Noorsche mythen uit de Edda's en de sagen
Chapter 26
De paardenvlieg, die Jupiter belet Io weer in bezit te krijgen, nadat Mercurius Argus heeft vermoord, verschijnt weer in de Noorsche mythen om Brock te steken, en tracht te voorkomen dat de tooverring Draupnir gemaakt wordt, die geheel en al een pendant is van Sifs lokken, zooals hij ook de vruchten van de aarde voorstelt. De vlieg gaat voort met den dwerg te kwellen gedurende het maken van Frey's wild zwijn met de gouden borstels, een prototype van Apollo's gouden zonnekar, en zij zorgt er voor, dat het handvat van Thors hamer niet geheel klaar komt.
Het tooverschip Skidbladnir, ook door dwergen gemaakt, komt overeen met den snelzeilenden Argo, die de wolken, boven onze hoofden zeilend, voorstelde, en evenals het van het eerste heette dat het groot genoeg was om alle goden te bevatten, zoo droeg de tweede alle Grieksche helden naar het verre land Colchis.
De Germanen, die de dagen der week naar hunne goden wilden noemen, zooals de Romeinen hadden gedaan, gaven den naam van Thor aan Jupiters dag, en maakten hem zoo tot den tegenwoordigen Donderdag.
Thors strijd tegen Hrungnir is een pendant van het gevecht tusschen Herkules en Cacus of Antaeus; terwijl Groa blijkbaar Ceres is, want ook zij treurt over haar afwezig kind Orvandil (Proserpina), en breekt los in een vreugdezang als zij hoort dat het zal terugkeeren.
Magni, Thors zoon, die, als hij slechts drie uur oud is, zijn wonderbare kracht ten toon spreidt terwijl hij Hrungnirs been optilt van zijn vader die nederligt, herinnert ook aan het kind Hercules; en Thors verslindende eetlust bij Thryms bruiloft heeft zijn parallel in Mercurius' eersten maaltijd, die uit twee heele ossen bestond.
Het doorschrijden van het gewassen tij van Veimer door Thor doet denken aan Jasons daad, toen hij door den stroom waadde, terwijl hij op weg was om den tiran Pelias te bezoeken en zijns vaders troon terug te krijgen. De wonderbare halsband, door Frigga en Freya gedragen om hare bekoring te verhoogen, komt overeen met den cestus of gordel van Venus, die Juno leende om haar heer te onderwerpen, en is, evenals de lokken van Sif en de ring Draupnir, een beeld van rijken groei of een symbool van de sterren die aan den hemel schijnen.
De Noorsche zwaardgod Tyr is natuurlijk de Grieksche krijgsgod Ares, op wien hij zóó volkomen gelijkt, dat zijn naam werd gegeven aan den dag die aan Ares was gewijd, en die nu bekend is als Dinsdag of Tui's dag. Evenals Ares was Tyr druk en moedig; hij had behagen in het krijgsrumoer, en was steeds zonder vrees. Hij alleen durfde den Fenriswolf te trotseeren; en het zuidelijke spreekwoord van Scylla en Charybdis heeft zijn pendant in het Noorsche gezegde "loskomen van Laeding en schipbreuk lijden in Droma". De Fenris-wolf, ook een verpersoonlijking van het onderaardsche vuur, wordt, evenals zijn prototypen, de Titanen, vastgebonden in den Tartarus.
De gelijkenis tusschen den lieflijken, muziekminnenden Bragi met zijn harp, en Apollo of Orpheus, is zeer groot; zoo is er gelijkenis tusschen den magischen drank Odhroerir en de wateren van den Helicon, die beide, meende men, als inspiratie dienden zoowel voor sterflijke als voor onsterflijke dichters. Odin doet arendsveeren aan om zijn kostelijke meê weg te dragen, en Jupiter neemt een gelijke vermomming aan om zich zijn bekerdrager Ganymedes te verschaffen.
Idoen is, evenals Adonis en Proserpina, of meer nog als Eurydice, een schoone personificatie van de lente. Zij wordt weggevoerd door den wreeden ijsreus Thiassi, die het wilde zwijn voorstelt dat Adonis vermoordde, de kinderdief van Proserpina, of de vergiftige slang die Eurydice beet. Idoen wordt gedurende langen tijd in Jötun-heim (Hades) opgehouden waar ze al haar vroolijke, speelsche manieren vergeet en treurig en bleek wordt. Zij kan niet alleen naar Asgard terugkeeren en zij kan pas haar ontvluchting ten uitvoer brengen, wanneer Loki (nu een zinnebeeld van den zuidenwind) haar komt wegdragen in de gedaante van een noot of een zwaluw. Zij herinnert ons aan Proserpina en Adonis die door Mercurius (den god van den wind) naar de aarde worden teruggebracht, of aan Eurydice, uit Hades gelokt door de zoete klanken van Orpheus' harp, die ook symbolisch het zuchten van den wind voorstelden.
Idoen en Eurydice.
De mythe van Idoens val van den Yggdrasil in de donkerste diepten van Niflheim is, hoewel onderworpen aan dezelfde uitlegging en vergelijking als het bovengenoemde verhaal, toch nog nauwer verwant aan het verhaal van Orpheus en Eurydice, want de eerste, zoo goed als Bragi, kan niet zonder de laatste bestaan, die hij volgt zelfs tot in het donkere rijk des doods; zonder haar zwijgen zijn zangen geheel en al. De wolfshuid waarin Idoen gewikkeld is, is typisch voor de zware sneeuwstormen in de Noordelijke streken, die de teere worteltjes beschermen voor den verderfelijken invloed van de strenge winterkoude.
Skadi en Diana.
De Van Niörd die de god is van de zonnige zomerzeeën, heeft zijn tegenhanger in Neptunus en meer in het bijzonder in Nereus, de personificatie van den kalmen en vriendelijken aanblik van de machtige diepten. Niörds vrouw, Skadi, is de Noorsche vrouwelijke jager; daarom gelijkt zij op Diana. Evenals deze draagt zij een pijlkoker vol pijlen en een boog, dien zij met de uiterste handigheid hanteert. Haar kort gewaad laat haar de meeste vrijheid van beweging, ook is zij meestal vergezeld van een hond.
Het verhaal van het overbrengen van Thiassi's oogen naar het firmament, waar zij gloeien als schitterende sterren, herinnert ons aan veel Grieksche sterren-mythen en vooral aan Argus' altijd-wakende oogen, aan Orion en zijn bejuweelden gordel en aan zijn hond Sirius, die allen in sterren zijn veranderd door de goden, om vertoornde godinnen te verzoenen. Loki's grollen om een glimlach te krijgen van de vertoornde Skadi worden beschouwd verwant te zijn aan de trillende bliksem-schichten, die hij in het noorden personifieerde, terwijl Steropes en de Cyclopen hetzelfde bij de Grieken uitdrukken.
Frey en Apollo.
De noordelijke god van zonneschijn en zomerregens de vriendelijke Frey, heeft vele trekken gemeen met Apollo; want evenals deze, is hij schoon en jong, berijdt het wilde zwijn met gouden stekels, wat de noordelijke opvatting was van de zonnestralen, of rijdt door de lucht in een gouden wagen, die ons herinnert aan Apollo's schitterende kar.
Bovendien bezit Frey nog enkele van de eigenschappen van den vriendelijken Zephyrus, want ook hij strooit bloemen langs zijn weg. Zijn paard Blodug-hofi is niet ongelijk aan Pegasus, Apollo's lievelingspaard, want het kan met even groot gemak en vlugheid door vuur en water heengaan.
Fro, evenals Odin en Jupiter, wordt ook vergeleken bij een menschelijken koning, en zijn berg ligt naast dien van Odin dicht bij Upsala. Zijn regeering was zóó gelukkig, dat zij de Gouden Eeuw werd genoemd en daarom herinnert hij ons aan Saturnus, die, naar de aarde verbannen, over het Italiaansche volk regeerde en hun gelijken voorspoed schonk.
Freya en Venus.
Gerda, de schoone maagd, is, als Venus en ook als Atalanta; zij is moeilijk te winnen en moeilijk te vrijen, evenals de snelvoetige maagd, maar, evenals deze, geeft zij ten slotte toe en wordt een gelukkige vrouw. De gouden appelen waarmede Skinir haar tracht om te koopen, herinneren ons aan de gouden vruchten welke Hippomenes op Atalanta's weg wierp, en die haar de wedloop deden verliezen.
Freya, de godin van jeugd, liefde en schoonheid, is, evenals Venus, uit de zee geboren, want zij is een dochter van den zee-god Niörd. Venus schonk haar warmste gevoelens aan den oorlogsgod en aan den krijgshaftigen Anchises, terwijl Freya dikwijls het gewaad van een Valkyr aanneemt en snel over de aarde rijdt om deel te nemen aan den doodelijken strijd en om de heldhaftig verslagenen weg te dragen opdat zij zullen feestvieren in hare zalen. Evenals Venus geniet zij van geschenken van vruchten en bloemen en verleent zij een goedgunstig oor aan de smeekingen van geliefden. Freya herinnert ook aan Minerva, want, evenals deze, draagt zij een helm en een borstplaat en, evenals als deze, is ook zij beroemd om haar prachtig blauwe oogen.
Odur en Adonis.
Odur, Freya's echtgenoot, is gelijk aan Adonis en als hij haar verlaat stort ook zij tallooze tranen, die, in dit geval, in goud worden veranderd, terwijl Venus' tranen in anemonen zijn verkeerd, en die van de Heliaden, die Phaeton beweenden, tot barnsteen verharden dat op goud lijkt in kleur en vastheid. Evenals Venus verheugd is over Adonis' terugkeer en de geheele natuur in bloei staat als teeken van sympathie in haar vreugde, zoo wordt ook Freya nogmaals opgewekt van hart, als zij haar echtgenoot heeft gevonden onder de bloesemde mirten van het Zuiden. Venus' wagen wordt getrokken door fladderende duiven, en die van Freya wordt snel voortgedragen door katten, die het symbool zijn van de zinnelijke liefde, evenals de duiven werden beschouwd als het beeld van de teederste liefde. Freya heeft een oog voor schoonheid en weigert toornig om Thrym te huwen, terwijl Venus Vulcanus haat met wien zij is gedwongen te trouwen, en dien zij ten slotte verlaat.
De Grieken stelden de gerechtigheid voor als een geblinddoekte godin met een weegschaal in de ééne hand en een zwaard in de andere, om de onpartijdigheid en vastheid van haar bevelen aan te toonen. De aan haar beantwoordende godheid van het Noorden was Forseti, die geduldig luisterde naar beide zijden van een kwestie voordat ook hij zijn onpartijdig en onherroepelijk vonnis afkondigde.
Uller, de winter-god, gelijkt alleen op Apollo en Orion in zijn liefde voor de jacht, welke hij onder alle omstandigheden met ijver voortzet. Hij is de Noordelijke boogschutter, en zijn handigheid is even feilloos als de hunne.
Heimdall was, evenals Argus, begiftigd met buitengewone helderheid van gezicht, hetgeen hem in staat stelde op een afstand van honderd mijlen even helder te zien bij dag zoowel als bij nacht. Zijn Giallar-hoorn die de geheele wereld door kon worden gehoord, en die den overtocht van de goden heen en terug over de trillende brug Bifröst bekend maakte, was als de trompet van de godin Roem. Daar hij van moeders zijde verwant was aan het water, kon hij evenals Proteus naar believen elke gedaante aannemen, en hij maakte een goed gebruik van die macht bij gelegenheid dat hij Loki's poging om het halssnoer van Brisingamen te stelen, verhinderde.
Hermod, de vlugge of vlotte, gelijkt op Mercurius en niet alleen in zijn wonderbaarlijke snelheid van beweging. Ook hij was de bode der goden en evenals de Grieksche godheid, schoot hij hierheen en daarheen, niet geholpen door den gevleugelden helm en de sandalen, maar door Odins ros Sleipnir, dat hij alleen mocht berijden. In plaats van den Caduceus droeg hij den staf Gambantein. Hij ondervroeg de Nornen en den magiër Rossthiof, van wien hij vernam dat Vali zou komen om zijn broeder Balder te wreken en zijn vader den voet te lichten. Voorbeelden van soortgelijke vragen worden in de Grieksche mythologie gevonden, waar Jupiter gaarne Thetis zou hebben gehuwd en toch daarvan afzag toen de Schikgodinnen voorspelden, dat, als hij zoo deed, zij de moeder zou worden van een zoon, die zijn vader in macht en beroemdheid zou overtreffen.
De noordelijke God der stilte, Vidar, heeft eenige gelijkenis met Hercules, want, terwijl de laatste niets dan een stok heeft om zichzelf daarmede te verdedigen tegen den Nemeïschen leeuw, dien hij verscheurt, wordt de eerste in staat gesteld den wolf Fenris te Ragnarok te verscheuren, doordat hij in het bezit is van een enkelen grooten schoen.
Rinda en Danae.
Odins vrijage met Rinda herinnert ons aan Jupiters hof maken van Danae, die ook een symbool van de aarde is; en terwijl de overvloed van goud in de Grieksche sage bedoelt voor te stellen de vruchtbaarmakende zonnestralen, stelt het voetbad in het noordelijke verhaal den lentedooi voor, die invalt wanneer de zon den weerstand van de bevroren aarde heeft overwonnen. Perseus, het kind van deze vereeniging, heeft veel punten van overeenkomst met Vali, want ook hij is een wreker en verslaat zijns moeders vijanden, even zeker als Vali Hodur vermoordt, den moordenaar van Balder.
Het wordt voorgesteld alsof de Noodlotsgodinnen tegenwoordig waren bij de geboorte van een kind in Griekenland en de toekomst van een kind voorspelden, zooals de Nornen deden; en het verhaal van Meleager heeft zijn onmiskenbare parallel in dat van Nornagesta. Althea bewaart de half-verteerde fakkel in een kist, Nornagesta verbergt het kaarseneindje in zijn harp; en terwijl de Grieksche moeder den dood van haar zoon teweeg brengt door de fakkel in het vuur te werpen, sterft Nornagesta, die gedwongen is dit eindje kaars aan te steken op Olafs bevel, als het flikkert en uitbrandt.
Hebe en de Valkyren waren de schenksters van den Olympus en Asgard. Zij waren allen de gepersonifieerde jeugd; en terwijl Hebe den grooten held en halfgod Hercules huwde toen zij ophield haar ambt te vervullen, werd den Valkyren haar ambt ontnomen, toen zij vereenigd werden met helden als Helgi, Hakon, Völund en Sigurd.
Het Cretenser labyrint heeft zijn tegenhanger in het IJslandsche Völundarhuis, en Völund en Daedalus beiden brengen hun ontvluchting uit een doolhof ten uitvoer door middel van een handig uitgevonden paar vleugels, die hen in staat stellen in veiligheid over land en zee te vliegen en te ontkomen aan de tyrannie van hun respectieve meesters, Nidud en Minos. Völund gelijkt ook hierin Vulcanus, dat hij een knappe smid is en van zijn talenten gebruik maakt om zijn wraak te koelen. Vulcanus, kreupel geworden door een val van den Olympus en door Juno verwaarloosd, met wie hij had getracht goede vrienden te worden, zendt haar een gouden troon, die voorzien is van kunstig aangebrachte veeren om haar te grijpen en vast te houden. Völund, machteloos door de suggestie van Nidud's koningin, vermoordt heimelijk hare zonen en maakt van hun oogen wonderbare juweelen, die zij zonder wantrouwen op haar borst draagt, totdat hij haar hun afkomst verraadt.
Zee-Mythen.
Juist zooals de Grieken zich voorstelden dat de stormen het gevolg waren van Neptunus' woede, zoo schreven de Noordelijke volken hen toe of aan de stuiptrekkingen van Iörmungandr de Midgardslang of aan den toorn van Aegir, die, juist zooals Neptunus, met zeewier gekroond, dikwijls zijn kinderen, de golven-maagden (de tegenhangers van de Nereïden en Oceaniden) wegzond om op de woelende golven te spelen. Neptunus woonde in koraalholen dicht bij het eiland Euboea, terwijl Aegir in een dergelijk paleis dicht bij het Kattegat gevestigd was. Hier was hij omringd door de nixen, undinen en meerminnen, de tegenhangers van de Grieksche waternimfen en door de riviergoden van den Rijn, de Elbe en den Neckar, die ons doen denken aan Alpheus en Peneus, de riviergoden van de Grieken.
Het veelvuldig voorkomen van schipbreuken op de Noordelijke kusten heeft er toe bijgedragen om de menschen zich Ran (plaatsvervanger van de Grieksche zeegodin Amphitrite) voor te stellen als gulzig en gierig, en zij beschreven haar als gewapend met een sterk net waarmede zij alle dingen neertrok in de diepte. De Grieksche Sirenen hebben hare parallellen in de Noordelijke Lorelei die dezelfde gave van zingen bezat en ook zeelieden in den dood lokte; terwijl Prinses Ilse, die in een bron werd veranderd, ons herinnert aan de nimf Arethusa, die een dergelijke gedaanteverwisseling onderging.
In de Noordelijke opvatting van Niflheim hebben wij een bijna nauwkeurigen tegenhanger van den Griekschen Hades. Mödgud, de bewaker van de Giallar-brug (de doodenbrug) waarover alle geesten van de dooden moeten gaan, eischt een schatting van bloed even gestreng als Charon een obool vraagt van elke ziel die hij den Acheron, de doodsrivier, overzet. De geweldige hond Garm, die ineengekrompen zit in het Gnipahol en de wacht houdt aan de Hellepoort, is als het driehoofdig monster Cerberus; en de negen werelden van Niflheim zijn niet ongelijk aan de verdeeling van Hades, terwijl Nastrond geheel analoog is aan den Tartarus, waar de boozen werden gestraft met een gelijke gestrengheid.
De gewoonte om de doode helden te verbranden met hunne wapenen, en om offers, zooals paarden en honden, op hun brandstapel te slachten, was even sterk in het Noorden als in het Zuiden; en terwijl Mors of Thanatos, de Grieksche dood, voorgesteld werd met een scherpe zeis, werd Hel voorgesteld met een bezem of een hark, dien zij even meedoogenloos gebruikte en waarmede zij evenveel strafoefende.
Balder en Apollo.
Balder, de stralende god van den zonneschijn, herinnert ons niet alleen aan Apollo en Orpheus, maar aan al de andere helden van zonnemythen. Zijn vrouw Nanna gelijkt op Flora en nog meer op Proserpina, want ook zij daalt neer in de onderwereld waar zij voor een wijl vertoeft. Balders gouden hal van Breidablik gelijkt op Apollo's paleis in 't Oosten; ook hij houdt van bloemen; alle dingen glimlachen wanneer hij komt, en doen gewillig den eed hem nooit te zullen beleedigen. Zooals Achilles alleen kwetsbaar was aan den hiel, zoo kon Balder alleen worden getroffen door den onschuldigen maretak, en zijn dood wordt veroorzaakt door Loki's jaloezie, juist zooals Hercules werd verslagen door die van Deianeira. Balders brandstapel op Ringhorn herinnert ons aan Hercules' dood op den berg Etna: de vlammen en de roode gloed van beide vuren dienen om de ondergaande zon te typeeren. De Noordelijke god van zon en zomer kon alleen worden verlost van Niflheim, wanneer alle levende en doode dingen tranen zouden storten; en zoo kon Proserpina alleen uit den Hades ontsnappen op voorwaarde dat zij geen voedsel had gebruikt. De weinig beteekenende weigering van Thok om een enkelen traan te storten, doet denken aan de zaden van den granaatappel dien Proserpina at, en het gevolg is in beide gevallen even afgrijselijk, daar het Balder en Proserpina onder den grond terughoudt en de aarde (Frigga of Ceres) moet voortgaan hun afwezigheid te beweenen.
Door Loki kwam het kwaad in de Noorsche wereld; Prometheus' gift van het vuur bracht denzelfden vloek over de Grieken. De straf aan de schuldigen toebedeeld door de goeden is niet ongelijk, want, terwijl Loki met diamanten ketenen onder den grond wordt vastgebonden en geteisterd door het aanhoudend druppelen van vergif uit de slagtanden van een slang die boven zijn hoofd is vastgemaakt, wordt Prometheus op een dergelijke wijze aan den Caucasus geketend, terwijl een vraatzuchtige gier aanhoudend aan zijn lever knaagt. Loki's straf heeft een anderen tegenhanger in die van Tityus, in den Hades gebonden, en in die van Enceladus, geketend onder den Etna waar zijn bezweringen aardbevingen veroorzaakten en zijn verwenschingen plotselinge uitbarstingen van den vulkaan ten gevolge hadden. Loki herinnert verder aan Neptunus, daar ook hij een paardengedaante aannam en de stamvader werd van een wonderbaar ros, want Sleipnir wedijvert met Arion zoowel in vlugheid als in uithoudingsvermogen.
De Fimbul-winter is vergeleken geworden bij het lange voorafgaande gevecht onder de muren van Troje, en Ragnarok, het grootsche einddrama van de Noorsche mythologie bij het branden van die beroemde stad. "Thor is Hector; de wolf Fenris, Pyrrhus, zoon van Achilles die Priamus versloeg (Odin); en Vidar die in Ragnarok herleeft, is Aeneas." De verwoesting van Priamus' paleis is het type van de verwoesting van de gouden hallen der goden; en de verslindende wolven Hati, Sköll en Managarm, de vijanden der duisternis, zijn het prototype van Paris en al de andere demonen der duisternis die de zonnemaagd Helena wegdragen of haar verslinden.
Ragnarok en de Zondvloed.
Volgens een andere uitlegging evenwel is de Ragnarok en de daaruit volgende overstrooming van de wereld slechts een Noorsche overlevering van den zondvloed. De overlevenden, Lif en Lifthrasir, waren evenals Deucalion en Pyrrha bestemd om de wereld weer te bevolken; en zooals het altaar van Delphi alleen de vernielende macht van de groote overstrooming weerstond, zoo stond ook Gimli stralend om de overlevende goden te ontvangen.
Reuzen en Titanen.
Wij hebben al gezien, hoe nauw de Noordelijke reuzen verwant zijn aan de Titanen. Nu valt alleen nog te vertellen dat, terwijl de Grieken zich voorstelden dat Atlas in een berg was veranderd, de Noormannen geloofden dat het Reuzengebergte in Duitschland was gevormd uit reuzen, en dat de lawines die van hun steile hoogten af naar beneden kwamen, de sneeuwhoopen waren die deze reuzen ongeduldig van hunne kruinen afschudden, wanneer zij hun verwrongen houdingen veranderden. De verschijning in den vorm van een stier van een der waterreuzen die kwam om de koningin der Franken te vrijen, heeft zijn parallel in het verhaal van Jupiters vrijage om Europa, en Meroveus is klaarblijkelijk geheel de tegenhanger van Sarpedon. Een vage gelijkenis kan men vinden tusschen het reuzenschip Mannigfual en de Argo, want terwijl de eene wordt voorondersteld door de Aegeïsche en de Zwarte Zee te hebben gekruist, en vele plaatsen gedenkwaardig te hebben gemaakt door de gevaren die het daar ontmoette, zeilt het Noorsche schip door de Noord- en de Oost-Zee en wordt het genoemd in verband met het eiland Bornholm en de klippen van Dover.
Terwijl de Grieken zich voorstelden, dat nachtmerries de booze droomen waren die ontsnapt waren uit het hol van Somnus, dacht het Noorsche ras zich deze als vrouwelijke dwergen of trollen, die uit de donkere schuilhoeken van de aarde kropen om hen te kwellen. Alle tooverwapenen in het Noorden heetten het werk der dwergen, de smeden onder den grond, terwijl die van de Grieken gemaakt waren door Vulcanus en de Cyclopen onder den Etna of op het eiland Lemnos.
De Volsunga Saga.
In de mythe van Sigurd vinden wij Odin één-oogig als de Cyclopen, die, evenals hij, persoonsverbeeldingen van de zon zijn. Sigurd wordt onderwezen door Gripir den paardendresseerder, die aan Chiron, den Centaur herinnert. Hij is niet alleen in staat een jongen held te leeren alles wat hij moet weten en hem goeden raad te geven aangaande zijn toekomstig gedrag, maar hij bezit ook de gave van de profetie.
Het wonderbare zwaard dat het eigendom wordt van Sigmund en van Sigurd, zoo spoedig als zij zich waardig genoeg zullen betoonen om dit te hanteeren, en het zwaard Angurvadel dat Frithiof van zijn vader erft, herinneren ons aan het wapen dat Aegeus had verborgen onder de rots en dat Theseus in veiligheid bracht zoo spoedig hij een man geworden was. Sigurd tracht evenals Theseus, Perseus en Jason, de misdaden van zijn vader te wreken vóórdat hij uitgaat om te zoeken den gouden schat, volkomen hetzelfde als het gouden vlies, dat ook door een draak wordt bewaard en moeilijk in veiligheid te brengen is. Evenals alle Grieksche zonnegoden en helden, heeft Sigurd gouden haar en helder blauwe oogen; zijn gevecht met Fafnir herinnert ons aan Apollo's strijd met den Python, terwijl de ring Andvaranaut vergeleken kan worden bij Venus' gordel en de vloek dien hij brengt aan den drager, herinnert aan de tragedie van Helena die een eindeloos bloedbad veroorzaakte aan allen die met haar verbonden waren.
Sigurd kon Fafnir niet hebben overwonnen zonder het tooverzwaard, juist zooals het den Grieken niet gelukte Troje te krijgen zonder de pijlen van Philoctetes die ook het symbool zijn van de alles-overwinnende stralen der zon. Het terugvinden van den gestolen schat gelijkt op Menelaus' terugvinden van Helena, en klaarblijkelijk brengt hij al even weinig geluk aan Sigurd als zijn lafhartige vrouw bracht aan den Spartaanschen koning.
Brunhild.