Omhoog in het luchtruim! Praatje over het luchtvaartvraagstuk De Aarde en haar Volken, 1908
Part 3
De nadeelen, die het luchtschip thans nog aankleven, bestaan hoofdzakelijk daarin, dat het steeds naar het punt van uitgang moet terugkeeren, ten einde den voorraad benzine en gas aan te vullen. Maar het zal niet lang duren, of daarin wordt tegemoetgekomen door de inrichting van luchthavens, waar de ballons zullen kunnen schuilen en zich van al het noodige kunnen voorzien. Maar dat zijn alle vraagstukken van later orde voor ons vaderland, evenals trouwens ook de oprichting van een militaire luchtschippersafdeeling.
Aan de beweging, die thans zoovelen bezighoudt, moet echter ons land nolens volens deelnemen, en het is te hopen, dat het dit met opgewektheid en moed zal doen. De ambitie is overal groot, getuige ook de internationale congressen, als dat hetwelk in September in Brussel werd gehouden vanwege de _Fédération Aëronautique internationale_, samen met de _Commission permanente aeronautique internationale._ Daar was prins Roland Bonaparte voorzitter en de beroemdste aëronauten waren er aanwezig. Commandant Paul Renard hield een gloedvolle rede, waarin hij zijn opwekkend woord liet volgen door een beschouwing over de geschiedenis van de dirigeables. Het was zijn broeder, kolonel Charles Renard, toen nog kapitein, die in 1884 het groote succes behaalde met kapitein Krebs en boven de stad Parijs met den ballon _La France_ gesloten kringen in de lucht beschreef. Charles Renard was later commandant van het aëronautisch militair proefstation te Challais-Meudon en stierf in 1905. Verder spraken op dat brusselsche congres ook nog kapitein Voyen en kapitein Ferber, de laatste een voorvechter van de aëroplanen. De vliegmachines hadden volgens hem al een groote ontwikkeling bereikt in hun gang, die voortschreed van stap tot stap, van sprong tot sprong, van vlucht tot vlucht! Hij meende, dat onze tijdgenooten nog verbaasd zouden worden door een vliegende douane, en politieagenten op aëroplanen.
Na dat van Brussel is er al weer een internationaal congres geweest, te New York, waar de vice-admiraal Chester op het nut voor de amerikaansche vloot wees van een eskader luchtschepen. Voorzitter was professor Moore, directeur van het Meteorologisch Instituut te Washington. Generaal Allen deelde er mee, dat de minister van oorlog Taft een krediet van 200 duizend dollars zou aanvragen voor een afdeeling luchtscheepvaart bij het amerikaansche leger.
Dat was in dezelfde week; waarin onze Koninklijke Academie van Wetenschappen op 26 October j.1. vergaderde. In die bijeenkomst werd een circulaire ingediend van Dr. Assmann, namens het Koninklijk pruisisch aëronautisch Observatorium, waarin er op werd gewezen, dat het dit jaar te Brussel gehouden internationaal congres voor de luchtscheepvaart zich uitgesproken had voor de oprichting van aëronautische observatoria over de geheele wereld. Ingevolge die uitspraak zal de belgische regeering zich eerlang langs diplomatieken weg richten tot de nederlandsche regeering met het verzoek haar medewerking te willen verleenen tot de oprichting van observatoria in Nederland en Nederlandsch-Indië. Het pruisische Instituut vroeg de Academie, dat verzoek der belgische regeering te willen steunen. Men besloot op voorstel van den voorzitter, prof. Van de Sande Bakhuyzen, een mededeeling van onze regeering af te wachten. In den Haag zal men dus door een tegemoetkomende houding kunnen toonen, dat men, in deze vraag van wetenschap zoowel als van praktijk, graag het mogelijke wil doen, om aan de oplossing mee te werken.
En het is de moeite waard, daarvoor zijn best te doen, want de luchtscheepvaart staat tegenwoordig overal als zaak van groote actualiteit op het programma van den dag. Tot op het einde der 19de eeuw zijn geen groote resultaten bereikt, maar aan het begin der 20ste volgen de triomfen elkaar snel op. Er is door de luchtvaart een ommekeer op til in velerlei, dat ons maatschappelijk leven van nabij raakt, in de middelen van vervoer, in bedrijf en handel, internationale verhoudingen, wetenschap, zeden en gebruiken, oorlogsgewoonten, ja waar niet al in!
De pessimisten hebben in de vorige eeuw steeds getwijfeld; zij worden nu gewonnen, en de optimisten zien hun stoute droomen erkend als niet meer onbereikbaar.
Dat is te danken aan den moed en de volharding van groote pioniers, wier daden in historieboeken een blijvende plaats zullen erlangen. Onder hen zijn helden, die als slachtoffers vielen, en latere geslachten zullen met eerbied denken aan hun werk. De tijdschriften, die den gang der groote bewegingen in het heden hebben te volgen, doen goed de proeven en de pogingen der pioniers in woord en beeld vast te leggen. Kinderen en kindskinderen van onze lezers, die mogelijk als iets heel gewoons per luchtschip zullen reizen, bladeren later in de oude jaargangen en zullen vol belangstelling lezen en kijken, zooals wij ons interesseeren voor oude gravures van primitieve fietsen en stoommachines en spoorwegen, waarmee we nu zoo vertrouwd zijn geraakt.