Ontwerp van wet tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee met toelichtende memorie

Part 2

Chapter 23,405 wordsPublic domain

De ingestelde berekeningen toonen echter aan, dat ook onder die omstandigheden de waterstand van het IJsselmeer nog belangrijk zal blijven beneden de laagwaterstanden die thans bij menigen stormvloed in den open zeeboezem voorkomen, zoodat de afwatering op de Zuiderzee, ook al ondervindt die dan tijdelijk bezwaar, toch niet in die mate en zoo langdurig zal worden belemmerd als thans menigmaal het geval is.

Ofschoon bij uitvoering van de vier door de Staatscommissie aangegeven inpolderingen de oppervlakte van het IJsselmeer van 360.000 H.A. tot 145.000 H.A. zal worden teruggebracht, en dan een gelijk waterbezwaar op den zooveel kleineren boezem een sterker rijzing zal veroorzaken, zoodat onder ongunstige omstandigheden hoogere waterstanden op het IJsselmeer te verwachten zijn dan zonder inpoldering zullen voorkomen, zoo zal toch, naar de Staatscommissie aantoonde, ook dan nog eene verbetering worden verkregen in vergelijking met de thans voorkomende hooge waterstanden, terwijl in normale omstandigheden de verbetering van de waterloozing, door het constante lage peil verkregen, even groot zal zijn als zonder inpoldering.

De afsluiting der Zuiderzee zal dus over het algemeen eene belangrijke verbetering ten gevolge hebben van de waterloozing op het afgesloten gedeelte.

Hierdoor worden verschillende voordeelen verkregen:

Vooreerst wordt eene betere afwatering verzekerd aan de polders en uiterwaarden langs het benedengedeelte van den IJssel, alwaar de lagere waterstanden van het IJsselmeer hun invloed nog zullen doen gevoelen, en aan de kleine rivieren en boezems die thans op de open zee loozen, als Schermerboezem, de Vechtboezem in Utrecht en Noordholland, de Eem, het Zwartewater met de Overijsselsche Vecht, de Sallandsche Weteringen en het Meppelerdiep, de boezem van het waterschap Vollenhove en de Linde.

De loozing van deze wateren is thans verre van voldoende, en onderscheidene, deels zeer kostbare, plannen tot verbetering zijn ontworpen, die nog niet tot uitvoering kwamen.

Sommige van die ontworpen werken zullen bij afsluiting van de Zuiderzee onnoodig worden, andere kunnen met minder kosten tot uitvoering worden gebracht. De afsluiting van de Zuiderzee vertegenwoordigt dus eene belangrijke _besparing_ op deze, zeker eenmaal noodige, werken.

Eene jaarlijksche besparing zal voorts door de afsluiting worden verkregen op de kosten van waterloozing der boezems en polders, die door stoombemaling op de Zuiderzee en op de daarmede gemeen liggende wateren loozen, als het Noordzeekanaal, de polders Mastenbroek, Oosterwolde, Arkenheem, enz., doordat de stoomgemalen, in plaats van op den afwisselenden Zuiderzeestand, op een meer standvastigen lageren waterstand zullen kunnen uitslaan.

Een dergelijk voordeel zal ook kunnen verkregen worden ten aanzien van Frieslands boezem. Onder de middelen om de schadelijke hooge waterstanden op dien boezem te voorkomen, komt ook in aanmerking de invoering eener stoombemaling, waartoe o. a. aan de zuidkust eenige stoomgemalen zouden zijn te stichten. Indien deze stoomgemalen in plaats van op de open Zuiderzee op het IJsselmeer kunnen uitslaan, zal het vereischte stoomvermogen, en zullen dus ook de bemalingskosten, belangrijk kleiner kunnen zijn.

c. _de waterkeering._

Door het leggen van den afsluitdijk wordt de tegen de zee te verdedigen kustlengte van 320 K.M. teruggebracht tot ongeveer 40 K.M., zijnde de lengte van den afsluitdijk met de noordkust van Wieringen.

Stormvloeden uit de Noordzee, die thans het Zuiderzeewater tot eene groote hoogte opzetten, kunnen na de afsluiting op het IJsselmeer hun invloed niet anders doen gelden, dan door gedurende enkele tijen de loozing te Wieringen te beletten.

De opwaaiing door den wind blijft echter ook op den afgesloten waterplas mogelijk; evenwel zal, doordat de gemiddelde hoogte van den waterspiegel steeds veel lager zal zijn dan thans gewoonlijk bij stormweder het geval is, het opgewaaide water langs de kust ook een veel geringere hoogte bereiken.

Dit geldt zoowel de afgesloten Zuiderzee zonder inpoldering, als het IJsselmeer, dat na uitvoering van de door de Staatscommissie aangegeven inpolderingen overblijft.

De thans langs de Zuiderzee aanwezige bedijkingen behoeven dus na de afsluiting slechts als binnendijken te worden onderhouden, voorzoover zij aan het IJsselmeer blijven liggen, terwijl die welke achter de bedijking van een der inpolderingen vallen, niet meer dan slaperdijken zullen zijn, en als zoodanig behouden kunnen worden.

Ook de dijken langs den Beneden-IJssel tot Wijhe zullen door de afsluiting worden ontlast, daar de hooge waterstanden, die op dat deel der rivier thans voorkomen indien de afvoer van hoog opperwater samenvalt met de opzetting van de Zuiderzee door stormvloed, in het vervolg worden voorkomen.

Op het onderhoud van de dijken en zeeweringen zal dus eene aanzienlijke besparing worden verkregen.

Voorts zal, in verband met de geringere hoogte, die de waterspiegel ook onder de ongunstigste omstandigheden zal verkrijgen, belangrijk worden bespaard op het onderhoud van de zee- en havenwerken langs de afgesloten Zuiderzee en op de eilanden Schokland, Urk en Marken.

De jaarlijksche besparing, die op deze wijze zal worden verkregen, is niet met juistheid te berekenen, doch zal zeker ver overtreffen, het bedrag der onderhoudskosten van den nieuwen afsluitdijk, met inbegrip van de werken op Wieringen en het kanaal Harlingen-Piaam, die door de Staatscommissie op ruim f90.000 's jaars werden geraamd.

Daarbij komt nog dat de waterkeeringen langs de Zuiderzee thans lang niet overal in een voldoenden toestand verkeeren, en dat bij stormvloed op verschillende plaatsen door overstrooming schade wordt geleden ten gevolge van het ontbreken eener behoorlijke waterkeering, o. a. langs de Eem, in den omtrek van Kampen en langs het Zwarte Water tot boven Zwolle.

Verschillende werken tot verbetering der waterkeering zijn dan ook ontworpen, welke bij afsluiting van de Zuiderzee kunnen worden gemist, zooals de bedijking van Dronthen, de watervrijmaking van Zwolle en omstreken en de verbetering van de bedijking langs de Eem. Ook door het onnoodig worden van deze werken zal de afsluiting eene besparing vertegenwoordigen.

Het grootste voordeel van de afsluiting ten aanzien van de waterkeering echter, hoewel de waarde daarvan niet onder cijfers is te brengen, is gelegen in de _meerdere veiligheid_ bij stormvloeden van de om de Zuiderzee gelegen landstreek.

Hoewel de zeeweringen langs de Zuiderzee in de latere jaren belangrijk versterkt zijn geworden, en doorbraken als in 1825, en hoewel van minder omvang o. a. nog in 1877 plaats hadden, thans minder te vreezen zijn, zoo behooren dergelijke rampen ook thans nog geenszins tot de onmogelijkheden.

Na de afsluiting zal elk gevaar in dat opzicht kunnen geacht worden te zijn buitengesloten.

Ook zullen dan de geregeld terugkeerende overstroomingen van de niet of niet voldoende bedijkte oeverlanden langs de Zuiderzee, den IJssel en het Zwarte Water, die herhaaldelijk groote schade hebben veroorzaakt, tot de geschiedenis gaan behooren.

d. _de scheepvaart._

In verband met de blijvende verlaging, die de waterspiegel der Zuiderzee bij afsluiting zal ondergaan, zullen de binnen den afsluitdijk vallende havens, ook die welke later achter de inpolderingen vallen, zoodanig moeten worden verdiept, dat daarin onder het peil van het IJsselmeer dezelfde diepte wordt aangetroffen als thans bij dagelijksch hoog water aanwezig is. De kosten van deze verdieping zijn in de begrooting van de afsluiting opgenomen.

Daarmede zal echter een voordeel voor de scheepvaart worden verkregen, daar de genoemde Zuiderzeehavens na de uitdieping, in plaats van alleen met hoogwater gelijk thans, ten alle tijde eene voor de scheepvaart bruikbare diepte zullen aanbieden, en dus ophouden tijhavens te zijn.

In verband met de afsluiting en de verlaging van den waterspiegel wordt een afdoende verbetering van het Zwolsche Diep noodig, waarvan de kosten, tot een bedrag van ruim 3.5 millioen gulden, in de begrooting van de afsluiting moeten worden opgenomen. Maar daarvoor wordt dan ook een veel verder strekkende verbetering verkregen dan reeds in 1878 voor dien waterweg was ontworpen, en zal aan alle bezwaren dienaangaande voor goed een einde worden gemaakt.

Een algemeen voordeel voor de scheepvaart is verder gelegen in de meerdere veiligheid van de vaart bij den meer standvastigen waterstand, die na de afsluiting is te wachten.

e. _het landverkeer._

Het landverkeer zal door de afsluiting worden gebaat door de gelegenheid, die wordt geopend voor den aanleg van een weg over den afsluitdijk, alsmede voor eene rechtstreeksche spoorwegverbinding tusschen Friesland en Noordholland, waardoor de afstand langs den spoorweg tusschen Leeuwarden en Amsterdam met 56 K.M. zal worden verkort.

De spoorweg zal een plaats kunnen vinden op den berm van den afsluitdijk en zal, daar hierdoor de uitgaven voor onteigening en voor den aanleg eener aarden baan bespaard worden, met belangrijk minder kosten kunnen worden aangelegd dan andere spoorwegen.

* * * * *

Uit het bovenstaande blijkt duidelijk dat de afsluiting van de Zuiderzee, zooals zij thans is ontworpen, belangrijke wijzigingen zal brengen in den toestand van de omliggende gewesten, dat is van niet minder dan vijf provinciën, wijzigingen zóó veelomvattend en ingrijpend als nog bij geen enkel tot dusver uitgevoerd openbaar werk, ook niet bij de verlegging van den Maasmond, het geval is geweest.

Met recht mag dan ook hier van eene geheele herziening van den waterstaatkundigen toestand van Nederland worden besproken.

Dat de wijzigingen vele voordeelen voor de betrokken streken zullen opleveren, is in het bovenstaande mede aangetoond. Het lijdt dus geen twijfel of de afsluiting van de Zuiderzee op zich zelf, ook zonder daaraan de droogmaking van eenig deel van de afgesloten wateroppervlakte te verbinden, is een werk van _openbaar nut_, en het zou zeker wenschelijk zijn haar in het algemeen belang als een op zich zelf staand werk te ondernemen, indien althans kon worden aangenomen, dat de waarde der bovenbedoelde voordeelen opweegt tegen de kosten van het werk.

Ten einde omtrent dit laatste punt een oordeel te kunnen vestigen is het noodig die kosten na te gaan. Alvorens dit echter te doen moet nog de aandacht worden gevestigd op verschillende voorzieningen, die in verband met de afsluiting moeten worden genomen en waarmede bij de raming van kosten rekening dient te worden gehouden.

_Voorziening in de belangen der waterkeering._

Hoewel langs de Friesche en Noordhollandsche kusten benoorden den afsluitdijk geene verhooging van de stormvloedhoogten, als gevolg van de afsluiting, is te verwachten, zoo werd toch door de Staatscommissie eenige verhooging van den Frieschen zeedijk benoorden Piaam en van den Balgdijk in Noordholland, ter geruststelling van belanghebbenden, wenschelijk geacht.

Deze verhooging is in het plan opgenomen.

_Voorziening in de belangen der waterloozing._

De belangen van den IJssel zullen door de afsluiting van de Zuiderzee niet worden geschaad, terwijl, zooals in het bovenstaande is aangetoond, die afsluiting van gunstigen invloed zal zijn op de afwatering van de op den afgesloten waterplas loozende rivieren, boezems en polders. Werken tot voorziening in de belangen dier afwatering worden dus, als gevolg van de afsluiting, niet vereischt.

_Voorziening in de belangen der scheepvaart._

Op de diephouding van de haven het Nieuwediep zal de afsluiting van de Zuiderzee geen nadeeligen invloed uitoefenen, aangezien de afsluitdijk blijft bezuiden de zuidelijke grens der kom, waarvan het water bij eb dient tot spuiing van de haven. Evenmin is van de afsluiting een overwegende invloed op den toestand van het Heldersche Zeegat, het Vlie en den toegang tot de haven van Harlingen te wachten.

Tot behoud van de scheepvaartgemeenschap van Harlingen, Terschelling en Vlieland met het bezuiden de afsluiting vallend deel der Zuiderzee is een kanaal ontworpen van Harlingen langs de binnenzijde van den Frieschen zeedijk tot even ten zuiden van den afsluitdijk, en aldaar bij Piaam uitmondende in de afgesloten Zuiderzee.

Bij Piaam zal in dit kanaal een schutsluis worden gebouwd en zal een haven worden gemaakt, die aan een voldoende diep gedeelte van het IJsselmeer komt te liggen.

Verder zal in de scheepvaartgemeenschap tusschen de beide deelen der Zuiderzee, die door den afsluitdijk gescheiden worden, moeten worden voorzien door middel van Wieringen te bouwen schutsluizen. Behalve een sluis voor de gewone vaart is aldaar een kleinere schutsluis voor visschersschepen ontworpen.

In het voorgaande is reeds vermeld dat, in verband met de afsluiting, verbetering van het Zwolsche diep en verdieping van de binnen de afsluitdijk vallende Zuiderzeehavens noodig zal zijn.

Op al deze werken moet in de begrooting worden gerekend.

_Voorziening in de belangen der visscherij._

De ontzilting van den afgesloten waterplas, die spoedig op de afsluiting zal volgen, heeft ten gevolge dat de op de Zuiderzee uitgeoefende visscherij als zoodanig te niet gaat. Wat zal gedaan moeten worden om het nadeel, dat de Zuiderzeevisschers hierdoor zullen lijden, te vergoeden, zal hierachter nader worden uiteengezet.

Op deze plaats behoeft slechts te worden vermeld dat de Staatscommissie voor de voorziening in de visscherijbelangen heeft uitgetrokken een som van 4.5 millioen gulden, met welk bedrag de begrooting van de afsluiting dus moet worden bezwaard.

Het voordeel dat uit de zoetwatervisscherij op het IJsselmeer kan worden getrokken, en dat tegenover deze uitgaaf zou kunnen worden gesteld, is voorzichtigheidshalve niet in rekening gebracht.

_Voorziening in de belangen der defensie._

De defensiebelangen zullen door de afsluiting in menig opzicht zeer worden bevorderd.

De met de afsluiting gepaard gaande spoorwegverbinding zal de mobilisatie en de concentratie van het leger vereenvoudigen, terwijl meer zekerheid zal worden verkregen, dat die handelingen onder alle omstandigheden ongestoord zullen kunnen verloopen.

Ook zal de afsluitdijk het ons veel gemakkelijker maken het meesterschap te water op het toekomstige IJsselmeer te handhaven, dan thans op de Zuiderzee, mits vijandelijke gepantserde schepen geen gelegenheid vinden om hetzij door het kanaal Harlingen-Piaam, hetzij door de sluizen op Wieringen, in het IJsselmeer te komen.

Daar aan de sluizen op Wieringen en te Piaam eene breedte zal worden gegeven van hoogstens 10 M., wordt de bedoelde gelegenheid evenwel voldoende afgesloten.

Aan de andere zijde echter zal de afsluitdijk een nieuw accès tot Noordholland vormen, dat moet worden verdedigd.

De afsluitdijk met de sluizen maken het mogelijk, den waterstand op het IJsselmeer binnen zekere grenzen te beheerschen. Dit is, weliswaar, voor ons van veel nut met het oog op de militaire inundatiën, maar kan omgekeerd in dit opzicht ook den aanvaller dienstig zijn. De sluizen zullen dus zoowel tegen aanvallen van de land- als van de zeezijde verdedigd moeten worden en wel op zoodanige wijze, dat niet alleen den vijand het gebruik daarvan ontzegd, maar dat gebruik ook ons gewaarborgd worde.

De afsluitdijk zal wellicht verbetering ten gevolge hebben van de vaarwaters, welke uit de Vliegaten toegang verleenen tot den Texelstroom.

Terwijl tot nu toe de groote schepen, die in de Vliegaten kunnen binnenloopen, slechts door de moeilijk bevaarbare Doove Balg in den Texelstroom kunnen komen, om de stelling van den Helder om de noordoost te naderen, zal na de voltooiing van den afsluitdijk, die toegang mogelijk door verbetering van vaarwaters gemakkelijker worden en dus een aanval op de Stelling Helder van die zijde meer te vreezen zijn, vooral wanneer er zich vaarwaters vormen of verbeteren, waar onze lichte vaartuigen en torpedobooten den vijand niet in flank en rug kunnen bestoken, zooals nu in de Doove Balg het geval is.

Dientengevolge zullen òf in de genoemde Stelling, òf tot afsluiting der Vliegaten, meer of minder belangrijke voorzieningen noodig blijken.

In het algemeen zal het dus noodig zijn om de inrichting der defensie in overeenstemming te brengen met de door de afsluiting gewijzigde geographische en waterstaatstoestanden.

In verband hiermede werd door de Staatscommissie een bedrag van 10 millioen gulden noodig geacht voor vermeerdering en verbetering van materieel der zeemacht en der doode weermiddelen van de landmacht, daaronder begrepen de hulpmiddelen voor onderwaterzetting in verband met de ontworpen inpoldering.

De Regeering meent dit op eene globale raming berustende bedrag voorloopig te moeten aanhouden. Zij stelt zich daarbij op het standpunt dat, hetgeen in voldoening van de wet van 18 April 1874 (_Staatsblad_ no. 64) reeds is tot stand gebracht, op de eenvoudigste en minst kostbare wijze in overeenstemming moet worden gebracht met de door de afsluiting en droogmaking gewijzigde toestanden.

Van het bedrag van 10 millioen gulden wordt 8 millioen gerekend noodig te zijn in verband met de afsluiting en 2 millioen in verband met de droogmaking van den zuidwestelijken polder.

_Voorziening in de belangen der waterverversching van Amsterdam._

Door de verlaging van den waterspiegel der afgesloten Zuiderzee, zal de tegenwoordige wijze van verversching der grachten van Amsterdam, waarbij te Zeeburg bij vloed Zuiderzeewater wordt ingelaten dat weder op het Noordzeekanaal wordt geloosd, niet kunnen worden gehandhaafd.

Door het ter verversching noodige Zuiderzeewater op te pompen, kan hieraan worden tegemoet gekomen. Een post om de daarvoor noodige uitgaven te bestrijden dient daarom in de begrooting van de afsluiting te worden opgenomen.

_Kosten van de afsluiting._

De kosten van den afsluitdijk en van de daarmede in onmiddellijk verband staande werken zijn begroot als volgt:

=================================================================== Uit te voeren werken. |Bedrag voor de|Gezamenlijk |werken noodig.| bedrag. ------------------------------------------------------------------- _a._ Afsluitdijk | f 28130000 | | | _b._ Werken op Wieringen. | » 8000000 | | | _c._ Kanaal Harlingen-Piaam met inbegrip| | der verhooging van Friesland's | | zeedijk tusschen Piaam en Zurig | » 2585000 | | | _d._ Verhooging van den Balgdijk en | | verbetering van havens langs de | | Zuiderzee | » 600000 | | | _e._ Onvoorziene werken in verband met | | de afsluiting en ter afronding | » 1485000 | | | Te zamen |--------------| f 40800000 | |

Als noodzakelijk met de afsluiting samenhangende uitgaven zijn voorts te beschouwen:

Benoodigd bedrag. De verbetering van het Zwolsche Diep f 3564000 De voorziening in de belangen der visscherij » 4500000 » » » » » » defensie » 8000000 » » » » » » waterverversching van Amsterdam, en ter afronding » 236000 ------------ te zamen f 16300000

Met inbegrip van deze uitgaven bedragen dus de kosten van de afsluiting der Zuiderzee ruim _57 millioen gulden_.

_Financiëele beschouwing._

Wordt nu de uitgaaf van 57 millioen gulden opgewogen door de waarde van de door de afsluiting te verkrijgen voordeelen?

Het is zeer bezwaarlijk op deze vraag een beslist antwoord te geven.

Is het reeds bijna onmogelijk om van de besparing op de kosten van waterkeering en waterloozing eene eenigszins vertrouwbare raming te geven, de indirecte voordeelen van de afsluiting zijn stellig niet met eenige juistheid onder cijfers te brengen. Op welke waarde is bijv. te schatten de voorziening van Friesland en Noordholland met zoetwater, de meerdere veiligheid bij stormvloed voor de kustprovinciën, de veiliger scheepvaart en de kortere spoorwegverbinding?

De ondergeteekenden zullen niet beproeven op deze vragen een antwoord te geven. Alleen moeten zij er op wijzen dat de waarde der genoemde voordeelen niet moet worden onderschat.

Alleen het genot van een zoetwaterboezem voor de waterverversching van Friesland en Noordholland werd bij een door den Nationalen Zuiderzeebond gehouden navraag geschat op eene waarde van f680.000 's jaars, en wel op grond van door verschillende belanghebbenden verstrekte mededeelingen, waaruit bleek dat de meerdere opbrengst van het grasland, als een gevolg van de waterverversching, werd geraamd op f10 per H.A. voor Noordholland en f6 per H.A. voor Friesland. Een meerdere opbrengst van f680000 per jaar nu vertegenwoordigt bij een rentevoet van 3,5 pct. reeds een kapitaal van 19,5 millioen gulden.

Dit cijfer wordt slechts genoemd om eenig denkbeeld te geven van de waarde, die door goed ingelichte personen aan sommige indirecte voordeelen wordt toegekend, geenszins om het genoemde bedrag in mindering van de kosten der afsluiting te willen brengen.

Hoe dit echter ook zij, en al zou ten opzichte van de afsluiting der Zuiderzee, die toch stellig als een werk van openbaar nut kan worden beschouwd, hetzelfde standpunt mogen worden ingenomen, waarop men zich tot dusver bij den aanleg van alle groote openbare werken, als de aanleg der Staatsspoorwegen en van het Merwedekanaal, de verbetering van den Rotterdamschen Waterweg en de verlegging van den Maasmond, heeft gesteld, dat namelijk daarbij niet mag worden geëischt, dat de van die werken te verwachten voordeelen vooraf in geldswaarde moeten zijn uit te drukken, om tegenover de kosten te worden gesteld, de ondergeteekenden zijn toch van oordeel, dat er met het oog op de voordeelen van de afsluiting alléén geen voldoende aanleiding zou bestaan om de uitvoering van dit werk op zich zelf voor te stellen.

Zij sluiten zich hiermede aan bij de zoowel door de Zuiderzeevereeniging als door de Staatscommissie uitgesproken meening: »dat de voordeelen van den afsluitdijk niet van dien aard zijn, dat het wenschelijk zou wezen om alleen met het oog daarop, geheel afgescheiden van eene latere droogmaking, de afsluiting ten uitvoer te leggen."

#De droogmaking.#

Anders wordt evenwel de rekening, indien de afsluiting van de Zuiderzee wordt verbonden met de _droogmaking_ van een deel der afgesloten watervlakte.

De droogmaking toch is, vooral wanneer zij onder beschutting van den afsluitdijk op minder kostbare wijze kan worden tot stand gebracht, een _productief_ werk, waarvan met stelligheid kan worden verwacht dat de rechtstreeksche voordeelen de uitgaven zullen overtreffen.

Wordt derhalve de droog te maken oppervlakte groot genoeg gekozen, dan zal het op de droogmaking te verkrijgen overschot in elk geval kunnen opwegen tegen het nadeelige saldo, dat op de kosten van de afsluiting zal overblijven, indien de voordeelen van deze laatste minder hoog worden geschat dan de voor het werk geraamde uitgaaf.

_Ontwerp van de Zuiderzeevereeniging._

De Zuiderzeevereeniging heeft er uit den aard der zaak naar gestreefd om het ontwerp voor de droogmaking zoodanig in te richten, dat zooveel grond zou worden drooggelegd als met het oog op de hoedanigheid van den bodem en op de bij het behoud van een IJsselmeer betrokken belangen mogelijk scheen.