Nederlandsch handboek voor roeisport
Part 1
Produced by The Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+----------------------------------------------------------------+ | | | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | | | | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | | moderniseren. | | | | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het | | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Voetnoten zijn | | verplaatst naar het eind van de alinea met de verwijzing. | | | | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als | | _cursief_. Uitgespatieerde tekst is weergegeven als | | ~uitgespatieerd~. | | | | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn | | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden: met/zonder | | accent, met/zonder koppelteken, met/zonder hoofdletter, | | met/zonder extra spatie). Bij het Kampioenschap van Nederland | | (blz. 33) zijn in de bron geen uitslagen vermeld. | | | | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de | | aangebrachte correcties. | | | | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit | | e-boek op https://www.gutenberg.org/ | | | +----------------------------------------------------------------+
NEDERLANDSCH HANDBOEK
VOOR
ROEISPORT.
[Illustratie: "Sans nom" op de Race van 8 Juni, 1884, bij Leiden.]
NEDERLANDSCH HANDBOEK VOOR ~ROEISPORT~
DOOR
DR. P. H. DAMSTÉ EN F. E. PELS RIJCKEN,
Eereleden van de Leidsche Stud. R. V. "Njord".
AMSTERDAM, ~H. G. BOM.~ (Warmoesstraat 35.)
INHOUD.
Blz.
VOORREDE.
I. GESCHIEDKUNDIG OVERZICHT 1
Uitslag van wedstrijden 27
II. DE BOOT EN HARE ONDERDEELEN 36
1. De boot 36
2. Onderdeelen der boot 41
III. HET ROEIEN 57
1. Algemeene opmerkingen 57
2. De eerste beginselen van de roeikunst 61
3. Nadere behandeling van sommige punten 74
4. Het scullen 93
IV. HET STUREN EN DE STUURMAN 102
V. DE TRAINING 109
VI. DE WEDSTRIJD 127
VOORREDE.
Hoezeer wij volkomen bewust waren van het gewicht der taak die wij op onze schouders laadden, toen wij het voornemen opvatten eene handleiding voor Roeisport te geven, en dus eenigen schroom gevoelden, vóórdat wij den arbeid aanvingen, zoo heeft toch de liefde voor den Roeisport dusdanig bij ons overgewogen, dat wij ons over dien schroom hebben kunnen heenzetten.
De Engelschen toch hebben hun ~Bradford Woodgate~, de Franschen bezigen hiervan eene vertaling, in Duitschland verscheen onlangs een nieuwe druk van ~Silberer~'s "_Handbuch des Rudersport_," doch de nederlandsche roeiers moesten zich met een dier buitenlandsche werkjes behelpen.
Wij weten zelven te goed, dat het boekje, dat wij hierbij aan de nederlandsche roeiers aanbieden, verre van volledig is en vele gebreken heeft, dan dat wij ons zouden inbeelden daardoor de zoo lang gevoelde leemte op voldoende wijze aan te vullen. Maar wij gelooven, dat ook in deze zaak veel op het doel moet worden gelet.
Immers met eene vertaling van een der vreemde handboeken zouden onze roeiers al zeer weinig gebaat zijn. Er moet rekening worden gehouden met toestanden en gewoonten, die bij ons anders zijn dan in den vreemde.
Daarom hebben wij den eersten stap gedaan om, uit eigen ervaring puttend, eene nederlandsche handleiding samen te stellen.
Het is natuurlijk, dat wij ons daarbij meermalen tot buitenlandsche schrijvers hebben gewend, en daaraan vele bizonderheden ontleend.
Evenmin zal men ons het recht ontzeggen om dáár, waar wij eene andere meening dan de hunne waren toegedaan, onze eigenen weg te bewandelen. Wij hebben steeds onze opinie, waar deze van die anderen verschilt, uitvoerig verdedigd, zoodat de lezer, na beide zijden gehoord te hebben, zijne keuze kan vestigen.
Op verschillende plaatsen, maar voornamelijk waar gehandeld wordt over de boot en hare onderdeelen, hebben wij de engelsche, fransche en duitsche benamingen, voorzoover wij ze konden te weten komen, gevoegd achter de nederlandsche, daar het ons voorkwam, dat deze opgave van eenig nut kan zijn bij de correspondentie met engelsche, fransche en duitsche bootbouwers.
Overigens hebben wij naar aanleiding van de volgende bladzijden weinig meer te zeggen. Al roept de lezer, na de vrucht onzer overpeinzingen te hebben doorloopen, nog niet uit: "_la vie sans canotage est une absurdité_," zoo hopen wij toch door onzen arbeid iets te mogen bijdragen tot het opwekken van de liefde voor den edelen roeisport in ons dierbaar vaderland!
[Decoratieve illustratie]
EERSTE HOOFDSTUK.
GESCHIEDKUNDIG OVERZICHT.
Het komt ons voor, dat aan het begin van eene handleiding over de theorie van het roeien eene korte uiteenzetting van de geschiedenis dezer schoone lichaamsbeweging niet mag gemist worden.
Hierbij zouden wij echter in het duister rondtasten, zoo wij naar bronnen gingen zoeken om daaruit het ontstaan en de geleidelijke ontwikkeling na te gaan; slechts eene dorre, kale vlakte zou zich aan den navorscher voordoen.
Maar er zijn oasen in die woestijn.
Die oasen zijn de roeiwedstrijden. Deze zijn reeds in oude tijden zorgvuldig opgeteekend, hetzij als wetenswaardigheden in bestovene kronieken of als zangen van bewonderende dichters. En zoo kan de geschiedschrijver, van wedstrijd tot wedstrijd gaande, de vorderingen opmerken, die in de duistere tusschenruimten zijn gemaakt, en daaruit zijne gevolgtrekkingen met zekerheid maken.
De wedstrijden dus zijn onze bronnen. Hoe en wanneer nu zijn deze ingesteld?
Zoodra vele menschen eene kunst gaan beoefenen, zal het niet lang duren of zij zullen gaan beproeven, wie hunner het daarin wel het verst heeft gebracht. Eerst zal zulk een proef misschien eens bij toeval worden genomen, doch weldra vindt de zaak bij meerderen bijval, die door de begeerte naar eer en roem worden aangetrokken, en alras worden vaste dagen of feesten voor die proefnemingen vastgesteld.
Zoo ontstonden wedstrijden en zoo ontstonden prijsvragen.
Zoolang dus de menschen reeds geroeid hebben, zoolang bestaan ook reeds de roeiwedstrijden.
Zonder eenigen grond wordt het roeien door ~Victor Silberer~ in zijn "_Handbuch des Rudersport_" "een kind van den nieuweren tijd" genoemd en gezegd, dat er geene bewijzen zijn voor de onderstelling, dat reeds bij de oude volken wedstrijden in het roeien gehouden zijn. Immers ~Virgilius~ schildert in het 5de boek zijner _Aeneis_ een roeiwedstrijd op meesterlijke wijze, en, wat meer zegt, reeds de grijze ~Homerus~ verkondigt in de _Odyssea_ herhaaldelijk den lof, dien de _Phaeaces_ met de riemen hebben behaald!
Maar het zou ons te ver voeren, de roeikunst van die oude tijden af na te gaan. Hen, die daarin belangstellen, verwijzen wij naar het werkje van den franschen ingenieur ~Aug. Jal~: _la flotte de César, Paris, Didot,_ 1861.
Dezelfde schrijver heeft zich ook door zijne "_Archéologie navale_" en "_Glossaire nautique_" verdienstelijk gemaakt ten opzichte van het zeewezen in de middeleeuwen.
De oudste in Engeland bekende roeiwedstrijd is de sculler-race om "_Doggett's Coat and Badge_," die in 1715 door den tooneelspeler ~Mr. Thomas Doggett~ werd ingesteld en nog telken jare op den 1sten Augustus wordt gehouden op de Thames van London-bridge tot Chelsea. Slechts aan jonge "_watermen_" (schippers), die hun leertijd juist hebben uitgediend, is het veroorloofd naar den prijs te dingen. Deze bestaat uit eene roode jas en zilveren medaille, waaraan door de londensche visschersvereeniging nog eene som gelds is toegevoegd. Daar slechts zes roeiers aan den wedstrijd mogen deelnemen, wordt, zoo zich meerdere mededingers hebben aangemeld, door voorafgaande wedstrijden (_trial-heats_, _Versuchsrennen_) uitgemaakt, welke zes deze eer waardig zijn.
Vele wedstrijden, in daarop volgende jaren gehouden, zijn van minder belang.
Reeds in 1815 vinden wij onderlinge wedstrijden tusschen verschillende colleges van Oxford vermeld in achtriemsgieken; in Cambridge werd hierin voor het eerst geroeid in 1826.
Van de ongeveer driehonderd wedstrijden, die jaarlijks in Engeland gehouden worden, is die in achtriemsgieken tusschen de studenten van Oxford en Cambridge zeker wel de meest bekende. In 1829 had deze kamp voor het eerst plaats, en nu wordt reeds sedert eene reeks van jaren jaarlijks vóór de Paaschvacantie door geheel Engeland met spanning de dag verwacht, waarop het donkerblauw van Oxford en het lichtblauw van Cambridge op de 6838 M. lange baan van Putney naar Mortlake op de Thames naar den prijs zullen dingen. Reeds 43 malen is die strijd gestreden, waarin Oxford een viertal overwinningen op de tegenpartij vóór heeft. Aan Cambridge komt echter de eer toe het beste record te hebben behaald nl. in 1873 (tevens het eerste jaar, waarin de _sliding-seat_ werd gebruikt), toen de ~Cantabs~ in 19{~PRIME~} 35{~DOUBLE PRIME~} de overwinning behaalden. Vermelding verdient ook het jaar 1877, waarin de strijd onbeslist bleef, daar beide booten tegelijkertijd de winning-post bereikten: op eene zoo lange baan voorwaar eene groote zeldzaamheid!
Een eigenaardig feest vond den 7den April 1881 te London plaats. Men vierde toen het vijftigste verjaarfeest der _University-race_, waaraan 200 personen deelnamen van de 485, die hetzij als roeiers of als stuurlieden van 1829 af tot op den feestdag toe aan dien wedstrijd hadden deelgenomen. Als aandenken aan dien dag hebben de H.H. ~Treherne~ en ~Goldie~ een boek uitgegeven in slechts 250 exemplaren, dat door ~Mr. W. Spottiswoode~, die in 1845 tot de Oxford-ploeg behoorde, gedrukt is. Het is van fraaie afbeeldingen voorzien en bevat eene beschrijving, niet slechts van den feestdag, maar ook van alle _University-races_, die van 1829 tot 1880 hebben plaats gehad. Tevens geeft het een onderhoudend verhaal van de verdere loopbaan der roeiers. Uit de statistiek blijkt, dat de sterfte onder de raceroeiers geringer is dan gewoonlijk. Derhalve de hand aan de riemen, levenslustigen!
Na de _Varsity_ (zooals het volk den Universiteitswedstrijd noemt), die telken jare het roeiseizoen opent, volgt in belangrijkheid de _Henley-Royal-Regatta_, in 1839 gesticht. Dit is het grootste nationale roeifeest in Engeland, dat meerdere dagen duurt en wedstrijden in allerlei gieken te aanschouwen geeft. Als het gloriepunt geldt echter steeds de "_race for the diamond challenge sculls_," daar de winner van de gouden, door een grooten diamant verbondene sculls tevens als de _champion-sculler_ van Europa wordt beschouwd. Verscheidene malen hebben duitsche en fransche scullers er aan deelgenomen, maar nog nimmer is het hun mogen gelukken de sculls aan de Engelschen te ontrukken.
Nadat te Henley gebleken is, wie op de korte baan van 2100 M. de beste sculler is, kan deze eenige dagen daarna op de Thames zijne krachten op de lange baan beproeven, en wel op den wedstrijd "_for the Wingfield sculls and the amateur Championship of the Thames_," die jaarlijks op de Putney-Mortlake baan wordt gehouden om een paar zilveren sculls, welke in 1830 door ~Mr. H. C. Wingfield~ zijn geschonken.
Na aldus de drie belangrijkste wedstrijden in Engeland genoemd te hebben, willen wij ook over andere landen het een en ander zeggen. En dan verdient in de eerste plaats Duitschland genoemd te worden, daar in geen ander land het roeien in de laatste jaren zóó in bloei is toegenomen als dáár. Het aantal roeivereenigingen wordt nog steeds grooter, de wedstrijden jaarlijks menigvuldiger, de deelneming voortdurend drukker.
Dat verschijnsel is te verklaren, wanneer wij zien, hoe personen van het vorstelijk huis van hunne belangstelling doen blijken door hunne tegenwoordigheid op wedstrijden, door het uitloven van prijzen en--door zelven aan den roeisport een werkzaam aandeel te nemen.
Ook komt de eer van dien vooruitgang voor een groot gedeelte toe aan het in 1883 opgerichte weekblad, de "_Wassersport_", door ~Carl Otto~ te Berlin uitgegeven. Sedert alle roeivereenigingen van het duitsche rijk in datzelfde jaar tot den "_Deutschen Ruderverband_" toetraden en genoemd blad tot haar officiëel orgaan verklaarden, heeft het steeds zijne lezers op de hoogte gehouden van alle gewichtige feiten, die op dat gebied voorvielen, en hoogst belangrijke beschouwingen over het roeien in zijne kolommen te genieten gegeven. Wij raden dan ook alle vereenigingen, die op de hoogte willen blijven van den roeisport in het buitenland, ten zeerste aan om dit blad in het clubgebouw ter lezing te leggen.
Op overwinningen tegen buitenlanders kunnen de duitsche roeiers zich niet zeer beroemen. Hoewel zij in ~Achilles Wild~, die reeds drie jaren "_die Meisterschaft von Deutschland_" heeft veroverd en haar slechts ééns door een ongeluk aan een ander heeft moeten afstaan, een goed sculler bezitten, zoo is deze in Engeland nog steeds verslagen.
Men moet het in de Frankforter R. G. "_Germania_" toch op prijs stellen, dat zij de energie hebben zich met de Engelschen te gaan meten. In 1880 dong een achtriems van deze club te Henley mede naar den prijs, in 1881 en 1883 ~Wild~ in de sculling, terwijl in 1884 ~Dr. W. R. Patton~ van de Cölner R. C. en ~J. Bungert~ van de Mannheimer R. C. hunne krachten aldaar beproefden. Alles tevergeefs: de _diamond sculls_ zijn in Engeland gebleven en het eenige succes, waarop de Duitschers zich beroemen kunnen, is, dat ~Wild~ den champion van Frankrijk, die ook deelnam, heeft verslagen.
En dat zegt veel: want ~Lein~ heeft zich als sculler een goeden naam verworven en gedurende acht jaren den titel "_Champion de France_" gevoerd.
In 1883 nam de _Club Nautique de Gand_ aan verscheidene nummers van den grooten wedstrijd te Frankfort deel en behaalde bij allen den eersten prijs.
Jammer is het, dat de haat tegen de Duitschers zich bij de Franschen tot in den sport heeft vastgeworteld: een paar voorbeelden hiervan willen wij mededeelen.
Een Berlijner had aan een bootbouwer te Parijs eenige teekeningen besteld, welke deze in verschillende sportbladen had geadverteerd. In plaats van de gevraagde platen ontving de Duitscher een brief met de mededeeling, dat de schrijver als oud-kavallerist dacht deel te nemen aan het innemen van Berlijn en dan meteen de teekeningen zou medebrengen.
Eenige jaren geleden lieten twee duitsche scullers zich inschrijven voor het championnaat van Frankrijk, dat internationaal is. Zij werden echter door het komitee afgewezen op grond, dat het voor de handelingen van het plebs van Parijs niet kon instaan bij eene mogelijke overwinning van een Duitscher.
Wij herhalen het: jammer, dat zelfs de sport onder de politiek lijden moet!
De Franschen hebben, behalve den wedstrijd om het championnaat, nog een roeifeest, dat even als de _university-race_ in Engeland, duizende toeschouwers lokt: dit is de "_match annuel en outrigger à huit rameurs_" tusschen de _Rowing Club_ en de _Société Nautique de la Marne_.
De club, die tegenwoordig in Frankrijk wel het meest van zich doet hooren, is de _Cercle de l'Aviron_ te Parijs. Jaarlijks ondernemen de roeiers van die vereeniging tallooze tochten naar België, Italië en Zwitserland, en hunne jaarverslagen wijzen telken jare geheele lijsten van overwinningen aan.
Zoo zien wij, dat ook in Frankrijk de roeisport vooruitgaat en in eere is. Voorwaar een verblijdend verschijnsel, als wij weten, dat aldaar vroeger het woord "_canotier_" een scheldnaam was, gelijkstaande met "_leeglooper_", "_deugniet_" en dergelijke lieflijkheden. Dit verhaalt ons tenminste de schrijver van het werkje, dat den tocht van drie fransche roeiers door Nederland beschrijft, en dat ieder met genoegen zal lezen. Het draagt tot titel "_En canot de Douai au Helder_" en is in 1880 te Parijs uitgegeven.
In België ziet het er, zoo men de bladen op dat gebied aldaar moet gelooven, in de roeiwereld tegenwoordig niet zoo rooskleurig uit. Fransche en nederlandsche ploegen hebben zich in de laatste jaren herhaaldelijk de meerderen in het roeien betoond op wedstrijden, waaraan Belgen deelnamen. Maar wat erger is en noodwendig belemmerend op den vooruitgang van den sport in dat land moet werken: er heerscht tusschen de vereenigingen geen vriendschappelijke geest; vooral de brusselsche roeiclubs zijn voortdurend met elkaar op een gespannen voet.
Gent was in de laatste jaren steeds aan het hoofd bij wedstrijden en hare roeiers waren alom gevreesd, doch ook de _Club Nautique Gantois_ deed in 1885 weinig meer van zich hooren.
Moge daar in dien toestand spoedig verbetering komen! Er zijn althans mannen genoeg, die zich alle mogelijke moeite geven tot verheffing van den edelen roeisport.
Eéne zaak is er, die, onzes inziens, zoowel in Frankrijk als in België een nadeeligen invloed zal uitoefenen. Wij bedoelen de gewoonte, dat raceroeiers de prijzen, die zij behalen, zelven behouden, daar zij ook zelven hunne racebooten moeten aanschaffen en voor eigen kosten de wedstrijden mogen bezoeken. Deze instelling moet slecht werken, daar eer en onbaatzuchtigheid dikwijls zullen moeten plaats maken voor winstbejag en hebzucht.
Alles, wat wij tot dusver hebben medegedeeld, betrof slechts amateurs d. w. z. roeiers, die het roeien slechts uit liefhebberij beoefenen en er geene broodwinning van maken. Dat is nu wel zeer kort gezegd, maar toch is er heel wat papier verbruikt, vóórdat men het ééns was over de definitie; tenminste in landen waar eene grens tusschen amateurs en professionals of roeiers van beroep noodig was: want in Nederland bestaat eene zoodanige definitie niet, omdat zij tot nog toe niet noodig is geweest. Wij laten de definities, die in Engeland, Frankrijk en Duitschland zijn aangenomen, hier volgen.
_Definition of an Amateur._
"An amateur oarsman or sculler must be an officer of Her Majesty's army or navy or civil service, a member of the liberal professions, or of the Universities or Public schools, or of any established Boat- or Rowing-Club not containing mechanics or professionals; and must not have competed in any competition for either a stake, or money, or entrance-fee, or with or against a professional for any prize; nor have ever taught, pursued, or assisted in the pursuit of athletic exercises of any kind as a means of livelihood; nor have ever been employed in or about boats or in manual labour; nor be a mechanic, artisan, or labourer."
_Henley Definition. April 8, 1879._
"No person shall be considered an amateur oarsman or sculler: First, who has ever competed in any open competition for a stake, money, or entrance fee; secondly, who has ever competed with or against a professional for any prize; thirdly, who has ever taught, pursued, or assisted in athletic exercises of any kind as a means of gaining a livelihood; fourthly, who has been employed in or about boats for money or wages; fifthly, is or has been by trade or employment, for wages, a mechanic, artisan or labourer."
_Classification des rameurs._
"Ne seront admis dans les courses d'amateurs, que les rameurs amateurs faisant partie des Sociétés invitées.
Ne sont pas amateurs:
1. Les watermen, c'est-à-dire les rameurs, faisant profession de courir.
2. Les rameurs courant ou ayant couru à gages.
3. Les marins, mariniers, passeurs, pêcheurs par état, gardiens de garages, ouvrier constructeurs de bateaux, enfin toutes les personnes, tirant leur moyen d'existence d'une façon habituelle et continuelle dans les chantiers de construction et sur les bateaux."
_Deutscher Amateur-Begriff._
"Amateur ist Jeder, der das Rudern nur aus Liebhaberei mit eigenen Mitteln betreibt oder betrieben hat und dafür keinerlei Vermögensvortheile in Aussicht hat oder hatte, weder als Arbeiter seinen Lebensunterhalt lediglich durch seiner Hände-Arbeit verdient, noch in irgend einer Weise beim Bootbau beschäftigt ist. Wer um Geldpreise startet oder nach dem 1 Januar 1884 gestartet hat, wird nicht als Amateur betrachtet."
Wij weten alzoo wat _professionals_ zijn en willen eens nagaan, welke merkwaardige feiten in Engeland, Amerika en Australië onder hen zijn voorgevallen. In andere landen namelijk, waar het roeien nog niet door de lagere standen beoefend wordt, komt het professionalroeien niet voor. Want de beroemdste professionals zijn grootendeels menschen uit de volksklasse en worden, wanneer zij het tot zekere hoogte in de kunst gebracht hebben, meestal door rijke bewonderaars in staat gesteld om er zich geheel aan te wijden, zoodat men, lezende dat twee personen om duizend pond sterling geroeid hebben, niet denken moet, dat zij hierbij zelven deze som op het spel hebben gezet; die gelden zijn dan door de _backers_ van elke partij bijeengebracht. Zooals hier een sportsman zijne paarden op een wedren laat loopen, zoo hebben clubs, bestaande uit rijke Amerikanen, hunne roeiers.
Hierop zijn natuurlijk uitzonderingen: ook amateurs, die het ver hebben gebracht, worden somtijds professionals, doordien zij zich met andere beroepsroeiers hebben gemeten.
In Engeland zijn jaarlijks ook voor deze klasse van roeiers bepaalde wedstrijden, zooals de sedert 1854 bestaande _Thames National Regatta_ en de in 1868 gestichte _Thames Regatta_. Dan zijn er vooral in Amerika rijke liefhebbers, die dergelijke wedstrijden laten houden: zelfs de "_Hop Bitters Company_" heeft reeds meermalen 5000 Dollars voor dat doel geschonken! Wel een echt amerikaansche manier om reclame te maken, waartegen de "maandbladen tegen de kwakzalverij" bezwaarlijk zullen kunnen concurreeren. Op dezelfde wijze voerde genoemde _Company_ hare geneesmiddelen in 1879 in Engeland in.
De meeste wedstrijden tusschen professionals hebben plaats tengevolge van eene uitdaging van een der beide partijen om eene bepaalde som.
Tot 1876 had altijd een Engelschman den titel "_Championsculler of the World_" gevoerd, doch in dat jaar werd ~J. H. Sadler~ door den beroemden Australiër ~E. Trickett~ verslagen, die door deze zege "_the Championship of the World_" en 400 £ mede naar zijn vaderland nam.
Deze sculler werd in 1851 te Greenwich aan de Paramatta geboren. In 1875 werd hij "_Champion of Australia_" en in 1876 bracht een ondernemend en rijk hotelhouder uit Sidney hem naar Engeland en deed hem daar tegen den engelschen champion ~Sadler~ in 't strijdperk treden.
Na het aldaar behaalde succes bevocht hij vele nieuwe lauweren, tot hij in 1879 op de _Sidney-Regatta_, waaraan hij ziek deelnam, door een ander bekend Australiër ~Laycock~ geslagen werd.
Na zijne herstelling bewees hij dezen echter duidelijk zijne meerderheid.
Toch zou hij den trotschen titel niet lang meer behouden.