Napoleon

Chapter 49

Chapter 493,838 wordsPublic domain

Had hij, gebruik makende van de opgewondenheid der Parijsche bevolking, die luide riep om wapens, die zich bij al de toegangen naar de Champs Elysées letterlijk verdrong om hem te zien, die zijn verschijning telkens met een daverend Vive l'Empereur! begroette, die in hem nog altijd den drager van Frankrijks glorie zag, tot een forsche daad willen overgaan, dan zou het hem toen weinig moeite hebben gekost om, evenals in 1799, door een staatsgreep aan de zaak een einde te maken en de Kamer naar huis te jagen; maar van een burgeroorlog gruwde hij. Na eenige uren van besluiteloosheid legde hij zich bij de beslissing der Kamer neder. Hij voelde dat hij het spel had verloren; als een stoïcijn berustte hij in zijn lot.

Eenmaal zoover gekomen ging de Kamer nog een stap verder. Wel ontving ze Lucien, die namens den Keizer naar haar zitting was gegaan, vrij goed, doch Lacoste's; "Slechts één man staat er tusschen ons en den vrede; gaat hij heen, dan is deze verzekerd," teekende genoegzaam den geest, die velen bezielde. De Keizer moest heengaan!--"Als hij niet zelf abdiceert, zetten wij hem af!" klonk er zelfs van verschillende kanten.

Den 22en Juni, dus twee dagen na zijn terugkeer op het Elysée, werd in de Kamer een hartstochtelijk ondersteunde en met juichkreten begroette motie voorgesteld om hem tot de abdicatie te dwingen.--"Als hij niet binnen een uur heeft afstand gedaan, stel ik voor hem vervallen te verklaren," voegde Lafayette er zelfs bij.

Dit onbeschaamde ultimatum wekte 's Keizers verontwaardiging. Was het zoover gekomen! Hij sloeg een blik om zich heen, zijn ministers zwegen. Alleen Regnault verhief zijn stem om hem te bezweren toe te geven.

Een uur later was de president van de Kamer in 't bezit van de verklaring, dat hij afstand deed van den troon ten behoeve van zijn zoon, dien hij tevens als Napoleon II uitriep tot Keizer der Franschen.

Nauwelijks was dit nieuws te Parijs bekend, of het volk liep te hoop. Vooral in de voorstad Saint-Honoré was het gedrang ontzettend. Geruchten, dat de Kamers den Keizer aan den vijand wilden uitleveren, deden de ronde. Men wilde weten of dit waar was; men wilde hem zien. Ten slotte werd het misbaar zoo geweldig, dat hij zich verplicht achtte te voorschijn te komen.

Onbeschrijflijk was de uitbarsting van geestdrift, waarmede hij werd ontvangen. De lucht daverde van het gejuich. Aangrijpend, ontzagwekkend was die spontane betuiging van sympathie en genegenheid.

Fouché werd bang, dat Napoleon, ontwarende hoe innig de Parijsche bevolking nog aan hem was gehecht, zich eensklaps aan haar hoofd zou stellen, de dictatuur grijpen, de Kamers uiteenjagen en hem, de ziel van dit kabaal, opknoopen zou. Hij deed hem dus verzoeken Parijs te verlaten. Zijn tegenwoordigheid daar veroorzaakte een voortdurende gisting in de gemoederen en ontstemde de Kamers, beweerde hij.

Napoleon deed, wat hem werd verzocht. Het volk wilde hem echter niet laten vertrekken. In een rijtuig van generaal Bertrand, verdween Napoleon onopgemerkt door de poort der Champs-Elysées, terwijl meer dan tienduizend menschen in de faubourg St. Honoré stonden te wachten en te kijken naar de galakoets met zes paarden bespannen, die op Napoleon scheen te wachten, maar waarin Gourgaud, tot groote teleurstelling van de bevolking, alleen vertrok. De Keizer ging naar Malmaison, waar hij vol liefde en deelneming door Hortense werd ontvangen en waar ook zijn oude moeder hem spoedig kwam troosten. Veel illusies maakte de Keizer zich weldra niet meer, zelfs geloofde hij niet aan de mogelijkheid dat zijn zoon ooit Keizer van Frankrijk zou worden.

Alle hoop op beter tijden was echter nog niet bij hem verdwenen. Wie zal zeggen, wat er in zijn brein omging, als hij, voor zijn gansche omgeving een raadsel van kalmte en lijdzaamheid, rustig in een hoek van een kanapé een luchtig romannetje zat te lezen? Met den vurigen wensch van Fouché en zijn clique om hem zoo spoedig mogelijk uit Frankrijk te zien verdwijnen scheen hij onbekend.--Dat diezelfde Fouché echter nooit den moed zou hebben hem met geweld hiertoe te dwingen, wist hij; met de toebereidselen tot zijn vertrek maakte hij dus geen haast; generaal Becker, lid der Kamer was hem als Commissaris toegevoegd om toezicht op hem te houden.

Verbeidde de Keizer onder dit talmen het oogenblik, waarop in de gemoederen een omkeer, bij de partijen in de Kamer zelve een strooming te zijnen gunste komen zou?--'t Is niet onmogelijk. Vast staat, dat hij, de nadering der Pruisen vernemende, door generaal Becker aan het voorloopige bewind deed verzoeken hem als generaal zonder meer aan het hoofd der troepen te stellen. Dan zou hij den vijand te gemoet gaan, hem verslaan, Parijs bevrijden en, eenmaal zoover, in het ambtelooze leven terugkeeren.--Carnot was met dit voorstel wel ingenomen. Denkt Napoleon, dat wij zoo dom zullen zijn er op in te gaan? vroeg Fouché.

Door toedoen van dezen werd nu een besluit genomen om den Keizer zoo spoedig mogelijk van Malmaison te doen vertrekken naar Rochefort. Hier lagen reeds twee oorlogsschepen zeilklaar om hem over te voeren naar Amerika.--Dan was men hem kwijt, en kon hij geen spaak meer in 't wiel steken, dacht Fouché. Dat het in zijn bedoeling heeft gelegen Napoleon op reis op de een of andere manier uit den weg te doen ruimen, is nooit gebleken. Voldoende was 't hem, als de ander het grondgebied van Frankrijk verliet. De vroegere koningsmoorder had zich voorgenomen bij deze nieuwe omwenteling een eerste rol te spelen en Lodewijk XVIII te dwingen zich van zijn hulp en zijn tusschenkomst te bedienen. Hij had Talleyrand in 1814 tot model gekozen. Zijn toeleg is vrijwel gelukt. Zijn brief aan Wellington had vruchten gedragen. Deze had aanvankelijk niet kunnen gelooven, dat Napoleon afstand had gedaan van den troon. Die daad ging boven zijn begrip. Eenmaal hiervan zeker, aarzelde hij echter niet langer doch rukte, reeds door Blücher voorafgegaan, zonder de komst af te wachten van de Russen en Oostenrijkers, die nog bij Laon stonden, naar Parijs. Dat Frankrijk na 's Keizers abdicatie niet meer in staat was zich te verdedigen, meende hij stellig te weten. Dat er niet zou worden gevochten, wist hij door Fouché.

Den 1en Juli stonden de bondgenooten onder de muren van de hoofdstad. Hoewel Davoust er in geslaagd was een leger van 80.000 oude soldaten,--o. a. de 30.000 man van Grouchy--bij Parijs te verzamelen, hoewel Blücher en Wellington samen slechts 120.000 man hier tegenover konden stellen, de gedachte aan ernstigen weerstand door het voorloopige bewind dus volstrekt niet behoefde te worden losgelaten, ontving de hertog van Auerstadt last een capitulatie te sluiten.--Den 3en Juli kwam deze tot stand. Het leger zou teruggaan tot achter de Loire.--Den 8en Juli d. a. v. hield Lodewijk XVIII, vergezeld van Talleyrand en gesteund door de bajonetten der bondgenooten, zijn tweeden intocht binnen Parijs.

Fouché zegevierde. Hij was aan Lodewijk XVIII voorgesteld en bleef een korte poos de groote man.--Door hem belast met de portefeuille van politie, in die troebele dagen de gewichtigste, heeft hij van zijn listigen zet, die met verraad gelijk stond en zelfs door zijn aanhang aldus werd bestempeld, toch niet lang genoegen gehad. Enkele maanden later werd hij gedwongen zijn ontslag te nemen en vrijwillig in ballingschap te gaan. Tegelijkertijd werd ook Talleyrand, met een hooge waardigheid aan het hof bekleed, uit zijn staatsambt ontslagen en verplicht in het ambtelooze leven terug te treden.--Dit was de dank der royalisten voor 't geen die twee cynieke figuren voor hen hadden gedaan.

De ironie van het toeval had dus gewild, dat de niet koningsgezinden en de met een herstel der Bourbons in 't minst niet ingenomen republikeinen en imperialisten den eenigen man terugwezen, die, zelf een kind der omwenteling, bij machte zou zijn geweest Frankrijks eer hoog te houden en den vijand te weerstaan. Thans moesten zij dulden, dat de vreemdeling zich mengde in het inwendige bestuur van hun land. Dit alles geschiedde nog wel na een jarenlange periode van grootheid en roem, zooals Frankrijk die nooit had gekend, een periode, waarin het aan half Europa de wet voorschreef! Welk een les voor iedere natie, die haar zelfstandigheid wenscht te behouden!

Niet lang zou het duren of ook van al het goede door Napoleon tot stand gebracht, zou weinig meer dan de code zijn overgebleven.

Toen Napoleon den 29en Juni vernam, dat de Pruisische cavalerie de omstreken van Malmaison begon onveilig te maken en dat hij blootstond aan een overrompeling, gaf hij eindelijk gevolg aan de vertoogen zijner omgeving en vertrok naar Rochefort. Was hij in Blüchers handen gevallen, dan zou het niet onmogelijk zijn geweest, dat deze de wereld voor goed van hem had bevrijd. Deze bloeddorstige gezindheid van den ouden veldheer was zelfs oorzaak, dat Wellington hem schreef: "De persoon van Napoleon behoort zoomin aan u als aan mij; die behoort aan onze souvereinen. In naam van Europa zullen die over hem beschikken. Mochten zij een beul noodig hebben, dan zal ik hun verzoeken hiervoor een ander te kiezen dan mij. Met het oog op uw grooten naam raad ik u mijn voorbeeld hierin te volgen."

Na een reis van vijf dagen, door een landstreek, welker bewoners hem herhaaldelijk de levendigste bewijzen van genegenheid en van verslagenheid over zijn heengaan hadden gegeven, den 3en Juli te Rochefort gekomen, vond de Keizer hier de Saale en de Medusa zeilklaar liggen. Terstond had hij aan boord kunnen gaan en in zee steken; geen enkel Britsch oorlogsvaartuig was nog te zien; ongehinderd had hij den oceaan kunnen bereiken. Toch vertrok hij niet.--Den volgenden morgen was het te laat; toen vertoonde zich de Engelsche kruiser de "Bellerophon" voor de haven, en was de toegang tot de zee gesloten.

Allerlei voorstellen om onopgemerkt langs dezen bodem heen te komen werden hem nu gedaan. Kapitein Ponet van de Medusa stelde zelfs voor dezen reus met zijn vier en zeventig stukken bij nacht met zijn veel kleiner schip aan te grijpen, om den Keizer dan aan boord van de Saale te doen ontkomen. Jozef, die veel op zijn broeder geleek, wilde zich in zijn plaats laten gevangen nemen; een voor hen te Bordeaux gereed liggend vaartuig zou hem dan naar Amerika overvoeren.--Voor deze zelfopofferende voorstellen evenals voor verschillende andere bedankte de Keizer.

Een kostbare tijd ging op deze wijze verloren. Een vraag, aan den kapitein ter zee Maitland van de Bellerophon gedaan, of hij geen last had hem ongehinderd te laten vertrekken, werd ontkennend beantwoord met de opmerking er bij, dat, indien de Keizer naar Engeland mocht willen oversteken, hij, Maitland, machtiging had zijn bodem hiervoor beschikbaar te stellen. De ontvangst ginds zou dan zeker wezen overeenkomstig zijn rang en stand.

Nog steeds bleef de Keizer, die zich inmiddels aan boord van de Saale had begeven en den 12en op het eiland Aix aan wal was gestapt, besluiteloos. Eindelijk, den 14en Juli, schreef hij aan den prins-regent van Engeland:

"Koninklijke Hoogheid, het doelwit van de partijen, die mijn land verdeelen, en van de vijandschap der grootste machten van Europa, ik heb mijn staatkundige loopbaan gesloten; als Themistocles kom ik nederzitten aan den haard der Britsche natie. Ik stel mij onder de bescherming van haar wetten. Ik roep die in van uw Koninklijke Hoogheid, als de machtigste, de standvastigste en de edelmoedigste mijner vijanden."

Met dit schrijven moest generaal Gourgaud zich naar Londen naar den Regent begeven. Graaf de las Cases zou kapitein Maitland tevens meedeelen, dat de Keizer plan had den volgenden morgen bij dezen aan boord te komen.

De generaal vertrok met het Engelsche korvet de Slaney. De Keizer ging den 15en aan boord van de Bellerophon. Generaal Becker was vooraf weggezonden. "Men moest niet kunnen meenen, dat een Franschman hem aan zijn vijanden was komen overleveren," zei Napoleon.

"Ik kom mij stellen onder de bescherming der wetten van Engeland," zeide hij, toen hij den voet zette op het dek van den kruiser en door Maitland eerbiedig werd welkom geheeten.

Door tegenwind opgehouden, ankerde men eerst den 24en op de reede van Torbay. Half Engeland liep uit om hem te zien. Hij glimlachte bij 't aanschouwen van dit huldebetoon, hem door duizenden in roei- en zeilbooten gebracht,--bij de woelige zee een gevaarlijk werk, dat zelfs menschenlevens kostte--maar weldra verdween die glimlach, want Gourgaud kwam onverrichterzake uit Londen terug. De Regent had hem niet willen ontvangen.

Den 30en Juli volgde een ministerieele nota, behelzende, dat het eiland St. Helena in den Zuid-Atlantischen Oceaan den Keizer als generaal Bonaparte tot toekomstig verblijf was aangewezen.

Zelfs in de keuze der personen, die hem derwaarts zouden vergezellen, werd hij niet geheel vrijgelaten. Hoewel velen, waaronder Savary en graaf Lobau, zich aanboden om de ballingschap met hem te deelen, ontvingen alleen de generaals Bertrand en Gourgaud, die reeds jaren lang tot zijn omgeving behoorden, voorts graaf de Montholon en graaf de Las Cases benevens eenige bedienden hiertoe verlof. Oostenrijk, Rusland en Frankrijk zouden ieder een commissaris aanwijzen om te zorgen, dat hij niet ontvluchtte. [38] Eindelijk zouden de Keizer en zijn gevolg worden ontwapend, hun koffers en verder eigendom doorzocht en alle voorwerpen van waarde, die bij een ontvluchting konden dienst doen, hem afgenomen worden. [39] De Northumberland zou hem naar zijn bestemming brengen.

In waardige taal protesteerde Napoleon tegen deze bejegening. Gevangen genomen had men hem niet. Uit eigen beweging had hij zich aan boord van een Engelsch oorlogsschip begeven en Engelands gastvrijheid ingeroepen; dus had men het recht niet hem te behandelen als een gevangene. "Men veinst de vriendschapshand toe te steken en wanneer die in goed vertrouwen wordt aanvaard door den vijand, offert men hem op," alzoo de Keizer in een zijner protesten.

Dat zijn protesten hem niets zouden baten, was te voorzien. Van een natie, wier minister-president, lord Liverpool, aan den secretaris van Buitenlandsche zaken, lord Castlereagh, had geschreven, dat de beste oplossing van den toestand zou wezen, indien de koning van Frankrijk hem als een oproermaker deed doodschieten, was geen genade te wachten. Alleen de krachtige oppositie van den Hertog van Sussex behoedde Engeland voor de schanddaad hem aan Lodewijk XVIII uit te leveren, maar het besluit om hem als gevangene naar St. Helena te brengen kon niet worden voorkomen. Engeland was bereid de bewaking van den gevallen vijand op zich te nemen.

Een groot deel der Engelsche natie was het eens met de Engelsche regeering. Twintig jaar lang had zij tegen den Keizer gestreden en was zij zoo goed als al dien tijd van de gemeenschap met het vasteland afgesneden gebleven. Het jongere geslacht zag in hem volstrekt geen grootsche figuur, slechts een vijand van het menschdom.

Albion heeft Napoleon niet aan Frankrijk uitgeleverd om met hem kort recht te maken evenals later met Ney en de Labédoyère; maar wraak genomen heeft het wel, wraak op een wijze, die zelfs thans nog een ieder weldenkend en niet door blinden haat vervoerd mensch, met afkeer en walging vervult, die door alle eeuwen heen een schandvlek zal blijven op Albions historiebladen.

Hoe is Napoleons houding tegenover deze bejegening geweest? Waardig en fier tot het einde toe, zooals dit van een gevallen monarch als hij kon worden verwacht. Toen Hudson Lowe, zijn cipier, hem op zekeren dag dreigde met inhouding zijner levensbehoeften, wees hij naar het Engelsche legerkamp in de nabijheid. "Ziet u dat kamp? Daar liggen soldaten. Ik zal ze gaan opzoeken. "De oudste soldaat van Europa komt u verzoeken om een plaatsje aan uw tafel" zal ik zeggen. Dan ga ik eten bij hen. Met beschaamde kaken droop de ander af.

Niet alleen 's Keizers aanhangers koesteren eerbied voor de wijze waarop hij zich tegenover zijn cipiers gedroeg. Bij het overlijden van prins Bismarck schreef de Times, het groote Engelsche dagblad, dat zeker niet van Napoleontische neigingen zal worden verdacht in haar nommer van 31 Augustus 1898 o.a. "In meer dan één opzicht geleek Bismarck op Napoleon, maar diens zielegrootheid, welke de rampen des levens met waardigheid doet dragen, bezat hij niet."

In den namiddag van den 7en Augustus ging Napoleon met hen, die zijn gevangenschap zouden deelen op de Northumberland, in allerijl voor haar nieuwe bestemming in gereedheid gebracht, over. De overigen, die naar Malta gevoerd zouden worden, bleven op de Bellerophon. Het afscheid was hartroerend. Mannen, die in honderd veldslagen de kogels om de ooren hadden hooren fluiten, snikten als kinderen. "Au revoir, Sire, au revoir!" fluisterden zij met een door tranen verstikte stem. Napoleon, die zijn zelfbeheersching volkomen behield, antwoordde slechts met een weemoedigen glimlach.

Den 9en Augustus werd het anker gelicht en ging men onder zeil. "Daags na het vertrek kreeg men, bij het optrekken van den mist, eensklaps de kust van Bretagne in 't zicht. "Frankrijk! Frankrijk!" klonk het uit honderden monden. De Keizer wandelde op dat oogenblik op het dek. De armen over de borst gekruist, staarde hij met strakken blik op de schoone kust. Een doodelijke bleekheid overtoog zijn gelaat en zijn oogen vulden zich met tranen. "Adieu, terre des braves je te salue! Adieu, France, adieu!" fluisterde hij. De ontroering der Franschen deelde zich zelfs aan de Engelschen mede.

Allen ontblootten het hoofd.

Den 16en October, dus na een reis van negen en zestig dagen wierp de Northumberland het anker uit op de reede van Jamestown en den volgenden dag, 't was de verjaardag van den slag bij Leipzig, betrad Napoleon den bodem van St. Helena.

HOOFDSTUK XXX.

St. Helena.

........................................ Des rochers nus, des bois affreux, l'ennui, l'espace Des voiles s'enfuyant comme l'espoir qui passe, Toujours le bruit des flots, toujours le bruit des vents! Adieu tente de pourpre aux panaches mouvants! Plus de tambours battant aux champs, plus de couronne, Plus de rois prosternés dans l'ombre avec terreur, Plus de manteau trainant sureux, plus d'empereur!... Sur les escarpements, roulant en noirs décombres, Il marchait seul, rêveur, captif des vaques sombres, Les aigles, qui passaient, ne le connaissaient pas.

Victor Hugo.

Een afgelegener, ongenaakbaarder, armer, ongezelliger en duurder oord bestaat er op den ganschen aardbol niet. Schrikwekkend is zijn uiterlijk. Toen ik het in den morgen van den 17en October voor de eerste maal voor mij zag, kromp mijn hart ineen. St. Helena ligt 2000 mijlen van Europa, 1200 van de Kaap de Goede Hoop, is van vulkanischen oorsprong, heeft een laag afgekoelde lava tot bodem en wordt in verschillende richtingen door diepe kloven doorsneden. Alleen daar, waar de hand van den mensch tuinaarde heeft aangebracht, zijn sporen van plantengroei. Allerwege dalen lavamuren van het bovenste bergvlak, waarop Longwood ligt, loodrecht af naar de zee. Overal grijnzen kanonnen uit de zwarte rotsmassa u tegen. Een muur en een poortgewelf sluiten de stad Jamestown af van de zee. In 1815 telde het eiland slechts 500 blanken, verder eenige honderden Chineezen en Lascaren. Het garnizoen bestond uit twee regimenten infanterie, een escadron dragonders, een compagnie artillerie en eenige genisten. De vloot telde elf goed bemande schepen.--'t Was er ongezond. Geen inboorling bereikte er ooit den leeftijd van zestig jaar. Dysenterie en leveraandoeningen heerschten er zes maanden van 't jaar nog heviger dan in Indië."--Zoo oordeelde de Montholon; Montchenu, de Fransche regeeringscommissaris, eveneens.

Geen tien maanden na zijn komst begon Napoleon, wiens gezondheid toch reeds veel had geleden, de gevolgen van een verblijf in dit moordende klimaat met zijn beurtelings verzengende hitte en scherpe winden reeds te gevoelen. Zware hoofdpijnen, ontsteking van het tandvleesch en een bijna onafgebroken gewaarwording van matheid en algemeene verzwakking openbaarden zich.

Nauwelijks had de Northumberland op de reede van Jamestown het anker laten vallen, of de commandant van dezen bodem, admiraal Cockburn, die met bewaking zou belast blijven, tot een militaire gouverneur op het eiland was aangewezen, begon naar een gepast verblijf voor zijn gevangene te zoeken. Wel wat ruw, kortaf en prikkelbaar, een Engelschman van top tot teen, doch overigens goedhartig van aard, had hij dezen het langdurige verblijf aan boord zoo draaglijk mogelijk trachten te maken. Zelfs had hij den Keizer, die op hooger last door de equipage niet anders dan met "Generaal" mocht worden aangesproken en die ook als een generaal op non-activiteit moest worden behandeld, deze grief bespaard, hem steeds Excellentie genoemd en hem de eereplaats aan tafel afgestaan.

Nog dienzelfden dag verliet de Keizer het fregat en betrok met zijn gevolg voorloopig appartementen bij zekeren Portens, een logementhouder te Jamestown. Had hij Maitland en admiraal Keith door zijn optreden in een oogwenk ingepakt, niet minder had hij de equipage van de Northumberland voor zich weten te winnen. De matrozen zagen hem met leedwezen vertrekken. "Dat hij een kranige kerel was, die zijn hard lot niet verdiende," was aller meening.

Welk een steeds dreigend gevaar zou de aanwezigheid in Engeland van een man, die zulk een machtige bekoring van zich wist te doen uitgaan, voor dit land zelf en voor Frankrijk zijn geweest! Lord Keith had na de kennismaking immers gezegd, dat "als die verd..... vent een onderhoud met den prins-regent had kunnen krijgen, die twee binnen een half uur de beste maatjes van de wereld zouden geweest zijn!"

Voor een zoo gevaarlijk persoon was natuurlijk alleen St. Helena een geschikt verblijf! De vraag bleef alleen maar, hoe hem onder dak te brengen. Aan een woning te Jamestown zelf kon niet worden gedacht; daar buiten was zeer weinig keuze. In een koele, schaduwrijke vallei stond wel een aardig kasteel, Plantation House, dat als verblijf voor Napoleon uitnemend geschikt zou zijn geweest, maar dit was bestemd voor den nieuwen gouverneur. Het huisje door den admiraal uitgekozen, was echter zóó klein, en lag zóó geheel bloot voor de oogen van het publiek, dat Napoleon om een ander verblijf verzocht. Op een der zuidelijke bergvlakten, dat van Longwood, stond een pachthoeve van de Engelsch-Oost-Indische compagnie, verwaarloosd, vervallen slechts ten deele bewoonbaar en tijdelijk aan een officier van het Engelsche leger in gebruik gegeven. De admiraal bracht hem er heen en vroeg hem, wat hij dacht van deze woning. De Keizer nam er genoegen mee. Zoolang de noodige verbeteringen niet waren aangebracht, zou hij verblijf houden in een klein paviljoen, the Briars, het eigendom van een handelsagent, den heer Balcombe, die zijn huis had in de nabijheid.

Wel was de Keizer nu verplicht een tijdlang in één en hetzelfde vertrek te werken, te eten en te slapen; wel moesten zijn bedienden logeeren in een tent, "maar hij had het recht niet bezwaren in te brengen," zei hij. "Zijn waardigheid gebood hem te zwijgen."

Zijn omgeving zweeg echter niet; die klaagde luide en won hiermede, dat het verblijf te Jamestown haar wat aangenamer werd gemaakt.

Wat Napoleon terstond geducht hinderde was het zien van de reeks schildwachten om the Briars, die letten op al zijn bewegingen, en des nachts in een engen kring om zijn verblijf stonden.--Men scheen in Engeland wel zeer bang voor hem, dat men zulk een scherpe bewaking op dat toch reeds schier ongenaakbare eiland noodig vond!

Gedwongen bezigheid te zoeken, zette hij den arbeid voort aan zijn Gedenkschriften door las Cases onder zijn dictée reeds aan boord begonnen. Ook vond hij eenige afleiding in het bijzijn der twee dochtertjes van zijn gastheer, die hem vaak kwamen bezoeken, doch door zijn omgeving nog al "onhebbelijk" werden gevonden.