Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken
Part 26
't Is bijna met vrees, dat ik gewaag van 't hier levende schoon, angstig als ik ben, dat het niet veilig meer zal zijn, en dat het gemeengoed worden gaat, zoodat de hand van profanen die heiligheid schendt.
Maar wie in de goede gezindheid tot dit mooie oord nadert, die zal zich niet bedrogen zien en hij kan vertrouwen, in het gastvrije hotel »De Plasmolen« zich thuis te zullen voelen.
Leo Niehorster.
NOORDHOLLANDSCH WATERTOCHTJE.
Het is een aardig denkbeeld van de Leidsche Stoombootmaatschappij »De Volharding«, om een rondreis te water te organiseeren van uit Haarlem langs Spaarne, Noordzeekanaal, Kanaal van Nauerna over Knollendam, de Zaan en Zaandam en door Noordzeekanaal en Spaarne terug naar Haarlem. Hoe verbazend jammer was het voor de onderneming, dat in de maand Juli het aantal mooie zomerdagen zoo gering is geweest, want juist die warme dagen met zon zijn uiterst geschikt voor het genot van bootjevaren.
Vreemdelingen en toeristen, die altijd zoo verrukt zijn over de »wazige« luchten van Holland, hebben hun hart aan de wazigheid kunnen ophalen, en zeker is het, dat ook bij donker weer het polderland niet alle bekoring mist, maar hoeveel vriendelijker doet alles zich voor in den zonneschijn! Mocht Augustus nu nog maar goed maken, wat Juli is te kort gekomen en mocht het aantal passagiers, die dagelijks met de nieuw gebouwde stoomboot »Volharding VII« meegaan van harte kunnen genieten van het afwisselende landschap, waarvan wij enkele kijkjes hier reproduceeren.
Want er is heel wat te zien op het tochtje, dat, om half elf 's morgens beginnend, de deelnemers om vijf uur weer aan het Noorder Spaarne aan wal zet. Eén ding is voor deze pleiziervaart een stellig vereischte, namelijk stiptheid, wat den tijd betreft, want er zijn sluizen en spoorbruggen in de route, die op een bepaalden tijd geopend worden, en die de grootste preciesheid verlangen van de vervoermiddelen te water op poene van soms een langen wachttijd.
In het aardige boekje, dat de reisbeschrijver bij uitnemendheid, de heer J. Craandijk, voor de stoombootmaatschappij samenstelde en waaraan wij hier het een en ander ontleenen, wordt opgegeven, hoe de reizigers van verschillende kanten, van Bloemendaal, van Alkmaar, van Amsterdam, van Aerdenhout en Zandvoort, het moeten aanleggen, om langs den kortsten weg naar het Noorder Buitenspaarne te komen. Alle eenigszins belangrijke punten van den watertocht passeeren de revue, terwijl in de beschrijving enkele historische bijzonderheden zijn ingevlochten en niemand onbevredigd blijft, die graag zou willen weten, welk torentje daar uit het groen verrijst, wat voor oud huis ginds te zien is, in welk water men bij het omslaan van deze bocht is binnengevaren, hoe dit vriendelijk dorpje heet en wat de naam is van dien in groene frischheid en frissche groenheid van vruchtbaarheid getuigenden polder.
Laat ons even vertellen, dat men eerst door het Spaarne vaart in noordoostelijke richting, langs den Houtrakpolder, om dan een scherpe bocht rechts te maken en in het Noordzeekanaal te komen, dat slechts gevolgd wordt op den heenweg tot waar men links afslaand het Nauernakanaal binnenvaart of de Nauerna'sche vaart, een ouden waterloop, die indertijd uitgediept en bedijkt werd voor de droogmaking van den Schermerpolder. Dat was nog in onze groote zeventiende eeuw, die wij wat onze waterbouwwerken betreft, in den tegenwoordigen tijd gerust onder de oogen kunnen komen.
Kalm glijdt de boot er door het vlakke weiland, met slooten doorsneden, waar watermolentjes wat afwisseling brengen, en de huizenstrook van Assendelft met de beide kerktorens en al eerder het langgerekte Westzaan aantoonen, dat men nog niet heelemaal buiten de bewoonde wereld is geraakt. Noordwaarts op gaat het tot aan de spoorbrug niet ver van het station Krommenie-Assendelft en verder noordelijk achterlangs Krommenie tot bij het punt, waar de Nauernavaart zich afbuigt van de ringvaart van den Starmeerpolder.
Bij Knollendam wendt de stoomboot zich dan naar het Zuiden en vaart de Zaan in. Het riviertje de Zaan, zoo bescheiden in haar oorsprong als afvloeiing van vroegere meren, die in polders zijn veranderd en die de voeding van de Zaan aan de ringvaarten hebben overgedragen, heeft liefelijke oevers, en schilderachtige tooneelen krijgt men vanaf de boot te zien. Men passeert Oost- en West-Knollendam, Wormerveer, typisch omdat het nu eens niet echt zaansch is en wel zijn beste beentje voorzet naar den kant van de Zaan; dan de lange reeks van dorpsachterhuizen en tuinen, die Zaandijk en Koog aan de Zaan vormen en aan de westzijde der rivier een aardig karakter geven, rijk aan afwisseling.
Bij Zaandam zijn beide oevers bebouwd, en de passagiers, die hun lunch aan boord hebben gebruikt, waarvoor de haarlemsche restaurateur, J. A. Mulder heeft te zorgen, kunnen van de eenigszins verlengde wachtperiode bij de sluis profiteeren, om iets van de stad te zien en misschien het Czar-Peterhuisje in oogenschouw te nemen. Maar veel tijd is er niet, en al spoedig ligt Zaandam achter de »Volharding VII«, die rechts zwenkend het Noordzeekanaal invaart en de Hembrug vóór zich ziet liggen. In westelijke richting gaat het weer door het breede Kanaal tot waar het zijkanaal C. wordt gevolgd, een der vaarten, die door den uitgestrekten IJpolder loopen. Bij Spaarndam herhaalt zich het openen van de sluis, dat alleen op het volle uur gebeurt, het belangstellend kijken naar het niet onaardig buurtje met de typische huizen, winkels en werkplaatsen en het zoeken naar het wat verborgen kerkje, waar men de grafstede kan vinden van schout Nicolaas Cruqius, die er in 1754 is overleden en naar wien, ook om hem te eeren als Opziener van Rijnland, een der groote stoomgemalen van den Haarlemmermeerpolder is genoemd, zoodat de naam vaak wordt gehoord.
Zoo gaat het dan weer op Haarlem aan door het Spaarne, nu met de uitgestrekte weilanden aan onze linkerhand, langs het in 1842 aangelegde jaagpad van Haarlem naar Spaarndam en den ouden, grooten heirweg van Kennemerland naar Alkmaar. Die naam Kennemerland herinnert aan het vele schoon in de omstreken van de grijze Spaarnestad, het mooie, dat overal in ons land en daarbuiten wordt gewaardeerd. De nieuwe boottochtjes hebben nu daarnaast meer waardeering gebracht voor het schilderachtige polderland, door zijn kalme wateren doorsneden.
EEN INTERNATIONAAL NOORDZEEBAD.
De roem van de Noordzee-badplaats Zandvoort is reeds lang ver buiten het grensgebied van ons kleine landje doorgedrongen. Een mooi breed strand, rondom heerlijke duinruggen, een krachtige golfslag van de Noordzee, de gunstige ligging in de nabijheid der steden Amsterdam en Haarlem hebben Zandvoort tot een der meest bezochte, zoo niet tot de drukst bezochte badplaats ten onzent gemaakt.
De genoemde voordeelen worden op de gelukkigste wijze vereenigd en voltooid door uitstekende treinverbindingen, die het voor het binnenlandsch en buitenlandsch publiek gemakkelijk maken, Zandvoort te bereiken. Zoo rijdt men bij voorbeeld des avonds om tien minuten over zes uit Keulen en komt zonder overstappen om elf uur in den avond te Zandvoort. En ook op andere tijden van den dag rijden doorgaande treinen over de grenzen van en naar Zandvoort. Voor het verkeer met de naaste omgeving speelt de regelmatige en drukke verbinding tusschen Amsterdam en Zandvoort met tusschenpoozen van ongeveer een half uur een gewichtige rol. Er loopen in het algemeen dagelijks zoowat 38 treinen en als er extra drukte is, worden nog treinen ingelegd.
Nu het nieuwe station te Haarlem gereed is, is ook de verbinding met Den Haag en Rotterdam vergemakkelijkt, zoodat men thans in één uur van Zandvoort uit Den Haag kan bereiken. Naar Amsterdam en Haarlem kan de badgast zich ook door de electrische tram laten brengen, die in den zomer op werkdagen alle tien minuten en op bijzondere dagen alle vijf minuten rijdt. De treinen zijn zeer geriefelijk ingericht en ze leggen den afstand tusschen Zandvoort en Amsterdam in een uur af, terwijl de reis naar Haarlem in een kwartier wordt volbracht.
De huizen van het oude Zandvoort, dat oorspronkelijk een visschersdorp was, liggen nog al ver uit elkander als in zooveel aan zee gelegen plaatsen, maar er zijn een paar hoofdverkeerswegen, waarvan de Kerkstraat en de Hoogeweg de voornaamste zijn. Een protestantsche en een roomsch-katholieke kerk houden geregeld hun godsdienstoefeningen. De onderwijzers van twee zeer goede scholen zijn bereid, aan de kinderen van de badgasten privaatonderwijs te geven. Voor buitenlanders wordt Zandvoort meer en meer aanlokkelijk gemaakt. Het vaste circus, dat ruim vier jaar geleden werd aangelegd, heeft al voor allerlei vermakelijkheden gediend.
Zandvoort heeft zich sterk uitgebreid, vooral naar den kant der zee. Vanaf de groote hotels en de rijke pensions kan men de meest verscheiden wandelingen maken in allerlei richtingen. Wie naar het Noorden den Boulevard volgt, komt aan een voor wandelaars in de duinen aangelegden weg. Daar valt er te genieten van een heerlijke wilde duinflora. Bij helder weer heeft men van het hooger gelegen Duinhuis naar alle zijden het mooiste uitzicht. Vijf minuten van het Grand Hotel heeft men in de duinen drie tennisvelden, die zeer diep zijn ingegraven, zoodat het voor de badgasten mogelijk is, ook bij vrij krachtigen wind te spelen. In de buurt van het terrein is een paviljoen met ververschingen beschikbaar.
Verder naar het Noorden vindt men in de duinen een kiosk Bernadotte, die ook geschikt is om er na een lange duinwandeling uit te rusten en zich te verkwikken. Men heeft er tevens een heerlijk uitzicht op het strand en de duinen. Daar ziet men de gewone stranddrukte, die zeer levendig is, want het bezoek aan Zandvoort wordt jaarlijks op 7000 tot 8000 personen geschat. Het seizoen begint den eersten Mei voor badgasten, die enkel voor het genieten van de zeelucht komen; het bad wordt den eersten Juni geopend. Ook in de maanden September en October worden nog baden genomen, vooral door zenuwlijders, die van den dan zeer krachtigen golfslag nut moeten trekken.
LIGUE INTERNATIONALE DES ASSOCIATIONS TOURISTES.
De ijverige bestuursleden van den Algemeenen Nederlandschen Wielrijdersbond, de heeren G. A. Pos en D. Fockema, hebben te Londen Nederland vertegenwoordigd op het Congres van bovengenoemde Ligue, die de belangen der toeristen, in het bijzonder die van wielrijders en motoristen in Europa en de Vereenigde Staten, tracht te bevorderen.
Op voorstel van den Deenschen Toeristenbond, die daarbij door den Zweedschen werd gesteund, zal er een Permanent Bureel voor de Ligue worden ingesteld, want het aantal toegetreden Vereenigingen is zoo groot geworden, dat zoo'n instelling niet langer kan worden gemist. Over de plaats, waar het bestendige kantoor zal worden gevestigd, in België, Nederland of Zwitserland, die alle drie in aanmerking kwamen, is nog geen beslissing genomen.
OP DEN UITKIJK.
ZEER HOOGE GASTEN OP MIDDACHTEN.
Zooals het kasteel Middachten zich nu voordoet, werd het in 1697 gebouwd door Godard van Reede, graaf van Athlone, den trouwen vriend en den kloeken veldheer van den stadhouder-koning Willem III. In diezelfde zeventiende eeuw was het aan de Van Reedes gekomen, van wie het door huwelijk aan het geslacht Bentinck kwam, dat er thans nog troont.
Vóór de zeventiende eeuw had het huis al een heele geschiedenis. Het wordt in 1190 genoemd, toen Jacobus de Michdat een oorkonde van graaf Otto van Gelder mede bezegelde, en in 1315 volgt Everard van Middach het voorbeeld van zooveel landheeren-tijdgenooten en maakt zijn huis en voorburcht ten »Zutfenschen Rechte tot leen«. In 1340 werd Hendrik van Middach overste-wildforster op de Veluwe. Na het uitsterven van het oude geslacht kwam Middachten in 1623 aan de Raisfelts, die er door de Van Reedes werden opgevolgd.
De tegenwoordige bewoner, die de eer zal genieten, een vriendschapsbezoek van den duitschen keizer te ontvangen, graaf Willem Carel Philip Otto van Aldenburg-Bentinck en Waldeck-Limpurg, is lid van den hoogen duitschen adel, erfelijk lid van het wurtembergsche Heerenhuis en commandeur van de Duitsche Orde. Een tijd lang was hij secretaris van de britsche legatie te Berlijn. Zijn vrouw is Maria Cornelia, barones van Heeckeren van Wassenaer, en van de vier kinderen is een dochter met een duitschen erfgraaf getrouwd, een zoon is luitenant in het regiment Pruisische gardes du corps te Potsdam; en een andere zoon heeft ook reeds zijn entrée in dat regiment gedaan.
Als keizer en keizerin incognito van Kleef komen op Maandag aanstaande zal de extra-trein alleen aan het station Nijmegen even van machine verwisselen, om daarna met tien rijtuigen rechtstreeks naar de Steeg door te rijden, waar graaf en gravin Bentinck hun hooge gasten zullen ontvangen. In open rijtuigen wordt door het dorp gereden en door de beroemde beukenlaan langs de zijlaan naar het kasteel.
In de hooge, ruime zalen en kamers, regelmatig om de vestibule en den koepel gebouwd, en langs de groote trap met het prachtige snijwerk aan de leuningen zal het hooge gezelschap, dat op Middachten blijft logeeren, zich bewegen en de heerlijke uitzichten genieten op het park en de weiden en lanen eromheen. Des keizers zin voor historie zal kunnen worden gestreeld, want talrijk zijn de oude portretten van historische beteekenis, die op Middachten worden bewaard. De eigenaar van Middachten, wiens moeder een gravin van Waldeck Pyrmont was, stamt af van den tweeden zoon van dien bekenden en terecht beroemden en geëerden eersten graaf van Portland, Hans Willem Bentinck, den gunsteling en, wat meer zegt, den trouwen, tot het laatst hem innig toegewijden vriend van Willem III.
De titel, graaf van Aldenburg, kregen de Bentincks van Middachten bij den dood van Eugenius van Savoye, den laatsten graaf van Aldenburg, in 1736.
HERDENKING VAN WAT NEDERLAND EN DE VEREENIGDE STATEN VERBINDT.
Dat moet een aangename reis zijn geweest voor den professor van de universiteit Rutgers College in Ithaca in den Staat New-York, den heer William Elliot Griffis, die tocht naar Nederland met opdrachten van genootschappen en vereenigingen in Amerika, om in ons land door zichtbare blijken vast te leggen de herinnering aan de banden, die in de historie gelegd zijn tusschen de republiek der Vereenigde Nederlanden en het land, dat eerst Nederlandsche kolonie, toen Engelsche kolonie en eindelijk ook republiek was geworden.
Het aanwakkeren van de piëteit voor het verleden is iets nobels en goeds, en waar door de gedenkplaten, die de amerikaansche geleerde in ons land kwam plaatsen en onthullen, iets voor ons land zoo eervols werd herdacht als het aandeel, dat Nederland had aan de schepping van de republiek Amerika, daar mogen wij allen wel hartelijk deelen in de herinneringsplechtigheden.
Belangrijk waren vooral die in de Engelsch Hervormde kerk op het Bagijnhof te Amsterdam en die te Leeuwarden in de Statenzaal. Ook Utrecht en Nijkerk kregen gedenkplaten.
Driehonderd jaren is het geleden, dat een groep personen, die om des geloofswille uit Engeland moesten wijken, gastvrij in ons land; en wel het eerst in Amsterdam, werden opgenomen. Als pelgrims kwamen ze naar het lage land en als pelgrims hebben ze er geen blijvende plaats gevonden, maar zijn, na ook in Leiden en in Delfshaven te hebben gewoond, overgestoken naar het toen nog zooveel verder dan nu verwijderde land aan de overzij van den Atlantischen Oceaan. Op de gedenkplaat, die in de Bagijnhofkerk is onthuld, staan vijf namen vermeld van die Pilgrim Fathers, die zich in Pennsylvanië vestigden. Het zijn Ainsworth, Johnson, Robinson, Brewster en Bradford, aristocratische namen in Amerika, waar de herinnering aan die pelgrims zeer levendig wordt gehouden.
Het was een plechtige dienst, die op Zondag 11 Juli werd gehouden in de overvolle kerk. In de hooge bank tegenover den preekstoel had de burgemeester van Amsterdam, Mr. W. F. van Leeuwen, plaats genomen met den engelschen consul, Mr. Churchill, en den vice-consul, Mr. Nabarre. Aan den voet van het gestoelte zaten verschillende afgevaardigden van andere kerkgenootschappen, als de Ned. Herv. Kerk, de Evangelisch Luthersche, de Hersteld Evangelisch Luthersche en Doopsgezinde Gemeente, Ds. Overman, predikant van de Engelsche kerk te Vlissingen, vertegenwoordigers van de Schotsche kerk te Rotterdam en veel autoriteiten uit Amerika.
De predikant van de engelsche kerk, Rev. William Thomson, opende de bijeenkomst met gebed, waarna de gemeente uit den schotschen liederenbundel de toepasselijke verzen zong:
"Through the night of doubt and sorrow Onward goes the pilgrim-band, Singing songs of expectation, Marching to the Promised land."
Clear before us through the darkness Gleams and burns the gliding light; Brother clasps the hand of brother, Stepping fearless through the night.
Daarna kreeg de Reverend Elliot Griffis het woord, de man, die al bekendheid heeft gekregen in ons land door zijn geschriften over de historische betrekkingen tusschen Nederland en Amerika, als "The Pilgrims in their three homes", "Brave little Holland" en "The story of New-Netherland". De spreker droeg een professorale toga, omzoomd met roode en witte strooken als doctor in de rechten en in de godgeleerdheid, op den rug belegd met een zwart zijden vierkant als een embleem van Rutgers College.
In de rede werd hoog opgegeven van de geestelijke schatten, die wij in onze roemrijke geschiedenis en in onze oude kunst bezitten, werd natuurlijk de geschiedenis van de in 1609 uitgewekenen herdacht en tevens verteld, hoe verschillende stichtingen en particulieren, onder leiding van de Congregational Club als voornaamste geefster, de gedenkplaat hadden doen vervaardigen, die aan den wand van de kerk ter zijde van het preekgestoelte voor aller oogen zichtbaar werd; toen de hoogleeraar G. L. Raymund uit Washington, getrouwd met een afstammelinge van een der Pilgrim Fathers, haar onthulde.
Koorgezang had te voren de mooie woorden begeleid van het lied, door den heer Griffis geschreven, waarin de woorden voorkomen:
»Forth from their mother-land outcast Our fathers fled to find a home: Long dwelt they guests, in conscience free Within a State without a throne.
Within these cities, rich and fair, They found full welcome and a home; In sweet comment then worshipped God, Nor wished again to farther roam."
Bedoelde professor Raymund is president van de Mayflower Society, zoo genoemd naar het schip, waarmee de pelgrims overstaken naar Amerika en wel naar Plymouth in Pennsylvanië, waar ze een overwegenden en blijvenden invloed hadden op de wording der Hervormde Kerk en op den gang van zaken in de kolonie.
De onthulde plaat is van koper, bevestigd op eikenhout, en draagt het volgende inschrift:
One in Christ.
1609. From Scrooby to Amsterdam. 1909.
Ainsworth, Johnson, Robinson, Brewster, Bradford. By joint consent they resolved to go into the low Countries where they heard was freedom of religion for all men, and lived at Amsterdam.
(Governor William Bradford: History of Plymouth Plantation).
In grateful remembrance and in Christian brotherhood, the Chicago Congregational Club reared this memorial.
A. D. 1909.
Bij monde van den Rev. William E. Barton uit Chicago had den 18den de eigenlijke aanbieding plaats.
Nog sprak bij de onthulling een eerbiedwaardige grijsaard, de heer George Bishop, een vertegenwoordiger van de oude kerk der knickerbockers, een afstammeling der eerste kolonisten, en ook de kanselier van de universiteit te New York, Dr. Henry Mitchell Mac Cracker, die over de in September aanstaande Hudson Fultonviering vol geestdrift uitweidde en alle Nederlanders, die over zouden komen al bij voorbaat hartelijk welkom heette. Men weet, dat onze oud-minister, de heer J. T. Cremer op 11 September erheen vertrekt als vertegenwoordiger van Nederland.
De plechtigheid in de Statenzaal te Leeuwarden was voorbereid door een tentoonstelling, in het prentenkabinet van het friesch Museum ingericht ter herinnering aan het feit, dat de Staten van Friesland, het eerst van alle geüniëerde provinciën, bij besluit van 26 Februari 1782, aandrongen op de erkenning van John Adams als gezant van Amerika, iets wat gelijk stond met de erkenning der onafhankelijkheid van den Noord-Amerikaanschen Staat.
Behalve portretten van bekende voorstanders van de Amerikaansche onafhankelijkheid, als Johan Derck van der Capellen, den Amerikaanschen burgemeester Hooft e. a., bestaat de expositie in hoofdzaak uit documenten die een levendigen kijk geven op hetgeen er in 1782 omging in Friesland's hoofdstad en te Franeker, zetel der voormalige friesche hoogeschool.
De Leeuwarder »Burger Sociëteit door Vrijheid en IJver« was zóó getroffen door het volwijze besluit der Staten van Friesland, dat zij besloot op hare kosten een zilveren medaille te laten slaan door B. C. van Calker te Amsterdam, naar nog voorhanden schetsen van J. Buys. Na veel wikken en wegen kwam men tot de volgende symboliek op de voorzijde der medaille, die volgens de gedrukte verklaring als volgt moet worden opgevat:
De voorzijde vertoont een Fries, gekleed naar den ouden en caracteristicquen trant der Friezen tusschen Flie en Lauwers; 't welk te kennen geeft »dat deeze Vrije Natie in haar oorspronkelijk caracter, en zugt voor de Vrijheid, onverandert en nog dezelfde is«. Deze Fries, met moeite ontdekt op een populair schilderij: »de Friesche maaltijd«, thans in het friesch Museum geeft de rechterhand aan eene Indiaansche maagd, representeerende de Vereenigde Staten van N. A. Deze »als noch niet in de stille en vreedige bezitting der vrijheid en onafhankelijkheid, vestigt hare oogen op een nederdalende Engel, die haar den hoed der vrijheid als een bizonder geschenk uit den hemel brengt«.
Met de linkerhand wijst de Fries den vredespalm af, hem aangeboden door de Britsche maagd, bemerkt hebbende de adder in het gras liggende. De luipaart daarnaast, het gewone zinnebeeld van Engeland.
Het afwijzen van den vrede sloeg op een tweede Statenbesluit, van April 1782, waarbij Friesland voorging in het weigeren om een afzonderlijken vrede met Engeland te sluiten. Talrijke brieven van voorname landgenooten en buitenlanders, een collectie, die een liefhebber van handteekeningen en zegels moet doen watertanden, brengen aan de ijverige societeit den dank voor een toegezonden medaille. Men vindt er bij van John Adams, zijn zaakgelastigde Dumas, den franschen ambassadeur Hertog de la Vauguyon, Hendrik Hooft, C. L. van Beyma, den graaf van Wassenaer, van der Cappellen tot den Pol en vele andere. Ook de medaille, die in totaal f2074 aan kosten meebracht, is in meerdere exemplaren vertegenwoordigd.
Franeker gaf 17 Juni 1782 op kosten der hoogleeraren, studenten en burgers ter eere der erkenning van Amerika een schitterend vuurwerk, later in twee gedichten bezongen. De eereboog had in 't latijn tot opschrift:
Eén dag van vrijheid wordt van hooger prijs geacht Dan eeuwen onder 't juk eens Dwingelands doorgebracht.
Op Donderdag 15 Juli had daarna de aanbieding der gedenkplaat door den heer Elliot Griffis plaats. Bij die bijeenkomst waren ook het gemeentebestuur vertegenwoordigd en het bestuur van Vreemdelingenverkeer, voorts de heeren Bloembergen en Sickenga, leden der Eerste Kamer, verschillende leden van rechterlijke colleges en ook dames. Na het woord van welkom door Th. M. Th. van Welderen baron Rengers hield diens vader, voorzitter van het Friesch Genootschap, een toespraak, waarin hij herinnert aan de aanleiding tot de plechtigheid, de erkenning door de Friesche Staten van de onafhankelijkheid der Amerikaansche republiek, wier bloei en grootheid thans bewondering afdwingt.