Nederlandsch handboek voor roeisport

Part 2

Chapter 23,431 wordsPublic domain

Doch niet meer uit Engeland dreigde voor hem het gevaar: een Amerikaan zou het zijn, die de eer van "den besten roeier der wereld te bezitten" van Australië op Canada moest overbrengen.

Deze man was ~Edward Hanlan~.

Hij werd den 12den Juli 1855 te Toronto geboren en behaalde in 1873 zijne eerste overwinning op een match om het "_Amateur Championship in the Toronto Bay_." Hij werd daarop professional. In 1877 daagde ~Wallace Ross~, de gevierde sculler der United States, alle roeiers van Canada uit om een match van 5 mijlen met hem te roeien om 1000 dollars. ~Hanlan~ nam dit aan en won gemakkelijk.

Deze zege, die hem tot "_Champion of Canada_," maakte, deed opeens aller oogen op hem vestigen, zoodat zich te Toronto een _Hanlan-Club_ vormde, die zijne verdere leiding op zich nam. Nu had ~Hanlan~ voor niets meer te zorgen. De Club sloot alle overeenkomsten voor hem, zorgde op de mildste wijze voor zijne behoeften, betaalde zijne reis- en verblijfkosten, gaf hem de beste trainers, kortom, beschouwde hem als haar dierbaarst kleinood.

In 1878 sloeg hij den New-Yorker sculler ~Plaisted~ om 2000 Doll., dan ~Evan Morris~ om 1000 Doll. en het _Championship_ van geheel Amerika, daarop nogmaals ~Wallace Ross~ en eindelijk ~Courtney~.

In 1879 ging hij naar Engeland om tegen den engelschen champion ~W. Elliott~ te roeien.

Daar het er de _Hanlan-Club_ om te doen was zooveel mogelijk geld uit de zaak te slaan, sloten zij vooraf eene overeenkomst, volgens welke ~Hanlan~ eerst met ~Hawdon~, een engelsch sculler van den tweeden rang, zou roeien, terwijl de overwinnaar in dezen match zich met ~Elliott~ zou meten. De list gelukte volkomen: de Engelschen, die ~Hanlan~ niet kenden, wedden los en vast op hun champion, en de heeren van de _Hanlan-Club_, die allen waren overgekomen, namen alle weddenschappen aan.

Toen ~Hawdon~ met gemak was verslagen, vermoedden de Engelschen nog niets, daar ~Hanlan~ hierbij zich niet had behoeven in te spannen, zoodat zij voortgingen met op ~Elliott~ te wedden. Maar daar versloeg hij op den 16den Juni zonder de minste moeite ook ~Elliott~, waardoor hij den "_Sportsman Challenge Cup_" en 400 £ veroverde, benevens het "_Championship of England_", en met stroomen vloeide het engelsche goud in de zakken der Amerikanen.

Bij zijne terugkomst te Toronto werd hij feestelijk ingehaald door eene deputatie met den burgemeester aan het hoofd, en de burgers schonken hem een huis van 20,000 Doll.

In 1880 veroverde hij door zijne overwinning op ~Trickett~ het "_Championship of the World_." Deze match had plaats op de Thames en staat in de annalen van het roeien als een der gewichtigste feiten opgeteekend. Uit drie werelddeelen stroomden belangstellenden te samen om den strijd te aanschouwen, en het moet voor de Engelschen een beschamend gezicht zijn geweest op hunne oude Thames een Amerikaan en Australiër om den titel te zien strijden, dien vroeger een der hunnen bezat.

Doch na 1876 hadden de Engelschen, wat het professionalroeien betreft, zich nooit meer kunnen opheffen.

In 1881 sloeg hij ~Laycock~, die intusschen ~Trickett~ overwonnen had en het daarom ook tegen ~Hanlan~ meende te kunnen opnemen, met het meeste gemak en wederom op de Thames.

In 1882 stak hij nogmaals naar Engeland over en versloeg er den engelschen Champion ~Boyd~ en ~Trickett~ nogmaals.

In 1883 won hij het in Amerika tegen ~Kennedy~, ~W. Ross~ en vele anderen.

In Mei 1884 versloeg hij nogmaals ~Laycock~.

Doch ditzelfde jaar zou noodlottig voor hem worden en zijne gelukszon zien ondergaan.

Het bericht in de "_Wassersport_" over zijne nederlaag begon met de woorden:

"Es fiel ein Stern herunter Aus seiner funkelnden Höh'"

En zoo was het. ~Hanlan~ had eindelijk zijn meester gevonden.

Het was ~William Beach~, die hem op de Paramatta bij Sidney versloeg om 500 £ en het _Championship of the World_ op den 16den Aug. 1884. Wel is waar bevocht hij den 7den Febr. 1885 terzelfde plaatse weer de overwinning tegen den Australiër ~Clifford~ om 1000 £ en gaf daardoor zijne landgenooten hoop, dat hij ook tegen ~Beach~ bij een tweeden match zou kunnen stand houden, doch deze verwachting werd niet vervuld. Den 28sten Maart 1885 werd hij wederom door ~Beach~ geslagen, die thans den _Championtitel_ voert.

~Beach~ is den 6den Sept. 1852 geboren en woont te Dapto, Illawara. Van beroep is hij smid en gelukkige vader van zes kinderen. Zijn lichaamskracht moet buitengewoon zijn. Vóór zijn match met ~Hanlan~ had hij de beroemdste scullers van Australië verslagen.

Den 24sten Oct. 1885 leed ~Hanlan~ zijne derde nederlaag op de Hudson. Thans was het ~John Teemer~, een nog jong en veelbelovend amerikaansch sculler, die hem overwon.

Daar ~Beach~ niet veel van reizen en trekken schijnt te houden, zullen ~Teemer~ en ~Ross~ wel de helden van het naderend seizoen zijn. Met de Engelschen behoeven zij althans geen rekening te houden, daar ~Ross~ nog den 10den Maart 1884 den besten engelschen roeier ~Bubear~ uit Putney versloeg, dien hij zelfs 10 sekonden had vóórgegeven.

* * * * *

Werpen wij thans een blik op ons land.

Op pag. 17 van zijn _Handbuch des Rudersport_ houdt ~V. Silberer~ eene lange lofrede op de "_Allgemeine Sport-Zeitung_," die sedert 1880 te Weenen het licht ziet, en--waarvan hij zelf uitgever is. Om nu nog niet eens te spreken van het andere fraais, dat hij er van verhaalt, wil ik op één volzin wijzen. Van het (dus: zijn) blad sprekend zegt hij: "_welche heute das erklärte Central-Organ des gesammten Rudersportwesens in Deutschland, Oesterreich, Holland, Russland und der Schweiz bildet_".

Wij zijn met den roeisport in twee van deze vijf rijken bekend, en in Duitschland is het _Central-Organ des gesammten Rudersportwesens_ niet de _A. Sportzeitung_, maar de _Wassersport_; terwijl Nederland zijn _Nederlandsche Sport_ heeft. Op de drie overblijvende landen zal dus ook wel iets af te dingen zijn.

Het eerste nummer der "_Nederlandsche Sport_" zag den 11den Maart 1882 het licht. Hoewel het aan alle takken van sport is gewijd en stukken over paardrijden en honden de meeste ruimte gewoonlijk in beslag nemen, zoo staan hare kolommen toch ook voor de roeiers steeds open; mochten dezen toch wat meer van deze gastvrijheid gebruik maken!

In de eerste nummers gaf de "_Sport_" eenige mededeelingen over het ontstaan der oudste roeivereenigingen in Nederland. Wij ontleenen daaraan de volgende bizonderheden.

In 1846 werd te Rotterdam onder voorzitterschap van ~Prins Hendrik der Nederlanden~ "_de Koninklijke Nederlandsche Yacht-Club_" opgericht, waarvan ook vele Amsterdammers lid werden. Spoedig ontstond er tusschen de Rotterdammers, die ~Prins Hendrik~ aan hun hoofd hadden, en de Amsterdammers geschil, waarop deze laatsten hun ontslag namen. Deze vereeniging bestaat thans niet meer.

In 1847 werd daarop te Amsterdam "_de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging_" opgericht, waarvan in het volgend jaar ~Koning Willem II~ het beschermheerschap aanvaardde. Reeds op 30 Sept. 1848 hield deze vereeniging haar eersten wedstrijd op het IJ.

In 1848 werd de R. en Z. V. "_de Hoop_" te Amsterdam gesticht, wier leden in datzelfde jaar den prijs, bestaande uit een door ~Prins Hendrik~ geschonken beker, wonnen tegen twee rotterdamsche ploegen. Deze wedstrijd werd den 12den Aug. 1848 te Rotterdam gehouden en is de eerste giekenwedstrijd in ons land geweest.

In 1851 werd daarop te Rotterdam de Z. en R. V. "_de Maas_" opgericht.

Het IJ, de Maas en de Amstel waren nu weldra getuigen van vele wedstrijden tusschen deze beide vereenigingen, wier ploegen binnen korten tijd ook in België (vooral te Antwerpen en Namen) en in Frankrijk tallooze overwinningen behaalden.

Toch duurde het lang, voordat nieuwe clubs naast de bestaande verrezen. Eerst het jaar 1874 gaf aan verscheidene nieuwe vereenigingen tegelijk het leven; en na dat jaar werd het getal grooter en grooter en neemt nog jaarlijks toe. Zonderling is het echter dat zij steeds zijn beperkt gebleven tot het midden van ons land; in het noorden en zuiden wordt het roeien weinig of niet beoefend.

Vooral op de laatste jaren kunnen de nederlandsche roeiers met trots terugzien: 1883, 1884 en 1885 zagen daar, waar Nederlanders en vreemden tegen elkaar kampten, steeds de eersten de zege behalen; jammer alleen, dat wij, door ons verzet tegen den outrigger, van de engelsche races kunnen wegblijven.

Ook het inwendige, de verhouding onderling is bij ons beter dan in den vreemde.

De _Nederlandsche_ Sport bevat geene hatelijke stukken, die door afgunst zijn in de pen gegeven, geene kleingeestige haarklooverijen, waardoor verslagene roeiers hunne nederlaag tot eene overwinning trachten te maken, geene berichten van vijandelijkheden in dezelfde club.

Onze amateurs zijn ook als roeiers gentlemen.

De _Koninkl. Ned. Zeil- en Roeivereeniging_ wordt dikwijls en terecht de moeder der nederlandsche roeivereenigingen genoemd. Want niet alleen is zij de oudste en worden hare jaarlijksche wedstrijden als de belangrijkste van het seizoen beschouwd, ook in een ander opzicht betoont zij zich eene zorgzame moeder voor hare kinderen.

Toen in 1885 eene zaak van algemeen belang voor de nederlandsche roeivereenigingen het gemis aan een gemeenschappelijken band deed gevoelen, riep zij afgevaardigden van alle clubs tot eene vergadering te Amsterdam samen; en de zaak werd na onderlinge overweging tot een goed einde gebracht. Het gold toen de stuurmanskwestie, waarop wij nader zullen terugkomen.

Deze vergadering had het nut van dergelijke bijeenkomsten zóó duidelijk doen uitkomen, dat zij nu jaarlijks plaats vindt. Ook op die van 1886 werd een belangrijk voorstel aangenomen: de instelling van een nederlandsch kampioenschap in single-sculling outrigged.

Nadat dit in principe was besloten, verklaarden zich een twintigtal heeren bereid om dien wedstrijd, zoowel de leiding als de kosten, geheel op zich te nemen, en er een schoonen prijs voor uit te loven, die drie achtereenvolgende jaren moet gewonnen worden alvorens het eigendom te worden van den overwinnaar.

Zij verbonden er echter de voorwaarde aan, dat de wedstrijd steeds bij Amsterdam zou plaats vinden en internationaal moest zijn.

Tegen het eerste bestond natuurlijk geen bezwaar. De vergadering verzocht echter om den wedstrijd althans de eerste keeren slechts voor nederlandsche scullers open te stellen.

Volgens onze meening ware het beter een wedstrijd om het kampioenschap van Nederland ook alleen voor Nederlanders te houden. Het doel van eene dergelijke race is immers: te zien wie van de nederlandsche scullers de beste is.

Het is daarom onze hoop, dat de milde gevers hiertoe nog mogen besluiten.

* * * * *

Ook ons land heeft sedert eenige jaren zijne universiteitswedstrijden.

In Leiden was in 1874 de Studenten-Roeivereeniging "_Njord_" opgericht, en in 1876 zag te Delft de Studenten-Roeivereeniging "_Laga_" het licht.

In 1878 vond, op eene uitdaging van Leiden, aldaar de eerste wedstrijd tusschen beide clubs in vierriemsgieken (vaste banken) plaats, die met de overwinning van Delft eindigde.

In 1880 gaf _Njord_ een internationalen wedstrijd en verbond hieraan wederom eene race voor Studenten-Roeivereenigingen, waarin Delft nogmaals met 10 sekonden de zege behaalde.

Bij dezen wedstrijd roeide Delft op sliding-seats, terwijl Leiden ook eene boot met sliding-seats had, doch de slidings had vastgezet, wijl de ploeg aan vaste banken de voorkeur gaf.

In 1881 had de wedstrijd te Delft plaats; beide partijen roeiden op sliding-seats, Delft in eene boot van ~Dossunet~, Leiden in eene van ~Clasper~. Voor de derde maal was Delft de eerste met een voorsprong van 12 seconden.

In 1882 dong ook de inmiddels opgerichte Studenten-Roeivereeniging "_Triton_" uit Utrecht mede. De wedstrijd had plaats te Leiden en de uitslag was, dat Leiden de overwinning behaalde. Delft kwam 35 seconden later als tweede aan en Utrecht bleef 18 sekonden achter Delft.

In 1883 werd door de drie vereenigingen de "_Nederlandsche Studentenroeibond_" opgericht. Het bestuur hiervan bestaat uit zes leden (van elke vereeniging twee), dat jaarlijks op een onzijdig terrein een wedstrijd doet houden. Er wordt geroeid in vierriemsgieken, bemand door de beste roeiers van elke vereeniging. Zoo vond in datzelfde jaar nog de eerste race van den bond te Oudshoorn plaats op een baan van 3400 M. met een omvaartsboei op de helft der baan.

Bij de boei was Leiden eenige lengten vóór Utrecht, Utrecht evenveel vóór Delft, toen er tusschen beide laatsten aanvaring plaats vond, zoodat Leiden alléén aan de winboei kwam, en den prijs verkreeg. Deze bestaat uit het eerediploma en vijf gouden medailles, waaraan door ~Mr. J. Cohen Stuart~, eerelid van _Njord_, jaarlijks een kunstvoorwerp ter waarde van 100 gulden onder den naam "_Oprichtersprijs_" wordt toegevoegd.

In 1884 had de wedstrijd wederom te Oudshoorn plaats. Het bestuur had nu besloten om er ook races voor seniores in tweeriems- en voor juniores in vierriems en tweeriems aan toe te voegen om der wille van het publiek. Het nummer "_Oude vier_" bleef echter het hoofdnummer, _de universityrace_. De prijs werd wederom door Leiden behaald, dat 4 sekonden vóór Utrecht en 36 sekonden vóór Delft den winning-post bereikte.

De baan was even lang als het vorige jaar, maar thans zonder draaiboei.

In 1885 werd de strijd op het Noorder-Spaarne bij Haarlem gestreden. Het hoofdnummer werd weder op eene rechte baan, die van Spaarndam naar de stad liep, geroeid en zag Leiden als overwinnaar uit den strijd komen. Leiden legde de baan 18 sekonden sneller af dan Utrecht en 30 sekonden sneller dan Delft.

Gedurende de vier laatste jaren bezigden alle drie clubs gieken van ~Dossunet~.

Ook in 1886 is besloten den wedstrijd ter zelfder plaatse te houden, die daarvoor dan ook alle voordeelen aanbiedt.

Hoewel de drie clubs natuurlijk ook op andere wedstrijden meermalen hunne krachten hebben gemeten, zullen wij dezen, evenmin als de bijnummers op de universiteitswedstrijden, hier opsommen, daar het ons slechts te doen is om in 't kort na te gaan de resultaten van de nederlandsche "_Varsity_."

Moge zij weldra evenveel belangstelling in Nederland ondervinden als de Oxford-Cambridge race in Engeland geniet; en het lichtblauw van Leiden, het rood van Delft, het donkerblauw van Utrecht op het jaarlijksche roeifeest de borst sieren van duizenden en duizenden van belangstellende toeschouwers! Dat zij zoo!

[Decoratieve illustratie]

UITSLAG VAN WEDSTRIJDEN, die in het eerste hoofdstuk zijn besproken.

Oxford and Cambridge Eight-Oared Race.

De baan was in 1829 te Henley, in 1836 tot en met 1842 van Westminster naar Putney, daarna van Putney naar Mortlake.

Jaar. Overwinnaar. Tijd. Gewonnen met

1829 Oxford 14{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} gemakkelijk. 1836 Cambridge 36{~PRIME~} 1{~PRIME~} 1839 Cambridge 31{~PRIME~} 1{~PRIME~} 45{~DOUBLE PRIME~} 1840 Cambridge 26{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} {~VULGAR FRACTION TWO THIRDS~} L. 1841 Cambridge 32{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} 1{~PRIME~} 4{~DOUBLE PRIME~} 1842 Oxford 30{~PRIME~} 45{~DOUBLE PRIME~} 13{~DOUBLE PRIME~} 1845 Cambridge 23{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} 1846[1] Cambridge 21{~PRIME~} 5{~DOUBLE PRIME~} 2 L. 1848 Cambridge 22{~PRIME~} 3 L. 1849 Oxford -- aanvaring. 1852 Oxford 21{~PRIME~} 36{~DOUBLE PRIME~} 27{~DOUBLE PRIME~} 1854 Oxford 25{~PRIME~} 29{~DOUBLE PRIME~} 11{~DOUBLE PRIME~} 1856 Cambridge 25{~PRIME~} 50{~DOUBLE PRIME~} ½ L. 1857 Oxford 22{~PRIME~} 50{~DOUBLE PRIME~} 35{~DOUBLE PRIME~} 1858 Cambridge 21{~PRIME~} 23{~DOUBLE PRIME~} 22{~DOUBLE PRIME~} 1859 Oxford 24{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} C. gezonken. 1860 Cambridge 26{~PRIME~} 1 L. 1861 Oxford 23{~PRIME~} 27{~DOUBLE PRIME~} 48{~DOUBLE PRIME~} 1862 Oxford 24{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} 1863 Oxford 23{~PRIME~} 5{~DOUBLE PRIME~} 42{~DOUBLE PRIME~} 1864 Oxford 21{~PRIME~} 48{~DOUBLE PRIME~} 23{~DOUBLE PRIME~} 1865 Oxford 21{~PRIME~} 23{~DOUBLE PRIME~} 13{~DOUBLE PRIME~} 1866 Oxford 25{~PRIME~} 48{~DOUBLE PRIME~} 15{~DOUBLE PRIME~} 1867 Oxford 22{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~} ½ L. 1868 Oxford 21{~PRIME~} 6 L. 1869 Oxford 20{~PRIME~} 20{~DOUBLE PRIME~} 5 L. 1870 Cambridge 22{~PRIME~} 33{~DOUBLE PRIME~} 1 L. 1871 Cambridge 23{~PRIME~} 5{~DOUBLE PRIME~} 1 L. 1872 Cambridge 21{~PRIME~} 16{~DOUBLE PRIME~} 2 L. 1873[2] Cambridge 19{~PRIME~} 35{~DOUBLE PRIME~} 3 L. 1874 Cambridge 22{~PRIME~} 39{~DOUBLE PRIME~} 3 L. 1875 Oxford 22{~PRIME~} 2{~DOUBLE PRIME~} 10 L. 1876 Cambridge 20{~PRIME~} 20{~DOUBLE PRIME~} 8 L. 1877 dead heat 24{~PRIME~} 8{~DOUBLE PRIME~} 1878 Oxford 22{~PRIME~} 15{~DOUBLE PRIME~} 10 L. 1879 Cambridge 21{~PRIME~} 18{~DOUBLE PRIME~} 4 L. 1880 Oxford 21{~PRIME~} 23{~DOUBLE PRIME~} 4 L. 1881 Oxford 21{~PRIME~} 51{~DOUBLE PRIME~} 3 L. 1882 Oxford 20{~PRIME~} 12{~DOUBLE PRIME~} ¼ L. 1883 Oxford gemakkelijk 3 L. 1884 Cambridge 21{~PRIME~} 39{~DOUBLE PRIME~} 3 L. 1885 Oxford 21{~PRIME~} 36{~DOUBLE PRIME~} 3 L. 1886 Cambridge 22{~PRIME~} 39{~DOUBLE PRIME~} ½ L.

[1] Voor den eersten keer in outriggers.

[2] Voor den eersten keer met sliding-seats.

Henley-on-Thames Royal Regatta

_Diamond Challenge Sculls, for Scullers._

Jaar. Winner. Tijd.

1844 Bumpsted, Seullers's Club, London 10{~PRIME~} 32{~DOUBLE PRIME~} 1845 Wallace, Leander 10{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} 1846 Moon, Magdalen Coll., Oxford. 1847 Maule, First Trinity, Cambridge 10{~PRIME~} 45{~DOUBLE PRIME~} 1848 Bagshawe, Third Trin. Cambridge. 1849 T. R. Bone, London. 1850 T. R. Bone, Meteor C., London. 1851 E. G. Peacock, Thames C., London. 1852 E. Macnaghten, First Trin., Cambridge. 1853 Rippingall, Peterhouse, Cambridge 10{~PRIME~} 2{~DOUBLE PRIME~} 1854 H. H. Playford, Wandle C., London. 1855 A. A. Casamajor, Argonauts C., London. 1856 A. A. Casamajor, Argonauts C., London 9{~PRIME~} 27{~DOUBLE PRIME~} 1857 A. A. Casamajor, London R. C. 1858 A. A. Casamajor, London R. C. 1859 E. D. Brickwood, Richmond 10{~PRIME~} 1860 H. H. Playford, London R. C. 12{~PRIME~} 8{~DOUBLE PRIME~} 1861 A. A. Casamajor, London R. C. 10{~PRIME~} 4{~DOUBLE PRIME~} 1862 E. D. Brickwood, Richmond 10{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~} 1863 C. B. Lawes, Third Trin., Cambridge 9{~PRIME~} 43{~DOUBLE PRIME~} 1864 W. B. Woodgate, Brasenose Coll., Oxford 10{~PRIME~} 3{~DOUBLE PRIME~} 1865 E. B. Michell, Magdalen Coll., Oxford 9{~PRIME~} 11{~DOUBLE PRIME~} 1866 E. B. Michell, Magdalen Coll., Oxford 9{~PRIME~} 55{~DOUBLE PRIME~} 1867 W. C. Crofts, Brasenose Coll., Oxford 10{~PRIME~} 2{~DOUBLE PRIME~} 1868 W. Stout, London R. C. 9{~PRIME~} 6{~DOUBLE PRIME~} 1869 W. C. Crofts, Brasenose Coll., Oxford 9{~PRIME~} 56{~DOUBLE PRIME~} 1870 J. B. Close, First Trinity, Cambridge 9{~PRIME~} 43{~DOUBLE PRIME~} 1871 W. Fawcus, Tynemouth R. C. 10{~PRIME~} 9{~DOUBLE PRIME~} 1872 C. C. Knollys, Magdalen Coll., Oxford 10{~PRIME~} 48{~DOUBLE PRIME~} 1873 A. C. Dicker, St. John's Coll., Cambridge 9{~PRIME~} 45{~DOUBLE PRIME~} 1874 A. C. Dicker, St. John's Coll., Cambridge 10{~PRIME~} 50{~DOUBLE PRIME~} 1875 A. C. Dicker, Lady Margaret Club 9{~PRIME~} 15{~DOUBLE PRIME~} 1876 F. L. Playford, London R. C. 9{~PRIME~} 28{~DOUBLE PRIME~} 1877 T. C. Edwards-Moss, Brasenose Coll., Oxford 10{~PRIME~} 20{~DOUBLE PRIME~} 1878 T. C. Edwards-Moss, Brasenose Coll., Oxford 9{~PRIME~} 37{~DOUBLE PRIME~} 1879 J. Lowndes, Hertford Coll., Oxford 12{~PRIME~} 13{~DOUBLE PRIME~} 1880 J. Lowndes, Hertford Coll., Oxford 9{~PRIME~} 10{~DOUBLE PRIME~} 1881 J. Lowndes, Hertford Coll., Oxford 9{~PRIME~} 28{~DOUBLE PRIME~} 1882 J. Lowndes, Jesus Coll., Cambridge 11{~PRIME~} 43{~DOUBLE PRIME~} 1883 J. Lowndes, Kingston R. C. 10{~PRIME~} 2{~DOUBLE PRIME~} 1884 W. S. Unwin, Magdalen Coll., Oxford 9{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~} 1885 W. S. Unwin.

Wingfield Sculls

_and the Championship of the Thames._

Baan van 1830-1849 Westminster-Putney, 1849-1861 Putney-Kew, 1861 Putney-Mortlake.

1830 J. H. Bayford. 1831 C. Lewis. 1832 A. A. Julius. 1833 C. Lewis. 1834 en 35 A. A. Julius. 1836 H. Wood. 1837 P. Colquhoun. 1838 H. Wood. 1839 H. Chapman. 1840 en 41 T. L. Jenkins. 1842 en 43 H. Chapman. 1844 T. B. Bumpsted. 1845 H. Chapman. 1846 C. Russell. 1847 en 48 J. R. L. Walmisley. 1849 F. Playford. 1850 en 51 T. R. Bone. 1852 E. G. Peacock. 1853 J. Paine. 1854 H. H. Playford. 1855-60 A. A. Casamajor. 1861 E. D. Brikwood 29{~PRIME~} 1862 W. B. Woodgate 27{~PRIME~} 1863 J. E. Parker 25{~PRIME~} 1864 W. B. Woodgate 25{~PRIME~} 35{~DOUBLE PRIME~} 1865 E. B. Lawes 27{~PRIME~} 4{~DOUBLE PRIME~} 1866 E. B. Michell 27{~PRIME~} 26{~DOUBLE PRIME~} 1867 W. B. Woodgate. 1868 W. Stout 26{~PRIME~} 52{~DOUBLE PRIME~} 1869 en 70 A. de L. Long. 1871 W. Fawcus 26{~PRIME~} 13{~DOUBLE PRIME~} 1872 C. C. Knollys 28{~PRIME~} 30{~DOUBLE PRIME~} 1873 en 74 A. C. Dicker 24{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~} en 25{~PRIME~} 45{~DOUBLE PRIME~} 1875-79 F. L. Playford 24{~PRIME~} 41{~DOUBLE PRIME~} 1880 A. Payne 24{~PRIME~} 2{~DOUBLE PRIME~} 1881 J. Lowndes 25{~PRIME~} 13{~DOUBLE PRIME~} 1882 A. Payne 27{~PRIME~} 40{~DOUBLE PRIME~} 1883 J. Lowndes. 1884 en 85 W. S. Unwin 24{~PRIME~} 12{~DOUBLE PRIME~}

Championnat de France.

1853 tot 1856 Frédéric Lowe. 1857 tot 1861 Louis Armet. 1862 Edmond Gamby. 1863 Louis Huot. 1864-1867 Eug. Frébault. 1868, 69, 71 tot 75 Rég. Gesling. 1876 tot 1883 Alex. Lein. 1884 A. d'Hautefeuille. 1885 Louis Bidauld.

Match annuel

_entre le Rowing-Club et la Société Nautique de la Marne_.

gewonnen met 1880 Rowing Club 41{~DOUBLE PRIME~} 1881 Rowing Club 45{~DOUBLE PRIME~} 1882 S. N. de la Marne 37{~DOUBLE PRIME~} 1883 S. N. de la Marne 20{~DOUBLE PRIME~} 1884 Rowing Club 44{~DOUBLE PRIME~} 1885 Rowing Club 5 L.

Meisterschaft von Deutschland.

1882 Achilles Wild, Frankfurter R. G. "Germania" 1883 J. Bungert, Mannheimer R. C. 1884 Achilles Wild, Frankfurter R. G. "Germania" 1885 Achilles Wild, Frankfurter R. G. "Germania"

Championnat de Belgique.