Part 24
De witte amandelen worden met de witte suiker fijngestampt en met drie eiwitten fijngewreven; de bruine amandelen worden eveneens met de suiker en drie eiwitten op dezelfde manier bewerkt. Door de witte massa roert men zes, door de bruine drie eierdooiers, goed schuimend. Nu roert men in de witte massa het aardappelmeel en het geklopte wit van de zes eieren. Dit beslag wordt vervolgens in twee helften verdeeld, waarvan de eene wit blijft en de andere helft oranje wordt gekleurd (Zie goede kleuren No. 718).
Door de bruine massa roert men drie tot sneeuw geklopte eiwitten, in oranjebloesemwater gedrenkte broodkruim en rood carmijnkleursel.
Men bakt nu deze massa in een hoogen taartenvorm (springvorm) in de volgende lagen: de onderste rood, de middenlaag wit, de bovenste laag oranje. De vorm wordt in een matig verwarmden oven geplaatst.
Is de taart goed gaar, dan laat men haar bekoelen en glaceert ze, bovenop, met oranjeglazuur, waarop men, als dit droog is, met wit spuitglazuur de letter W, met een kroon daarboven, stelt.
832. KONINGIN EMMA-TAART.
Een taartkorst met opstaanden rand (Zie No. 814 en 815), in maraschino gedrenkte biscuits, frambozen- of maraschino bavaroise (No. 910) of vanillevla, geslagen room. suikerglazuur.
Bereiding:
De taartkorst wordt eerst doorbakken; hierin doet men een laag room- of vanillevla, daarop de in maraschino gedrenkte biscuits; dan bakt men de taart ongeveer 1/4 uur in den licht verwarmden oven, maar zorgt daarbij dat de biscuits niet bruin zijn gebakken.
Vervolgens doet men op de biscuits een laag bavaroise en een laag geslagen room en versiert de taart, hier en daar, met figuren van suikerglazuur. De taart mag dan niet meer in den oven.
833. LETTERZETTERSTAART.
Vijftien à achttien half-rijpe mangga's, sneedjes brood zonder korst, 4 eierdooiers, 4 eiwitten, 2 kopjes melk, djeroeksap, beschuitkruim, kaneel, suiker, boter.
Bereiding:
De mangga's snijdt men aan stukjes en kookt ze half gaar in water en een weinig suiker. Vervolgens neemt men een basi-kasar, besmeert dezen met boter en volgt verder het recept van Prol van ananas. (No. 736).
834. MÉRINGUE TAART.
Een taartkorst met opstaanden rand (No. 814), gelei, méringue beslag, bestaande uit: 6 geklopte eiwitten, een stukje gestampte vanille, 1 1/2 ons droge witte poedersuiker, amandelen. Boter.
Bereiding:
De taartkorst wordt gebakken, daarna bekoeld; hierin doet men een laag gelei. Vervolgens maakt men het méringuebeslag, als volgt: men roert door de zeer stijf geklopte 6 eiwitten vlug de gezeefde poedersuiker en de gestampte vanille.
Dit beslag wordt nu over de gelei gedaan en met in tweeën gesneden amandelen versierd.
De taart wordt daarna met een zacht vuur, van onder en van boven, gebakken. Men laat haar in, den overdekten penggorèngan, koud worden, opdat het laatste beslag niet neêrsla.
835. MEEL-TULBAND.
Een half pond meel, 1 pond suiker, 12 eieren, 1/2 ons krenten, 1/2 ons rozijnen, 1 ons sukade, zout, eenige lepels legèn, kaneel, notemuskaat, beschuitkruim, 1 kopje gesmolten boter.
Bereiding:
Men roert de eierdooiers met de suiker, wit, doet er daarna het meel in, met de krenten, rozijnen, sukade, de lepels legèn, het zout, de noot, kaneel en het kopje boter, roert dit goed door elkander en klopt er, 't laatst, de twaalf geslagen eiwitten door. Men doet dit beslag in een met boter en beschuitkruim bestreken tulbandvorm, laat het eerst daarin, ongeveer een half uur, rijzen en bakt het in een matig verwarmden oven.
836. ORGEADE TAART.
Een taartkorst met opstaanden rand (No. 814), 2 ons amandelen, 2 lepels orgeade, 3 lepels suiker, 1 theelepel kaneel, 1/2 theelepel kruidnagelgruis, vla van 1/2 flesch melk, een stukje pijpkaneel, 10 geklopte eierdooiers, 1 bierglas orgeade, 1 lepel boter en suiker naar smaak. Gelei.
Bereiding:
De rand der taart moet vier vingersbreed hoog zijn. Deze taartkorst bakt men, in den oven, licht bruin. Nu maakt men van de amandelen, die fijngestampt worden, de orgeade, suiker, kaneel en kruidnagel een deeg, dat men goed door elkander kneedt, op de plank uitrolt en er vervolgens een rand van maakt, die tegen den binnenrand van de taartkorst wordt aangebracht, even hoog en 1/2 à 1 vinger of meer dik, zoo dik als men van het deeg maken kan.
Vervolgens bedekt men den taartbodem, een à anderhalf vinger hoog, met gelei en hierop vla. Deze vla maakt men evenals de vanillevla (No. 917), maar uit bovengenoemde bestanddeelen.
Daarna wordt de taart nog even in den matig verwarmden oven gebakken. Zij mag van boven niet bruin worden.
837. PRINCESSE TAART.
Een taartkorst met opstaanden rand, (No. 814), gelei, bitterkoekjes, roomvla, madéra.
Bereiding:
De korst wordt half gaar gebakken; daarin doet men een laagje gelei, vervolgens een laag in madéra geweekte bitterkoekjes en hierop een dikke room- of vanillevla, waarna de taart in een matig verwarmden oven langzaam wordt gaar gebakken.
838. PROL VAN ANANAS.
Een klein oudbakken broodje, een aan schijven gesneden ananas, 8 eieren, 3 lepels suiker, 2 lepels gesmolten boter, 3 kopjes melk, kaneel, suiker, boter, madéra.
Bereiding:
De sneedjes brood roostert men; de ananas stooft men met een weinig madéra en water op; vervolgens klutst men acht eierdooiers met de suiker en roert dit met ananas-nat, voegt hier nog de melk bij en, 't laatst, het geklopte wit der acht eieren.
In de helft van deze eierenvla weekt men het geroosterde brood. Nu neemt men een vuurvasten schotel, doet hierin laag om laag het brood en de schijven ananas, (met boter), en zoo doorgaande tot de bovenste laag brood is, waarop men de andere helft der eierenvla giet en hierop kaneel en suiker strooit, om eindelijk deze taart, in den warmen oven, gaar te bakken.
839. PUNCHTAART.
Twee ons meel, 2 ons fijne suiker, 1 ons boter, 10 eieren, waarvan het wit apart geklopt, 1/2 bierglas rhum of punch, gelei, chocolaadglazuur.
Bereiding:
Van het meel, de suiker, boter en tien eierdooiers maakt men een goed, kneedbaar deeg, waarna men er de geklopte tien eiwitten doorheen werkt. Dit deeg wordt in tweeën verdeeld en elk gedeelte in een met boter bestreken springvorm, van dezelfde grootte, gebakken. Zijn beiden gaar, dan giet men over elke taart wat rhum of punch, bestrijkt de eene taart met een laag gelei, doet daar de andere op en glaceert deze met chocolaadglazuur. Deze taart laat men dan nog even, in den oven, drogen.
840. RIGOLETTE.
Een broodje, zonder korst, 1 flesch melk, 2 lepels boter, 2 lepels suiker, 3 geklutste eieren, 1/2 ons snippers of sukade, gelei, kaneel, 1/2 ons krenten. 4 à 5 tot sneeuw geklopte eiwitten met fijne suiker, boter.
Bereiding:
Het broodje snijdt men aan sneedjes; de drie geklutste eieren roert men aan met de melk, de twee lepels boter, de suiker en de fijne kaneel. Hierin weekt men de sneedjes brood, die men daarna in een met boter bestreken basi-kasar, laag om laag, doet met de gelei, krenten en snippers. De bovenste laag moet brood zijn, dat men bedekt met de tot sneeuw geklopte eiwitten, waarna men deze taart, in den warmen oven, bakt.
841. ROOMTAART.
Twaalf eieren, 1/4 pond suiker, 1 flesch gekookte vanillemelk, 1 taartkorst, boter, poedersuiker, een paar druppels djeroeksap.
Bereiding:
Men maakt een taartkorst met opstaanden rand, die men gaar bakt. Vervolgens klutst men de twaalf eierdooiers met de suiker, roert hier de vanillemelk door en kookt dit alles, steeds éene kant omroerende, op een zacht vuur, tot het dik wordt. Deze vla stort men in den gebakken korst. Hierna slaat men de eiwitten met wat poedersuiker en twee druppels djeroeksap tot een stijve "sneeuw", die men als een bergje op de roomvla doet.
Deze taart doet men daarna nog even in den oven, om te drogen. Zij mag van boven niet bruin zien.
842. RHUMTAART MET AMANDELEN.
Twee ons gepelde fijngestampte amandelen, 12 eieren, waarvan het wit tot sneeuw geklopt, 8 ons witte suiker, 1/2 ons snippers, 1/2 ons fijngesneden sukade, gelei, rhum, spuitglazuur.
Bereiding:
De twaalf dooiers met de suiker wit kloppen en daarbij de amandelen, het geklopte eiwit, de snippers en de sukade roeren, tot alles dik wordt.
Dit beslag wordt in vier lagen gebakken in een met boter en beschuitkruim bestreken springvorm.
Elke laag, die gaar is, wordt met boter bestreken, daarna een laag gelei en een lepel rhum er op gedaan en dan de lagen wederom op elkander gestapeld. Bovenste laag en randen worden met spuitglazuur versierd, waarna de taart nog even in den oven wordt gedroogd.
843. TOURTE ADMIRABLE.
Een pond gepelde zoete amandelen, 1 pond fijne witte suiker, een handvol fijn meel, ingelegde vruchten of marmelade, 6 eieren, 1 1/4 ons fijne broodsuiker, boter en suiker.
Bereiding:
De amandelen stampt men, met wat water, goed fijn, werkt er het pond fijne suiker goed door en roostert dit mengsel, in een ketel, zoo, dat het zich los maakt van de zijden van den ketel. Laat het daarna bekoelen. Nu werkt men er het handvol meel door, rolt daarna dit amandel deeg op de plank, één cM. dik, uit en maakt er een rondte van, met opstaanden rand, die men, in een matig verwarmden oven, langzaam gaar laat bakken. Is deze korst koud, dan vult men de taart, naar believen, met gelei, ingelegde vruchten of marmelade.
Nu klopt men zes eiwitten tot sneeuw en roert er de fijne broodsuiker door; deze sneeuw strijkt men, en pyramide, dik op de taart, waarna men het geheel met suiker bestrooit en de taart gedurende een half uur, in een matig verwarmden oven verder gaar bakt.
844. TULBAND.
Een pond meel, 2 1/2 ons boter, een weinig zout, 1 ons suiker, 1/2 ons krenten, 1/2 ons rozijnen zonder pit, 1/2 ons fijngesneden sukade, 3 eieren, 1/2 ons gist (of 1/2 pakje Freeman & Hildayrd's Baking Powder), 2 1/2 kopje melk.
Bereiding:
Men klopt de eieren met het zout, vermengt vervolgens de gist of het halve pakje van genoemd Baking Powder, droog, met het pond meel en doet dit daarna, met de melk vermengd, door de geslagen eieren. Is dit beslag goed door elkander gewerkt, dan doet men er de gewasschen krenten, rozijnen en sukade bij, smelt de twee en een half ons boter en roert dit, met de suiker, bij het beslag. Men klopt daarna nog eens alles goed door elkaar en laat het beslag een half uur rijzen. Een tulbandvorm wordt nu met boter en beschuitkruim bestreken en daarin het gerezen beslag gedaan. Men bakt den tulband, gedurende een uur, in een goed verwarmden oven, gaar.
N.B. Men kan zich, bij tulband, taarten, in 't algemeen bij verschillende gebakken, overtuigen, of ze al-dan-niet gaar zijn, door er met een naald of een soedjèn in te steken. Is het gebak nog niet gaar, dan kleeft er nog deeg aan de naald.
845. VACHERINTAART.
Een ronde zeer dunne bodem met opstaanden rand van 12 à 15 c.M. hoog van Nougat (No. 777); geslagen zoete room, vanille poeder, rose kleurstof, rozenwater.
Bereiding:
De nougat-taartkorst wordt gevuld met geslagen zoeten room, dien men, half rose kleurt en half wit laat. Bij den wit geslagen room wordt de vanille poeder gemengd, bij den rosen room wat rozenwater.
Boven op den room laat men, met een peperhuisje met gaatje, op den witten room, rose- en op den rosen room, witte puntjes room afdruipen, tot versiering van de taart. Om den nougatrand wordt een rood of blauwzijden lint gestrikt. Vóór het gebruik wordt deze taart in de ijskist gedaan, opdat de room zoo hard mogelijk wordt.
846. ZANDTAART (HARDE).
Drie ons bloem, 3 ons boter (zie No. 517), een ons fijne poedersuiker.
Bereiding:
Het meel en de suiker worden, elk afzonderlijk, nog eens gezeefd; daarna kneedt men de boter met het meel en de suiker tot een deeg, (een half uur lang). Men bakt dit deeg in een met boter bestreken springvorm, in een zeer warmen oven.
Van ditzelfde deeg (bestanddeelen en bereiding) kan men ook
847. ZANDTAARTJES
maken, door het deeg in vormpjes te doen, op dezelfde wijze als hierboven. De vormpjes worden ook te voren met boter bestreken.
848. ZANDTAART (ZACHTE).
Twee en een half ons boter, evenveel meel, evenveel suiker, 4 heele eieren en 2 eierdooiers, de geraspte schil van een djeroek-nipis, en, naar verkiezing, een ons krenten, 1 à 2 lepels legèn, fijne poedersuiker.
Bereiding:
De boter wordt even, door verwarming, zacht gemaakt, met de suiker wit geslagen, vervolgens, stuk voor stuk, vier heele eieren en twee dooiers er, al roerende, met de geraspte djeroek-schil bij gedaan. Men roert dit, ongeveer tien minuten, goed samen op. Men zeeft het meel en doet dit er daarna, lepel voor lepel bij, terwijl men door blijft roeren. Is dit beslag gereed, dan voegt men er de legèn bij, stort het daarna in een met boter en beschuitkruim bestreken vorm, laat het nog eenigen tijd rijzen en bakt het, met onder en boven vuur, of in een matig verwarmden oven, ongeveer 3/4 à één uur, gaar. Laat daarna het gebak bekoelen, neem het daarna uit den vorm en bestrooi het met fijne poedersuiker. Als men wil, kan men een ons gewasschen krenten onder het beslag mengen.
Op dezelfde wijze kan men ook kleine zandtaartjes, als hiervoren, maken.
PUDDINGEN.
849. AARDAPPELPUDDING MET AMANDELEN.
Twintig groote aardappelen, 6 lepels boter, 6 eierdooiers, 5 lepels gepelde, fijngestampte amandelen, 4 à 5 lepels suiker, de schil van een djeroek-nipis (geraspt), een lepel Baking Powder en het tot sneeuw geklopte wit van de 6 eieren.
Bereiding:
De aardappelen schilt men en kookt ze met zout gaar. Daarna worden ze fijn gemaakt en er de boter met de geraspte djeroekschil door gedaan. De zes eierdooiers slaat men wit met de suiker, roert ze met de fijngestampte amandelen door het aardappelen deeg, en voegt hier de Baking Powder bij met het geklopte wit. Wanneer dit alles goed door elkander is geroerd, laat men het even staan, om te rijzen. Nu neemt men een pudding-trommel met deksel, besmeert dezen met boter en beschuitkruim en vult dien voor 2/3 met het beslag. Deze pudding wordt, gedurende 1 1/2 à 2 uur, in een toegedekten pot met kokend water gedaan. Is ze gaar, dan wordt de pudding uit den trommel gestort op een vuurvast bord of een émail-schaal, en nog even in den warmen oven gedaan. Men dient ze voor met rhum-saus. (No. 478).
850. AGAR-AGAR.
Een en drie kwart stang agar-agar, water, 1 bierglas orgeade, 4 à 5 kopjes melk, suiker.
Bereiding:
De agar-agar smelt men met een weinig water. Men kookt nu de melk, met de orgeade, de vanille en de suiker, giet daarna de nog warme agar-agar, door een zeef er, al roerende, bij, en, als deze massa dik begint te worden, stort men deze in een te voren nat gemaakten steenen vorm en zet de pudding op een koele plaats weg.
Men stort de pudding op een schotel over en rangeert er vruchten op water om.
851. ANANAS PUDDING.
Een groote ananas, een stang agar-agar of 20 gram gelatine, 1 1/4 ons suiker, 3/4 flesch geslagen room of melk.
Bereiding:
De ananas, die geschild en schoongemaakt is, wordt in kleine vierkante stukjes gesneden; deze worden met de suiker en een weinig water opgewarmd. De agar-agar of gelatine lost men op en voegt ze bij de ananas. Wanneer dit bijna koud is geworden, roert men er den geslagen room door; als deze massa stijf begint te worden, doet men ze in een nat gemaakten steenen vorm en laat ze verder bekoelen.
Gebruikt men melk, in plaats van room, dan warmt men de massa eerst nog op, tot zij stijf begint te worden.
852. ARROWROOT-PUDDING.
Een ons arrowroot, 1/2 kopje orgeade, 2 lepels suiker, een stukje vanille, 5 à 6 eierdooiers en het geklopte wit er van, beschuitkruim, boter, een flesch melk.
Bereiding:
De melk wordt met de suiker, de orgeade en het stukje vanille gekookt; de arrowroot roert men met een weinig water aan en stort ze, al roerende, in de melk met de geklopte eierdooiers. Wordt deze massa dik en wit, dan zet men ze af en roert er het geklopte eiwit door. Stort dit mengsel vervolgens in een nat gemaakten steenen vorm en laat ze koud worden. Men eet deze pudding met bessensap-saus (No. 471).
853. BLANC-MANGER.
Een flesch melk, 1 stang agar-agar of 20 gram gelatine, 20 bitterkoekjes, 1 stokje vanille, 3 1/2 lepel suiker.
Bereiding:
De melk wordt even, met de vanille, opgekookt; daarna roert men er de suiker door met de bitterkoekjes. De gelatine lost men op en roert ze door de massa; vervolgens zeeft men dit alles en stort het in een nat gemaakten steenen vorm, dien men in de ijskist plaatst.
Men stort daarna de pudding op een schaal over en rangeert er vruchten op water overheen.
854. BLOEMPUDDING.
Een half pond keizersmeel, 1 1/4 flesch melk, 1/2 pond boter, 10 eieren, 6 lepels suiker, 3 lepels rozenwater, 1 ons gewasschen krenten, 6 lepels fijngestampte amandelen, boter, beschuitkruim.
Bereiding:
Men kookt de melk met de boter, tot deze gesmolten is. Laat ze dan koud worden en roer er het meel door. Men klopt nu de dooiers en het wit apart, tot schuim. De dooiers worden nu met het rozenwater, de suiker, de krenten en de amandelen door het meelbeslag geroerd. Daarna zet men dit nog eens op het vuur, tot het dik begint te worden en roert er, het laatst, het tot schuim geslagen eiwit door. Men stort daarna deze massa in een met boter en beschuitkruim bestreken vorm en bakt het even als tulband.
Men gebruikt deze pudding met rijnwijnsaus (No. 497).
855. BOTERHAMMENPUDDING.
Twaalf sneedjes brood, 6 eieren, 3 lepels suiker, 1 theelepel kaneel, 1/2 ons gewasschen krenten, 1/2 ons rozijnen, 3 lepels fijngestampte amandelen, 1/2 ons fijngesneden sukade, 1/2 stokje vanille, fijne suiker en kaneel, boter, 6 kopjes melk.
Bereiding:
De eieren worden met de suiker geklopt, waarna men er de melk door roert. De sneedjes brood worden in dit beslag geweekt. Nu maakt men deze fijn, roert er de kaneel, krenten, rozijnen, amandelen, sukade, vanille en een paar lepels gesmolten boter door, en stort deze massa in een met boter en beschuitkruim bestreken pudding trommel over, die voor 2/3 of 3/4 gevuld moet zijn. Deze pudding wordt 1 1/2 à 2 uur in een gesloten pot met water gekookt.
Daarna neemt men ze uit den vorm en dient ze voor met kaneel en suiker.
856. CITROENPUDDING I.
Tien geweekte blaadjes gelatine, 4 eierdooiers, 1 1/2 ons suiker, 1/4 ons bloem, 3 à 4 kopjes water, evenveel rijn- of bessenwijn, naar smaak citroenzuur, citroenolie of het sap van djeroek-nipis, het tot sneeuw geklopte wit der 4 eieren.
Bereiding:
De dooiers klopt men wit met de suiker; hierna voegt men er de bloem door, daarna den wijn met de tien in water geweekte blaadjes gelatine en het water. Deze massa wordt, onder aanhoudend roeren, gekookt. Als ze dik begint te worden, roert men er, naar smaak, het citroenzuur of een der andere surrogaten door, met het tot sneeuw geklopte eiwit. Men stort nu alles in een nat gemaakten puddingvorm, laat het bekoelen en stort het dan over in een schotel.
857. CITROENPUDDING II.
Drie djeroeks-nipis en de geraspte schil van één djeroek-nipis, 6 eieren, 2 1/2 ons suiker, 7 à 8 blaadjes witte gelatine, het stijfgeklopte eiwit.
Bereiding:
De dooiers roert men, gedurende een kwartier, met de suiker, wit; vervolgens doet men er het sap en de geraspte schil der djeroek-nipis door. Warm dit op in een steenen pannetje en roer er de te voren in water opgeloste gelatine door. Wanneer dit dik begint te worden mengt men er het geklopte eiwit door, stort alles in een vorm over en laat het dan bekoelen.
858. CITROEN-PASTEI.
Een volle eetlepel maïzena, het sap en de geraspte schil van 2 djeroeks nipis, 1 lepel boter, 1 kopje witte suiker, 3 eieren, 1 kopje melk, het geklopte wit van de eieren en 3 lepels poedersuiker.
Bereiding:
Men klopt de drie eierdooiers, doet er het kopje suiker, het sap en de geraspte schil van de djeroek-nipis en de maïzena door, klopt dit goed dooreen en roert er vervolgens de melk door. Men warmt deze massa, onder gestadig roeren, tot zij dik wordt en stort ze in een met boter bestreken basi-kasar over. Daarna doet men dit even in den warmen oven. Wordt de pastei van boven licht bruin, dan haalt men haar er uit en bedekt ze met het eiwit, dat met de poedersuiker stijf is geslagen. Men doet de pastei nog eens in den oven, om het geslagen wit er licht bruin te doen uitzien.
859. CONFITURENPUDDING.
Twintig beschuiten, 12 eierdooiers, 1 kopje melk, 4 lepels gesmolten boter, 4 lepels suiker, 1 theelepel fijne kaneel, 2 lepels rozenwater, geklopt wit van zes eieren, rhumsaus, boter, beschuitkruim, confituren.
Bereiding:
De eierdooiers worden met de suiker geklopt; de twintig beschuiten stampt men fijn en doet men door de geklopte dooiers. Hierbij voegt men de kaneel, de melk, het rozenwater, de boter, klopt dit alles goed door elkander en doet er dan het geklopte eiwit door. Deze massa doet men, laag om laag, met confituren afwisselend, in een met boter en beschuitkruim bestreken pudding-trommel, die voor 2/3 of 3/4 gevuld wordt.
De pudding-trommel wordt, in een gesloten pot, met kokend water, gedaan en gedurende twee uren gekookt. Men zorge er voor het verdampte water aan te lengen met kokend water, dat tot den rand van den vorm hoog moet staan. Deze regel is voor verdere gekookte puddingen aan te bevelen.
Rhumsaus wordt bij deze pudding voorgediend (No. 478).
860. CHAMPAGNE-PUDDING MET SAUS.
Een stang agar-agar, een weinig water, 1/2 flesch champagne, suiker naar smaak, rijnwijnsaus.
Bereiding:
De agar-agar smelt men met een weinig water, doet er daarna de champagne met de suiker bij. Als dit gekookt heeft en dik begint te worden, giet men de massa in een steenen vorm en laat haar bekoelen.
Men gebruikt er rijnwijnsaus bij. (No. 479).
861. CHIPOLATA PUDDING.
Een en 1/4 flesch melk, 1 ons bitterkoekjes of fijne vanillebiscuits, 1 stokje vanille, 1 glaasje rhum of kirsch, 12 blaadjes gelatine of 1/2 stang agar-agar, 8 eierdooiers, ongeveer 8 lepels suiker, hollandsche geconfijte vruchten.
Bereiding:
De melk wordt met de suiker en de vanille gekookt en daarna de geklopte eierdooiers er voorzichtig doorgeroerd, zoodat deze niet schiften. Als deze massa dik begint te worden, doet men er de opgeloste gelatine en de rhum bij. Nu doet men in een te voren nat gemaakten steenen puddingvorm, laag om laag, de bitterkoekjes, de geconfijte vruchten en bovengemelde vla, laat de pudding vervolgens bekoelen en stort haar, als ze koud is, in een gebakschotel over.
862. CHOCOLADE PUDDING.
Zes lepels chocoladepoeder, 8 lepels maïzena, 4 à 5 volle lepels suiker, 1 flesch melk, 1/2 stokje vanille; vanille saus (No. 475).
Bereiding:
De melk wordt met de vanille en de suiker gekookt; hierna roert men de chocolade en de maïzena met wat melk of water tot een pap en stort deze, al roerende, in de warme melk. Wanneer deze massa stijf begint te worden, stort men ze in een steenen vorm. Laat de pudding bekoelen en stort haar over op een gebakschotel.
Men gebruikt er vanillesaus bij.
In plaats van maïzena kan men een stang agar-agar nemen.
863. CHRISTMAS PUDDING.
(Volgens echt Engelsch recept).
Een half pond bloem, 1/2 oudbakken geraspt wit brood en kruim, 1/2 pond fijngehakt nierenvet, 1/2 pond tafelrozijnen zonder pit, evenveel sultanarozijnen, 1/2 pond krenten, 1 ons fijngesneden sukade, 1 geraspte notemuskaat, 10 eierdooiers, 1 ons suiker, 1 waterglas rhum, 1 waterglas brandewijn, 1/2 waterglas madéra, 1 bitterglaasje cognac; geraspte suiker en fijne kaneel, boter.
Bereiding:
De dooiers worden met een ons suiker wat geklopt waarna men er, langzamerhand, het meel, het geraspte brood en kruim, de rozijnen, krenten en sukade, ook het zeer fijngehakte, door roert. Als men dit nu goed beslagen heeft, roert men er de rhum, de madéra, den cognac en een groote lepel boter door, slaat dit nog eens goed door elkander en neemt een servet, dat men goed met meel bestuift, waarin het beslag wordt gedaan, dat men eerst tot een ronden bal heeft gekneed.