Op Martinique En Sint Vincent De Veelgeteisterde Eilanden De Aa
Chapter 3
Château-Belair, dat gespaard was bij de uitbarsting van 7 Mei, daar die haar uitwerking had doen gevoelen drie kilometer meer naar het Noorden, is minder gelukkig geweest een veertien dagen later. Een regen van gloeiende brokken en steenen heeft alle daken vernield, maar ze waren bij mijn bezoek al voor het meerendeel vernieuwd. Er zijn geen dooden gevallen, wel werden velen gewond. Het verwoeste deel van Sint-Vincent wordt begrensd door een lijn, die bijna recht van 't Westen naar het Oosten loopt. Het geheele noordelijke deel, dat ik op 45 procent van 't eiland schat, is totaal verwoest; het zuidelijk gedeelte, dat dan 55 procent zou zijn, is ongedeerd gebleven. De verwoeste oppervlakte wordt op 48 vierkante mijlen geschat door professor Hovey, terwijl hij haar op Martinique op 36 rekent. De engelsche mijl is 1609 M.
Deze schatting ten opzichte van Martinique leidt mij tot de opmerking, dat men zich gewoonlijk een zeer overdreven denkbeeld vormt van de afmeting der verwoeste streek. Dat stuk is voor de totale oppervlakte van Martinique, wat Bretagne en een deel van Normandië voor heel Frankrijk zouden zijn.
Toen ik tegen zonsondergang eens naar den horizon keek, zag ik bij de bocht van een rots de boot, die de beide moedige onderzoekers thuis bracht. Terwijl de heer Sapper zijn zak met vulkanische materie, op den tocht verzameld en die minstens 25 K.G. weegt, neerzet, vertelt hij mij bijzonderheden van de gevaarlijke bergbestijging. De krater, dien hij met zijn metgezel bijna geheel is rondgetrokken, heeft zich nog al genadig getoond in dien zin, dat een luchtstroom, die de nevels verjoeg, de kanten heeft blootgelegd. De uitbarsting heeft inderdaad plaats gehad uit den oudsten krater, den grooten.
De monding is ongeveer 5 K.M. in omtrek en 150 M. diep; vroeger zag men in de diepte een melkkleurig meer.
Hoewel de uitbarstingen van Mei het hebben geledigd, heeft zich sedert dien tijd een ander meer gevormd, dat naar schatting 600 of 630 M. boven het niveau der zee moet zijn gelegen. De kleur van het water is zwartachtig door de massa asch, die erin uitgestort is. Op eenigen afstand van den grooten krater is er een kleinere; die werkte in 1812 bij de uitbarsting van den Soufrière, de laatste eruptie vóór de groote ramp van 1902.
De heer Sapper had de aanwezigheid geconstateerd van verscheiden fumarolen in den omtrek van den krater, en hij had zich op één plek omringd gezien door uit den grond opstijgende verstikkende dampen. Datzelfde was waargenomen door de geleerde Amerikanen, de professoren Hovey en Heilprin, die beiden bij herhaling den vulkaan hebben bestegen tijdens hun verblijf op het eiland, in Mei en Juni.
Wat de hoeveelheid asch betreft, op 't eiland Sint-Vincent gevallen, die is veel grooter dan de massa, die het noorden van Martinique heeft bedekt. Ik zal er later iets van zeggen bij het bezoek aan de omstreken van Château-Belair. Een engelsch schip, dat zich 275 mijlen ver naar het Zuiden bevond, acht uur na de uitbarsting van 7 Mei, heeft op het dek een halven centimeter hoogte opgevangen, en een amerikaansch zeilschip bijna één centimeter, toen het den dag na de uitbarsting van 6 Juni zich 102 mijlen ten westen van Martinique bevond. Drie uren lang voer dat schip door een wolk van stof. De heer Hovey, die denzelfden dag te Georgetown was, heeft die wolk gezien en schat haar hoogte op meer dan 2000 M. boven de zee. Schokken, door de uitbarsting veroorzaakt, zijn waargenomen tot Sint-Kitts en Trinidad.
De gouverneur, dien ik later het genoegen heb gehad op 't eiland Grenada te ontmoeten, heeft mij verteld, dat hij op 7 Mei aan zijn schrijftafel zat, toen de eerste uitbarsting van den Soufrière weerklonk. Hij meende, dat het een oorlogsschip was, dat onverwachts aankwam en 't gewone kanonschot loste. Maar toen de donderslagen aanhielden, vroeg hij den persoon, die bij hem zat te werken, eens te gaan informeeren, "of er een heel eskader was gekomen!" De geleerden zijn het er nog niet over eens, hoe hoog de asch in de lucht is geslingerd, en de beweringen van de enkele waarnemers, die op beide eilanden de formidabele uitslingering van die stoffen hebben gezien, zijn niet afkomstig van in voldoende mate betrouwbare personen, om de juiste kromme te kunnen aangeven.
Maar vast staat, dat die asch tot ontzagwekkende hoogte is opgedreven, en dat zij boven de grens, waar de passaatwinden merkbaar zijn, gedreven is geworden in een geheel tegenovergestelde richting. Als de asch slechts tot matige hoogte was opgevoerd, zouden de winden, die in het gebied der Antillen heerschen, haar naar het Westen hebben gestuurd, terwijl juist het ten oosten gelegen Barbados er het diepst onder bedolven is geworden.
Een geneesheer op dat eiland, verbaasd over de hoeveelheid asch, die op zijn grond viel, breidde een beddelaken uit over een grasveld, in zijn tuin. Twee dagen later kon hij, na de grijze massa, die op het laken lag, te hebben verzameld en gewogen, gemakkelijk uitrekenen, hoeveel asch in datzelfde tijdsverloop op het geheele eiland moest zijn gevallen. Hij kwam tot de slotsom, dat het twee millioen ton geweest moet zijn. Sint-Lucia, ten noordoosten van Sint-Vincent gelegen, heeft asch opgevangen zoowel van den Soufrière als van den Mont-Pelé, en bij de hevige Soufrière-uitbarsting van 3 September bleef de helft van Martinique nog den geheelen morgen van den volgenden dag in een halve duisternis gehuld door de onmetelijke stofwolk, die van Sint-Vincent erheen overwoei.
Ik heb een aanbevelend schrijven voor een planter, tijdelijk gevestigd dichtbij Château-Belair, wiens bezitting voor een deel verwoest is geworden bij de ramp van 7 Mei. Die vriendelijke eigenaar, de heer Macdonald, dezelfde die den heer Hovey vergezelde bij diens eerste bestijging van den Soufrière, is zoo goed met mij een rit te paard te doen ten noorden van het dorp. Wij brengen een bezoek aan de plaatsen, waar vroeger de dorpen Richmond en Waliboe hebben gelegen aan rivieren van denzelfden naam. Er is geen spoor meer over, noch van de rivieren, noch van de dorpen; alles is begraven geworden onder diepe aschlagen, nadat het vuur de huizen had verteerd in een even heftige en plotselinge ontbranding als bij Saint-Pierre zich had voorgedaan. Toch hebben in deze streken de bewoners zich bijtijds kunnen redden met uitzondering van een klein aantal ongelukkigen, die bij de ramp het leven hebben gelaten.
In de beide dorpen zie ik de overblijfselen van suikerfabrieken, waarvan alleen een paar brokken muur nog staan en waarbij het verbogen en geroeste ijzerwerk omhoog steekt uit den chaos. Onmiddellijk bij de fabriek te Richmond ziet men de ruïnen van de woning des eigenaars. Wij hebben op sommige plaatsen ware duinen te beklimmen; de asch ligt enorm hoog opgestapeld. De heer Macdonald wijst mij een berg asch van wel twaalf meter hoog. De meeste der hoopen staan als heuveltjes op een vroeger geheel vlak terrein; verderop zie ik heele aschvelden met bobbels en hoogten en ook met breede, diepe spleten, veroorzaakt door de stortregens van de laatste maanden van het jaar. Ze zijn elders weer door de regens, waar een felle zonneschijn op volgde, veranderd in een harde, weerstandbiedende substantie.
Mijn geleider deelt mij veel bijzonderheden mee over de reeks verschijnselen, die de laatste maanden zich op 't eiland hebben voorgedaan. Hij is er steeds gebleven en heeft sedert de eerste uitbarsting in Mei het eiland in verschillende richtingen doorkruist. Het geheele noordelijke gedeelte is verwoest en is nu te vergelijken bij een onmetelijk braakliggend terrein. Daar woonden nog afstammelingen van den ouden volksstam der Caraïben, waarvan ook eenige weinige vertegenwoordigers op Sint-Lucia en Dominica wonen. Op den 7den Mei en volgende dagen heeft de regen van asch en kokend water eigenlijk onafgebroken voortgeduurd. Het water van de zee was zoo warm in de buurt van Sint-Vincent, dat een schipper, die zich op twee mijlen afstands van de noordkust bevond, zich de hand bijna brandde, toen hij de temperatuur van het water eens wilde onderzoeken. Tallooze doode visschen lagen in mijlenlange rijen aan de oppervlakte. Zij moeten evenals op Martinique door onderzeesche uitbarstingen gedood zijn.
De stoffen, die in September uit den vulkaan zijn gekomen, waren van uiteenloopenden aard. Behalve lapilli, de slakken, die er als steentjes uitzien, waren het asch en steenen en conglomeraten, terwijl men uit den hoofdkrater een breeden stroom van een geelachtige stof heeft zien komen, hoofdzakelijk uit zwavel bestaande. Die vloeibare massa ging in breede, zigzaglijnen bij den berg neer en liep in zee, waar zij ten gevolge harer hooge temperatuur een dof gesis veroorzaakte en wolken damp deed opstijgen. De zee was over een onmetelijke oppervlakte geel en geleek 's nachts op een stroom van zilver. Volgens een reiziger, dien ik op Sint-Lucia ontmoette en die zich aan boord bevond van een engelsche paketboot, was de aanblik van die vloeibare massa's, die langs de zijden van den vulkaan zich voortbewogen, allermerkwaardigst. De maan en de sterren wierpen er een zilveren schijnsel over; het leek, of men in Zwitserland was, waar 's avonds de watervallen worden verlicht met Bengaalsch vuur. Eerst hield men die brandende massa voor lavastroomen, en eerst later heeft men ingezien, dat bij geen der uitbarstingen van het vorige jaar lava zich heeft vrijgemaakt, noch uit den Soufrière, noch uit den Mont-Pelé.
De ontploffingen, waarmee de uitbarstingen van de maand September vergezeld gingen, zijn zoo hevig geweest, dat te Kingstown de bewoners doodelijk ontsteld waren, terwijl de electrische ontlading, die in de dampwolken plaats had, sterker was dan den 7den en den 18den Mei.
Hoewel de geheele streek, die ik bereis, zich voordoet als een vlakte, waar alle plantengroei verdwenen is, waar de boomen weggemaaid en weggeveegd zijn als door den onmeedoogendsten van alle cyclonen, ontdek ik iets vreemds, dat ik ook in de omstreken van Saint-Pierre heb opgemerkt. Niet ver van Château-Belair hebben enkele boomen op ééne zijde de takken afgestaan tot op den stam, terwijl aan den anderen kant de takken nog groene bladeren dragen, 't leven aan den eenen, de dood aan den anderen kant.
Wat mij ten zeerste heeft verwonderd, is dat de engelsche regeering tot nu toe nog niet het besluit genomen heeft, op 't eiland Sint-Vincent een observatiepost te vestigen. Het verband, waarin de beide vulkanen tot elkander staan, is nu wel boven allen twijfel verheven, en de waarnemingen, op Martinique en Sint-Vincent te doen, zouden elkander aanvullen, terwijl men wederkeerig elkaâr zou kunnen waarschuwen. Onlangs vernam ik, dat de heer Lacroix zich uitgesproken heeft ten gunste der vestiging van een post op Guadeloupe, waar men in de laatste tijden allerlei seismische verschijnselen heeft opgemerkt.
Nu de samenhang tusschen de talrijke aardbevingen, die in 1902 een groot deel van het amerikaansche vasteland geteisterd hebben, en de uitbarstingen van Mont-Pelé en Soufrière tegenwoordig onbetwistbaar zijn, en nu zooveel seismische verschijnselen tusschen April en September zijn waargenomen in streken, zeer ver verwijderd van de plek, die ons nu bezighoudt, zoodat nog eens te meer bewezen is, dat er een nauwe betrekking bestaat tusschen uitingen, op duizenden kilometers afstands van elkander aan den dag getreden, nu is het vóór alles noodig, zooveel mogelijk op de waarschuwingen te letten, gegeven op die reeks van dichtbij elkaâr gelegen eilandjes, die als de kralen van een rozenkrans begint bij Grenada en eindigt aan de noordpunt van de Eilanden onder den Wind.
Sint-Lucia, juist tusschen Sint-Vincent en Martinique gelegen, is verleden jaar gespaard gebleven, hoewel de oude krater op het eiland enkele teekenen van werkzaamheid gegeven heeft, en op Dominica is de bevolking herhaaldelijk opgeschrikt door meer of minder onrustbarende verschijnselen. Het schijnt dus zeker verstandig, dat men op zijn hoede zij, en dat men door alle middelen, waarover de wetenschap beschikt, nagaat, wat er daar voorbereid wordt in 't inwendige dier vulkanische gebieden, zoodat men, binnen de grenzen van het mogelijke, zal kunnen waarschuwen voor het gevaar, dat de bewoners dreigt.
Evenals op Martinique heeft men op Sint-Vincent toevluchten voor de door de ramp getroffenen ingericht in den vorm van kleine dorpen. Ik heb er drie gezien, terwijl ik langs de kust ging tusschen Kingstown en Château-Belair, met ongeveer een honderdtal hutten. Ze zijn ingericht, zoo zei men mij, naar de plannen, door den heer Lemaire ontworpen. In een dier toevluchten hebben de verongelukten van Richmond een schuilplaats gevonden. De liefdadigheid heeft, zoowel voor Sint-Vincent als voor Martinique, over de geheele wereld gesproken. Ik heb geen bijzonderheden gehoord over de wijze, waarop de uitdeeling der verleende hulp op het britsche eiland is geschied.
Voor zoover ik weet, heeft de fransche regeering zich niet gehaast, een in de Kamer voldoende som te doen aannemen, om de ongelukkigen van haar kolonie te hulp te komen, terwijl Engeland zich ernstig heeft beziggehouden met diegenen, die plotseling hun eigendommen vernield hebben gezien en die hun broodwinning hebben verloren. De eigenaar van een der suikerfabrieken, waarvan ik de puinhoopen heb gezien, heeft een ondersteuning van 600 pond sterling genoten en buitendien 170 H.A. grond zich zien toegewezen. Daarbij heeft men hem de niet geheel verwoeste fabriek afgestaan van een anderen planter die bij de ramp is omgekomen, terwijl aan de kinderen van den overledene een som is uitgekeerd, gelijk aan de waarde van de onderneming en de terreinen. De engelsche regeering is gewoon, zich met de koloniën en de kolonisten te bemoeien; ik behoef er slechts aan te herinneren, dat bij den laatsten grooten cycloon op het eiland Mauritius het terstond bijeengeroepen Parlement de zending van één millioen pond sterling toestond. In 1891, toen een dergelijke ramp Martinique teisterde, leende de hoofdstad enkele millioenen, in jaarlijksche termijnen af te doen, zoo werd mij te Fort de France verteld.
Nadat ik dat deel van de streek gezien heb, dat eenigszins toegankelijk is, besluit ik naar de hoofdstad terug te keeren. Weer langs de kust varend, de rotsen onderzoekend, de enorme, op elkaâr gestapelde lagen lava en conglomeraten, waar mijn boot langs gaat, kom ik tot het besluit, dat de schok van 1902, hoe verschrikkelijk hij ook geweest zij, niet te vergelijken is bij de geweldige omwentelingen, waarvan deze grond het tooneel is geweest in achter ons liggende tijden. Op Martinique heeft hetzelfde mij getroffen, als ik het oog liet gaan over de talrijke bergen, gegroepeerd rondom de oude haarden van vulkanische werkzaamheid, waar het eiland zijn ontstaan aan te danken heeft. Guadeloupe, Dominica, Sint-Lucia, Grenada verkeeren in hetzelfde geval; maar deze archipel is nog slechts sinds een viertal eeuwen bekend, zoodat de geschiedenis zwijgt over de titanische krachten, die vroeger er den grond hebben omgewoeld.
De Soufrière wil mij ten afscheidsgroet nog een bewijs geven van zijn werkzaamheid, die nog niet tot rust is gekomen; op het oogenblik, dat de berg uit mijn oogen zal verdwijnen, zie ik een dichte wolk uit den krater opstijgen, in dikke dampkrullen zich oplossen en zoo langs de zijden van den vulkaan afglijden. De Engelschen hebben aan die wolken den naam van cauliflower, bloemkoolen, gegeven, en die vergelijking is tamelijk goed gekozen, als men let op den vorm, dien ze hebben bij 't verlaten van den krater.
Georgetown, gelegen op de oostkust, dat is de windzijde, is moeilijk van uit zee te bereiken. De golven komen gewoonlijk onstuimig af op de rotsen, die een gordel vormen rondom dit gedeelte van het eiland en maken een landing buitengewoon moeilijk. Langs een vrij goeden weg van een twintigtal kilometers is de stad beter te bereiken. De heer Cameron is zoo welwillend geweest, voor mij te zorgen en het rijtuig, waarvan ik gebruik maak, zal te mijner beschikking blijven al den tijd, dien ik aan de tournée besteed. Een ambtenaar uit Kingstown, die reeds meermalen de verwoeste streek heeft bezocht en die bijna het slachtoffer van een uitbarsting was geworden bij een tocht in de omstreken van Château-Belair, besluit mij te vergezellen. Zijn gezelschap is mij des te nuttiger en aangenamer, daar hij mij veel inlichtingen kan geven en de streek, die wij gaan bereizen, ter dege kent.
Dit eilandje Sint-Vincent is wezenlijk bekoorlijk. Al dadelijk treft mij dat bij het verlaten van de stad, als wij een weg volgen, die in een zigzaglijn de heuvels bestijgt, waar liefelijke bloemen met veelkleurige tinten de laagten sieren. Het verbaast mij zeer, de ruïnen van een fabriek te zien op korten afstand van de hoofdstad, lang vóór wij de grens der verwoesting hebben bereikt; maar ik hoor, dat deze vernieling te wijten is aan een gansch andere ramp, waardoor het eiland vier jaren geleden werd getroffen. 't Is, dat die arme Antillen niet alleen het vuur der vulkanen als een zwaard van Damocles boven hun hoofd hebben hangen, maar dat bij tusschenpoozen vreeselijke orkanen hen treffen en er verwoesting aanbrengen. De fabriek in quaestie is vernield door een hevigen cycloon, die in 1898 over een groot deel van het eiland is getrokken en die aan 600 menschen het leven heeft gekost, een groot aantal huizen heeft verpletterd en zestien kerken heeft vernield van de achttien, die in de kolonie waren; stukken koraal van de banken uit de diepte der zee werden losgerukt en op het strand geworpen.
Ook Martinique is, meer zelfs nog dan Sint-Vincent, geteisterd door meedoogenlooze cyclonen. Ik reisde er eenige maanden na dien van 1891, den laatsten, die het land trof. Er werden toen 300 personen gedood, en de schade, door den storm aangericht, schatte men op bij de 100 millioenen francs. Fort de France en Saint-Pierre geleken op steden, verwoest door een bombardement. De hevigste orkaan, waarvan men op de Antillen de herinnering heeft bewaard, was die van het jaar 1780. Er waren er zelfs twee in dat jaar met zes weken tusschenruimte. Ook toen werd Martinique het ergst bezocht, hoewel Guadeloupe, Sint-Lucia en Sint-Vincent ook voor een deel werden verwoest. Alleen op Martinique stierven 9000 menschen, waarvan 1000 te Saint-Pierre, waar geen huis overeind bleef staan. De zee was door een hevigen springvloed tot acht meter gestegen en veegde met één slag een honderdvijftigtal woningen weg. Te Fort de France werden de kathedraal, zeven andere kerken en honderd-veertig huizen met den grond gelijkgemaakt; meer dan 5000 zieken werden begraven onder de puinhoopen van het hospitaal.
En daar begint de asch zich weer te vertoonen, als wij Sans-Souci naderen; zij wordt al hooger, naar gelang wij dichter bij Georgetown komen. Er is daar evenmin een hôtel als te Château-Belair; maar wel een resthouse, waar ik het tamelijk goed zou hebben gehad, als mijn reisgezel, bevriend met een inwoner van Kingstown, niet gevraagd had, of wij de villa mochten betrekken, die deze heer aan zee hier bezit. De bedienden zijn gewaarschuwd; wij installeeren ons in een weelderig ingerichte woning en pakken de meegenomen mand met voorraad uit.
Het bleek echter, dat al wat mij te zien gegeven werd in de omstreken van Georgetown, bij de uitstapjes, die wij daar hebben gedaan, oude kost moest worden genoemd, asch en altijd weer asch, nu eens gelijk aan die, welke mijn voet in den laatsten tijd betreden heeft, dan korreliger en op jachthagel gelijkend. Dezelfde doodsche, uitgestorven vlakten, waar een enkele boom, van takken beroofd, uit oprijst als een spook; dezelfde ruïnen in de troostelooze eenzaamheid. En toch zal de kracht van den tropischen plantengroei, daar ben ik zeker van, zich weldra openbaren; reeds begint hier en daar de stronk van een banaan, die door den storm is omgeworpen, uit te botten; de asch, waarop de regens hebben ingewerkt, en die in deze vulkanische landen uit de tropenwereld een onvergelijkelijk goede humuslaag vormt, wordt reeds zoo zoetjesaan op vele plaatsen getooid met kleine spruitjes, mossen en lage houtige plantjes, en in een niet veraf zijnde toekomst zullen deze sombere, zwarte en grijze plateaux, waar de dood schijnt te heerschen, opnieuw bedekt zijn met een kleed van groen, een nieuwen plantengroei.
Groeit niet op Bourbon de vanille, op Mauritius het suikerriet, op Java de koffie krachtig en gezond op lava en op slakken, in vervlogen eeuwen door vulkanen uitgeworpen? Laat ons dus niet wanhopen aan de toekomst van deze ongelukkige landen, die nu wreed geteisterd werden, als maar de onderaardsche vuren lang in rust willen blijven en eindelijk eens voldaan zich willen toonen met de ellende, die zij reeds hebben aangericht onder weerlooze menschenkinderen.
Terwijl ik te Georgetown verblijf, heb ik gelegenheid eenige slachtoffers te ontmoeten van de uitbarstingen in Mei. Ze zijn afschuwelijk gebrand geweest; maar, opgenomen in het dorpshospitaal, hebben ze van hun wonden kunnen herstellen door de goede zorgen, waarmee men hen omringde. Eerst waren hun wanstaltige gezichten vreeselijk geweest om te zien, zelfs de verplegers in het hospitaal deinsden van schrik achteruit, toen zij dat zagen.
De wonden zijn in de meeste gevallen veroorzaakt door een fijn, gloeiend heet grint, dat, opgeworpen in de lucht met ondenkbare snelheid, in het gelaat drong en onder de opperhuid vastraakte.
Een oude negerin verzekerde mij, dat op 7 Mei veel personen op 6 en 8 K.M. afstands van den krater door groote steenen verpletterd waren geworden. Een dier steenen gevaarten zou zelfs tien menschen hebben gedood, die in een hut een toevlucht hadden gezocht. Diezelfde vrouw daarentegen had een terrein bezocht, dat bij de eerste uitbarsting niet getroffen was geworden, maar dat in de catastrophe van den 18den onder gloeiend zand bedolven was, zonder dat zij de minste sporen van steenen heeft kunnen ontdekken. Zij schatte de hoogte van de aschlaag in die buurt op ongeveer een meter; de arrowroot was totaal bedorven, want de planten waren tot op den wortel verschroeid.
Twee zeer kalme dagen slijt ik nog in 't gouvernementshuis vóór de paketboot, die mij naar Grenada en Trinidad terug moet brengen, verschijnt. Ik heb ze wel verdiend na zooveel vermoeiende tochten. Het paleis grenst aan den Botanischen tuin van Kingstown, die terecht bekend is als een der mooiste van de Antillen. Ik wandel er veel in de schaduw van de heerlijke tropische plantenwereld en bewonder boven alles de prachtige collectie waaierpalmen.
Op Sint-Vincent was ik in de gelegenheid kennis te maken met een Engelschman, die sinds drie maanden de kleine eilanden van de groep der Antillen bereisde met het oog op eene propaganda, waarvoor ik veel belangstelling gevoel en die men zich in Frankrijk misschien ten voorbeeld stellen kon. Enkele weken daarna ging ik op mijn terugreis naar Europa met hem op dezelfde boot, waardoor ik onderweg allerlei inlichtingen kon erlangen over de door hem gemaakte campagne.
Daar Engeland bezorgd is over de geringe ontwikkeling, men mag eigenlijk wel zeggen, over het verval van de meeste der kleine eilanden in Middel-Amerika, zou het hun graag wat steun verleenen en de bevolking willen opwekken tot den verbouw van producten, voornamelijk vruchten, die in het moederland te gebruiken zijn en waarvan de consumptie zoowel in Europa als in Amerika van jaar tot jaar toeneemt.