Onder Moeders Vleugels

Chapter 11

Chapter 113,767 wordsPublic domain

Zesvoet lange Stockwall zit daar Met de gratie van een beer, En zijn schalksche bruine tronie Blikt lieftallig op ons neer.

Dichtvuur doet zijn oogen stralen, "Moedig voorwaarts!" is zijn leus, Eerzucht zetelt op zijn voorhoofd, En een inktvlek op zijn neus.

Daarna volgt ons vriendje Tupman, Zoo teerhartig, lief en goed; Die om onze aardigheden Altijd vreeselijk lachen moet.

Tot besluit de kleine Winkle. 'n Aardig ventje, keurig net, Die, al haat hij 't handen wasschen, Keurig is op zijn toilet.

't Jaar vloog om, wij bleven allen, Onder pret en lach' tezaam, Langs het letterkundig voetpad Stromplen naar den berg der Faam.

Moog ons blad steeds floriseeren! Onze Club, dat is mijn beê, Menig jaarfeest vroolijk vieren! Lang nog leve de "P.C!"

A. Stockwall

HET GEMASKERDE HUWELIJK.

EEN VERHAAL UIT VENETIË.

De eene gondel na de andere naderde de marmeren trappen en zette haar lieven last af, om de statige, schitterend verlichte zalen van den graaf de Adelon met haar gezelschap te vermeerderen. Ridders en edelvrouwen, elfen en pages, monniken en bloemenmeisjes, allen mengden zich vroolijk in den dans. Lieflijke stemmen en welluidende melodieën vervulden de lucht, en zoo had de maskerade plaats onder vroolijke muziek.

"Heeft uwe Hoogheid van avond ook Lady Viola gezien?" vroeg een ridderlijk troubadour aan de elfenkoningin, die aan zijn arm de zaal doorwandelde.

"Ja, is zij niet allerliefst, hoewel zij zoo treurig kijkt! Haar japon is ook zoo goed gekozen, want binnen een week trouwt ze met graaf Antonio, dien zij van ganscher harte haat."

"Bij mijn ziel, ik benijd hem, daar komt hij aan, gekleed als een bruidegom, het zwarte masker niet medegerekend. Als hij dat heeft afgedaan, kunnen wij zien, hoe hij de schoone maagd aanziet, wier hart hij niet kan winnen, schoon haar strenge vader hem haar hand beloofde," antwoordde de troubadour.

"Men vertelt dat zij den jongen Engelschen kunstenaar bemint, die haar volgt als haar schaduw, en door haar vader veracht wordt," zei de dame, terwijl zij zich weer bij de dansers voegde.

Het feest had zijn toppunt bereikt, toen een priester binnentrad en het jonge paar wenkte hem te volgen naar een met purper fluweel behangen nis, waar hij hen verzocht neder te knielen. Diepe stilte heerschte onmiddellijk in de vroolijke vergadering, en geen ander geluid verbrak de stilte, dan het ruischen der fonteinen of het gesuizel in de oranjeboschjes, die in het maanlicht sliepen, toen graaf de Adelon aldus sprak:

"Mijne heeren en dames, vergeeft de list, die ik gebruikte om u hier bijeen te vergaderen en getuigen te zijn van het huwelijk mijner dochter.--Vader, wil met den dienst een aanvang maken."

Aller oogen wendden zich naar het bruidspaar, en een zacht gemurmel van verbazing liep door de menigte, want noch de bruid noch de bruidegom ontdeden zich van het masker. Nieuwsgierigheid en verwondering vervulden aller hart, maar eerbied hield aller tong in bedwang, totdat de heilige band gelegd was. Toen verzamelden de toeschouwers zich om den graaf en verzochten een verklaring.

"Gaarne zou ik die geven, zoo ik maar kon, maar ik weet alleen, dat het een gril was van mijn bedeesde Viola, en ik gaf toe. Nu, mijne kinderen, laat het spel nu geëindigd zijn. Doet de maskers af, en ontvangt mijn zegen."

Maar geen van beiden boog de knie, want de jonge bruidegom antwoordde op een toon, die alle toehoorders deed verbleeken, en toen hij het masker liet vallen werd het edel gelaat zichtbaar van Ferdinand Devereux, den kunstenaar-minnaar, terwijl de schoone Viola schitterend van vreugde en aanminnigheid het hoofd liet rusten tegen de borst, waar nu de ster van een Engelschen graaf fonkelde.

"Milord, gij hebt mij hooghártig gezegd, dat ik om de hand uwer dochter mocht vragen, als ik mij beroemen kon op een even gevierden naam en een even groot inkomen als graaf Antonio. Ik kan meer doen dan dat, want zelfs uw eerzuchtige ziel kan voldaan zijn, nu graaf de Devereux en de Vere zijn ouden naam en weêrgaloozen rijkdom in ruil aanbiedt voor de geliefde hand dezer schoone dame, nu mijn vrouw."

De graaf stond als versteend, en zich naar de verbaasde menigte keerend, voegde Ferdinand er met een vroolijk triomfeerenden glimlach bij: "U, mijn ridderlijke vrienden, kan ik slechts toewenschen, dat uw begeerten even schitterend vervuld mogen worden als de mijne, en dat gij allen een even schoone bruid moogt winnen, als ik door dit gemaskerd huwelijk."

S. Pickwick

Waarom is de P.C. gelijk aan den toren van Babel?

Zij is vol onordelijke leden.

GESCHIEDENIS VAN EEN MELOEN.

Op zekeren dag zaaide een hovenier een zaadje in zijn tuin, en na een poosje ontkiemde het en werd een flinke plant en droeg verscheiden meloenen. Op zekeren dag in October, toen ze rijp waren, plukte hij er een af en bracht dien naar de markt. Een kruidenier kocht hem en legde hem in zijn winkel. Dienzelfden morgen ging een klein meisje, met een bruinen hoed, een blauwe jurk en een stompen neus naar den winkel en kocht hem voor haar moeder. Ze bracht hem naar huis, sneed hem open, kookte hem in een grooten pot, en diende een gedeelte er van op met suiker voor het middagmaal; bij het overschietende deed zij een pintje melk, twee eieren, vier lepels suiker, wat nootmuskaat, en een paar beschuiten, deed het in een diepen schotel en bakte het, totdat het lekker bruin was: en den volgenden dag werd het opgegeten door een familie, March geheeten.

T. Tupman.

Aan den heer Pickwick.

Mijnheer,

Ik heb u iets te schrijven over een overtreding, de zondaar dien ik bedoel is een man, Winkle genaamd die heel lastig is in de vergadering, omdat hij lacht en soms geen stukken wil schrijven in dit bewonderde blad en ik hoop, dat u hem zijn zonde wilt vergeven en hem toe wilt staan een Fransche fabel in te zenden, omdat hij niet uit zijn hoofd kan schrijven en omdat hij zooveel lessen moet leeren en er geen hoofd voor heeft. In 't vervolg zal ik probeeren den tijd bij de horens te vatten en een stukje klaar te maken dat geheel _comme la fo_ zal zijn, ik bedoel heelemaal in orde, ik eindig in haast want het is bijna schooltijd.

Uw dienaar,

N. Winkle.

(Het bovenstaande is een mannelijke en flinke erkenning van vroeger slecht gedrag. Als onze jonge vriend zich eens op de interpunctie wilde toeleggen, zou dat niet kwaad zijn.)

EEN DROEVIG ONGELUK.

Laatstleden Vrijdag werden we opgeschrikt door een hevigen slag in onze benedenste verdieping, gevolgd door een angstig geschreeuw. We vlogen gezamenlijk naar den kelder en ontdekten onzen geachten president languit op den grond, daar hij gestruikeld en gevallen was, toen hij hout wilde krijgen voor huiselijk gebruik. Een waar tooneel van verwoesting ontrolde zich voor onze ontstelde blikken, want de heer Pickwick was met hoofd en schouders in een tobbe water terecht gekomen, had een vaatje groene zeep over zijn kostbaar lichaam gekregen en zijn kleederen erg gehavend. Toen hij uit zijn gevaarlijke positie verlost was, ontdekte men, dat hem geen leed wedervaren was, behalve eenige lichte kneuzingen; we kunnen er tot onze vreugde bijvoegen, dat hij vrij wel is.

Red.

DOODSBERICHT.

Het is ons een treurige plicht u het plotseling en geheimzinnig verdwijnen mede te deelen van onze geliefde vriendin, mevrouw Witvoet. Deze beminnenswaardige en beminde poes was de lieveling van een grooten kring warme en bewonderende vrienden; haar schoonheid trok aller oogen tot zich, haar bevalligheden en deugden verzekerden haar een plaats in ieders hart, en haar verlies wordt door het geheele gezelschap diep gevoeld.

Ze is het laatst gezien bij het hek, waar ze de kar van den slagersjongen met hare opmerkzaamheid vereerde, en wij vreezen, dat de een of andere ellendeling, verlokt door haar bekoorlijkheden, haar heeft gestolen. Weken zijn voorbijgegaan, maar geen spoor van haar is ontdekt; wij geven alle hoop op, binden een zwart lint om haar mandje, zetten haar schotel ter zijde en beweenen haar als ééne, die ons voor altijd ontvallen is.

Een medegevoelend vriend zendt ons het volgende dicht-kleinood.

KLAAGLIED OP WITVOET

Onze kleine Witvoet Is helaas niet meer. Z's plotseling verdwenen, En ach, wij treuren zeer. 't Grafje van haar kleintje Onder gindschen eik, Gaan wij trouw bezoeken-- Maar waar rust _haar_ lijk? Ledig staat het mandje, Roerloos ligt haar bal. Kon ik maar vergeten, Dat ik nooit meer zal Hooren 't zacht miauwen, 't Vriendelijk gespin-- Alsof zij wou zeggen, "Toe, laat mij er in." Ach, een ander katje Loert op rat en muis, Maar dat zal nooit worden Speelpop hier in huis. Want helaas! haar kopje Is niet mooi of lief, En zij mist de gratie Van mijn hartelief. En waar vroeger Witvoet O, zoo rap en vlug! Vreemde honden wegjoeg-- Blaast met hoogen rug, Achter veil'ge tralies, Nel naar 't vreemd gespuis; Neen, zij zal nooit worden 't Sieraad van ons huis. Z' is wel goed en nuttig, En 't is waar, haar plicht Wordt heel trouw en ijverig, Steeds door haar verricht: Maar zij streelt niet de oogen; Dus--zóó innig teer, Als wij _u_ beminden, Minnen wij nooit weer.

A. S.

ADVERTENTIES.

Mejuffrouw Ophelia Pennelikster, de beroemdste geletterde redenaarster, zal haar uitstekend werkje over "de Vrouw en hare Positie" in de Pickwick Club voorlezen, aanstaanden Zaterdag na afloop der gewone werkzaamheden.

Er zal eene wekelijksche bijeenkomst gehouden worden in de "Keukenzaal," om jonge dames te leeren koken. Hanna Brown zal presideeren; alle leden worden verzocht trouw op te komen.

Naar wij vernemen zal de Stoffervereeniging aanstaanden Woensdag een vergadering houden op de bovenste verdieping der Sociëteit. Alle leden moeten in uniform precies te negen uur, met den stoffer op schouder, verschijnen.

Mejuffrouw Betsy Poppe zal de volgende week haar nieuw magazijn van Poppen-mode-artikelen openen. De laatste Parijsche modes zijn gearriveerd, en alle bestellingen zullen met de grootste zorg worden nagekomen.

Een nieuw stuk zal binnen weinig weken opgevoerd worden in het Schuur-Theater, dat alles belooft te overtreffen, wat tot nog toe op eenig Amerikaansch tooneel gegeven werd.

"De Grieksche Slavin of Constantijn de Wreker," is de titel van dit roerend drama!!!

WENKEN.

Indien S.P. niet zooveel zeep voor zijn handen gebruikte, zou hij 's morgens niet altijd te laat aan het ontbijt komen. A.S. wordt verzocht niet op straat te fluiten. T.T. vergeet als 't je belieft Amy's servet niet. N.W. moet niet mopperen, omdat hij geen negen opnaaisels in zijn jurk heeft.

WEEKBERICHTEN.

Meta --Goed. Jo --Slecht. Betsy --Zeer goed. Amy --Middelmatig.

Toen de president geëindigd had met het voorlezen van het weekblad (een getrouwe copie van een blad dat eens door werkelijk bestaande meisjes geschreven werd) volgden er luide toejuichingen van alle kanten, en daarna stond de heer Stockwall op om een voorstel in te dienen.

"Mijnheer de president en mijne heeren," begon hij, een houding en toon aannemende, waarvoor een parlementslid zich niet zou behoeven te schamen. "Ik zou u gaarne de toetreding van een nieuw lid in overweging geven; een vriend die dat ten zeerste verdient, er ten hoogste dankbaar voor zou zijn, en veel zou bijbrengen zoowel tot verhooging van het gehalte onzer Club, als tot de letterkundige waarde van ons blad, en die ontegenzeggelijk heel vroolijk en gezellig zou wezen. Ik stel den heer Theodoor Laurence voor als eerelid van de P.C.--Toe, vindt het maar goed."

De plotselinge verandering in Jo's stem maakte de meisjes aan het lachen; maar geen van allen juichte het plan dadelijk toe, of zei een enkel woord, toen Stockwall weer ging zitten.

"Wij zullen het in rondvraag brengen," zei de president. "Allen, die ten gunste van het voorstel willen stemmen, worden verzocht "ja" te zeggen."

Een luide uitroep van Stockwall, tot ieders verbazing, gevolgd door een fluisterend "Ja" uit Bets' mond.

"Die er tegen stemmen worden verzocht hun "neen" uit te spreken."

Meta en Amy waren er tegen; en de heer Winkle stond op om met groote deftigheid te zeggen: "Wij hebben er liever geen jongens bij; ze maken maar gekheid en zijn zoo wild. Dit is een damesgezelschap, en we willen onder ons blijven."

"Ik ben bang, dat hij ons weekblad gek vinden en ons achter den rug uitlachen zal," zei Pickwick en trok aan het krulletje op zijn voorhoofd, zooals hij altijd deed, wanneer hij in het een of ander niet tot een besluit kon komen.

Daar vloog Stockwall vol vuur op, roepende:

"Mijnheer, ik geef u mijn eerewoord, dat Laurie niets van dien aard zal doen. Hij schrijft graag, en hij zou ons blad veel aardiger maken door zijn bijdragen, en begrijp je dan niet, dat wij voor sentimentaliteit bewaard blijven, als hij er bij is? Wij kunnen zoo weinig voor hem doen, en hij doet zooveel voor ons, en ik vind dat we hem hartelijk welkom moeten heeten, als hij komt.

Deze slimme zinspeling op bewezen weldaden, deed Tupman vastbesloten opspringen.

"Ja, we moeten het doen, zelfs al _zijn_ we wat bang. _Ik_ zeg, dat hij komen mag en zijn Grootpapa ook als die wil."

De flinke uiting van Bets bracht de andere clubleden in stomme verbazing en Jo verliet haar plaats om haar goedkeurend de hand te drukken.

"Nu dan, laat ons opnieuw stemmen. Ieder herinnere zich dat het onzen Laurie geldt, en zegge "ja"!" riep Stockwall opgewonden maar plechtig.

"Ja! Ja!" riepen drie stemmen tegelijk.

"Goed! dank je wel! En daar nu niets beter is dan "den tijd bij de horens te vatten," zooals Winkle zeer juist heeft opgemerkt, neem ik de vrijheid u het nieuwe lid voor te stellen;" en tot ontsteltenis der overige leden rukte Jo de deur open van een klein kamertje, waar Laurie op een voddenkist zat, met een vuurrood gezicht van het ingehouden lachen.

"Schurk! Verrader! Jo, hoe kon je dát doen?" riepen de drie meisjes, toen Stockwall haar vriend zegevierend naar voren bracht, hem een stoel en een insigne gaf, en onmiddellijk installeerde.

"De onbeschaamdheid van die twee is waarlijk verbazingwekkend," begon de heer Pickwick en trachtte zijn gelaat in een zeer ernstige plooi te zetten, hetgeen echter niet gelukte, daar zich slechts een beminlijken glimlach vertoonde. Maar het nieuwe lid bleek tegen den storm opgewassen; hij stond op, maakte een sierlijke buiging en begon op de innemendste wijze: "Mijnheer de president en dames--ik vraag excuus, _heeren_--vergunt mij mezelf aan u voor te stellen als Sam Weller, de zeer nederige dienaar der club."

"Goed zoo, goed zoo!" riep Jo en stampte met den steel van de oude beddepan, waarop zij steunde.

"Mijn trouwe vriend en edele beschermheer," vervolgde Laurie met een bevallig manuaal, "die mij op zoo vleiende wijze heeft voorgesteld, verdient geen berisping over de laaghartige krijgslist van dezen avond. Ik maakte het plan en hij gaf eerst na lang plagen toe."

"Kom, Laurie, neem nu niet de heele schuld voor jouw rekening; je weet dat ik het kamertje verzonnen heb," viel Stockwall, die groote pret had, hem in de rede.

"Luister niet, naar wat zij zegt. Ik ben de ellendeling, die het gedaan heeft, mijnheer," zei het nieuwe lid met een Wellerachtig knikje tegen den heer Pickwick. "Maar ik zal het op mijn eer nooit weer doen, en mij voortaan wijden aan de belangen van deze onsterfelijke club."

"Hoor! hoor!" riep Jo en sloeg het deksel op den beddewarmer open en dicht, bij wijze van bekkens.

"Ga voort, ga voort!" voegden Winkle en Tupman er bij, terwijl de president welwillend boog.

"Ik wilde alleen nog maar zeggen, dat ik, als een gering blijk van mijn dankbaarheid voor de eer mij aangedaan, en als middel om het vriendschappelijk verkeer tusschen naburige volken te bevorderen, een postkantoor heb opgericht in de heg aan de achterzijde van den tuin; een fraai, ruim gebouw, met sloten op de deur en alle mogelijke gemakken. Het is het oude konijnenhok; maar ik heb de deur dicht en het dak opengemaakt, zoodat het alle soorten van dingen kan bevatten en ons veel kostbaren tijd zal besparen. Brieven, manuscripten, boeken en pakjes kunnen er in; en daar ieder volk een sleutel heeft, zal het bizonder practisch zijn, denk ik. Staat mij toe u den sleutel der club aan te bieden, en met hartelijken dank voor de bewezen gunst mijn plaats weder in te nemen."

Een luid gejuich volgde, toen de heer Weller een kleinen sleutel op tafel neerlegde en weer ging zitten; de beddepan klapte en zwaaide geweldig, en het duurde een heelen tijd, eer de orde kon hersteld worden. Lange beraadslagingen volgden en allen spraken verwonderlijk goed, want allen deden hun best; het was dus een buitengewoon levendige vergadering, die eerst laat gesloten werd en eindigde met drie luide hoera's voor het nieuwe lid.

Niemand had ooit berouw over de toelating van Weller; want een getrouwer, fatsoenlijker, en vroolijker lid kon in geen club gevonden worden. Hij bracht bepaald leven in de vergaderingen, en "pit" in het weekblad; zijn redevoeringen deden zijn toehoorders uitbarsten in lachen, en zijn bijdragen waren uitstekend, afwisselend, vaderlandslievend, klassiek, grappig, of treurig, maar nooit sentimenteel. Jo vond ze een Bacon, Milton of Shakespeare waardig en verbeterde er haar eigen opstellen met goed gevolg naar.

Het P.K. was een prachtinstelling en bloeide buitengewoon; want er werden bijna evenveel wonderlijke dingen door verzonden als door een werkelijk postkantoor. Treurspelen en dasjes, gedichten en ingemaakt zuur, bloemzaad en lange brieven, muziek en boeken, gomelastiek, uitnoodigingen, berispingen en katjes. De oude heer had er plezier in, zond aardige pakjes, geheimzinnige boodschappen en grappige telegrammen, en zijn tuinman, getroffen door Hanna's bekoorlijkheden, zond haar eenmaal een minnebrief onder Jo's adres. Wat lachten de meisjes toen het geheim uitkwam, niet droomende, dat het kleine postkantoor in vervolg van tijd nog menigen dergelijken brief zou bevatten.

HOOFDSTUK XI.

PROEFNEMINGEN.

"1 Juni. Nu gaan de Kings morgen naar zee, en ik ben vrij! Drie maanden vacantie! Wat zál ik genieten!" riep Meta op zekeren warmen dag thuiskomend, waar ze Jo, totaal uitgeput, op de sofa vond liggen, terwijl Bets haar de stoffige laarzen uittrok en Amy limonade maakte, tot opfrissching van het heele gezelschap.

"Tante March is vandaag afgereisd, waar ik zielsdankbaar voor ben!" zei Jo. "Ik was zoo bang, dat ze me vragen zou met haar mee te gaan. Als ze het gedaan had, zou ik niet hebben kunnen weigeren, maar Plumfield is, zooals je weet, al even vroolijk als een kerkhof, en ik blijf liever hier. 't Was me wat, hoor, eer we de oude dame klaar hadden, en de schrik sloeg me om het hart, telkens als ze iets tegen me zei; want in mijn verlangen om weg te komen, werd ik zoo buitengewoon behulpzaam en lief, dat ik nog bang was, dat ze onmogelijk van me zou kunnen scheiden. Ik beefde, tot ze goed en wel in het rijtuig zat, en kreeg nog tot besluit een geweldigen schrik, want toen zij wegreed, stak ze haar hoofd uit het raampje, en riep: "Jose--phine, zou je niet--". Ik hoorde niets meer, maar keerde me lafhartig om en ging aan den haal. Toen ik den hoek om was gehold, voelde ik me pas veilig."

"Arme, arme Jo! ze kwam binnenvliegen, alsof ze door beren werd nagezeten," zei Bets, en wreef Jo's voeten op moederlijke wijze.

"Tante March is een echte Samfier," zei Amy en proefde haar mengsel met een critisch gezicht.

"Ze bedoelt _Vampier_; maar dat komt er zoo nauw niet op aan; het is te warm om op zijn woorden te letten," zuchtte Jo.

"Wat zijn jullie van plan in de vacantie te doen?" vroeg Amy, behendig van onderwerp veranderend.

Ik blijf 's morgens lang in bed liggen en doe niets," antwoordde Meta van uit haar gemakkelijken stoel. "Ik ben er den heelen winter vroeg uitgejaagd, om dag in dag uit voor andere menschen te werken; nu ben ik van plan rust te nemen en eens naar hartelust plezier te maken."

"Neen", zei Jo, "dat luieren zou mij niet bevallen. Ik heb een massa boeken opgedaan, en ik ga mijn heerlijke uren gebruiken met lezen op mijn plaatsje in den ouden appelboom, als ik niet aan het h--".

"Zeg niet herrie maken!" smeekte Amy, in weerwraak over de "sampier"-terechtwijzing.

"Dan zal ik zeggen aan het "hollen" ben met Laurie; dat is een heel gepast woord, daar hij toch soms zoo'n woesteling is."

"Dan moesten wij nu eens voor een poos ook geen werk doen, maar den heelen dag spelen en rusten, net als de anderen van plan zijn," zei Amy.

"Dat is goed, als moeder er niets tegen heeft. Ik zou graag wat nieuwe stukjes leeren, en mijn kinderen moeten voor den zomer in orde gebracht worden; ze zijn er treurig aan toe en hebben groot gebrek aan kleeren."

"Vindt u het goed, Moeder?" vroeg Meta en wendde zich tot mevrouw March, die in "moedershoekje" zat te naaien.

"Je kunt het eens voor een week probeeren en zien, hoe het jullie bevalt. Maar ik denk, dat je Zaterdagavond zult moeten erkennen, dat altijd spelen en niets uitvoeren al even erg is, als altijd werken en nooit spelen."

"O hemel, neen! het zal heerlijk zijn, daar ben ik zeker van," zei Meta welbehaaglijk.

"Ik stel een toast voor, zooals mijn "vriendin en collega Sairy Gamp" [4] zegt: "Den heelen dag pret en niets geen gezwoeg!" riep Jo opstaande, met het glas in de hand toen de limonade gepresenteerd was.

Allen klonken met een vroolijk hart en begonnen met de proefneming, door het overige van den dag te luieren. Meta verscheen den volgenden morgen eerst om tien uur; haar eenzaam ontbijt smaakte haar niet, en de kamer scheen ongezellig en rommelig, want Jo had de vazen niet gevuld, Bets had geen stof afgenomen, en Amy's boeken lagen overal verspreid. Niets was netjes en uitlokkend dan "moedershoekje", dat er als naar gewoonte uitzag; en daar ging ze zitten rusten en lezen, hetgeen echter niet veel anders was dan geeuwen en zich voorstellen welke mooie zomerjaponnetjes ze voor haar salaris koopen zou. Jo bracht den morgen door op de rivier met Laurie, en den namiddag met lezen en schreien over _"De Wijde Wijde Wereld"_ boven in den appelboom. Bets begon alles uit de groote kast overhoop te halen, waar haar kinderen verblijf hielden, maar daar ze moe werd, eer ze halfweg was; liet ze den heelen rommel overhoop liggen en begon piano te spelen, blij dat ze niets behoefde om te wasschen. Amy bracht haar prieel in orde, deed haar beste witte jurk aan, maakte haar krullen netjes op en ging zitten teekenen onder de kamperfoelie, hopende, dat de een of ander haar zou opmerken en vragen, wie dat jonge kunstenaresje toch was.

Daar niemand verscheen behalve een nieuwsgierige hooiwagen, die haar werk met veel belangstelling onderzocht, ging ze wandelen, werd door een regenbui overvallen, en kwam druipnat thuis.