Ons Heerlijk Vaderland (deel 2 van 4) Boven en beneden den Moerdijk
Chapter 37
Landschapskarakter van Walcheren.--Vluchtheuvels--Karakter der bewoners van Walcheren.--Kleeding op Walcheren.--Oude gewoonten en spelen.--Liedjesdag--Zaaddorschen.--Dorschdagen.
_Middelburg._ Geschiedenis van den bodem.--Opkomst en ontwikkeling der stad.--Bloei der stad.--Havens.--Achteruitgang en stadskarakter.--De Markt te Middelburg.--Het stadhuis.--Oudheden.--Luifelhuizen.--De Abdij te Middelburg.--Gebouwen der Abdij.--Gobelins.--Muntplein.--Nieuwe Kerk.--Geschiedenis der Nieuwe Kerk.--Gedenkteeken in de Nieuwe Kerk.--Adrianus Junius.--Zacharias Janse.--Munt.--Lange Jan.--St. Jorisdoelen.--Balansplein.--Antieke gebouwen.--Het Zeeuwsch Genootschap.--Buitenkant van Middelburg.--_Naar Veere_. Een doode stad.--Het oude Veere.--Maria van Reigersbergen.--Groote Kerk.--Stadhuis.--Kampeersche toren.--Oude gebouwen.--_Arnemuiden_. De plaats en de Arnemuidenaars.--Vrouwen van Arnemuiden.--Leuren.--Zeekraal zoeken.
_Vlissingen._ Opkomst van Vlissingen.--Haven van Vlissingen.--Stadsbeeld.--M. A. de Ruyter.--Herinneringen. Elizabeth Wolff.--Bellamy.--De Ruyter.--Badhuis.--Aan zee.--Uitzichten.--_Over het eiland Walcheren_. West-Souburg.--Marnix van St. Aldegonde.--Naar Koudekerke.--Huis ter Hooge.--Biggerskerke.--Zoutelande.--Boudewijnskerke.--Westka pelle.--Bewoners.--De dijk bij Westkapelle.--Duinweg.--Grijpskerke.--Vroegere buitens.--Serooskerke.--Naar Oostkapelle.--Overduin.--Kasteel Westhoven.--Herinneringen.--De Manteling.--Domburg.--Geschiedenis van Domburg.--Badplaats.--Duin en zee.--Smeltvisschen.--In zee dragen.--Spelen aan zee.--Afscheid van Walcheren.
DOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN 301
Op de Wester-Schelde.--Karakter van Zeeuwsch-Vlaanderen.--De volkstaal in Zeeuwsch-Vlaanderen.--Geschiedenis van den bodem.--Oude toestand en geschiedenis van den bodem.--Landaanwinst in Vlaanderen.--Het graafschap Vlaanderen.--Staats-Vlaanderen.--Staats-Vlaanderen bij het Noorden.--Handel en bedrijf in Oud-Vlaanderen.--Brugge.--Scheiding van Vlaanderen.--Vreemdelingen in het land.--Salzburgers in Vlaanderen.--Breskens.--Groede.--Land-van-Kadzand.--Retranchement.--Sluis.--Kasteel van Sluis.--Het stadhuis van Sluis.--Achteruitgang der stad.--St. Anna-ter-Muiden.--Aardenburg.--Elias Beekman.--Reinaert de Vos.--Oostburg.--IJzendijke.--Schoondijke.--Biervliet.--Kleeding in het Land-van-Kadzand.--Philippine.--Land-van-Axel.--Kleeding in het Land-van-Axel.--Het Hulsterland.--Sas-van-Gent.--Ter-Neuzen.--Hulst.
_NOORD-BRABANT._
ALGEMEEN BEELD 329
Verhouding van Noord-Brabant tot Holland.--Het Brabantsche landschap en zijn bewoners.--Bodemgesteldheid.--Geschiedenis van den bodem.--De riviertjes en nederzettingen.--Brabantsch landschapsschoon.--Eenvoudige landhuishoudkunde.--Boerenwoningen.--Grondbezit.--Economische toestanden.--Van huisindustrie tot fabrieksnijverheid.--Ontstaan en karakter der nederzettingen.--Het land van kloosters en kasteelen.--Het oude Brabant.--Ontwikkeling der provincie.--Bevolking.--Dialecten.--Volkskarakter.--De Brabantsche kar.--Trouw aan den Staat.--Gehechtheid aan Oranje.
DOOR NOORD-BRABANT 345
_Bergen-Op-Zoom._ Eerste nederzetting.--St. Geertruidsbron.--Opkomst van Bergen-op-Zoom.--De vesting.--Stadskarakter.--Schouw.--Hervormde kerk.--Markiezenhof.--Gevangenpoort.
_Door het westen van Noord-Brabant en naar Breda._ In het westen van Noord-Brabant.--Willemsstad.--Zevenbergschenhoek.--Wouw.--Ka steel van Wouw.--Wouwsche Plantage.--Rosendaal.--Ligging en opkomst.--Oudenbosch.--Rozenkweekerij.--Instituut St. Louis.--Hoeven.--Etten.--Leur.--Het Liesbosch.
BREDA EN OMSTREKEN 359
_Het Liesbosch en Prinsenhage._ Het Liesbosch.--Prinsenhage.
_De Stad Breda._ Karakter van Breda.--Geschiedenis van Het Valkenberg.--Het kasteel.--Verrassing van Breda met het turfschip.--De Groote kerk.--Muurschilderingen.--Graftombe in de kerk.--Ontdekt grafmonument.--De toren der kerk.--Groote markt.--Stadskarakter.--Karnaval.--Generaal Van Ham.
_Naar Oosterhout._ Het speelhuis.--Naar Oosterhout.--Oosterhout.--Het Brabantsche meisje.--Achter de Slotjes.--Het klooster St. Catharinadal.--Ruïne van Strijen.
_Naar Ginneken en het Mastbosch._--Naar Ginneken.--Ginneken.--Kerk.--Legende van de Duivelsbrug.--Bouvigne.--De Duivelsbrug.--Het Mastbosch.--In het Mastbosch.
(Dit deel werd afgesloten in april 1904.)
AANTEEKENINGEN
[1] Tegenwoordig vindt men naast dit gebouw een huis, waarin de eigenlijke kantoren van Delfland gevestigd zijn.
[2] Wij volgen hier Jhr. B. W. F. v. Riemsdijk, Historische beschrijving van het Klooster Sinte Agatha, met het Prinsenhof te Delft.
[3] In den toren wijst men nog het kamertje, waar Balthasar Gerards gevangen gezet werd na zijn moord.
[4] Wij laten hier een volledig overzicht volgen van de vorsten en vorstinnen uit het Huis van Oranje-Nassau, in dezen grafkelder bijgezet:
Overleden. Bijgezet. 1. Prins Willem I 10 Juli 1584. 4 Aug. 1584. 2. Louisa de Coligny, gemalin van Willem I 9 Oct. 1620. 24 Mei 1621. 3. Prins Maurits 23 April 1625. 25 Sept. 1625. 4. Elizabeth, dochter van Prins Frederik Hendrik 4 Aug. 1630. 18 Aug. 1630. 5. Hendrik Lodewijk, zoon v. Prins Frederik Hendrik 29 Dec. 1630. 6. Elizabeth, echtgenoote van Henri de la Tour d'Auvergne, Hertog v. Bouillon 17 Mei 1642. 17 Juni 1642. 7. Prins Frederik Hendrik 14 Maart 1647. 10 Mei 1647. 8. Catharina Belgica, dochter van Prins Willem I 12 April 1648. 5 Mei 1648. 9. Prins Willem II 6 Nov. 1650. 8 Maart 1651. 10. Amalia van Solms, gemalin van Prins Frederik Hendrik 8 Aug. 1675. 21 Dec. 1675. 11. Eerstgeboren dochter van Prins Willem IV 19 Dec. 1736. 22 Dec. 1736. 12. Prins Willem IV 22 Oct. 1751. 4 Febr. 1752. 13. Anna, gemalin van Prins Willem IV 12 Jan. 1759. 23 Febr. 1759. 14. Georg Willem Belgicus, oudste zoon van Carel Christiaan, Vorst van Nassau-Weilburg 27 Mei 1762. 1 Juni 1762. 15. Een doodgeboren kind van den Vorst van Nassau-Weilburg 15 Oct. 1767. 24 Oct. 1767. 16. Eerstgeboren zoon van Prins Willem V 23 Maart 1769. 28 Maart 1769. 17. Willem Frederik George, zoon van Prins Willem V 6 Jan. 1799. 3 Juli 1896. 18. Frederica Louisa Wilhelmina, gemalin van den Erfprins van Brunswijk-Wolfenbuttel 15 Oct. 1819. 26 Oct. 1819. 19. Frederika Sophia Wilhelmina, gemalin van Prins Willem V 9 Juni 1820. 27 Nov. 1822. 20. Willem Alexander Ernest Casimir, zoon van Koning Willem II 22 Oct. 1822. 10 Mei 1840. 21. Willem Frederik Nicolaas Karel, oudste zoon van Prins Willem Frederik Karel 1 Nov. 1834. 5 Nov. 1834. 22. Frederica Louisa Wilhelmina, gemalin van Koning Willem I 12 Oct. 1837. 26 Oct. 1837. 23. Koning Willem I 12 Dec. 1843. 2 Jan. 1844. 24. Willem Frederik Nicolaas Albert, zoon van Prins Willem Frederik Karel 23 Jan. 1846. 28 Jan. 1846. 25. Willem Alexander Frederik Constantijn Nikolaas Michiel, zoon van Koning Willem II 20 Febr. 1848. 21 April 1848. 26. Koning Willem II 17 Maart 1849. 4 April 1849. 27. Willem Frederik Maurits Alexander Hendrik Karel, oudste zoon van Koning Willem III 4 Juni 1850. 10 Juni 1850. 28. Anna Paulowna, gemalin van Koning Willem II 1 Maart 1865. 17 Maart 1865. 29. Louisa Augusta Wilhelmina Amalia, gemalin van Prins Willem Frederik Karel 6 Dec. 1870. 21 Dec. 1870. 30. Amalia Maria da Gloria Augusta, gemalin van Prins Willem Frederik Hendrik 1 Mei 1872. 17 Mei 1872. 34. Sophia Frederica Mathilda, eerste gemalin van Koning Willem III 3 Juni 1877. 20 Juni 1877. 32. Willem Frederik Hendrik, zoon van Koning Willem II 14 Jan. 1879. 25 Jan. 1879. 33. Willem Nicolaas Alexander Frederik Carel Hendrik, zoon van Willem II 11 Juni 1879. 26 Juni 1879. 34. Willem Frederik Karel, zoon van Koning Willem I 8 Sept. 1881. 23 Sept. 1881. 35. Willem Alexander Karel Hendrik Frederik, zoon van Koning Willem III 21 Juni 1884. 17 Juli 1884. 36. Koning Willem III 23 Nov. 1890. 4 Dec. 1890.
[5] Dit gedicht luidt aldus:
Hugoni Grotio Sacrum. Prodigium Europae, docti Stupor unicus orbis, Naturae augustum se superantis opus Ingenii coelestis Apex, virtutis Imago, Celsius humana conditione Decus, Cui peperit Libani lectas de vertice cedros Defensus verae religionis honor, Quem lauru Mavors, Pallas decoravit oliva, Quum bello et paci publica jura daret; Quem Thamesis batavae Miraclum et Sequana terrae Vidit, et adservit Suenonis aula sibi; GROTIUS hic situs est. Tumulo discedite, quos non Musarum et patriae fervidus urit amor.
De dichterlijke vertaling van deze Latijnsche verzen, door P. G. Witsen Geysbeek, luidt als volgt:
Gewijd aan Hugo De Groot, Het Wonder van Europe, als wijze al d' aard ten zegen; 't Gewrocht, waarin natuur zichzelf veredeld heeft; 't Vernuft, als beeld der deugd, tot 's hemels top gestegen; 't Sieraad, dat 's menschen stand zeer verr' te boven streeft; Dien de achtbre Godsdienst als verdediger waardeerde, En cedren toereikte, op den Libanon gehaald; Dien Mars met lauwren, met olijven Pallas eerde, Toen hij het regt van vrede en oorlog had bepaald: In wien de Seine en Theems het wonder der Bataven Aanschouwen: 't hof ten dienst van Zwedens rijksvorstin: Ontwijk' dit lijkgesteent': De Groot ligt hier begraven, Gij, die niet gloeit van zucht naar kunde en vrijheidsmin.
[6] Geestgronden.
[7] Westerbaen, in 1599 in Den Haag geboren; hij studeerde voor dokter, huwde met Anna Weytsen, de weduwe van Reinier van Groeneveld, Oldenbarnevelts zoon, en vestigde zich later op het landgoed Ockenburgh bij Loosduinen, dat hij door zijn rijmkunst verheerlijkte.
[8] Zeker moet hieronder de tegenwoordige Lee verstaan worden, welke door de Lier loopt, zoodat Naaldwijk aan een watertje zal gelegen hebben, hetwelk in de Maas uitmondde.
[9] Zie over deze geschiedenis der droogmakerijen nader H. Blink, Geschiedenis van den landbouw in Nederland I en II.
[10] Het spreekwoord luidde in de 16e en 17e eeuw "zoo oud als de weg": later werd er bijgevoegd: "van Rome", "van Kralingen" enz., als om het denkbeeld van oudheid, reeds in het eerste gelegen, maar niet in 't oogvallend, te versterken. (Stoett. Spreekwoorden.)
[11] Een overlevering fabelt, dat twee zusters de beide kerken in het oude Sliedrecht zouden hebben gebouwd, waarvan de eene prachtig, de andere zeer eenvoudig was. Zij, die de prachtige kerk had gebouwd, spotte in ijdele trotschheid met de kerk harer zuster. De laatste ontstemde dit zeer en met een ernstig gezicht voegde zij haar zuster profetisch tegen: "Mijn kerk zal staan, en uw kerk zal vergaan". Die profetie werd vervuld door den watervloed van 1421, zegt de overlevering verder, die gaarne ijdele trotschheid met de noodige straffen kastijdt. Niet onwaarschijnlijk is aan het vergaan van een der kerken bij genoemden vloed de legende vastgeknoopt, zooals de zucht des volks, om de zaken met elkander in verband te brengen, dit gaarne doet.
[12] De bijnaam de Sterke werd aan dezen heer van Arkel gegeven wegens zijn buitengewone kracht. Men verhaalt van hem, dat hij, te paard gezeten, zijn arm om een balk slaande het paard tusschen zijn knieën kon oplichten.
[13] Dit slot in de Zwijndrechtsche waard werd in 1824 gesloopt.
[14] Men zie hierover het belangrijke werkje van Mr. Overvoorde: Oude gebouwen te Dordrecht, uitgegeven door de Vereeniging tot instandhouding van Oude Gebouwen in Dordrecht 1900.--Aan de bereidwilligheid dezer Vereeniging danken wij het gebruik der plaatjes op pag. 148 en 161.
[15] Hier volgt ter vergelijking een opgave van de tijden, waarin verschillende oude kerken in Nederland zijn gebouwd.
De Domkerk te Utrecht bestond vóór 1015, doch aan den toren zou men in 1320 begonnen zijn te bouwen. De Pieter- en Pauluskerk te Leiden dagteekent van omstreeks 1180; de Groote Kerk te Breda is waarschijnlijk in het begin der 13e eeuw gebouwd; de Oude Kerk en toren te Delft zijn van ±1240-1289 gebouwd; de Groote Kerk en toren te Gouda zijn tusschen 1210 en 1250 tot stand gekomen; de Stevenskerk en toren te Nijmegen zijn in 1254 begonnen, in 1273 voltooid; de Hooglandsche Kerk te Leiden is in 1280 begonnen, in 1315 voltooid; de Groote Kerk te 's-Hertogenbosch, begonnen 1280; Nieuwe Kerk te Delft, begonnen 1384, voltooid 1476; de Groote Kerk en toren in Den Haag, waarschijnlijk in de laatste helft der 14e eeuw begonnen, werden in het begin der 15e eeuw voltooid; de Groote Kerk te Rotterdam, in 1412 aangevangen, is omstreeks 1512 voltooid; de toren werd in 1449 begonnen en in 1646 voltooid.
[16] Aan deze vormingsgeschiedenis des bodems heeft het eilandengebied een der oudste takken van nijverheid in deze gewesten te danken. In deze kustlanden werd het zout tot de 15e eeuw veelal verkregen, door dat oude, met zout doortrokken veen uit te graven en te verbranden, waardoor in de asch het zout overbleef. Men noemde deze nijverheid het "selbarnen" of "zoutbranden". Wanneer men hiermede aanving, valt niet te zeggen: volgens enkele schrijvers was het onder de Frankische koningen al sterk in zwang; in de 13e eeuw was de zouthandel daardoor een belangrijke handel voor de Zeeuwsche steden. Zieriksee zou zijn opkomst aan het zoutbranden te danken hebben. Ook op Tolen, Zuid-Beveland en elders was het zoutbranden van groote beteekenis. Op de plaatsen, waar de zoutbranderij gedreven werd, zag men nog lang de heuvels van zelkasch, uit de overgebleven asch gevormd, waarmede men geen weg wist, en tot belten bijeengebracht. Thans zijn die meest alle verdwenen; omdat de asch voor de glasblazerij nuttig bleek, werden zij met voordeel afgegeven. Ook te Enkhuizen en in Friesland, op de Sleeswijksche eilanden en elders had het zoutbranden vroeger plaats.
De landvernieling, die dit veengraven, om er zout van te branden, ten gevolge had, wekte in het deltaland steeds meer bezorgdheid. Men vreesde in de middeleeuwen, toen de rijzende waterstand het gevaar nog verhoogde, voor den ondergang des lands. Daarom werd in de 15e eeuw het darinkdelven (derrie of darink is de naam van het lage veen) herhaaldelijk bij plakkaten beperkt en in 1515 door Karel V geheel verboden. Daar in dien tijd grof zout door den handel uit Spanje werd aangevoerd, was het zoutbranden ook niet zoo noodig meer, om het gewenschte produkt te verkrijgen.
[17] Sebastiaan de Lange, van ter Veer.
[18] Ewout Pietersz. Worst.
[19] Lodewijk Boisot.
[20] Adriaan Willemsz.
[21] Jan en Joost de Moor.
[22] Lieven Jansz. Kaersemaker.
[23] Pieter Haeck, baljuw van Middelburg.
[24] Geslacht der Evertsens.
[25] Joost en Adriaan Bankert.
[26] Veere is in de laatste jaren iets vooruitgegaan. In 1890 telde de gemeente 175 huizen, waarvan 26 onbewoond; in 1900: 204 huizen, waarvan 3 onbewoond.
[27] Museum Catsianum.
[28] Het ontstaan der gemeentelijke bezittingen en van de gemeenschappelijke gronden in het algemeen vindt men uitvoeriger uiteengezet in H. Blink, Geschiedenis van den boerenstand en den landbouw in Nederland.