Parodieën

Part 5

Chapter 51,066 wordsPublic domain

1. Schijnt het niet vreemd dat men een sleutel noodig zou hebben inplaats van b.v. een alpenstok om een berg te bestijgen? 2. Acht gij de herhaling van dat woord Bibelbontsch in elken regel, bij menschen, kinderen, pap, lepel en nap, niet overbodig? 3. Houdt gij met mij het woord Bibelbontsch niet voor een klankwoord zonder aardrijkskundige beteekenis, en de gansche omslachtige mededeeling derhalve voor waardeloos en nonsensikaal? 4. Is in dit vers, waarin toch van zekere pap wordt gewag gemaakt, niet een belangrijke leerstof verwaarloosd, daar niet vermeld wordt, uit welke bestanddeelen dit voedsel bestaat?

Spreker beantwoordde al deze vragen bevestigend, en achtte, resumeerende, dit vers:

a. onzinnig, b. vol herhalingen, dus zeurig, c. onwetenschappelijk, d. ongeschikt,

conclusies welke hij in een heldere detailcritiek nader toelichtte.

Het viel te betreuren, dat de beschaafde causerie van den heer Gilniet, over het gillen, onverstaanbaar was.

Dit feit gaf aanleiding tot een INCIDENT.

De heer Kijfniet vroeg aan de voorzitster of het niet mogelijk was een leerstoel voor methodisch spreken in te stellen. De heer Gilniet zegt, dit als een insinuatie te beschouwen.

Geroep: "Wien de schoen past trekt hem aan!"

De heer Gilniet: "Ik eisch een onderzoek!"

De voorzitster zegt dit toe. Het incident wordt gesloten.

Na de pauze zongen de hulpfeeën eenige paedagogische liederen. Het mooist werd gevonden--ongetwijfeld wegens de opwekkende melodie en de sympathieke strekking--het:

Excelsior-lied,

waarvan het refrein door alle aanwezigen werd medegezongen op de wijze van het Sequah-lied.

Heb je slechte zeden, Ben je zenuwziek, Boem! Richt tot ons je schreden Hier genees je kwiek! Boem!

(tot de fee)

Tante Adelgonde Lieve beste Fee Zij zijn vol van zonden Red ze s. v. p.!

Refrein:

Kom tot ons, kom tot ons Boem, boem, boem! Zie naar ons, zie naar ons Boem, boem, boem! Hoor naar ons, hoor naar ons! Boem, boem, boem! Streef met ons, streef met ons Boem, boem, boem!

(tot de kabouters)

Jokniet, Morsniet, Snoepniet Help haar in haar taak, Boem! Pulk-, Kijf-, Zeur- en Gilniet Steun de goede zaak, Boem!

(tot de kinderen)

Kind je moet maar leeren In Excelsior En wij garandeeren Dat je beter wor!

Refrein: Kom, enz.

Ja, vandaag of morgen Ben je al hersteld, Boem! Dank zij onze zorgen En dat schijntje geld, Boem! Help ons aan klandisie Maak 't adres bekend! Dan is de provisie 1 1/2%.

Refrein: Kom, enz.

Aan het applaus scheen geen einde te zullen komen!

De Fee Adelgonde dankte hierop de aanwezigen voor de trouwe opkomst en besloot met een opwekking tot allen om ieder in zijn kring het goede doel te bevorderen.

Geen wonder dat onze Eveline in deze omgeving spoedig genas. Drie weken later kon zij als hersteld worden ontslagen. Tot groote vreugde harer ouders verloor zij den bijnaam van

Prinses Zoetekauw.

DE KUS

TENDENZ-ROMAN

"Mag ik het Rijksmuseum van u hebben, conducteur?"

"Zeker, meneer!"

De conducteur van lijn 10 schelde. De bestuurder remde.

De jonge dr. Hendrik van Bree, grijs deukhoedje, bruine covercoat, stapte uit, nog vóór de wagen geheel stopte, liep enkele passen met de alweer doorrijdende tram mee, nam toen bijna onmerkbaar zijn draai en betrad met energieke schreden de brug tusschen Weteringschans en Stadhouderskade. Hij liep onder het Museum door, de Jan Luykenstraat in, en was in de Van Baerlestraat.

"Alweer," mompelde hij opeens in de P. C. "Zal deze verderfelijke gewoonte dan nooit uitgeroeid worden? Moeten de bacteriën steeds verder worden verspreid?" Hij zette de tanden op elkaar.

"Ik zal mijn leven wijden aan de bestrijding van dit kwaad."

II.

Dr. Hendrik van Bree, de nieuwe arts, stond voor het raam van zijn vriendelijk huisje, Brinklaan 12, waarvan zijn voorganger hem de huur had overgedaan. "Maatje" zat bij de tafel en stopte zijn kousen. Zij wilde dit werk aan niemand overlaten--waren het niet de kousen van haar Hendrik?

Op eens sprong de jonge medicus op. Bezorgd, hoofdschuddend zag "maatje" hem na.

Bij het hek namen een boereknecht en zijn meisje afscheid, en kusten elkaar, niet ééns, maar herhaaldelijk. Hendrik trad op hen toe, groette vriendelijk, en bracht hun, in gematigde termen, het onhygiënische van hun daad onder de oogen. De man grinnikte, het meisje bloosde, maar ze eindigden met mopperend heen te gaan.

Toen de jonge dokter dien avond de brug over liep, hoorde hij van alle kanten gemompel.

"We meugen onze maid niet soene, saat-ie!"

"Wat goat 't zoan an?"

"Wie het 't ooit zoo op de vieul heure speule?"

"Wat 'n mal meroakel! Laat ie van 't durp weggoan!"

Toen hij terug ging, stond er een groep opgeschoten kerels klaar, dreigend.

"Doar het je die bemoeial!"

"Loat ie zich met z'n aige soake bemoeie!"

Een steen vloog, en nog één. Zijn hoed werd geraakt, en viel af. Hij raapte hem kalm op. Er vlogen meer steenen. Met een gat in zijn hoofd kwam Hendrik thuis!

III.

Een jong meisje had van het balcon bij burgemeester Vink den aanval met verontwaardiging aangezien. Het was Bertha Vink. Sympathie leidt tot liefde.... en verloving.

De eerste dagen van zaligheid waren voorbij.

Toch was het alsof er in Bertha iets onrustigs was gekomen. Eerst zag hij het niet; haar handdruk was warm en stevig als altijd, haar lach even teeder.

Maar wat was er in haar oogen dat hem soms bevreesd maakte, dat alles niet was zooals het zijn moest?

En op een goeden dag zeide zij het aan "maatje." De oude mevrouw zuchtte; het verraste haar niet.

Dien avond brak zij het nieuws aan haar zoon.

Bertha was niet sterk genoeg gebleken in den strijd.

Hendrik begreep. Hij waagde nog een laatste poging. Hij schreef een brief vol liefde en teederheid, maar ook vol vastheid. "Je moet kiezen tusschen mij en de bacteriën," schreef hij. "Hoe lief ik je ook heb, ik kan mijn beginsel niet verzaken, om geen ziektekiemen over te brengen als de hond en de vlieg." Hij deed zelf den brief op de bus.

Hij wachtte. Eén dag, twee, drie dagen. Er kwam geen antwoord.

Hij was vrij. Om den strijd te strijden dien hij gekozen had. Om zijn eenzamen, moeizamen weg te gaan.

INHOUD

Blz. Van Gigio en Famulus. Romeinsche roman 5 De Vondeling. Historische roman 16 Cora Mirelli. Een verhaal van wereldlijke macht 41 Jack Simpel. Een zeevaartkundige vertelling 51 Roodhuid en Bleekgezicht. Indiaansche novelle 68 Prinses Zoetekauw. Een sprookje 81 De Kus. Tendenz-roman 92

AANTEEKENINGEN

[1] De latere Lodewijk XVIII.

[2] Deze woorden van Pichegru zijn historisch.