Per luchtballon naar de Zuidpool

Part 2

Chapter 23,884 wordsPublic domain

"Van benzine. Dáár, op het fornuis, zult ge het reservoir vinden, dat het waterstofgas inhoudt. De producten der verbranding gaan door kleine buizen naar het reservoir; als hunne temperatuur 120° bereikt, kunnen zij de benzine nog op het kookpunt brengen. De damp der benzine komt door eene kleine afzonderlijke buis in het fornuis, vermengt zich daarbij met de lucht en brandt, zonder rook van zich te geven, evenals de lamp van Bunsen."

"Juist zoo. Dus verliest u niet het minste gedeelte van de brandbare stof. Heeft u ook eene machine van een nieuw model vervaardigd?"

"Ik was er wel toe genoodzaakt, Mijnheer. De bestaande machines zijn te zwaar voor mij. Het is mij voorgekomen, dat eene rotatiemachine, die geregeld zonder vliegwiel kan werken, het best zou beantwoorden aan het doel, dat ik mij voorstelde."

"Waar is die machine?" vroeg James, terwijl hij in het schuitje van bamboes, met zijde bekleed, keek.

"Daar," zei de ingenieur, terwijl hij naar een bol van aluminium, één meter in middellijn, wees.

"Is die bol eene machine?" riep de stuurman uit, terwijl hij groote oogen opzette. "Nooit heb ik zóó iets gezien."

"Ja, het is eene machine, en wel een heel lichte. In het inwendige van den bol bevindt zich een klep, die door den stoom met snelheid ronddraait."

"Hoe groot is dan het gewicht van uw motor?" vroeg de kapitein.

"Die is veel lichter dan de machine, waarvan Giffard zich in 1856 bediend heeft. Zijn gewicht bedraagt nog geen 30 kilogrammen per paardekracht."

"Nu begrijp ik het. Deze zoo lichte machine heeft eene reusachtige kracht en kan aan den ballon eene ontzaglijke snelheid geven."

"Men zou hetzelfde resultaat ook door andere middelen kunnen bereiken," zeide Gromski. "In theorie is het niet noodig, lichte motoren te vervaardigen."

"Hoe zoo, Mijnheer?" riep Ford uit. "Dat is toch wat al te sterk. Als het zoo was, dan zou men daarvan, geloof ik, al lang gebruik gemaakt hebben."

"Maar dat is in de practijk niet zoo gemakkelijk, kapitein. Ge weet, dat de inhoud der lichamen toeneemt in evenredigheid met het kubiek, en hunne oppervlakte in evenredigheid met het vierkant van hunne afmetingen. Een ballon, waarvan de straal verdubbeld wordt, zal, om dezelfde snelheid te bereiken, een viermaal grooter tegenstand te overwinnen hebben, maar hij zal tevens in staat zijn, een achtmaal zwaarder last te dragen, want het opstijgingsvermogen van den ballon is in dezelfde verhouding toegenomen. Ge begrijpt dus, dat een ballon van een driemaal grooter inhoud dan de mijne, slechts een tweemaal grootere oppervlakte moet hebben; maar zijn opstijgingsvermogen zal verdriedubbeld worden, en bijgevolg zal hij een betrekkelijk zwaarderen motor kunnen hebben. Mijnheer Henri Giffard heeft berekend, dat een luchtballon, die een inhoud van 200.000 vierkante meters heeft, 20 meters in de seconde zou kunnen afleggen, dat wil zeggen, dat hij aan de krachtigste winden weerstand zou kunnen bieden. Ge begrijpt echter, dat de vervaardiging van zulk een reus onoverkomelijke bezwaren oplevert. Ik heb mij voor mijn luchtballon dus vergenoegd met een inhoud van iets meer dan 3000 vierkante meters. Ik heb hem bovendien een langwerpiger vorm gegeven dan de ballon van de Heeren Renard en Krebs heeft; ik ben er op die wijze in geslaagd, den tegenstand van de lucht aanmerkelijk te verminderen."

Ford en de stuurman luisterden met de meeste aandacht naar de woorden van den ingenieur en bekeken den luchtballon met steeds levendiger nieuwsgierigheid.

Inderdaad zag hij er indrukwekkend uit. Er hing een langwerpig en licht schuitje aan, dat er met touwen van zijde aan bevestigd was. Bij den eersten oogopslag scheen de stof, waaruit de ballon vervaardigd was, van metaal te zijn; de bewegingen, die de wind er in deed ontstaan, bewezen echter, dat het geene vaste zelfstandigheid was.

"Waarvan is uw ballon toch gemaakt? Hij is noch van zijde, noch van doek," bracht Ford in het midden.

"Ja, hij is van zijde, Mijnheer, maar met een zeker vernis bedekt; boven dit vernis bevindt zich een zeer dunne laag aluminium, die daarop door middel van de galvanoplastiek gelegd is; het geheel zal, zooals ik stellig durf verzekeren, bijna geen gas laten ontsnappen. Het waterstofgas kan gedurende drie weken in mijn ballon blijven. Als dat niet zoo was, zou ik er mij niet aan wagen, eene reis naar de pool te ondernemen. De stoomketel en de machine zijn insgelijks van aluminium. Maar laat ons eens opstijgen, dan zult ge zien, hoe men met dezen luchtballon reist."

Bij deze woorden nam Gromski in de nabijheid van de machine plaats.

"Gij, kapitein, gij moet het roer in handen nemen," voegde hij er bij, zich tot Ford wendende. "Ga daar zitten! Hier is het stuurrad. Verbeeld u nu maar, dat ge op een gewoon jacht zijt."

Ford zette zich zeer gemakkelijk op een stoeltje neer, dat bij den stoomketel hing. Na een oogenblik van aarzeling besloot James insgelijks in den ballon te stappen en nam, op verzoek van den ingenieur, het beheer over den ballast op zich.

"Het is toch geen jacht," mompelde hij. "'t Heeft veel meer van een walvisch weg."

De ingenieur deed de benzine, die in het fornuis nabij de machine geplaatst was, ontbranden; dit fornuis was bestemd om de noodige warmte te ontwikkelen, ten einde den motor in beweging te brengen en den inhoud van het hoofdreservoir aan het koken te maken.

"Laat de touwen los!" riep Gromski uit. "Opgelet! Daar gaan we!" voegde hij er bij, zich tot den kapitein wendende.

"Breng ons onder den wind, en gij, James, werp een zak zand uit!"

De stuurman voldeed aan dit bevel, en tegelijkertijd begon de luchtballon langzaam op te stijgen.

Ford draaide het roer rechts, en nu beschreef de ballon, aan zijn wil gehoorzamende, een grooten halven cirkel.

"Houd het roer rechts!" beval Gromski.

Deze manoeuvre bracht den luchtballon in de gewenschte richting.

James keek, nadat hij nog een zak zand had uitgeworpen, naar het land, dat zich al meer en meer verwijderde.

Na zich tot eene hoogte van 100 meters verheven te hebben, ging de ballon met eene verbazende snelheid over het park heen, dat tot de villa van den ingenieur behoorde; toen vloog hij over eene andere villa en over een stuk weiland heen. De boomen schenen te wijken en plaats te maken voor eene groote opeenhooping van huizen, die door eene grijze wolk van rook verduisterd werden, welke zich in de doorschijnende lucht boven hooge fabrieksschoorsteenen verhief. Dit was Chicago. Achter de stad in de verte schitterde in de stralen der zon de verrukkelijke oppervlakte van een meer, waarop het van schuiten en schepen wemelde. Nog verder teekende zich, als op eene topographische kaart, de zwarte lijn van den anderen oever af, doorsneden door boerderijen, die halverwege achter het groen verscholen waren. De luchtballon, die steeds voortging met den wind, die uit het Zuidwesten blies, in dezelfde richting als de westelijke spoorweg, kwam al spoedig boven den ochtendtrein, die de reizigers naar San-Francisco vervoerde. Het oorverdoovend gedruisch, dat de wielen der waggons, terwijl zij zich over de rails voortbewogen, maakten, vormde een scherp contrast met de rustige stilte en de onmerkbare beweging van den ballon.

James, die zich over den rand van het schuitje heenboog, groette spottend de passagiers, die door de portieren keken. Men antwoordde hem met toejuichingen. Verscheidene Yankees, die op het balkon van den salonwagen stonden, begroetten onze luchtreizigers met revolverschoten. Al spoedig verloor men in den trein den ballon uit het oog. Zijne schaduw, langwerpig en zwart, gleed over de landerijen, die den weg begrensden.

James lachte, toen hij de boeren en de arbeiders, die hen hielpen, de hoofden zag oprichten en, hunne taak vergetende, den ballon nastaren; het vee, dat op de weilanden graasde, liep weg, verschrikt bij het zien daarvan, of verzamelde zich in troepjes, als wilde het zich tegen een vijand verdedigen.

Van tijd tot tijd draaide Ford even aan het stuurrad, en dan ging de luchtballon, aan zijn wil gehoorzamende, als een goed gedresseerd paard, naar rechts of naar links, en vloog over boomen, rotsen, rivieren en afgronden heen. Er bestonden voor hem geene hinderpalen.

Toen de zon achter eene wolk schuilgegaan was, begon het waterstofgas, dat de werking der warme zonnestralen niet meer ondervond, in inhoud te verminderen; het schuitje raakte de toppen der boomen bijna aan.

"James, werp nog maar eens een zak zand uit!" riep de kapitein uit.

"Neen, neen!" viel de ingenieur hem in de rede, "we kunnen niet altijd op den ballast rekenen, te meer daar ik maar weinig bij mij heb. We zullen het op eene andere manier aanleggen. Het gas heeft zich samengeperst; we moeten het dus doen uitzetten door het te verwarmen. Ziet maar eens: ik open de kraan van de buis, die aan het fornuis aangebracht is en in het inwendige van den ballon uitkomt. Welnu, we rijzen al. De warme gassen doen eensklaps de temperatuur van het waterstofgas toenemen. Ik zou op deze manier hebben kunnen opstijgen zonder mijne toevlucht tot den ballast te nemen; ik stel mij echter voor, mij slechts van dit middel te bedienen in de gevallen, waarin ik voor een korten tijd het opstijgingsvermogen moet vermeerderen. Nu sluit ik de kraan; de zon begint opnieuw te schijnen en het gas zet zich uit. Maar het wordt tijd om een einde aan ons tochtje te maken. Onze luchtballon kan terugkeeren naar het punt, vanwaar wij vertrokken zijn door te draaien ondanks den wind, die nu een weinig van ter zijde blaast. Herken je mijne villa, vanwaar we een kwartier geleden vertrokken zijn?"

"Ja, ik herken haar aan de cipressen."

"Welnu, wend dan den voorsteven van het schuitje naar dit punt!"

Ford voldeed aan dit bevel. De luchtballon beschreef een cirkelboog van omstreeks 80 graden, met een straal van 300 meters, en vloog voort, met den wind van achteren.

Zijne snelheid vermeerderde nu met 6 meters in de seconde. Onze luchtreizigers bemerkten dit terstond aan de snellere afwisseling van het landschap. De boerderijen en de weilanden verschenen en verdwenen onmiddellijk om plaats voor nieuwe tooneelen te maken.

"Dat gaat goed!" riep James verrukt uit. "Mijnheer, al de stoomschepen beteekenen niets bij uw luchtballon. Waarlijk! Een meeuw en een albatros zijn ver achter ons gebleven."

"Maar dat is nog niets: met een krachtiger wind zouden wij tweemaal sneller kunnen gaan."

"Ja, maar dan zouden wij altijd den wind van achteren moeten hebben," merkte Ford aan. "Het komt mij voor, dat een ballon als de uwe al te krachtige luchtstroomen moet vermijden."

"Zeer zeker, maar als wij de krachtige tegenwinden vermijden, moeten wij tevens ons voordeel met de gunstige winden doen. In allen gevalle ben ik niet gewoon, mij boven 300 meters te verheffen; in de bovenste streken van den dampkring heerschen veel heviger winden dan die, welke nabij de oppervlakte der aarde waaien."

"En wat zoudt ge doen, als zelfs in de benedenste lagen van den dampkring een wind blaast, waarvan de snelheid die van uw luchtballon overtreft?"

"Als de richting, die ik wensch te volgen, geheel tegenovergesteld is aan die van den wind, dan vertrek ik niet. Maar als zij met deze laatste een zekeren hoek maakt, dan onderzoek ik--steunende op het parallelogram der krachten--naar welken kant ik mijn ballon moet richten, en in den regel kan ik dan in de gewenschte richting gaan. Overigens zullen eenige wendingen van het roer mij zeggen, of ik gelijk dan wel ongelijk heb. Let er bijvoorbeeld op, dat we naar mijne villa moeten terugkeeren; we hebben een zwakken wind op zijde en van achteren. We moeten ons dus naar den tegenovergestelden kant houden."

Ford vond inderdaad den hoek, waaronder men den ballon moest plaatsen, om niet van de vastgestelde richting af te wijken.

De luchtballon, die zich met eene snelheid voortbewoog, welke meer dan 64 kilometers in het uur bedroeg, bevond zich eenige minuten daarna weder boven het park, waaruit hij opgestegen was. De ingenieur deed de machine stilstaan en wierp het touw uit, dat door zijne bedienden gegrepen werd. Nu daalde de ballon langzaam op het groene gras neer.

"Ik dank u, Mijnheer," zeide James, terwijl hij de hand van den ingenieur drukte. "Zoolang ik leef, zal ik mij deze reis herinneren. Mijn hemel, 't is nu niet meer de moeite waard om op het vasteland of zelfs op zee te reizen. Van dit oogenblik af laat ik den Oceaan in den steek en, in plaats van op zee te varen, doe ik het in de lucht; met andere woorden, ik word een luchtreiziger!"

De ingenieur gaf den stuurman glimlachende de verzekering, dat de luchtscheepvaart zeer trotsch op haar nieuwen aanhanger was.

De kapitein gaf in zijne loftuitingen dezelfde wenschen te kennen. Na den luchtballon nog eens nauwkeurig bekeken te hebben, begaven onze vrienden zich met Gromski naar de villa, waar hun een overheerlijk maal wachtte. Aan het einde daarvan stelde Ford een toost in op de gezondheid van "den weldoener der menschheid."

"Ja, ja!" riep hij vol vuur uit, "uwe uitvinding zal eene omwenteling in de maatschappelijke toestanden teweegbrengen en aan de wetenschap vergunnen, een grooten stap voorwaarts te doen ..."

"En wij zullen een grooten stap naar de Zuidpool doen," voegde James er bij.

VIERDE HOOFDSTUK.

DE WAAGHALZEN.

De ingenieur en zijne metgezellen lieten geen tijd verloren gaan. Ford hield er zich mee bezig, den ballon te voorzien van levensmiddelen en van de instrumenten, die voor eene luchtreis noodig waren; James hielp hem daarbij; wat Gromski aangaat, deze maakte zijn luchtballon voor de reis gereed en dacht er over na, hoe hij dien naar kaap Hoorn zou overbrengen en hem aldaar opnieuw met waterstofgas vullen. Het doel van den tocht werd tot op het laatste oogenblik geheim gehouden. Gromski deed stappen om zijne uitvinding niet verloren te doen gaan, ingeval de tocht eens slecht mocht afloopen. Hij zond aanzoeken tot het verkrijgen van octrooi naar de voornaamste landen van Europa en liet in zijn bureau de uitgewerkte plannen der verschillende gedeelten van zijn ballon achter. In één woord, hij handelde als iemand, die weinig hoop heeft om terug te keeren.

Ford regelde insgelijks zijne zaken, zooals hij altijd deed, wanneer hij een gevaarlijken tocht ging ondernemen. Alleen James, die niets bezat, maakte ook geenerlei beschikkingen.

"Het is maar het beste, ongetrouwd te zijn en niets te bezitten," beweerde hij. "Men kan dan sterven zonder iemand in ongelegenheid te brengen."

Maar de kloeke stuurman hielp den ingenieur en Ford daarom met des te meer ijver; hij begaf zich met dezen naar de verschillende winkels en bracht van daar blikken met ingemaakte groenten en visch, kleederen en werktuigen mede; hij had slechts één wensch, zoo spoedig mogelijk te vertrekken.

Twee weken na hunne aankomst te Chicago waren bijna alle aankoopen reeds gedaan. Wat het overige, de watervaatjes, de ballons met zwavelzuur, het ijzervijlsel en andere onmisbare dingen aangaat, men besloot, zich een en ander eerst te New-York aan te schaffen.

Op den 20sten October begaf Ford zich daarheen om een stoomschip te zoeken, dat er zich mee zou moeten belasten, het drietal mannen met hun ballon naar kaap Hoorn over te brengen of althans naar eene plaats in de nabijheid daarvan. Maar daar geen der stoomschepen, tusschen New-York en Australië varende, zich daarmee kon belasten, was de kapitein wel genoodzaakt, een stoomschip bepaaldelijk tot hun gebruik af te huren, dat in tien dagen klaar moest zijn.

Gedurende dezen tijd hield de ingenieur er zich mee bezig, aan den ballon een volkomen evenwicht te geven en eenige werktuigen te vervaardigen, die gedurende de reis gewichtige diensten zouden kunnen bewijzen.

Zijne vindingrijkheid in dit opzicht was verwonderlijk. Wat bij Ford vooral in den smaak viel, was een toestel om de snelheid van den ballon te bepalen. Wat de ingenieur het wateranker noemde, was doodeenvoudig een zak, van eene ondoordringbare stof vervaardigd en aan een touw bevestigd. Als deze zak uit het schuitje in zee geworpen werd, zou hij zich met water vullen, en dan zou de zwaarte van het water den luchtballon op eene bepaalde plaats doen blijven. Op deze manier kon men, ingeval van tegenwinden gemakkelijk halt houden.

Volgens de berekeningen van Gromski had de ballon, als hij met zuiver waterstofgas gevuld was, een totaal opstijgingsvermogen van 3800 kilogrammen; men moest zich van dat vermogen zoo goed mogelijk bedienen. Het werd voor een groot gedeelte verminderd door het gewicht van den luchtballon zelf met zijn schuitje en toebehooren.

"Dat alles is prachtig," zeide Ford, aan wien de ingenieur zijne berekeningen in cijfers had voorgelegd; "maar ik weet nog niet, hoe ge uw ballon in evenwicht zult kunnen houden. Het verlies van 800 kilogrammen benzine, die we per dag noodig zullen hebben om stoom te verkrijgen, en de vermindering van het gewicht der levensmiddelen zullen hem al spoedig veel lichter maken dan de lucht, die hem omgeeft. Ge zult dus, om het evenwicht te behouden, eene zekere hoeveelheid gas moeten laten ontsnappen."

"Dat is ook zoo," antwoordde de ingenieur; "maar denk niet, dat deze aanzienlijke hoeveelheid waterstofgas geheel verloren gaat; neen, we zullen die gebruiken om den stoomketel te verwarmen. Op die manier kunnen we steeds het evenwicht bewaren met betrekking tot de omringende lucht."

De ingenieur had dus alles op eene uitstekende manier geregeld.

En Ford wist niet de minste aanmerking op zijne berekeningen te maken.

Op den 28sten verzond men den luchtballon, zorgvuldig ingepakt, naar New-York, waar een stoomschip dien reeds wachtte.

Op den 1sten November scheepten de drie reisgenooten zich op het stoomschip in, en men besloot, over drie dagen te vertrekken.

Nu eerst kwam de tijding omtrent den voorgenomen tocht ter oore van het publiek.

De dagbladen van den 2den November--en aan hun hoofd de New-York Herald en de World--namen in hunne kolommen lange artikelen over den tocht der stoutmoedige luchtreizigers op, vergezeld van de meest verschillende opmerkingen.

Men bewonderde deze stoutmoedige onderneming, maar voorspelde daaraan niet het minste succes.

Men sprak over den ingenieur en zijne metgezellen als over mannen, die tot een onvermijdelijken dood gedoemd waren.

Op den dag vóór het vertrek kreeg Gromski van verscheidene menschen bezoek; het waren voor het meerendeel industrieelen, die zich alle mogelijke moeite gaven om hem op zijn besluit te doen terugkomen, om hem van dit dwaze plan af te brengen, en die hem tegelijkertijd uiterst voordeelige voorwaarden voor den aankoop van zijne uitvinding stelden.

In het avondnummer van den Herald vond Ford een artikel, waarin al de bezwaren der onderneming en alle gevaren, waaraan onze helden zich blootstelden, werden opgesomd. Het was van den volgenden inhoud:

"Den reusachtigen Zuidpooloceaan en het zuidelijke vasteland, waarvan niemand iets zekers weet, te willen oversteken, is dit niet het plan van een krankzinnige? Wij houden den heer Gromski, kapitein Ford en den stuurman James, die hen vergezelt, nu wel niet voor krankzinnigen, maar geen hunner schijnt toch een oogenblik nagedacht te hebben over de vraag, of zulk een reis wel mogelijk is. De ingenieur rekent op den Noordenwind, die in de hoogere luchtlagen naar de Zuidpool zou waaien. Maar waar zijn de bewijzen, dat er zulk een luchtstroom in werkelijkheid bestaat? Dit is slechts eene onderstelling, die op geenerlei bepaald feit gebouwd is.

"Maar bovendien, al bestond er ook zulk een wind, zou deze den luchtballon dan met volkomen zekerheid naar de Zuidpool overbrengen? Blijkbaar niet.

"De luchtballon zal zonder twijfel van de vastgestelde richting afwijken, en het is onmogelijk, die afwijking ook maar bij benadering te bepalen. En dan? Laat ons eens aannemen, dat het aan de stoutmoedige luchtreizigers eindelijk gelukt, de Zuidpool te bereiken, hoe zullen zij daarvan dan terugkeeren, als de ballon--en dat verklaart de ingenieur zelf--het gas slechts gedurende twintig dagen kan inhouden? Mijnheer Gromski rekent, gelooven wij, voor de terugkomst niet op den kouden Zuidenwind, noch op zijne machine, die slechts gedurende een enkelen dag kan werken. De reizigers zullen dus genoodzaakt zijn, gunstige winden af te wachten en herhaalde malen halt te houden; het gas zal inmiddels uit den ballon ontsnappen. Eindelijk zullen wij maar geen rekening houden met andere noodlottige omstandigheden, zooals bijvoorbeeld het gebrek aan water en aan levensmiddelen, de vermindering van den luchtballon in deugdelijkheid, de stormen enz. Als wij de onderneming van de Heeren Gromski en Ford uit een practisch oogpunt beschouwen, dan komen wij tot het besluit, dat zij in 't geheel niet te verwezenlijken is. Wij bewonderen wel is waar den moed en de onverschrokkenheid van deze mannen, maar tegelijkertijd bedroeft het treurige lot, waaraan zij zich zelf onvoorzichtig blootstellen, ons in de hoogste mate. Vergeten wij niet, dat stoutmoedigheid dikwijls aan roekeloosheid grenst en dat zij somtijds niets anders dan onbedachtzaamheid is. Naar onze meening zal er nog wel een geheele eeuw verloopen, voordat de mensch in staat is om met behulp van zulk een broos voorwerp als een luchtballon de ontoegankelijke Zuidpool te bereiken."

"Nu, dat is niet erg uitlokkend," mompelde Ford, toen hij dit artikel gelezen had. "Wat mij betreft, ik weet wel, dat er moeilijkheden en gevaren aan dien tocht zullen verbonden zijn; maar wat beteekenen die? Als ze er niet aan verbonden waren, zou ik niet aan dezen tocht naar de Zuidpool denken."

"Het is blijkbaar, dat de gevaren u verlokken," zeide Gromski met een glimlach; "ik denk, dat er zich inderdaad verscheidene aan ons zullen voordoen. Ik stem echter niet toe, dat zij in staat zijn om ons van onzen weg af te brengen of dat zij geheel onoverkomelijk zijn. Wat mij betreft, ik stel volkomen vertrouwen in mijn luchtballon."

"En ik stel vertrouwen in mij zelf en in het noodlot. Ik reken ook op u, zooals vanzelf spreekt."

"Gelooven ze niet, dat men de Zuidpool met een luchtballon kan bereiken? Gelooven ze dat niet?" zeide James, zich in het gesprek mengende. "Dan zullen wij er hen van overtuigen, kapitein. Ik zweer, dat ik niet zal terugwijken, dat ik liever daar ginds zal blijven; vergeet dat niet, Mijnheer Gromski."

"Ik zal evenmin terugwijken," zei de ingenieur, terwijl hij de hand van den stuurman drukte. "Wees er van verzekerd, ouwe jongen, dat ik je niet in den steek zal laten."

Nadat onze helden elkander op deze wijze moed ingesproken hadden, stelden zij hun vertrek niet langer uit. Reeds den volgenden dag, den 3den November 1894, verliet het stoomschip, waarop de luchtballon en zijne aanstaande passagiers zich bevonden, de haven van New-York in de richting van de zuidelijke kust van het groote vasteland van Amerika.

VIJFDE HOOFDSTUK.

BOVEN DEN OCEAAN.

De zeereis, die vrij eentonig was en lang duurde, stelde het geduld van onze helden op eene zware proef.

Eene groote vreugde maakte zich dan ook van hen meester, toen zij op den zevenentwintigsten dag na hun vertrek uit New-York de rotsachtige eilandjes in het oog kregen, die nabij de zuidelijke kust van Amerika gevonden worden. Het schip bevond zich, na den ingang van de straat van Magelhaens en Vuurland voorbijgevaren te zijn, te midden van die rotsachtige eilandjes, waaruit de Magelhaensche archipel bestaat. Kapitein Ford raadpleegde de beste kaarten en zocht daarop de plaats, waar zij zoo gemakkelijk mogelijk aan land zouden kunnen komen.

Eindelijk gelukte het hem, een klein eilandje te ontdekken, ternauwernood eenige tientallen kilometers van de beruchte kaap Hoorn verwijderd, dat geheel met de eischen van den ingenieur strookte.

Op den 2den December, des namiddags om twee uur, liet men het anker in eene smalle, maar veilige baai vallen. Van het verdek van het schip gezien, had het eilandje een woest voorkomen: zijne hooge, rotsachtige kusten verschrikten den blik. Nochtans besloten onze luchtreizigers, er onmiddellijk aan land te stappen.