Part 26
Twaalf in de helft over de lengte doorgesneden colombijntjes, vanillevla, gelei.
Bereiding:
De colombijntjes bestrijkt men met gelei, doet ze in een vuurvaste schaal, stort er vanillevla over en bakt ze dan nog even in den oven op.
910. EIERVLA.
Tien eieren, waarvan 5 met het wit, 4 lepels suiker, 1 theelepel fijne kaneel, de geraspte schil van 1 djeroek-nipis, 1 flesch melk.
Bereiding:
Vijf eierdooiers klopt men met vijf heele eieren. De vijf overige eiwitten worden tot schuim geklopt en met de suiker, de kaneel en de geraspte schil door de eierdooiers geroerd.
De melk warmt men op (niet koken), doet haar daarna, al roerende, bij de vla, die men in een vuurvaste schaal overstort. Men strooit er fijne kaneel over en bakt deze vla nog even in den oven.
911. MAÏZENA-MOES OF -VLA.
Twee lepels maïzena, 6 eetlepels melk of water, 3/4 flesch kokende melk, 2 eierdooiers, een weinig zout, suiker naar smaak.
Bereiding:
De maïzena roert men met melk of water aan, roert er wat zout door, doet deze pap door de kokende melk en als alles dik wordt, roert men er vlug de twee geklutste eierdooiers door met wat suiker.
Men eet deze moes of vla warm, met fijne suiker.
912. PÈRE LE ROI.
Zeven eierdooiers, 1 groote kop melk, een stukje kaneel, 2 lepels arrowroot, suiker naar smaak, madéra en djeroeksap.
Bereiding:
De eierdooiers goed met suiker kloppen. De melk opzetten met de kaneel; als ze gekookt is, laten bekoelen; de arrowroot met wat water aanmaken en met de geklutste eierdooiers door de melk roeren en alles verder opkoken tot het dik wordt. Men doet hier vlug de madéra en djeroeksap in en dient deze vla, daarna, koud, in glaasjes voor.
913. VANILLEVLA.
Een flesch melk, 1 stokje goede vanille, 4 eieren, 1 ons suiker, 4 à 5 lepels maïzena.
Bereiding:
De melk met de suiker en vanille koken; de eieren goed klutsen; de maïzena met wat water aanmaken, de geklutste eieren hierbij voegen en dit alles bij de melk storten, die door moet blijven koken, terwijl men door roert, tot de vla dik is geworden.
914. AMANDEL-CRÊME.
Een half pond gestampte amandelen, 1 flesch melk, 6 eierdooiers, 1 stokje vanille, 2 kopjes gesmolten agar-agar, suiker naar smaak.
Bereiding:
De melk met de vanille opkoken. De eieren met een paar lepels suiker wit kloppen, met de gestampte amandelen vermengen en deze massa door de melk doen. Onder stevig roeren doet men er dan de gesmolten agar-agar door. Men voegt hier suiker naar smaak bij en roert alles tot het dik wordt, waarna men deze crême in een nat gemaakten schotel stort.
915. CRÊME OF MELKVLA IN EEN SCHOTEL.
Een halve flesch melk, 8 eierdooiers, 1/2 stokje vanille, 1 1/2 ons suiker, 2 lepels rozenwater, boter, fijne kaneel.
Bereiding:
De melk met vanille koken; de eierdooiers met de suiker kloppen. De dooiers vervolgens, met het rozenwater, in de melk storten en deze vla "au bain Marie" (zie No. 908) dik koken. Stort de vla of crême, als ze goed gebonden en gaar is, in een schotel over.
916. CRÊME BRÛLÉE.
Een halve liter room of goede dikke melk, 4 eierdooiers, 2 1/4 ons suiker.
Bereiding:
De eierdooiers wit kloppen met één en een kwart ons suiker, daarna "au bain Marie" behandelen (No. 908), terwijl men aanhoudend blijft roeren.
De melk koken en door de eierdooiers roeren. Van het ons suiker "caramel" maken en dit, het laatst, bij de dooiers voegen; daarna alles door blijven roeren, tot het dik wordt. Deze crême wordt, als ze gereed is, in een vlaschotel overgestort.
917. CRÊME VAN DJEROEK-MANIS.
Acht eierdooiers, het sap van 6 djeroeks-manis, suiker naar smaak, 8 geklopte eiwitten.
Bereiding:
Men neemt een steenen pannetje, vult dit met de acht eierdooiers, die met de suiker zijn wit geklopt. Men roert er, voorzichtig, het sap der zes djeroeks door, daarna het geklopte eiwit en kookt alles "au bain Marie" (No. 908), tot de crême dik wordt. De crême, die steeds doorgeroerd wordt, onder het koken, stort men eindelijk in een vlaschotel over.
Z. IJSSOORTEN, SORBETS, GRANITÉ'S ENZ.
918. KUNSTIJS.
Water 470 gram, salmoniakpoeder 345 gram, salpeterpoeder 315 gram, wonderzout 500 gram.
Bereiding:
De verschillende ingrediënten worden eerst alle fijngewreven of gemalen, zoo b.v. het wonderzout. Dan doet men ze, het eene poeder na het andere, in de opgegeven hoeveelheid water. Men laat ze dan in het water ontbinden
De thermometer, daarin gesteld, zal onder het vriespunt vallen. Men kan in het mengsel ook, bij wijze van proef, een fleschje met water plaatsen. In eenige minuten moet dit bevroren zijn.
Wil men nu het een of andere roomijs maken, dan doet men het kunstijs in een pot, plaatst daarin de bus met de vla, die bevriezen moet, en de pot in een emmer, rondom met water en grof zout aangevuld. Men dekt emmer en pot dicht; evenzoo wordt de bus gesloten gehouden. In den regel wordt alles bovendien met een wollen deken toegedekt.
De nieuwste machine, waarin men de verschillende ijssoorten maakt, heet de "Gem-freezer" van de firma North Brothers & Co. te Philadelphia. Bij deze ijsmachines vindt men tevens toestellen en vormen, waarin taarten, puddings en sorbets kunnen bevroren worden.
In Nederland verkrijgbaar bij de firma Jos. van Pelt te Breda, Havermarkt 1. De prijzen zijn, zonder verpakking, vrij billijk en, opklimmend, als volgt:
Liters 3 4 6 8 10
f 7,50 f 9,50 f 12 f 15 f 18
met jachtwiel (voor 10 Liter) f 30.
Men kan, voor grootere hoeveelheden, ook ijsmachines krijgen. Voor huishoudelijk gebruik, en, de prijzen in aanmerking nemende, zijn de boven opgegevenen voldoende.
De vla's en verdere ijssoorten, die men maken wil, worden in de bus gedaan en vervolgens de tijd afgewacht, waarop de inhoud hard is geworden.
919. ABRIKOZEN-ROOMIJS.
Anderhalve flesch room of melk, 3/4 pond suiker, 24 rijpe abrikozen (of 2 blikken abrikozen).
Bereiding:
De helft van den room of de melk wordt gekookt. Daarna voegt men er langzaam de suiker bij; men neemt nu den room of de melk van het vuur af en doet er de andere helft van den room of de melk bij, waarna men dit mengsel laat koud worden.
De abrikozen worden geschild, van de pitten ontdaan, een weinig gekneusd en fijngemaakt en door den room geroerd. Heeft men abrikozen uit blik, dan worden de vruchten met de helft van het water goed door de room of de melk geroerd.
Daarna alles in de ijsbus storten.
920. ARROWROOT ROOMIJS.
(Engelsch).
Een flesch room en 1/2 flesch melk of, bij gebreke van room, 1 1/2 flesch melk, 7 ons suiker, een stok vanille, 3 lepels arrowroot.
Bereiding:
De arrowroot wordt met een weinig melk aangeroerd. De room en overige melk wordt in eene pan opgekookt, daarna roert men er de aangemaakte arrowroot door, kookt dit gedurende tien minuten en doet er de suiker en de vanille door. Als de vla dik wordt, stort men haar in de ijsbus en laat ze bevriezen.
921. AARDBEIEN ROOMIJS.
Anderhalve flesch room of melk, 1 pond suiker, 2 flesschen aardbeien op water.
Bereiding:
De helft van den room, of de melk, kookt men met een half pond suiker. Wanneer deze gesmolten is, neemt men den room van het vuur af en laat hem koud worden. Nu voegt men er de verdere suiker bij met de ingemaakte aardbeien, alsmede de helft van het sap. Daarna doet men de andere helft van den room, of de melk, bij het mengsel en stort dit samen in de ijsbus.
922. BANANEN OF PISANG ROOMIJS.
(Amerikaansche of West-Indische ijssoort.)
Acht pisangs (p: radja, p: radja seréh of p: soesoe), 1 1/4 flesch melk, 1/2 pond suiker.
Bereiding:
De pisangs schillen en fijn maken. De helft van de melk koken, daarna de suiker er bij voegen, deze laten smelten en dan de melk afzetten en laten bekoelen. De fijngemaakte pisang wordt nu door de melk gedaan. Daarna doet men er de overige melk bij, roert alles goed door elkander en doet deze massa in de ijsbus.
923. BESCHUITJES-ROOMIJS.
Een kwart pond schuimpjes, 1/4 pond vanille beschuitjes, 1/2 pond suiker, 1/2 stokje vanille, 1 lepel caramel-suiker, 1 1/2 flesch melk, 5 lepels sherry.
Bereiding:
Schuimpjes en beschuitjes fijn stampen, de helft van de melk opkoken met de suiker en daarna afzetten en laten bekoelen. De andere helft van de melk er bij voegen en dit alles in de ijsbus doen en laten bevriezen. Is het half bevroren, dan roert men er de fijngestampte en met elkander vermengde gebakjes, met de vanille, de caramel-suiker en 't laatst, de sherry, er fluks door. Daarna sluit men de bus wederom en laat alles hard worden.
924. BITTERKOEKJES-ROOMIJS.
Anderhalf ons bitterkoekjes, 1/2 flesch melk, 1 1/2 flesch room, 3 ons suiker, 8 eierdooiers, 1 lepel oranjebloesemwater, 3 of 4 geklopte eiwitten.
Bereiding:
De bitterkoekjes worden fijngestampt en met de melk aangeroerd. Men kookt den room even op, doet hierbij de suiker, vervolgens de geklopte eierdooiers en daarna het oranjebloesemwater met de geweekte fijngestampte bitterkoekjes.
Men roert dit goed door elkander, stort het in de ijsbus, laat het half bevriezen en roert er, ten slotte, vlug de tot schuim geklopte eiwitten door. Men laat dit roomijs dan verder bevriezen.
925. BISCUITS-IJS.
Als hierboven. Biscuits in plaats van bitterkoekjes.
Bereiding:
Dezelfde als hierboven, No. 924.
926. CRÊME-BRULÉE-IJS.
Anderhalve flesch room, 3 ons suiker, 1 kopje water, 9 eierdooiers, 3 of 4 geslagen eiwitten.
Bereiding:
Men maakt van anderhalf ons suiker en het kopje water caramel, kookt den room op, klopt de negen eierdooiers, met anderhalf ons suiker wit en doet deze "au bain Marie" (No. 908). Men roert de dooiers tot ze dik zijn en doet er dan den gekookten room en de caramel bij, onder aanhoudend roeren. Stort dit in de ijsbus, laat het half bevriezen, klop er de geslagen eiwitten fluks doorheen en laat alles verder hard worden.
927. CRÊME FOUETTÉE.
Room, 1 1/2 flesch; 1 1/4 ons suiker, 1 lepel vanillepoeder.
Bereiding:
De room wordt stijf geklopt, daarna de suiker en de vanille er door geroerd. Laat dit, zonder verder roeren of schudden, gedurende twee uren, in de bus bevriezen.
928. CARAMEL ROOMIJS.
Vier ons suiker tot caramel gekookt, 1 1/2 flesch melk, 1/2 pond suiker, 1/2 stokje vanille.
Bereiding:
Een liter kokende melk wordt met de caramel gewarmd, gedurende een minuut; daarna laat men haar bekoelen en doet er de suiker, de overige melk en de vanille bij. Men roert dit goed door elkander, doet dan alles in de ijsbus en laat het bevriezen.
929. CHOCOLADE ROOMIJS.
Vier ons chocolade, 1 1/2 flesch melk, 1 theelepel vanillepoeder, 1/4 theelepel fijne kaneel, 3/4 pond suiker.
Bereiding:
Men kookt de melk, en roert de chocolade, vanille, kaneel en suiker die eerst samen met wat melk zijn aangemaakt, er door. Laat dit dan bekoelen, stort het vervolgens in de ijsbus, om te bevriezen.
930. CHAMPAGNE ROOMIJS.
Een pond suiker, 1/4 L. room of melk, het geslagen wit van 9 eieren, 1 flesch champagne.
Bereiding:
De room of melk wordt met de suiker gekookt, daarna afgekoeld en de champagne er door geroerd. Dit alles doet men in de ijsbus en laat het bevriezen. Is het half bevroren, dan haalt men de bus er uit, roert door den inhoud de geklutste eiwitten en laat dit mengsel wederom bevriezen, tot het hard wordt.
931. CONDENSED-MILK-IJS.
(Amerikaansch-Engelsch).
Condensed-milk (een blikje), 3 lepels maïzena, 1 stokje vanille, suiker naar smaak.
Bereiding:
De maïzena wordt met een weinig gewone koude melk aangemaakt; daarna roert men de maïzena, met de vanille en de suiker, door de aangelengde gecondenseerde melk, ter hoeveelheid van een heele flesch. Stort deze massa in de ijsbus en laat haar bevriezen.
932. GERASPTE KLAPPER ROOMIJS.
(Amerikaansch- Engelsch).
Een niet te oude klapper, 1/2 pond suiker, een stukje vanille, 1 1/2 flesch melk.
Bereiding:
De klapper wordt, voor men hem gaat raspen, van de bruine buitenschil ontdaan. De melk wordt met de suiker gekookt, zet ze daarna even af, en als ze bekoeld is, roert men er den geraspten klapper met de vanille door. Stort deze massa in de ijsbus, ter bevriezing.
933. GELATINE ROOMIJS.
Anderhalve flesch melk, 25 blaadjes gelatine, 2 pond suiker, een stokje vanille.
Bereiding:
De gelatine wordt in een weinig melk geweekt, daarna in de hoeveelheid melk opgekookt, de suiker er door geroerd, daarna gezeefd en, met de vanille in de ijsbus gedaan, goed door elkander geroerd en eindelijk de bus, ter bevriezing van den inhoud, gesloten.
934. FRAMBOZEN ROOMIJS.
Dezelfde bestanddeelen als bij het aardbeien-roomijs (No. 921), onder bijvoeging van het sap van eén djeroek-nipis.
Bereiding:
Als onder No. 921, met dien verstande, dat men bij het sap der frambozen het djeroek-sap voegt. Overigens volge men dezelfde bewerking.
N.B. Bij gebrek aan de vruchten, kan men zeer goed volstaan met 1/2 fleschje frambozen-siroop.
935. KARDEMOM (OF KETOEMBAR) ROOMIJS.
Anderhalve flesch room, 4 ons suiker, 9 eierdooiers, 2 theelepels fijngestampte kardemom (of ketoembar), 3 geklopte eiwitten.
Bereiding:
Men kookt den room, roert de dooiers met de suiker wit, voegt hier de kardemom bij en roert dit alles door den room.
Vervolgens zeeft men alles en laat het gezeefde in de bus koud worden; half bevroren, slaat men er de drie geklopte eiwitten door en laat het verder bevriezen.
936. KOFFIE ROOMIJS I.
Anderhalve flesch room, 4 ons suiker, 1 flesch water, 1 1/4 ons gemalen koffie, 12 geklopte eierdooiers.
Bereiding:
De koffie met het water koken, door een doek zeeven en dit wederom met den room en de suiker opkoken. Laat dit bekoelen, roer er de twaalf goed geklopte eierdooiers door, zet het wederom, onder aanhoudend roeren, te vuur, tot het dik wordt.
Daarna laat men alles, in de ijsbus bevriezen.
937. KOFFIE ROOMIJS II.
(Eenvoudige soort.)
Een en kwart flesch melk, 1/2 pond poedersuiker, 4 ons gemalen koffie.
Bereiding:
De gemalen koffie wordt met een kwart flesch melk opgekookt, daarna gezeefd. Nu kookt men de flesch melk met de suiker, laat haar vervolgens bekoelen en stort er dan het koffie-extract bij. Deze massa, die eerst goed wordt omgeroerd, doet men in de ijsbus en laat haar bevriezen.
938. MANDARIJNTJES ROOMIJS.
Twaalf mandarijntjes (djeroeks kepròk), de geraspte schil van een dier vruchten, 1 1/2 flesch melk, of room, 1/2 pond suiker.
Bereiding:
De helft van de melk, of van den room, wordt met de suiker gekookt, tot deze gesmolten is, daarna bekoeld. De djeroeks worden goed uitgeperst en het sap, benevens de fijngeraspte schil en de overige melk, of room, bij de bekoelde melk gevoegd en alles goed door geroerd. Laat daarna deze massa, in de ijsbus, bevriezen.
939. MARASCHINO ROOMIJS.
Anderhalve flesch room, 10 eiwitten tot schuim geklopt, 4 ons suiker, een wijnglas maraschino en 3 eiwitten.
Bereiding:
Men kookt den room, warmt even het eiwitschuim, in een pannetje, boven 't vuur en roert dit daarna, met de suiker, door den room, tot deze dik wordt; dan doet men er de maraschino bij en stort alles in de bus, om te bevriezen.
Wanneer het half bevroren is, roert men er vlug de drie tot schuim geklopte eiwitten door en laat het verder bevriezen.
Men kan er, naar verkiezing of smaak, meer maraschino bij gebruiken.
940. PERZIKEN ROOMIJS.
Dezelfde bestanddeelen als abrikozen roomijs, 2 blikken perziken op water.
Bereiding:
Dezelfde als onder No. 919.
941. OKKERNOTEN ROOMIJS.
Okkernoten of kanaries, 4 ons, 1/2 pond suiker, 1 1/4 flesch melk, 1 theelepel caramel suiker, 1 stokje vanille, 4 lepels sherry.
Bereiding:
De okkernoten (of kanaries) worden geschild (gepeld), en fijngestampt; de helft van de melk kookt men met de suiker, tot deze gesmolten is. Daarna doet men er de gestampte okkernoten met de andere helft melk bij en laat dit in de ijsbus half bevriezen. Dan roert men er de caramel, de vanille en de sherry door en laat alles verder hard worden, na de bus te hebben gesloten.
942. NAPELSCH VANILLE ROOMIJS.
Een en 1/2 flesch melk, of room, 1/2 pond suiker, 1 stokje vanille, 6 eieren.
Bereiding:
Men kookt de melk, of den room, klopt de eierdooiers, met de suiker, wit, en daarna de zes eiwitten tot schuim. Men roert deze eierenmassa, eerst het geel, daarna het wit, met de vanille, door de melk, en als de massa dik begint te worden, zet men haar af. Deze massa laat men eerst bekoelen, stort ze daarna in de ijsbus en laat haar bevriezen.
943. NAPELSCH CARAMELIJS.
Anderhalve flesch room, 1/2 pond suiker, 6 eieren, 3 lepels caramel, 1 stokje vanille.
Bereiding:
De eierdooiers met de suiker wit kloppen. Het eiwit stijf slaan tot schuim en bij het geel voegen. Men kookt den room, laat hem bekoelen en roert er dan de eiermassa door. Zet dit weder op een zacht vuurtje, roer er de caramel en vanille door en, als het begint te koken en dik te worden, afzetten, terwijl men de massa, al door roerende, laat bekoelen. Daarna in de ijsbus laten bevriezen.
944. NAPELSCH CHOCOLADE ROOMIJS.
Anderhalve flesch room, 1/2 pond suiker, 6 eieren, 1 stokje vanille, 1/2 stokje kaneel, 1/2 pond chocolade poeder.
Bereiding:
De room (of melk) met de kaneel op 't vuur zetten; de zes eierdooiers met de suiker wit kloppen, vervolgens de zes eiwitten tot schuim klutsen en met de dooiers vermengen. Deze eierenmassa wordt langzaam door den room (of melk) geroerd, dien men te voren heeft laten bekoelen. Nu zet men den room weêr op 't vuur, lengt de chocolade aan met wat melk en roert ze vlug door den warmen room. Als dit mengsel dik wordt, zet men het af, laat het bekoelen en stort het daarna in de ijsbus, om te bevriezen.
FRANSCHE ROOMIJSSOORTEN.
945. ABRIKOZEN ROOMIJS.
Veertien eierdooiers, abrikozen op water, 1/2 pond suiker, 1 1/2 flesch melk of room, 3 lepels maraschino.
Bereiding:
De dooiers worden met de suiker wit geklopt en de helft van het abrikozen-nat er door geroerd. Men kookt nu de melk, laat ze koud worden en roert er de geslagen eierdooiers door. Men zet dit op een zacht vuur en roert het, tot het dik wordt. Laat dit in de ijsbus half bevriezen, waarna men er de abrikozen met de maraschino door roert, de bus sluit en alles door laat vriezen.
946. PERZIKEN ROOMIJS.
Dezelfde bestanddeelen als hierboven. Perziken in plaats van abrikozen.
Bereiding:
Dezelfde als No. 945.
947. ROOMIJS VAN ZOETE AMANDELEN.
Twee ons zoete amandelen, 2 pond suiker, 6 eierdooiers, 1 kopje crême de noyaux, 1 1/2 flesch melk of room.
Bereiding:
Men schilt en pelt de amandelen, waarna ze zéér fijn worden gehakt; daarna roostert men ze, met twee lepels suiker vermengd, tot ze rood-bruin zien.
Men neemt ze vervolgens van het vuur af en stampt ze fijn, waarna ze met een weinig melk tot een papje worden verwerkt. Daarna kookt men de melk en roert er dit papje door. De dooiers worden met de suiker wit geklopt en door de melk geroerd, die men eerst heeft laten bekoelen.
Dit mengsel doet men weêr op het vuur en roert er in, tot het dik wordt. Laat het, al roerende, bekoelen, stort het vervolgens in de ijsbus en laat het half bevriezen.
Men roert er daarna de crême de noyaux door en laat het vervolgens voor goed bevriezen.
ENGELSCHE ROOMIJSSOORTEN.
948. ANANAS ROOMIJS.
Twee ananassen, 1/2 pond suiker, 1 1/4 flesch melk, het sap van 1 djeroek-nipis.
Bereiding:
Men raspt de ananassen, doet er het djeroeksap en de suiker bij en laat dit zoo, gedurende een uur, staan. De melk kookt men, en, als ze bekoeld is, voegt men haar door de ananas, stort alles in de ijsbus en laat het bevriezen.
949. ARMELUI'S ROOMIJS.
Anderhalve flesch melk, 1/2 geraspte notemuskaat, 1 à 2 ons suiker, 2 lepels djeroeksap.
Bereiding:
De melk koken met de suiker, daarna afkoelen en er de notemuskaat en het djeroeksap bij voegen.
Dit alles goed door elkander roeren en in de ijsbus laten bevriezen.
950. GEMBER ROOMIJS.
Zes ons manisan-djahé, 2 lepels djeroeksap, 1 flesch melk, 1/4 pond suiker.
Bereiding:
De melk met de suiker koken en laten afkoelen. Daarna snijdt men de gember in zéér kleine fijne stukjes, roert ze, met de twee lepels djeroeksap door de melk, stort alles in de ijsbus en laat den inhoud bevriezen.
951. MARASCHINO ROOMIJS.
Een flesch melk, 1/4 pond suiker, 2 lepels djeroek-sap, 1 kopje maraschino.
Bereiding:
De melk met de suiker opkoken, daarna laten bekoelen en in de ijsbus doen. Is de inhoud half bevroren, dan roert men er de maraschino met het djeroek-sap goed doorheen, sluit wederom de bus en laat alles, gedurende twee uren, goed bevriezen.
952. NOTEN ROOMIJS.
Dezelfde bestanddeelen; in plaats van maraschino, 1 kopje crême de noyaux.
Bereiding:
Dezelfde als hierboven, (No. 951).
WATER IJSSOORTEN.
Er zijn 2 manieren, om waterijs te maken.
No. 1 is: het water met de suiker te koken. Deze manier is de beste. Men laat dan het gekookte bekoelen.
No. 2 is: het water met de suiker vermengen en ongekookt laten. Deze ijssoort smelt spoediger.
Wanneer men, volgens de eerste methode, de suiker met het water kookt, moet men er op letten, dat de suiker geheel versmolten is en dunne suikerstroop is geworden; men schuimt het kooksel nu en dan af en zeeft de suikerstroop, nog warm, door een fijnen, neteldoekschen lap. Men neemt, bij beide ijssoorten, vruchtengeleien in plaats van versche vruchten, en wel op ieder liter water, een kwart pond gelei. Men voegt er, zoo noodig, wat suiker bij.
In het algemeen mag men, bij deze ijssoorten, niet te veel in de bus roeren. Bovendien moet het waterijs langer dan roomijs te vriezen worden gezet. (Twee à drie uren).
953. AALBESSEN-IJS.
Een kwart pond aalbessengelei, 1 1/2 flesch water, 1 pond suiker, het sap van 2 djeroeks-nipis.
Bereiding:
Men maakt van de suiker en het water suikerstroop, roert er de gelei en het djeroek-sap door en zet alles in de bus te bevriezen.
954. AARDBEIEN-IJS.
Bestanddeelen als hierboven; in plaats van aalbessen- neemt men aardbeiengelei, en de helft van de hoeveelheid suiker.
Bereiding:
Als hierboven. No. 953.
955. ABRIKOZEN-IJS.
Een blik abrikozen, sap van een djeroek-nipis, 1/4 pond suiker, 1 1/2 flesch water.
Bereiding:
Als hierboven. Suiker met water koken tot suikerstroop, vruchten met nat en djeroek-sap er door roeren en alles laten bevriezen.
956. ANANAS-IJS.
Een kwart pond ananas-gelei, suiker naar smaak, sap van 2 djeroeks-nipis, 1 1/2 flesch water.
Bereiding:
Als onder No. 955. Men kan ook een schoon gemaakte versche ananas raspen, het djeroeksap er bij doen, dan suiker en water samen koken, en, als dit koud is, de ananas er bij voegen; dit vervolgens zeeven en daarna, in de bus laten bevriezen.
957. ANANAS-STROOP-IJS.
Twee ananassen of ananas uit blik, rijnwijn, sap van 3 djeroeks-nipis, 6 1/4 ons suiker, 1 flesch water.
Bereiding:
De ananas zeer fijn hakken en gedurende eenige uren in rijnwijn weeken. Daarna de ananas op een zeef uitpersen, het sap met het djeroek-sap, de suiker en het water vermengen en opkoken. Men doet er dan de fijn gehakte stukjes ananas weêr in, zeeft alles nog eens en stort dit sap in de ijsbus, om te bevriezen.
958. BOEWAH-DELIMA-IJS.
Een dozijn rijpe delima's, 3/4 flesch water, 1 pond suiker, en, voor den smaak, 2 à 3 lepels sherry, rozenwater of oranjebloesemwater.
Bereiding:
Men snijdt de delima's in tweeën, haalt er de rose pitjes voorzichtig uit, drukt het sap dezer pitjes door een zeef, zonder de binnenste zaadjes te kneuzen, voegt de suiker bij het sap en roert dit mengsel tot de suiker is gesmolten. Nu voegt men er het water bij, roert alles goed dooreen en laat het, in de bus, half bevriezen.
Daarna doet men er de sherry, het rozen- of oranjebloesemwater door en laat dit ijs verder hard worden.
959. CITROEN-IJS.
Vier groote djeroeks-nipis, 1 djeroek-manis, 1 1/2 flesch water, 1 1/4 pond suiker.
Bereiding:
Men snippert de schillen van drie djeroeks-nipis en van de djeroek-manis, en kookt ze, 5 minuten, samen met de suikerstroop. Laat dit koud worden, pers hierin het sap der vijf djeroeks, roer alles goed dooreen, zeef het en stort daarna het mengsel in de ijsbus, ter bevriezing.
960. FRAMBOZEN-IJS.
Bestanddeelen evenals van het aardbeien-ijs.
Bereiding:
Dezelfde als No. 954.
961. GEMBER-IJS.