# Omzwervingen door de eilandenwereld van den Grooten-oceaan De Aarde en haar Volken, 1887

## Part 2

Book page: https://www.cyberlibrary.org/nl/books/omzwervingen-door-de-eilandenwereld-van-den-grooten-oceaan-de-a-c8be6cce/index.md

De raad der opperhoofden van Mangia neemt geen enkel besluit van eenig gewicht, zonder raadpleging en overleg met dien zachtzinnigen man, wiens invloed des te grooter is, omdat zijn eigen belang geheel buiten spel schijnt te zijn en dit, in den gewonen alledaagschen zin, meestal ook inderdaad is. Minder prijzenswaardig is het echter, dat hij zijn aandeel krijgt van de boete, op de overtreding van politiereglementen gesteld, waarvan de uitvoering aan inlandsche beambten is toevertrouwd en die dikwijls een zeer eigenaardig karakter dragen. De Europeanen, die tijdelijk op het eiland verblijven, de officieren der oorlogschepen, de koning en de koningin zelfs, zijn in beginsel gehouden, zich aan de bevelen van deze mutoïs te onderwerpen. Deze reglementen en politie-verordeningen, waarvan de minste voorschriften door de inboorlingen letterlijk moeten worden opgevolgd, ademen voor het meerendeel den echten geest van het bekrompen, despotieke, puriteinsche ascetisme, dat in Engeland nog zooveel invloed heeft, en waarvan--als van elke absolute theorie--een der kenmerkende trekken is, dat het alle menschen met dezelfde maat meet en allen over één kam scheert. Het hoofdstuk betreffende de handhaving der goede zeden is uit dat oogpunt inderdaad merkwaardig; zie hier enkele van zijne bepalingen: "Ieder, man of vrouw, die na negen uren 's avonds buiten de omtuining van zijn huis wandelt, zal eene boete van twee piasters betalen aan den mutoï die hem betrapt."--"Elke gehuwde vrouw, die door een gerechtsdienaar in te vertrouwelijk gesprek met een buurman gevonden wordt, zal eene boete betalen van vijftig piasters, waarvan twintig voor den predikant en de rechters, tien voor den koning of de koningin, en twintig voor haar echtgenoot."--Voorts is het verboden des zondags te gaan wandelen, in de boomen te klimmen, te visschen of te jagen. Inlandsche politie-agenten vestigden mijne aandacht op dit verbod, toen ik gidsen zocht om een uitstapje te gaan doen. Maar ik kon over een onwederstaambaar argument beschikken om hunne bezwaren te overwinnen: een goudstukje ruimde alle bedenkingen uit den weg en de puriteinsche overheid sloot de oogen. De prijs der levensmiddelen, varkens, gevogelte, vruchten, wordt door de zendelingen vastgesteld.

De stout geteekende bergen van Rarotonga, waarheen wij na ons vertrek van Mangia koers zetten, geven aan dit eiland zekere overeenkomst met Moorea, het zustereiland van Tahiti, dat bij zonsondergang van de kaaien van Papéete gezien, zulk een onvergetelijken indruk maakt. Op Rarotonga zijn de heuvelhellingen niet, als op sommige andere eilanden, met dun en schraal gras bedekt, maar met dichte bosschen, die tot de kruinen van de voornaamste bergketen reiken. De hoogste bergspits is negenhonderd ellen hoog; de helling is voor drie vierden met struiken, heesters en boomen begroeid, wier verschillende tinten en schakeeringen van groen een schilderachtig effect maken.

Wij voeren eerst langs het dorp Arognani, op de noord-westelijke kust, zonder dat het mogelijk was, zelfs met de sloep aan land te komen, zoo moeielijk genaakbaar is de kust. Naast de hut, waarop de vlag der vorstin van het district Arognani wapperde, stond, tusschen het geboomte, een betrekkelijk massief gebouw van witte koraal: dat was de protestantsche kerk, aanstonds kenbaar aan hare boogvensters, die men in alle bedehuizen op de eilanden aantreft.

Rarotonga wordt geregeerd door twee vrouwen, waarvan de eene te Arognani, de andere te Avarua, het belangrijkste dorp van het eiland, resideert. De landing is te Avarua betrekkelijk gemakkelijk; de _Manua_ liet het anker vallen, en ik had gelegenheid mij naar wal te begeven en een interessant uitstapje te maken. Wij werden te Avarua ontvangen door eene nieuwsgierige menigte, die ons aan de landingplaats stond op te wachten; de vrouwen vielen in het oog door haar roode rokken: rood is de modekleur in Cooks-archipel. Trommels maakten de aankomst van ons schip bekend; het luid en herhaald geroep der inlanders, die elkander het nieuws mededeelden, en het geschreeuw van hun talrijk nakroost deden ons bijna hooren en zien vergaan.

Met een mijner mede-officieren ondernam ik eene wandeling; weldra kwamen wij in de kom van het dorp, waarvan alle woningen, even als op Tahiti, half verdwenen onder de weelderige, rijk geschakeerde tropische flora. De Kanaken zijn groote liefhebbers van bloemen; zelfs de armsten kweeken in hun tuintje eenige bloemen aan. De polynesische vrouwen kennen geen ander tooisel, en zij verstaan bij uitnemendheid de kunst, zich op de smaakvolste en bevalligste wijze met bloemen te versieren. Men moet die vrouwen liefst des avonds en bij feestelijke gelegenheden zien: het ruwe en grove van haar gelaatstrekken valt dan minder in het oog, en haar koperkleurige huid hindert minder dan bij het volle daglicht. Haar groote donkere oogen stralen in de schemering, en het zoetvloeiende, zangerige van haar taal, waarin de klinkers verreweg de overhand hebben, oefent eene onbeschrijfelijke bekoring uit. Deze jonge meisjes, in wijde witte jurken gekleed, het lange pikzwarte hair doorvlochten met bloemen, die langs haar welgevulden hals afhangen of haar voorhoofd omkransen, zijn inderdaad eene liefelijke verschijning.

Het bezoek aan het dorp, hoe aardig ook, was ons niet voldoende; van de weinige uren, die wij tot onze beschikking hadden, wilden wij zooveel mogelijk profiteeren. Waarheen zouden wij gaan? Het toeval kwam ons te hulp. Een inlander, die eenige woorden engelsch sprak, gaf ons den raad, den weg rondom het eiland te volgen, die naar zijn oordeel de meest bruikbare was. Aan den boom, waaronder wij stonden te praten, waren twee paarden vastgebonden; wij huurden die en sloegen nu den weg in die Avarua met Arognani en zelfs met Atania, een derde dorp in het zuid-oostelijk deel des eilands, verbindt. Onze paarden waren een paar magere knollen en hun tuig was in de hoogste mate eenvoudig: matten vervingen de plaats van zadels en voor toom moesten wij ons behelpen met een stuk touw van kokosdraad gevlochten. Onze rossen namen het aanvankelijk zeer kalm en bedaard op; zij stonden hardnekkig stil om zich te goed te doen aan het gras, dat langs de bermen van den weg groeide. Daar wij volstrekt niet op een rit te paard hadden gerekend, hadden wij onze sporen niet aangedaan; maar wij behielpen ons met dorentakken, en weldra vlogen wij in vollen ren door het kreupelhout.

Te Arognani, tegenover de kerk, hielden wij stil en stegen af; en een blik op het heerlijke landschap rondom ons deed ons al de onaangenaamheden van onzen dollen rit vergeten. Achter de kerk verhief zich de berg, met dicht bosch bedekt, waarboven groote zeevogels zweefden; voor ons strekte zich, zoover de blik reiken kon, de donkerblauwe oceaan uit, en vlak in onze nabijheid stak boven het water de gordel van koraalriffen uit, afgebroken door diepe gaten en spleten, waar wij onder het bleekgroene, kristalheldere water, de fantastische vegetatie konden zien, die op de klippen en rotsen haar tooverachtige vormen ontplooit. Tusschen de verschillend gekleurde koraaltakken zwommen en dartelden visschen, wier schubben schitterden in al de kleuren van den regenboog. Stel u daarbij voor de verschillende soorten van zeewier, die de wanden van deze natuurlijke aquariums bekleeden, en ge zult u misschien eenig denkbeeld kunnen maken van deze overstelpende kleurenpracht. Het tafreel is onbeschrijfelijk, want het wisselt onophoudelijk: de bekwaamste schilder zou in wanhoop penseel en palet wegwerpen tegenover deze fantasmagorie. Het kleinste wolkje, dat aan den azuren hemel opdoemt, wijzigt de verlichting; de meeuw, die zich in de lagune dompelt, brengt het water in beweging, en aanstonds veranderen de tinten en schakeeringen; zoo wisselt dit kleurenspel elk oogenblik en ge wordt niet moede deze feërie aan te staren.

Als de avond gekomen is, is het schouwspel niet minder interessant: dan is voor de inboorlingen de tijd gekomen om te gaan visschen. Hoe schoon, hoe skulpturaal schoon, zijn die naakte gestalten, wier onberispelijke athletische vormen nog grootscher en indrukwekkender schijnen bij het bleeke licht der maan, dat over de wateren wemelt. De vrouwen en kinderen loopen en springen over de riffen, met brandende fakkels in de hand, waarvan de rosse gloed zich weerspiegelt in de effen watervlakte, nauwelijks door het suizende koeltje gerimpeld. De visschen, door het licht aangelokt, komen uit de rotsspleten, waarin zij zich verscholen hielden, te voorschijn en worden door de visschers met hunne houten lansen doorboord.

Maar ik keer tot mijne wandeling terug.... Na deze tooverachtige dekoratie der koraalriffen bewonderd te hebben, moesten wij weder te paard stijgen; de tijd verliep en het uur naderde, waarop wij weder aan boord moesten zijn. Wij deden, stapvoets rijdende, onzen intocht in het dorp Arognani, waar alles in diepen slaap scheen gedompeld, uitgezonderd eene oude vrouw, die halfluid in den Bijbel zat te lezen. Maar weldra begonnen de kinderen alarm te maken; de honden schoten onder woedend geblaf op ons toe, en binnen vijf minuten waren al de bewoners van Arognani uit hunne siesta opgeschrikt. Zij ontvingen ons niettemin zeer vriendelijk, en noodigden ons uit, enkele hutten te bezoeken. Het trok mijne aandacht, dat de vrouwen in katoen van engelsch fabrikaat waren gekleed, want de oude tapa is hier in onbruik geraakt: zij had het groote ongerief van niet tegen de vochtigheid bestand te zijn. Toen de door het Britsche zendelinggenootschap uitgezonden zendelingen voor het eerst aan deze eilanden verschenen, was de bevolking op het strand saamgestroomd en keek met verbazing naar de reusachtige prauw, die de vreemdelingen aanbracht. Eenige prinsessen, gedreven door de onder alle hemelstreken aan alle vrouwen ingeschapen nieuwsgierigheid, wilden dat drijvende huis van nabij gaan zien; gevolgd door eene menigte vrouwen, gingen zij te water en, als echte najaden, met forsche slagen de golven klievende, bereikten zij weldra het schip, langs welks boord zij omhoog klauterden. De predikers, wier belangstelling door deze proef van zwemkunst was gewekt, volgden met hun verrekijkers de bewegingen hunner toekomstige hoorderessen. Toen zij van wal staken, waren deze dames onberispelijk gekleed: wijde draperiën van tapa omhulden haar slanke gestalte. Maar verbeeld u de verontwaardiging der eerwaarde heeren, toen zij op het dek verschenen: de rokken waren onder het zwemmen letterlijk weggesmolten!

Onze terugreis naar Avarua leverde niets bijzonders op: onze paarden roken den stal en liepen flink. Wij reden door een bosch van mapés, waarvan de zoom door de golven der zee werd bespoeld. Zulk een bosch van mapés levert een eigenaardig schouwspel op. Deze boom, waarvan de vrucht, goed gebraden, eenige overeenkomst in smaak heeft met onze kastanje, is door den eigenaardigen bouw van zijn stam en zijne takken, een der zonderlingste die men zien kan. De stam bestaat uit dunne, naast elkander gelegde strooken; de hooge, smalle wortels kronkelen zich als krullen onder de schaaf. De mapé bereikt dikwijls een kolossalen omvang; zijn dicht gebladerte overschaduwt in wijden omtrek den dorren grond, waarin hij bij voorkeur tiert; even als de kokospalm groeit hij langs het strand, in den zandigen, met fragmenten van koraal vermengden bodem; beiden zijn de geliefkoosde schuilplaats van eene zekere soort van landkrabben, die door de inboorlingen gegeten worden.

In den omtrek van Arognani merkte ik twee inlandsche begraafplaatsen op, geheel verschillende van die, welke ik reeds elders gezien had. De graven bevonden zich eenvoudig ter zijde van den weg, zonder een muur of eenige afscheiding hoegenaamd. Hierbij mag echter niet vergeten worden, dat de doodenakker nog steeds _taboe_ is, onschendbaar voor iedereen. De roekelooze, die de graven der vaderen durfde schenden, zou vroeger onverwijld ter eere der wrekende goden geofferd zijn geworden; nu zou hij nog steeds als een heiligschenner worden beschouwd, die met afschuwelijke ziekten, zoo als melaatschheid, zou worden bezocht of het slachtoffer worden van de _erincatua_, eene soort van geheimzinnige betoovering, die hare prooi langzaam maar onvermijdelijk ten grave sleept.

Van Rarotonga zetten wij koers naar Oeaïtoetaté, in het noordelijk gedeelte van den archipel. Nog voor wij de bergtoppen van het eiland konden onderscheiden, zagen wij aan den horizon de kruinen van kokospalmen uit de zee verrijzen; het was een eilandje, het eerste eener reeks van rotsen, die zich over vele mijlen uitstrekt, en waarin negen bloeiende oasen haar groenen dos in de zee weerspiegelen. De bergen van het voornaamste eiland, zich scherp afteekenende tegen den helderen hemel, beheerschten den ganschen omtrek. Myriaden van zeevogels zweefden en zwermden in wilde vlucht boven het rif, luid schreeuwende en nu en dan in de rollende golven duikende; groote plekken grijsachtig schuim, hoopen veelkleurige zeeplanten, wemelende van mikroskopische diertjes, getuigden van den rusteloozen strijd tusschen den oceaan en het koraalrif. Ook hier was de kust ongenaakbaar en moest de _Manua_ in het ruime sop ankeren.

Omstreeks vijf uren in den avond keerde de sloep van den kommandant naar boord terug, gevolgd door twee groote booten, waarin de notabelen van het land hadden plaats genomen. De inboorlingen van Oeaïtoetaté klauterden als apen tegen het boord op, beladen met zakken vol oranjeappelen; de gouden vruchten rolden in zoo grooten overvloed over het dek, dat de matrozen er meer dan tweeduizend opraapten. Weldra waren wij met onze bezoekers op den besten voet. De koning Kuâ en zijn rechterhand, het opperhoofd Tamatoa, bewezen alle eer aan den welvoorzienen wijnkelder van den kommandant, niet het minst aan de champagne, die wij juist voor dergelijke gelegenheden hadden medegenomen.

De inlanders bekeken het gansche schip, waarbij niets aan hunne aandacht ontging en zij onophoudelijk allerlei vragen richtten tot onzen tolk.

Deze leerzame en interessante bijeenkomst werd besloten met een bezoek aan de keuken, waaruit verleidelijke geuren opstegen, die blijkbaar hunne uitwerking op de wijde neusgaten onzer gasten niet misten; de matrozen kwamen aan hunne wenschen te gemoet, door hen uit te noodigen aan hun maal deel te nemen. Het dek leverde inderdaad een aardig schouwspel op; wat al naïeve uitstortingen van vreugde, wat al hartelijke handdrukken en vriendschapsbetuigingen! Alvorens afscheid van ons te nemen, knielden de opperhoofden en alle anderen neder en hieven, op plechtigen toon, in de tahitische taal, een psalm aan. Dit ernstig, statig gezang, bij het vallen van den avond, aan boord van het schip, te midden der onbegrijpelijke stilte en aangrijpende eenzaamheid der onmetelijke zee, had iets onuitsprekelijk plechtigs en treffends. De predikant bad ons ten slotte den zegen des Heeren toe; de krijgslieden van Oeaïtoetaté rezen op in hunne booten en begroetten onze vlag met een driemaal herhaald hoezee! Toen voeren zij weg, en het werd weder stil rondom ons....

III

De Samoa-eilanden.

Den 29_sten_ Juli 1882 wierp de _Manua_, die de verschillende door fransche missionarissen bezette posten in Centraal-Oceanië bezoeken moest, het anker uit voor het eiland Tetuïla, dat tot de groep der Samoa-eilanden behoort. Op deze eilanden ontplooit de tropische natuur al haar weelde en rijkdom; verrukkelijk schoon is de aanblik der fraai geteekende bergen, tot den top met het prachtigste groen bekleed, dat onder den gloed der zonnestralen de schoonste schakeeringen en tinten vertoont. Men zou meenen, dat de mensch, in dit heerlijke land, niet anders dan gelukkig kan zijn; en terwijl ik mij aan het betooverend panorama vergastte, kwam mij de naïeve legende te binnen, volgens welke deze eilanden de bakermat zouden zijn van het polynesische ras, het paradijs der halve goden en hunner schoone gezellinnen.

Het eiland Tetuïla is een groot park, welks zoete geuren zelfs den oceaan welriekend maken; zij stroomden ons tegen op den adem van het koeltje, toen wij in het midden van de baai van Pago-Pago geankerd lagen. Deze natuurlijke haven, die zeer gemakkelijk te bereiken is, biedt een veilige ankerplaats; de oorlogschepen loopen altijd hier binnen. Overigens wordt de haven weinig bezocht; de verschijning van een franschen kruiser is nog altijd eene gebeurtenis in deze streek, die voor een goed deel nog den stempel der oorspronkelijke wildheid heeft behouden. Nauwelijks had de _Manua_ het anker laten vallen in de stille wateren dezer baai, waarin zich de met bosch begroeide bergen spiegelen, of van drie verschillende dorpen staken een aantal prauwen af, allen met inlanders bemand. Mannen en vrouwen, naakt tot aan den gordel, roeiden op de maat van een gezang, waarvan allen in koor het refrein herhaalden. De mannen waren op de dijen getatoeëerd; de vrouwen hadden op de handen en de borst verschillende figuren in reliëf, door inbranding verkregen. Ik vond die wonderlijke versieringen afschuwelijk leelijk. Het kostuum was voor de beiden seksen hetzelfde: een breede gordel van zeegras of bladeren, die bij wijze van rok tot beneden de knieën hing. Eene bijzonderheid trok aanstonds mijne aandacht, toen de eilanders op het dek verschenen: de Samoanen verwen zich de haren wit en wasschen ze met kalkwater; zij zien er uit of zij gepoederd zijn. Deze laatste operatie heeft vooral ten doel om den geweldigen haardos der krijgslieden rood te kleuren; zij zijn zeer trotsch op deze manen, die hun een schrikwekkend voorkomen moeten geven. De bloemen en bloemkransen, die zij op het hoofd en om den hals dragen, staan hun zeer goed.

De jonge meisjes onderscheiden zich door de regelmatige evenredigheid en de schoonheid harer vormen. Echter moet men zich ook hier voor overdrijving wachten: de bevallige ronde lijnen verliezen spoedig haar bekoorlijkheid. Als zij de twintig voorbij zijn, zouden zij er bij winnen indien zij wat minder zuinig met haar kleeding waren. Zij verschenen op het dek, met korfjes vol kokosnoten, oranjeappelen of ananassen in de hand; of wel met de eenvoudige produkten harer nijverheid, fijn bewerkte strooien doosjes, kammen van hout of fijne palmvezels, matten van verschillende grootte. Ieder koos zich onder de officieren of de bemanning een vriend uit, dien zij met geschenken overlaadde en van wien zij gratis alles aannam wat haar in ruil geschonken werd, katoen of snuisterijen. Als de vriend, de _taïo_, aan land gaat, vergezelt zij hem op al zijne wandelingen. Savali, mijne vriendin, versierde mijne kleine hut op de _Manua_ met een zeldzame collectie van knodsen; haar vader, haar broeders, haar gansche familie plunderden zekere plank in mijne kast, waarop ik een rommel van allerlei dingen bewaarde, die ik tegen curiositeiten van het land wilde inruilen; maar ik heb geen recht mij daarover te beklagen: al de wapenen, de matten, de merkwaardige tapas, die ik van de Samoa-eilanden heb medegebracht, dank ik aan hunne vrijgevigheid.

Den volgenden dag ging ik, aan den anderen kant van het eiland, de Françabaai bezoeken, dicht bij de baai van Aasoe, waar, op den 11{den} December 1787, de kommandant van de _Astrolabe_, de Langle, de natuuronderzoeker Lamanon en negen matrozen werden vermoord, die allen deel uitmaakten van de expeditie van La Pérouse. De fransche matrozen, die in eene sloep naar het land waren gegaan om drinkwater te halen, vielen als de slachtoffers van de onvoorzichtigheid van hun hooggeschatten chef, die aan sommige invloedrijke krijgslieden glaskralen en snuisterijen uitdeelde en aldus, zonder het te weten, den naijver van eenige anderen opwekte. Den 16{den} Juli 1884 is op de plek waar de geleerde gezagvoerder van de _Astrolabe_ en zijne metgezellen werden gedood, te hunner eere een monument opgericht, waarop, op een plaat, de namen der gevallenen staan gebeiteld.

Dit uitstapje naar França schonk mij de gelegenheid om het eiland Tetuïla dwars over te steken; de inlanders hebben midden door de dichte bosschen, die de beide hellingen van den berg bedekken, een pad aangelegd, dat de grilligste slingeringen beschrijft. Ik volgde dat pad, waarlangs een kristalheldere bergstroom klaterend over de rotsen schoot; boven mijn hoofd ruischten de lange bladeren van de kokospalmen, door den zeewind bewogen, statig en harmonisch als de golven; boomen van allerlei soort, van wier takken lianen tot op den grond afhingen, vlochten hunne armen in onbeschrijfelijke wanorde dooreen. Voor het eerst zag ik, midden in de vallei, hooge krachtvolle boomvarens, die men anders doorgaans enkel op de bergen vindt. Naar de zijde van França, aan den tegenovergestelden kant van Pago-Pago, is het pad steiler en oneffener; het werd zelfs zoo steil, dat ik op een draf je moest gaan loopen en zoo eensklaps terecht kwam bij het gemeentehuis, in het midden van het dorp. Ik trad binnen: daar zaten met saâmgevouwen beenen op den grond neergehurkt, vier grijsaards en een mooi jong meisje, die mij met het gebruikelijke _kalofa!_ begroetten en mij van het hoofd tot de voeten opnamen. De chef Kalo, een der eerwaardige grijsaards wier gesprek ik stoorde, was onderricht van de verschijning van de _Manua_ in de baai van Pago-Pago; hij ontving mij zeer vriendelijk en noodigde mij aanstonds uit, in zijne hut wat te komen rusten. Ik bood hem, als blijk mijner dankbaarheid, een pakje tabak aan: van dat oogenblik waren wij de beste vrienden.

Kalo gaf mij gelegenheid, eene zeer eigenaardige vischpartij bij te wonen. Drie oude vrouwen riepen met wanluidend gegil de gansche bevolking op het strand samen. Tweehonderd personen ongeveer, mannen en vrouwen, ontdeden zich van de zeer luttele kleeding, die hen in hunne bewegingen zou kunnen belemmeren, en gingen in zee, gewapend met een tak van een kokospalm. Op zekeren afstand van het strand gekomen, keerden zij zich om, schaarden zich naast elkander en vormden alzoo een halven kring, daarbij tevens de palmtakken rechtstandig in het water dompelende. Op een door het opperhoofd, die bij mij op het strand was blijven staan, gegeven teeken, naderden allen, in volmaakte orde en met langzame schreden, steeds meer den oever, eene groote bende van visschen voor zich uitdrijvende, die in dolle sprongen en met haastige bewegingen den vijand trachtten te ontvluchten. Door den levenden muur ingesloten, in de takken der kokospalmen gevangen, kwamen de kleine visschen op het strand terecht, waar de vrouwen ze opraapten en in haar manden wierpen; de grootere trachtten door de linie heen te breken, maar werden met stokslagen gedood. Het deel der vangst, dat rechtens aan het dorpshoofd toekwam, werd nu in de hut van Kalo gebracht, en eene vrouw bakte aanstonds eenige kleine visschen, die zij mij aanbood: een stuk van de gekookte visch, vruchten van den broodboom, bananen en versche kokosmelk voltooiden het menu van dit dejeuner.

Bij mijne terugkomst te Pago-Pago wachtte mij eene verrassing. Het was een heerlijke avond: de maan straalde aan den wolkeloozen hemel; de frissche zeewind deed zijn weldadigen invloed gevoelen in de baai, waar de _Manua_ scheen ingeslapen op de zachtkens kabbelende wateren; alom stilte en verkwikkende rust na een heeten dag. Eensklaps werd mijn oor getroffen door een vroolijk gezang, dat de plechtige stilte verbrak: het was de bemanning van eene groote boot, welke de officieren kwam afhalen, die door het opperhoofd Moses op een feest waren genoodigd. De prauw, bemand met vier-en-twintig roeiers van athletische gestalte, bracht mij naar den oever, waar de menigte onze komst afwachtte.

