Ons Heerlijk Vaderland (deel 2 van 4) Boven en beneden den Moerdijk

Chapter 36

Chapter 363,451 wordsPublic domain

In Oosterhout vindt men een bekend en goed ingericht hôtel, de "Koppelpaarden", met een flinken, fraai aangelegden tuin, waar des zomers velen zich tijdelijk vestigen, om er te genieten van de rustige, landelijke natuur der omstreken. Hier vertoefde ook Z. M. Koning Willem III in de moeielijke tijden van 1870 een achttal dagen, om buiten het hof en de staatsdrukte rust te vinden in het schoon dezer streek. In de nabijheid vond men voor enkele jaren nog het "Hôtel Hildebrand", waar Keetje van der Made, "het Brabantsche meisje", woonde, door Beets geteekend in zijn Camera Obscura. Beets bezocht Keetje nog op haar 88sten jaardag in 1886 (6 Juli) en bood haar ter herinnering daaraan een pracht-exemplaar van zijn Camera aan, met een opschrift, door Hildebrand onderteekend, dat door de familie als een waardig aandenken bewaard wordt.

Wanneer wij van de Markt een straat naar het zuiden inslaan, komen wij bij de Slotjes, een stadsgedeelte, dat gewoonlijk "Achter de Slotjes" genoemd wordt, doch officieel de Ridderstraat heet. Villa's in prachtig geboomte omringen aan die zijde de plaats met een heerlijke natuur. Langs het bevallige Vredeoord, vroeger een kostschool, thans de verblijfplaats van een 40-tal uit Frankrijk verdreven religieusen van de Benedictijner orde, komen wij aan het oude Norbertijnerklooster St. Catharinadal. Dit klooster is het oudste klooster van Nederland, dat ruim 7 eeuwen heeft bestaan, zij het niet altijd op dezelfde plaats. Oorspronkelijk was het gesticht te Vroenhoven onder Rozendaal in 1268; het verkreeg, toen de kerk in 1270 aan de H. Catharina werd toegewijd, den naam St. Catharinadal. Door overstrooming in 1288 werd het klooster zoodanig aangetast, dat de vrome zusters het gebouw moesten verlaten. Zij vonden een schuilplaats bij Roso van Gaveren, Heer van Liedekerke en Breda, die vergunning schonk, even buiten deze stad een klooster te bouwen. Dit klooster, dat bij uitbreiding der veste binnen de stad kwam te liggen, werd door de heeren van Breda, voornamelijk door die uit het doorluchtig huis van Nassau, met vele rechten en voorrechten begunstigd, en aanzienlijke jonkvrouwen der eerste geslachten vestigden zich in dit klooster. Graaf Jan van Nassau onderhield eenige jaren het klooster geheel voor eigen kosten en zag zelf de rekeningen na, om te weten, of het den geestelijken zusters ook aan iets ontbrak. Hij liet onderscheidene straten en stegen bij het klooster verleggen, om het gerucht der wereld zoo ver mogelijk van de muren der stilte verwijderd te houden, en vele rijke geschenken stond hij het klooster toe.

De beeldenstorm van 23 Aug. 1566 te Breda bracht ook dit klooster groote nadeelen toe. Prins Willem I nam nu het klooster, dat de gunst bezat van zijn geslacht, onder zijn bijzondere hoede, beveiligde de nonnen voor verderen overlast en beval zijn rentmeester, de goederen van dit klooster te beschermen. Toen Frederik Hendrik in 1637 Breda veroverd had, nam hij bij bijzonderen brief, als heer van Breda, het klooster met zijn bewoners in bijzondere bescherming. Toen hij in 1646 besloot, een illustre school te Breda op te richten, wist hij met den Proost van het klooster een overeenkomst te sluiten, waarbij de kloostergebouwen daarvoor werden afgestaan, terwijl het klooster zou worden overgebracht naar Oosterhout, waar de kloosterlingen vrij en naar hun regel, onder de voortdurende bescherming van het huis van Nassau, zouden leven, hoewel zij altijd een toevluchtsoord te Breda behielden in tijden van nood. Te Oosterhout werd een erf gekocht en aldaar het tegenwoordige klooster gebouwd, dat evenwel in den loop der tijden gewijzigd is.

De latere vorsten hebben die bescherming steeds gehandhaafd. In 1672 moest het klooster bij de komst der Franschen tijdelijk ontruimd worden; de zusters vonden een toevlucht te Breda, doch in 1680 keerden zij weder naar Oosterhout terug. Zelfs in de jaren 1795 en 1810 werd de rust der vrouwen van dit klooster niet gestoord en zoo bleef het bestaan tot den huidigen dag.

Op eenige minuten ten N. van Oosterhout, ten O. van den weg naar de haven, vindt men een ruïne, bestaande uit twee afgebrokkelde muren, die samen een hoek vormen, waarschijnlijk het ondergedeelte van een toren, nog met venster- en schietgaten. De toegang tot dit muurwerk, zoo schilderachtig gelegen tusschen hoog geboomte en kreupelhout, is thans afgesloten, om het tegen baldadige verwoesting te beschermen. Een steen met het opschrift:

"Het huis te Striene of Strijen is in 1290 door Willem van Strijen gesticht, in 1325 door Willem van Duivenvoorde herbouwd; het was in de XVIIe eeuw vervallen en werd in 1714 en 1753 grootendeels gesloopt".

wijst in korte woorden de geschiedenis aan van dit slot. Het oude Huis van Strijen, ook wel het "Kasteel van Oosterhout" genoemd, was opgetrokken uit steenen van de grootste soort, zeer sterk door hoog opgebouwde muren en torens, omringd met wallen en voerde den titel van "hooge heerlijkheid". Willem van Duivenvoorde had bij het huis een schoone diergaarde aangelegd, ongeveer 1900 meter lang; later verviel dit park en in de plaats daarvan vond men later een bosch. Het bosch, waarin het kasteel stond en dat nog lang om de ruïne gevonden werd, was bekend als "het Slotbosch", "het Rutselbosch", "het Schotverenbosch" en "het Schapenbosch". Thans zijn ook de bosschen geheel verdwenen en staat de ruïne eenzaam en verlaten.

Op den terugweg van Oosterhout naar Breda maken wij gebruik van den stoomtram, omdat de weg door bosschen, duinen en bouwlanden verder weinig belangrijks te zien geeft.

IV. NAAR GINNEKEN EN HET MASTBOSCH.

Wij bevinden ons weder in Breda, maar zullen in de stad niet langer vertoeven. De paardentram voert ons op gemakkelijke wijze naar Ginneken. Deze weg heeft zijn landelijkheid bijna geheel verloren en is een schier aaneengebouwde straat van villatjes en nette huizen geworden. Zoo bereiken wij het dorp Ginneken, hoofdzakelijk langs de straat gebouwd. De Markt is een flink dorpsplein, waar bij een kerkhof, vriendelijk achter zware kastanjes, de Protestantsche kerk zich verheft, met klimop begroeid. Op het kerkhof vóór de kerk vindt men een monument, opgericht ter eere van onze in 1832 in de Citadel van Antwerpen gesneuvelde landgenooten. Hun overblijfselen werden in 1871, door de bemoeiing van Koning Willem III en met toestemming van Koning Leopold II, hier begraven en in 1874 werd het gedenkteeken in tegenwoordigheid van den Koning onthuld. Achter de kerk wijst een eenvoudige zerk de laatste rustplaats aan van generaal Chassé.

Toen Spinola in 1624 Breda belegerde, werd deze kerk, die een voorraadschuur der Spanjaarden was, op last van Prins Maurits in brand gestoken. Het beleg werd er echter niet door opgebroken.

Voorbij de kerk komen wij spoedig bij de Duivelsbrug, in den volksmond "de Brug" genoemd, en daarnaast vindt men thans een modern ingericht hôtel. Voor een twintigtal jaren stond hier nog slechts een eenvoudige boerenherberg, die al een zekeren naam had, en thans is het een veel bezochte plek.

Onwillekeurig vraagt men zich af, waarnaar deze brug, zoo vriendelijk in het lommer verscholen en zoo kalm de rustige Mark met haar pittoreske boorden overbruggend, een naam verkregen heeft, die gedurende alle eeuwen aan iets ijselijks doet denken?

Terwijl de historie hierop geen antwoord geeft, vult een legende die leemte aan. De duivel zou namelijk in een donkeren nacht de klok uit den toren te Ginneken weggevoerd en dit middel der Christenheid, om ten gebede te roepen, in de Mark geworpen hebben, op de plaats, waar nu de brug ligt.

Nog een ander verhaal is aan de legende van de Duivelsbrug verbonden. Op een kasteel nabij Ginneken zou in de 14e eeuw een zekere Raso Van Gaveren, heer van Liedekerke, gewoond hebben. Zijn schoone dochter Catharina beminde Walther Van Ulvenhout, een fier en jeugdig edelman, en de liefde was wederkeerig. Doch Walther behoorde tot een geslacht, dat vijandig was aan dat der Van Gaverens, en de vader wilde niet toestaan, dat zijn dochter haar hand schonk aan den zoon van een vijand. Hij dwong zijn dochter daarom in een klooster te gaan. Doch zelfs hier weerstonden de zware muren niet de krachtige liefde van Walther, die Catharina op een nacht wist te ontvoeren en naar een kapel in het bosch bracht. Daar werd de priester gewekt en aangezocht, om hen in den echt te verbinden. Toen de priester weigerde, greep Walther het klokketouw en begon de klok der kapel te luiden als een sein voor zijn landsknechten, die wachtten, om bij tegenstreven te helpen den priester te dwingen. Doch zoodra dit geschiedde, bemoeide de booze zelf zich met de zaak, en toen de landsknechten waren toegesneld, zagen zij, dat de kapel reeds in puin was gevallen, dat de priester ontzet voor het altaar was neergebogen, terwijl Catharina bewusteloos lag. Van onder de puinhoopen haalden zij het misvormde lijk van hun heer te voorschijn. De klok, die nog niet gewijd was en zoolang onder de macht van den Satan stond, was verdwenen. De booze was op het gelui toegesneld, had de galmgaten doen scheuren en de muren doen splijten. Zoo had hij de klok medegevoerd, maar zich achtervolgd wanende, stortte hij zich onder woest geschater daarmede in de rivier de Mark. Aldus luidt een ander verhaal van de Duivelsbrug.

Niemand verontrust zich thans meer over die gebeurtenis, en even gezellig en prettig, alsof er niets ijselijks geschied is, zit men aan de Duivelsbrug zijn potteke bier te drinken op een schoonen zomeravond. Maar

wie bij onweer of orkaan De Duivelsbrug moet overgaan, Die stopt zijn vingers in de ooren En roept zijn heilige aan,

schertst Heye omtrent deze brug.

Het is een heerlijk zitje, met het uitzicht over de lage graslanden aan de Mark, waar de rivier zoo spelend door slingert, een breede vallei vormend tusschen de heuvels van groen, welke het Ulvenhoutsche bosch in het oosten en het Mastbosch in het westen doen oprijzen.

En daar vóór ons rijst op korten afstand het kasteel Bouvigne met zijn witte muren en slanken hoektoren op uit de grachten, die het omringen. Dit is het eenige van de vele landhuizen en kasteeltjes, die vroeger langs de Mark stonden, dat niet gesloopt is. Men vond hier o.a. nog het kasteel van Daasdonck, in de wandeling het Ladderkasteeltje genoemd, dat in 1832 afgebrand is en gesloopt werd. Het tegenwoordig kasteel Bouvigne is in 1613 in de plaats van een vervallen adellijk slot gebouwd en werd in 1614 gekocht door Prins Filips Willem. Frederik Hendrik had bij het beleg van Breda in 1637 in de hoeve achter het kasteel zijn hoofdkwartier, en een goed deel van het tegenwoordige Mastbosch werd toen door zijn omwalde legerplaats ingenomen. Een breede beukenlaan voert naar den toegang van het slot, door een flinke poort afgesloten.

Wij staan hier bij de Duivelsbrug aan den voorkant van het Mastbosch. De breede, belommerde weg, die er langs loopt, is aan den eenen kant door onderscheidene villa's en hôtels begrensd; men vindt er een koudwatergeneesinrichting volgens de methode Kneipp. Een tram over den Boulevard en een miniatuurtram van Ginneken voeren tot den besten toegang van het Mastbosch.

Het Mastbosch vormt het aantrekkingspunt van Breda. Het heeft zijn naam te danken aan de mastboomen, waarmede het grootendeels beplant is. Een overlevering wil, dat het eerste gedeelte zou ontstaan zijn uit één enkelen boom, in de heide opgeslagen, welke de vader werd van een grootere boschgroep. In hoever dit waarheid is, valt niet te zeggen; dat enkele boomen of planten zich tot een gezellige groep uitbreiden, ziet men meer. Doch dit weten wij wel, dat in 1505 Hendrik, Graaf van Nassau, zaad uit Noorwegen deed komen en hier een bosch aanplantte. De sparreboomen, die uit het gezaaide zaad voortkwamen, stonden onregelmatig verspreid en daar tusschendoor werden lanen uitgehakt. Later werd het bosch herhaaldelijk uitgebreid en opnieuw aangeplant tot den tegenwoordigen omvang van 600 H.A. De gedaante en het karakter van het bosch werden wel door kunst gewijzigd, maar toch bleef het een stuk frissche natuur, van heerlijke dennengeur vervuld, in alle richtingen met paden en lanen doorsneden, waar de zon prachtige lichteffecten toovert en de grijze beukenstammen en knoestige eiken een rijke afwisseling bieden met het rechtlijnige der steile, roodbruine mastboomen.

Aan het eind van den Boulevard Breda-Mastbosch loopt een voetpad het bosch in en brengt den wandelaar, na een vijftal minuten, aan de Bouvigne-dreef en daar begint, nabij den breeden, zandigen toegangsweg tot het schietterrein, het zoogenaamde Duel-laantje, waardoor men een der schoonste gedeelten van het bosch kan bereiken. Door dit lommerrijke laantje en aan het eind een zandweg overstekend, komt men aan het "Eeuwige laantje", dat onder dichte schaduw in rechte lijn tot in 't hart van het Mastbosch voert en op onderscheidene plaatsen het bosch in zijn volle pracht te aanschouwen geeft.

Heerlijk is het, hier van tijd tot tijd neer te zitten, om volop in te ademen de heerlijke geuren, en te genieten de rust van het woud.

Boschreuke, boomreuke, balsem aan 't hert; dragen en schragen aan balke en aan berd: kappen en kerven en vellen omver; ruischend en bruischend ge- wir en gewer, zie 'k, daar al zittende--of hoore ik--in 't mos, ruw is het leven en vrij in den bosch!

Guido Gezelle.

Een woeste, wilde heide, in volkomen natuurstaat, met haar eigenaardigen, wild opgeschoten plantengroei en haar schakeeringen van licht en bruin, vormt het terrein der schietbanen. En als wij het bosch in zuidelijke richting doorkruisen en aan den rand van het woud komen, zien wij daar vóór ons de Galdersche heide, waarop zoo hier en daar vierkante plekken aangelegde boschgrond verrijzen, terwijl overigens de bruine heide zich uitstrekt tot den verren horizon, afgewisseld door ondiepe veenmoerassen, in enkele diepere kommen donkere meertjes of vennen vormend.

O, horizons van stille landlijkheid, Hoe lieflijk zijt gij voor 't vermoeide oog, Hoe heb ik vaak getuurd van uit het droog, Warm heikruid, naar uw dennen, wijd verspreid.

Op een savane, geelheibruin, omrijd Door boschtheaters, beurend hoog Hun hoogsten top: 't was, of daar minder woog Wat als een steen vaak op het harte leit.

Albert Rehm.

Wij keeren van de heide aan den zoom van het woud terug, langs de Langedreef in de lengte door het bosch, en komen eindelijk aan een vriendelijke, open plek, waar, beschut tegen hevige winden, de schilderachtige Boschwachterswoning verrijst met een café. Laten wij hier in deze heerlijke natuur nog eenige oogenblikken toeven, om de indrukken van het Mastbosch vast te doen worden in onze ziel.

INHOUD VAN HET TWEEDE DEEL.

_VAN DE RESIDENTIE NAAR DE MAAS EN TEN NOORDEN DER LEK._

I. DELFT EN OMSTREKEN 1

Van Hoornbrug naar Delft.--Hollandsche weiden.--Delftsche singels.--Een blik op Oud-Delft.--Kunstzin te Delft.--Grachten.--Bierbrouwerijen.--Mooie grachten.--De oude Delft.--Gemeenelandshuis van Delfland.--Het St. Aegtenklooster.--Het Prinsenhof.--De historische trap.--De historische zaal.--De Oude Kerk en toren.--Graftombes van Tromp en Piet Hein.--Elizabeth van Marnix.--Van Leeuwenhoek.--H. C. Poot.--Op de markt.--De Nieuwe Kerk.--De koninklijke grafkelders.--Het praalgraf van Prins Willem I.--Opschrift op het praalgraf.--Andere gedenkteekens.--Hugo de Groot.--Standbeeld van De Groot.--Rondblik van den toren.--Het Stadhuis van Delft.--Fundatie van Renswoude.--Delft als fabriekstad.--Plateelfabrikatie.--Het Agnetapark en de heer Van Marken.--Klooster Sion--Delfgauw en Pijnakker.--Abtswoude.--Een dichterlijk dorp.--Overschie.--De Schie en haar takken.--Hillegersberg.

II. DOOR HET WESTLAND 29

Ligging en karakter van het Westland.--Kasteelen en kloosters in het Westland.--Eik-en-Duinen.--Naar Loosduinen.--Het klooster.--Milde kinderzegen.--Ockenburg.--Ockenburg's tuinen.--Bloemendaal.--Tuinderij in het Westland.--Westland in Mei.--Poeldijk.--Wateringen.--Hof te Wateringen.--Hondsholredijk.--Hondsholredijk in bloei en verval.--Naaldwijk.--Het dorpsplein.--'s-Gravenzande.--Buitens bij 's-Gravenzande.--Monster.--Ter Heide.

III. LANGS DEN HOLLANDSCHEN IJSEL 42

_Van den IJselmond naar Gouda_.--Langs den IJsel.--Kapelle.--Nieuwerkerk.--Droogmakerijen.--Landvernieling in Zuid-Holland.--Polderland.--Moordrecht.--De Hollandsche IJsel.

_Gouda._--Ontstaan van Gouda.--Ontwikkeling der stad.--Nijverheid en leven te Gouda.--Karakter van Gouda.--De St. Janskerk.--Beroemde personen.--Omstreken van Gouda.--_Naar Waddingsveen en Boskoop_.--De Gouwe en haar karakter.--Waddingsveen.--Boskoop.--Boskoop en zijn cultuur.--Boskoopers.--_Naar Haastrecht Oudewater, Montfoort en IJselstein_.--Haastrecht.--De Vlistboezem.--Goe-Jan-Verwellesluis.--Oudewater.--De Heksenwaag te Oudewater.--Het Stadhuis te Oudewater.--Montfoort.--Gesticht voor verbetering van meisjes.--IJselstein.--R. K. Kerk.--Kasteel van IJselstein.--Baerte van IJselstein.--De Hervormde Kerk.--Graftombe.

_AAN DE GROOTE RIVIEREN VAN HOLLAND._

A. LANGS DE NIEUWE MAAS 65

_Rotterdam._--Stadskarakter.--Ontstaan der stad.--Opkomst en eerste ontwikkeling.--Mededingers aan de Maas.--Het oude Rotterdam.--Rotterdam en de rivier.--Wedergeboorte der stad.--Handelsontwikkeling van Rotterdam.--Sombere oogenblikken.--De morgen van een nieuwen dag.--Uitbreiding der havens.--Bevolking.--Een nieuwe stad.--Oud-Germaansche herinneringen.--Natuurfeesten.--Schilderachtige plekjes.--De Groote Kerk.--Geschiedenis van den toren.--De Laurenskerk.--Standbeeld van Erasmus.--Geschiedenis der Beurs.--De Beurs en het Beursplein.--Museum Boymans.--De Remonstrantsche Kerk.--De Delftsche Poort.--Het Witte Huis.--De Maas.--De Boompjes.--Aan de Boompjes.--Op Feijenoord.--Het Park.--Tollens.--Delfshaven.--Piet Hein.--Kralingen.--De weg naar Kralingen.

_Schiedam._--Schiedam een brandersstad.--Branderijen.--Stadhuis.--Kerk.--Katholieke Kerk.--De Plantage.--De Maas.--Typen.--Opkomst der stad.--Branderijen.

_Vlaardingen._--Ligging.--Haringvangst.--Buizen en Buisjesdag.--Kerk te Vlaardingen.--_Maassluis en de Hoek van Holland_.--Ligging van Maassluis.--Groote Kerk.--De Hoek van Holland.

B. LANGS DE LEK, DE NOORD EN DE MERWEDE 105

1. _Naar Schoonhoven en Vreeswijk_.--Van Rotterdam langs de Maas en naar Lekkerkerk.--Ammerstol.--De Lek en haar geschiedenis.--Lekdijken. Schoonhoven.--Stadhuis.--Olivier van Noort.--Veerpoort.--Opkomst der stad.--Zilversmeden.--Albrecht Beyling.--Polsbroek.--Vreeswijk.--Jutfaas. 2. _Vianen_.--Karakter der stad.--De Kerk.--Graftombe van Brederode.--Batenstein.--Vianen en Batenstein.--De heerlijkheid Vianen.--Vianen een vrijplaats.--3. _Rondom en door de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden_.--De Alblasserwaard.--Geschiedenis van de Waard.--Dreigende gevaren.--Dorpen.--Ameide.--Het stedeke Nieuwpoort.--Nieuwpoort tweeheerig.--Afwatering van de Waard.--De Nederwaard en De Noord.--De Kinderdijk.--Rivierschoonheden.--Nijverheid aan de Noord.--Opkomst der industrie.--Cosmopolitisme.--Alblasserdam.--De Graafstroom.--Langs den Graafstroom.--Oud-Alblas.--Papendrecht.--Langs de Merwede.--Volkstoestanden.--Papendrecht.--Sliedrecht.--Giese ndam.--Aan de Giesen.--Brederode.--Hardingsveld.--4. _Gorinchem, Woudrichem en Loevestein_.--Opkomst van _Gorinchem_.--De Nieuwe Hollandsche Waterlinie.--Stadskarakter.--Groote Kerk.--De toren.--Stadhuis.--Poortje van Daetselaar.--Woudrichem. Maas en Waal.--Loevestein.--Geschiedenis van Loevestein.--Staatsgevangenis.--Hugo de Groot.--Marie van Reigersbergen.--Hogerbeets.--Staatsgevangenen. 5. _De Zuid-Hollandsche Lingeplaatsen_.--Aan de Linge.--Arkel. De Burcht van Arkel.--Arkelsche-Dam.--Kedichem.--Oosterwijk.--De Linge.--Leerdam.--Het hofje.--Het Drostenhuis en poortje.--Geldersch en Hollandsch.--Asperen.--Historische herinneringen.--Van Asperen naar Heukelom.--Linge-doorbraken.--Volkseigenaardigheden.--Naar de Merwede.

OVER DE MERWEDE NAAR DORDRECHT 144

Watertochtje over de rivier.--Overstrooming van de Zuid-Hollandsche Waard.--De Biesbosch en het Eiland van Dordrecht.--Huis te Merwede.--Op de rivier voor Dordrecht.--Opkomst van Dordrecht.--Aristocratisch Dordrecht.--Kunstzin der bewoners.--Wetenschap en taalkennis te Dordrecht.--Volkseigenaardigheden.--Nieuwe tijden.--Rotterdam overvleugelt Dordrecht.--Vroegere gesteldheid van het Dordtsche Eiland.--Oude bouwstijl van Dordrecht.--Ontwikkeling van den bouwstijl.--Schilderachtige stadsgedeelten.--Mooie gevels.--De Synode.--Kloveniersdoelen.--De Munt.--De Groothoofdspoort.--Oudheidkundig Museum.--Merwedekade.--Schilderijen-museum.--Ary Scheffer.--Zuid-Afrikaansch Museum.--Lieve-Vrouwekerk.--Legende van de stichting der kerk.--Jaartallen van kerkenbouw.--Het inwendige der kerk.--Vandalisme.--Kunstwerken in de kerk.

_HET ZUID-HOLLANDSCHE EN ZEEUWSCHE DELTA-LAND._

ALGEMEENE BLIK OP DE WORDINGSGESCHIEDENIS DES LANDS EN OP DE BEWONERS 165

Wordingsgeschiedenis van het Delta-land.--Oudste gesteldheid des lands.--Strijd met de wateren.--Hoog en laag land.--Vluchtheuvels en dijken.--Landaanwinst en landverlies.--Opvoedende invloed der zee.--Ingenieurs.--Algemeen karakter van het Delta-land.--Opvoedingsschool van het Delta-land.--De opvoeding der zeehelden.--Karaktertrekken der Delta-landers.--Sterke banden van vriendschap.--Zeeuwen en Friezen.--Hollandsche eilanden.

A. DE ZUID-HOLLANDSCHE EILANDEN 177

_Voorne en Putten._ Op Voorne.--Heenvliet.--Kasteelen.--Angelus Merula.--Geervliet.--De Kerk.--Zwartewaal.

_Brielle._--Catharina-Kerk.--Opkomst van Brielle.--Het Weeshuis.--De Watergeuzen.--De Heilige Martelaren van Gorkum.--Oost-Voorne.--Rokanje.--Nieuw-Hellevoetsluis.--De haven.

_IJselmonde en Beierland._--IJselmonde.--Pernis.--Landschap.--Veeteelt. --De Oude Waal.--Rijsoord.--Beierland.--Oud-Beierland.--Numansdorp.

_Goedereede en Overflakkee._--Goedereede.--Wording van het eiland.--Middelharnis.--Sommelsdijk.--Dirksland.--Stellendam .--Ouddorp.--De plaats Goedereede.--Paus Adriaan.

B. ZEELAND 191

_Ontwikkeling der provincie en enkele opmerkingen._--Oudste toestand.--Opkomst van Zeeland.--Zeeuwsche helden.--Zeeland en Oranje.--Oudste handel.--Landbouw.--Meekrap.--Veeteelt.

VAN STEENBERGEN OVER TOLEN EN ST. FILIPSLAND NAAR DUIVELAND EN SCHOUWEN 195

Aanwassen van land.--Steenbergen.--Nieuwe polders.--Landschapskarakter.--Nieuw Vosmeer.--Oud Vosmeer--Tolen.--Poortvliet.--Scherpenisse.--St. Maartensdijk.--Geschiedenis van Keeten, Mastgat en Zijpe.--Overtocht bij eb over het Keeten.--De Slaakdam.--St. Filipsland.--Bruinisse.--Naar Zieriksee.

_Zieriksee._--Poorten der stad.--Stadskarakter.--'s-Gravenstein.--St. Lievens Monstertoren.--Geschiedenis van Zieriksee.--_Over Brouwershaven naar Westenschouwen_.--Schuddebeurs.--Klooster Zion.--Water en land.--Brouwershaven.--Jacob Cats.--De Kerk.--Licht en donker van Brouwershaven.--Het kasteel Moermont.--Haamstede.--Het slot Haamstede.--Burg.--Stra-rijden.--Beteekenis van het feest.--Wijding der zee.--Bloei en ondergang.--Landverlies.

ZUID-BEVELAND 216

Blik op het eiland.--Gorzen en slikken.--Verdronken land van Zuid-Beveland.--Reimerswaal.--Rampen der stad.--Worsteling en ondergang van Reimerswaal.--Tegenwoordig Reimerswaal.--Terugwinning van land.--Dappere Spanjaarden.--Mondragon.--Dappere daden.--Waarde.--Kruiningen.--Ierseke.--Oestercultuur en oesterhandel.--Geschiedenis der oesterteelt.--_In het Land-van-ter-Goes_.

_Goes._--Ontstaan van Goes.--Het slot Ostende.--Jacoba van Beieren.--Haven van Goes.--Naerebout.--Markt te Goes.--Stadhuis.--Groote Kerk.--Goes.--Kloetinge.--Kapelle.--Kerk en toren.--Graftombe.--Maalstede.--Wemeldinge.--Biezelinge.--Wilhelminapolder.--Het Land-van-ter-Goes.--Landschapskarakter van Zuid-Beveland.--Land en volk.--Zeeuwsche meisjes.--Napoleon I in Zeeland.--Costuum van Goes.--Vrouwen-costuum in het Land-van-Goes.--Kleederdracht en karakter.--Oude gewoonten.--De jongelingsvereenigingen.

WALCHEREN 245