Omhoog in het luchtruim! Praatje over het luchtvaartvraagstuk De Aarde en haar Volken, 1908
Part 1
Omhoog in het luchtruim! Praatje over het luchtvaartvraagstuk
Door Frederike J. van Uildriks.
Er gaat een roes van opwinding door de wereld, opwinding over de luchtscheepvaart en de wijde vergezichten, die daardoor worden geopend.
Overal hoort men van luchtscheepvaartcongressen, van prijzen, die voor wedstrijden met ballons en vliegmachines worden uitgeloofd, van aëronautische observatoria, van luchtschippersbataljons en van allerlei verbeteringen, aan te brengen in luchtschepen en vliegmachines, om tot betere bestuurbaarheid te komen.
De roes heeft de Oude en de Nieuwe Wereld aangegrepen, en in zenuwachtige haast werkt men in de verschillende landen aan de oplossing van het reeds zoo lang met alle pogingen spottende probleem. Er wordt in de laatste jaren terrein gewonnen, dat staat vast, en tot het aanvankelijke succes heeft meegewerkt een andere nieuwe uitvinding, die over haar zegepraal mag juichen, namelijk de automobiel.
Het streven, om een wagen met eigen beweegkracht over de gewone wegen te doen loopen, heeft den tegenwoordigen benzine-motor in het leven geroepen, en daarmee werd tevens de techniek van het bestuurbare luchtschip een groote schrede vooruitgebracht. Van alle stoffen, die wij voor de voortbrenging van mechanische kracht gebruiken, is benzine een der intensiefste, dat is, zij behoort tot die, welke in verhouding tot haar gewicht, de meeste kracht kunnen voortbrengen. Een kilogram benzine, dat juist anderhalve liter is, kan in den benzinemotor drie paardekrachturen leveren, dus drie paardekrachten gedurende één uur of één paardekracht gedurende drie uren of in welke verbinding men wil, als tijd en kracht maar drie P.K. uren vormen. In de automobielindustrie heeft men nu van die eigenschap gebruik gemaakt en motors vervaardigd, die bij gering gewicht en geringen omvang groote arbeidskracht ontwikkelen.
En heeft niet juist de luchtschipper diezelfde eischen in nog sterkere mate aan zijn machinerie te stallen?
Geen wonder, dat men zich opnieuw zette aan de oplossing van het probleem der bestuurbare luchtschepen, toen de ontwikkeling der automobielen, die zoo wonderbaar vlug in haar werk is gegaan tusschen 1895 en 1905, den benzinemotor gemaakt had tot een sterke en veilige machine, die niet zwaar en niet groot was. Want om bij de bestuurbare ballons, de schroef, die de voortstuwende beweging geeft, snel te doen draaien, moet er groote kracht worden uitgeoefend, en de machines, die aan de schroef de vereischte snelheid gaven, waren altijd te zwaar, of de beweegkracht was te zwak, om den grooten weerstand te overwinnen, dien de ballon in de lucht bij eenigen wind ondervond.
Zoo is de benzinemotor thans de spil, waarom onze geestdrift voor de luchtvaart draait, gelijk in vroegere jaren op andere vindingen het enthousiasme steunde.
Nu bijna 125 jaar geleden beleefde de wereld ook een tijd van opwinding, toen, kort na de ontdekking van den eersten luchtballon, de uitvinding van het waterstofgas de groote bezielende kracht was. Het jaar 1783 staat met gulden letteren in de reeds zooveel boekdeelen beslaande annalen der luchtscheepvaart geboekt. In December van dat jaar werd voor het eerst door den franschen natuurkundige Charles waterstof gebruikt bij de vulling van een ballon, een groote stap vooruit, en nu nog is dat lichtste van alle gassoorten het gebruikelijke, terwijl de toestellen om het te bereiden al meer en meer zijn verbeterd.
Ruim drie maanden te voren had de wereld weerklonken van de toekomstdroomen, op de uitvinding der gebroeders Montgolfier gebouwd, voor zoo ver ze toen door één klank kon worden opgeschrikt, toen er nog geen telegrafen, spoorwegen, telefonen en driemaal daags verschijnende dagbladen waren. Die Montgolfiers, papierfabrikanten te Annonay in Zuid-Frankrijk, hadden de luchtballons, met warme lucht gevuld, uitgevonden. De stijgkracht van verwarmde lucht wilden zij gebruiken, om voorwerpen, misschien ook personen in de lucht omhoog te voeren, door die lucht in een papieren omhulsel te vangen en aan zoo'n ballon een schuitje of mand te bevestigen. Onder den van onderen wijd open ballon werd een vuurtje gestookt, om de lucht erin warm te houden.
In de hoogste kringen der samenleving stelde men dadelijk veel belang in de zaak, en op 19 September 1783 ging in Versailles, in tegenwoordigheid van koning Lodewijk XVI, een groote door de Montgolfiers vervaardigde ballon op, voor de oogen van een verbaasde menigte. De passagiers, die de reis meemaakten, waren een schaap, een haan en een eend; menschelijke wezens waren er nog niet voor te vinden. Maar die tocht in het luchtruim met het flinke stroovuur in den bak onder aan den ballon liep voorbeeldig af voor de drie dieren, doch minder goed voor den ballon, die wel hoog en snel steeg, maar door een windvlaag scheurde en na tien minuten in een boschje op een uur afstands van Versailles neerkwam.
Er moest blijkbaar een steviger omhulsel zijn, en de groote ballon van blauw gegomd linnen van 15 Meter middellijn en met gouden versierselen getooid, dien de Montgolfiers daarna maakten, wachtte op menschelijke passagiers, die zich zouden aanmelden. Een jong leeraar in de natuurkunde, Pilatre de Rozier, die al eenige malen met een aan een lang touw vastliggende Montgolfière tot 80 en 100 meter gestegen was, zou het eerst zich met den vrijen ballon in de lucht wagen. De koning echter verbood de onderneming als te gevaarlijk, en eerst door de bemiddeling van den markies d'Arlande, die mee wenschte op te stijgen, kreeg Pilatre de Rozier de koninklijke toestemming. Op 21 November 1783 stegen ze op, stookten hun vuurtje onder het gevaarte, lieten dat feller of minder fel branden en dreven over de Seine en over geheel Parijs. Vijf en twintig minuten bleven ze in het luchtruim en daalden veilig en wel dichtbij Parijs neer, na ongeveer 1000 meter in de hoogte te hebben afgelegd.
De groote verwachtingen gebouwd op het welslagen, werden een maand later enorm versterkt, toen door Charles het waterstofgas voor de vulling van een ballon werd gebruikt en dus het gevaarlijke stoken onder het luchtschip niet meer noodig was. Wel waren de kosten van een paar honderd kubieke meter waterstof zeer hoog, maar door vrijwillige bijdragen kwamen die bijeen, en de luchtreis van Charles met zijn vriend Robert op 1 Dec. 1783 stelde niemands verwachting te leur. Op een afstand van 45 kilometer van Parijs kwam men neer en was tot 600 meter gestegen.
De opgewondenheid over het aanvankelijk succes deed droomen van ballons, die men elke verlangde richting zou kunnen geven, maar voorloopig zag men daar nog geen kans op; wel achtte men het mogelijk, in vooraf aangegeven richting een bepaalden afstand af te leggen, als van een gunstige richting van den wind werd geprofiteerd. De Franschman Blanchard en de Engelschman Dr. Jeffries waren de eersten, die na vele proefnemingen, zoowel in Frankrijk als in Engeland, het waagden de luchtreis over het Kanaal te maken, van Dover naar Calais. Die tocht gelukte op 7 Januari 1785; het denkbeeld de wetenschap te dienen, door de kennis van temperatuur, luchtstroomen en vochtigheid der hoogere luchtlagen te vermeerderen, werd toen ook al duidelijk onder woorden gebracht en Dr. Jeffries had er een deel van zijn groot vermogen aan opgeofferd, een voorbeeld, dat ook tegenwoordig nog door enthousiaste aëronauten wordt nagevolgd. De overtocht had in anderhalf uur plaats, tusschen één uur en ruim half drie op den middag, nadat al vroeg in den morgen de toestellen voor het bereiden van het waterstofgas waren in werking gesteld. Op de plek, waar de moedige reizigers neerkwamen, heeft het gemeentebestuur van Calais een gedenkzuil te hunner eere opgericht.
In omgekeerde richtig over te steken is niet vóór 1883, dus zoo goed als honderd jaar later, aan Lhoste gelukt. De in het Kanaal heerschende winden zijn maar zelden geschikt gebleken, om een ballon een tijdlang regelmatig in noord-westelijke richting te voeren. Helaas, dat bij een der eerste pogingen, om van Frankrijk naar Engeland per ballon over te steken, de genoemde Pilatre de Rozier, de eerste die zich in een geheel vrijen ballon had gewaagd, om het leven kwam. Met zijn jeugdigen helper Romain te Boulogne opgestegen, werden ze al spoedig door tegenwind van uit zee naar de fransche kust teruggedreven, en ongeveer een kwartier gaans buiten Boulogne vond men de met geweldige vaart naar omlaaggestorte ballons, slap en ledig. Romain leefde nog enkele minuten zonder te hebben gesproken; Pilatre de Rozier was reeds dood, de eerste slachtoffers der luchtscheepvaart, die nog door zoovelen zouden worden gevolgd. Hun toestel, dat uit twee ballons boven elkaar bestond, waarvan de bovenste met waterstof en de onderste met verwarmde lucht was gevuld, zoodat eronder gestookt moest worden, zou een compromis zijn tusschen de ballons met warme lucht en die met waterstof, maar het heeft jammerlijk gefaald. De waterstof handhaafde zich voor de vulling van ballons tot op onzen tijd; maar toch heeft de uitvinding van het steenkoolgas haar concurrentie aangedaan. Het steenkoolgas is zwaarder dan waterstof, staat daarin dus bij de laatste achter, als hulpmiddel voor de luchtscheepvaart, maar toen er eenmaal in vele plaatsen gasfabrieken waren, gaven die een gemakkelijke gelegenheid, groote ballons te vullen en honderden opstijgingen, vooral die, welke het karakter van publieke vermakelijkheid hadden, werden door het vanwege de gasfabriek geleverde gas mogelijk gemaakt. Eigenaardig genoeg is de eigenlijke uitvinder van dat gas uit steenkool, de Hollander Jan Pieter Minckelers van Maastricht, in 1785 tot zijn ontdekking gekomen juist door zijn poging, om een gas te krijgen ter vulling van een ballon. Hij was een R.K. priester en leeraar in de natuurkunde aan een school in Leuven. In een geweerloop, dien hij voor retort gebruikte, verhitte hij stukjes steenkool. In het groot heeft hij zijn uitvinding niet toegepast, en nooit heeft hij beproefd, een gasfabriek op te richten, hoewel hij in het klein wel het schoollokaal, waar hij les gaf, door middel van steenkoolgas liet verlichten.
Bekend is, dat de geschiedenis den Engelschman William Murdoch als den ontdekker van het lichtgas huldigt en ze heeft daarin gelijk, want toen Murdoch in 1792 zijn ontdekking deed, ging hij er al gauw toe over, ook in het groot te werken, en richtte de eerste gasfabriek in Londen op, om straten en huizen met gas te verlichten. Die kwam gereed in 1814; in Amsterdam dagteekent de eerste gasfabriek van 1825.
Maar hoe groot ook door zijn enorm volume en de lichtheid van het gas, waarmee hij is gevuld, de stijgkracht van een ballon is, men is er geheel mee overgeleverd aan het spel der winden, als er geen toestel is aangebracht, om het groote gevaarte in de lucht te besturen. Wel hebben al de eerste luchtreizigers getracht, van de verschillende luchtstroomingen zóó partij te trekken, dat ze ongeveer kwamen, waar ze wilden wezen, want reeds Charles en Robert gebruikten een klep met touw, om gas te laten ontsnappen en dus te dalen; ook hadden ze ballast bij zich, bestaande uit zakken zand, om uit te gooien en dus door verlichting van hun luchtschip hooger te kunnen stijgen, maar dat offeren van ballast en gas, die ieder luchtreiziger maar in beperkte mate kan meevoeren, kan nooit lang duren, en al heel gauw zocht men naar middelen, om ballons te besturen van uit de door hen gedragen schuit of mand. Een roer en groote zeilen heeft men aan het luchtschip verbonden; men heeft het van riemen en schepraderen voorzien en groote vleugels er bij aangebracht, maar niets baatte; de wind bleef de baas, tot men eindelijk eenig succes behaalde met het aanbrengen van een schroef als voortstuwende kracht.
In stoombooten kende men al sinds het midden der 19de eeuw het gebruik van de schroef van ijzer, die, door een stoommachine snel gedraaid, het water achteruitduwde en de boot deed vooruitgaan. Op die wijze moest men een luchtschip kunnen voortbewegen, als men de schroef deed gelijken op het stel wieken van een windmolen. Het kwam er dan maar op aan, de schroef een groote snelheid te geven, want dan alleen kan ze een krachtige werking uitoefenen. En om die groote snelheid te bereiken, moest veel kracht worden aangewend. Maar hoe zou men een zware stoommachine met stoomketel en vuurhaard met een luchtballon meevoeren? Dat scheen onmogelijk; maar toch is inderdaad met een stoommachine het eerste voortbewegen van een bestuurbaren luchtballon, of die het ten minste bedoelde te zijn, beproefd.
Het was in 1852, toen de ingenieur Henri Giffard te Parijs met een kleine lichte stoommachine opsteeg. Hij had aan zijn grooten ballon van 2,500 kubieken meter inhoud, met steenkoolgas gevuld, om den weerstand van de lucht te verminderen, een langwerpigen, puntig toeloopenden vorm gegeven. Maar tegen den wind in ging het niet, en wat Giffard bereikte, was een snelheid van twee of drie meter in de seconde in windstille lucht. Ook zijn verdere proeven in 1855 en 1856 brachten hem niet verder.
Aan de schroef de vereischte snelheid te geven, dat was de quaestie, en mannenkracht is daarvoor ook al aangewend, toen o. a. in 1872 Dupuy de Lôme, de beroemde bouwer van de eerste gepantserde schepen, acht sterke werklieden met zich meevoerde in het schuitje onder den ballon en hen afwisselend bij vieren tegelijk de as van de schroef liet draaien. Op zeer veel punten was het luchtschip van Dupuy de Lôme een vooruitgang. Zoo had het al in den grooten ballon een kleineren met lucht gevuld, die meer of minder stijf opgepompt kon worden, en als het gas om de een of andere reden verminderde of inkromp, den ballon weer kon uitzetten en den oorspronkelijken vorm hem kon teruggeven, zonder dat de luchtsoorten zich vermengden. Lebaudy past dat stelsel ook toe bij zijn tegenwoordige proeven. Men kan de lucht weer uit den kleinen ballon laten ontsnappen, als het gas in den grooten uitzet, zooals gebeurt bij iedere verhooging van temperatuur of bij het stijgen in ijlere luchtlagen.
Maar hoeveel goeds er ook aan Dupuy de Lôme's luchtschip was, het probleem der bestuurbaarheid losten ook zijn acht sterke mannen niet op, en al had men de acht door zestien of meer willen vervangen, wat zou het geholpen hebben? Ieder bracht immers ook zijn gewicht mee, dat de ballon moest dragen, zoodat die daarvoor weer veel grooter had moeten worden, dus veel meer tegenstand in de lucht zou moeten ondervinden, ergo slechts door grooter kracht zou kunnen worden voortgestuwd door de lucht.
Doch geen nood, men ging door met pogingen, gaf den moed niet op. Had de stoommachine mee haar hulp bij al dat trachten gegeven, toen eenmaal de electrische batterijen veel verbeterd waren, moesten ook die een handje helpen. In 1883 begonnen de gebroeders Tissandier den electrischen motor te gebruiken. Zij bezigden daarvoor een chroomzuurbatterij, die in verhouding tot de vroeger aangewende galvanische batterijen een sterkeren stroom leverde bij, wat in dezen van groot belang was, een geringer gewicht. Vier meter snelheid in de seconde werd bereikt, en in het volgend jaar 1884 verbeterden de beide fransche legerkapiteins, Renard en Krebs, dat record tot zes en een halven meter met een lichteren motor, door op dezelfde wijze verkregen electriciteit bewogen.
Hun succes was groot en luide sprak tot de fantazie het feit, dat de beide heeren met hun _La France_ boven Parijs gesloten kringen beschreven en bij voorbeeld bij zeven opstijgingen vijfmaal tot het punt van uitgang terugkeerden.
Als volgende nieuwigheid, met het éclatante succes, waarvan wij thans getuigen zijn, verscheen de ontploffingsmotor ten tooneele, de benzinemotor, die eerst het automobilisme tot zoo groote hoogte had gebracht en daarna, in werkelijken zoowel als in figuurlijken zin, ook aldus op de luchtvaart werkte. Binnen weinig jaren werd die motor voor een zelfde krachtsuitoefening tien tot twintigmaal lichter gemaakt dan de beste electrische motoren.
Daar verschijnt Santos Dumont op het veld der luchtscheepvaart. Wat een modellen heeft hij gebruikt! En al is zijn werk met bestuurbare ballons nu al weer overtroffen, wat heeft hij bijvoorbeeld met zijn nommers 6 en 9 heldenstukken verricht! Zij deden den naam van den energieken Braziliaan over heel de wereld klinken. Met zijn vaart om den Eiffeltoren won hij den Deutschprijs; allerlei gelukkige neerdalingen precies op de plek, die hij had aangewezen, deden van hem spreken; maar de schommelingen van zijn toestellen bleven een bezwaar, en met zijn beste machines bereikte hij niet meer dan de snelheden van respectievelijk acht en vijf meter, met nummer 6 en nummer 9.
Sévéro, ook een Braziliaan, deed, na die proeven van Santos Dumont in 1901, een poging met een wat minder langwerpigen ballon; hij steeg in 1902 te Parijs op. maar hij had den motor te dicht bij den ballon aangebracht en na een kwartier in de lucht te zijn geweest, ontvlamde het gas en de ongelukkige aëronaut kwam met zijn toestel neer in de Avenue du Maine. Hij had er het leven bij gelaten. Slechts enkele maanden later viel een ander slachtoffer van de luchtscheepvaart, de Saks Von Bradsky, die met een cylindrischen ballon, voorzien van een soort van valscherm, te Parijs opsteeg. Kort na het verlaten van den vasten grond begon het toestel te slingeren; de touwen, waaraan de mand bevestigd was, braken, en de beide inzittenden werden in den val gedood.
Het bleek meer en meer, dat het er bij die langwerpige ballons vooral op aankwam, de schommelingen tegen te gaan, die optraden, zoodra de luchtschepen een zekere snelheid bereikten.
De fransche ingenieur, Julliot, vervaardiger van Lebaudy's toestellen, schijnt dat probleem dichter bij zijn oplossing te hebben gebracht. Hij maakt de ballons van eigenaardigen vorm met horizontale vlakken, die uitstaan en het gevaarte recht houden in de vaart, zooals de veeren achter aan een pijl er de goede richting in houden. De schroef is bij deze machines klein, maar heeft een verbazende snelheid. Lebaudy's nummers 1 en 2 dateeren van 1902 en 1904, brengen het tot 11 meter in de seconde en kunnen een voorraad benzine meenemen, om het, met drie personen in het schuitje, vijf uren in de lucht uit te houden.
De Lebaudy's, eigendom, zooals men weet, van een broer van den bekenden "keizer van de Sahara", hebben nu al 79 opstijgingen gedaan, en nog geen averij gehad, terwijl ze altijd neergekomen zijn ter vooraf bepaalder plaatse. In 1905 is dan ook de Lebaudy nummer 2 door de regeering aangekocht; de militaire autoriteiten plaatsten haar als schildwacht aan de grens bij Toul, maar toen het marokkaansch gevaar geweken was, werd de ballon naar het park der aëronauten te Meudon bij Parijs teruggebracht en hij wordt nu als schoolschip voor de luchtvaart gebruikt.
Op last van den staat is een luchtschip van hetzelfde model gebouwd, de _Patrie_, die nog sneller is, namelijk 13 meter in de seconde of 45 kilometer in het uur aflegt, en met tien passagiers tien uren in de lucht zou kunnen blijven met behoud der snelheid.
Met deze _Patrie_ gingen op 22 Juli j.l. de ministers Clémenceau en generaal Picquart omhoog en deden een tochtje boven Parijs. Voor de beweging der schroef heeft de _Patrie_ een motor van 16 cylinders, die bij een gewicht van 100 K.G. ook 100 paardekrachturen kan ontwikkelen. Waarschijnlijk zal Frankrijk verscheiden luchtschepen naar het model der _Patrie_ doen vervaardigen, om misschien de eerste mogendheid te worden die over een vloot van luchtschepen beschikt. De derde nog grootere luchtkruiser in Frankrijk draagt den naam van de _République_ en ook het jaartal 1907.
Intusschen is juist, terwijl wij dit schrijven (7 Dec.) het lot van de _Patrie_ in het duister gehuld. De ballon zweeft ergens in de wereld, men weet niet waar, of is reeds in de golven der zee ondergegaan. De _Patrie_ had juist in de laatste dagen een groot bewijs van bekwaamheid afgelegd. Op Zaterdag 23 November 1907 had deze ballon te 8 uur 45 min. 's ochtends het parc aerostatique te Chalais-Mendon verlaten, met het doel naar Verdun te stevenen, en zie te 3 uur 30 min. kwam hij daar aan, zonder eenig oponthoud en ongeval, een reis van 6 uur 40 min. gemaakt hebbende! Een week lang was Frankrijk trotsch op dit resultaat. Doch de volgende Zaterdag, 30 Nov., bracht een groote teleurstelling. Er was eenige averij aan het schuitje gekomen, en nog des avonds moest dit gerepareerd worden. Een 175-tal soldaten hielden de touwen vast, om den kolossus aan de aarde gebonden te houden. Het woei hard, een vreeselijke rukwind stuwde den ballon voort; de mannen moesten loslaten, en de ballon zwierde in het duister met verbazende snelheid de lucht in. De wind was west, dus de vluchteling ging over zee, en men meent hem den volgenden dag, Zondag 1 Dec. reeds in Schotland gezien te hebben. Maar beslist is zijn lot op het oogenblik nog niet. Men spreekt er al over, dat de fransche regeering van baron Deutsch de bestuurbare _Ville de Paris_ zal overnemen; en deze de plaatsvervanger van de verloren _Patrie_ zal worden.
In Frankrijk zijn ook de ballons voor Wellman, den poolzoekenden Amerikaan, vervaardigd. Er zal echter veel meer aan proefvaarten moeten zijn gedaan met dien ballon, voor men het daar in het hooge noorden met eenige hoop op succes kan wagen. De ongelukkige Andree, die voor eenige jaren een dergelijken tocht naar de Noordpool waagde, maar nooit terugkwam, is een waarschuwend voorbeeld. Wellman heeft verstandig gedaan, ofschoon hij in den zomer van 1907 voor de tweede maal alles gereed had, toch maar niet uit te varen.
Dan zal eerder graaf Henri de la Vaulx van succes kunnen spreken, zooals hij al betrekkelijk gelukkig is geweest, sedert hij in 1903 zijn nachtelijken tocht over het kanaal volbracht, waarbij hij, een geringe hoogte houdend, te Hull landde. In de laatste jaren doet hij proeven met zijn _Méditerranéens_, die nu eens geen langwerpige bestuurbare ballons zijn, maar terugkeeren tot den ouden bolvorm. Met den heer Hervé wil hij trachten dien bestuurbaar te maken. Bij den bolvormigen ballon ontgaat men de moeilijkheid, die bij een langwerpigen voorkomt, dat de stabiliteit zoo moeilijk te verzekeren is en daarmee de veiligheid. Maar aan den anderen kant is de sferische ballon minder geschikt om een groote snelheid te krijgen. Dus moet het voortstuwend vermogen grooter wezen. De schroef vordert dan ook een andere inrichting dan de gewone. Graaf de la Vaulx heeft aan zijn ballons, waarmee hij tegenwoordig te Sartrouville proeven doet, zeer groote schroeven van verscheiden meters middellijn, terwijl elk blad weer uit een samenstel van twee stalen bladen bestaat, verbonden door verbindingsvlakken van aluminium. Dan zijn er deviatoren en stabiliatoren, waarvan de namen de bedoeling duidelijk maken, en over het geheel is de machinerie zeer ingewikkeld. Maar de graaf wil alles slechts als proeven beschouwd zien, en denkt later definitief met een grooteren ballon te kunnen gaan waar hij wil in het luchtruim.
Het groote langwerpige luchtschip, dat de heer Deutsch de la Meurthe in 1906 heeft uitgevonden, is de _Ville de Paris_, boven reeds genoemd, zeer groot, met de eigenaardigheid van acht evenwijdig loopende, met gas gevulde buizen achter aan den ballon. De poging in 1906 ermee gedaan, faalde, tenminste leerde niets omtrent de bestuurbaarheid, daar de ballon vrije luchtreizen deed, omdat de machine niet werkte. Het blijft af te wachten, wat deze ballon zal praesteeren.