Perzië, Chaldea en Susiane De Aarde en haar Volken, 1885-1887

Part 16

Chapter 16 3,830 words Public domain Markdown

Deze handel in geestelijke ambten en waardigheden verhindert overigens niet, dat de priesters voor hun bisschop den grootsten eerbied koesteren; zij vinden in dit vragen van geld, dat trouwens in het openbaar geschiedt, zoo weinig aanstootelijks, dat de pastoor van de hoofdkerk van Dsjoelfa, die gaarne eene plaatsing in Indië verlangde, pater Paschalis kwam verzoeken, om voor hem borg te spreken bij den bisschop. Het verzoek was minstens naïef; natuurlijk weigerde de Padri zich te bemoeien met eene zaak, waarin zijne tusschenkomst zeer licht euvel kon worden geduid.

5 September.--Marcel is in het klooster gebleven, ten einde aan een koerier, die naar Teheran vertrekt, het door hem zelf uitgewerkte ontwerp te kunnen medegeven voor de herstelling van de stuw te Saveh. De vervulling van deze hem opgedragen taak heeft mijn echtgenoot veel moeite en inspanning bezorgd: niet alleen is hij daardoor genoodzaakt geworden, een omweg en eene zeer lastige reis te maken, maar ook alle teekeningen heeft hij zelf moeten vervaardigen. Dokter Tolosan zal het ontwerp rechtstreeks den koning voorleggen.

Daar ik te Dsjoelfa niets te doen had, begaf ik mij naar de woning van Kodja Yoessoef, en drong er bij zijne vrouw op aan dat zij, overeenkomstig hare belofte, mij zou voorstellen aan hare schoone vriendin, de echtgenoote van Hadji Hoesein.

Ik zou zeer gaarne mijne vriendelijke gids te paard hebben begeleid; maar aangezien het eene vrouw niet geoorloofd is, Ispahan binnen te treden zonder haar gelaat met een dichten sluier te hebben bedekt, en het voor mevrouw Yoessoef hoogst gevaarlijk zou zijn, zich in muzelmansch kostuum in het gezelschap van een Farangui te vertoonen, moest ik mij er mede vergenoegen, bij het vertrek van de bekoorlijke khanoem (dame) tegenwoordig te zijn. Zij zette zich schrijlings, als een man, op een prachtig zwart paard en reed in galop weg, gevolgd door twee dienstmaagden; een wolk van stof onttrok haar weldra aan mijne oogen. Een half uur daarna ging ook ik op weg, vergezeld door een paar getrouwe bedienden van het klooster.

Hadji Hoesein wachtte mij in de zaal van zijn biroen en had beleefdheidshalve zijne gewone bezoekers verwijderd; slechts twee of drie personen bevonden zich op de binnenplaats zijner woning, toen hij mij naar den anderoen (harem) geleidde.

Zijne vrouw verdient ten volle de reputatie van zeldzame schoonheid, die zij in geheel Ispahan geniet. Aan haar toilet kan men aanstonds bemerken dat zij aan het hof heeft geleefd en daar zekere vrijheid van manieren heeft geleerd. Is het om de warmte of uit koketterie, dat zij zich heeft ontdaan van het gazen hemd, dat de borst der perzische vrouwen omhult? Zooveel is zeker, dat een schilder of beeldhouwer zich gelukkig zou achten, als hij zulk een model voor zich kon doen poseeren. Ik voor mij werd vooral getroffen door den levendigen geest en het vernuft van de schoone Ziba Khanoem, door haar opgeruimd vroolijk humeur, door de sierlijke uitdrukkingen waarvan zij zich in het gesprek bedient en de gemakkelijkheid en zekere distinctie van haar manieren. Zij schept er blijkbaar behagen in, ons te verhalen van den gelukkigen tijd toen zij bij den koning was. Met eenige andere dames was ook zij aangewezen om de twee favoriten te vergezellen, die Nasr-ed-Din op zijne reis door Europa wilde medenemen, maar die hij, bij zijn vertrek uit Moskou, naar Perzië moest terugzenden.

"De Shâh, zoo vertelde zij, was zeer mistroostig, toen hij aan boord ging van de boot, die hem naar Bakoe moest brengen. Al de vrouwen van den anderoen hadden hem tot aan de plaats der inscheping vergezeld; toen het sein gegeven werd om het anker te lichten, barstten zij in luide jammerklachten uit, en maakten zulk een vreeselijk misbaar, dat de koning, getroffen door haar wanhoop, van zijn reisplan wilde afzien, en bevel gaf dat men hem weer naar land zou voeren. Hij zou in Perzië gebleven zijn, indien dokter Tolosan en eenige andere heeren van zijn gevolg hem niet onder het oog hadden gebracht, welk een zonderlingen en ongunstigen indruk het maken zou, indien men in Europa vernam dat de koning der koningen zich had laten bewegen door de tranen van eenige vrouwen, en dat zijn reeds officieel aangekondigd bezoek aan de voornaamste hoven van Europa niet zou plaats hebben.

--Hoe is u Rusland bevallen? vroeg ik aan de schoone khanoem.

--Ik heb niets van het land gezien. Van het oogenblik dat de boot zich van den oever verwijderde, werden wij, dames, opgesloten in kleine bedompte hutten; later liet men ons plaats nemen in spoorrijtuigen, waarvan de raampjes zorgvuldig waren gesloten, zoodat wij niet naar buiten konden zien. Bij onze aankomst te Moskou eindelijk, werden ons kamers aangewezen, die wij nimmer mochten verlaten en waar wij door de eunuken van Zijne Majesteit werden bewaakt. De Shâh, die natuurlijk tegenwoordig moest zijn bij de schitterende receptiën en feesten te zijner eere, kon niet, zoo als te Teheran, zijne avonden doorbrengen in den kring zijner vrouwen, die zich over haar verlatenheid en hare opsluiting bitter beklaagden. De koning zag dan ook weldra in, dat het niet wel mogelijk zou zijn, zijne vrouwen mede te nemen in de landen der ongeloovigen en haar toch buiten alle aanraking met vreemden te houden; hij besloot daarom, ons naar Perzië terug te zenden. Hoe ongaarne zij den Shâh ook verlieten, toch waren de khanoems met dit besluit zeer ingenomen, want in geen twee maanden hadden zij de zon of den blauwen hemel mogen aanschouwen.

Nasr-ed-Din Shâh was overigens zeer tevreden over zijne reis: hij werd overal met eerbied en onderscheiding bejegend; er werden schitterende feesten voor hem aangericht, en in de groote steden waren van alle kanten prachtig uitgedoste troepen bijeengebracht, waarover hij wapenschouwing hield. Toen hij voor het eerst zulk eene wapenschouwing bijwoonde, kon hij een gevoel van naijver en toorn niet bedwingen bij het zien van de fraaie uniformen en de uitmuntende houding van de russische soldaten. In het paleis terug gekeerd, viel de Shâh heftig uit tegen den spasalar (opperbevelhebber van het perzische leger).

"Wat doet gij, zoo zeide hij, met al het geld dat ik u geef om mijn leger te kleeden? Zou de Tsaar eerlijke dienaren hebben, en ik slaven, die verdienden dood gegeeseld te worden?"

Toen wij in de aangrenzende kamer de luide stem van Zijne Majesteit hoorden, beefden wij voor het leven van den spasalar; maar deze voortreffelijke minister, dien niemand toen van oneerlijkheid verdacht, wist zoo goed te antwoorden, dat de toorn van zijn meester smolt als sneeuw voor de zon.

"Weet Uwe Majesteit dan niet, zoo sprak hij, dat de Tsaar, ter gelegenheid van het bezoek van den opvolger van Dsjemsjid en Khosroës, zijn gansche leger in splinternieuwe uniform heeft gestoken?

--Welken indruk heeft Zijne Majesteit wel gekregen van de verschillende landen, die hij in Europa heeft bezocht?

--Nasr-ed-Dîn Shâh is zeer ingenomen met Faranguistan (de perzische naam van Europa). Hij heeft de grootste koningen en de machtigste vorstinnen van de Christenheid aan zijne voeten gezien; hij heeft buitengewoon vlugge danseressen en schoone, elegante vrouwen kunnen bewonderen; maar toch scheen hem niets te vergelijken bij zijn eigen land.--Niettemin spreekt de Shâh met veel ingenomenheid van zijn bezoek aan de groote hoofdsteden van Faranguistan; ten einde eene blijvende herinnering aan zijne reis te bezitten, heeft hij een grooten gouden bal laten maken, waarop met fijne parelen, robijnen, saffieren en smaragden, de zeeën, de bergen, de valleien en de steden zijn aangeduid van de landen, die hij bezocht heeft. Schitterende diamanten wijzen de voornaamste hoofdsteden aan. Ik heb dien werereldbol meer dan eens gezien.

--Waarom, Khanoem, hebt gij het hof van Teheran verlaten?

--Nasr-ed-Dîn Shâh heeft mij aan den agha ten huwelijk gegeven, tot belooning van vele en gewichtige diensten, die hij aan den koning heeft bewezen. Ik heb geen reden om mij over mijn lot te beklagen, want Hadji Hoesein is goed, houdt veel van mij, en heeft geene andere wettige echtgenoote; maar toch betreur ik het dikwijls dat ik geen deel meer kan nemen aan de groote reizen, wanneer wij des zomers het koninklijke kamp volgden; en niet meer kan tegenwoordig zijn bij de feesten van het Nieuwejaar, of bij de schoone tooneelvoorstellingen in het paleis, gedurende de maand Moharrem, ter eere der martelaren van ons geloof."

Dit gezegd hebbende, stond Ziba Khanoem op, en noodigde mij uit, haar huis te zien. De met fraaie boomen beplante binnenplaats is versierd met verschillende fonteinen, wier kristallen waterstralen tot in de zaal eene aangename koelte verspreiden; bloeiende rozenstruiken, witte en gele jasmijnen vermengen haar sterke geuren met die van verschillende reukwaters, waarmede de tapijten zijn besprenkeld. De woning heeft een plat dak, omgeven door een steenen muur, waarin openingen zijn gelaten, groot genoeg om te kunnen zien wat daarbuiten is, zonder zelf gezien te worden. Door deze openingen in het metselwerk bespeur ik een fraai bewerkten, hoogen seintoren, onder de mongoolsche heerschappij gebouwd. Een wenteltrap, die, naar men zegt, nog in zeer goeden toestand verkeert, voert naar den top, die eene hoogte van twee-en-vijftig el boven den beganen grond bereikt; maar op het eerste portaal bevindt zich eene deur, die den toegang naar het platform afsluit, van waar men op de binnenplaatsen der aangrenzende huizen kan zien en alzoo de vrouwen zou kunnen bespieden, die zich daar in vrijheid bewegen.

Eer wij naar Dsjoelfa teruggaan, noodigt mevrouw Yoessoef mij uit, om in den biroen--het voor het publiek toegankelijke gedeelte van het huis--het magazijn van tapijten te bezichtigen. Deze tapijten, die te Farahan bepaaldelijk voor den uitvoer naar het buitenland worden vervaardigd, kunnen de vergelijking niet doorstaan met de oude tapijten, die geheel met de hand werden geweven, en waarvan de schoone, harmonische kleuren nooit verbleeken. De nieuwerwetsche tapijten, geel, rood en blauw, met bonte patronen en schelle harde kleuren, zijn fabriekmatig vervaardigd en met aniline verfstoffen gekleurd. In Perzië zelf vinden zij weinig aftrek: wie op wezenlijk fraaie tapijten prijs stelt, gaat niet naar de fabrieken van Farahan, maar laat ze uit Fars komen, waar de zoogenoemde vooruitgang de fraaie en steeds blijvende natuurlijke verfstoffen nog niet verdrongen heeft.

In het klooster teruggekeerd, vind ik Marcel, den Padri en Mirza Taghuy-Khan bij elkander in de spreekkamer. De laatste komt ons het antwoord van Zelleh-Sultan op onzen brief mededeelen; de brief werd overgebracht door twee koeriers, waarvan de een het vorstelijk schrijven bij zich had, terwijl de ander moest toezien dat de brief behoorlijk in onze handen werd gesteld. De prins verzekert ons van zijne genegenheid, en verklaart hoe aangenaam het hem zou zijn, indien de fransche heeren, wier reputatie sedert hunne komst in Perzië ook tot hem is doorgedrongen, hem te Boeroedjerd, waar hij nog eenige dagen denkt te verblijven, kwamen bezoeken. De vice-gouverneur van Ispahan wordt voorts uitgenoodigd, ons met de meeste voorkomendheid te behandelen en in overleg te treden met den moesjteïd en den imam Djoema, opdat het ons vergund zou worden, zonder gevaar van ons leven, de heiligdommen te bezoeken.

De onder-gouverneur, de moesjteïd en de imam Djoema hebben bereids een afschrift van dezen brief ontvangen. De moesjteïd scheen zeer gekrenkt door de bewoordingen van den firman, maar heeft zich toch niet rechtstreeks durven verzetten; maar daar de geestelijkheid zich stipt wil houden aan de letter der wet en deze zeer stellig den toegang tot de moskeeën aan de Christenen verbiedt, moet er iets op gevonden worden, om de mollahs in dit moeilijk geval uit de verlegenheid te helpen. Nu, de commentaren op den Islâm en de uitleggingen van den gewijden tekst zijn zoo talloos vele en zoo uiteenloopend, dat men veilig mag vertrouwen dat de theologen ook nu een middel zullen weten te vinden om het gebod van den Profeet en dat van den zoon van den Shâh met elkander in overeenstemming te brengen.

In afwachting van hunne beslissing, stelt Mirza Taghuy-Khan ons een uitstapje voor naar het paleis van Koladoen, in den omtrek van Ispahan gelegen. Daar de weg derwaarts door de vlakte loopt, staat de generaal er op, dat wij dien tocht met de rijtuigen van zijn heer zullen maken. Die zware, stevige rijtuigen zijn tegen vele beproevingen bestand: maar toch kunnen zij door sommige wijken der stad niet worden vervoerd, en evenmin door de paarden tegen de bruggen over den Zendeh-Roed worden opgetrokken. Wij spreken dus af, dat de Padri, Marcel en ik te paard naar Koladoen zullen gaan, en dat wij met rijtuig zullen terugkeeren tot aan den oever der rivier.

6 September.--Wij verlaten Dsjoelfa door eene poort, waarvan de zware houten deur met ijzer beslagen en van reusachtige grendels voorzien is. Door deze poort drongen de Afghanen de stad binnen, zoo als blijkt uit de inscripties op twee in den muur gemetselde steenen. De eene inscriptie is in het armenisch, de andere in het latijn: dit laatste opschrift is vervaardigd door de monniken, die met pater Krusinski in de stad waren, en die vergunning kregen tot het aanbrengen dezer inscriptie, als belooning voor de diensten, gedurende het verschrikkelijke beleg van Ispahan door hen bewezen.

Buiten de omwalling begint een allerbekoorlijkst landschap. Een aantal schilderachtige dorpjes verschuilen zich in het dichte lommer van prachtig geboomte; de muren der tuinen en gaarden verdwijnen onder de bloeiende kamperfoelies en wilde rozen. Nu en dan ziet men, te midden der bosschages, de ruïnen van kleine moskeeën, nog ten deele bekleed met een mozaïek van porseleinen tegels. Sedert de invallen der Afghanen, nu meer dan honderd jaar geleden, zijn de koepels en gewelven ingestort; de boeren zijn te arm om de kosten der herstelling te kunnen dragen; de heiligdommen blijven dus in dien half verwoesten staat, maar worden toch nog voor de eeredienst gebruikt. Wij vervolgen onzen weg door dit paradijsachtig schoone landschap, tot wij aan het dorp Koladoen komen, van waar wij, na een rit van een kwartier, het paleis bereiken.

Lommerrijke boomen, ruischende wateren, een tapeet van malsch groen: ziedaar het ideaal van een Oosterling, de vervulling van zijne zoetste wenschen. Dat was ongetwijfeld ook de meening van den laatsten eigenaar van dit behoorlijk lustoord, die voor omstreeks een paar jaren, op uitdrukkelijk bevel van prins Zelleh-Sultan, zijne liefelijke woning moest verlaten om een pelgrimstocht te gaan ondernemen naar Mekka.

Volgens het bevel van den Korân moet iedere Muzelman althans eens in zijn leven de heilige stad bezoeken: de Shâh en zijn zoon eischen nu de vervulling van dien plicht, zoo dikwijls zij zich wenschen te ontdoen van iemand, wiens invloed hun hinderlijk is, of wiens fortuin, vaak door zeer verdachte middelen verkregen, hunne begeerlijkheid heeft opgewekt. Het is bijna regel, dat de pelgrims, die aldus op bevel van den koning naar de heilige plaatsen trekken, nooit terug komen; de vermoeienissen en gevaren, aan de verre reis verbonden, geven altijd eene voldoende verklaring van den onverwachten dood dier onvrijwillige bedevaartgangers.

De eigenaar van Koladoen althans maakte geene uitzondering op dien regel: zes maanden na zijn vertrek kwam te Ispahan het bericht van zijn overlijden. Allâh zij zijner ziele genadig! hij is op den weg des heils bezweken.--Maar hoe is het gegaan met zijne natuurlijke erfgenamen, zijne vrouwen en kinderen? Het voegt mij niet, hiernaar te vragen. Mirza Taghuy-Khan is een trouw dienaar, die zich geen oordeel mag aanmatigen over de handelingen zijns heeren. Zooveel is zeker, dat het heerlijke paleis van den ongelukkigen pelgrim thans het eigendom is van prins Zelleh Sultan.

Uit de vensters van de zaal heeft men het uitzicht over de wijde, vruchtbare vlakte, aan den horizon door eene schilderachtige bergketen begrensd; door de vlakte slingeren zich, te midden van tabak- en sorgho-velden, talrijke beken en waterleidingen, waaruit telkens groote schildpadden te voorschijn kruipen.

In het midden van den tuin bevindt zich een groot reservoir, dat het noodige water voor de besproeiing der bloemperken en boomgaarden, die Koladoen omringen, bevat; terwijl de tabak- en katoenvelden besproeid worden met behulp van hoogst eenvoudige toestellen, zeer veel overeenkomende met de sjadoefs, die de Egyptenaars gebruiken om het water van den Nijl op te voeren. Het eenige onderscheid is, dat hier in Perzië deze werktuigen niet door menschen, maar door beesten worden in beweging gebracht.

Indien de putten, die doorgaans onder de dichte takken van het geboomte verborgen zijn, het oog al niet trekken, dan verraden zij zich toch door het luide geknars en gekraak van hunne raderen. Ter wederzijde van de opening van den put verheft zich een soort van leemen muur, waarop een ijzeren staaf rust, die de as vormt van een breed houten rad. Over dit rad loopt een touw, waarvan het eene uiteinde aan een grooten lederen zak is bevestigd, terwijl het andere is vastgemaakt aan den halster van een os, een paard of een muilezel. Voor den put daalt, tusschen twee muren, een kunstmatig aangelegd pad steil naar beneden: dit is de loopplaats der dieren. Klimt het paard of de os naar boven, naar den put, dan daalt de lederen zak in den put en vult zich met water. De voerman laat dan het dier wenden, dat, dalende, den gevulden zak omhoog trekt; een man vat den zak aan, en de inhoud wordt zorgvuldig in de besproeiingsriolen uitgestort. De ossen en paarden, gewend dag aan dag langs dit pad op en neer te gaan, gehoorzamen werktuigelijk aan den wenk van den voerman, en brengen zoodoende in betrekkelijk korten tijd eene vrij groote hoeveelheid water naar boven.

Daar in deze streek het water op geringe diepte beneden de oppervlakte der aarde gevonden wordt, gaat de besproeiing te Koladoen zeer gemakkelijk; de landlieden maken van deze gunstige omstandigheid dan ook gebruik, om somwijlen drie oogsten in het jaar van hunne akkers te winnen. De voornaamste landbouwprodukten van de vruchtbare vlakte van den Zendeh-Roed zijn katoen, tabak en papaver.

Behalve eene zorgvuldige besproeiing, zonder welk het zaad zelfs niet ontkiemen zou, vereischt de tabaksplant, die eene hoogte bereikt van tachtig duim, zeer weinig zorg en arbeid. Alvorens de bladeren te plukken, laat men ze aan den stengel drogen; daarna worden zij uitgezocht en in tien of twaalf verschillende soorten of rubrieken gerangschikt, beginnende met de zachte en fijne bladeren, tot de harde schors die, uit hoofde van den lagen prijs, binnen ieders bereik valt. De tabak van Ispahan is beroemd, en wint het in geur van die van Shiraz, welke laatste voornamelijk naar Constantinopel en naar Syrië wordt uitgevoerd.

De katoen eischt minder warmte dan de tabak: zij wordt zoowel in de provinciën van het noorden als in die van het midden van Perzië, zeer veel verbouwd. In den bloeitijd prijkt de struik met eene menigte gele bloesems, die afvallen en vervangen worden door roode bolsters of peulen, zoo groot als een kleine noot. Deze bolster wordt gaandeweg harder en verliest zijne kleur; geheel hard geworden, splijt hij en laat de sneeuwwitte katoen zien. Deze fijne donzige wol zou spoedig met den wind vervliegen, indien niet alle handen dadelijk gereed waren, om, op het gunstige oogenblik, de bolsters in te zamelen.

Men bergt het katoen in schuren, waar het van vreemde bestanddeelen wordt gezuiverd en vervolgens in groote balen ingepakt, die naar de havens worden vervoerd en van daar naar Frankrijk of Engeland gezonden om verwerkt te worden.

De katoenteelt zou niet minder voordeelen opleveren dan de kultuur van papaver of tabak, indien de katoen ook in het land zelf verwerkt werd. Ongelukkig gaan alle mogelijke voordeelen, die de katoen kan afwerpen, voor de inlandsche handelaars verloren: door de schuld van de regeering bevinden zij zich in eene zeer ongunstige verhouding tegenover eenige europeesche handelshuizen, die geene moeite ontzien om de ontwikkeling der nationale industrie zoo veel mogelijk tegen te werken. Een voorbeeld uit zeer velen. De goederen, die in Perzië worden ingevoerd of naar het buitenland uitgevoerd, zijn aan een vast recht onderworpen, bedragende ongeveer vijf ten honderd van de handelswaarde: zoo is het officieele tarief. In de werkelijkheid echter worden niet alleen aan de grenzen, maar ook nog in iedere stad inkomende rechten geheven en worden de goederen telkens op nieuw gevisiteerd. Om nu aan deze afpersingen zoo veel mogelijk te ontkomen en het goed niet verbeurd te zien verklaren, moeten er fooien of geschenken gegeven worden aan de gouverneurs, aan de beambten der douane en aan hunne talrijke ondergeschikten, die nog hebzuchtiger en minder gemakkelijk te bedriegen zijn dan hunne meesters: op die wijze wordt, als de karavanen verschillende provinciën moeten doortrekken, dikwerf het drie- en vierdubbele betaald van hetgeen men volgens de wet verschuldigd is.

Gansch anders is het met de Europeanen gesteld. Door hunne consuls en gezanten beschermd, betalen zij eenvoudig het verschuldigde recht, waarna niemand hen meer lastig durft vallen, en zij hunne waren ongehinderd door het geheele koninkrijk kunnen vervoeren. Zoo doende valt het hun niet moeilijk, zeer aanzienlijke winsten te maken, en toch hunne koopwaren tegen veel minder prijs te verkoopen, dan dien de inlandsche kooplieden moeten vorderen.

Naast de besproeiing is bemesting noodig om den grond vruchten te doen voortbrengen. Dit is een punt van belang, en men verzint dan ook allerlei middelen om zich meststoffen te verschaffen, zonder al te nauwkeurig naar de herkomst te onderzoeken. In de straten van Ispahan vindt men langs de huizen eenvoudige open putten, waarin de faecaliën uit de woningen worden geworpen, en die tevens ten dienste zijn van het publiek. Bovendien vindt men in de onmiddellijke nabijheid van bijna alle steden en dorpen, even als in Egypte, een groot aantal duiventillen. Wie Ispahan nadert, zou inderdaad kunnen meenen dat de inwoners dier stad zich uitsluitend met duiven voeden. Dit is echter het geval niet: men verlangt van de duiven niet anders dan dat zij zich zooveel mogelijk vermenigvuldigen en hokvast blijven: de duivenmest toch, met puin en steengruis vermengd, is de beste meststof voor de velden, waarop de meloenen en die heerlijke pasteken groeien, waarmede de bewoners van Ispahan zich gedurende de zomermaanden bijna uitsluitend voeden.

De beste meloenen groeien echter niet op de aldus bemeste landen, maar op de grenzen der woestijn, in min of meer zoutachtige gronden, waaraan zij haar fijnen smaak en heerlijken geur te danken hebben. Naar de echte liefhebbers beweren, kan men hoogstens om de dertig jaren, op denzelfden grond meloenen telen. Naar men zegt, worden de meloenen die op de tafel van den Shâh verschijnen, aldus gekweekt.

De groote hitte is voorbij: het begint een weinig af te koelen; wij verlaten de tuinen, en Mirza-Taghuy Khan noodigt ons uit, een bezoek te gaan brengen aan een oud gebouwtje, op een heuvel midden in de vallei van den Zendeh-Roed. Wij gaan derwaarts.

Op den top van dien heuvel bevindt zich een soort van ronden toren, die vroeger met een koepel gedekt was en in het benedengedeelte voorzien van acht openingen, op gelijke afstanden aangebracht. Aan den vorm der bogen bespeurt men, dat het gebouw in betrekkelijk modernen tijd is gerestaureerd; maar het inwendige bevat niets, waaruit met eenige zekerheid een besluit zou kunnen worden opgemaakt omtrent den tijd der stichting. Beneden dit gebouw ziet men de ruïnen van ingevallen huizen, en rondom die huizen een muur van groote gebakken steenen opgetrokken. De verschillende steenlagen zijn van elkander gescheiden door een laag riet en biezen, ongeveer op dezelfde wijze als bij de oude monumenten in Babylonië.