Op het Balkan-schiereiland De Aarde en haar Volken, 1909
Chapter 7
Aan den voet van het slot is een dorp, dat nu door Mohammedanen wordt bewoond, een weemoedig gezicht voor den geest van den ouden Keglevic, als hij ooit in zijn vroegere woonplaats mocht komen spoken. Die Peter Keglevic was een dapper soldaat. In 1520 werd het fort belegerd door de Turken en werd zeer in het nauw gebracht. Het verhaal gaat, dat Keglevic, die het bevel voerde, de Turken versloeg door middel van een list, waardoor het beleg werd opgebroken. De Turken hadden zelf ook list gebruikt en waren teruggetrokken, alsof ze wegtrokken. Maar het kwam Keglevic ter oore, dat ze zich alleen in de wouden hadden verborgen en dat ze touwladders vervaardigden voor de bestorming van het fort.
De tijd, bepaald voor de turksche bestorming was de avond van een feestdag. De slimme, oude Peter zond een troepenafdeeling naar een plaats achter het woud met bevel, zich verborgen te houden tot een teeken werd gegeven. In den vooravond beval hij de vrouwen en meisjes te gaan naar de Sultan's Weide, de Carova Polje. Daar moesten ze op haar mooist gekleed, in het maanlicht zich met zingen en dansen vermaken, alsof alles in de beste orde was. Die verzoeking was te groot voor de Turken, die hun ladders wegwierpen en naar de vrouwen toe snelden. Een kanonschot gaf het teeken, en Peter Keglevic kwam met het garnizoen uit de vesting, terwijl de afdeeling, die verdekt was opgesteld, de achterhoede aanviel. Bijna geen enkele Turk bracht er het leven af!
Het is de moeite waard, van Vjenac naar Jajce terug te wandelen langs de oevers van de Vrbas, hier een lief riviertje, dat tusschen groene velden stroomt en verder in het ravijn door afgeronde heuvels wordt ingesloten.
Wij verlieten Jajce met den spoortrein, om naar Travnik te gaan en bereikten in vijf kwartier Donji Vakuf, van waar een zijlijn naar Bugojno gaat, die het mogelijk maakt, Jablanica per diligence te bereiken en zoo weer op de lijn Serajewo-Mostar te komen. Onze weg leidde ons echter over de Vrbas en over een heuvelrij naar het dal der Lasva. We moesten een tunnel van wel een mijl lang door, om te Goles te komen, een aardig plaatsje met uitzicht op verschillende bergen op een afstand.
Het volgend station is Turbet, in de buurt waarvan de Romeinen met succes een goudmijn ontgonnen. Het stadje bleek evenals Banjaluka een verrassing; het was veel schilderachtiger dan we hadden gedacht, heeft een goed hôtel met tuin en een groot garnizoen. Des avonds bezoeken de deftige families van Travnik die tuinen, waar wij in de open lucht konden dineeren onder de boomen in het licht van kleine lampjes, terwijl een Zigeunerkapel zachte muziek ten beste gaf. Travnik was een goede vijftig jaar geleden nog de turksche hoofdstad van Bosnië en zetel van den regeerenden vizier, en nog is het een der meest turksche steden van Bosnië. Het ligt op beide oevers van de Lasva.
In September 1903 woedde er een zeer hevige brand, die het grootste deel van de stad op den linker rivieroever verwoestte. Toen wij er bijna een jaar later een bezoek brachten, waren de werklieden overal bezig aan het herstellen en nieuw opbouwen. Het schilderachtige oude kasteel is de hoofdbezienswaardigheid van Travnik, gelegen als het is op een vooruitspringende rots, geeft het den indruk van het heele dal af te sluiten. Het moet gebouwd zijn door koning Turtko I van Bosnië en werd in de laatste helft van de vijftiende eeuw ingenomen door de Turken, in wier handen het bleef en die hun stempel eraan gegeven hebben in den vorm van een moskee binnen de muren. Een ravijn, die de met het kasteel gekroonde rots van de stad scheidt, vormt een natuurlijke gracht, waarover een brug is geslagen, die toegang geeft tot de stad.
We gingen die brug over naar het kasteel, waarvan de poort open stond, en traden binnen. Onze voorpost stond opeens van aangezicht tot aangezicht met een jonge turksche vrouw, die ongesluierd was. Als blikken hem hadden kunnen dooden, zou hij op de plek zelve vernietigd zijn. Hiermee niet tevreden, siste de dame de eene of andere beleediging in het Slavisch, en haar door boosheid verwrongen gelaatstrekken sluierend, vluchtte ze in een hut. Het leek amusant veel op een ontmoeting tusschen een kat en een hond; eerst kijken, dan blazen en dan wegijlen. De voorpost van ons gezelschap kwam verschrikt terug, en de vrouwelijke helft deed een hernieuwde poging om binnen te komen, maar kreeg geen betere ontvangst van een aantal oude turksche vrouwen in het fort. Er was intusschen niet veel te zien, behalve dat het uitzicht zeer mooi was. Het bleek ons bij nader onderzoek, dat de regeering aan eenige turksche dames de vergunning had geschonken, om in de verlaten ruimten van het kasteel te wonen, die ze nu blijkbaar beschouwden als voor haar alleen bestemd.
In Bosnië wordt op allerlei manieren het stroomende water gebruikt voor practische doeleinden, wat pleit voor de vindingrijkheid van het volk. Men zaagt er het hout door en laat het koren malen, bezigt het in ijzerfabrieken, laat de huiden van het haar ontdoen en leder zacht maken en zelfs het spit wordt erdoor gedraaid, vooral op feestdagen, wanneer geheele lammeren zoo worden gebraden. De mechanische inrichtingen zijn veelal primitief en van hout gemaakt, maar ingenieus gevonden en geschikt, om aan de eenvoudige behoeften van de inboorlingen te voldoen.
We probeerden een wandeling langs den rivieroever, maar waren nog niet ver, of we stieten op een aantal mohammedaansche kinderen, die op een grasveld aan het spelen waren. De jongens vlogen onder het maken van allerlei bewegingen naar den weg en vormden een soort van barricade, om onzen voortgang te beletten. Toen zagen we, dat ze als een scherm moesten dienen voor een groep turksche vrouwen, die haar doeken vast om haar gezicht trekkend, op de hielen waren gaan zitten en het hoofd in den schoot lieten hangen. Tegenover dit zonderlinge protest van de gehurkte groep voelden wij ons genoodzaakt terug te keeren. Het is dwaas, op te merken, hoe zelfs het kleinste turksche jongetje dadelijk tusschenbeide komt, als er iemand onwillens te dicht in de buurt van vrouwen komt.
Wij keerden naar den bazar terug en liepen door de hoofdstraat, die naar de nieuwe oostenrijksche wijk leidt, waar ook het hotel Vlasic staat. Onderweg zagen we nog een bezienswaardigheid van Travnik, de graven van de vroegere viziers. Het waren mooie, schilderachtige bouwwerken, vijf-, zes- of achtkantig, met koepeldaken, iets als pagoden. De graven liggen in het midden en doen in grootte niet onder voor de turksche huizen voor de levenden, terwijl sommige met fraai gekleurde deviezen waren getooid.
Een groot Jezuïetencollege, het eenige in Bosnië, is onlangs te Travnik gebouwd. Het is voor die secte moeilijk geweest, er zich te vestigen tegenover de oppositie van de Franciskanen, die Bosnië als speciaal hun toekomend beschouwden. De overste en directeur was een zeer ontwikkeld en aangenaam man, die veel belang stelde in antiquiteiten, verband houdend met de romeinsche en turksche overheersching. Hij had er een eigen kleine collectie van.
Wij vonden Travnik een koeler plaats in de warme maanden dan Jajce, daar de ligging meer open is, en men er dus meer wind heeft. Wij vertrokken met een namiddagtrein naar Serajewo en reden een heerlijk dal binnen, open en breed, de Travnik Polje, waar de oude Romeinen eens belangrijke vestingen hadden. De trein gaat over de Bila en volgt de Lasva tot waar ze zich in de Bosna stort. Bij de samenvloeiing der beide rivieren begint een romantische kloof vol rotsen van grillige vormen met watervallen en stroomversnellingen ertusschen, waarop men een goed gezicht kreeg, toen de spoorweg langs den rechteroever reed van Lasva naar Gora.
Er zijn twee gemakkelijk te bereiken zomerverblijven voor het vreemde element in Serajewo, één in het Oosten Palé, en één in het Zuidwesten, Ilidze. Het eerste is tot heden nog zeer weinig ontwikkeld, maar zal ten slotte zeker populair worden. Het ligt ongeveer twaalf mijlen van Serajewo en op een hoogte van zoowat 1000 voet boven het niveau der zee. Het is het eerste station op de nieuwe lijn naar Plevlje in de turksche provincie Novibazar, die op het laatst van 1904 pas voor den handel is opengesteld.
Als zomerverblijf werd Palé het eerst onder de aandacht gebracht door den engelschen consul-generaal, die negen of tien jaren geleden zich er een villa bouwde te midden van zijn eigen bosschen. De villa, stevig gebouwd van steen, met hout overdekt, ziet er min of meer uit als een zwitsersch châlet. Zij staat op een hoogte in het hart van het dennenbosch, waar de weg dwars doorheen is aangelegd. In de buurt zijn nog een paar villa's en de kazerne van een oostenrijksche troepenafdeeling. Het dorp zelf, een jonge geschiedenis, meest koffiehuizen of kafana's voor de Mohammedanen en gostiona's of eethuizen voor de Christenen, die aan den spoorweg werken, ligt in het wijde dal beneden in de nabijheid der lijn, die den loop der Miljacka volgt.
De rijweg van Serajewo komt in de Miljackakloof dadelijk na het verlaten van de stad. De spoorlijn is te zien op den tegenoverliggenden oever en is aangelegd aan den rand van een steile klip, die voor een deel uit hard gesteente en voor een ander uit zacht mergel bestaat. Waar dat laatste voorkomt, is ieder meter van den weg versterkt, om het afglijden te voorkomen, en in het harde gesteente heeft men tunnels moeten boren, waarvan er wel vier korte te vinden zijn over een afstand van achthonderd yards.
Toen wij Palé bezochten, was de weg erheen druk, wat wel een verschil opleverde met de bijna verlaten andere wegen, door al het verkeer, dat de spoorlijn meebracht, en men kon er een studie maken van de vervoermiddelen, in gebruik in Bosnië. Groote wagens, door spannen getrokken van acht en zelfs twaalf paarden, wisselden af met primitieve ossenkarren, die eigenlijk noch kar, noch wagen zijn. Ze bestaan eenvoudig uit vier ruwe, zware wielen, waarvan de twee achterste ver van de beide voorste zijn geplaatst, en daartusschen bevindt zich niets anders dan een lange balk of boomstam, waaraan de te vervoeren artikelen worden vastgebonden; juist een wagen voor een land zonder wegen. De voerlieden van die langzaam zich bewegende vehikels zijn bijna geregeld vast in slaap en liggen in hun volle lengte op den boom, zich op raadselachtige wijze in evenwicht houdend met het hoofd rustend op den eenen arm.
Dan waren er reeksen van pakpaarden, zwaar beladen met steenen, dakpannen, houten balken en gras; arme beestjes, die er uitzagen als kikvorschen uit het land van Brodignac, doordat de vracht zoo om hen was opgestapeld, dat er niets dan de kop en de hoeven te zien waren. Nooit heb ik in het Oosten pakpaarden zoo zwaar beladen gezien als de paardjes van Bosnië. Palé ligt aan den weg naar Gorazda aan de Drina, waar het voornaamste hengstendepot van Bosnië is te vinden, een plaats, die een zeer gelijkmatig klimaat heeft, dat voor het beste van Bosnië door gaat. Van Gorazda vervolgt de weg zijn loop haar Cajnica, waarheen tweemaal in het jaar, aan het eind van Augustus en weer een paar weken later, een groote pelgrimstocht wordt gehouden met het doel smeekbeden op te zenden voor een zeker beroemd schilderij in een kerk.
De pelgrims, die voor het meerendeel uit Serajewo komen, reizen veelal in de lichte manden wagentjes uit de streek, die voor de gelegenheid bedekt worden met een dak van ronde hoepels, bekleed met matwerk of linnen. Elke wagen houdt een groote familie in van beide seksen, wier voornaamste uitrusting wel kussens schijnen te zijn, om op te rusten onder de reis. De armste pelgrims loopen, de rijken gaan te paard of per rijtuig. Gedurende de drie of vier dagen van den pelgrimstocht stroomt er een geregelde optocht door Palé op den heen- en op den terugweg. Te Cajnica kampeeren ze in hun wagens op het plein vóór de kerk, en het moet een indrukwekkend gezicht wezen, naar ons werd verteld, daar er soms wel vier duizend bedevaartgangers zijn. Het lijkt op den trek van de Boeren naar de naastbijzijnde stad, om het avondmaal te gebruiken, waarbij ze ook op het plein tegenover de kerk hun kamp opsloegen.
Van Mokro, een aardig dorpje omstreeks drie uren rijden over een goeden weg van Palé, bezochten we te voet een zeer merkwaardige natuurlijke grot tusschen de heuvels, waaruit Serajewo in den zomer het grootste deel van het benoodigde ijs betrekt. In de warmste jaren was er daar altijd nog te vinden. Als gids hadden we een turkschen beg van voorname, oude bosnische familie, die door de regeering als boschwachter was aangesteld. De weg voert ook langs een houtzaagmolen, door water gedreven, en wordt daar niet meer dan een voetpad, dat met veel andere samenloopt door mooie weiden van lang dik gras, waar we door liepen met de lage beboschte heuvels om ons heen.
Een eind bezijden het pad gingen we ook nog de bron van de Miljacka zien, die te voorschijn komt uit een grot aan den voet van een steilen heuvel. We hadden over de steenen in de bedding van het riviertje te gaan, om den mond der grot te bereiken, waar men een eind ver in kan oploopen. Het water was heerlijk koel en de geelachtige kleur in de holten van de grot werd gitzwart dichtbij den ingang. Van dit punt hadden we een steilen klim tegen den met bosch begroeiden heuvel op, aan welks voet de Miljacka ontspringt. Uit het bosch kwamen we op een open plek tusschen reuzenpijnboomen, waar een hutje was gebouwd ten gebruike van de boeren, die het ijs vervoeren.
Een ruw pad voert naar den ingang der grot, die steil afdaalt in het diepste der aarde. Het pad was heel nat en glibberig van het druipwater van het uitgedragen ijs. Het licht werd flauwer en flauwer, en de atmosfeer kouder en kouder. Het was, of we waren neergedaald in een onderaardsche gevangenis, kil als een graf. Groote platen ijs kon men zien, dat de wanden bekleedden; maar het meeste was te krijgen uit een hol aan onze linkerhand, ingang tot een nog dieper schacht, die, naar onze gids vertelde, 300 voet naar beneden gaat en met ijs is gevuld.
Bij gelegenheid van ons bezoek was de ingang tot die schacht geblokkeerd door een massa steenpuin, dat door een hevigen storm van eenige dagen geleden daar was heengespoeld. We moesten ons tevreden stellen met naar beneden te gluren in den donkeren afgrond en keerden toen in de bovenlucht terug, een groot stuk ijs als een zegeteeken met ons mee dragend. Het werd in stukken gebroken en onder het rusten laafden we er ons mee, want de wandeling had ons dorstig gemaakt. Anderhalf uur brachten ons terug naar den molen, buitengewoon hongerig en bereid, om uitstekende eer te bewijzen aan een uitstekend maal, dat onze gastheer en zijn dochter er als bij een pic-nic heen hadden laten brengen. We waren om zoowat elf uur uit Mokro gegaan en we waren voor het donker te Palé terug. Daar er nog niet gemakkelijk een goed onderkomen te krijgen was in Palé, logeerden we namelijk bij den engelschen consul-generaal en zijn vrouw, die voor ons de gastvrijheid zelve waren.
Men kan ook aardige ritjes van Palé uit maken, vooral in Augustus, nadat de hooioogst heeft plaats gehad. Het hooi werd, naar wij opmerkten, niet in een enkelen grooten hoop bijeengebracht, maar in kleine hooioppers, die over de verschillende velden verspreid stonden. Dit leek ons geen al te best plan, maar weldra vernamen we de reden. Op een morgen leek het, of een der hooioppers zich bewoog. We wreven onze oogen uit en keken opnieuw. Ja, er was stellig beweging in. We gingen de zaak onderzoeken en vonden, dat een span ossen, die ervoor waren gespannen, den hoop voort trokken naar een hoek van het veld, waar andere hooibulten stonden. Daarheen moesten ze alle worden gereden, om van daar te worden opgeborgen in de schuren. Om dat vervoer te vergemakkelijken, worden de massa's opgebouwd op een onderstel van takken, die stevig aan elkaar vastgebonden zijn, terwijl twee takken naar buiten uitsteken naar den kant, waarheen de hoop moet worden vervoerd. Ze kunnen dus ieder oogenblik voortgetrokken worden, door een span te plaatsen tusschen de naar voren komende takken.
Gedurende ons verblijf te Palé speelden we golf op geïmproviseerde "links", die begonnen aan het smalle eind van het dal en liepen langs de hellingen van de lage heuvels eromheen. In het midden van het dal en in de onmiddellijke nabijheid van het dorp is er overvloed van open grond, waar golf, polo of tennis kan gespeeld of zelfs wedrennen zouden kunnen worden gehouden.
Ilidze, dat omstreeks drie kwartier per tram of trein van Serajewo is verwijderd, is het voornaamste gezondheidsoord en toeristencentrum van Bosnië. Het ligt in een mooie vlakte aan den voet van den berg Igman en op dezelfde hoogte als Serajewo. Het is de beschermelinge van de regeering, die in de laatste tien jaren groote sommen heeft uitgegeven, om de plaats aantrekkelijk te maken. De geneeskrachtige bronnen waren reeds aan de Romeinen bekend, en de beroemde heete zwavelbron geniet een groote reputatie als genezingbrengend bij verschillende ziekten, vooral bij rheumatiek. De temperatuur is 136 graden Fahrenheit. De kosten van de baden zijn uiterst matig. Het park is aardig aangelegd, en drie moderne hotels, van alle comfort voorzien en bestuurd met de speciale bedoeling, om aan de badgasten rust te verschaffen, staan in gemeenschap met een centraal restaurant door een overdekte gang. Een gang van dien aard leidt ook van het restaurant naar het station.
In den zomer staan de groote veranda van dit restaurant en het grasveld ervoor vol tafeltjes, waar den geheelen middag en avond bezoekers samenkomen, koffie drinken, dineeren en naar de muziek luisteren. Het zijn meest bezoekers uit Serajewo; ze brengen een paar uren er door en gaan dan weer naar huis.
Op de tennisvelden in het park zijn tot nu toe de jaarlijksche tenniswedstrijden van Bosnië gehouden. En ook de voornaamste wedrennen zijn er, waarbij zich in Juni groote menigten verzamelen, om het concours hippique bij te wonen. In het begin bood de plaatselijke regeering zeer aanzienlijke geldprijzen aan met het doel, bezoekers naar de streek te lokken, maar daar al de uitgeloofde prijzen door vreemdelingen werden gewonnen, die alleen voor die gelegenheid overkwamen, werd hieraan spoedig een eind gemaakt. Nu mogen alleen in Bosnië gefokte paarden of paarden van de militairen meedoen.
Toen schreef de regeering ook nog wedstrijden uit in het duivenschieten om geldprijzen. Dit werd opgegeven, naar ons werd verteld, omdat de Turken tegenwerpingen maakten. We konden dat haast niet begrijpen, want ofschoon de duif een heilige vogel is voor de Hindoes, is ze dat niet voor de Mohammedanen; maar het feit kan als een bewijs dienen voor den eerbied, dien men in Bosnië bewijst aan de vooroordeelen of inzichten van de mohammedaansche inboorlingen.
Aan Ilidze is al te veel geld ten koste gelegd, dan dat men kan verwachten, dat het zijn rente zal opbrengen. Oostenrijkers kunnen kiezen tusschen veel badplaatsen dichter bij honk en willen niet zoo ver reizen voor hun badkuur. Dus wordt Ilidze weinig begunstigd, behalve door de plaatselijke bevolking.
Ofschoon we nooit te Ilidze hebben gelogeerd, gingen we er dikwijls per trein en per rijtuig heen en zagen al, wat er te zien viel, maar we hadden geen tijd, om er baden te nemen en we hadden ze ook niet noodig. Het land in de buurt was zeer aantrekkelijk, en in onze oogen interessanter dan Ilidze zelf. Er is een kleine modelboerderij dichtbij, een instelling van het plaatselijk bestuur, waar de zoons van boeren worden onderwezen, zoowel in de praktijk als in de theorie van het eenvoudige boeren- en veehoudersbedrijf. Het stelsel van onderwijs leek ons bijzonder geschikt, om aan de conservatieve en achterlijke boeren te leeren, hoe ze hun tegenwoordige ouderwetsche gewoonten van landbouw kunnen verbeteren.
Het doel, waarnaar gestreefd wordt, is den jongen boerenleerling op te voeden, zoodat hij een goede kleine landbouwer kan worden met eenige kennis van zuivelbereiding en kippenhouderij. Niets buitenissigs wordt onderwezen, noch iets, dat de eenvoudigste boerenhersenkas niet kan opnemen. Voor de leerlingen, die in de inrichting wonen, zijn eenvoudige vertrekken beschikbaar, een ziertje beter, dan die, waaraan de jongens gewend zijn. Zindelijkheid en gezondheid staan op den voorgrond. De boerenhoeve heeft verscheiden acres grond voor practisch onderwijs ter beschikking.
De melk, die op de hoeve gewonnen wordt, zendt men naar Ilidze en Serajewo en ze wordt daar verkocht evenals de andere voortbrengselen van het bedrijf, waardoor de kosten van de onderneming, die niet heel hoog kunnen zijn, worden bestreden. Het personeel bestaat uit den directeur van de hoeve en één of twee opzichters. Dergelijke instellingen zouden niet te onpas zijn in onze nieuw verkregen zuid-afrikaansche koloniën, waar slechts weinige van de boeren en kolonisten weten, wat ze uit den grond kunnen halen.
Tot nu toe hadden onze tochten in Bosnië zich bepaald tot de nabijheid van de spoorlijn of tot min of meer bekende wegen, maar nu besloten we, eenige toeren te doen in die gedeelten van Bosnië, die nog terra incognita zijn, ook voor den toerist van het continent.
Bosnië heeft zooveel natuurschoon en zooveel belangwekkende plekjes, dat de moeite lag in de rijke keus, waarheen te gaan. De voornaamste glorie van Bosnië zijn de prachtige bosschen en het aantal groote rivieren, die het land besproeien. Wij besloten daarom, eerst de woudpracht der Zelengorabergen te gaan zien en later een korte reis te maken langs de Drina stroomaf, als er voldoende water in de rivier was gekomen.
Om tochten van dien aard te ondernemen in dit nog wat onontwikkelde land, moet men liefst op officiëele hulp kunnen rekenen. De vereischten zijn gidsen, transportpaarden met zadels en reistasschen en gelegenheid voor nachtverblijf. Wat dat laatste betreft, moet men wel hulp hebben van de officiëele personen, tenzij men tenten wil meenemen, want al bestaan er op sommige plaatsen herbergen, elders zijn de posten van de politie of de wachthuizen de eenige bewoonbare verblijven en om de vergunning te erlangen, er nachtverblijf te vragen, moet men een permissiekaart kunnen vertoonen.
Wanneer men van paarden of gidsen moet veranderen, kan men regeeringshulp ook noode ontberen. In ons geval vereenvoudigden we de zaak, door het zoo te schikken, dat we dezelfde paarden en denzelfden gids op de heele reis behielden. Wat de quaestie der zadels betreft, werd alle bezwaar overwonnen door de bereidwilligheid van het vrouwelijk element om op een heerenzadel te rijden. Het was haar eerste ervaring van deze manier van rijden, en het resultaat is geweest, dat voor vermoeiend werk van dien aard, waarbij er lange uren moet worden gereden over heuvelachtig en bergachtig terrein, ze haar sterk kan aanbevelen aan alle dames, die zulk een reis mochten ondernemen. Er zijn geen aparte rokken voor noodig. Een rok van wandellengte, die wat wijd is, met laarzen en slobkousen tot de knieën was de gewone dracht.
Behalve dat ze ons droegen, waren de paarden ook met onze bagage beladen, namelijk twee reistasschen, een paar turksche zadelzakken en een rol waterproofstof, een overjas en een paar parapluies.
Dat lijkt weinig voor twee personen, maar inderdaad was er meer, dan we noodig hadden. Een reiszak, eigenlijk zadelholster, werd geheel in beslag genomen door toiletartikelen en nachtgoed, één voor ieder van ons. De twee zakken van het turksche zadel hielden een compleet stel ondergoed in, dan de dagboeken, schrijfpapier, een spirituslamp, keteltje, methylalcohol, een flesch whisky, thee en een paar messen, vorken en lepels. In de dan nog aanwezige kokers hadden we wat draagbare eetwaar voor geval van nood, en aan den anderen kant een aantal benoodigdheden voor de camera's, kaarten en touw. Elk van ons had bovendien een camera altijd over den schouder hangen.