Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst

i. Te 's Gravenhage op den 29 Mei 1529, Cornelis Dirksz en Jan

Chapter 10299 wordsPublic domain

Pietersz.

j. Te Brussel den 7 Junij 1529, Jan Pietersz.

Voorts vindt men gewag gemaakt, dat er op de dagvaarten van Haarlem 20 September 1534, en op die te Gouda 8 Augustus 1536, vele van de kleine steden waren, »zonder dezelve of haar Gemagtigden aan te teekenen of te kennen." [348]

k. In 's Gravenhage vertegenwoordigden Oudewater van den 16 tot den 24 September 1538, Jan Robrechts en Mr. Dirk van Crempen.

l. Op den 12 en 13 October 1538, [349] Jan Robertsz en Mr. Willem Geritsz.

Op den dagvaart te Haarlem 11 en 12 Augustus 1540, waren daar tegenwoordig meest al de [350] kleine steden, even gelijk ook op de Staatsvergaderingen in 's Gravenhage den 11 en 24 Februarij 1541 en de 11 September 1542, de kleine steden tegenwoordig waren. [351]

Indien wij de resolutien van Holland ab Anno 1544 ad 1549 en van 21 November 1544 fol. 55 inzien, dan denkt men teregt, dat de edelen en zes groote steden een geruimen tijd de Staatsvergaderingen hebben uitgemaakt, en zij de kleine plaatsen eenigzins begonnen te beschouwen als »het vijfde rad aan een wagen" te meer nog, daar Jacob van den Ende, in zeker getuigschrift zich daar noemende Advocaat van de Staaten van de Graaflijkheid van Holland, onder anderen als in het voorbijgaan zegt »dat de edelen en de zes groote steden van Holland de Staten van het land verbeelden.

Niet te min zullen op de een of andere Vergadering de kleine steden, of eenige derzelve nog wel eens beschreven zijn geweest, want volgens resolutie van Holland, den 22 December 1563 moesten voortaan de kosten voor de verschijning ter vergadering van eenige kleine steden, komen ten laste van iedere stad of zonder bezwaring van 't gemeene land. Een en ander ging er soms echter zeer verward toe, want: