Per luchtballon naar de Zuidpool

Part 1

Chapter 13,753 wordsPublic domain

PER LUCHTBALLON NAAR DE ZUIDPOOL.

NAAR HET FRANSCH VAN W. UMINSKI, DOOR S. J. ANDRIESSEN.

GEÏLLUSTREERD.

UITGAVE VAN N. J. BOON TE AMSTERDAM.

INHOUD.

Blz.

I. DE KAPITEIN EN ZIJN STUURMAN 7 II. EEN NIEUW SOORT VAN LUCHTBALLON 12 III. HET WONDER DER WERKTUIGKUNDE 18 IV. DE WAAGHALZEN 34 V. BOVEN DEN OCEAAN 41 VI. IN DE WOLKEN 61 VII. ZONSOPGANG TE MIDDERNACHT 76 VIII. HET ZESDE WERELDDEEL 96 IX. EEN ZONDERLINGE PASSAGIER 111 X. DE WORSTELING 134 XI. AAN HET EIND VAN DE WERELD 143 XII. IN DE LANDEN VAN EEUWIG IJS 156 XIII. IN DE GEVANGENIS VAN IJS 169 XIV. MEN NADERT HET DOEL 183 XV. EENE JACHT OP WALRUSSEN 197 XVI. DOOR DEN STORM MEEGEVOERD 215 XVII. OP EEN IJSBERG IN DEN OCEAAN 227

EERSTE HOOFDSTUK.

DE KAPITEIN EN ZIJN STUURMAN.

Toen kapitein Ford een artikel in den New-York Herald gelezen had, wierp hij de krant op de tafel neer en sprong van zijn stoel op.

"Heb je ooit zoo iets gehoord, James?" riep hij uit, terwijl hij den stuurman bij den schouder greep, die niet wist, wat hij van het zonderling gedrag van zijn superieur moest denken.

"Wat gehoord, kapitein?"

"Nu, luister dan maar eens!"

En de kapitein nam de krant weder op en las het volgende voor:

"EEN NIEUW SOORT VAN LUCHTBALLON.

"Onze correspondent deelt ons mede, dat de Poolsche ingenieur, de Heer Gromski, een nieuw soort van luchtballon heeft uitgevonden, die--zooals de proeven, welke daarmee in de omstreken van Chicago genomen zijn, bewijzen--den beroemden luchtballon met electrische beweegkracht van de Heeren Renard en Krebs geheel in de schaduw stelt.

"Ziehier, wat onze correspondent ons daaromtrent telegrapheert:

"Hedenmorgen zijn wij tegenwoordig geweest bij de opstijging van den luchtballon van den Heer Gromski, de Polen genaamd. Deze luchtballon heeft den vorm van eene sigaar; hij wordt bewogen door eene krachtige en zeer lichte stoommachine, waarvan de uitvinder de wijze van samenstelling strikt geheim houdt. Gedurende vijftien minuten heeft de ballon in ons bijzijn verschillende bewegingen in de lucht gemaakt. Wij stonden verbaasd bij het zien van de gemakkelijkheid, waarmee hij tegen den wind in opsteeg en telkens van richting veranderde. De snelheid van den ballon bedraagt, volgens de berekeningen, ruim 15 meters in de seconde of bijna 60 kilometers in het uur. De stof, waaruit de ballon vervaardigd is, mag volgens de verzekering van den uitvinder schier ondoordringbaar heeten, en daardoor kan de ballon het gas gedurende drie weken inhouden. Het schuitje is groot genoeg voor drie reizigers en eene lading brandstoffen, voldoende om eene reis van 2000 kilometers af te leggen. Als de ballon den wind van achteren heeft, kan hij wel 20.000 kilometers afleggen, alvorens genoodzaakt te zijn om te dalen, bij gebrek aan gas."

De goede James luisterde met open mond zonder er veel van te begrijpen.

"Heb je het goed verstaan?" vroeg Ford hem.

"Ja, kapitein."

"En je zegt er niets van! Begrijp je dan het groote gewicht van die vernuftige uitvinding niet? .... Welnu, verneem dan, dat dit het ideale vervoermiddel is, waarvan de menschheid sedert lang heeft gedroomd. Met behulp hiervan wordt het mogelijk, zich overal een weg heen te banen, versta je? Overal heen! Zelfs door het ijs heen, of liever over het ijs heen, tot aan de polen!"

"Hoe nu? Den Oceaan met een luchtballon over te steken! .... Hoe kan dat, over die onafzienbare ijsvelden heen?" vroeg de stuurman verbaasd.

"Wel, dat is doodeenvoudig, James. We gaan onmiddellijk naar Chicago. Ik zal dien ballon koopen of huren .... We zullen hem althans op de een of andere manier in ons bezit trachten te krijgen. Jij gaat met mij mee, niet waar, James? Ik reken op je, ouwe jongen, dat weet je wel. Wij zullen eerst onze rekening bij de bank vereffenen. Ga er heen!"

James wilde nog eenige tegenwerpingen maken; maar Ford had daar geen ooren naar. Daarop pakte hij, na een telegram aan zijn bankier verzonden te hebben, zijn koffer haastig in. Toen de stuurman terugkwam, vond hij den kapitein gekleed en gereed om de reis te ondernemen. Ford wilde geen enkele minuut verliezen: twee uren daarna zaten zij reeds in den sneltrein, die hen naar Chicago zou overbrengen.

Terwijl Ford en James bezig zijn, hunne bagage in de goederennetten neer te leggen, willen wij even van dit oponthoud gebruik maken om onze beide hoofdpersonen aan den lezer voor te stellen.

De kapitein is een forsch gebouwd man. Zijn lichaam getuigt van geestkracht en bedrijvigheid. De levendige blik zijner oogen is doordringend. Zijn arendsneus, zijn krachtig geteekende mond, zijne besliste gebaren verraden een vasten wil; zijn eenigszins langwerpig gelaat, door een zwaren baard omgeven, heeft zulk eene uitdrukking, als men gewoonlijk aantreft bij menschen, die gewoon zijn om na te denken.

De man, die naast hem plaats neemt, is, zooals zijne kleeding aanduidt, een stuurman en vertoont geheel het karakter van een Amerikaansch zeeman. Hij heeft een gebruind gelaat vol uitdrukking en eigenaardige trekken, die eene groote vastberadenheid, gepaard aan een onversaagden moed, verraden. Van onder zijne lakensche pet komen blonde, ietwat rossige haarlokken te voorschijn, die neerhangen op zijn voorhoofd, dat door diepe rimpels doorploegd is.

Op het oogenblik, waarop ons verhaal een aanvang neemt, waren er nauwelijks drie maanden verloopen sedert zij te New-York waren teruggekomen op een walvischvaarder, die hen, stervende van uitputting en van koude, in het hooge Noorden aangetroffen had. Zij waren met hun vieren: de kapitein, de stuurman en twee matrozen. Maar van de talrijke bemanning van de Narwal, die zoo vol vertrouwen op hare krachten en haar succes de reis had ondernomen, waren slechts deze beide mannen, met wie wij kennis gemaakt hebben, in leven gebleven.

De beide matrozen stierven, toen zij in de Vereenigde Staten terugkwamen.

Kapitein Ford, een volbloed Amerikaan, is een van die bewonderenswaardige mannen, die, begaafd met eene onuitputtelijke geestkracht en eene zeldzame wilskracht, zonder lang na te denken of te aarzelen, naar het doel streven, dat zij wenschen te bereiken.

Aan de Noordpool hare geheimen te ontrukken, dat was het doel van kapitein Ford. Hij had reeds aan vier tochten deelgenomen, eerst als stuurman, later als kapitein. Eindelijk had hij, daar er geene nieuwe tochten ondernomen werden, het besluit opgevat, op eigen kosten een tocht te aanvaarden en daarover zelf het bestuur op zich te nemen. De Narwal, die in het ijs van het hooge Noorden was vergaan, was geheel door hem zelf uitgerust.

Maar de treurige afloop van dezen tocht ontmoedigde den dapperen kapitein niet.

Hij volgde met eene begrijpelijke belangstelling de tochten, ondernomen met de Gymnote van kolonel Baudry-Lacantinerie, met de Goubet, te Cherbourg gebouwd, en met de Spaansche Peval, in één woord, met al de schepen, die door middel van electriciteit in beweging gebracht worden. Hij dacht slechts aan het een of ander nieuw vervoermiddel, dat hem zou helpen om het doel zijns levens te bereiken, toen de ontdekking van den Poolschen ingenieur hem de hoop deed koesteren, een zijner liefste wenschen vervuld te zien.

TWEEDE HOOFDSTUK.

EEN NIEUW SOORT VAN LUCHTBALLON.

Gedurende de reis raadpleegde de kapitein zijn metgezel omtrent de maatregelen, die zij zouden nemen, ingeval de uitvinder zijn ballon niet wilde verkoopen of verhuren. De kapitein maakte reeds plannen om er zich meester van te maken, door list te baat te nemen; de dappere stuurman stemde in alles toe, zonder eenige tegenwerpingen te maken. Hij raakte langzamerhand vertrouwd met de gedachte, met den luchtballon misschien wel naar de pool te gaan. Overigens was de manier, waarop hij er zou heengaan, hem volmaakt onverschillig, als hij zich eindelijk maar eens kon ophouden op dat gedeelte van den aardbol, vol geheimzinnigs en bekoorlijks, dat hem met eene onweerstaanbare kracht aantrok.

Nauwelijks stond de trein aan het station te Chicago stil, of de kapitein en zijn metgezel stapten uit den waggon. Zij namen een rijtuig en lieten zich naar het redactiebureau van het Journal of Chicago brengen, waar de directeur hun volgaarne al de inlichtingen gaf, die zij omtrent den ingenieur Gromski verlangden.

De beroemde uitvinder woonde niet te Chicago zelf; hij bewoonde zijne eigen villa, die twee mijlen van de stad verwijderd was; aldaar had hij ook zijne werkplaats.

Een halfuur na hun bezoek aan het redactiebureau bevonden onze beide vrienden zich reeds aan de woning van den ingenieur. James bemerkte in de verte, door het donkere groen der cipressen, die de villa omgaven, heen, eene groote massa met regelmatige omtrekken en wees deze den kapitein aan.

"Zou dat de luchtballon zijn, kapitein?" vroeg hij.

Zonder iets ten antwoord te geven, stapte Ford over de heining van ijzerdraad heen en bleef al spoedig op een afstand van eenige schreden van den ballon staan.

In de nabijheid van het schuitje stond een heer, die zich bij het gedruisch, dat de kapitein maakte, omkeerde.

"Heb ik het genoegen, den ingenieur Gromski voor mij te zien?" vroeg Ford zonder eenige inleiding.

De aangesprokene vestigde zijne levendige blauwe oogen op den kapitein, terwijl hij zich uit zijne gebogen houding oprichtte. Zijn gelaat met een hoog en effen voorhoofd, waarvan de zwarte haarlokken tot op zijne schouders neerhingen, bezat eene aantrekkelijke schoonheid. Op zijne fijne en regelmatige trekken las de kapitein bij den eersten oogopslag vastberadenheid, goedhartigheid en edelmoedigheid, gepaard aan een ontwikkeld verstand. Eene lichte trilling van de mondhoeken verried, dat hij terstond voor allerlei indrukken vatbaar was, terwijl een glimlach, die om zijne lippen speelde, van zelfvertrouwen getuigde.

De vraag van den kapitein werd door den ingenieur met eene beleefde buiging beantwoord.

"Dat is zeker de luchtballon, dien u uitgevonden heeft?" liet de kapitein hierop volgen.

Hierop volgde eene herhaalde buiging.

"En is alles, wat de New-York Herald in zijn laatste nummer, dat ik gelezen heb, daaromtrent meedeelt, de waarheid?"

"Ik weet nog niet, wat men over mijne uitvinding in de kranten geschreven heeft," zei de ingenieur met een glimlach.

"Men verzekert, dat hij omstreeks 60 kilometers in het uur aflegt, dat hij naar het punt van uitgang kan terugkeeren en drie weken lang in de lucht blijven."

"Dat is zoo."

"En staat de kracht der machine, waardoor hij bewogen wordt, werkelijk met omstreeks twintig paardekrachten gelijk, zooals de directeur van het Journal of Chicago mij verteld heeft?"

"Dat is ook waar. Ik heb al die bijzonderheden zelf aan de verslaggevers meegedeeld."

"Is alles dan toch waarheid?"

"De volle waarheid. Maar vergun mij, de vraag tot u te richten, met wien ik het genoegen heb te spreken."

"Ik heet Ford, kapitein Ford. Ik zal u de reden meedeelen, die mij hierheen gevoerd heeft. Ik moet uw ballon hebben. Verkoop of verhuur hem aan mij. U zult mij daarmee een dienst bewijzen en misschien zult u er tevens een aan de wetenschap bewijzen."

"Het spijt mij zeer, kapitein," zei de ingenieur op een ernstigen toon, "maar ik ben verplicht, u dien dienst te weigeren. Ik heb nog geen octrooi voor mijne uitvinding gekregen: ik kan u den ballon dus niet verkoopen. U begrijpt wel, dat eene uitvinding van dien aard van het uiterste gewicht is. Zij zal zonder twijfel eene wijziging brengen in den tegenwoordigen staat van zaken; want zij neemt de hinderpalen weg, die den overtocht van de eene plaats naar de andere bezwaarlijk of volstrekt onmogelijk maken. In handen van de beoefenaars der wetenschap zal deze uitvinding een krachtig middel worden, met behulp waarvan het ons zal gelukken, den dampkring, die zich boven onze hoofden uitstrekt en waarvan wij nog maar zoo weinig weten, volkomen te leeren kennen; de mensch zal aan de aarde hare laatste geheimen ontrukken. Wij zullen tot in de binnenlanden van Afrika doordringen, wij zullen over het eeuwige ijs en de eeuwige sneeuw heen tot aan de polen kunnen komen!"

Gromski geraakte geheel in vuur; zijne blauwe oogen schoten vonken; ook in de oogen van Ford brandden vlammen. Bij het hooren van het woord "pool" was de kapitein zich zelf niet langer meester; hij snelde naar den ingenieur toe, greep hem bij de hand en zeide met eene stem, die van aandoening trilde:

"Denkt u daar dus ook over?"

"Ik ben voor dit doel werkzaam geweest; ik ken geen ander dan de vooruitgang der wetenschap en het welzijn der menschheid."

Op dit oogenblik ging James, die op eenigen afstand was blijven staan, naar den ingenieur toe en drukte hem, van diepe bewondering vervuld, met warmte de hand.

"U... met ons mee... Drommels! Dat maak ik uit uwe woorden op... O, wat ben ik blij!... U... met ons naar de pool!"

En eensklaps begon de zeeman te huilen als een kind. Gromski begreep de aandoening van den man en sloeg een blik op den kapitein.

"Denkt u er dan over, met een luchtballon een tocht naar de pool te doen?" vroeg hij.

Ford antwoordde slechts door middel van een veelbeteekenend hoofdknikken.

Gromski begon, met de handen op den rug, met groote stappen heen en weer te loopen.

"Inderdaad, dat is niet onmogelijk... Wie weet?" mompelde hij bij zich zelf. "De winden, de machine... Maar," voegde hij er bij, terwijl hij vóór den kapitein bleef staan, "het is noodig, dat hij, die dezen gewaagden tocht onderneemt, op alles voorbereid zij."

Ford glimlachte, maar antwoordde niets.

"Zelfs op den dood, kapitein!"

"Ik heb dien op mijne vier reizen reeds dikwijls onder de oogen gezien, Mijnheer, en James ook..."

"Het is overigens niet zeer waarschijnlijk, dat wij de pool zullen bereiken..."

"Tot dusverre is dit niet gelukt. Maar men tracht dit doel niettemin te bereiken."

"U moet niet uit het oog verliezen, dat mijn ballon slechts aan matige winden weerstand kan bieden en dat zijne machine maar twintig dagen werkt."

"Dat doet er niet toe. De winden zullen ons helpen."

"We kunnen in de zee omkomen."

"Het zij zoo, Mijnheer. Komaan! Geef ons uw ballon!..."

Gromski streek met de hand over zijn voorhoofd. Een blos vertoonde zich op zijne wangen.

"En als ik zelf eens met u meeging?" vroeg hij gejaagd.

"Dan zouden wij den roem met elkander deelen of ook met elkaar omkomen."

Zonder een woord te spreken, stak de ingenieur de hand aan den kapitein toe, dien hij vervolgens hartelijk omhelsde, evenals James.

"Ge zijt dappere mannen," zeide hij diep ontroerd. "Ik ga met u mee naar de pool!"

"Is uw besluit onherroepelijk?" vroeg de kapitein, terwijl hij den ingenieur in de oogen keek.

"Onherroepelijk!"

"Zult u, wat het lot ook wezen moge, dat ons te wachten staat, de noodige geestkracht hebben om nimmer uw spijt te kennen te geven, nimmer een verwijt te doen hooren?"

"Dat zal ik."

"Van dit oogenblik af zijn wij vereenigd voor het leven en voor den dood!"

DERDE HOOFDSTUK.

HET WONDER DER WERKTUIGKUNDE.

James wist van blijdschap niet wat hij doen zou bij de gedachte, dat hij weldra het eeuwige ijs van de pool zou terugzien.

"Wat is het jammer, dat we al in October zijn!" zeide hij met een zucht. "Anders hadden we binnen eenige dagen den tocht reeds kunnen ondernemen."

"Men is daar nu in het midden van den winter; het kwik bevriest er zeker," antwoordde de kapitein.

"Hoe nu? Hebt ge het oog op de Noordpool?" vroeg de ingenieur.

"Zeker. Dat spreekt vanzelf. En men kan er nu niet naar toe gaan, zelfs niet met een luchtballon als de uwe, ofschoon daarvoor geene ijsbergen bestaan. We zouden terstond doodvriezen."

"Daarin heeft u gelijk."

"Dus zijn we genoodzaakt, op zijn minst acht maanden te wachten!.... Drommels! dat is onmogelijk!"

"Welnu, als u zooveel haast heeft," hernam de ingenieur glimlachende, "dan kunnen we ons wel onmiddellijk op reis begeven."

"Maar dan zullen we doodvriezen. Dat heeft u immers zelf toegestemd."

"Juist zoo. Maar u vergeet, dat de aarde twee polen heeft. Ik stem toe, dat de reis naar de Noordpool gedurende den winter onmogelijk is; maar wat zou ons verhinderen, naar de Zuidpool te gaan? U weet, dat de jaargetijden op het zuidelijk halfrond geheel tegenovergesteld zijn aan die op het noordelijk halfrond. Men is aldaar nu midden in de lente. Dat is zeker wel het gunstigste tijdstip voor zulk eene reis."

James hoorde al die dingen met een open mond aan; de dappere zeeman had vergeten, dat de aarde twee polen heeft. Hij dacht steeds en uitsluitend aan de Noordpool, en zijn vurigst verlangen was tot dusverre geweest, eenmaal die pool te bereiken.

"De Zuidpool," bracht hij stotterend uit, "de Zuidpool... Niemand is nog ooit naar de Zuidpool gegaan, niet waar?"

"Men heeft dit wel beproefd, maar men heeft gemerkt, dat de Zuidpool nog minder toegankelijk is dan de Noordpool; want de eerstgenoemde bevindt zich nog verder van eenig bewoond oord en ligt te midden van het groote en onbekende zuidelijke vasteland. Naar mijne meening zal men tot de ontdekking van de Zuidpool eerst een geruimen tijd na die van de Noordpool komen."

"Zoo? Is zij moeilijker te ontdekken? Laat ons het echter beproeven! Het is, geloof ik, voor uw ballon volmaakt onverschillig, hierheen of daarheen te gaan."

"Stelt u dit plan in ernst voor?" vroeg de kapitein, die zich nu in het gesprek mengde.

"In vollen ernst," antwoordde Gromski. "Als we naar de Zuidpool willen gaan, dan behoeven we niet te wachten. Hoe eer wij dit doen, des te beter."

"Maar de bezwaren, aan zulk een tocht verbonden, zullen grooter zijn. Is u niet bang voor een langen tocht langs of liever boven den Oceaan? Het kan lichtelijk gebeuren, dat wij daarin vallen, en dan..."

"Dat zal wel niet gebeuren. Mijn luchtballon kan, zooals u weet, gedurende drie weken eene voldoende hoeveelheid gas inhouden. Wij zullen ons naar de zuidelijkste punt van Amerika begeven en van kaap Hoorn opstijgen, vanwaar de wind ons naar de pool zal overbrengen."

"De wind? Welke wind?"

Inderdaad begreep de kapitein niet, op welken wind Gromski rekende: hij wist slechts, dat er in de poolstreken koude winden waaien, die zich naar de evennachtslijn richten.

"Maar op die koude winden reken ik niet," zeide Gromski. "Ik onderstel alleen, dat er boven deze winden een warme luchtstroom moet bestaan, die van de evennachtslijn naar de pool gaat. De plaats, die de koude lucht besloeg, moet toch aangevuld worden."

"U heeft gelijk, ik had daaraan niet gedacht. Het moet wel zoo wezen: ge bedriegt u niet... Bravo! Zal dus de warme luchtstroom ons naar de Zuidpool brengen?"

"Naar de Zuidpoolstreken ten minste. Wij zullen de pool zelf met behulp van onze machine bereiken."

"Ik erken, dat ik erg nieuwsgierig ben om eenige nadere bijzonderheden te weten te komen, om iets meer omtrent uw luchtballon te vernemen. Hoe is het u gelukt, eene lichte stoommachine te vervaardigen, die toch krachtig genoeg is om aan den ballon zulk eene snelheid te geven? Is de electriciteit u niet geschikt voorgekomen om dit doel te bereiken?"

"Daar ge met mij een langdurigen tocht zult doen," zeide Gromski, "moet ik u mijn ballon wat meer van nabij laten bekijken. We zullen een klein tochtje door de lucht doen. En dan zult ge zien, wat de luchtballon is en hoe hij zich houdt. Ge dient dit trouwens te weten, daar gij mij moet helpen om hem te besturen."

Gromski gaf bevel om den ballon in orde te brengen, en terwijl zijne bedienden zich met het maken van de noodige toebereidselen bezighielden, verklaarde hij aan zijne nieuwe metgezellen de beginselen, waarop de samenstelling van zijn luchtballon berustte.

"Er bestaat, strikt genomen, tusschen een stoomschip en een luchtballon, die door eene machine als deze in beweging gebracht wordt, hetzelfde onderscheid als er bestaat tusschen het soortelijk gewicht van het water en dat van de lucht. Een ballon, evenals een schip, moet eene beweegkracht hebben, om niet ten speelbal der luchtstroomen te worden. Hij kan slechts aan deze laatste weerstand bieden, als zijne eigen snelheid de snelheid van den wind overtreft. In dat geval kan de ballon zich zelfs bewegen in eene richting, tegenovergesteld aan die van den luchtstroom, hetgeen hierop neerkomt, dat aan den ballon eene bepaalde richting kan gegeven worden. Het waren de Heeren Renard en Krebs, die in 1884 dit vraagstuk oplosten. Het gelukte hun om met hun ballon met eene electrische beweegkracht terug te keeren naar het punt, vanwaar zij waren uitgegaan. Van toen af was het beginsel gevonden. Ik zeide, dat de ballons eene eigen snelheid moeten bezitten, die ze in staat stelt, zegevierend tegen de winden te kampen. Ge weet zeker wel, dat de luchtballon van de Heeren Renard en Krebs eene snelheid van 7 meters in de seconde heeft. Maar deze snelheid is onvoldoende. Er is eene snelheid van minstens 15 meters noodig om, ondanks een krachtigen wind, in eene gewenschte richting voort te komen. Een flinke en tevens lichte motor, die aan den luchtballon eene vrij aanzienlijke snelheid kan geven,--zulk eene machine was nog niet uitgevonden. Renard bedient zich van de electriciteit; de electrische motoren zijn zeer gemakkelijk te behandelen, maar zij vereischen zware machines, die veel plaats beslaan en waarvan de werking bovendien kostbaar en van korten duur is. Bij slot van rekening is de electrische motor betrekkelijk zwaar. Die, waarvan men zich op de France bediende, had slechts 5 paardekrachten en woog 600 kilogrammen. Deze overwegingen hebben er mij toe gebracht, het voorbeeld van Henri Giffard te volgen en mij van stoom te bedienen. Verwondert u hierover niet! Mijne machine heeft weinig overeenkomst met de gewone machines. Hare voornaamste eigenschap is, zooals ik u reeds heb doen opmerken, hare bijzondere lichtheid."

"Is uw stoomketel dan..."

"Er is geen eigenlijke stoomketel in mijne machine," viel de ingenieur hem glimlachende in de rede; "deze wordt vervangen door de platte buis, die ge daar ziet. Deze buis is spiraalvormig opgerold en bestaat uit vijf deelen, die met elkaar de enorme lengte van 200 meters hebben. Haar inhoud daarentegen is nog geen 25 kubieke centimeters, want hare wanden raken elkaar bijna. Men kan zulk een stoomketel met volle recht een "bliksem-stoomketel" noemen, daar de stoom zich daarin onmiddellijk vormt, dank zij de aanzienlijke grootte van de verwarmde oppervlakte; het is niet noodig, veel water in te nemen; men heeft op zijn hoogst 40 kilogrammen noodig, want de stoom ontsnapt, nadat hij in de machine zijn mechanischen arbeid verricht heeft, niet in de lucht, maar stort zich in den grooten condensator, vanwaar hij opnieuw automatisch in den stoomketel terugkomt. Het is gemakkelijk te begrijpen, dat zulk een stoomketel aan geenerlei gevaar van ontploffing blootstaat; want hij bevat slechts weinig stoom, en het water kan, indien er voor de capillariteit van de buis gezorgd wordt, niet in den spheroïdalen toestand overgaan."

"Bravo!" riep Ford vol geestdrift uit. "Het beginsel, waarop u de samenstelling van uw stoomketel gebouwd heeft, is verwonderlijk eenvoudig; maar men heeft heel lang op die verbetering moeten wachten. En van welke brandstof bedient ge u?"