Onder Moeders Vleugels

Chapter 24

Chapter 242,008 wordsPublic domain

"Welnu, ik trek mijn handen van de heele zaak af. Je bent een koppig kind, en je verliest meer dan je vermoedt, door dezen dollen streek.--Neen, ik wil niet zwijgen. Ik ben in je teleurgesteld en heb geen lust, je vader nu te zien. Verwacht niets van mij, als je getrouwd bent. Die vrienden van je mijnheer Brooke moeten je dan maar voorthelpen. _Ik_ wil niets meer met je te doen hebben."

En de deur voor Meta's neus dichtslaande, verdween Tante March in heftigen toorn. 't Was of ze al den moed van haar nichtje met zich mee genomen had, want zoodra Meta alleen was, stond ze een oogenblik in tweestrijd of ze zou lachen of schreien. Eer ze een besluit kon nemen, had Brooke zich van haar meester gemaakt, die in één adem uitriep: "Ik kon het niet helpen, ik _moest luisteren_, Meta. Ik dank jou voor je verdediging, en Tante March voor het bewijs, dat je al een beetje om me geeft."

"Ik wist zelf niet hoeveel, tot ze kwaad van je ging spreken," begon Meta.

"En ik hoef niet weg te gaan, maar mag blijven en gelukkig zijn?"

Hier bood zich weer een schoone gelegenheid om de verpletterende speech uit te spreken, en een statigen aftocht te blazen, maar Meta dacht er niet aan een van beide te doen, en verlaagde zich voor eeuwig in Jo's schatting, door zacht te fluisteren: "Ja, John," terwijl zij haar lief gezicht tegen John's vest verborg.

Een kwartier na het vertrek van Tante March kwam Jo zachtjes naar beneden, wachtte even aan de kamerdeur, en geen geluid hoorende, knikte en lachte ze met een tevreden gezicht, en zei bij zichzelf: "Ze heeft hem weggestuurd, zooals we afgesproken hadden; dat zaakje is dus gezond! Ik zal maar eens naar binnen gaan om wat van de grap te hooren en er samen eens over te lachen."

Maar de arme Jo is nooit zoover gekomen, want ze versteende al op den drempel bij het aanschouwen van een tooneel, dat haar met opengesperden mond en oogen terughield. Gekomen met het voornemen over een gevallen vijand te triomfeeren en een onverbiddelijke zuster te prijzen wegens de verbanning van een lastigen aanbidder, was het zeker een schok voor haar, toen ze moest aanschouwen, hoe bovengenoemde vijand genoeglijk op de canapé zat, en de onverbiddelijke zuster op zijn knie, met het meest onderworpen en gelukkige gezicht ter wereld. Jo hijgde, alsof ze een koud stortbad kreeg; zoo'n onverwachte omkeer benam haar den adem. Het rare geluid dat ze maakte, deed het paar omzien. Meta sprong op, met een mengeling van verlegenheid en trots op haar blozend gezichtje, maar "die man" zooals Jo hem noemde, waagde het nog te lachen, en zei bedaard, terwijl hij het verbaasde standbeeld kuste:

"Zuster Jo, feliciteer ons maar!"

Dat was beleediging op beleediging stapelen; het werd Jo te kras, en een woest gebaar makende, verdween ze, zonder een woord te spreken. Ze vloog de trappen op en verschrikte de zieken, door de kamer binnen te stormen en heftig uit te roepen: "O, laat er toch gauw iemand naar beneden gaan; John Brooke doet zoo onmogelijk en Meta laat het toe."

Mijnheer en mevrouw March verlieten haastig de kamer, en op haar bed neervallend, brak Jo onder bittere tranen in luide jammerklachten los, terwijl ze Bets en Amy het verschrikkelijke nieuws vertelde. Maar de kleine meisjes vonden het een heel prettige en interessante gebeurtenis, en hier ook al geen troost vindende, trok Jo maar naar haar toevluchtsoord op den zolder en maakte de ratten deelgenoot van de ramp.

Niemand kwam te weten, wat er dien middag in de huiskamer voorviel, maar er werd veel gepraat, en de dikwijls zoo stille Brooke verbaasde zijn vrienden door de welsprekendheid en het vuur, waarmee hij zijn zaak bepleitte tot hij alles naar zijn zin geregeld kreeg.

De theebel luidde, eer hij geëindigd had met de beschrijving van het paradijs, dat hij voor Meta dacht te verdienen, en vol trots leidde hij haar naar binnen om te soupeeren, beiden zoo zichtbaar gelukkig, dat Jo het niet van zich kon verkrijgen, jaloersch of verdrietig te zijn. Amy was zeer gesticht door John's eerbiedige aanbidding en over de waardigheid, waarmee Meta zich die liet welgevallen; Bets zat hem in de verte glimlachend aan te staren, terwijl mijnheer en mevrouw March met zooveel blijde tevredenheid op het jonge paar neerzagen, dat Tante March blijkbaar gelijk had met hen "zoo onverstandig als een paar zuigelingen" te noemen. Niemand gebruikte veel, maar iedereen keek even gelukkig, en de oude kamer scheen als vernieuwd, nu de eerste roman in de familie er begon.

"Nu zul je niet meer zeggen, Meta, dat hier nooit iets prettigs gebeurt, is 't wel?" riep Amy, terwijl ze tot een besluit zocht te komen, hoe ze het paar zou schikken voor een schets, die zij van plan was te maken.

"Neen, zeker niet. Wat is er veel gebeurd sedert ik dat zei! Het schijnt wel een jaar geleden," antwoordde Meta, die in verheven sferen, ver boven gewone dingen zooals brood en boter, rondzweefde.

"De aangename dingen volgden dezen keer al heel gauw op de treurige, en ik geloof, dat de veranderingen ten goede nu begonnen zijn," zei mevrouw March. "In de meeste families komt er nu en dan zoo'n gewichtig jaar; dit is er een voor ons geweest, maar het is gelukkig geëindigd."

"'k Hoop, dat het volgende beter zal eindigen," mompelde Jo, die het heel hard vond Meta voor haar oogen heelemaal in een vreemde te zien opgaan; want de weinige personen, die Jo liefhad, had zij héél innig lief, en ze vreesde niets zoozeer als hun genegenheid te verliezen, of ook maar in het minst te zien verflauwen.

"_Ik_ hoop, dat het _derde_ jaar, van nu af gerekend, gelukkig eindigen mag; en dat _zal_ het ook, als ik in leven blijf en mijn plannen ten uitvoer brengen kan," zei John, Meta toelachende, alsof hem nu niets meer onmogelijk scheen.

"Lijkt het je niet vreeselijk, zoo'n tijd te moeten wachten," vroeg Amy, die verlangde, dat de trouwpartij nu maar voor de deur stond.

"Ik moet nog zooveel leeren, eer ik er genoeg voor weet, dat het me kort zal toeschijnen," antwoordde Meta met een zachten ernst, die haar tot nog toe vreemd was.

"Jij hebt maar te wachten. Ik zal het werk wel doen," zei John, zijn taak beginnende door Meta's servet op te rapen, met een gezicht, dat Jo aanleiding gaf haar hoofd te schudden, en met een zucht van verlichting tot zichzelf te zeggen, toen ze de voordeur hoorde dichtslaan: "Daar komt Laurie gelukkig; nu zullen we weer eens verstandig kunnen praten!"

Maar Jo vergiste zich, want Laurie kwam binnenstormen met eene groote engagementsbouquet voor "Mevrouw John Brooke," terwijl hij blijkbaar in den waan verkeerde, dat alles zoo geloopen was door zijn voortreffelijke leiding.

"Ik wist wel, dat Brooke zijn zin zou krijgen; dat lukt hem altijd! Als hij zich eenmaal voorneemt iets te doen, gebeurt het ook, al zou de hemel er bij invallen," zei Laurie, nadat hij zijn gelukwenschen en bloemen had aangeboden.

"Zeer verplicht voor je gunstige opinie. Ik neem die aan als een goed voorteeken voor de toekomst, en vraag je nu reeds bij voorbaat op onze bruiloft," antwoordde Brooke, die op het oogenblik in vrede verkeerde met het heele menschdom, zelfs met zijn lastigen leerling.

"Ik kom, al zat ik ook aan het einde der aarde, want alleen Jo's gezicht bij die gelegenheid, zal de moeite van de reis waard zijn. Je ziet er niet feestelijk uit, mejuffrouw, wat scheelt er aan?" vroeg Laurie, haar volgende in een hoek van de kamer, toen allen waren opgestaan om den ouden heer Laurence te begroeten.

"Ik keur het huwelijk niet goed, maar ik heb me voorgenomen het te dragen en er geen woord over te zeggen," zei Jo plechtig. "Je kunt niet begrijpen, hoe hard het voor mij is Meta af te staan," kwam er met bevende stem achter.

"Je stáát haar niet af. Je deelt haar maar," zei Laurie troostend.

"Het kan nooit meer hetzelfde zijn. Ik heb mijn beste vriendin verloren," zuchtte Jo.

"Maar je hebt mij nog. Ik ben wel niet veel waard, dat weet ik wel; maar ik zal je trouw blijven, Jo, al de dagen van mijn leven; op mijn woord, dat zal ik!" en Laurie meende wat hij zei.

"Dat weet ik wel, en daar ben ik heel dankbaar voor. Je bent altijd een groote troost voor me, Teddy!" zei Jo, hem dankbaar de hand drukkende.

"Wel, wees nu niet zoo somber meer, beste jongen. Alles is immers in orde. Meta is gelukkig, Brooke zal wel in een oogenblik een betrekking hebben, laat dat maar aan Grootpapa over, en het zal allerleukst zijn Meta in haar eigen huisje te zien. Als ze weg is zullen we nog een hoop plezier hebben, want dan duurt het niet lang meer, of ik ben klaar aan de academie, en dan gaan we naar Europa en doen een heerlijk reisje. Zou je dat niet troosten?"

"Misschien wel; maar je weet nooit, wat er in drie jaar gebeuren kan," zei Jo peinzend.

"Dat is waar. Zou je niet wel eens in de toekomst willen zien, om te weten, waar we dan allemaal zullen zijn? Ik wel," zei Laurie.

"Neen, ik niet, want misschien zou ik iets treurigs zien; en nu ziet ieder er zoo gelukkig uit, dat ik niet geloof, dat het veel beter worden kan," en Jo liet langzaam haar oogen door de kamer gaan, ondanks zichzelf glimlachend, want het was een allergenoegelijkst tooneeltje.

Vader en Moeder zaten naast elkander en doorleefden nog eens weer het eerste hoofdstuk van _hun_ roman, die een jaar of twintig geleden begonnen was. Amy teekende de gelieven uit, die in een aparte wereld leefden, met zulke stralende gezichten, dat de kleine kunstenares ze wel niet op het papier zou kunnen teruggeven. Bets lag op haar canapé vroolijk met haar ouden vriend te praten, die haar handje vasthield, alsof hij voelde, dat het ook hem kon leiden op den weg des vredes dien Bets zelf bewandelde. Jo zat in haar geliefkoosd gemakkelijk stoeltje, met den ernstig, rustigen blik, die haar zoo goed stond, en Laurie, op den rug van haar stoel geleund, zoodat zijn kin op eene hoogte was met haar krullebol, knikte haar vriendelijk toe in den grooten spiegel, die hun beider beeld weerkaatste.

En terwijl ze zoo zitten, valt het gordijn voor Meta, Jo, Bets en Amy. Het zal weer worden opgehaald, als we het eerste deel van dit huiselijk drama, getiteld: _Onder Moeders Vleugels_, vervolgen onder den titel: _Op Eigen Wieken_.

INHOUD.

Hoofdstuk I. Kleine Pelgrims Hoofdstuk II. Een vroolijk Kerstfeest Hoofdstuk III. "Die Jongen van Hiernaast" Hoofdstuk IV. Lasten Hoofdstuk V. Goede Buren Hoofdstuk VI. Bets vindt "het Paleis der Gelukkigen" Hoofdstuk VII. Amy's Dal der Vernedering Hoofdstuk VIII. Jo ontmoet Appollyon Hoofdstuk IX. Meta gaat naar de Kermis der IJdelheid Hoofdstuk X. De P.C. en P.P. Hoofdstuk XI. Proefnemingen Hoofdstuk XII. Het Kamp Laurence Hoofdstuk XIII. Luchtkasteelen Hoofdstuk XIV. Geheimen Hoofdstuk XV. Een Telegram Hoofdstuk XVI. Brieven Hoofdstuk XVII. Kleine Getrouwen Hoofdstuk XVIII. Donkere Dagen Hoofdstuk XIX. Amy's Testament Hoofdstuk XX. In vertrouwen Hoofdstuk XXI. Laurie sticht Kwaad, en Jo herstelt den Vrede Hoofdstuk XXII. Liefelijke Weiden Hoofdstuk XXIII. Tante March brengt de Zaak tot een Beslissing

AANTEEKENINGEN

[1] In den burgeroorlog dien de Noordelijke en Zuidelijke Staten van N. Amerika voerden over de afschaffing der slavernij.

[2] _The Pilgrim's Progress_, een beroemd boek van den Engelschen schrijver John Bunyan. (Nederlandsche uitgaven verschenen bij D. Bolle te Rotterdam). De pelgrim Christiaan had op zijn reis naar de Hemelsche Stad allerlei moeilijkheden te overwinnen, zooals "de leeuwen", "Apollyon", een gevleugeld monster, "de booze geesten" enz.

[3] De pelgrim in _The Pilgrim's Progress_ moet op zijn reis naar "de Hemelsche stad" o.a. ook "de leeuwen" voorbij. (Vert.)

[4] Uit Dickens.

[5] Rotten Row is een breede ruiterlaan in Hyde Park (Londen).

[6] Uit "The Pelgrims Progress."

[7] Uit "The Pelgrims Progress."

[8] De Pelgrim.

[9] Weer een der personen uit _The Pilgrim's Progress_.

End of Project Gutenberg's Onder Moeders Vleugels, by Louise M. Alcott