Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst

m. In Mei 1564 werden echter al de kleine steden wederom ter dagvaart

Chapter 11825 wordsPublic domain

beschreven, [352] en het is hoogst waarschijnlijk dat dit daarna nog meermalen heeft plaats gehad, want op ons gemeente archief berust een zeer interessant stuk, namelijk eene »Nota, houdende zeer gespecificeerde aanteekeningen van dag voor dag gemaakte verteringen en reiskosten van Burgemeesters van Oudewater, op hunne reizen naar Brussel, den Haag enz., in 1564 en 1565.

Alles strookt hier dus: in 1563 de resolutie dat de reiskosten voor de stad komen, en in 1564 treffen wij de nota aan, hunner verteringen, omdat zij daarvan in Oudewater nu rekening moesten doen.

Wij vinden niet vermeld, dat Oudewater meer ter dagvaart geroepen werd, dan in het jaar 1572, als wanneer Oudewater de eerste plaats in Zuid Holland was, die het voorbeeld van Brielle volgde en zich verklaarde voor den Prins van Oranje Willem de Zwijger.

n. Op eene toen te Dordrecht gehouden vergadering, op den 19 Julij des laatstgenoemden jaars, waren namens Oudewater tegenwoordig, Cornelis Willemsz de Lange Burgemeester, en Jop Pietersz van Hattemer.

o. Den 22 vergaderde men weder te Dordrecht, [353] en

p. Den 25 Julij te Rotterdam.

Wat er op deze hoogst gewigtige vergaderingen plaats had, besparen wij om in ons laatste hoofdstuk van de beschrijving te vermelden.

q. Voorts werd Oudewater geconvoceerd ter vergadering op den 22 November 1574, [354] om mede besluit te nemen op eenen door Zijn Excellentie Willem van Nassau gedanen voorslag, [355] en mede te raadplegen op den voorslag, en het antwoord bij de Staten aan Z. Excellentie, rakende het bestier van den lande te geven. [356] Op deze bijeenkomst waren Oudewaters gevolmagtigden, Willem Jacobsz Burgemeester, en Cornelis Jansz. Schepen.

Wel degelijk nam men dus nu ook van de kleine plaatsen notitie, dat blijkt ten duidelijkste immers uit de hoogst zwaarwigtige onderwerpen, voornamelijk over de regering des Lands waarin zij gekend werden om te beraadslagen ja zelfs werd er nog goedgevonden, dat de kleine plaatsen in zaken van contributie, tractaten van pijs, oorlog- of regeringsverordering mede beschreven zouden worden. [357]

Hieraan werd dan ook gevolg gegeven, want in het jaar 1575 werden op zeer vele vergaderingen,

r. Zoowel te Delft als elders ter beraadslaging daarop aangetroffen, Willem Jansz Burgemeester, en Dirk Simonsz Secretaris van Oudewater, en deze dagvaarten werden niet zelden gehouden in tegenwoordigheid van Zijne Prinselijke Excellentie.

Wij zijn genaderd tot in Oudewaters bloedjaar 1575, en om reden dat de Spanjaarden deze plaats hadden ingenomen was dit de oorzaak, schrijft van Kinschot, [358] »dat in Grasmaand van Anno 1576 en eenigen tijd daarna, nog geene Afgezondenen dezer stad in de vergadering konden verschijnen, s. maar in April 1583, vindt men Oudewater wederom onder de steden, die geroepen waren om zeker renversaal aan Z. Ex. over te leveren, met zijn zegel van verbonde of geheimzegel te bezegelen." [359] Dit stuk nu, versiert nog Oudewaters archief, even zoo ook de door Prins Willem den I eigenhandig geteekende beschrijvingsbrief, waarop t. hij in Dordrecht en wel op 4 October van laatstgenoemd jaar Oudewater uitnoodigt om Gedeputeerden naar eerstgenoemde stad te zenden, ten einde op den 16 October mede over 's lands belangen te raadplegen. Weshalve door de Vroedschap als zoodanig gemagtigd werden, de Secretaris der stad en Dirks Cley Burgemeester.

u. den 10 Julij 1584 trof het moorddadig lood op eene verraderlijke wijze prins Willem den I en daags daarna, vergaderden de beide presidenten van de Hoven en eenige steden op het Delftsche stadhuis waarop aldaar ten spoedigste de vergadering der staten beschreven werd om orde te stellen, en in 's lands regering te voorzien. [360] De gemagtigden van Oudewater in deze, waren schepen Jan Claasz. de Ameijde, en de vroedschap Jan Jansz. Coppert. [361] Volgens uitdrukkelijk bevel, moesten zij echter behoorlijk bij hunne principalen gemagtigd zijn [362] en de heer van Kinschot laat die magtiging dan op bladz. 112-114 van zijn beschrijving volgen.

Die van den raad van zijne excellentie nu, waren gemagtigd, om hunne dienst te blijven waarnemen, totdat er omtrent 's lands regering anders zoude voorzien zijn. [363] Toen nu de edelen en deputatien der steden aangekomen waren, moesten zij in handen van den president Nicolai den eed doen en beloven, niets van de op de vergadering gehouden gesprekken of voorgedragen gevoelens omtrent het stuk der regering kenbaar te zullen maken, enz.

Daarop ging men tot deze zeer gewigtige beraadslaging over en toen ieder zijn gevoelen over deze aangelegenheid had geuit, verklaarden al de kleine steden, waaronder ook Oudewater te willen vertrekken, daar zooals men zich zal herinneren, de verblijfkosten ten laste der gemeente kwamen. Dientengevolge werden allen ontslagen nadat zij alvorens de verzekering gegeven hadden zich nimmer van de vereeniging tusschen Holland en Zeeland te zullen scheiden en zich te gedragen naar al hetgeen door de blijvenden zouden geresolveerd worden. [364]

Ook kregen zij verlof om niet bij de ter aarde bestelling van zijn prinselijke excellentie tegenwoordig te moeten zijn, zooals in de resolutie van Holland Anno 1584 den 20 Julij vervat was, dat namelijk ook 2 gemagtigden van iedere kleine stad bij die lijkplegtigheid zouden verschijnen.