Natuurkunde in de Huiskamer: ongeveer 100 proeven met huishoudelijke voorwerpen.
Part 4
Zet eene kurk overeind op de tafel, en de zes andere in denzelfden stand er omheen; neem ze alle tegelijk met ééne hand op en dompel ze eenige malen geheel in het water, totdat de kurken volkomen bevochtigd zijn; trek ze nu gedeeltelijk uit het water en laat ze los.
Het water dat door de capillariteit tusschen de natte kurken wordt vastgehouden, verbindt deze tot één geheel, en hoewel iedere kurk op zich zelve in den toestand van onstandvastig evenwicht verkeert, zal het geheele vlot, dat op de aangeduide wijze ontstaan is, in standvastig evenwicht zijn, daar de breedte hiervan grooter is dan de hoogte der kurken. Dit spel, waarbij de samenhang door een capillair verschijnsel wordt verkregen, bewijst ons een keer te meer de waarheid van de oude spreuk: "Eendracht maakt macht."
DE TREKPOP IN DEN SPIEGEL.
Het volgende spel eischt hoegenaamd geen toebereidselen en is binnen ieders bereik, die eene kast met een spiegeldeur te zijner beschikking heeft, of een spiegel van voldoende grootte, welken men dan op den grond moet zetten.
Plaats u ter zijde van de kast of den spiegel, zooals de teekening aanwijst, dus zóó, dat de eene helft van het lichaam voor den spiegel uitsteekt, terwijl de andere er door aan het gezicht onttrokken wordt. Iemand, die op zekeren afstand tegenover u staat, zal u schijnbaar geheel zien, daar de zichtbare helft van uw lichaam in den spiegel weerkaatst wordt. Als ge den zichtbaren arm opheft, ziet de toeschouwer in den spiegel nog een arm opheffen, symmetrisch met den eersten, zoodat het schijnt, alsof ge beide armen opheft. Tot nog toe is er niets bijzonders te zien geweest, want het is niet moeilijk, de beide armen tegelijk op te heffen. Maar de zaak wordt anders, als ge het been voor den spiegel optilt; want daar de spiegel een tweede been zal te zien geven, dat te gelijker tijd opgetild wordt, zal het schijnen alsof ge beide beenen te gelijk optrekt, en uw lichaam zonder vast steunpunt in de ruimte zweeft, niet ongelijk aan een trekpop, waarbij men aan het draadje trekt.
HET OOG OP DEN RUG.
"Mijne Heeren, ik zal niet langer misbruik maken van uwe aandacht; het werktuig, dat gewis uwe hooggewaardeerde goedkeuring zal wegdragen, is het allernieuwste wonder op het gebied der optica; het is de postoscoop, of toestel om achter zich te zien: vandaar de naam "oog op den rug," zooals sommigen liever zeggen.
Ik zal u niet vermoeien met de beschrijving van het mechanisme en de inrichting van mijn instrument, maar ik zal er eenige proeven mede doen, om u te laten zien, hoe voortreffelijk het werkt. Zonder mij om te keeren zal ik u zeggen, wat er achter mij gebeurt. Ik begin:--Daar gaat een heer met een parapluie over het trottoir;--nu zie ik twee politieagenten achter een huurrijtuig;--nu weer eene dikke juffrouw met een zwarten zak in de hand...
"Het is haast niet te gelooven, Mijne Heeren, dat ge voor één stuiver het zoo heerlijk gezichtsvermogen kunt versterken met een derde oog, dat u in staat stelt achter u te zien, zonder dat men het bemerkt! Als er nog liefhebbers zijn, de prijs is, zooals ik u gezegd heb, maar één stuiver of vijf centen."
Ge bezwijkt voor het redenaarstalent van den schorren, niet al te zindelijken industrieel, die u voor een stuiver het kostbare werktuig schenkt, en ge bemerkt, dat het niets anders is, dan een klein kartonnen doosje, aan een der einden open, en met een gat in een der zijwanden, en waarin een rechtopstaand spiegeltje volgens de diagonaal van het doosje geplaatst is.
De waarde van het geheel is nog geen cent; maar... iedereen moet leven!
Dat neemt niet weg, dat het denkbeeld om achter zich te zien met behulp van een spiegel, die onder een hoek van 45° staat, niet onaardig is; mochten er daarom onder onze lezers sommigen zijn, die, zonder zich met den marktschreeuwer in te laten, het toestelletje wenschen te bezitten, dan kunnen ze het zelf maken naar de teekening op onze afbeelding, waar het in natuurlijke grootte is voorgesteld.
NIEUWE CHINEESCHE SCHIMMEN.
Het volgende eenvoudige middel stelt u in staat, Chineesche schimmen te vertoonen, terwijl de vertooner en de uitgeknipte figuren achter de toeschouwers blijven, hetgeen somtijds gewenscht kan zijn. Zet eene kaars op de tafel, en bevestig tegenover de kaars een vel wit papier tegen den muur. Plaats een ondoorschijnend voorwerp, bijv. een groot boek, tusschen het licht en het scherm. Hoe kunt ge nu de schimmen op het scherm werpen? Eenvoudig met een spiegel, welke ter zijde van de kaars staat, op de wijze als de teekening aanwijst. Door de weerkaatsing van het licht in den spiegel wordt er op den muur een vierkant of rond lichtveld gevormd.
Hebt ge nu het scherm behoorlijk tegen den muur bevestigd en beweegt ge uwe kartonnen poppen tusschen de kaars en den spiegel, dan ziet ge dadelijk fantastische schimmen verschijnen, zonder dat de toeschouwer, als hij niet ingelicht is, kan vermoeden waar zij vandaan komen.
DE LEVENDE SCHIM.
Hoewel de volgende proef niet moeielijk is, zullen de lezers haar beter begrijpen, als zij de moeite willen nemen om haar werkelijk uit te voeren, in plaats van zich tevreden te stellen met het lezen der beschrijving. Als ge tusschen een licht en den muur gaat staan, teekent zich uwe schaduw op dien muur af; deze geeft echter slechts den omtrek van het lichaam, terwijl van oogen, neus en mond niets te zien is.
Nu wil ik u een zeer eenvoudig middel aan de hand doen, om in de schaduw van uw hoofd twee oogen, een neus en een mond aan te brengen.
Plaats u daartoe in een hoek van de kamer en bij een muur, waartegen een spiegel hangt. De persoon, die het licht achter u vasthoudt, moet dit zoo lang op en neer, en voor- of achteruit bewegen, totdat de weerkaatsing van het licht in den spiegel op dezelfde plaats op den muur valt, waar zich de schaduw van uw hoofd bevindt; naar den vorm van den spiegel zal dit teruggekaatste licht eene ronde of rechthoekige lichtvlek ter plaatse van de schaduw vormen.
Maar als ge den spiegel met een dik papier bedekt, waarin ge volgens onze teekening oogen, neus en mond geknipt hebt, zal de spiegel alleen op die plaatsen licht terugkaatsen, waar het papier is uitgeknipt, zoodat zij zich als lichte plekken in de schaduw van uw hoofd zullen afteekenen, zooals de teekening u doet zien.
DE LEPEL ALS HOLLE SPIEGEL.
Wilt ge bij een keelaandoening den mond van uw kind sterk verlichten? Op de volgende wijze kunt ge altijd over een zeer sterk licht beschikken. Als ge een lepel tegen een kaars houdt, met de holle zijde naar de vlam gekeerd, dan hebt ge een uitmuntenden reflector, die de lichtstralen concentreert en u in staat stelt, de keelholte, welke ge wilt onderzoeken, voldoende te verlichten.
Een zilveren lepel zal u bovendien gelegenheid geven, de merkwaardige eigenschappen der gebogen spiegels te bestudeeren. Als ge de holle zijde naar u toekeert, zult ge u het onderst boven zien in dien hollen spiegel; keer den lepel om en zie tegen het bolle oppervlak, dat een bollen spiegel vormt en u een uitgerekt, min of meer rechtopstaand potsierlijk beeld zal te aanschouwen geven; als ge uw gelaat allengs dichter bij den lepel brengt, zult ge uwen neus vermakelijke afmetingen zien verkrijgen.
EEN MUNTSTUK OP TE POMPEN.
Wanneer we naar een voorwerp zien, dat zich in het water bevindt, dan schijnt dit, gelijk wij weten, ten gevolge van de straalbreking hooger te liggen, dan het in werkelijkheid doet. Daarom schijnt een stok, die gedeeltelijk in het water gedompeld wordt, gebroken.
De volgende proef berust op dit grondbeginsel:
Leg op den bodem van een kom vol water een muntstuk en verzoek iemand zoo ver te bukken, totdat zijn oog, de rand van de kom en de naar hem toegekeerde rand van het muntstuk in eene rechte lijn liggen. Op dat oogenblik ziet hij niet het voorwerp zelf, maar het beeld, dat door de breking van het licht voortgebracht wordt.
Als de waarnemer nu niet van plaats verandert, kunt ge hem zeggen, dat ge in staat zijt het stuk geld weg te pompen. Daartoe is het voldoende, het water uit de kom te verwijderen, hetzij door het op te zuigen met een buisje of het weg te pompen met een spuitje. Als het water verwijderd is, zal de waarnemer het muntstuk niet meer zien, daar het door den rand van de kom aan het oog onttrokken wordt. Giet de vloeistof weer in de kom en het geldstuk wordt op nieuw zichtbaar.
DE COMPLEMENTAIRE KLEUREN.
I. HET GROENE DUIVELTJE.
Plaats twee kaarsen voor een wit scherm, en zet een ondoorschijnend voorwerp, bijv. een duiveltje van karton, tusschen het scherm en de kaarsen, waardoor zich natuurlijk twee schaduwen op het scherm zullen vertoonen. Als ge nu voor de rechterkaars een stuk rood glas, of nog eenvoudiger, een drinkglas met water en wijn houdt, op de wijze als op de teekening, zult ge zien, dat de rechter schim rood gekleurd is, terwijl de linker verdwenen is; als ge echter goed kijkt, dan bemerkt ge, dat deze laatste vervangen is door een duiveltje, dat bleekgroen is: de complementaire kleur van het roode licht dat het scherm beschijnt. Vervang het roode vocht door bier, en het duiveltje zal u violet schijnen, daar dit de complementaire kleur van geel is; als ge het glas vult met water, dat zwak blauw is gekleurd door middel van een weinig blauwsel, dan zal het duiveltje oranje schijnen.
Als we de proef omkeeren, en het glas dus vullen met absinth, met zeer verdunden violetten inkt of curaçao, zal het linker duiveltje achtereenvolgens rood, geel en blauw schijnen.
Het rechter duiveltje zal altijd dezelfde kleur hebben als de vloeistof in het glas.
II. DE DRIEKLEURIGE STER.
Neem een stuk karton en vouw het in tweeën. Knip uit de eene helft eene staande ster met vier stralen, en uit de andere helft op dezelfde hoogte eene tweede ster, die volkomen gelijk is aan de eerste, maar welker diagonalen met die der andere hoeken van 45° maken. Zet het uitgeknipte karton volgens de teekening op eene tafel, waarop twee brandende kaarsen van dezelfde hoogte staan en hang daartegenover een wit scherm tegen den muur.
In de schaduw, welke het stuk karton op het scherm werpt, zal het licht der kaarsen de twee uitgeknipte sterren afteekenen, en nu moet het karton zoo ver omgebogen worden, dat beide sterren tot één lichtbeeld vereenigd worden, waardoor natuurlijk eene achtstralige ster ontstaat.
Als ge nu een der openingen van het karton met een stuk gekleurd glas bedekt, groen bijv., zal er eene driekleurige ster ontstaan; de buitenste spitsen om de andere rood en groen, en in het midden eene witte achthoekige ster.
Het gekleurde glas kan, zooals men op de teekening ziet, vervangen worden door een drinkglas met verschillende gekleurde vloeistoffen, en de spitsen zullen dan om de andere de kleur van de vloeistof en de complementaire kleur daarvan vertoonen.
DE DRAAIENDE SPELD.
Neem een draadje elastiek uit een bottine en steek er eene omgebogen speld door, zooals de figuur aanwijst.
Houd nu het draadje elastiek rechtstandig tusschen duim en vinger van beide handen, laat het daar tusschen wentelen en rek nu het elastiek uit; daardoor zal het met zulk eene snelheid gaan draaien, dat de gebogen speld zich als het een of ander glazen voorwerp vertoont. Dit gezichtsbedrog is des te volkomener, naarmate de speld sterker verlicht is; ook moet zij goed tegen een donkeren achtergrond uitkomen.
In onze teekening heeft men zich den proefnemer in eene donkere kamer gedacht, waarin een bundel zonnestralen door eene opening in een vensterluik op de speld valt. [2]
Als men een weinig handig is, kan men met eene speld allerlei dingen namaken: eene kaasstolp, eene goudvischkom, eene bloemvaas, een wijnglas, enz.
Om te beletten dat de speld in sommige gevallen ten gevolge van de middelpuntvliedende kracht een horizontalen stand zou aannemen, moet men haar uiteinde met een dun draadje aan den elastiekdraad verbinden, wat aan de uitwerking volstrekt geen schade doet.
OPTISCHE ILLUSIE.
Neem drie strooken wit papier van dezelfde lengte, maar waarvan één slechts half zoo breed moet zijn als de beide andere. Leg de beide even breede strooken in den vorm van eene x op zijn kant, en de dunste in het snijpunt rechtstandig daarboven: de laatste zal langer schijnen dan de beide andere, en ge zult den toeschouwers met den passer moeten bewijzen, dat de drie strooken volmaakt even lang zijn, voor zij het gelooven.
Dit gezichtsbedrog, reeds zeer merkbaar bij het beschouwen van onze teekening, zal nog sterker zijn, als men stukken wit papier op zwart papier of laken legt.
Als ge nu de drie strooken in den vorm van eene H legt, met de dunne als horizontale streep, en ge laat deze laatste een weinig draaien, zoodat zij dwars komt te liggen, dan zal zij u minder lang voorkomen dan de beide evenlange verticale strooken.
Zoo kan dus door eene optische illusie eene strook papier, die even lang is als twee andere, u langer of korter toeschijnen, ten gevolge van den stand, waarin zij geplaatst is ten opzichte van die beide andere.
TWEEDE OPTISCHE ILLUSIE.
Snijd uit een visitekaartje een soort van rooster, zooals de teekening aangeeft, maak ook een volkomen recht en dun strookje papier, steek dit met een speld aan een der hoeken van het visitekaartje vast, en laat het nu achter den rooster om die speld als as draaien.
Als de bewegelijke strook bijna rechtstandig op de staven van den rooster staat, schijnt zij wel door twee rechte lijnen begrensd, maar hoe schuiner zij geplaatst wordt ten opzichte van de staven, des te meer schijnt zij te bestaan uit afzonderlijke deelen, welke niet meer in elkanders verlengde vallen.
Het verschijnsel is vooral sprekend bij den meest linkschen stand der strook op onze teekening, en alleen door eene liniaal langs de beide lijnen te leggen, welke haar begrenzen, kunt ge de optische illusie opheffen en u overtuigen, dat die beide lijnen volkomen recht zijn.
DE GEBROKEN SPIEGEL.
De schilders zijn gereed met het vertrek, dat zij in orde moesten maken, maar voordat zij heengaan, willen zij eerst de meid, die moest komen zien, of alles klaar is, nog eens beetnemen met de bekende grap van een "gebroken spiegel."
Gij kunt begrijpen, hoe de arme meid schrikt, als zij een of meer barsten bemerkt in den hoek van den grooten spiegel in de zaal. Wat zal mevrouw wel zeggen?
En daar staan die ruwe schilders, die nergens om geven, dan nog bij te schudden van het lachen.
Nu zij genoeg pret gehad hebben van hunne grap, zeggen ze, dat ze het ongeluk wel herstellen zullen, en om de ontzetting van hun slachtoffer niet nog langer te laten voortduren, gaat een van hen met een vochtigen doek over de barsten heen. O, wonder! de vochtige vaatdoek heeft de barsten doen verdwijnen, en Marie kan hare oogen niet gelooven. Ze begrijpt er niemendal van!
En toch, waarde lezer, is de zaak zeer eenvoudig en als ge op uwe beurt iemand bij u aan huis wilt beetnemen, hebt ge slechts met een dun stukje zeep (bij voorkeur donkere) op den spiegel, die gebroken moet schijnen, fijne lijnen te halen, om de barsten voor te stellen; door de terugkaatsing in den spiegel zullen deze, tengevolge van de dikte van het glas, breeder schijnen en op ware scheuren gelijken; met een weinig water zijn ze gemakkelijk weg te wasschen.
DE KOORDDANSERS.
Wij weten, dat, als wij eene naald op een bord overeind zetten en daarboven een magneet houden op een bepaalden afstand, welke afhangt van de kracht van den magneet, wij de naald kunnen loslaten, zonder dat ze omvalt; dit verschijnsel is een gevolg van de magnetische aantrekking, welke op afstand werkt. Bovendien zal de naald voortdurend in eene trillende beweging zijn, waarvan we gebruik zullen maken om ons een stuk speelgoed te verschaffen, dat niet moeilijk te vervaardigen is.
Van een ouden wand-almanak maken we het voorstuk van een tooneeltje, met een rechthoekige opening in het midden; een tweede wand-almanak wordt het achterdoek, en beide worden verbonden door kurken, welke met spelden aan het karton worden vastgestoken.
Aan de achterzijde van het voorstuk, bovenaan in het midden, bevestigen wij een magneet, die natuurlijk voor de toeschouwers onzichtbaar is.
Onder den magneet spannen wij een ijzerdraad, om daarop eene gewone naainaald met de punt naar beneden te zetten. Door proefneming wordt de afstand tusschen magneet en ijzerdraad zoodanig geregeld, dat de naald, zonder door den magneet aangetrokken te worden, door de werking van dezen op den draad blijft overeind staan.
Nu knippen wij een poppetje van stevig papier, dat bijv. eene koorddanseres voorstelt op één voet, en zoo groot als de lengte der naald; deze wordt zoodanig met twee druppeltjes lak tegen het poppetje geplakt, dat de punt der naald samenvalt met de teenen van de danseres. Als ze nu onder een der beenen van den magneet op den draad geplaatst wordt, zal zo in evenwicht blijven, en daarbij zeer vermakelijke trillingen ten uitvoer brengen, die tamelijk goed gelijken op de bewegingen der koorddansers. Daar de magneet twee beenen heeft, kunt ge zeer goed twee poppetjes op den draad zetten.
Van een lucifer en twee strootjes kunt ge een klein trapèze maken ter vervanging van den ijzerdraad; als ge de dansers daarop gezet hebt, kunt ge ze laten schommelen, zonder dat ze vallen, daar de naald altijd op ongeveer denzelfden afstand van den magneet blijft.
HET GEËLECTRISEERDE PAPIER.
Wrijf bij droog weder een licht stuk papier met een borstel of met de hand; het zal weldra geëlectriseerd zijn, en aan uwe hand, uw gelaat of uw kiel blijven kleven, alsof ge het met stijfsel of lijm bestreken hadt.
Maak evenzoo een stuk stevig papier electrisch, bijv. eene briefkaart, en ge zult zien dat het papier, evenals lak, glas, zwavel of hars, lichte voorwerpjes (stukjes kurk, vlierpit, enz.) kan aantrekken.
Leg eene rotting horizontaal op de leuning van een stoel, en ge zijt in staat haar te laten vallen, zonder haar aan te raken, er op te blazen of aan den stoel te raken.
Het is voldoende de briefkaart goed bij het vuur te drogen, haar sterk op eene mouw te wrijven en bij een der uiteinden van de rotting te brengen; deze zal het geëlectriseerde papier volgen, als het ijzer den magneet, waardoor het evenwicht van de rotting verbroken wordt, en zij moet vallen.
In plaats van eene rotting, kunt ge een hengelriet of een raagbol op de leuning van den stoel laten balanceeren; door de grootere lengte van deze voorwerpen, welke evenzeer het geëlectriseerde papier volgen, zal de proef gemakkelijk zichtbaar zijn voor iedereen.
EEN LAMPEGLAS IN EENE ELECTRISEERMACHINE TE VERANDEREN.
Neem een lampeglas en plak er in het midden een ring van zilverpapier of van bladtin omheen. Plak ook eene smalle strook van dezelfde stof van een der uiteinden van het glas tot op omstreeks 1 cM. van den ring. Bind nu een zijden doek om een lampeschuier en wrijf daarmede flink het lampeglas van binnen, waarbij ge zorg moet dragen, het zilverpapier niet aan te raken. Als ge de proef in het donker verricht, zult ge tot uwe groote verbazing, telkens als ge den schuier uit het glas haalt, eene prachtige vonk tusschen de twee stukken zilverpapier of bladtin zien overspringen, waardoor bewezen wordt, dat het glas door wrijven electrisch geworden is.
Met deze zeer eenvoudige electriseermachine kunt ge de meeste proeven met electriciteit doen, welke men gewoonlijk in physische kabinetten verricht, o. a. de volgende: hang over den ring van bladtin een koper- of ijzerdraad, en bevestig aan het ondereinde daarvan een aantal strookjes dun papier, bijv. van blaadjes cigarettenpapier, welke gij overlangs in drieën gesneden hebt.
Wrijf nu het lampeglas weder van binnen, maar steek den schuier met den zijden doek nu van de andere zijde als bij de vorige proef in het glas, de ring van bladtin wordt geladen, de electriciteit deelt zich door middel van den draad aan de papierstrooken mede, en ge zult deze zich van elkaâr zien verwijderen.
Op deze wijze toont ge aan:
1o. dat slechte geleiders, zooals glas, door wrijving electrisch worden;
2o. dat goede geleiders (zilverpapier en metaaldraad) de electriciteit van een geëlectriseerd lichaam (het glas) naar een ander overbrengen (de papierstrooken);
3o. dat lichamen, met dezelfde electriciteit geladen, elkaâr afstooten.
Houd wel in het oog, dat vochtigheid de proeven met electriciteit doet mislukken: als ge den schuier, den zijden doek en het lampeglas goed bij het vuur gedroogd hebt, en met mooi, droog weer werkt, sta ik voor het welslagen der proeven in.
GRONDPROEF VAN HET ELECTRO-MAGNETISME.
In alle physische kabinetten herhaalt men met vrij kostbare werktuigen de beroemde proef van den Deenschen natuurkundige Oersted, waardoor aangetoond wordt, dat eene magneetnaald van haren evenwichtstoestand afwijkt, als men er een geleiddraad bijbrengt, waardoor een electrische stroom gaat. Deze proef is allerbelangrijkst, daar zij het uitgangspunt geweest is tot de uitvinding van de electrische telegraphie.
Ik zal u in de gelegenheid stellen, dezelfde proef te doen: de daartoe noodige toestellen kunt ge spoedig en zonder eenige kosten zelf maken.
Wij hebben noodig: een groot glas met water, een wijd champagne-glas of een kom half vol water, waarin een flinke handvol keukenzout is opgelost, een theelepeltje, eene vork, wat stukjes coke ter grootte van kersesteenen, eene naainaald, een magneetje en eindelijk eene strook zink van omstreeks 20 cM. lengte en 2 cM. breedte.
Wij beginnen met eene magneetnaald te maken (zie "Het goedkoope kompas" op bladz. 97), of gebruiken dezelfde naald, welke bij die proef reeds dienst deed; wij laten haar op het water in het groote glas drijven door haar met wat vet te besmeren, of wij steken haar op een stuk papier in den vorm van een dier of van een poppetje. Wij weten dat een der uiteinden van de naald zich nu terstond naar het Noorden zal richten.
Nu moeten wij den geleiddraad aanbrengen; gaat de galvanische stroom hier doorheen, dan wijkt de magneetnaald af. Dien geleiddraad vinden wij in het theelepeltje, dat wij op het glas leggen boven de magneetnaald en in dezelfde richting als deze heeft, als ze in rust is. Gij ziet, dat dit alles zeer eenvoudig is.
Ten slotte zullen wij het galvanisch element samenstellen. Wij beginnen met de stukjes coke in een lapje te doen en tot een pakje te binden, waarin wij den steel van de vork steken. In de zoutoplossing gedompeld, zal deze inrichting de positieve pool van het element uitmaken.
Wij zetten verder den zinkreep met het eene uiteinde eveneens in de zoutoplossing, zonder dat het zink en de coke elkaar aanraken, en verkrijgen zoo de negatieve pool.
Nu leggen wij de tanden der vork en het andere uiteinde van den zinkreep op de beide einden van het lepeltje, en terstond openbaart zich de aanwezigheid van den electrischen stroom door de afwijking van de naald. Zoodra de zinkreep uit de zoutoplossing genomen wordt, herneemt de naald haar vorigen stand.
Als het hoofd van het poppetje in de teekening naar het N. gericht is, en al de samenstellende deelen in dezelfde orde zijn geplaatst als op het plaatje, zal het poppetje met het hoofd naar links afwijken.
DE TANTALUSKWELLING.
Leg een keukenstoel op den grond, volgens de aanwijzing van bovenstaande teekening, zoodat, als de voorpooten op den grond rusten, de achterpooten en de rugleuning in hetzelfde horizontale vlak liggen.
Verzoek nu iemand op de sport der achterzijde te knielen, en met den mond een klontje suiker op te nemen, dat aan het uiteinde van de rugleuning ligt.
Oogenschijnlijk is dit zeer gemakkelijk, maar als de proefnemer niet zorgt, dat hij zoodanig nederhurkt, dat het zwaartepunt van zijn lichaam achter de zitting van den stoel blijft, zal de stoel stellig naar voren kantelen, en, als een andere Tantalus, zal hij het klontje zijn mond zien ontvluchten op hetzelfde oogenblik, dat hij dacht het te grijpen.
EENE LASTIGE MANIER OM EENE KAARS AAN TE STEKEN.