Omzwervingen door de eilandenwereld van den Grooten-oceaan De Aarde en haar Volken, 1887

Part 3

Chapter 3 3,523 words Public domain Markdown

Het opperhoofd geleidde mij naar een soort van loods, waar de danseressen de laatste hand legden aan haar toilet. Zij dompelden haar vingers in eene kalabas met geparfumeerde kokosolie gevuld, en bestreken hare schouders, haar borst en dijen met deze welriekende olie. Om haar heupen hadden zij een eveneens met olie gezalfden gordel van bladeren; om haar hals droegen zij een ketting van beurtelings langwerpige en ronde peperzaden; op haar borst hing de slagtand van een wild zwijn; een krans van bloemen omgaf haar voorhoofd; het lange zware gitzwarte haar golfde vrijelijk over schouders en rug. De dansers schaarden zich achter hunne dames; zij gingen op eene lijn naast elkander zitten, en begonnen met een soort van pantomime, gevolgd door buigingen met de armen, welke met onberispelijk ensemble werden uitgevoerd. De vlugheid en buigzaamheid hunner handen is inderdaad verwonderlijk: nu eens was het of zij iemand in magnetischen slaap wilden brengen, dan weer speelden hunne vingers, met duizelingwekkende snelheid, op den grond, als op de toetsen eener piano. Terwijl de handen en armen in rustelooze beweging waren, schommelden zij met het bovenlijf heen en weer; de beenen bleven gevouwen, op de turksche manier. Daarop volgde de eigenlijke dans, die zeer verschillend van karakter was, al naarmate de dansers den hartstocht der liefde of dien van den krijg in zijne onderscheidene openbaringen moesten voorstellen. De gebruikelijke verwringingen en verdraaiingen van het lichaam en van de gelaatstrekken waren, in sommige oogenblikken, inderdaad afschuwelijk.

Wij hadden in Pago-Pago verder niets te verrichten; de fransche missionaris, de heer Vidal, voor wien wij van Tahiti brieven hadden medegebracht, was juist afwezig. De bisschop van Centraal-Oceanië had te Apia (op het eiland Oepopoe) eene bijeenkomst belegd van alle Maristen, die de verschillende katholieke posten in den archipel bezetten; wij begaven ons ook daarheen. De Amerikanen hebben een kolenstation te Pago-Pago, maar, naar het schijnt, maken zij geene ernstige aanspraak op de heerschappij over de Samoa-eilanden; zij stellen zich voorloopig tevreden met de Sandwich-eilanden, die dichter bij Amerika zijn gelegen en waar zij eene onbetwiste heerschappij uitoefenen. Maar niemand kan zeggen, waar de hebzucht der Yankees zich grenzen stellen zal.

De Duitschers hebben van de regeering der Samoa-eilanden vergunning verkregen tot eene nederzetting te Saloeafata, niet verre van Apia, op het eiland Oepoloe, het voornaamste van den geheelen archipel; zij zijn daardoor in het bezit gekomen van eene tamelijk veilige haven, waar zij de noodige magazijnen hebben gevestigd ten behoeve van hunne schepen, die zich daar van levensmiddelen en andere benoodigdheden kunnen voorzien, ingeval Duitschland met eene der europeesche koloniale mogendheden in oorlog geraakte.--De schepen van de Handelmaatschappij te Hamburg vormen een vloot, door welker bemiddeling het geheele vervoer der produkten van het eiland plaats heeft. Van de vijfduizend bunders, die op de Samoa-eilanden worden bebouwd, behooren er vierduizend-vijfhonderd aan duitsche emigranten; van de tweeduizend werklieden, die op de Salomon-eilanden, op Nieuw-Zeeland of elders aangeworven worden voor de ontginning der gronden in den archipel, zijn er achttienhonderd in dienst der duitsche planters, wier invloed zeer groot is. Te Apia vormen de consuls van Duitschland, Engeland en de Vereenigde-Staten eene soort van bestuur, dat zich drie bijzitters heeft toegevoegd en voor de belangen der Europeanen waakt. Dit bestuur is ruim zoo machtig als de inlandsche regeering, wier zetel te Malinuu is, aan de westpunt van de baai van Apia.

Twee koninklijke familiën betwisten elkander het gezag: de Tupua, afstammelingen der oude koningen, staan aan het hoofd van de nationale partij; zij behooren tot de ijverigste bekeerlingen van de fransche katholieke zendelingen. De Maliétoa, die door de Engelschen en de Duitschers ondersteund worden, zijn protestantsche methodisten. Dit verschil van godsdienst is de voornaamste oorzaak--ik moest misschien zeggen het voornaamste voorwendsel--van de moorddadige oorlogen, die de verschillende eilanden en stammen met elkander voeren. De tegenwoordige koning Maliétoa Laupepa, is niet de uitverkorene des volks, maar een creatuur der vreemde residenten. Zijn aangenomen vader, wijlen William, was tegelijk protestantsch predikant en vice-consul van Engeland. De bevolking erkent in schijn het gezag van dien vorst, in afwachting dat eene omwenteling den nationalen pretendent op den troon brengt.

De eilanden tellen te zamen eene bevolking van ruim vijf-en-dertigduizend zielen, welke aldus is verdeeld: op Tetuïla en Manoe vijfduizend inwoners; zestienduizend op Oepoloe; elfduizend op Sawaï; tweehonderdvijftig op Apolina; duizend op Manono, een klein eiland, waarvan de bewoners om hunne dapperheid beroemd zijn; eindelijk tweeduizend op Manoea. Zesduizend Samoanen behooren tot de katholieke Kerk; de anderen zijn Wesleyanen of Methodisten, met uitzondering van tweehonderd Mormonen op Tetuïla.

In 1882 telde men, volgens officieele opgave, in den archipel driehonderd Duitschers, honderd Engelschen, veertig Amerikanen, twintig Franschen, waaronder zestien missionarissen; voorts vijftig Europeanen van verschillenden oorsprong, vijftig Chineezen, en tweeduizend Polynesiërs, die op de andere eilanden als arbeiders waren aangeworven.

De haven van Apia is het voornaamste middelpunt van den handel in den Samoa-archipel. Verbeeld u eene kleine kosmopolitische stad, waarvan de zeer heterogene elementen een bij uitstek bont geheel vormen, waar de beschaving en de barbaarschheid elkander ontmoeten en die gelegenheid biedt tot zeer merkwaardige studiën en waarnemingen. Naast de winkels der europeesche handelaars staan nog de hutten van het oude inlandsche dorp, die de eigenaars niet hebben willen verlaten. De fransche Maristen hebben te Apia eene zeer bloeiende nederzetting. Rondom de kerk, welke te klein is om de schare der geloovigen te kunnen bevatten, en op den heuvel staat de woning der missionarissen en in de nabijheid de scholen voor jongens en meisjes. De stichter der missie van Oepoloe, een eerwaardig grijsaard, die sedert 1847 op dit eiland zijn leven heeft gewijd aan de dienst des Evangelies en der beschaving, had de vriendelijkheid, mij bij mijn bezoek aan de scholen te vergezellen. Op zijn aandrang richtte ik onderscheidene vragen tot verschillende leerlingen, zoo jongens als meisjes; en ik moet verklaren dat zij mij verbaasden door hunne juiste antwoorden en hunne kennis, vooral in rekenen en aardrijkskunde.

Van mijn verblijf te Apia maakte ik gebruik om het binnenland te bezoeken. Tusschen het strand en de bergstreek volgde ik een weg, die, door oranjehagen omzoomd, dwars door de uitgestrekte plantages loopt van de duitsche Handelmaatschappij, wier voornaamste produkten bestaan in coprah, koffie en katoen. Langs zacht glooiende paden steeg ik vervolgens omhoog tot de kam van de hoofdketen; in dit wonderschoone land zijn de hellingen der bergen geheel bedekt met dichte bosschen, waarin het gezang weerklinkt van allerlei vogels; papegaaien, kardinalen, meerlen, groene en grijze tortelduiven en vele andere vogels vlogen bij mijne nadering verschrikt weg. Somwijlen openden zich de levende wanden van ondoordringbaar groen, die ter wederzijde den weg omzoomden, en dan zag ik, vele honderden ellen beneden mij, heerlijke, paradijsachtige valleien, waar beken ruischen en watervallen zich van de rotsen storten. Doorgaans volgde ik, bij het terugkeeren van deze wandelingen, eene kleine rivier, die in de baai van Apia uitloopt; een bad in hare frissche wateren deed mij spoedig mijne vermoeienis vergeten.

Bij ons vertrek van Apia namen wij als passagiers den bisschop van Centraal-Oceanië, Mgr. Lamaze, mede en een zijner medearbeiders, den heer Delahaye. Ook hadden wij tijdelijk aan boord opgenomen de geestelijke zusters van Apia, waaronder twee Françaises, eene Iersche en vier inlandsche vrouwen, die te Sawaï hare vacantie van eene maand gingen doorbrengen. Ondanks het heerlijke weder, had de overste, eene bejaarde vrouw, schrikkelijk te lijden van de zeeziekte. Hare twee europeesche zusters--vroeger dames die een hoogen rang in de maatschappij innamen, en die zich nu, met nooit genoeg te waardeeren zelfopoffering, op de Samoa-eilanden aan de opvoeding der jeugd en de werken der barmhartigheid wijden,--waren gelukkiger. Zij deden ons allerlei verhalen aangaande het land, terwijl de verschillende eilanden van den archipel voor onze oogen uit de wateren oprezen en weder verdwenen. Tot mijn leedwezen konden wij deze eilanden niet aandoen, ook Sawaï niet, waarvan de hooge rotsige kust, de vulkanische kegel en de met den weelderigsten plantengroei bedekte vlakten en valleien een verrukkelijk schoonen aanblik opleverden.

Op Sawaï zijn twee fransche missionarissen gevestigd: de een woont te Atatèle; de ander, die bij ons aan boord was, de heer Delahaye, te Salelawaloe. De _Manua_ hield stil voor de baai van Mataoetoe, waar de missionaris aan land ging met de zes geestelijke zusters van Apia. Zeer gaarne zou ik mede naar wal zijn gegaan; maar dat was onmogelijk.

IV

De Tonga-eilanden.

Na een bezoek aan de Wallis-eilanden, zette de _Manua_ koers naar de Tonga-groep. Daar de machine op de reede van Oevéa onklaar was geraakt, moesten wij met tegenwind zeilen en gedurende zes lange dagen laveeren en manoeuvreeren, eer wij aan Vavao kwamen. Het was dan ook eene ware uitkomst, toen wij de eerste eilanden van het rijk van George I, den koning der Tonga's, in het gezicht kregen; na de bewoonde en vruchtbare eilanden Boscawen en Keppel, vertoonden zich de kale rotsen van Amargura en Toko; daarop volgde de doolhof van de Vavao-eilanden, de noordelijkste groep van den Tonga-archipel, die zich van de beide andere groepen--Hapaï en Tonga-Taboe--door haar vulkanische gesteldheid onderscheidt. De Hafulu-Hu of Vavao-eilanden bereiken doorgaans eene hoogte van tweehonderd el, terwijl die der andere groepen vlak en laag zijn.

Om de reede van Nu-Ofa, de hoofdstad der Vavao-eilanden te bereiken, moet men zich een weg banen tusschen een twintigtal kleine eilandjes, door engten en kanalen, die mij aan de smalle vaarwaters van Patagonië deden denken. Als men de kokosboomen, die hier niet tehuis schijnen te behooren, voor een oogenblik wegdenkt, is de gelijkenis volkomen.... de hemel is grauw, de wind is koud, de laken kleederen zijn ons welkom. Echter maakt Vavao niet altijd zulk een treurigen indruk; de zon schijnt er ook wel in al hare kracht en de nachtelijke regens verfrisschen dan het dorstende aardrijk. Dit regenwater is voor de inwoners het eenige drinkwater, dat zij in bakken bewaren. Men vindt op Vavao noch eene beek, noch een meer.

Langs de beide oevers van het kanaal dat ons naar Nu-Ofa voerde, lagen inlandsche dorpen verspreid; hier en daar zag men fraaie europeesche woningen, waarop de duitsche of de engelsche vlag was geplant. De reede van Nu-Ofa is prachtig; het vlek, uit zee gezien, schijnt niet onbelangrijk; het paleis van koning George, die dikwijls op Vavao komt, en vier kleine steigers voor het lossen en laden van stoombooten geven aan het geheel een zeker voorkomen van beschaving, dat sterk afsteekt bij het overige gedeelte des eilands.

De fransche missie verkeert op dit oogenblik in geen gunstige omstandigheden; de vreeselijke cycloon, die het eiland in de maand Maart 1882 teisterde, heeft haar bijna verwoest. De kleine kerk werd omver geworpen; het dak is ingestort, en verscheidene hutten van inlanders in de nabijheid werden geheel vernield. Prachtige, door den bliksem getroffen en gespleten boomen liggen nog op den grond.

Gedurende drie dagen heb ik in de omstreken van Nu-Ofa uitstapjes gemaakt: talrijke wegen doorsnijden de velden en vormen de gemeenschap tusschen dorpjes en gehuchten, die zeer dicht bij elkander liggen. De woningen der inlanders onderscheiden zich door haar zindelijkheid; de sierlijk van riet gevlochten wanden en de eigenaardige daken hebben ten allen tijde de aandacht der reizigers getrokken. Dit dak is, even als de hut zelve, ovaal van vorm of althans aan de hoeken afgerond; het rust van binnen op twee boomstammen, die door vier houten pijlers worden gedragen. Het dak zelf bestaat uit een netwerk van kleine latjes van kokoshout, onderling verbonden door sierlijke en stevige bindsels. In dit geheele samenstel is geen enkele spijker te vinden, en toch is het bestand tegen de schokken der hier niet zeldzame aardbevingen. Juist de veerkrachtige buigzaamheid der constructie veroorlooft haar de schuddingen en golvingen van den bodem mede te maken, zonder te breken. Een met bloemen versierde tuin omgeeft elke woning, die met de tot haar behoorende bijgebouwtjes wordt omsloten door eene zeer dichte oranjehaag.

Op Vavao, waar het vrij koud is, kleeden de mannen zich tegenwoordig bijna allen op europeesche manier; op Tonga-Taboe daarentegen is de pantalon nog een weinig bekend kleedingstuk, dat meestal nog door een kort rokje of door een eenvoudigen gordel van bladeren wordt vervangen. De mannelijke bewoners der Tonga-eilanden zouden bijna zonder uitzondering onzen beeldhouwers tot model kunnen dienen: hunne vormen zijn onberispelijk, hunne houding en hun gang indrukwekkend en majestueus. Met zeldzamen moed en buitengewone kracht begaafd, zijn zij krijgshaftig van aard en hebben in herhaalde oorlogen uitgestrekte veroveringen gemaakt.

De vrouwen zijn over het algemeen schoon en tevens bevallig; borst en schouders zijn uitnemend fraai gevormd en de verscheidenheid harer gelaatstrekken is bijna zoo groot als die onzer europeesche vrouwen. De adellijke dames, die niet veel werken en niet aan de brandende zonnestralen zijn blootgesteld, zoo als de anderen die op het land moeten arbeiden, zou men bijna blank kunnen noemen; ik heb er verscheidenen gezien, die zich, als tijdverdrijf, eene naaimachine hadden aangeschaft en daarmede zeer goed wisten om te gaan.

De vrouwen en meisjes van Vavao en van Tonga-Taboe bedekken een gedeelte van haar borst met een kort lijfje zonder mouwen, waardoor haar onberispelijk fraaie armen zichtbaar blijven. De rok, die tot op de knieën hangt--behalve in huis, waar de kleeding tot een minimum herleid wordt;--bestaat uit eenen breeden gordel van inlandsche stof, bekleed met strooken van gedroogde boomschors of zelfs gefriseerd papier en steeds verschillend van kleur. Het danstoilet vertoont eenige gelijkenis met dat der Zigeuner-vrouwen; verdere bijzonderheden kan ik hieromtrent niet vermelden, want ieder volgt daarin haar eigen smaak en luim. De zorg voor het hoofdhair is, zoowel voor de mannen als voor de vrouwen, eene dagelijks wederkeerende, belangrijke bezigheid; de vrouwen strijken het hair op het voorhoofd naar achteren--onze bestiale mode om het haar over het voorhoofd tot op de wenkbrauwen te laten hangen, is hier onbekend;--en binden het, met behulp van een kam van kokosvezels, in een knot op de kruin van het hoofd samen; ter wederzijde van den hals hangen talrijke en zeer fijne vlechten op de borst af. Op zekeren dag dat het stortregende, ontmoette ik, op eenigen afstand van het dorp, een groepje jonge vrouwen, die door den regen waren overvallen; om haar kapsel voor nat worden te bewaren, hadden zij hare rokken, bij wijze van kapers, over hare hoofden getrokken.

Van de missionarissen vernam ik, dat op de Tonga-eilanden de jonge meisjes tot haar huwelijk eene onbeperkte vrijheid genieten; na het huwelijk is haar daarentegen de stiptste ingetogenheid ten plicht gesteld. Overspel wordt door de wet zeer streng gestraft; vroeger stond daar de doodstraf op. Naar het schijnt, kunnen de polynesische dames zich bezwaarlijk aan dat strenge regime onderwerpen, en heeft men daarom, althans in de praktijk, de echtscheiding zeer gemakkelijk gemaakt. De bisschop van Centraal-Oceanië verklaarde mij, dat hem geen enkel voorbeeld bekend was van een gelukkig huwelijk tusschen een Europeaan en eene Tonganeesche; de vrouw kan zich nooit schikken naar de gewoonten en levenswijze van den blanke, vooral kan zij zich niet aan zijne keuken gewennen.

Hoewel half-beschaafd--voor 't minst wat het uitwendige aangaat--gevoelen de inboorlingen toch nog altijd een onweerstaanbaren trek naar laag-zinnelijke genietingen: elke gebeurtenis in het familieleven moet met maaltijden en drinkgelagen, _kavas_ en _savas_, zang en dans en allerlei luidruchtige feestelijkheden worden gevierd. De geboorte en de besnijdenis van een kind, de ceremoniën van het tatoeëren; het huwelijk of de begrafenis van een bloedverwant: al deze gelegenheden geven aanleiding tot buitensporige zwelgerijen, waarvan de beteekenis in de eerste plaats wordt bepaald volgens het aantal en de grootte der geslachte en verslonden varkens. De missionarissen doen hun best om dit vermoorden van varkens te doen verbieden: en inderdaad, wanneer aan dit misbruik geen paal en perk wordt gesteld, zal het einde zijn dat deze diersoort, die voor de voeding der inboorlingen van zoo overwegend belang is, van de eilanden verdwijnt. De Polynesiërs, als alle onbeschaafde volken, leven bij den dag, zonder zich in het minst om de eerstvolgende toekomst te bekommeren; deze kinderlijke zorgeloosheid is eene hoofdoorzaak van den lagen trap van ontwikkeling, waarop hun ras staat en eene belemmering voor allen vooruitgang. De natuur was voor hen te mild.

Het braden van een varken is in Polynesië eene zaak van het uiterste gewicht, waarmede zelfs de vorsten het niet beneden hunne waardigheid achten zich in te laten. Het geslachte dier, zorgvuldig schoongemaakt en opgevuld met welriekende kruiden, wordt in zijn geheel gelegd in een kuil, die vrij diep in den grond is uitgegraven en ten deele met gloeiende steenen gevuld; verschillende vruchten worden nu rondom het varken nedergelegd en alles weer met eene laag gloeiende steenen overdekt. Deze geïmproviseerde oven wordt ten slotte door een hoop aarde van de buitenlucht afgesloten, opdat de warmte bewaard blijve. Het vleesch wordt dus gaar gestoofd; en de genoodigden wachten geduldig tot de spijs gereed zij, zich inmiddels den tijd kortende met allerlei verhalen.

Op Vavao verhaalde men mij eene niet onaardige legende in verband met de wonderschoone koraalgrotten, door den oceaan in de kusten van dit eiland uitgegraven. Men vergunne mij die legende mede te deelen.

"Langen tijd geleden vond een jong krijgsman, naast de koraalgrot waarin men met eene prauw kan doordringen, bij toeval de oude woning van den god onzer kusten. Dat is een tooverhol, waarvan de duikers alleen, in de diepte der zee, den ingang kunnen ontdekken. Het gewelf van die grot, schitterende van lichtende stalaktiten, wordt door natuurlijke pijlers gedragen; door eene opening van boven valt het licht naar binnen.

"Malohi was met zijne makkers op de schildpaddenjacht, toen hij voor de eerste maal dit geheimzinnig verblijf ontdekte; de schildpad vluchtte in de grot; hij volgde haar duikende en bleef verstomd van bewondering. Hij sprak echter tot niemand over zijne ontdekking, want hij overlegde bij zich zelven, dat hij in die grot een veilig toevluchtsoord zou kunnen vinden, indien hij ooit door zijne vijanden overwonnen en achtervolgd werd.

"Eenigen tijd daarna werd Malohi smoorlijk verliefd op de dochter van den koning van Vavao, doch deze weigerde hem haar tot vrouw te geven. De twee gelieven vluchtten te zamen naar de godengrot en leefden daar eenige maanden, slapende op een bed van zeewier, zich voedende met visschen. Men dacht algemeen dat het jonge meisje dood was; maar de onvoorzichtige krijgsman ging iederen dag naar het dorp en keerde eerst tegen den avond naar zijne geheimzinnige woning terug. Intusschen bemerkten zijne makkers, dat het hair van Malohi altijd nat was, en sloegen zijne gangen gade. Weldra werd nu het paar ontdekt. Het jonge meisje werd tot haren vader teruggebracht, wiens toorn onverbiddelijk was: de roover werd aan de wraakgodinnen geofferd."

Wij hielden ons niet op bij de Hapaïgroep, maar vervolgden de reis rechtstreeks naar de eigenlijke Tonga-eilanden. Het eiland Tonga-Taboe is zoo vlak, dat men het eerst op een afstand van twee of drie mijlen, naar gelang van het weer, bemerkt; het hoogste punt van het eiland reikt niet boven de vijf-en-twintig meter.

Wij wierpen het anker uit voor Maofaga, waar de katholieke missie is gevestigd en de bisschop doorgaans resideert. De missie bestaat uit een huis, waarin de bisschop met twee andere geestelijken woont, uit eene school voor knapen, verschillende magazijnen van levensmiddelen enz. het zusterhuis en de kerk. Vijf europeesche zusters en eene inlandsche van Futunah (eiland Hoorn) besturen eene school voor inlandsche meisjes en eene andere voor half-blanke meisjes. Deze beide scholen zijn nog pas voor kort opgericht, maar het geduld en de toewijding der onderwijzeressen is onuitputtelijk. De _Zusters van Oceanië_ moeten vaak haar toevlucht nemen tot allerlei kunstjes om hare leerlingen te voeden; de overste, die wat verstand heeft van geneeskunde, laat zich hare raadgevingen en de medicijnen die zij uitdeelt, in vruchten betalen.

De eerste engelsche kooplieden, die zich op deze eilandengroepen vestigden, traden tevens bijna allen als evangeliepredikers op. Dit is zeker een der redenen, waarom, in dit gedeelte van den Grooten-oceaan, het aantal Protestanten zooveel grooter is dan dat der Katholieken. Intusschen hadden deze geïmproviseerde predikers op de Tonga-eilanden met vele moeilijkheden te kampen. De inlanders waren zeer aan hunne voorvaderlijke godsdienst gehecht, en toonden zich niet zoo aanstonds bereid, hun velen goden vaarwel te zeggen. Behalve de goede en kwade geesten, wier aantal meer dan vierhonderd bedroeg, vereerden zij een oppersten god, den god der koningen, wiens vertegenwoordiger op aarde de Tuï-Tonga, een soort van Mikado, was. Vervolgens verschenen in hun pantheon: Toebo-Taï, de god der reizigers; Alo-Alo, die de elementen beheerschte; Kala-Foetanga, de godin der zee; Maoeï, die Tonga-Taboe op zijne schouders droeg en het nu en dan heen en weer schudde, als de last hem hinderde; en nog vele anderen. De priesters dezer goden boden den heftigsten tegenstand tegen alle pogingen om de inlanders te bekeeren; verschillende zendelingen werden achtervolgens het slachtoffer van hun ijver; maar in 1827 gelukte het, een vasten zendingpost op de Tonga-eilanden te vestigen, en in 1850 ging de koning zelf tot het Christendom over. De geestelijke souverein, de Tuï-Tonga, bekeerde zich eerst veel later, maar hij werd katholiek. De waardigheid van Tuï-Tonga was in den regel erfelijk; zijne familie bekleedde den hoogsten rang onder den adel van het heilige eiland (Tonga-Taboe), waar het onderscheid der standen zeer scherp geteekend is. De laatste Tuï-Tonga heeft twee zoons achtergelaten, die zeer arm zijn; niettemin vereeren hunne landgenooten hen als de eerste vorsten des lands, en bij plechtige gelegenheden wordt de met kava gevulde beker eerst aan den koning en onmiddellijk daarna aan deze edele vertegenwoordigers van het verleden aangeboden.