Per luchtschip "De Argonaut" naar Mars
Part 1
PER LUCHTSCHIP "DE ARGONAUT" NAAR MARS
DOOR Dr. ALBERT DAIBER NAAR HET DUITSCH DOOR CATH. A. VISSER
MET VIER PLATEN VAN ANDRÉ VLAANDEREN
N.V. JOHANNES MÜLLER--AMSTERDAM
HOOFDSTUK I.
VOORBEREIDINGEN.
De schitterende avondster Venus was in het Westen ondergegaan. Donkere, doorzichtige schaduwen spreidden zich langzamerhand over Groot-Stuttgart en het Neckardal uit.
Duizenden en nog eens duizenden van sterren beginnen te flikkeren aan het firmament, terwijl men, te midden dier ver verwijderde lichtgevende hemellichamen, den schitterend witten Melkweg duidelijk kan onderscheiden.
Van daaruit ziet het fonkelend sterrenbeeld Cassiopeia neêr, op de oude, nog altijd van zooveel dwaasheid vervulde Moeder Aarde.
Aan de andere zijde, in het onmetelijke hemelruim, staat de Groote Beer, met zijn zeven heldere sterren, het geheimzinnige getal, dat in het menschelijk leven zulk een merkwaardige rol speelt. In bonte mengeling en op ongelijke afstanden, verschillend in lichtsterkte en grootte, stonden de overige sterren daartusschen, schijnbaar nog alle op haar oude, gewone plaats.
't Werd later in den nacht. In het Zuiden verscheen het prachtig sterrenbeeld de Orion aan den horizont en spoedig daarna ook Sirius, de schitterendste onder al de schitterende sterren des hemels.
En juist hij wiens beroep het was den sterrenhemel te bestudeeren, scheen op het oogenblik het minst van allen vatbaar voor die nachtelijke pracht en de grootsche schoonheid van die verwijderde lichtgevende hemellichamen.
Professor Stiller, de beroemde sterrenkundige, leeraar aan de wereldberoemde universiteit te Tübingen, zat in zijn armstoel en trommelde zenuwachtig met de vingers van zijn rechterhand op de leuning. Hij zat in een ruim vertrek met groot glazen koepeldak, waarvan men dadelijk zag dat het als observatorium of sterrenwacht dienst deed. Een reusachtige kijker stak door de opening in het draaibare koepeldak naar boven in den helderen winternacht.
Professor Stiller had al jaren geleden op den rustigen Bopserheuvel bij Stuttgart een sterrenwacht voor zich laten bouwen, om, ver van 't druk gewoel der universiteitsstad, zich ongestoord aan de waarneming der planeten te kunnen wijden. Vooral de planeet Mars, wier baan zoo dicht in de nabijheid der aarde loopt, trok in 't bijzonder de aandacht van den geleerde. Deze groote belangstelling was oorzaak dat hij daarvan langzamerhand een meer bijzondere studie maakte, waaruit een zóó groote liefde voor de verwijderde planeet ontstond, dat bij professor Stiller eindelijk meer en meer de gedachte rijpte, om zich met die planeet in nadere verbinding te stellen,--met andere woorden, die te bezoeken.
Juist nu stond Mars in de nabijheid der aarde, en bedroeg de afstand tusschen deze en de planeet slechts 59 millioen Kilometer.
In den tegenwoordigen tijd van grootsche uitvindingen, en den geweldigen, men zou bijna zeggen ongelooflijken vooruitgang op het gebied der techniek, en de meerdere kennis van de electromagnetische stroomingen in het heelal en hare toepassing, en vóór alles de hooge vlucht die de luchtscheepvaart had genomen, was in de gedachte aan een bezoek aan Mars en een reis daarheen niets vreemds meer gelegen. Integendeel, bij den tegenwoordigen stand van zaken, bestond inderdaad de mogelijkheid om een dergelijken tocht, met eenigen kans van slagen, te ondernemen.
En deze reis hield op het oogenblik de gedachten van professor Stiller bezig. Hij had echter met allerlei tegenspoed te kampen gehad en dit had den geleerde onaangenaam gestemd en zenuwachtig gemaakt. Vóór den stoel van den professor brandde een sierlijke electrische lamp, die haar zacht licht wierp op een stapel papieren, met cijfers en berekeningen bedekt, die door elkaar op een kleine tafel naast hem lag. Zuchtend streek hij zich met de linkerhand over het met diepe rimpels doorgroefde voorhoofd.
"Die dwaze menschen, die Bieder en Schnabel, die in hun eigenwijsheid mijne aanwijzingen niet volgen en mij daardoor bij den bouw van mijn luchtschip al zoovele moeilijkheden bezorgden, zijn inderdaad niet waard, dat ik me nog langer boos over hen maak. Goddank heb ik hun domheden, die de ergste gevolgen na zich konden sleepen, noch altijd tijdig kunnen verhelpen! Weg dus met al die ergernissen! 'k Wil me nu alleen aan Mars wijden!" De geleerde stond op. "Ja, ja!" ging hij na eenige oogenblikken zwijgens voort, "ja, mijn oude, roodachtig stralende vriendin, is nu in de nabijheid der aarde. Ik geloof dat het van avond echter te laat is om nog een stil onderhoud met haar te hebben! En toch, ze is als altijd weer op haar plaats, zij laat nooit op zich wachten!"
Professor Stiller keek op zijn horloge, "11 uur 42 minuten! Nog 55 seconden en dan is Mars in het Oosten zichtbaar. Gauw naar boven, naar den kijker!" Weldra was deze gericht en vertoonde Mars, die langzaam aan den oostelijken horizont verrees, zich als een kleine vurige bol aan het oog van den waarnemer. Vol bewondering sloeg professor Stiller de naar hem toegekeerde zijde der planeet gade, waarop duidelijk en scherp, smalle rechte lijnen zichtbaar waren.
"Juist deze rechte kanalen, die op verschillende punten elkander snijden of samenkomen, leveren door hare kunstigheid het duidelijkste en meest onweerlegbare bewijs, dat daarboven zeer verstandige en ontwikkelde wezens huizen!" sprak de geleerde tot zich zelf. "Mars heeft in weerwil van de haar omringende luchtlagen, in verhouding slechts kleine hoeveelheden water. Daarom zijn de Marsbewoners wel genoodzaakt om aan dit gebrek door kunstmatigen toevoer zooveel mogelijk tegemoet te komen, en van de aanwezige watermassa een zoodanig gebruik te maken dat, wanneer één district er door bevochtigd is, de kostbare vloeistof naar een andere streek wordt gevoerd. Hoe vaak heb ik niet reeds deze feiten van den katheder te Tübingen verkondigd als verklaring van het tijdelijke verdwijnen en telkens weer opduiken der kanalen op Mars!" riep professor Stiller opgewonden uit. "Ja, er moet op Mars een bijzonder ontwikkeld en in hooge mate beschaafd volk wonen, want alleen dit is in staat om dergelijke geniale werken ten algemeene nutte ten uitvoer te brengen! De Jaargetijden op Mars schijnen, volgens mij, in de eerste plaats verband te houden met het smelten der ijsmassa's aan de Zuid- en Noordpool. En dit water, afkomstig uit het gesmolten ijs der Poolstreken, wordt ter vruchtbaarmaking, door die wezens daarboven, gevoerd in de kanalen die wij zelfs van hieruit kunnen waarnemen.
Wat een prachtigen weelderigen plantengroei moet men daar, langs de kanalen aan de oevers aantreffen! Wat moet alles zich daar vlug en krachtig ontwikkelen waar het water, regelmatig verdeeld, overal wordt heengevoerd! En wat voor menschen moeten dat niet zijn, die daar op Mars wonen en die ons in algemeene ontwikkeling misschien eeuwen vooruit zijn! Dat zou volstrekt niet onmogelijk wezen. Ik moet hen leeren kennen, evenals den grond, waarop zij leven en werken!"----
Opgewonden ging professor Stiller van den telescoop weg, maar de levendige belangstelling in het voorwerp zijner waarneming, dreef hem al heel spoedig weer naar zijn instrument terug.
Zoo ging het eene uur na het andere voorbij in astronomische onderzoekingen en berekeningen. De fonkelende sterren aan den hemel begonnen reeds te verbleeken en de wintermorgen brak bijna aan, toen de professor eindelijk zijn plaats verliet en naar zijn warm tehuis ging, dat zich in de onmiddellijke nabijheid van de sterrenwacht bevond.
Een lichte nevel hing over het Neckardal en Groot-Stuttgart. De stralende morgenzon deed dezen doorzichtigen sluier echter spoedig optrekken en liet de stad, die zich in den loop der tijden van uit het Nesenbachdal links en rechts langs de oevers van den Neckar had uitgebreid, op haar voordeeligst uitkomen. De winter had zijn intocht nog niet gedaan en de met bosschen begroeide bergen die het Neckardal begrenzen, waren nog niet met sneeuw bedekt. In de frissche heldere Decemberlucht kon men scherp en duidelijk de torens en villa's onderscheiden, die hier en daar op eenige hooger gelegen punten waren gebouwd en neerzagen op de stad die zich aan hunne voeten uitstrekte. Ook de oude kapel op den Rotenberg paste uitstekend in het schilderachtige landschap, waarom de Neckar zich als een zilveren lint slingerde.
Een groot ruim plein, half park half grasveld, de van oudsher beroemde Cannstatter weide, waar de Zwabensche volksspelen werden gehouden, bracht een aangename afwisseling in de huizenmassa, en werd hiervan aan een zijde door de rivier gescheiden. Aan het uiteinde van het park dat verscheidene Kilometers lang was en door electrische trambanen werd doorkruist stond een groot rond, in hout opgetrokken gebouw waarop met reusachtige letters stond te lezen:
"Luchtschip voor de Mars-expeditie,"
en daaronder:
"Streng verboden toegang."
Binnen in het gebouw deed zich geen enkel geluid hooren,--een teeken dat het werk was gestaakt of misschien reeds afgeloopen.
Aan de heeren Blieder en Schnabel was de bouw van het luchtschip opgedragen, dat voor de eerste maal sedert het bestaan van een wereld- en volkengeschiedenis de oplossing zou geven van het moeilijke probleem van een tocht buiten den dampkring, door de oneindige aetherlaag, naar een bepaald doel.
Blieder was de architect die, althans in Stuttgart, bekend stond om zijne vele ervaring en nieuwe denkbeelden bij de uitvoering van allerlei stoute plannen, Schnabel was leeraar in de hoogere mathematica aan eene universiteit.
In deze hoedanigheid was den heer Schnabel opgedragen, om den bouw van het luchtschip op mathematische gronden na te gaan en overigens den heer Blieder met zijn wetenschappelijke ontwikkeling ter zijde te staan.
Uitwerking en kracht der op de meest vernuftige wijze gebonden electro-dynamische eenheden, die zoowel voor de beweging en het besturen van het schip, als voor de verlichting en verwarming van het gesloten vaartuig moesten dienen, al die talrijke zeer gewichtige voorwaarden, waaraan de machinerie tot in haar kleinste onderdeelen moest beantwoorden, waren door professor Stiller in medewerking met andere geleerde collega's aan de Tübinger universiteit, vastgesteld geworden en de uitvoering er van aan beide genoemde heeren opgedragen.
Slechts aarzelend en met een zekeren onwil was professor Stiller tot die opdracht overgegaan.
Blieder en Schnabel waren oude kennissen van hem. Evenals hij, waren ze in de voorstad Cannstatt geboren en met hem opgegroeid, doch in later jaren hadden de zoo uiteenloopende belangen en studiën van professor Stiller hem meer en meer vervreemd van de beide vrienden zijner jeugd. Hoe hooger professor Stiller steeg op de wetenschappelijke ladder, hoe grooter de kloof werd die hen scheidde.
Toen het echter bekend werd, dat het college van professoren der Tübinger universiteit naar aanleiding van een gloedvolle voordracht van professor Stiller, besloten had om op kosten der universiteit een luchtschip van bijzondere constructie te doen bouwen, waarmede een tocht naar Mars zou kunnen worden ondernomen, waren de beide oude kennissen, met wie hij zoo menigen kwajongensstreek had uitgehaald, onmiddellijk naar Professor Stiller gegaan. Het prikkelde hun beider eerzucht om hun naam wereldberoemd te maken en dezen voor altijd verbonden te weten met den "Argonaut" zooals het luchtschip heeten zou. Eindelijk had professor Stiller aan hun verlangen toegegeven waaraan zij kracht hadden bijgezet door een beroep te doen op hun oude vriendschap. Hij verzoende er zich mede, door de gedachte, dat onder al degenen die voor den bouw van den Argonaut in aanmerking zouden wenschen te komen, toch niemand wezen zou die een grooteren waarborg zou leveren voor het welslagen van den arbeid, dan Blieder en Schnabel. En op stuk van zaken waren zij dan toch ook Zwaben evenals hij.
Zoo had de geleerde dan zijn aanvankelijken tegenzin tegen de twee "bekrompen Stuttgarters" overwonnen, doch, tegen dat het werk ten einde liep werd deze weder zooveel te levendiger. De heeren Blieder en Schnabel waren twee echte dikkoppen. Zij meenden beiden den Steen der Wijzen te hebben gevonden en achtten zich derhalve bevoegd om in het plan voor het schip naar eigen goeddunken wijzigingen aan te brengen. Alleen aan de waakzaamheid en den onverflauwden ijver van professor Stiller was het te danken dat na een voortdurenden strijd, veel ergernis en verdriet, en aanhoudende onaangenaamheden met Blieder en Schnabel, de Argonaut in hoofdzaak was gebouwd zooals de geleerde zelf had aangegeven.
Maar den vorigen middag, toen professor Stiller naar de werkplaats was gegaan, om zich te overtuigen dat het werk waaraan nu zoovele maanden ijverig was gearbeid en waarover reeds zoo groote roep was uitgegaan (daarvoor hadden Blieder en Schnabel wel gezorgd), had hij tot zijn groote woede bemerkt, dat de bouwers eenige zijner meest gewichtige aanwijzingen totaal over het hoofd hadden gezien. Het werk dat reeds was gestaakt, moest wederom worden opgevat, en weer begon men aan den Argonaut allerlei veranderingen aan te brengen. Daardoor moest de opstijging natuurlijk weer worden uitgesteld en rees de ernstige vraag, of er van de geheele expeditie nog iets terecht zou komen. Het was eenvoudig om dol en razend te worden!--
Woedend kwam professor Stiller thuis. Het duurde verscheidene uren vóór zijn drift bedaard en hij weder zichzelf meester geworden was. Maar zóó dicht bij de vervulling van een lang gekoesterden wensch te zijn en dan telkens weer zijn geduld op de proef te zien gesteld, is dan toch ook bijna niet te dragen.
Professor Stiller's kracht ging 't dan ook bijna te boven en hij bracht, onbekwaam tot eenig werk, verscheidene uren in zijn observatorium door, om zijn opbruisend bloed tot bedaren te brengen en zijn boosheid te overwinnen.
De geleerde zat nu in een gemakkelijke warme kamerjapon in zijn ruime studeerkamer, waarin de zon haar heldere stralen wierp, en werkte de waarnemingen van dien nacht uit. Het resultaat was zeer bevredigend. Nu, en daarna misschien niet in langen tijd, wellicht, in geen jaren, was het mogelijk om van de aarde uit, Mars te bereiken. Het is een groot verschil of een planeet slechts 59 of 400 millioen kilometers van de aarde verwijderd is. Mars stond op het oogenblik het dichtst bij de aarde en was daarvan slechts 59 millioen kilometers verwijderd. Dit was gebleken uit de nauwkeurige berekeningen van den professor. Men mocht daarom niet lang meer wachten met de expeditie, ieder tijdverlies moest angstvallig worden vermeden. Wanneer men eenige kans wilde hebben de planeet, die zich snel wederom van de aarde verwijderde, te bereiken, zooveel mogelijk gebruik makende van de nu zoo gunstige verhouding tusschen de middelpuntvliedende kracht der aarde en de thans sterk vermeerderde aantrekkingskracht van Mars dan moest met ieder uur rekening worden gehouden.
"En juist op dit allergunstigste oogenblik, moeten me die twee ezels!"--en bij deze woorden keek professor Stiller door de ramen zijner studeerkamer in de richting van Cannstatt, "een streep door de rekening halen!"
Toornig fronste hij de wenkbrauwen en 't bloed steeg hem naar 't hoofd. Daar werd aan de deur geklopt. Op het luide "binnen" van den geleerde verscheen zijn knecht en kondigde de heeren Blieder en Schnabel aan.
"Lupus in fabula!" merkte de professor glimlachend op, doch plotseling herinnerde hij zich dat hij gisteren op de weide den beiden heeren had verzocht heden tegen twaalf uur bij hem te komen. Een blik op de pendule overtuigde hem, dat de heeren precies op tijd waren. De professor stond op en droeg den knecht op de beide heeren binnen te laten.
"Stiptheid is het kenmerk der beleefdheid!" Met deze woorden begroette de professor de binnentredenden. "Neemt plaats!"--ging hij voort, "en zegt me nu maar dadelijk of de gisteren door mij aangegeven wijzigingen aan den Argonaut binnen vier dagen kunnen worden aangebracht. De volgende week moeten we opstijgen! 't Koste wat 't wil!"
"Ik weet werkelijk niet, welke noemenswaardige fout mijnerzijds de opstijging in den weg zou staan!" merkte Blieder met zijn toonlooze stem op.
"Wat!"--riep de professor boos uit, "moet ik u, oud architect, die uit puur genialiteit nooit iets uitdenkt, nog eens weer herhalen, waar ik u gisteren reeds aanmerking op heb gemaakt?"
In plaats van te antwoorden, bepaalde Blieder er zich toe de schouders op te halen.
"In het gesloten vaartuig kan ik geen glazen vensters gebruiken, dat kondet gij weten, en zooveel te beter omdat ik u daarop reeds van den aanvang af, bij het ontwerp van het plan, heb gewezen!" hernam de geleerde.
"Ja, maar waarom? Ik zie werkelijk niet in...."
"Mijn waarde Blieder, ge ziet inderdaad niets in noch uit. De spiegelruiten die gij in het vaartuig hebt laten zetten, zijn hard en broos en in geenendeele bestand tegen de geweldige, lage temperatuur in de aetherruimte. Daarom weg met die glazen, weg er mee! Vervang ze door elastisch mica dat het noodige weerstandsvermogen heeft. Dat houdt het uit in alle temperaturen boven en onder nul. Ge hebt twee dagen tijd om deze verandering tot stand te brengen."
"Maar...." begon Blieder, doch werd door den professor driftig in de rede gevallen.
"Er valt hier niet te "maren!" Wees blij, dat ik, met het oog op den korten tijd, zoo velerlei onnauwkeurigheden over het hoofd zie waaraan gij u bij de constructie hebt schuldig gemaakt. Maar een ding van belang moet nog verbeterd worden. Ofschoon ik er u opmerkzaam op heb gemaakt, hebt gij er verder maar niet meer aan gedacht, dat in de gondel, waarin meerdere menschen een zekeren tijd zullen verblijven, toch ook een klep tot loozing van allerlei afval, dient te zijn. Wij hebben een paar van die dubbele, goed sluitende kleppen noodig, die links en rechts aan de gondel dienen te worden aangebracht. In 's hemelsnaam niet in den bodem!"
"Dat zou toch wel het gemakkelijkst zijn!"
"Ja, dàt weet ik ook wel," hernam professor Stiller spottend glimlachende, "maar we zouden niet gaarne onderweg uit het vaartuig vallen, maar indien eenigszins mogelijk, liever heel en gezond op Mars aankomen!"
"Maar langs de wanden zijn binnen in de gondel de provisiekasten aangebracht, daaronder de accumulatoren en...."
"Verdeel de ruimte zooals 't behoort, dan komt de zaak in orde! Basta! En nu gij Schnabel! Waarvan denkt ge dat ons gezelschap onderweg moet leven?"
"Natuurlijk van de medegenomen voedingsmiddelen, de ingemaakte groenten en vruchten en allerlei lekkers, den besten Neckarwijn niet te vergeten!" antwoordde glimlachend de Mathematicus, die veel van lekker eten en drinken hield en zich dan ook in het bezit van een aardig buikje verheugde.
"Neen, wees maar niet bang, Schnabel, den wijn zullen we niet vergeten, maar waarvan leeft een mensch nog meer dan van spijs en drank?!"--
"Natuurlijk van lucht!" antwoordde Schnabel die door die vraag eenigszins gepikeerd was.
"Natuurlijk! en vertel me nu eens waar wij gedurende onze reis, die lucht vandaan moeten halen. Zooals ge weet is die in het aetherruim niet voorhanden en de vaderlandsche lucht, die wij van de Cannstatterweide in onze gondel medenemen, zal al heel spoedig verbruikt zijn."
"Och loop naar den koekoek! Ik heb vergeten ruimten aan te brengen tot berging van gecomprimeerde lucht."
"Juist! Herstel die fout zoo spoedig mogelijk. Blieder zal u daarbij behulpzaam zijn. Ik zal zelf later wel onderzoeken of de ruimten inderdaad samengeperste lucht bevatten, want gij zoudt waarachtig in staat zijn om te vergeten ze te vullen. Zooals ik u gisteren reeds heb gezegd is 't met de heele stuurinrichting ook niet in den haak. In plaats van overbrenging door middel van een as, hebt ge de alluminiumschroef direct gekoppeld aan de electrische machine. Hoe ge daartoe zijt gekomen, begrijp ik niet!"
"Volgens mathematische berekeningen! De eenige ware manier!"
"Blijf me nu als 't u blieft met uw mathematiek van 't lijf, wanneer die tot zulken tastbaren onzin leidt!" hernam professor Stiller boos. "Ik draag de verantwoording van de gewaagde expeditie. Ik moet daarom krachtig optreden en mij verzetten tegen alles wat het gevaar zou kunnen vergrooten, en met vreugde begroeten alles wat kan bijdragen tot vermeerdering der veiligheid en vergrooting van de kans van slagen."
"Alsof wij, Blieder en ik, niet alles hadden gedaan wat gij van ons verlangdet. Maar natuurlijk, den grooten geleerden der universiteit is het moeilijk naar den zin te maken."
"Dat schijnt werkelijk zoo te zijn!" liet Blieder er zuchtend op volgen.
"Daarover zal ik niet met u kibbelen, want dat zou totaal doelloos zijn. Zorg er liever voor dat de Argonaut de volgende week gereed is. Wanneer de reis nog eenige kans van slagen hebben zal, moeten we noodig vertrekken. Mijn collega's in Tübingen, wien ik als datum van opstijging, en dan nog als uitersten termijn, een der eerste dagen van December heb genoemd, beginnen ook ongeduldig te worden. En nu ontstaat er alweer vertraging. De zaak moet nu gauw in orde komen. Afgezien van het feit dat we ons in hooge mate belachelijk zouden maken, wanneer de reis maar telkens weer werd uitgesteld, loopen wij buitendien gevaar niet ten volle gebruik te kunnen maken van de ons op het oogenblik zoo gunstige omstandigheden! Maakt dus voort! Ik moet daar bepaald op aandringen."
"Hoe lang zal de reis duren!" vroeg Schnabel nieuwsgierig en blijkbaar verlangend om het onaangename onderhoud een meer vriendschappelijke wending te geven.
"Dat hangt af van iederen dag, zelfs van ieder uur, dat wij vroeger kunnen vertrekken," antwoordde professor Stiller. "De vier dagen, die ik u voor het verbeteren der gemaakte fouten, moet toestaan, beteekenen voor ons een hoogst onaangename verlenging der reis. Mars staat op het oogenblik het dichtst bij de aarde en de afstand wordt nu iedere minuut weer grooter. Hoe lang onder deze omstandigheden de reis door de aetherruimte zal duren laat zich slechts gissen, maar is niet nauwkeurig te bepalen. Zoodra wij goed en wel buiten den invloed van de aantrekkingskracht van de aarde en van de maan en in dien van Mars zullen zijn gekomen, zal de reis buitengewoon snel gaan, in weerwil van de ontzettend groote afstanden, die wij hebben af te leggen. Dank zij de geweldige aantrekkende electromagnetische stroomingen die van Mars uitgaan, zullen wij met bijna fabelachtige snelheid ons in de richting van die planeet bewegen, welke snelheid op minstens twee millioen kilometers per dag kan worden geschat. Ik reken echter ook in het gunstigste geval, dat de reis minstens eenige weken zal duren. Voorzichtigheidshalve nemen wij voor drie maanden proviand mede."
"En wanneer gij Mars niet bereikt, en de geheele reis mislukt, wat dan!" vroeg Schnabel nieuwsgierig.
"Dan, mijn waarde, gaat het ons, zooals 't zoo menig natuurvorscher vóór ons gegaan is, en ook na ons gaan zal. Wij worden dan offers, martelaren der wetenschap. Ook hiermede hebben wij rekening gehouden, toen wij besloten den tocht te ondernemen. Gelukkigerwijs zijn de andere deelnemers, evenals ik, geen vaders van huisgezinnen, maar meerendeels jongelui die dezen sprong in het onzekere, dit waagstuk voor hun geweten kunnen verantwoorden. Ik voor mij reken beslist op het welslagen der onderneming, de triumph der wetenschap."
"De geheele beschaafde wereld heeft met stomme bewondering thans het oog gericht op ons Neckardal, waar zulke grootsche stoutmoedige plannen op het punt staan verwezenlijkt te worden en komt ge eens met den "Argonaut" weer behouden terug, dan zal u een ontvangst worden bereid, zooals nog niemand ten deel viel, gij zult worden gevierd, zooals nooit iemand te voren!" merkte Blieder op.