Onderweg in Tunis De Aarde en haar Volken, 1909

Chapter 2

Chapter 23,771 wordsPublic domain

Toen wij het kolossale amphitheater bereikten, hoorden we de klanken van doedelzakken en tamboerijns. Weldra verschenen de kaïd van Soeassi's, de khalief van El Djem en de notabelen van het land, om den Resident te begroeten. De rijtuigen komen slechts langzaam vooruit door een dichte menigte inboorlingen in burnoes, opgehoopt in de straten van El Djem. We kwamen uit op een groote, open ruimte, waar ons een onverwacht schouwspel wachtte. Onder de stralen van een schitterende zon vormden ruiters, in een halven kring gerangschikt en gezeten op prachtig opgetuigde paarden, een wonderschoone haag. Ze hielden banieren van gele en groene zijde in de hand, die klapperden in den wind, terwijl de luide muziek zich te goed deed aan een uitvoering van de Marseillaise in ongewone mineurtonen. De Resident moest den kaïd beloven, op den terugweg langer te El Djem te vertoeven; dan zouden de ruiters hem op een prachtige fantasia vergasten, met een ontvoering van de bruid.

Nadat we den tol onzer bewondering hadden betaald aan het amphitheater, een der grootste van de heele romeinsche wereld, trokken we door het dorp, het stofkleurige, waar alleen cactussen schenen te groeien. De heele bevolking liep uit, om de gasten te zien. Hier en daar keek een jonge vrouw of een jong meisje even door een half openstaande deur en liet een frisch, bruin gezichtje zien, zij eveneens nieuwsgierig, om den Sidi el Oezir, den heer minister, te aanschouwen op gevaar af, door haar man of haar vader te worden vermoord.

Weer rolden de automobielen te midden der wijde uitgestrektheden van struikgewas, in weideland herschapen. Het landschap blijft gelijk, tot Sfax toe. Maar in de buurt van die plaats vertoonen zich olijvenboschjes, de beroemde boschjes, die niet enkel de glorie zijn van de Sahel, maar ook de rijkdom van de vlakte van Sfax. En tuinen volgen elkander op, tuinen, omsloten door muren of cactusheggen en gevuld met vruchtboomen van allerlei soort, terwijl er moestuinen zijn als bij de nadering van een groote stad. Men passeert een aantal kleine zomerverblijven, waar de rijke lieden van Sfax in den zomer wat schaduw komen zoeken en zeelucht komen inademen. Te midden van dien weelderigen gordel van tuinen ligt Sfax, de grootste stad van het Regentschap na Tunis. De levendigheid in de nabijheid zou al voldoende zijn, om haar belangrijkheid in het licht te stellen. Als alle versterkte steden van Tunis, heeft de plaats een gekanteelden muur met torens en bastions, veel gelijkende op een middeleeuwsche vesting. Het is avond als de auto's er aankomen en er door breede, goed verlichte straten rijden. Wij laten den Resident weer aan het Contrôlegebouw achter, waar hem de heer en mevrouw Theller wachten, en waar wij ons bij hem zullen voegen voor het diner, nadat we ons van onze bagage hebben ontdaan in het hotel.

Het is algemeen bekend, hoe Sfax zich in den laatsten tijd heeft ontwikkeld en hoe die vooruitgang dagteekent van de exploitatie der phosfaatlagen van Metlawi. Het laden van de phosfaten geeft een voortdurende drukte in de haven. De opbrengst aan olijfolie is een tweede element van welvaart geworden. Ook drijft Sfax handel in vijgen, amandelen, sponzen, droge visch, versche vruchten, groenten, alfagras, zoodat zij wel haar naam verdient van tweede stad van het Regentschap.

De nieuwe stad, die zich buiten de vestingwerken heeft ontwikkeld langs de zee, heeft een prachtig aanzien gekregen door de manier, waarop ze in grootschen stijl is gebouwd, iets eenigs in Tunis. De straten en lanen zijn omzoomd met palmen; de openbare gebouwen en de particuliere huizen met terrasvormige daken verheffen overal hun schitterend witte gevels. Misschien is het jammer, dat men te uitsluitend palmen heeft geplant met verwaarloozing van alle andere boomen, want nu zal er zoo weinig schaduw te vinden zijn in die breede, elkaar rechthoekig snijdende straten.

Een woeligheid als in een bijenkorf heerscht des morgens in de soeks. Joden en Mohammedanen, de laatste met groene tulbanden, loopen haastig en druk door de zonnige straatjes, waar moskeeën hun koepels en minarets verheffen.

Aan de haven woonden we het inladen der phosfaten bij en daarna geleidde men ons naar het stadhuis en den gemeentelijken schouwburg, twee mooie gebouwen, die nog niet lang geleden werden opgetrokken. De grootste weelde bij de inwendige versiering van het stadhuis bestaat uit de prachtige romeinsche mozaïeken, in de buurt gevonden, waarmee men de gelukkige gedachte heeft gehad, de wanden te bekleeden en een paar zalen te bevloeren.

Na het ontbijt brachten we per auto een bezoek aan het olijvenbosch. Allen die in Sfax komen, bewonderen dat bosch. De geregelde aanplanting, die een zeer groote ruimte beslaat, zeventien boomen ongeveer op de hectare, en het voortdurend onderhoud hebben de cultuur tot den hoogsten graad van volmaking gebracht. De lieden van Sfax hebben aldus opnieuw verwezenlijkt en dat wel na een plan, door de regeering ontworpen en dat den vroegeren directeur van den landbouw, den heer Paul Bourde, tot groote eer strekt, datgene, wat ten tijde der Romeinen den rijkdom uitmaakte van dit gedeelte van Tunis. Toen lagen hier veel steden en dorpen, waarvan men zich de welvaart en den bloei op geen andere wijze kan verklaren dan door de teelt van olijven en vruchtboomen.

Het district van Sfax is een der minst begunstigde uit het oogpunt van de watervoorziening. Het regent er zelden en de grond is daarom weinig geschikt voor den graanbouw. Maar daar hij licht en goed doorlaatbaar is, zijn de olijfboomen ver uit elkander geplant, opdat ze alle kunnen profiteeren van de vochtigheid van den ondergrond over een groote uitgestrektheid.

Wij rijden door de groote vlakten, beplant met olijvenboschjes aan de zee. Het lijken parken, zoo prachtig worden ze onderhouden, en ze laten ver achter zich al wat men in dit genre in Europa kan zien. Gedurende het eerste zestal jaren kweekt men in die aanplantingen afwisselend rogge, gerst en boonen. Alles is reeds gezegd in de quaestie der olijven te Sfax. Maar wat men niet genoeg bewonderen kan, noch dikwijls genoeg herhalen, dat is, dat deze graad van volmaking verkregen is door een volkomen inlandsche werkwijze en dat de moderne wetenschap er niets heeft bij te voegen of op af te dingen. De menschen te Sfax hebben dus een hoog denkbeeld gegeven van hun liefde tot den arbeid, maar tevens een bewijs van hun speciale geschiktheid voor den landbouw.

Als men officiëel en per auto reist, is men eraan gehouden, alles te zien en met groote snelheid. Na het bezien van de grootste aanplantingen volgde een bescheidener cultuur, die echter toch zeer origineel en interessant was, de sponscultuur.

Uit de automobiel stapten we in een groote boot, die in de haven op den Resident-generaal wachtte, en onder het geleide van den kapitein der haven bereikte ons gezelschap het ruime sop, want het biologisch station lag nog 1500 meter van daar. Ten allen tijde hebben de tunesische kusten sponzen voortgebracht, en Sfax is het middelpunt van den handel. Eertijds hadden de Sicilianen bijna alleen het monopolie van die vangst of inzameling; maar tegenwoordig wordt ze ook beoefend door Arabieren en Franschen. Maar men heeft waargenomen, dat de rijkdom van de sponsbanken aan het verminderen is en dat de moeilijke inzameling al minder en minder winstgevend werd. Vandaar het idee, om de diepten weer te bevolken en om, zoo mogelijk, kweekplaatsen voor sponzen aan te leggen, zooals voor de oesters geschiedt. Daarom heeft professor Dubois van de universiteit te Lyon er bij de regeering van Tunis op aangedrongen, om in volle zee, even buiten de haven van Sfax, een laboratorium in het leven te roepen voor de biologie der zeedieren. Het wordt bestuurd door den heer Allemand Martin. Wij deden het kleine op palen gebouwde stationnetje aan, waar alles erop wijst, dat men met een plek van werk en waarneming te doen heeft. Het is op de bestudeering van de levensvoorwaarden der sponzen ingericht en op het nagaan van hun wijze van vermenigvuldiging. Die geschiedt op twee verschillende manieren, door splitsing en door het uitzaaien van larven. Na te hebben geconstateerd, dat er door deeling bevredigende resultaten werden verkregen, sloegen wij weer den weg naar de haven in, gelukkig, dat dit bezoek aan de sponzen ons tegelijkertijd een aangenaam en te kort zeetochtje heeft verschaft op het heerlijke uur, waarop het eenige schouwspel van den zonsondergang in een apotheose van purper het oog verrukt.

Er was dien avond een groot diner bij den kaïd van Sfax, Si Sadok Djeloeli. Zijn dienaren kwamen aan het civiele Contrôlegebouw den Resident-generaal en zijn genoodigden afhalen. Ze droegen groote glazen lantaarns, zooals in het geheele Oosten in gebruik zijn, en gingen voor ons uit door de straatjes van de arabische wijk, onder een prachtige sterrenlucht. De kaïd wachtte den minister op eenigen afstand van zijn woning af en leidde den ambtenaar op statige manier naar zijn huis. Si Sadok Djeloeli is een der bekendste persoonlijkheden van Sfax en een der sympathiekste. Hij liet ons door een zaal gaan, waar muzikanten veel rumoer maakten. Er wachtten danseressen op divans het einde van den maaltijd af, om daarna een uitvoering van haar kunst te geven. Dat beloofde ons een aantrekkelijken avond met veel locale kleur.

In de eetzaal was een tafel aangericht, geheel op europeesche wijze. Vóór iederen gast stonden veel glazen en een champagnebeker. Menu's beloofden ons in het Fransch echt inlandsche gerechten. Tegenover den Resident-generaal nam de heer des huizes plaats, gedrapeerd in zijn zwaren burnoes van witte wol. Hij was een aristocratische grijsaardsverschijning, vol fijne vriendelijkheid. Ongelukkig sprak hij geen Fransch.

Ik zou Brillat-Savarin in eigen persoon moeten zijn, om dit arabisch menu naar eisch te beschrijven. Want de keuken van die voorname arabische huizen is iets zeer geleerds en samengestelds. De toebereiding van de spijzen duurt lang en vereischt de medewerking van verscheiden familiën, om een maaltijd op tafel te brengen als dien van den bedoelden avond. Na de tapiocasoep waren er gebakken eieren in korst, kippen met groenten en een lamsgebraad met amandelen. Daarna kwam een sappige en heerlijke koes-koes, gekruid op de manier, die een arabisch gehemelte streelt, maar die voor het onze pernicieus is. Een honigtaart met amandelen wekte een storm van bewondering en ingenomenheid onder de gasten en was een groot succes, ofschoon ze, geloof ik, de oorzaak was van een paar ongesteldheden, die het noodzakelijk gevolg schijnen te zijn van een oostersch feest. Daarna was het de beurt van de vruchten, van de zoetigheden en bonbons, die wonderlijke vormen en namen hadden; en daar er aan alles in deze wereld een einde komt, stond de kaïd, na nog een laatste glas champagne te hebben geledigd, van tafel op en leidde ons naar den salon, waar de koffie en likeuren werden gepresenteerd geheel naar franschen trant. Dat was ook het preludium voor de dansen, waaraan de mooie meisjes met de beschilderde gezichten zich nu gingen wijden, gekleed in schitterende satijnen pantalons, geborduurde lijfjes en veel gouden en zilveren versierselen. De tegenwoordigheid van dames ontstemde haar een weinig en ze bromden een oogenblik, maar de uitlokkende roepstem van het orkest deed de moedigste het sein geven, en met den klassieken zijden doek in de hand, golfde ze heen en voerde dien leelijken danse du ventre uit, die voor de meeste oosterlingen het toppunt van kunst vertegenwoordigt. Na den dans van de derde almee namen wij afscheid van den kaïd en bereikten onze respectieve logeerplaatsen, onder het geleide van groote lantaarns.

18 Maart.--Vandaag glijden we naar Gabes. Het is een tocht van 135 kilometers over een mooien weg, die zijn kronkelingen legt door een eenzaam landschap, alleen verlevendigd door een paar doears en hun kudden schapen en kameelen. Alle lentebloemen leggen kleur op de steppe en veel brem schittert ons tegen. Ongelukkig was deze etappe bestemd, om niet zonder ongelukken af te loopen. Een zwarte reeks pannes begon halfweg Gabes, wat den heer Alapetite noodzaakte, ons achter te laten met den heer en mevrouw Siegfried. De waterbekkens, die langs den weg waren te vinden en die wij tot nu toe slechts met een half oog hadden aangekeken, werden van toen af voor ons van het hoogste belang, want we gingen van het eene naar het ander en putten er water uit, dat onze motor noodig had voor zijn onleschbaren dorst.

Behalve dat wij nu niet tegenwoordig konden zijn bij de receptie van den Resident-generaal, moesten we ook afstand doen van het tweede ontbijt. De zon brandde vreeselijk op den vollen middag, en deed ons gevoelen, dat het klimaat van Zuid-Tunis gunstiger is voor de kruin van de dadelpalmen dan voor die van arme automobilisten, die met pannes sukkelen. Eindelijk tegen vier uur in den namiddag wenkten ons op aanmoedigende manier de palmen der oase. Met horten en stooten bereiken we het Contrôlegebouw, waar ons een versterkend collation wachtte, bereid door de goede zorgen van mevrouw Livet. Het was maar een kort oponthoud, want we willen genieten van de laatste teekenen van de officiëele receptie, in de oase door den kaïd der streek georganiseerd.

Rijtuigen brachten er ons vlug heen. Maar pas waren we de wegen van de oase opgereden, of daar deed zich het wonderschoone schouwspel van de bloeiende vruchtboomen aan ons voor. Onder den koepel, door de hooge dadelpalmen gevormd, en op het zachtgroene tapijt van korensoorten op den grond, is het een ware jubel van bloeiende boomen; amandels, abrikozen en perziken verheffen hun rose en witte kruinen naast vijgeboomen, granaatboomen en bananen en werpen een licht schijnsel onder het hoogere groen. De tegenstelling is groot voor reizigers, die sedert het verlaten van de stad Tunis niet veel anders hebben gezien dan grijze olijven en doornachtige cactussen, en ze is wel geschikt om ons sterk te boeien.

De wijnstok slingert als een liane zijn forsche takken tot in den top der hoogste dadelpalmen. Overal is stroomend water, met bekwame hand geleid in duizenden kleine beekjes, en verrukt, bereiken wij den waterval van Chenini, waar tegenover de kaïd van Gabes, Si Mohammed ben Khalifa een groote arabische tent heeft laten oprichten. Als we een uur te voren waren gekomen, zouden we tegenwoordig zijn geweest bij de ontvangst van den Resident, we zouden zijn toespraak hebben gehoord, en de kaïds en voorname inboorlingen hebben gezien in hun schitterende gewaden. Thans is de tent ledig. Wij stappen er door over de mollige tapijten van heldere kleuren, die op den grond zijn uitgespreid, en nemen plaats met het gezicht naar de schuimende wateren van de cascade.

Enkele notabelen, die achtergebleven waren, om de laatkomers te ontvangen, nemen vriendelijk de honneurs van het buffet waar, dat op lage tafels is aangerecht, en nog goed is voorzien van bonbons en inlandsch gebak. We gebruiken koffie en proeven van den lagmi of palmwijn, die flauw en sterk gesuikerd smaakt. Maar wij willen liever voortmaken, om onzen tocht te vervolgen en nog eenige oogenblikken te genieten van den bekoorlijken aanblik der oase. Te midden van dezen afrikaanschen plantengroei waartusschen alles te bewonderen valt, wat onze lente zoo heerlijk maakt, spelen de stralen der ondergaande zon. Van purper tot mauve zijn de luchten getint en eindelijk nemen ze dat zachtrose schijnsel aan, dat even een vreemd licht over de omgeving werpt en dan spoedig in het nachtelijk duister overgaat.

II.--Te Medenine.--Bezoek van den Resident-generaal.--Fantasia.--De ksar.--Terugkeer naar Gabes.--Een beetje anthropologie.--Bezoek aan het heilige Kairoean.--Uitstapje naar Kef en Maktar.--Dolmens en romeinsche ruïnen.--Van Kef naar Doegga en naar Tunis per automobiel.--Afscheid van de doode steden van Tunis.

19 Maart.--Over het weglint, dat ter lengte van 80 kilometer Gabes met Medenine verbindt, glijdt vlug de auto, ten spijt van grimmige kameelen. Een oponthoud bij de kleine oase van Mahred wordt noodzakelijk door den aanblik van een bevallige Rebekka, die er langzaam haar kruik van antieken vorm vult. Het is een allerbekoorlijkst tooneel onder de palmen, en het mooie meisje met de gazellenoogen en de zware zilveren versierselen, is niet al te onvriendelijk. Maar het verschijnen van een jongen man, broeder of echtgenoot, noopt haar, snel te vluchten met haar kruik, en plotseling is het bijbelsch vizioen verdwenen.

Wij reden over golvende plateaux over een uitstekenden weg. De schoone Matmama-keten sluit den horizon af ten zuiden van een blauwachtige lijn. Het is heerlijk weer en de lucht is vol geur van lentebloemen. De weg gaat door de wadi Metamer. Naarmate we de ksar naderden, werd de streek droger en droger. Aan den rand van een ware steenwoestijn daagde op eens van achter een terreinplooi een wolk van in burnoes gehulde ruiters. Ten getale van vijf- tot zeshonderd waren ze gekomen van 200 kilometer in het rond, met hun kaïds, om den Resident te begroeten. Woeste kreten en geweerschoten worden gehoord. De steigerende paarden doen de steenen onder hun hoeven opspringen. Het meest verbaast de plotselingheid van het opgevoerde tooneel, dat door de gesteldheid van den bodem totaal voor onze oogen verborgen was gebleven. De fantasia omgaf de automobielen, die hun gang hebben vertraagd, en de ruiters, staande in de stijgbeugels, klieven de ruimte, werpen hun geweren in de lucht en vangen ze in de vlucht op, bijna rakelings aan de rijtuigen. Zoo komen wij te Medenine in een atmosfeer vol van kruitdamp en stof, onder een brandende zon, als verdronken in die zee van hijgende menschen en met schuim bespatte paarden.

De officiëele receptie begon dadelijk. De kaïds in groot tenue komen bij beurten den Resident hun welkomstgroet brengen en hem de verzekering geven van hun gevoelens van trouw aan Frankrijk. Men is hier op militair terrein. Medenine is de hoofdplaats van het commando. De grens van Tripolis is niet ver af, en de stammen in de buurt zijn nog al woelig.

Na het défilé der inlandsche hoofden en militaire autoriteiten begaf zich de officiëele stoet voor het ontbijt naar de woning van commandant Donau. En in dit verloren hoekje van het Zuiden van het Regentschap, een echte tunesische Sahara, in dit trieste en verre afrikaansche garnizoen, begroeten wij elkander met waar genoegen rondom een tafel, waar fransche harten eenstemmig kloppen. De vroolijke en energieke officieren maakten van den maaltijd een onvergetelijk uurtje. Het zal een der beste herinneringen blijven van de vele, die we van dezen tocht meenemen.

De clou van het maal was een mesjoeï. Gebraden door den op dit stuk bekwaamsten ruiter, op een plank uitgestrekt, en gedragen door twee mannen, houdt het schaap een triomfantelijken intocht, in gouden glans en druipend van het vet. En om ons te houden aan de plaatselijke gebruiken, nemen wij met de vingers stukken af van het apetijtelijke vleesch. Na in het salon van den commandant de koffie te hebben gebruikt, begaven we ons naar de club, waar een massa boeken en tijdschriften voor de officieren hun ballingschap dragelijk kunnen maken.

Het kamp is gelegen op een heuvel tegenover die andere hoogte, waar de ksar op ligt, die het doel van ons uitstapje is. De ksar in Zuid-Tunis is het type van een dorp van zeer bijzonderen aard. Het is een opeenhooping van gebouwtjes, die eigenlijk op rijen geplaatste gewelven zijn in verscheiden verdiepingen en wel een weinig aan bijenkorven doen denken. Die vele meters lange gewelven zijn meestal niet hooger dan anderhalven of twee meter. Aan den kant van het veld is er geen enkele opening. De deuren gaan alle aan een binnenplaats open, en daar er geen spoor is van een trap, om de hooger gelegen verdiepingen te bereiken, staat men in den aanvang verbluft tegenover die zonderlinge gebouwen. Maar dan bemerkt men, dat vooruitspringende steenen langs den gevel de treden zijn van een trap, waarlijk al te verheven en luchtig, en dat men er op moet klimmen, door zich met handen en voeten te steunen.

De overwelfde verdiepingen zijn niet anders dan korenschuren, waar de bewoners vroeger hun oogsten borgen van een geheel jaar en van allerlei soort, en waar ze die in veiligheid brachten voor roovers. Te Medenine zijn die voorraadschuren talrijk en hebben soms vijf verdiepingen. De inboorlingen, die nog al eens moeten kampeeren in de buurt om hun troepen, lieten de bewaking van het dorp aan enkele gewapende personen over, die in geval van onraad de oorlogstrommel roerden, om de bewoners op te roepen. Tegenwoordig, nu er veiligheid heerscht in het Zuiden, hebben die voorzorgsmaatregelen hun beteekenis verloren, en de overwelfde torens vallen in puin. De oogsten worden thans bewaard in silo's in den grond, die van binnen met stroo zijn bekleed. Elke stam heeft zijn silo's bij elkander in zoogenaamde retba's, toevertrouwd aan inlandsche bewakers, die een bepaald percent van het geënsileerde ontvangen.

De weg gaat niet verder dan Medenine, en dit garnizoen is het eindpunt van onze reis per automobiel. Maar eer we afscheid nemen van de officieren, moeten wij uit handen van den beminnelijken commandant Donau in ontvangst nemen de ridderorde van den Cafard van Medenine, een eereteeken, dat enkel wordt geschonken aan diegenen, die den grond van den ksar hebben gedrukt, en dat onder geen enkele omstandigheid aan iemand anders wordt vereerd.

De heer Chantre bleef te Medenine met zijn tolk Saïd ben el-Haoessine, secretaris van het bureau van inlandsche zaken, die te zijner beschikking is gesteld, om in deze streek tot Tatahoeïne en Doeïret de anthropometrische studiën der Berberstammen voort te zetten en van de Arabieren, die er zich gevestigd hebben en er als nomaden leven. Dat zijn bij voorbeeld de stammen van de Werghama's, de Oederna's en der troglodieten, die zuivere Berbers zijn gebleven, als de Matmati's. Daarna gaat hij naar Tripolis.

Het was reeds volslagen nacht, toen wij bij het civiele Contrôlegebouw van Gabes aankwamen, vermoeid, maar verrukt van den mooien dag. En ondanks het schaap van den vroegen morgen deden we groote eer aan een sappig maal van gazellenvleesch, door mevrouw Livet voor ons bereid.

20 Maart.--Er zijn in Zuid-Tunis drie groepen oasen. De groep van den Djerid, die de lekkerste dadels oplevert, vooral die van Tozeur; dan de groep van Nefzaoea, en die van Gabes. Deze palmentuin, die dadels van middelmatige qualiteit geeft, omvat drie voorname dorpen, Menzel op den rechteroever van de wadi, Djara en Chenini op den linkeroever, zonder nog enkele kleine gehuchtjes mee te rekenen. De aanwezigheid van water heeft ten allen tijde van deze streek een vruchtbaar en bewoond land gemaakt. Uit voorhistorische tijden zijn er talrijke overblijfselen te vinden uit het steentijdperk. De Romeinen hadden er een bloeiende kolonie, en vóór dien tijd hadden de Phoeniciërs er een van hun voornaamste handelsplaatsen gevestigd. Men heeft te Gabes waterwerken aangetroffen, die tot de hoogste oudheid opklimmen. De materialen van het antieke Tacape hebben gediend bij den bouw van de beide tegenwoordige dorpen. Op het oogenblik van de aankomst der Franschen werd Menzel, omdat het weerstand had geboden, gebombardeerd en de markt werd naar Djara overgebracht.