Papieren Kinderen: novellen en schetsen

Chapter 17

Chapter 171,499 wordsPublic domain

De oude Bommers was onder dit gesprek langzaam aan tot achter zijn toonbank teruggeweken; hij keek het jongmensch met groote oogen aan, als wilde hij zeggen: „Ik geloof, dat jij niet goed bent,” en toen de deftige jonkman verder ging met zijn beschouwingen over stroop, ’t nut en de aanwending daarvan in ’t maatschappelijk leven, zich daarbij in vuur redeneerde, herhaaldelijk heftig gesticuleerde en met de vlakke hand eenige malen op het blad der toonbank sloeg, werd Bommers angstig, want zulke taal was voor hem te machtig, en ’t zweet brak hem uit, toen hij zijn bezoeker hoorde zeggen: „_Stroop_, meneer Bommers, is de melk der samenleving, de quintessence der beschaving en de hefboom waarmee het sociaal evenwicht kan worden geregeld. S-t-r-o-o-p geeft in zes letters de oplossing van ’t moeielijk probleem: vrijheid, gelijkheid en broederschap.”

„Maar dat is een gek, een ongelukkige uit Meerenberg ontsnapt,” dacht de kruidenier, die eindelijk kans zag om in den woordenstroom, die hem dreigde te overstelpen, een dam te werpen door stotterend te vragen: „Maar meneer, wat beduidt nu dit alles?”

Weer wenkte een hand om ’t hoekje van de deur, maar de kruidenier zag het niet; ’t jongmensch wèl, en toen Bommers, zijn vraag kalmer herhalend, zei: „Wat wou u nu eigenlijk?” klonk het antwoord hem als een donderslag in de ooren: „Vijf pond beste stroop, als ’t u blieft!”

„Vijf pond str-o-o-p?—Waarin?”

„In dezen hoed, waarde heer.” Met een snelle wending had de jonkman den gereedstaanden hoed gegrepen en voor den verbaasden winkelier op de toonbank gezet.

„In dien h-oe-d?”

„Juist!—Maar den hoed eerst tarren asjeblieft! Ik wil mijn gewicht hebben,” en de klant zag hem dreigend aan.

Bommers’ oogen werden achter zijn bril zoo groot en rond als theeschoteltjes en, met een zekeren angst, zag hij zijn overbuur aan. Ja, in de oogen van dien klant schitterde een waanzinnige vonk: ’t was ongetwijfeld zóó, als hij reeds had gedacht,—een gek. Bliksemsnel vloog hem de gedachte door ’t hoofd: met zulke menschen moet men voorzichtig zijn en toegevend; daarom veranderde hij dadelijk zijn gelaatsuitdrukking en zei met zachte stem, als sprak hij tot een verwend knaapje:

„’n Aardig idee, meneer,—stroop in een hoed.”

„Ja, hé? En als je eerst eens wist, burger Bommers, waarom ik die in een hoed haal!”

Terwijl Bommers den hoed tarde en daarna langzaam de vijf pond stroop er in liet loopen, vervolgde zijn bezoeker, op eenigszins somberen toon:

„’t Is een drama, meneer!—neen! een tragédie.—Zal u goed wegen, vijf pond?”

„Ja! ja!—Kijk maar, ruim gewogen!” en de winkelier zette den hoed met stroop vlak voor zijn klant neer; deze nam het hoofddeksel met beide handen bij den rand op, rook er in en sprak toen op somberen toon verder: „’t Ruikt bijna als bloed!”—Bommers verschoot van kleur.—„Weet u wat de Nemesis is?—Niet?—O, neen! u is immers niet klassiek ontwikkeld.—Luister dus.—Een vriend van mij, een boezemvriend, is doodelijk beleedigd door een poen, een wanschapen vaderlijk wezen, dat Amor in ’t gezicht slaat en Venus haat.—O! meneer! dat eischt wraak! Wrr-a-a-k!”

Bommers kreeg ’t nog benauwder dan een oogenblik van te voren, want ’t jongmensch begon nu heusch te doen, alsof hij „stapel” was. Plotseling wierp hij een rijksdaalder op tafel, maar hield de hand er op en zei: „Daar ligt geld, meneer,—’t slijk der aarde”, en toen plotseling vriendelijk lachend: „Ik krijg ƒ1.50 terug asjeblieft.”

Bommers kon van achter de toonbank niet zien, dat de hand, die om ’t hoekje van de voordeur voortdurend wenken had gegeven, nu eensklaps zeer duidelijke en heftige bewegingen maakte. Hij wilde zich reeds bukken, om uit de winkellade een daalder kleingeld te nemen, toen zijn klant den rijksdaalder nogmaals vasthield en uitriep:

„Weet ge wat mijn wraak zal zijn, meneer? Den ellendeling, die mijn vriend heeft beleedigd en gehoond, zet ik dezen hoed op!”

Daar schoot de kruidenier plotseling in een lach; ’t denkbeeld, iemand met zoo’n hoed op te zien, was zelfs voor hem te comisch om er niet om te lachen, en giegelend riep hij:

„Origineel! heel origineel! Dat ’s een koopje voor wien ’t treft—hè! hè! hè! hè!”—Bommers lachte, dat hij schudde.

„Ja, edele vriend! dat is ’t zeker!” antwoordde ’t jongmensch; hij liet den rijksdaalder los, en Bommers, die kippig was en zich ongaarne met wisselen vergiste, bukte voorover naar de winkellade.

Juist op dat oogenblik vernam men op straat een luid gejoel en gedruisch: een open kales, waarin vier studenten waren gezeten, hield stil voor den kruidenierswinkel; een der studenten, die een reusachtigen bouquet in de hand hield, sprong nog voordat het rijtuig geheel stilstond er uit, en opende het portier van de vigilante, die met Jan op den bok en Jetje binnenin er achter reed.

Hoffelijk buigend hielp hij de schoone bij het uitstappen, en vol verwondering zag Bommers op,—om zijn dochter te zien.—Neen!—plotseling zakten vijf pond stroop hem door de haren en over de oogen en dreef een krachtige slag den ouden „kachelpijp” over zijn neus. De arme vader zei juist: „Genadige hemel! daar is...” ’t Woord Jetje stierf reeds in den zoeten zondvloed, die hem overstelpte, maar toch kon hij nog verstaan, dat de zonderlinge bezoeker hem daemonisch lachend zijn eigen woorden teruggaf: „Origineel! heel origineel! Een koopje voor wien ’t treft!”

Er was niets aan te doen; Jan werd eenvoudig boven op de toonbank gezet en onschadelijk gemaakt. En Jetje? Zij werd—o! snoodheid—achtmaal in eer en deugd gezoend, onder de oogen .... neen! in tegenwoordigheid van haar vader, die, toen hij een half uur later na veel moeite, ontstroopt was, aanging als een razende Roeland en op die „vervloekelingen” schold, totdat Jan hem toevoegde: „Meheer, neem me niet kwalijk, maar je zag d’r toch effetief komiek uit!” Toen stortten de fiolen van zijn toorn zich eensklaps uit over den armen winkelknecht en eerst ’s avonds laat kwam hij tot kalmte en vond zijn winkeliers- neen! vaderlijken glimlach terug, omdat zijn dochter hem vertelde, dat zij buiten bij tante een vrijer had opgedaan, die heusch en echt van trouwen sprak en—niet met stroop liep.

INHOUD.

Blz.

EEN BENEFIET 1. EEN MASSAGEKUUR 101. BIJOU 119. HENRI DE SNOEPER 155. DIRK DE SNORDER 173. DE FASHIONABELE DINEUR 217. HOE JETJE GEZOEND WERD 235.

+------------------------------------------------------+ | | | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | | | | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | | | | Plaats Bron Correctie | | | | Regel 78 [Niet in bron] „ | | Regel 79 [Niet in bron] ” | | Regel 85 [Niet in bron] ” | | Regel 126 ochtenkleeding ochtendkleeding | | Regel 143 „ [Verwijderd] | | Regel 160 ” [Verwijderd] | | Regel 172 ontstapt ontsnapt | | Regel 211 collegas collega’s | | Regel 214 . | | Regel 239 , [Verwijderd] | | Regel 295 [Niet in bron] ” | | Regel 324 mekâar mekaâr | | Regel 335 ” [Verwijderd] | | Regel 346 [Niet in bron] , | | Regel 346 muziekant muzikant | | Regel 666 [(alinea-break)] [Verwijderd] | | Regel 668 „ [Verwijderd] | | Regel 676 [Niet in bron] ” | | Regel 684 [Niet in bron] ” | | Regel 694 [Niet in bron] ” | | Regel 696 [Niet in bron] ” | | Regel 764 [Niet in bron] ” | | Regel 787 ” [Verwijderd] | | Regel 836 ’N liefhebber ’n Liefhebber | | Regel 989 [Niet in bron] ” | | Regel 1278 Walter Walten | | Regel 1434 [Niet in bron] ” | | Regel 1792 Ha Hà | | Regel 1800 [Niet in bron] ” | | Regel 1869 [Niet in bron] ” | | Regel 1897 lâtafel latafel | | Regel 1944 Walter Walten | | Regel 1997 ” [Verwijderd] | | Regel 2070 [Niet in bron] ” | | Regel 2133 [Niet in bron] „ | | Regel 2163 regisseur régisseur | | Regel 2174 Walter Walten | | Regel 2177 [Niet in bron] ” | | Regel 2230 colléga’s collega’s | | Regel 2238 [Niet in bron] ” | | Regel 2281 [Niet in bron] ” | | Regel 2452 [Niet in bron] „ | | Regel 2597 [Niet in bron] „ | | Regel 3034 aplaudissement applaudissement | | Regel 3051 oogenblikben oogenblikken | | Regel 3070 [Niet in bron] ” | | Regel 3157 [Niet in bron] „ | | Regel 3216 Balkons Balcons | | Regel 3216 Loge’s Loges | | Regel 3249 Laflêche Laflèche | | Regel 3277 Laflêche Laflèche | | Regel 3318 applaudiseeren applaudisseeren | | Regel 3324 ” [Verwijderd] | | Regel 3349 [Niet in bron] ” | | Regel 3384 [Niet in bron] „ | | Regel 3387 [Niet in bron] ” | | Regel 3452 Hostein’s Hosteins | | Regel 3460 [Niet in bron] ” | | Regel 3516 [Niet in bron] , | | Regel 3531 ” [Verwijderd] | | Regel 3536 [Niet in bron] ” | | Regel 3543 ïe ie | | Regel 3551 Zouen Zouën | | Regel 3558 kniëen knieën | | Regel 3560 [Niet in bron] „ | | Regel 3569 [Niet in bron] „ | | Regel 3581 [Niet in bron] ’ | | Regel 3611 ” [Verwijderd] | | Regel 3676 Jalink Jaling | | Regel 3792 Himmel-donnerwetter Himmeldonnerwetter | | Regel 3899 [Niet in bron] ” | | Regel 3936 ondeel baar ondeelbaar | | Regel 4228 word wordt | | Regel 4731 siesta siësta | | Regel 5078 beeldtenis beeltenis | | Regel 5128 [Niet in bron] ” | | Regel 5224 [Niet in bron] „ | | Regel 5251 sous-terrain sousterrain | | Regel 5296 ” [Verwijderd] | | Regel 5341 sous-terrain sousterrain | | Regel 5388 ” [Verwijderd] | | Regel 5922 [Niet in bron] „ | | Regel 6101 mench mensch | | Regel 6135 andwoordt antwoordt | | Regel 6244 tweede klasse tweede-klasse | | Regel 6334 n N | | Regel 6441 [Niet in bron] . | | Regel 6500 Overijselsch Overijsselsch | | Regel 6548 zouen zouën | | Regel 7263 [Niet in bron] ” | | Regel 7496 [Niet in bron] . | | Regel 7525 [Niet in bron] ” | | Regel 7526 [Niet in bron] „ | | Regel 7576 [Niet in bron] is | | Regel 7996 , . | | Regel 8051 we wel | | Regel 8052 houd houdt | | Regel 8056 [Niet in bron] . | | | +------------------------------------------------------+

End of Project Gutenberg's Papieren Kinderen, by Justus Van Maurik Jr.