Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken
Part 18
Maar wat een leven en beweging in den bedevaartstijd! Jammer, dat die ontsierd wordt door de gruwelijke tooneelen van bijgeloovige boetedoening, als de dweepzucht en de exaltatie der opgewonden menigte ten top stijgen. De helden van het geloof laten zich een deel van het hoofd kaal scheren, omhullen zich met het wijde, witte gewaad en brengen zich dan met een sabel bloedige wonden toe. In den hof der moskee is intusschen de menigte samengestroomd en ziet toe, hoe het bloed stroomt langs de hoofden, hoe het de oogen verblindt, de kleederen rood verft, terwijl maar altijd de opgeheven hand nieuwe slagen toebrengt. Dat geschiedt onder gezang en gebed, en de afgrijselijke marteling wordt volgehouden, zonder dat iemand van de duizenden moeite doet, er een eind aan te maken. Er vallen sommigen bij neer om niet weer op te staan, en dadelijk is er een doodkist bij de hand voor het slachtoffer van geloofsijver, dat als een held zal worden gevierd.
De Sjiïeten hebben niet altijd in Kerbela zoo vrij hun kerkelijke plechtigheden kunnen vieren als tegenwoordig. De abassidische khaliefen hebben al het mogelijke gedaan, om hen tegen te werken, opdat niet naast Mekka een mededingster van die heilige plaats zou opkomen. Maar niets kon den ijver der volgelingen van Hussein fnuiken, en hun volharding boezemde zelfs hun tegenstanders eerbied in. De vrijheid van de uitoefening van hun godsdienst is hun voortaan gewaarborgd, ook die voor de gruwelijke uitspattingen, waartoe dat geloof hen voert.
VOOR VREEMDELINGENVERKEER OP GROOTE SCHAAL AAN HET WERK.
Onze indische vereeniging »Toeristenverkeer« doet haar werk op groote schaal en heeft het geluk, veel belangstelling te vinden in invloedrijke kringen en bij invloedrijke personen. Zoo meldt het jaarverslag o.a. dat er een vergadering werd gehouden in het gouvernements-hotel aan het Koningsplein, waar de gouverneur-generaal met het bestuur der vereeniging, tevens met den resident van Batavia en den hoofdinspecteur der in- en uitvoerrechten en accijnzen, een samenspreking hield over de richting, waarin de vereeniging moest werkzaam wezen. Betreffende de geldmiddelen kon worden meegedeeld, dat bij den aanvang van 1909 de vereeniging zich in 't bezit vond van nog ruim f29,000, terwijl voor verschillende doeleinden reeds een bedrag van ruim f12,600 was uitgegeven. De inkomsten hadden bestaan uit de door het gouvernement verleende subsidie van f25,000 en uit bijdragen van particulieren, beloopende f17,315. Het bestuur heeft zich per request gewend tot den gouverneur-generaal, ten einde ook voor 1909 een regeeringssubsidie te mogen ontvangen; zonder subsidie toch zou de vereeniging zich aan 't eind van 1909 zonder geldmiddelen zien.
Betreurd wordt, dat mr. J. G. Pott, na zijn benoeming tot lid van den Raad van Indië, werd ontheven van zijn functie van gedelegeerde der vereeniging. De heer Pott heeft zoowel bij de oprichting als gedurende den tijd dat Z.H.E.G. als regeeringsgedelegeerde was toegevoegd, een groot en werkzaam aandeel gehad in den arbeid van Toeristenverkeer. De heer H. F. Stipriaan Luiscius, hoofdinspecteur, chef van den dienst der staatsspoorwegen op Java, neemt thans de plaats van den heer Pott in.
Er zal een groote reclameplaat in den handel worden gebracht en er zal worden gewerkt met het aardige reclameboek, »Java, the Wonderland,« en, wat nog meer beteekent, met den hoofdinspecteur der in- en uitvoerrechten werd in overleg getreden omtrent het gemakkelijk maken van de visitatie van passagiers, die te Tandjong Priok debarkeeren, zoo ook van het medebrengen van auto's gedurende het bezoek op Java, alsmede verdere maatregelen, waardoor den toeristen, die Java bezoeken, zoo weinig mogelijk overlast wordt aangedaan. Voorts vestigde de vereeniging zoowel de aandacht van den gouverneur generaal als van het hoofd van plaatselijk bestuur te Batavia op de moeilijkheden, die zich voordeden voor de toeristen bij het verkrijgen van toelatingskaarten. In afwachting van de geheele intrekking van de hieromtrent bestaande bepalingen door de regeering, werd aan de vereeniging welwillend toegestaan, deze toelatingskaarten voor vreemdelingen in den vervolge òf door haar tusschenkomst, òf door middel van de hotels, ter invulling te doen aanbieden.
Te Djocjakarta werd krachtige medewerking toegezegd tot het makkelijk maken van het bezoeken van den Boroboedoer. In den pasangrahan aldaar zullen door de vereeniging behoorlijke toiletkamers worden ingericht. Bovendien heeft de vereeniging een toezegging gedaan van f1000 voor een op te richten berghut of klein hotel, teneinde het verblijf op het Idjen-plateau voor enkele dagen mogelijk te maken.
Als de hotels nu maar voor voldoende ruimte zorgen, dat het verwende toeristenpubliek, waar men de deuren wijd voor openzet, ook werkelijk goed kan logeeren, kan het toeristenverkeer op Java inderdaad tot bloei komen. Cook is er al herhaalde malen met zijn gezelschappen verschenen, en als het waar is, wat het jaarverslag meedeelt, dat het bezoek aan Egypte en Japan in den laatsten tijd minder wordt, zal Java zonder twijfel meer en meer in trek komen.
Het is nu al vaak genoeg door de sporadische bezoeken van vreemdelingen gebleken, hoe aantrekkelijk er het reizen is en hoe onvergelijkelijk schoon de natuur er zich vertoont, dat men gerust kan verwachten, dat Java als station der internationale, rijke toeristenwereld nog een groote rol heeft te spelen.
RECLAMEBOEKJE VOOR DE ROTTERDAMSCHE TRAMWEGMAATSCHAPPIJ.
De Rotterdamsche schilder en teekenaar J. B. Heukelom heeft een 25 tal alleraardigste teekeningen gemaakt van tooneeltjes om er bij de vele tramweglijnen, die de Rotterdamsche Tramwegmaatschappij heeft aangelegd op de Zuidhollandsche en Zeeuwsche eilanden, op IJselmonde, Hoeksche Waard, Voorne en Putten, Schouwen en Duiveland, Sint-Philipsland en Tholen en nu het laatst op Goeree en Overflakkee, waar den 30sten April, de tram is geopend, die het eiland in de lengte doorsnijdt.
Het zijn aardige kijkjes van stads- en dorpsgezichten, landschapjes, oude gebouwen, lanen, waar de tram door rijdt, en zoo meer, met talent geteekend in een trant, die, ouderwetsch of nieuwerwetsch, dat kunnen wij niet beoordeelen, uitstekend aan het doel beantwoordt. De Tramwegmaatschappij liet de firma Brusse de uitgaaf bezorgen, die zich met smaak van die opdracht heeft gekweten.
MIKKELSEN NIET NAAR NIEUW-GUINEA, MAAR NAAR DE NOORDPOOL.
De deensche onderzoekingsreiziger Mikkelsen, die zoo groote plannen had voor Nieuw-Guinea, die al in den Haag onze taal had geleerd in het vorig najaar en het Sneeuwgebergte als ideaal voor oogen had, waartoe hij zich voorstelde, zich bij de Lorentz-expeditie aan te sluiten, schijnt wel beslist van dat plan terug te zijn gekomen, want nu wordt bericht, dat Mikkelsen een poolexpeditie op het oog heeft en dat hij hoopt mee te werken aan de ontdekking van de lijken van zijn landgenooten Mylius Erichsen en luitenant Hagen, wier tochtgenooten zonder hen moesten terugkeeren.
Het expeditieschip zal er een zijn, dat niet veel grooter is dan Amundsen's Gjöa. Het moet volgens Mikkelsen's plan in het begin van Juli bij de Faröer wezen, waar een schip uit Groenland hem eskimo-honden komt brengen. Dan gaat het noordwaarts naar de Groenlandsche kust, waar in de buurt van Kaap Bismarck een overwinteringskwartier wordt gezocht en betrokken. Indien de ijstoestanden het toelaten, wordt nog gepoogd om zoo ver noordwaarts mogelijk een levensmiddelen-depôt aan te leggen. Dan wordt overwinterd, en in het voorjaar wordt met den grooten sledetocht een aanvang gemaakt, aan welken alle expeditieleden deelnemen.
Tot Lamberts Land (79½° N. Br.) wordt de kust gevolgd. Daar gekomen, zullen Mikkelsen en twee makkers dwars over het inland-ijs het binneneind van de Denemarken-fjord opzoeken en, langs de noordkust daarvan gaande, kaap Rigsdagen opzoeken. Vermoedelijk bevindt zich daar een levensmiddelen depôt van de Erichsen-expeditie. Vandaar gaat het verder in westelijke richting, over het Peary-kanaal, welk »kanaal« echter zeer goed kan blijken, een fjord te wezen. Die quaestie op te lossen, is een gedeelte der taak, welker oplossing Mikkelsen zich heeft gesteld. Zoodra de voorraad levensmiddelen zoodanig is geslonken, dat terugkeer geboden schijnt, gaan Mikkelsen c.s. terug. Inmiddels hebben dan de overige leden der expeditie andere nasporingen gedaan, waarbij vooral het zoeken naar sporen van de beide verongelukte landgenooten op den voorgrond zal staan. Ook zal in zee worden geëxploreerd om na te gaan of de door den hertog van Orleans op diens poolexpeditie geloode bank enkel een ondiepte of wel de onderzeevoet van een eiland tusschen Spitsbergen en Groenland is.
REIZEN PER BALLON.
De triomfen van graaf Zeppelin schijnen in Duitschland tot flinke resultaten te zullen leiden. De vereenigingen voor luchtvaart zetten echt vaart achter het werk. Ze meenen reeds ver genoeg te zijn gevorderd, om geregelde luchtvaarten te organiseeren en zoo wil men een luchtvaartlijn openen, die volgens berichten, bij de Lokal-Anzeiger ontvangen, bij Luzern haar uitgangspunt zal hebben, van daar het station Friedrichshafen aan het Bodenmeer zal bereiken, dan noordwaarts zal loopen naar Straasburg, Frankfort en Keulen, om ten slotte Hamburg te bereiken, De luchtschepen zullen worden gebouwd op de luchtscheepstimmerwerf van de maatschappij, die Zeppelin's naam draagt en waar men hoopt, elk jaar tien luchtschepen te kunnen afleveren. Ook tusschen Frankfurt en München zal een der eerste luchtvaartverbindingen tot stand komen.
OP DEN UITKIJK.
PADVINDER VOOR ROOSEVELT.
Toen het zeker was, dat de afgetreden president van de Vereenigde Staten een reis naar Afrika zou maken, om op groot wild te jagen, dat hij leeuwen, olifanten en neushoorns ging schieten, had het amerikaansche blad, de Collier's Weekly het idee, den beroemden reiziger te doen vergezellen door een photograaf, die zich aan den overkant van den Atlantischen Oceaan reeds vroeger naam had gemaakt door zijn foto's van wilde dieren in hun natuurstaat. Het was de heer A. Radclyffe Dugmore, de schrijver van het bekend geworden boek "Nature and Photography." Terwijl Roosevelt zou hebben gejaagd met het geweer in de hand, zou de heer Dugmore met zijn donkere kamer mooie opnemingen hebben gedaan van de door hem behaalde triomfen. Maar Roosevelt heeft niet de gewoonte, met anderen zijn triomfen te deelen, en zijn zoon Kermit leek hem voldoende gezelschap als photograaf. Men kon het niet eens worden.
Doch daarmee nam de eigenliefde van "Collier's" geen genoegen. De lezers hadden gehoopt op sensationeele foto's; het blad was hun die schuldig, en ze zouden ze hebben.
Dus werd besloten, dat de heer A. Radclyffe Dugmore toch zou vertrekken, alleen of liever vergezeld door een goeden jager, die ditmaal naar het tweede plan overgebracht, desnoods voor het schietwerk den heer Roosevelt zou kunnen vervangen, terwijl de journalist Dugmore, die even knap is als de photograaf van dien naam, voor tekst en illustratie ging zorgen. Er bestond een geestig middel, om wraak te nemen over wat men een onvriendschappelijke daad van "Teddy" noemde, dat was, om door haast te maken, door op zijn Amerikaansch met de toebereidselen voort te maken en ze in Amerika tot het strikt noodige te beperken, den grooten concurrent, die zijn copy aan een mededingenden uitgever ging geven, vóór te zijn. En dat is gelukt.
Terwijl Roosevelt nog bezig was, met de prachtige uitrusting, kozen de heer Dugmore en zijn reisgezel het ruime sop, zetten koers naar Mombassa, de haven, die nu al arabisch, portugeesch en engelsch is geweest en uitgangspunt is van den spoorweg van Oeganda, en vertrokken van daar op 30 Januari per spoor naar Nairobi, waar ze uitrusting en proviand hoopten aan te vullen. Inderdaad vonden ze in dit nog geheel nieuwe stadje, nog tegen de aanvallen der wilde dieren beschermd door heiningen van prikkeldraad, en van waar men de sneeuwtoppen bespeurt van den Kenia en den Kilimandsjaro, tegen redelijke prijzen, niet veel hooger dan die, welke ze bij hen thuis zouden hebben moeten geven, alles, waar ze prijs op stelden.
De Illustration en de Graphic gingen met belangstelling de toebereidselen na van deze interessante onderneming. Toen het geschikte oogenblik daar was, verzekerden beide bladen zich het voorrecht, om gelijktijdig met Collier's Weekly de geïllustreerde reisaanteekeningen te kunnen geven van den heer A. Radclyffe Dugmore, en op 24 April gaven beide groote, europeesche bladen tekst en afbeeldingen, werk van Roosevelt's voorlooper. Teddy moet, dunkt ons, wel een beetje sneu kijken, als hij over eenigen tijd de tijdschriften ziet of, eerder, van deze handigheid bericht krijgt.
Dugmore had een paar maanden voorsprong op den ex-president en geeft nu kijkjes uit die streken, waar precies de beroemde Amerikaan zou jagen, en van het wild, dat Roosevelt onder schot zal nemen. Maar hij wil zoo min mogelijk dooden, wil liever slechts observator en photograaf van de wilde dieren wezen, niet hun vijand, en als hij een uitstekenden schutter tot reisgezel heeft, dan is dat enkel, om verdedigd te worden in oogenblikken van werkelijk gevaar. De ver dragende geweren laat hij aan zijn lijfwacht over; hijzelf heeft alleen de toestellen voor photografeeren, zijn beste camera en een tele-objectief voor de gevallen, waarin het wild onmogelijk van dichtbij te nemen is en uit de verte moet worden gekiekt.
Bovendien is er nog een afdoende reden, waarom Dugmore niet wil dooden; hij heeft namelijk het voorrecht gekregen, te mogen werken in een gebied, dat een reservation is, gelegen tusschen Tsavo en Nairobi, waar de regeering der kolonie alle jacht heeft verboden. Dus moest hij beloven, niet te schieten of te laten schieten, behalve wanneer hij zich in gevaar bevond en dus in een staat van wettige zelfverdediging.
Hoe weinig Nimrod hij ook was, kon de reiziger echter niet nalaten, met bewondering te zien hoe langs den spoorweg van Mombassa naar Nairobi een massa wilde dieren den trein naderden en een verheugenden aanblik leverden voor de reizigers in de sleeping car. Gazellen van verschillende soorten, zebra's, antilopen, struisvogels liepen aan beide zijden van den ijzeren weg in ware troepen, nu eens vluchtend voor de locomotief, dan weer wedijverend in snelheid met den trein. Er klinkt een kreet in den waggon: "Een giraffe!" en men dringt naar de ramen, om te zien. Geen honderd meter van den trein verwijderd staat stil een prachtig dier met glanzige huid, geel en bruin gevlekt, "het beeld der gratie," zooals de schrijver zegt. Het was haast te heerlijk, om waar te wezen, vervolgt hij. We reden als door een idealen zoölogischen tuin, die honderden mijlen ver zich uitstrekte, en waar de dieren in volkomen vrijheid konden ronddwalen.
Na de noodzakelijke voorbereidende maatregelen begon de tocht, waarop de jager met de camera ontmoetingen had met velerlei specimina uit dien tuin. Mooie foto's kon hij nemen van gazellen en antilopen, beelden, die gerust de vergelijking kunnen doorstaan met die van G. C. Schillings, den duitschen Afrikajager op dit gebied. Soms was de taak moeilijk, en twee- of driemaal moest het kruit meespreken, als bijvoorbeeld toen een rhinoceros van al te dichtbij een aanval ging wagen.
Roosevelt's gezelschap heeft het plan, van Nairobi per spoor naar Port Florence te gaan, het Victoria Nyanza over te steken naar Entebbe, en dan per karavaan door Oeganda te trekken om in het begin van het volgend jaar te Gondokoro te komen en langs den Nijl naar Egypte en Kaïro te reizen.
CENTRALE VERKOELING.
We hebben nu al veel huizen met centrale verwarming; zoowel particuliere als openbare gebouwen worden verwarmd door warmwaterbuizen, die overal in gangen en kamers een gelijkmatige temperatuur handhaven, afkomstig van de stookplaats, die in de benedenruimten het water verwarmt.
Maar centrale verkoeling!
Dat is iets, waar wij zoo oppervlakkig gezien, hier in ons land al heel zelden behoefte aan zullen gevoelen, al komen er in Juli en Augustus wel eens dagen voor, waarop de klank van dat woord iets bekoorlijks heeft. Maar naast het gematigde Nederland is er ook een »Tropisch Nederland«, en daar zal menigeen op het hooren van den klank »centrale verkoeling« een woord van opgewonden instemming niet kunnen onderdrukken. Het moet heerlijk zijn, in Batavia en andere Javaansche steden, op Deli, in Menado de hitte te kunnen verdrijven door een afkoeling van de lucht in het groot.
En waarom zouden we niet de kou even goed als het gas en het warme of het koude water door buizen naar diegenen kunnen toe voeren, die er behoefte aan hebben? Dat is dan ook al niet meer de droom van een ingenieur; maar er zijn in Amerika reeds een aantal steden, waar men in centrale werkplaatsen koude voortbrengt, die dan door een buizennet in de huizen wordt geleid. Het tijdschrift La Nature noemt als zulke plaatsen New York, Boston, St. Louis, Baltimore, Los Angeles, Norfolk, Denver en Kansas City. De kou wordt voortgebracht door ammoniakmachines.
EEN OUDE BADPLAATSVERORDENING.
Dat in vroeger tijden de reglementen, die aan badplaatsen golden, nog vrijwat strenger waren dan die, waaraan de badgasten tegenwoordig moeten gehoorzamen, blijkt uit een verordening, die op den eerwaardigen leeftijd van 360 jaren kan terugzien. Ze is afkomstig uit het jaar 1548 en gold in het toen beroemde badplaatsje Tobelbad bij Graz. Het Hertogdom Stiermarken, dat toenmaals in het bezit van de plaats en de geneeskrachtige bronnen was, had de verordening uitgevaardigd.
Er was een paragraaf in, die bepaalde, dat van de beide baden het eene alleen door edelen, hoogwaardigheidsbekleeders en burgers mocht worden gebruikt, terwijl het andere voor de armen was bestemd en voor menschen met besmettelijke ziekten.
De baduren waren van des morgens vier uur tot negen en van twaalf uur 's middags tot vier uur; in den overigen tijd waren de baden gesloten, opdat de "ketelknecht" het water kon laten afloopen, de baden weer vullen en de kamertjes schoonmaken kon.
Schelden en vloeken waren streng verboden; wie het gebod overtrad, werd vóór een rechtbank gedaagd van zes mannen, die uit en door de badgasten gekozen werd. Als men weigerde te verschijnen, kon men zelfs met zweepslagen ertoe gedwongen worden. Betaalde boeten werden door een daarvoor aangestelden penningmeester in ontvangst genomen en maandelijks onder behoeftige badgasten verdeeld.
Ook voor de zedelijkheid zorgde een der paragrafen. Men mocht in het bad niet gaan zonder hemd, dat bovendien met een gordel om het lijf moest worden vastgehouden. Wie tegen het voorschrift zondigde, kon door het gerecht der zes mannen met boete of met lijfstraf worden getuchtigd.
ENGELAND EN DUITSCHLAND IN DUITSCH ZUIDWEST-AFRIKA.
Het onderzoek van het diamantenopleverende achterland bij de Lüderitzbaai en 't plaatsje Lüderitzbucht in Duitsch Zuidwest-Afrika dringt natuurlijk ook wat verder zuidelijk door en stuit daarbij tegenover het kleine Pomona-eiland, dat in Engelands bezit is, op moeilijkheden, in den vorm der concessie aan het engelsche Pomona-syndicaat.
Die maatschappij heeft haar recht tot een guano-land- en mijnontginning in 1863 van den Bethaniërhoofdman gekregen, met wien twintig jaar later ook de Bremer koopman Lüderitz onderhandelde, daardoor den grond leggend voor Duitschlands eerste Afrika-kolonie. In 1886 bevestigde de duitsche regeering die concessie, zoodat het syndicaat het uitsluitend eigendomsrecht verkreeg op de Pomona-mijn met twee engelsche mijlen land er rond omheen.
Het samentreffen nu van aanspraken van Duitschers en Engelschen zal waarschijnlijk naar de »Lüderitzbuchter Zeitung« bericht, tot klachten leiden, die bij gebrek aan een hoogere instantie vóór het »Obergericht« in Windhoek moeten komen.
KENNIS.
Behalve voor den onderwijzersstand is er in het leven niet veel parate kennis noodig, die trouwens ook maar al te vaak parade-kennis is. Te weten, waar men de dingen vinden kan, is voldoende.
NIEUWE HAVEN AAN DE ROODE ZEE.
De nieuwe haven Port Soedan aan de Roode Zee, die vooral als handelsentrepôt voor den Soedan van groote beteekenis kan worden, werd op 1 April door den khedive geopend te midden eener schitterende vergadering van egyptische en anglo-egyptische notabelen en autoriteiten, onder wie de gouverneur-generaal lord Wingate. De nieuwe haven, die boven Soeakin is verkozen, munt uit door uitstekende haven en is door een spoorweg over Berber met Khartoem verbonden.
Charles Boissevain zegt in zijn pas verschenen »Tropisch Nederland«: »Sinds de Berber-Soedanspoorweg gereed kwam, is Khartoem niet alleen bereikbaar langs den Nijl, of--de Nijlbocht afkortend,--door de woestijn van Wadi-Halfa, maar nog beter langs den korten weg van Port Soedan dwars door de woestijn naar de rivier. Dit is de handelsweg naar Soedan! Het ijzeren spoor is gelegd langs de oude route der karavanen.«
HET GENOT VAN DEN JAVAAN.
Ieder volk heeft zijn eigenaardige liefhebberijen, waarin het zijn genoegen zoekt; men zou zelfs van een onbekend volk den aard kunnen vaststellen naar de wijze, waarop het zich in zijn geheel of individueel vermaakt. De bewegelijke westerling vliegt met zijn rijwiel zelfs over onbegaanbare wegen, beklimt dikwijls voor de eer en een enkele maal voor zijn genoegen de toppen der hoogste bergen; met deze hoogten niet tevreden, stijgt hij met een luchtballon de lucht in en laat er zich op voorstaan, de grens bereikt te hebben, waar alle dierlijk leven ophoudt; 't is hem een genot in de snelste spoortreinen te zitten; de vlugste stoombooten brengen hem niet spoedig genoeg om de aarde, vroeger onmetelijk groot, nu voor den waren globetrotter gereduceerd tot een gemakkelijk te overzienen bol.
Vergelijk daarbij den kalmen oosterling, laat mij liever zeggen den Javaan; hij moet wel met den stroom mee, maar stribbelt er toch zoo lang mogelijk tegen; het liefst vermijdt hij alles, waaraan gevaar verbonden is; een voetreis vindt hij het zekerste middel, om zich te verplaatsen, vermoeienis kent hij niet, evenmin de waarde van den tijd; wil hij zijn doel vlug bereiken, wel dan gaat hij boven op zijn paardje zitten, en het beestje brengt hem in twee derde van den tijd over, dien hij te voet zou noodig hebben; het non plus ultra van een genoegelijke reis vindt hij de sapie- of karbouwenkar, langzaam maar zeker de steilste helling op en even traag af. Bergen beklimmen? Onnoozele gedachte! Moet hij ze op, om er zijn brood te verdienen, geen berg is hem te hoog, geen pad te steil, maar voor je plezier te klauteren en de kans te loopen, met gespleten schedel in een ravijn terecht te komen, zie, dat is wel het dolste, waartoe een redelijk denkend mensch kan komen.
Reizen, de zee oversteken, zijn leven toevertrouwen aan het broze vaartuig op de onbetrouwbare zee, die, nu spiegelglad, straks bergen en dalen vormt om ervan te rillen en, alsof het een bonbon geldt, een schip met man en muis inslikt, neen, die liefhebberij laat hij liever aan anderen over.
Na volbrachten arbeid kalm thuis zitten uitrusten, zijn karbouwen bewonderen, naar zijn tortelduiven luisteren, als hij ze bezit, zich door moeder de vrouw de stram gewerkte ledematen laten masseeren, mein Liebchen, was willst du noch mehr? Kan men zich een aangenamer bestaan denken, dan rustig buiten het wereldsch gewoel te blijven?
Uit G. Stoll's "Kiekjes op Java".
WAT TE DOEN, OM DE LUIHEID DER PHILIPPINO'S TEGEN TE GAAN?
De Amerikanen hebben het probleem op te lossen, dat zich aan alle kolonizeerende naties voordoet, die bezittingen hebben in de heete luchtstreek, namelijk hoe de inboorlingen ijverig en begeerig naar arbeiden te maken. En onder alle vadzige stammen zijn de Moro's van de Philippijnen het allerluiste, en ook de andere stammen zijn niet veel beter, zoodat alle pogingen, hen wakker te schudden, mislukt zijn.