Op reis en thuis: Novellen en schetsen

Part 15

Chapter 15 659 words Public domain Markdown

--Die was 't ook niet, jelui heb toch nog meer burgemeesters gehad niet waar?

--Zeker! Den Tex, Van Vollenhoven, Fock.

Neen! 't was een naam zoowat tusschen Den Tex en Vollenhoven in, enfin! dat doet er niet toe, maar 'k ontmoette hem een jaar of wat geleden ook bij de courses. Hij zat met z'n dochter in een rijtuig, ik hoorde toevallig dat hij de Burgemeester van Amsterdam was, ik naar hem toe:--Bonjour meneer de Burgemeester, zei ik, hoe gaat het, familie ook wel? 'k Zag aan den man z'n gezicht, dat hij blij was een compatriot te ontmoeten, hij keek me zoo aán. Negotiant trok een allergrappigst gezicht--heel vriendelijk weet je? Ik liet hem een jumelle zien, precies 't broêrtje van dezen--neem maar gerust in je handjes Mevrouw. 't Is een fijne achromatische kijker. Burgemeester, zeg ik, bederf je dochters oogen niet langer met dat lor dat zij daar in de handen heeft.--De man keek me dankbaar an, ging over z'n zak, gaf me een Louis en z'n dochter de jumelle--en ze hadden er wel zes thuis! 'n Fijn man, hè? Ja, die burgemeester, die had nog wat over voor 'n landsman.

--Heel aardig gevonden koopman, maar we loopen er niet in, hoor!

--Nou! loop er dan uit voor mijn part meneer--maar ik ben toch blij, dat ik weer eens Hollandsch heb kunnen spreken en voor je glas bier en je sigaartje--'t is bijna op--blijf ik je dankbaar, evenwel je bent tegen je zelf, want in Holland maken ze zulke kijkers niet, maar enfin je wil nou eenmaal geen goed gedaan wezen.--Welzeker meneer, assieblieft met genoegen.

--Hè, wat bedoel je?

--O, excuseer, ik dacht als dat u vroeg of ik nòg zoo'n sigaartje wou.

--Ha, ha, ha! Ziedaar ouwe heer!

--Merci! 'k Zal eerst dit eindje heelemaal oprooken, ze bennen fijn, zeker Havana--hij stak de sigaar in zijn zak en vroeg:

--Blijft u nog lang te Parijs?

--Nog een dag of zes.

--En gaat u dan weer naar Amsterdam?

--Natuurlijk!

--Doe me dan pleizier en zeg de Jodenbreestraat van me goeiendag. 'k Ben d'r groot geworden, vatje? 't Is mijn geboortegrond, daar blijft een mens altijd wat voor voelen. Is die groote winkel van De Vries van Buuren d'r nog?

--Zeker!

Schuins d'r over kocht ik altijd mijn sigaren in een klein winkeltje lekkere zware Seedleaf sigaren, de man die ze maakte was een klein, dik kereltje met een groot hoofd, "klein Duimpje" noemden we hem. En bestaat die koekbakkerij van Frankfort nog?

--Bij de Hoogstraat?

--Dezelfde. Man! wat een overheerlijke boterkoek bakken ze daar. 'k Kan d'r naar verlangen, en gemberkoek en mangelenkoek en kaakies! Laat ze nou zeggen wat ze zeggen willen, meneer, tegen die dingen kunnen de Fransche patissiers niet aan. Zij gebruiken die goeie, koschere boter niet zooals bij ons en niet zulke fijne ingrédienten ... en zie je op de Breestraat nog zooveel wagens met zuur en schelvisch en van die emmers lever? Manlief, ik wou dat ik die schelvischlever hier had, dat is een eten, nou! Zijn oogen glinsterden. Daar weten ze hier niet van. Ja Frankrijk is een best land, maar boter, zuur en visch hebben ze een boel beter in Holland.

--Mesdames! Mijnheer Negotiant stond op, maakte een sierlijke buiging, pakte zijn jumelles en pince-nez bij elkaar en zei: Mesdames, Messieurs! j'ai l'honneur de vous saluer--ik ga naar de kazerne. Daar zal ik vanavond nog wel een paar van die jonge snuiters vinden die een monocle noodig hebben, Charmé d'avoir fait votre connaissance wel thuis en de complimenten aan de Breestraat!

Nog even keerde hij zich om, toen hij pas of tien van ons verwijderd was, hield de paêrlemoeren jumelle even voor de oogen, en maakte toen een vragend gebaar met het hoofd en beide handen.

--Wij schudden "neen."

Negotiant haalde met een medelijdend lachje de schouders op en verdween in de richting der kazerne.

End of Project Gutenberg's Op reis en thuis, by Justus van Maurik, jr.