartier verliep, gedurende hetwelk die pijp, met inachtneming van alle vormen der beleefdheid, van hand tot hand ging, zonder dat iemand acht scheen te geven op het zuchten en kermen van den patiënt; eindelijk nam de eerwaardige hakim-bashi, na zijn cachemiren tulband te hebben recht gezet en zijne handen op zijn borst gevouwen, aldus het woord:

"Onze geëerbiedigde Hakem--moge Allah hem geven meer dan honderd jaren deze provincie te besturen!--is sedert het begin der lente lijdende aan hevige aanvallen van koorts. Alle geneesmiddelen, voor dergelijke gevallen voorgeschreven, heeft men aangewend; wilgenbladeren in menigte zijn op het hoofd van Zijne Excellentie gelegd....

--En ik, valt de barbier in; ik, zijn onwaardige slaaf, heb Zijne Excellentie in de laatste maanden meer dan driemaal gelaten.

--De eerwaarde seyed, die deze vergadering wel met zijne gezegende tegenwoordigheid wil vereeren, heeft den hakem kostbare talimans ter hand gesteld en Koranteksten, die in mijne tegenwoordigheid op de lijdende lichaamsdeelen zijn gelegd. Wij hebben zelfs de toevlucht genomen tot de quinè quinè (chinine). Maar al deze geneesmiddelen hebben hoegenaamd niets uitgewerkt. Toch is het van het grootste gewicht, dat de gouverneur, aan wien wij de rust en den vrede van de provincie te danken hebben, weldra weder zijne plaats kunne innemen op het tapijt van den divan khané (huis der gerechtigheid). Doch zoo deze man, wiens rechtvaardigheid te vergelijken is bij die der beroemdste khaliefen, het volk zal blijven regeeren, dan is het noodig dat Allah hem de gezondheid terug geve. Mijn zoon, die schatten van wijsheid en wetenschap heeft verzameld bij de geneesheeren van Zijne Majesteit den Shâh--moge Allah dit licht der wereld nog lang op den troon sparen!--heeft mij aangeraden, den hakem een geneesmiddel toe te dienen, waarvan ik schroom den naam uit te spreken, om niet te kort te doen aan den eerbied, dien ik den doorluchtigen kranke verschuldigd ben en dezer eerwaardige vergadering, die wel naar mij wil luisteren. Dit geneesmiddel waartoe de Faranguis, die aan allerlei kwalen lijden, dikwijls hunne toevlucht moeten nemen, is niet edel. Had ik te doen met een gewonen patiënt, dan zou ik misschien niet geaarzeld hebben, het voor te schrijven; maar zonder de toestemming van de geestelijkheid en den steun mijner geleerde collega's zou ik het nimmer bij den gouverneur durven aanwenden.

--Spreek en vrees niets, heer dokter, antwoordde de seyed; deel ons uwe gedachte mede; gij zijt, het is ons allen bekend, een vroom muzelman. Wat is de zaak?

--Ik zou in overweging geven, aan den hakem, natuurlijk in eene zeer geringe hoeveelheid, een geneesmiddel toe te dienen, waarvan ik nog schroom den naam uit te spreken. Ik bedoel arsenicum, marge-moesj.

--Rattenkruid voor den gouverneur! zoo klinkt het eenstemmig uit aller mond, zelfs uit dien van den kranke, die vol schrik en ontzetting is opgerezen.

--Ja, ik dacht wel dat ik bij u tegenstand zou ontmoeten; maar toch zou ik gaarne de meening kennen van de vrome wetgeleerden, en van hen vernemen of de Koran het toedienen van dergelijke geneesmiddelen verbiedt.

--Neen, zeker niet, antwoordt de seyed; hoewel dit vergift, dat in Faranguistan bereid wordt, met de uiterste behoedzaamheid moet worden gebruikt.

--Wat mij betreft, herneemt een der oude geneesheeren, ik verklaar mij ten stelligste tegen het gebruik van rattenkruid, omdat de ziekte van den gouverneur tot de warme of heete aandoeningen behoort. De ouden hebben ons geleerd, dat men de kwalen waaraan de menschheid lijdt, in vier klassen verdeelt: de koude, de warme, de droge en de vochtige ziekten; zij loeren ons ook, dat men deze verschillende kwalen door eene behandeling van tegenovergestelden aard moet genezen. Zoo er nu eene ziekte is, die tot de warme of heete gerekend kan worden, is het wel de koorts: daarom moet zij genezen worden door aderlatingen of afkoelende middelen, en niet door droge vergiften, zooals het arsenicum. Het schijnt wel, eerwaarde hakim-bashi, dat gij de eerste grondbeginselen der geneeskunde vergeten hebt. Ik besluit dus, dat het gebruik van wilgenbladen een gewaagd middel is, en dat de quinè quinè verkeerd werkt; het gebruik van arsenicum acht ik bepaald duivelsch; daarom verklaar ik er mij ten sterkste tegen dat het den gouverneur worde toegediend.

--Wat mij aangaat--zegt de iman djoema, die gaarne een bewijs wil geven van zijn helder oordeel en tevens de verschillende partijen zooveel mogelijk tot elkander wil brengen;--wat mij aangaat, ik zou wel het gevoelen kunnen deelen van den hakim-bashi, als hij het niet volstrekt noodig oordeelt, den gouverneur het rattenkruid bij wijze van een drankje toe te dienen. Zou men, bij voorbeeld, geen kleine zakjes kunnen maken, die met arsenicum vullen en ze dan om den hals of de armen van Zijne Excellentie hangen? Om de schadelijke werking van het vergift te keeren, zou men er eenige teksten uit den Koran bij kunnen voegen.

--Zoo men naar mijn raad wilde luisteren, zegt nu de generaal der artillerie, zou men al die kwakzalversmiddelen op straat gooien; en met vergunning van den moesjteïd en van den iman djoema, zou men Zijne Excellentie alle dagen een paar flesschen goeden ouden wijn van Shiraz laten drinken. Hoewel ik zelf nooit de voorschriften van onze wet overtreden heb, zoo weet ik toch van hooren zeggen, dat er geen beter middel is tegen de koorts.

--Baricalla! baricalla! (bravo! bravo!), roept de beschermer der vreemdelingen, die op het hooren noemen van den ouden wijn van Shiraz uit zijne verdooving ontwaakt; dat is ten minste een verstandige raad. De generaal en ik, wij hebben steeds bevonden, dat dit het beste, of liever eenige middel is tegen de werking van het ongezonde klimaat dezer streek.

--Wilt gij den mond houden, zoon van een verdoemden dronkaard, herneemt de generaal, woedend dat hij aldus verraden wordt; gij....

--Çaheb, zegt haastig de hakim-bashi, den generaal in de rede vallende, wat denkt Uwe Excellentie van het voorstel van den iman djoema?"

De Excellentie--dat is mijn echtgenoot--, die in het minst geen vermoeden had, wat het gevolg zou zijn van zijn advies, om den gouverneur met arsenicum te genezen, haast zich, om aan de beraadslagingen een einde te maken.

"Ik houd mij overtuigd, dat de kracht der teksten uit den Koran den zieke eene groote verlichting zal bezorgen. Dit is in allen gevalle zeer wenschelijk; want wanneer men het arsenicum aanwendt op de wijze, als de eerwaarde iman djoema voorstelt, dan zal het vermoedelijk niet veel baten. Indien de raad tegen het gebruik van arsenicumhoudende dranken is, zou hij dan ook bezwaar maken, om den buik en de maag van den patiënt met dit geneesmiddel in te wrijven? Met Gods hulp zou dat misschien kunnen baten. Daarbij, hakim-bashi, waarom zoudt gij Zijne Excellentie niet naar de bergen zenden, waar de lucht zooveel gezonder is dan te Shîraz? Het zou altijd nog tijd zijn om het arsenicum te gebruiken, op de wijze als ik u eerst voorstelde, indien de algemeene gezondheidstoestand van den zieke minder werd."

Met dit fraaie advies kunnen bijna alle leden der vergadering zich vereenigen, en men gaat tot stemming over. De raad besluit dat de gouverneur naar de bergen zal worden gevoerd, en dat hij, te beginnen met morgen, tweemaal daags, des ochtends en des avonds, op den buik en op de maagholte met arsenicum zal worden ingewreven. Elke wrijving mag niet minder dan drie kwartier duren.

Brengt de arme man bij deze behandeling er het leven af, nu..... dan is Allah groot!

XXIX

25 October.--Een van de rijkste bankiers van de stad is failliet gegaan: het passief bedraagt vijfhonderd-duizend krans, hier te lande eene kolossale som. Gelukkig zijn onze credietbrieven niet bij dien bankier betaalbaar gesteld. Maar voorzichtigheidshalve hebben wij toch dadelijk bij een zijner collega's de driehonderd tomans gehaald, die ons moeten ter hand gesteld worden. Het is, voorwaar, geene kleinigheid, drieduizend krans uit te betalen; na herhaald uitstel zou de afrekening eindelijk van daag plaats hebben. De heer Blackmaur heeft een agent van de telegraaf tot onze beschikking gesteld en hem opgedragen, het geld na te zien; de bankier heeft zijn expert afgevaardigd, en deze twee gemachtigden hebben te zamen een derden persoon benoemd, die eventueele geschillen en moeielijkheden uit den weg moet ruimen.

Papieren geld is hier onbekend; de gouden toraan wordt ten platten lande zeer zelden in ontvang genomen; wij zijn dus wel genoodzaakt ons van zilveren krans te voorzien, waarvan de waarde verschilt naar gelang van den titel, den datum der uitgifte, de provincie waar men ze ontvangt en die waar men ze in betaling geeft, en eindelijk naar gelang van de waardevermindering, die de verschillende bankiers, in wier handen de muntstukken zijn geweest, hen door snoeien of andere kunstjes hebben doen ondergaan.

De uitbetaler zet zich midden in een kamer op den grond, nadat hij zorgvuldig de deuren gesloten heeft, zoodat hij niet behoeft te letten op de gaanden en komenden; vervolgens stort hij een grooten zak met geld op het tapijt uit, en legt de stukken bij tientallen op stapeltjes, die hij zoo schikt dat hij ze gemakkelijk in de lengte en in de breedte tellen kan.--Is deze eerste operatie afgeloopen, dan begint de andere partij op hare beurt de krans te onderzoeken, laat ze op een steen klinken, schiet de twijfelachtige stukken uit en legt die afzonderlijk om ze aan een nader onderzoek te onderwerpen. De twee experts twisten, schreeuwen, schelden elkander uit, schrappen het metaal met een pennemes af, en zonderen eindelijk de stukken af, over welker waarde zij het niet eens kunnen worden. Die stukken worden aan den derden scheidsrechter ter hand gesteld, die beide partijen beurtelings in het gelijk stelt en hen eindelijk tot elkander brengt. Het geld wordt nu in een zak gedaan on naar den eigenaar gebracht. Deze moet het nu nog eens overtellen en het ten slotte wegbergen in een kistje, dat stevig genoeg is om zijne bedienden te doen afzien van elke poging om daaruit weg te nemen wat zij noodig hebben, en toch zoo klein dat hij het 's nachts, als de karavaan rust houdt, onder zijn hoofd kan plaatsen. Zoolang de bagage in handen is van de tsjarvadars, bijna zonder uitzondering eerlijke lieden, behoeft men zich niet ongerust te maken; tenzij de karavaan door roovers geplunderd wordt, krijgt ge uw eigendom ongeschonden terug; maar op de pleisterplaats geven de tsjarvadars aan ieder reiziger zijne eigene bagage in bewaring, en staan zij er niet langer voor in tot de goederen weer opgeladen worden. Dan is het zaak, uw geldkist, die ge telkens moet openen en waarop ge reeds daardoor van zelf de aandacht vestigt, geen oogenblik uit het oog te verliezen.

Wij moeten nu de verdere toebereidselen maken voor onze reis. Reeds sedert onze komst te Shîraz hebben wij ons bezig gehouden met de vraag, welken weg wij moesten volgen om de Perzische-golf te bereiken. Wij hadden te kiezen tusschen twee wegen, die beiden naar Boeshîr voeren: de een, die over Kaseroem en Shapoer loopt, wordt door alle karavanen, de post en genoegzaam alle reizigers gevolgd; de andere, die veel langer is, loopt naar Firoez-Abâd, maar ontleent een bijzonder gewicht aan de overwelfde gebouwen, welke men in de nabijheid van die stad vindt. Wanneer wij den weg van Firoez-Abâd kiezen, behoeven wij bovendien slechts een omweg van enkele dagen te maken om het paleis van Sarvistan te bezoeken, waarvan men ons reeds te Madereh Soleiman gesproken heeft, benevens de vlakte van Darab, dat wil zeggen geheel het oude Farsistan.

Wij hebben dus onze keus op dezen weg gevestigd, hoewel onze reis daardoor drie weken langer zal duren en wij buitengewone vermoeienissen zullen hebben te doorstaan, omdat wij de gebruikelijke en gebaande karavanenwegen gaan verlaten. Meen nu echter niet, als ik van een gebaanden weg spreek, dat ik daarmede een straatweg of eenig ander soort van kunstweg bedoel,--zulk een wonder bestaat in Perzië niet;--maar ik bedoel eenvoudig een heerbaan, waarlangs eenig verkeer plaats heeft.--Wij zijn dus genoodzaakt, om zelven een soort van karavaan te vormen, om paarden en muilezeldrijvers met den dag te huren, en het voor het overige op het gunstige toeval te laten aankomen. Uit vrees van bestolen te worden, heeft Marcel besloten, onze groote bagage aan den tsjarvadar-bashi toe te vertrouwen, die ze aan den gouverneur van Boeshîr ter hand zal stellen; wij zullen alleen bij ons houden wat wij voor dagelijksch gebruik noodig hebben.

27 October.--Na lang wachten zijn wij eindelijk gisteren van Shîraz vertrokken, gezeten op een paar paarden, die in niets geleken op de flinke krachtige rossen welke wij gehuurd hadden, en die nu, tot onze ergernis, vervangen werden door twee magere, afgesloofde knollen, twee wandelende geraamten, met afzichtelijke wonden bedekt. Daar er geene mogelijkheid bestond, andere paarden te krijgen en wij tot geen prijs nog langer in dit vaderland der koorts wilden vertoeven, hebben wij toch de reis aanvaard, nadat wij van den heer Blackmaur en dokter Odling afscheid genomen hadden. Twee gholams van den gouverneur vergezellen ons; zonder dat geleide zouden wij, als Christenen, groot gevaar loopen dat wij in geen enkel dorp van Farsistan een onderkomen vinden of levensmiddelen zouden kunnen koopen.

Daar wij, om Kerabad te bereiken, een langen weg hadden af te leggen, hadden wij met de tsjarvadars en de gholams afgesproken, dat wij te middernacht zouden vertrekken, om voor de hitte hinderlijk werd ter plaatse onzer bestemming te zijn. Maar tegen middernacht kwamen de tsjarvadars met de bewering voor den dag, dat zij in den donker den weg niet konden vinden; en ten einde ons, zoo mogelijk, van een bezoek aan Sarvistan terug te houden, verspilden zij zooveel tijd met de toebereidselen voor de reis, dat wij ons eerst tegen zes uren in den morgen op weg konden begeven. Nauwelijks hadden wij driehonderd schreden afgelegd, of mijn paard viel op den grond; gelukkig kwam ik met gescheurde kleederen vrij, zonder verder letsel. Toen het arme dier eindelijk, door eene dracht slagen, gedwongen was om weer op te staan, weigerde ik ten stelligste, de reis op dien jammerlijken knol voort te zetten, en maakte ik mij meester van den flinken muilezel van Arabet, zonder mij te storen aan de blijkbare ontevredenheid van dien trouwen dienaar, die beweerde dat een muilezel niet aan mijn rang voegde.

Na eene zeer lange en zeer vermoeiende reis, waarop het paard dat ik dezen morgen bereed voor goed bezweken was, kwamen wij eindelijk tegen zeven uur des avonds te Kerabad aan. Ik ben uitgeput, en aan eten valt niet te denken. Het vleesch dat wij mede genomen hebben, is door de hitte bedorven; het is te laat om nu nog een schaap te slachten; wij moeten ons vergenoegen met wat komkommers en eene groote kan zure melk. Een gelapte pantalon en jas zullen dienst doen als beddelakens; als hoofdkussen zal ik mijn vilten helmhoed gebruiken; de grond, waarop ik mij zal nedervlijen, is zoo hobbelig als de rug van een kameel; tusschen takkebossen in mijne onmiddellijke nabijheid huppelen gansche scharen van ratten, en reusachtige spinnen kruipen tegen den muur op. Maar aan dergelijke kleinigheden raakt men gewoon.

Sarvistan, 29 October.--Alle slagen vallen, naar het schijnt, op ons hoofd. Daar mijn echtgenoot zich zeer vermoeid gevoelde en voor een nieuwen aanval van koorts vreesde, heeft hij, voor ons vertrek meer dan een gram chinine ingenomen. Deze groote hoeveelheid, gevoegd bij de beweging van het paardrijden, veroorzaakte hem zulke hevige pijnen, dat hij zich als in wanhoop op den grond wierp en buiten staat was om verder te gaan.