Onze oude dorpskerken: Tachtig schetsen van dorpskerken in Nederland
Part 3
Geervliet, waarschijnlijk een der oudste en aanzienlijkste Heerlijkheden van Holland, eertijds zelfs ommuurd, doch thans slechts een klein dorp, bezit een kruiskerk, die door haar grooten omvang getuigt van de welvaart, waarin deze plaats zich weleer mocht verheugen. Doch nu is die luister verbleekt, en het trotsche kerkgebouw in verval geraakt; vensters zijn dichtgemetseld, het koor door een schot afgesloten en de toren verminkt. Blijkbaar heeft ook de groote brand, die in 1743 Geervliet verwoestte, de kerk niet gespaard. Althans de aansluiting van het kerkdak tegen den toren duidt op latere veranderingen, en kan oorspronkelijk door den bouwmeester moeilijk zoo zijn bedoeld. Voorzoover de toren niet onder een pleisterlaag is bedekt, doet hij een rijke architectuur zien, in baksteen met bergsteen uitgevoerd. Aardig, gemoedelijk is de kleine ingang, waartoe eenige treden, waarlangs een houten leuning, leiden.
KERK TE GIESSEN-OUDEKERK (Z.-H.).
De kerk te Giessen-Oudekerk is weinig belangrijk; in sommige gedeelten, zooals het met een plat afgedekt koor, bepaald leelijk. Doch de toren, ofschoon tendeele van zijn steunberen ontdaan en met een onvolledige bekroning, is een mooi voorbeeld van een eenvoudigen baksteenbouw. Zeer juist gevoeld worden de drie verdiepingen, waaruit de toren bestaat, naar boven verlaagd en verfijnd. Is de hooge onderbouw vlak en de middenbouw even met nissen versierd, het bovengedeelte is verlevendigd door dubbele galmgaten, geflankeerd door ondiepe nissen, alsmede door een sierlijk boogfriesje als afsluiting en tevens als voet voor de balustrade.
KERK TE GIESSEN-NIEUWKERK (Z.-H.).
Van de kerk te Giessen-Nieuwkerk is enkel oud de eenvoudige toren met spitsboogvormige, gekoppelde galmgaten en slanke spits, en het half achthoekige koor met zware steunberen en rijzige spitsboogvensters, die echter grootendeels zijn dichtgemetseld. Het schip is vernieuwd en blijkens de aansluiting met den toren, ook verhoogd. Doch deze vernieuwing is op een weinig aantrekkelijke wijze uitgevoerd; vooral aan de wegzijde vertoont dit gedeelte smakelooze details. Een schilderachtig hoekje vindt men echter aan de achterzijde van het kerkgebouw, waar tegen het koor een kleine aanbouw is gemaakt, die door een grasveld en moestuin wordt omgeven.
TOREN VAN DE KERK TE NIEUWERKERK (Z.-H.).
Al zijn de kerktorens in het midden van ons land doorgaans niet zoo groot en niet zoo rijk ontwikkeld als die in Noord-Brabant en Zeeland, het torentje van de kerk te Nieuwerkerk doet zien, dat een kleine, eenvoudige toren toch ook wel een kunstwerk kan zijn en tevens, dat men eveneens in die streken over groote vaardigheid en kunstzin had te beschikken. Deze toren, goed van verhouding, fraai van lijn en fijn van geleding, is geheel van baksteen opgetrokken met bescheiden toepassing van natuursteen. Hij bestaat uit een massieven onderbouw met drie verdiepingen, waarvan de eerste een dichtgemetseld drie-lichts venster te zien geeft, de tweede met nissen, voorzien van traceeringen, is versierd en de bovenste, als bekroning, is doorbroken met groote gekoppelde galmgaten, waarboven, onder de even overstekende leien spits, een fijn boogfriesje is aangebracht.
KERK TE HEENVLIET (Z.-H.).
Dat een kerkgebouw enkel door zijn groote lijnen mooi kan zijn, bewijst het simpele kerkje te Heenvliet, evenals Geervliet, een oud stadje, dat tot den rang van dorp is gedaald. Het is zeer schilderachtig gelegen op het kerkhof, even buiten de kom der gemeente. Hooge boomen omgeven grootendeels het gebouwtje, welks voorgevel met klimop is begroeid. Het bestaat uit een middenschip afgesloten door een veelhoekig koor, waarin sporen van traceeringen zichtbaar zijn en aan de noordzijde begrensd door een zijbeuk, die met het schip onder één dakschild is gebracht. Uit den sluitgevel rijst eenvoudig en natuurlijk een torentje met hooge spits omhoog, aldus karakter gevende aan het gebouw, maar tevens aantoonende op welk een weinig kostbare wijze een toren kan worden ontwikkeld, als de middelen voor een rijkeren bouw ontbreken.
KERK TE WOUBRUGGE (Z.-H.).
De kerkgebouwen, die na de reformatie voor den Hervormden eeredienst werden gesticht, wijken sterk af van de oudere kerkgebouwen. Een verdeeling in schip, beuken en koor is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor één centrale ruimte, zooals bij de kerk te Woubrugge, die in 1653 werd voltooid. Dit deftige gebouw, wiens plattegrond uit een samenvoeging van veelhoeken is ontstaan, is geheel in baksteen uitgevoerd. Op de hooge gevelmuren, waartegen steunberen zijn aangebracht, die met een holle lijn in het gevelvlak overgaan, rust een hoog leien dak, waaruit zich een twaalfzijdig klokketorentje met slanke spits ontwikkelt. Dit torentje is van hout, evenzoo de gootlijst, die van consoles is voorzien. Ofschoon de schoonheid van dit gebouw van anderen aard is als die van de Middeleeuwsche kerken, is het toch een waardevol monument, dat mede door zijn silhouet een zeer gunstigen indruk maakt.
KERK TE OUDSHOORN (Z.-H.).
De kerk te Oudshoorn uit 1665, welke, evenals die te 's Gravenland, door Stalpaert werd gebouwd, is vierkant van plattegrond met pijlers in de hoeken. Het uitwendige is ontwikkeld tot een kruiskerk met gelijke armen, waarvan de hoeken door lagere aanbouwen tot een kwadraat zijn uitgevuld. In de hoofdas van het gebouw, mooi gelegen in een bocht van de Oude Rijn, is een portaal voorgebouwd, dat met een fronton is bekroond. Evenals te Woubrugge zijn op de hoeken steunberen aangebracht, die hier met een gebogen lijn in pilasters overgaan. Op het kruis van het hooge leien dak verheft zich een sierlijk klokketorentje, dat het gebouw groote bekoring bijzet. In de kerk zijn fraai gebrandschilderde glazen uit 1670, die vòòr korten tijd werden hersteld.
KERK TE NEDERHORST-DEN-BERG (N.-H.).
Een kerkgebouw, dat vooral uitmunt door zijn schilderachtige ligging, is dat te Nederhorst-den-Berg. Deze kerk is gebouwd op een kleinen heuvel aan de buitenzijde van het dorp gelegen en door aardige dorpshuisjes omgeven. Bij de splitsing van den straatweg voert een breede, gemetselde trap naar het terras, dat met struiken en boomen is beplant. Te midden hiervan verheft zich het oude gebouw, geheel in natuursteen uitgevoerd, dat echter nog een zeer nieuwen indruk maakt en blijkbaar grondig is gerestaureerd. Het doet verschillende stijlvormen zien; het schip met rondboogramen, en de toren vertoonen Romaansche vormen; het koor, iets hooger dan het schip, behoort tot de Gothische stijl. Het is halftienhoekig afgesloten en heeft vrij zware steunberen en slanke spitsboogvensters.
KERK TE EGMOND OP DEN HOEF (N.-H.).
Het kerkgebouw te Egmond op den Hoef, dat eertijds behoorde bij het kasteel van de Heeren van Egmond, geeft den indruk, dat het in den loop der tijden belangrijk werd veranderd. Ter plaatse van een oude kapel, die in 1229 door Willem I, Heer van Egmond, was gesticht, werd door Jan van Egmond in 1430 een nieuwe kerk gebouwd, die met het kasteel in 1574 door Spaansche krijgslieden werd verwoest. In 1630 werd het gebouw hersteld en van een nieuw dak met klokketorentje voorzien. Door deze wijzigingen is niettemin een aardig geheel ontstaan, dat duidelijk doet zien, dat een gebouw schoon kan zijn zonder strenge stijleenheid. Het kerkje, sterk verweerd en ten deele met klimop begroeid, is zeer fraai gelegen op het kerkhof met aangrenzend plantsoen, temidden van hooge boomen. Vooral de achterzijde, met een uitbouw, die aan een dwarsschip herinnert, en het aardige torentje, is, behalve uit een architectonisch, ook uit een picturaal oogpunt zeer aantrekkelijk.
KERK TE BERGEN (N.-H.).
Van het trotsche kerkgebouw te Bergen, wiens hooge toren den zeelieden tot baken strekte, zijn slechts brokstukken overgebleven, die, over het groote grasveld verspreid en met klimop begroeid, door hun flinke details, alsmede door hun prachtig rooden baksteen, afgewisseld met natuursteen, doen vermoeden, dat het gebouw zeer groot en fraai moet zijn geweest. In 1574 geheel door brand vernield, werd in 1577 enkel het koor weer hersteld en toen met een sierlijk torentje voorzien, waarna het voor den kerkdienst der Hervormden in gebruik is genomen.
KERK TE OOSTHUIZEN (N.-H.).
De kerk te Oosthuizen uit 1518 heeft den vorm van een kruis met gelijke armen, waarvan één tot koor is ontwikkeld, dat thans door een houten schot is afgesloten. Op het kruis staat een opengewerkt zeskant torentje, dat in 1745 werd hersteld. Het gebouw is opgetrokken van warm-rooden baksteen, afgewisseld met geel-kleurigen zandsteen. De ramen en blindramen zijn met laat-Gothische traceeringen versierd. De kerk, met een tongewelf gedekt, bevat, behalve een barok grafmonument van Van Bredehoff uit 1721, een fraai hek met preekstoel en orgel uit 1521 en een portaal met rijk snijwerk uit 1648, doch alles met een dikke verflaag bedekt.
KERK TE WESTBROEK (U.).
Een dorpskerk van vrij groote afmetingen is de kerk te Westbroek, die sinds 1467 een kleine kapel vervangt. Aanvankelijk was het een parochiekerk, die behoorde onder het Aartsdiakenschap van de domkerk te Utrecht. Het gebouw bestaat uit een middenschip en twee zijbeuken, onder één groot dak, en een iets smaller, doch hooger half achthoekig afgesloten koor, waaraan een kleine kapel grenst, beide uit later tijd dan het schip. De zijbeuken, die langs den toren zijn verlengd, hebben slechts kleine vensters; die van het koor zijn groot en rijzig, geprofileerd en met blokken natuursteen omzoomd. Het middenschip is door een heel, de zijbeuken door een half spitsboogtongewelf overdekt. Schip en beuken zijn gescheiden door zware kolommen, waarop spitsbogen door zware balken verankerd.
INTERIEUR VAN DE KAPEL IN DE KERK TE WESTBROEK (U.).
Aan de zuidzijde van het koor der kerk te Westbroek grenst een kleine kapel, slechts 3,5 Meter breed, die een mooi voorbeeld doet zien van overwelving, zooals in vele onzer middeleeuwsche kerken, voornamelijk voor het koor, werd toegepast. Het schip en de zijbeuken bleven bij vele kerkgebouwen in deze streken onoverwelfd, eensdeels wegens gebrek aan middelen, anderdeels uit vrees voor zettingen van het gebouw, wat op onzen slappen bodem geenszins was uitgesloten. De ribben dezer gewelven, gewoonlijk van geprofileerden natuursteen, ontspringen zooals ook in deze kapel dikwijls op gebeeldhouwde draagsteenen. De velden tusschen deze constructieve ribben worden dan met bolvormige baksteen gewelfjes gesloten.
TOREN VAN DE KERK TE LOENEN (U.).
Eenige dorpskerken in de provincie Utrecht hebben een hoogen toren, die veel verwantschap vertoont met den Domtoren in de stad Utrecht. Ook deze torens bestaan volgens middeleeuwschen aard uit verschillende, naar boven in breedte afnemende, verdiepingen als teerlingen opeengestapeld. Zoo ook de toren te Loenen, die met zijn vele slanke nissen, waarin traceeringen, en rijke afwisseling van bak- en natuursteen, een zeer decoratieven indruk maakt. Op den rechthoekigen onderbouw, waartegen een achtkant traptorentje is uitgebouwd, verheft zich een smallere bovenbouw met lichte steunberen op de hoeken. In 1714 werd de toren door den bliksem getroffen en de spits vernield. Door bijdragen van de ingezetenen werd deze echter spoedig hersteld; waarschijnlijk zullen toen ook de Renaissance balustraden aangebracht zijn op den omgang en aan den voet van het dak.
KERK TE SOEST (U.).
Zeer veel overeenkomst met den toren van de kerk te Loenen, bezit die van de eenschepige kerk te Soest, die vóór eenige jaren werd gerestaureerd. Evenwel is deze toren veel strenger van lijn en vertoont hij ook niet die levendige afwisseling van baksteen met natuursteen. Natuursteen werd enkel gebruikt voor constructieve onderdeelen, traceeringen en eenige blokken op de hoeken. Aan beide zijden van den drie verdiepingen hoogen toren is een achthoekig traptorentje aangebouwd, dat tot de eerste verdieping reikt.
TOREN VAN DE KERK TE HOUTEN (U.).
De geheel bepleisterde kerk te Houten bezit een hoogen toren, waarvan wel is waar vele details eveneens door bepleistering zijn verminkt, doch die niettemin nog een goeden totaal indruk maakt. Bovendien is de ligging, aan de bocht van den weg en tusschen hooge boomen en eenvoudige dorpshuizen, zeer eigenaardig. Het onderste gedeelte van den toren is van tufsteen; de beide bovenste verdiepingen van baksteen afgewisseld met banden. De overhoeks geplaatste steunberen eindigen in fialen, die de spits omgeven.
KERK TE VREELAND (U.).
Het kerkje te Vreeland, zoo simpel in verhouding tot haar trotsche buurvrouw te Loenen, aan de overzijde van de Vecht, draagt de sporen van verbouwingen en vergrootingen. Vooral de schilderachtige noordzijde duidt sterk daarop. Het vierkante koor, naar den weg gekeerd, schijnt het oudst, en is van zeer grooten steen opgetrokken in zeer eenvoudige vormen. Iets rijker is het schip bewerkt, dat om den toren heen grijpt. De spitsboogramen hierin geplaatst, zijn met profielsteen omgeven; bij enkele vindt men nog sporen van traceeringen, die in baksteen waren uitgevoerd.
KERK TE BLAUWKAPEL (U.).
In een der forten om de stad Utrecht ligt het kleine dorp Blauwkapel, dat uit slechts weinige huizen en een bijzonder klein kerkje bestaat. Dit gebouwtje, veilig verscholen achter deze hooge verdedigingswerken, geeft, ondanks zijn kleine afmetingen, een volledige kruiskerk met koor te zien. Tegen het schip, met een houten tongewelf afgedekt, is een torentje gebouwd, wiens kleine spits zich nauwelijks boven de wallen verheft. Het ondergedeelte van de muren is gepleisterd, overigens zijn zij uitgevoerd in groot formaat baksteen, mooi van kleur.
KERK TE KERKWIJK (GELD.).
In de Bommelerwaard vindt men verscheidene aardige, oude dorpskerken, waarvan de kerk te Kerkwijk wel de oudste is, althans het schip, dat, geheel van tufsteen, misschien reeds in de 11e eeuw werd gebouwd en Romaansche vormen vertoont. De muren zijn versierd met lisenen, door rondbogen verbonden, doch hebben veel geleden door het inbreken van groote ramen ter vervanging van de oorspronkelijk veel kleinere, en door het aanbrengen van baksteenen steunbeertjes. Het koor, iets smaller en hooger dan het schip, is, evenals de toren, in baksteen uitgevoerd en van iets later tijd. De toren uit de 13e eeuw heeft vroeg-Gothische vormen, doch is zeer gehavend. Tegen den toren is een traptoren aangebouwd, die van onder rond en van boven veelhoekig is. Het interieur is thans weinig belangrijk meer, wegens ondergane verbouwing, waarbij het koor en schip tot een geheel zijn gebracht en de zware houten trekbalken met karbeels, door dunne ijzeren stangen zijn vervangen.
KERK TE RHEDEN (GELD.).
Evenals het schip van de kerk te Kerkwijk behoort de tufsteentoren van de kerk te Rheden tot de weinige overblijfselen der Romaansche kunst in ons land. De majestueuze 12e eeuwsche toren is zeer eenvoudig behandeld, doch daardoor juist van groote werking; vlakke blindbogen versieren den stoeren romp, die door een eenvoudige spits wordt bekroond. Het Gothische kerkgebouw zelf, is niet geheel in overeenstemming met den toren, die eertijds bij een lageren bouw schijnt te hebben behoord. Het schip der kerk verheft zich even boven de zijbeuken, zonder dat echter de basiliekale vorm is bereikt. Het koor is voorzien van slanke vensters, met laat-Gothische traceeringen, en iets hooger dan het schip.
KERK TE RESSEN (GELD.).
Het kleine kerkje te Ressen heeft eveneens een Romaanschen tufsteentoren, waarvan echter het bovengedeelte in baksteen is vernieuwd, terwijl ook de minder fraaie achthoekige toren van later tijd is. De toren is door boogfriesjes in verdiepingen verdeeld; in de bovenste zijn galmgaten, waarin vroeger zuiltjes hebben gestaan. Tegen den krachtigen toren staat een klein schip, door rondboogramen verlicht, waarbij zich een veelhoekig Gothisch koor met zware steunberen aansluit. Schip en koor, alsmede het ondergedeelte van den toren, zijn gepleisterd en gewit boven een zwart geteerd plint.
KERK TE BEMMEL (GELD.).
In Bemmel, een dorp nabij Ressen, ligt onder aan den rivierdijk, grootendeels achter huizen en boomen verscholen, een geheel gewit kerkgebouw, eveneens met een eenvoudigen Romaanschen tufsteentoren uit het begin der 13e eeuw. Deze toren vertoont zeer veel overeenkomst met dien van het naburige Ressen. Ook hier zijn rondboogjes toegepast; alleen het bovengedeelte is iets afwijkend, doordat van iedere zijde twee gekoppelde galmgaten zijn aangebracht. Ook zijn hierin de zuiltjes nog aanwezig, die te Ressen ontbreken.
KERK TE KERKDRIEL (GELD.).
Hoewel niet zoo oud als de kerk te Kerkwijk, kan de kerk te Kerkdriel, eveneens in de Bommelerwaard, mede tot de oudste kerkgebouwen gerekend worden, tenminste wat den toren betreft, die uit omstreeks 1300 dagteekent. De kerk zelf is uit de 15e eeuw. Deze toren, geheel van baksteen opgetrokken, is met blindbogen versierd en wordt door een hooge spits bekroond. Aan de zuidzijde van den toren is een vierkante traptoren uitgebouwd. Het ruime schip is met de zijbeuken onder één dak gebracht. De zijbeuken zijn langs den toren doorgetrokken en schuin afgesloten. Ze zijn opgetrokken van baksteen met ruime toepassing van natuursteen, welk materiaal ook aan de tranceptgevels is verwerkt, doch overigens spaarzaam werd aangewend. De ligging van het gebouw, te midden van hooge boomen en dichte struiken, is ook zeer mooi, doch het buiten dienst gestelde dwarsschip en koor, waarin gewelfschilderingen zijn ontdekt, is zeer verwaarloosd.
KERK TE BRAKEL (GELD.).
Een zeer mooi voorbeeld van een drieschepige dorpskerk is de kerk te Brakel, een type ongeveer als te Kerkdriel, doch zonder kruisbeuk. Ook hier worden middenschip en zijbeuken door één hoog dak overhuifd, dat vrij laag bij den grond begint, waardoor het gebouw zoo goed harmonieert met de lage dorpshuisjes. De rondboogvensters in de zijbeuken, waarvan nog gedeelten van tufsteen zijn, werden later ingebroken ter vervanging van oorspronkelijk kleinere ramen. Het koor, ter breedte en hoogte van het middenschip, heeft spitsboogvensters en is half tienhoekig afgesloten. Ook zeer fraai is de toren, die in drie verdiepingen is verdeeld, welke naar boven lager en smaller worden; aan de noordzijde is een veelhoekig traptorentje uitgebouwd.
INTERIEUR VAN DE KERK TE BRAKEL (GELD.).
Doen de nieuwe vensters in de zijbeuken van de kerk te Brakel reeds een verbouwing vermoeden, ook het interieur der kerk duidt op een wijziging van den oorspronkelijken toestand. Vooral het plafond met de zware trekbalken met karbeels, schijnt te zijn veranderd. Niettemin maakt deze ruimte, met haar aardige doorkijkjes en van gebrandschilderde glazen voorziene koor, waarin de preekstoel is geplaatst, nog een gunstigen, vriendelijken indruk.
KERK TE HEDEL. (GELD.)
Het lage kerkgebouw der Hervormde gemeente te Hedel, aan den rand van het dorp gelegen, heeft een zelden voorkomend kerkplan, dat toch voor den Hervormden eeredienst zeer geschikt lijkt, omdat alle kerkbezoekers onbelemmerd den predikant kunnen zien. Het gebouw, dat den vorm heeft van een T, schijnt te zijn gebouwd op de grondslagen van een groote, 15e eeuwsche kruiskerk, waarvan echter slechts een gedeelte werd benut. Op het dak verheft zich boven den zuidelijken ingang een slank torentje, dat aanvankelijk op het kruis stond, doch in het begin der 19e eeuw werd afgebroken en verplaatst.
KERK TE BRUCHEM. (GELD.)
Een duidelijk bewijs, dat verschillende stijlvormen zich goed kunnen samenpassen, en het geen vereischte is, dat toevoegingen moeten worden uitgevoerd in de stijl van het gebouw, levert het kerkje te Bruchem, eveneens in de Bommelerwaard, waarin verschillende stijlelementen zijn vereenigd. Het oorspronkelijk 15e eeuwsche kerkgebouw werd in de 17e eeuw verbouwd. In de 18e eeuw werd er een portaal aan toegevoegd. Later werd het gebouw geheel gepleisterd en gewit, wat wel niet kan worden geprezen, doch wat toch wel aardig doet tegen den achtergrond van groen.
KERK TE GELDERMALSEN. (GELD.)
Van de dorpskerken in de Tielerwaard is het kerkgebouw te Geldermalsen wel het belangrijkste. Gelegen aan den hoofdweg op een naar de Linge afhellend terrein, maakt het gebouw, vooral van de noordzijde, een gunstigen indruk door zijn krachtige massawerking. Het hooge pannendak van het schip, dat doorgetrokken is over de zijbeuk, waarmede de kerk aan deze zijde is vergroot, de zware toren met lage spits, en het rijzige koor met kleinen uitbouw, zij vormen samen een mooi geheel. In onderdeelen is het gebouw echter teleurstellend. Behalve de zuidgevel van het schip en een gedeelte van het koor, dat in mooi rooden baksteen prijkt, is alles grauw gepleisterd, gedeeltelijk vlak, gedeeltelijk ruw behandeld.
KERK TE PERSINGEN. (GELD.)
Ten Oosten van Nijmegen, links van den straatweg naar Beek, ligt het gehucht Persingen, eertijds een welvarend dorp, doch thans slechts bestaande uit een paar boerenhuizen en een kleine kerk. Doch dit oude kerkje, reeds lang aan den dienst onttrokken, is van groote kunstwaarde en moet tot de mooiste dorpskerkjes in ons land worden gerekend. Het is geheel in baksteen uitgevoerd, die echter overblijfselen van een latere overpleistering doet zien, zelfs de afdekkingen van de zware steunberen, die het gebouwtje omgeven, zijn gemetseld. Ook het inwendige verraadt de bekwame hand van den metselaar; het is overwelfd met Gothische kruisgewelven, die laag bij den grond beginnen.
KERK TE PERSINGEN. (GELD.)
Het fijn gevoel van den bouwmeester dezer bescheiden dorpskerk komt vooral tot uiting aan den toren, die wat rijker is behandeld dan het schip en het koor. Deze toren, zeer goed van verhouding, is met nissen en tandlijstjes versierd. De slanke galmgaten in het bovengedeelte zijn echter dicht gemetseld, toen het gebouw zijn bestemming had verloren. Ook de vensters van het schip en koor zijn grootendeels dichtgemetseld of met houten ramen gedicht. In den laatsten tijd heeft het gebouw eenige herstellingen ondergaan, die evenwel tot het beslist noodige zijn beperkt, zoodat het karakter van het gebouw niet is aangetast en ook geen afbreuk werd gedaan aan het schilderachtig cachet.
KERK TE WESTERVOORT. (GELD.)
Als zoovele oude kerken dagteekent het dorpskerkje te Westervoort bij Arnhem, uit verschillende perioden. Blijkens het gebruik van tufsteen voor het schip, mag dit tot het oudste gedeelte van den bouw gerekend worden. Verder is het kerkgebouw in baksteen uitgevoerd, zoo ook de zware toren, waaraan vroeg-Gothische vormen zichtbaar zijn. Deze is blijkbaar verhoogd, waarschijnlijk in verband met een verbouwing van het schip. Aan de zuidzijde van den toren is een halfrond traptorentje uitgebouwd, dat tot halverhoogte reikt. Het half achthoekige koor, ook bij dezen bouw van jonger datum, had slanke spitsboogvensters, die gedeeltelijk zijn dicht gemetseld, gedeeltelijk door houten ramen vervangen.
KERK TE BARNEVELD. (GELD.)
De middeleeuwsche kerken zijn dikwijls zoodanig ingebouwd, dat zij slechts gedeeltelijk zijn te overzien. Daarop waren zij echter berekend, zooals blijkt bij vele Gothische stadskerken, die soms, door nauwe straatjes zijn omgeven. Zij zijn dan als 't ware tot één geheel gegroeid met de omringende huizen, waarvan zij niet, dan ten koste hunner schoonheid zijn te ontdoen, zooals de vrijlegging van den Keulschen dom heeft bewezen. Zoo wordt ook de kerk te Barneveld, een dorp dat veel van een stadje heeft, vooral aan de zuidzijde nauw ingesloten. Dit gebouw, zoo bekend door den stouten daad van Jan van Schaffelaar, was oorspronkelijk een kruiskerk, wat sommige scheef geplaatste steunberen nog verraden. Door toevoeging van twee zijschepen, die even hoog zijn als het middenschip, werd de kerkruimte aanmerkelijk vergroot en ontstond een soort halle-kerk, die in ons land vrij zeldzaam is.
TOREN VAN DE KERK TE DENEKAMP. (O.)