Onze oude dorpskerken: Tachtig schetsen van dorpskerken in Nederland
Part 4
Voor den kerkbouw in Achter-Overijssel werd weleer veel gebruik gemaakt van Bentheimersteen, die daar betrekkelijk gemakkelijk te verkrijgen was. Zoo ook voor de kerk te Denekamp, die bestaat uit een schip met een zwaren toren, van natuursteen opgetrokken, en een nieuw gedeelte van baksteen met toepassing van zandsteen aan den ouden bouw ontnomen, dat in dezen tijd werd uitgevoerd. De zeer massieve, blauw-grijs verweerde toren, met een driehoekig, uitgebouwden traptoren aan de zuidzijde, is drie verdiepingen hoog, waarvan de eerste met een zware hollijst is afgesloten en de bovenste voorzien is van spitsboogvormige galmgaten. In den toren, zoowel als in het schip, zijn Gothische kruisgewelven. In verband met de vergrooting van de kerk is het oude schip eenigszins gewijzigd en gerestaureerd.
KERK TE WEERSELO. (O.)
Het kleine Protestantsche kerkje te Weerselo munt vooral uit door zijn aardige ligging. Met een groote, wit gepleisterde pastorie en een omgeving van hooge zware boomen vormt het een zeer schilderachtig geheel. Het kerkje, dat weleer tot een Stift behoorde, is hoogst eenvoudig en bestaat slechts uit een schip van vier traveeën, met een open torentje bekroond. De muren zijn grootendeels van natuursteen opgetrokken, wat op een hoogen ouderdom wijst. Het gebouwtje blijkt in den loop der tijden veel verandering te hebben ondergaan. Twee gevels zijn onder een pleisterlaag bedekt, waarop ten overvloede, zeer smakeloos, spitsboogramen zijn geschilderd. In één dezer gevels is een eenvoudig Renaissancepoortje met opschrift, waarboven een wapenschild. Het best bewaard gebleven is de zuidgevel, waarin spitsboogramen van verschillende hoogte, die vermoedelijk kleinere ramen vervangen. Aan deze zijde ligt ook een klein kerkhof, door een heg omgeven.
KERKTOREN TE LOSSER (O.).
Eveneens in Achter-Overijssel ligt, nabij de Duitsche grens, het dorp Losser, dat weleer een oude kerk bezat, waarvan enkel de toren nog bestaat. Deze toren wijkt echter, zoowel in samenstelling als in vorm, sterk af van de andere oude dorpstorens in deze streken. Hij is geheel van baksteen met bescheiden toepassing van natuursteen en vertoont een vorm, die in Groningen en Friesland herhaaldelijk voorkomt, maar hier tot de uitzonderingen behoort. Behalve in het Noorden worden in ons land dergelijke torens met een zadeldakvormige afdekking bijna niet aangetroffen.
KERK TE OLST. (O.)
Een dorpskerk van zeer groote architectonische waarde is het kleine kerkje te Olst, dat zich door een zeer gunstige massawerking onderscheidt. Zelden ziet men een gebouw, waarvan de inwendige ruimte zoo duidelijk en logisch naar buiten is vertolkt. Vertrouwelijk rust het lage koor tegen den sluitgevel van het hooge schip, waarvoor zich een eenvoudig geteekende toren verheft, wiens slanke spits hoog in de lucht steekt. Alle overbodige toevoegingen zijn vermeden en alle vormen volkomen natuurlijk uit hun bestemming gegroeid. Zeer fraai is ook het rustige silhouet, dat een steeds klimmende lijn doet zien, die in den toren zijn grootste hoogte bereikt. Jammer, dat het inwendige geleden heeft door wijziging van het koor, waarin het orgel werd geplaatst. Het schip verkeert echter nog in goeden staat; het is overdekt met gewelven, waarvan twee als kruisgewelven en een als netgewelf is behandeld. Het ondergedeelte van den toren, dat blijkbaar tot een ander gebouw heeft behoord, doet Romaansche vormen zien en is in tufsteen uitgevoerd.
KERK TE HAVELTE (DR.).
De hooge toren van de eenschepige kerk te Havelte vertoont een weinig voorkomend karakter. Zulke hooge torens komen in dit gedeelte van ons land niet veel voor. Ook de vorm wijkt van het gewone type af, hoewel de verschillende elementen, waaruit de bouw bestaat, als de zich naar boven versmallende verdiepingen, de aangebouwde traptoren en de korte spits, dezelfde zijn als bij vele andere oude kerktorens. Deze toren dagteekent volgens een inschrift uit het begin der 15e eeuw. Hij werd echter bij een storm in 1660 zwaar beschadigd, doch spoedig daarop weer hersteld. Bij die gelegenheid werd waarschijnlijk ook het traptorentje gemaakt, dat naar de luiklok voert. De kerk zelf is ouder en uit het begin der 14e eeuw, doch is in 1598 aanzienlijk verbouwd. Het schip is overwelfd en eindigt in een halfachthoekig koor van gelijke hoogte en breedte.
KERK TE VLEDDER. (DR.).
Behalve den toren heeft de kerk te Vledder veel overeenkomst met die te Havelte, alleen is de eerste wat kleiner en is het koor iets smaller dan het schip, doch overigens zijn de beide gebouwen vrijwel gelijk. De toren vertoont echter een andere ontwikkeling en heeft den Groningschen en Frieschen torenvorm; ook ontbreken hier de slanke nissen en openingen en worden de vlakke muren slechts door twee-hoog, kleine galmgaten doorbroken. De kerk ligt op een verhoogd grasveld, omgeven door denneboomen, midden in het kleine dorp, dat uit slechts weinige, onregelmatig verspreide huizen bestaat.
KERK TE ANLOO (DR.).
Een mooien toren heeft ook de kerk te Anloo, die door zijn aardige gevelbekroning en klein spitsje een karakteristiek type van zadeldaktorens vertegenwoordigt. Hij is van frisch rooden baksteen opgetrokken en op Romaansche wijze eenvoudig versierd met rondbogen en kleine galmgaten. De tamelijk lage en overwelfde kerk doet twee bouwperioden kennen. Het oudste gedeelte, het schip, is grootendeels van tufsteen en vertoont resten van lisenen en blindbogen. De later ingebroken ramen zijn met baksteen aangemetseld. Het veelhoekig koor is in groot formaat baksteen uitgevoerd. Het kerkgebouw ligt op een uitgestrekt grasveld, dat ten deele door een vervallen baksteenmuurtje, op veldheien gefundeerd, is omsloten.
KERK TE KREWERD. (GR.).
De Groningsche en Friesche dorpskerken werden bij voorkeur gebouwd op een hooge wierde, zoodat zij veilig waren voor overstroomingen, waardoor deze lage landen zoo vaak werden geteisterd, toen zij nog niet omdijkt waren. Aan den voet dezer wierde strekt zich het dorp uit, zoodoende met het kerkgebouw een mooi totaalbeeld vormende. Deze dorpen zijn dikwijls zeer afgezonderd gelegen. Zoo ook Krewerd, een zeer oud dorpje ten Noorden van Appingedam, wiens kerk uit het laatst der 13e eeuw dagteekent. Het kerkgebouw zelf verkeert nog in vrij goeden toestand en doet een zeer mooie baksteen architectuur zien, doch de toren heeft veel geleden, mede, doordat het pannen zadeldak door een lage spits met zink bekleed, is vervangen.
KOOR VAN DE KERK TE OLDENZIJL. (GR.).
Uit het laatst der 12e eeuw is het kleine eenschepige dorpskerkje te Oldenzijl, dat geheel in groot formaat rooden baksteen is uitgevoerd, en wiens zware muren op sommige plaatsen wel 1.- meter dik zijn. Het omringende kerkhof is geleidelijk opgehoogd, zoodat ook het plint van het halfronde koor aan het gezicht is onttrokken, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de goede verhoudingen, die bovendien nog zijn verstoord door een verhooging van het bovengedeelte. Niettemin is deze koornis nog zeer belangwekkend en een fraai voorbeeld van decoratieven baksteenbouw. De drie kwart kolonnetjes, waarop rondbogen ontspringen, zijn voorzien van kapiteelen en basementen met bladvormen versierd, doch, evenals de draagsteentjes onder de kleine rondboogjes, grootendeels verweerd.
INTERIEUR VAN DE KERK TE OLDENZIJL. (GR.).
Het schip van het Oldenzijlsche kerkje, in vijf traveeën verdeeld, was eertijds geheel overwelfd, waarvan echter, behalve enkele aanzetten van gordelbogen en ribben, slechts één gewelfveld is overgebleven; de ruimte wordt thans grootendeels gedekt door een houten balkzoldering, die ultramarijn-blauw is geschilderd. Het koor heeft ook zijn koepelvormige overwelving behouden; de muren hiervan zijn met rondbogen op gekoppelde zuiltjes geleed. Ondanks het interieur zoo gehavend is, maakt het toch nog een gunstigen indruk, waartoe ook wordt bijgedragen door de fraaie preekstoel uit 1768 en eenige eikenhouten banken met decoratief snijwerk, waarin wapenschilden zijn opgenomen.
KERK TE HUSINGHE. (GR.).
Het kerkje te Husinghe bezit ook een mooien, halfronden kooraanleg. Dit gebouwtje, waarbij een zware toren, is overwelfd, waartoe het plan in vier velden is verdeeld; eveneens is het koor overwelfd. Dit koor is van de buitenzijde versterkt door rechte, weinig voorspringende steunberen. Hiertusschen zijn rijzige rondboogvensters, die met een kraal zijn omzoomd, geplaatst. Boven elk raam zijn twee cirkelvormige nisjes. Een rondboogfriesje, zooals ook onder de ramen voorkomt, sluit het gevelveld af. Waarschijnlijk waren hierboven eertijds nog uitmetselingen van profielsteen, die de steunberen onderling verbonden, doch nu door een houten goot zijn vervangen.
KERK TE LEERMENS. (GR.)
De op een zeer hooge wierde gelegen kruiskerk te Leermens draagt de sporen, dat er door meerdere generaties aan gewerkt is, doch bezit niettemin zeer fraaie gevelpartijen. Deze zijn zeer decoratief ter volle hoogte geleed met slanke kolonnetjes, met rondbogen verbonden, waartusschen nissen met vlechtwerk, afgewisseld door vensters, zijn aangebracht. Ook de topgevel is op deze wijze bewerkt, zoodat deze partij van zeer levendige werking is. De baksteenvlechtingen dezer kerkjes vertoonen groote afwisseling en bewijzen, evenals de geheele compositie, een groote vaardigheid in de baksteenkunst.
KERK TE STEDUM. (GR.)
Een der grootste en indrukwekkendste kerken in Groningerland is de kerk van Stedum, die een volledig ontwikkelde kruiskerk te zien geeft met veelhoekig koor en zwaren toren. Behalve het koor, dat uit de 15e eeuw is, dagteekent het kerkgebouw uit de laatste helft der 13e eeuw. Het is gebouwd onder leiding van de Abdij te Adouard, die vele uitstekend gevormde bouw- en werkmeesters leverde, en daardoor van zulk een grooten invloed was op de ontwikkeling der middeleeuwsche kunst in deze gewesten. Ook dit monument levert weer een bewijs van de groote bekwaamheid dier bouwmeesters. De gevels zijn rijk behandeld met rond- en spitsboognissen en vensters, afgewisseld door zware steunberen, die den bouw zoo'n groote kracht bijzetten. De zware toren, ter zelfder breedte als het schip, bevat een tweeden toren, die als klokkestoel dienst doet.
KERK TE STEDUM. (GR.)
Aan de noordzijde van de kerk te Stedum, in den hoek van dwarsschip en koor, is een groote, twee verdiepingen hooge uitbouw, die evenmin als het koor tot den ontstaanstijd van de kerk behoort. Deze uitbouw heeft zware steunberen, die echter een anderen vorm vertoonen als die van het dwarsschip, welke bij de restauratie zijn veranderd. Ook het inwendige van de kerk is met zorg behandeld. De muren zijn geleed met kolonnetjes met rondbogen; bundelpijlers dragen de spitsboogvormige kruisgewelven, waarop 15e eeuws schilderwerk is te zien. Tegen een leelijke glaspui, die het koor afsluit, staat te midden van goed gevormde banken een mooie preekstoel met rijk snijwerk. In het koor bevindt zich de mooie, marmeren tombe van Jonker Adriaan Clant van Stedum, door R. Verhulst vervaardigd en in 1672 opgericht.
KERK TE LOPPERSUM (GR.).
Een nog grootere ontwikkeling dan de kerk te Stedum verkreeg het 15e eeuwsche kerkgebouw te Loppersum, dat een dubbel dwarsschip heeft. Bovendien is het gebouw aan de noordzijde nog door uitbouwen verruimd, waardoor echter afbreuk wordt gedaan aan het rustig aspect van het geheel. Ook behoort het niet meer geheel tot den zuiveren baksteenbouw, zooals de meeste kerkgebouwen dezer streken, doch doet een matig gebruik van natuursteen zien. Toch is dit gebouw van groote waarde en maakt het, vooral aan de zuidzijde, waar zware steunberen uit later tijd tegen de dwarsbeuken zijn aangebouwd, een goeden indruk. In dezen gevel is een Gothisch poortje, geheel van natuursteen, doch dik onder de verf. Uit een gedenksteen in den toren blijkt, dat deze in het begin der 17e eeuw is hersteld.
KERK TE ZUIDBROEK (GR.).
De fraaie kruiskerk te Zuidbroek, waarbij op eenigen afstand een zware toren staat, is zeer rijzig van aanzien door de vrij sterk sprekende verticale lijnen. De toren, geheel gepleisterd, is van weinig architectonische waarde, doch het kerkgebouw destemeer. De hooge gevels zijn naar 13e eeuwsche trant, met pilasters, kolonnetjes en boogjes versierd. De onderbouw bestaat uit een arcatuur van drie kwart kolonnetjes op een hoog plint, met spitsboogjes verbonden en cirkelvormige nisjes omvattende. In het bovengedeelte zijn zeer slanke vensters, waarnaast nissen met afwisselend vlechtwerk, aangebracht. Onder het overstekend pannendak zonder goot, is een boogfriesje, dat zich ook langs de klimmende lijnen van den topgevel voortzet. Het interieur is hoog en statig en ondanks de weinige en smalle vensters overvloedig verlicht. De ruimte wordt overdekt door koepelgewelven met schijnribben, die in een sierroset tezamen komen. Een barok-preekstoel uit 1736 en eenige blank-eikenhouten banken uit 1709 dragen tot verfraaiing bij.
KERK TE TEN BOER (GR.).
De koorgevel van de kerk te Ten Boer onderscheidt zich, evenals die van de kerk te Zuidbroek, door een rijke ontwikkeling, doch overigens verkeert het gebouw, vooral inwendig, in een gehavenden toestand. De zijgevels zijn aanmerkelijk gewijzigd, mede door het inbreken van groote spitsboogramen, doch bezitten nog mooie gedeelten en goede details als rondbogen en enkele verweerde terracotta-kapiteeltjes. De koorgevel is echter vrijwel ongeschonden bewaard gebleven; hij vertoont ongeveer hetzelfde karakter als die van de kerk te Zuidbroek, echter is de onderbouw wat eenvoudiger, doch de bovenbouw des te rijker: de dubbele boogjes, ieder rustende op kolonnetjes en het fraaie vlechtwerk, verleenen deze partij een groote levendigheid en rijkdom.
POORTJE VAN DE KERK TE MIDDELSTUM (GR.).
In het welvarende dorp Middelstum ligt een groote volledige kruiskerk uit het midden der 15e eeuw, waarvan de onderbouw gedeeltelijk is uitgevoerd van tufsteen, ongeveer van het zelfde formaat als de groote baksteenen, die voor den opbouw werden gebruikt. Een dergelijke gelijktijdige toepassing van deze twee materialen komt in deze streken meermalen voor, vooral bij torens, waaruit blijkt, dat hier niet de elders geldende regel op gaat, dat tufsteenkerken van ouder datum zijn dan baksteenkerken. Ook in het mooie laat-Gothische poortje zijn tufsteenen verwerkt, die bij wijze van banden den baksteen afwisselen. Een gelijkvormig poortje bevindt zich eveneens aan den tegenoverliggenden gevel, doch is onder een dikke pleisterlaag bedekt en smakeloos bont gekleurd.
LINKS: TOREN VAN DE KERK TE HUIZUM. (FR.) RECHTS: TOREN VAN DE KERK TE NOORDLAREN. (GR.)
In hoofdvorm zijn de oude Groningsche en Friesche torens vrijwel gelijk; behoudens enkele uitzonderingen worden zij door een zadeldak gedekt. Doch in onderdeelen vertoonen zij groote verscheidenheid. Soms zijn zij geheel vlak, doch ook niet zelden met nissen, pilasters, rondboogjes of rondboogfriesjes geleed. Op het dak verheft zich gewoonlijk een windvaan, die bij de kerk te Noordlaren tot een sierlijk smeedwerk is ontwikkeld. Bij uitzondering is hier geen haan-, doch een paardmotief als windwijzer toegepast. Het torentje van de kerk te Huizum is iets fijner van teekening; gelukkig is het gespaard gebleven voor de smakelooze bepleistering, waarmede niet in vorige eeuwen, doch eerst voor weinige jaren, dit kerkje is bedekt.
INTERIEUR VAN DE KERK TE HOUTUMHUIZEN. (FR.)
De oudste vorm van overwelving der Groningsche en Friesche dorpskerken was, nà het tongewelf, het koepelgewelf, door zware gordelbogen gescheiden. Een mooi voorbeeld hiervan levert het vrij goed bewaard gebleven kerkje te Houtumhuizen, in het noorden van Friesland. Merkwaardiger wijze zijn de steunpunten der gewelven hier binnen de ruimte gebracht, zoodat de muren grootendeels ontlast werden van den druk van het gewelf. De zware, spitsboogvormige gordelbogen, eertijds in zichtbaren baksteen, doch nu evenals het geheele interieur gewit, beginnen laag bij den grond, zoodat de ruimte min of meer gedrukt voorkomt, wat echter aan den gunstigen totaal indruk geen afbreuk doet. Tusschen deze gordelbogen zijn de koepelgewelven geslagen. Het koor is van zijn oorspronkelijke overwelving beroofd en is thans met een houten zoldering afgedekt.
LINKS: DETAIL VAN HET KOOR VAN DE KERK TE WEIDUM. (FR.) RECHTS: DETAIL VAN HET KOOR VAN DE KERK TE JORWERD. (FR.)
Om de groote moeilijkheden te ontgaan, die aan een pannenbedekking op een rond koor verbonden zijn, werd het bovengedeelte van de koornis dikwijls den vorm van een veelhoek gegeven, zoodat een pyrimidaal dak ontstond, 't welk zonder bezwaar met pannen kan worden gedekt. Door deze samenvoeging van cirkel en veelhoek, ontstonden overkragingen, die bij het koor van de kerken te Weidum en Jorwerd aardig zijn opgelost. Bij het eerste door een geleidelijke overkraging, bij het tweede door een zandsteenen dekplaat, waaronder een gebeeldhouwd draagsteentje.
TOREN VAN DE KERK TE JORWERD. (FR.)
Een der fraaiste torens in de Noordelijke provincie is die van de kerk te Jorwerd, welke zich hoog verheft boven de boomen, die het oude gebouw omgeven, zoodoende reeds van verre het dorp aanduidende. Deze toren, eenvoudig van hoofdlijnen en met den gewonen zadeldakvorm afgedekt, is tendeele uitgevoerd van tufsteen, tendeele van gelen en rooden baksteen. Hij is rijk bewerkt met boogfriesjes en nissen, die gevuld zijn met vlechtingen van frisch rooden en gelen steen. In de gekoppelde rondboog galmgaten staan krachtige zuiltjes van rooden zandsteen. Een klein, typisch poortje geeft toegang tot de torenruimte.
TOREN VAN DE KERK TE SURHUIZUM (FR.).
Niet alle Groningsche en Friesche torens zijn met een zadeldak gedekt; er zijn er ook, die door een spits worden bekroond die soms geheel in baksteen is uitgevoerd, zooals die van den vrijstaanden toren te Surhuizum. Het kerkgebouw zelf, slechts door een gang met den toren verbonden, werd volgens een opschrift in 1617 herbouwd en is van minder beteekenis. De toren is echter een waardevol monument, mede, omdat dergelijke torens in ons land vrij zeldzaam zijn. Hij maakt een zeer krachtigen, stabielen indruk door de zware dubbele steunberen op de hoeken, die naar boven sterk in voorsprong afnemen en zich daarom zoo goed bij de lijnen van de spits aansluiten. Deze spits, achthoekig in doorsnede, ontwikkelt zich uit vier topgevels, waarvan nog twee met nissen zijn versierd. Zij werd in 1877 vernieuwd.
INTERIEUR VAN DE KERK TE AUGUSTINUSGA (FR.).
Even ten noorden van Surhuizum ligt het dorp Augustinusga, dat een kerkgebouw bezit met een zeer fraai overwelfd interieur, zeer goed van verhouding en mooi van lijnen. Het kerkplan bestaat uit vijf velden, die door kruisgewelven worden overdekt. De gordelbogen en ribben dezer gewelven zijn spitsboogvormig en eenvoudig geprofileerd. Zij rusten op laag geplaatste eenvoudige kraagsteenen en zijn in eertijds zichtbaren baksteen uitgevoerd. In deze kerkruimte staat een rijk versierde preekstoel, mooie banken en hangen drie zeer fraaie koperen kronen van het gewelf af. Bovendien zijn op de banken kleine koperen kandelaars geplaatst, die echter evenmin als de kronen worden gebruikt, omdat de kaarsverlichting voor petroleumverlichting heeft moeten plaats maken.
POORTJES VAN DE KERK TE FINKUM (FR.).
Terzijde van den grooten rijweg, die van Leeuwarden noordwaarts voert naar de plaatsen aan de zeekust, ligt zeer eenzaam het kleine dorpje Finkum, wiens vervallen kerkgebouwtje twee mooie poortjes bezit. Een dezer is dichtgemetseld en heeft daardoor, alsmede door de ophooging van het omringende kerkhof, wel iets in aanzien verloren. De segmentvormige ingang en de drie bovenlichtjes, zijn met een schuinen kant bewerkt en worden omgeven door een rechthoekige omlijsting met een groot holprofiel. Het spitsboogvormig omzoomde poortje aan den tegenoverleggenden noordgevel, dat nog dienst doet, is iets rijker behandeld. De deuropening wordt door een dubbel hol omgeven, terwijl het bovennisje een nog fijnere geleding heeft. Door deze profileering, uit de hand gemaakt, en daardoor van levendige werking, heeft dit poortje groote fijnheid verkregen.
GEVELFRAGMENT VAN DE KERK TE WEIDUM (FR.).
Fraaier en sierlijker nog dan de poortjes van de kerk te Finkum, is dat van de kerk te Weidum. Hoewel eenigszins willekeurig tusschen de Romaansche rondboognissen geplaatst, is dat Gothische poortje toch een waardevol architectonisch onderdeel. Zeer sierlijk wordt de deuringang met hol- en kraalprofielen omgeven, waarvan de buitenste tot een spitsboog zijn verhoogd, een bovenveld omvattende, dat met een klein nisje en klaverbladvormige vulling, van decoratieve werking is. Ook dit gevelfragment, uit Romaansche en Gothische motieven opgebouwd, doet zien, welk een groote technische en artistieke vaardigheid in den baksteenbouw de middeleeuwsche bouwmeesters dezer gewesten hebben bereikt.
INHOUDSOPGAVE VAN DE AFBEELDINGEN
ALPHABETISCH GERANGSCHIKT VOLGENS DE PLAATSNAMEN