Chapter 48
Vóór de stelling, die voor de uitwerking van artillerie zeer gunstig was gelegen en ook bij een terugtocht voldoende voordeelen aanbood, lagen onder het werkzame artillerievuur: vóór den rechtervleugel het hechte kasteel van Hougomont, door bosch en zware heggen omgeven en in den nacht van den 18en in geduchten staat van tegenweer gebracht; voor het midden de soliede pachthoeve La Haye Sainte aan den straatweg naar Charleroi, eveneens door dichte heggen en aan de wegzijde door een hoogen muur afgesloten; voor den uitersten linkervleugel, het zwakste punt, het kasteel Frichermont, het gehucht Smohain en de boerenwoningen la Haye en Papelotte. Ook hier maakten diep ingesneden holle wegen het naderen zelfs voor infanterie bezwaarlijk. Door gebrek aan pioniermateriaal waren alleen bij la Haye Sainte en langs den zuidrand van het Soniënbosch uitgestrekte versperringen aangebracht.
Nog altoos beducht voor zijn achterwaartsche verbindingen en voor een omtrekking langs zijn rechtervleugel, had Wellington prins Frederik der Nederlanden, toen achttien jaar oud, met 15000 man gedetacheerd naar Hal, met den uitdrukkelijken last zich daar staande te houden en Brussel te dekken. Die macht is daar, onverklaarbaar genoeg, den ganschen dag van den 18en werkeloos blijven staan.
Den nacht van den 17en op den 18en Juni was het hondenweer. Het regende, dat het goot. Niettemin toog Napoleon, alleen door Bertrand vergezeld, om één uur te voet den donkeren weg op, om te weten te komen of Wellington in zijn stellingen was gebleven. Het zien van een reusachtig aantal wachtvuren bij Mont Saint Jean stelde hem gerust. Even daarna ontving hij van Grouchy rapport, dat deze nog niet nauwkeurig wist of Blücher naar Wavre dan wel naar Namen was afgetrokken. Toen hij den 18en 's morgens het stellige bericht ontving, dat een sterke afdeeling Pruisen dien morgen naar eerstgenoemd stadje was gemarcheerd, zond hij Grouchy bevel eveneens derwaarts te gaan. De gedachte, dat Blücher hem met zijn gansche macht op 't lijf zou vallen, zooals deze aan Wellington beloofd had, kwam zelfs niet bij hem op. Al zijn aandacht was gevestigd op de Engelschen.
Om acht uur steeg hij te paard, overtuigde zich nogmaals met zichtbaar welgevallen, dat de vijand nog aanwezig was, en gaf zijn gevechtsbevel uit. Om elf uur zouden de troepen hun stellingen innemen, niet vroeger, want volgens Drouots verzekering zou het door den gevallen regen onmogelijk wezen met artillerie of cavalerie in die terreinen te ageeren, vóórdat de zon den zwaren kleigrond een weinig had doen opdrogen. Het dal, dat de legers scheidde, geleek hier en daar op een moeras.
Omstreeks één uur, als de Keizer Ney hiertoe het bevel gaf, zou de strijd beginnen met de vermeestering van het dorp Mont Saint Jean. Om dit hoofddoel te maskeeren zou tegelijkertijd door de divisiën van Reille en Jérome een krachtige aanval worden gedaan op Hougomont. Tevens moest de hoeve la Hay Sainte genomen en ook opgetreden worden tegenover Frichermont.
Een batterij van 64 stukken zou op den rechtervleugel d'Erlon en Ney bij hun aanval op la Haye Sainte ondersteunen.
Met de garde achter zich nam hij omstreeks twaalf uur, toen het eerste schot viel, plaats op de hoogte van Rossomme. Reeds een paar uur te voren had hij Grouchy van zijn voornemen om Wellington aan te grijpen per brief kennis gegeven en hem bevolen over Wavre dichter bij hem aan te sluiten en vaak bericht te zenden.
Toen hij omstreeks één uur bij Chapelle Saint Lambert, in de richting van Wavre dus, door den kijker troepenbewegingen meende te ontwaren en door een gevangen genomen Pruisischen huzaar vernam, dat ginds het korps van Bülow marcheerde, dat niet aan het gevecht bij Ligny had deelgenomen, zond hij Grouchy wederom hiervan kennis met den uitdrukkelijken last elke vijandelijke afdeeling, welke zijn rechtervleugel mocht bedreigen, aan te vallen en te vernietigen.--Niet één dier bevelen bereikte Grouchy, omdat Soult, de chef van den staf, verzuimd had dezelfde order door twee of drie ordonnansen tegelijk te doen overbrengen.
Later nog (half drie) ontving graaf Lobau bevel met zijn korps, 10.000 man, rechts naast hem tegenover dezen nieuwen vijand een flankstelling in te nemen. Ten zuidwesten van Frichermont ter hoogte van Plancenoit bezette Lobau dus het terrein en zond cavalerie in den oostelijken rand van het bosch van Frichermont.
Inmiddels was Hougomont, zonder voldoende inleiding met geschutvuur door Reille aangegrepen, en was in het zeer boschrijke, geaccidenteerde terrein, zonder dat het tot een beslissing kwam, een hardnekkig gevecht ontstaan met de Nassauers, Brunswijkers en Engelsche gardes aldaar.
Middelerwijl was Ney overgegaan tot een aanval op Mont Saint Jean, niet in de gewone formatie: één bataljon gedeployeerd om te vuren en op elken vleugel een gesloten bataljon om de cavalerie af te weren, doch in een nieuwe. De acht bataljons van iedere divisie waren nu gedeployeerd en met vijf pas onderlinge tusschenruimte achter elkander geschaard; zij vormden zoodoende een dichte drom, die niet eens de carréformatie kon aannemen. Vier van die dichte, diepe colonnes, met Ney te paard voorop, vier andere met d'Erlon aan de spits begonnen door het zware terrein het met artillerie bekroonde plateau van Mont Saint Jean thans te naderen.
Om la Haye Sainte, zijn heggen en een nabijgelegen zandgroeve ontspint zich dan een woedend gevecht. De hoeve wordt ten deele vermeesterd; reeds beginnen de voorste Fransche afdeelingen het plateau te bestijgen, en schijnt de zege haar deel te zullen worden, als de cavalerie van Ponsonby, 1400 Grijze Schotten, aldus genoemd naar de kleur hunner paarden, op de diepe, logge colonnes instormen, ze terugslaan in het moerassige, lage dal, twee vaandels en twee batterijen veroveren, maar dan door de kurassiers van Milhaud, die Napoleon heeft afgezonden, zoo geducht worden afgeklopt, dat Ponsonby zelf sneuvelt en de Schotten met verlies van twee derden hunner sterkte achter de infanterie van Kempt een goed heenkomen moeten zoeken.
Wel was een deel van la Haye Sainte thans in handen der Franschen gekomen, maar de aanval, waarvan Napoleon, die zelf naar de pachthoeve was gereden, zich zooveel had voorgesteld, was mislukt. De majoor Baring en zijn Nassauers hadden hun stellingen behouden.--De aanval moest dus later herhaald worden.
Ook het zwaarste werk, de verovering van het plateau zelf, moest nog geschieden; en op den rand hiervan stond nog de Engelsche artillerie, zestig vuurmonden, dicht achter haar de Engelsche infanterie op twee en drie liniën in carré geschaard, daarachter de cavalerie, het geheel onder den Prins van Oranje, die het centrum commandeerde.
Die schijnbaar onverdedigde vuurmonden trokken Ney aan als de magneet het ijzer. Waren die genomen, dan was de zege behaald, redeneerde hij in zijn drift. Bij herhaling deed hij dus een verzoek om infanterie; doch Napoleon, die zijn plaats bij Rossomme had verlaten om zich naar het terrein te begeven, waarop de aanval van de Pruisen onder Bülow zich aanhoudend krachtiger begon te teekenen, wilde eerst met deze hebben afgerekend, voordat hij tot den slotaanval op Wellington overging. Acht bataljons der Jonge Garde hadden reeds last ontvangen rechts naast Lobau positie te nemen, vier en twintig vuurmonden om de aanrukkende Pruisen met schroot te overstelpen.
Ney kreeg dus geen infanterie doch alleen de kurassiers van Milhaud tot zijn beschikking. Zij namen, acht regimenten sterk, stelling in de ruimte tusschen Hougomont en la Haye Sainte; achter hen de lichte cavalerie van de garde onder Lefebvre-Desnouettes. Uit Milhauds: "Ik ga attaqueeren. Ondersteun mij!" hem onder 't voorbijrijden toegevoegd, had deze begrepen, dat Ney handelde op 's Keizers last.
Reeds was het vier uur geworden. Op niet één punt van het slagveld was door de Franschen nog eenig groot, blijvend succes behaald.
De ontwikkeling van bovengenoemde ruitermassa ziende, had Wellington terstond tegenmaatregelen genomen. De divisie van den Hollandschen generaal Chassé, die aanvankelijk bij Braine l'Alleud in reserve had gestaan, had last ontvangen zijn rechtervleugel te komen versterken; de Brunswijkers alsmede de brigades Mitchell en Lambert waren naar 't centrum gedirigeerd; ook een deel der bij la Haye en Papelotte staande troepen, waar het gevecht niet zoo scherp werd gevoerd, waren dichter hierbij aangetrokken. Reeds waren de verliezen in zijn voorste linie groot. Vooral de brigade van Bylandt, die, onoordeelkundig genoeg, op den linkervleugel aanvankelijk ten zuiden van den hollen weg van Ohain had gestaan, dus met deze hindernis in den rug, had veel geleden.
't Liep naar vijf uur.
Nog altoos was Hougomont in 't bezit der Engelschen; alleen la Haye Sainte was eindelijk door de Fransche brigade Quiot genomen. Met 42 van de 400 Nassauers, die de hoeve hadden verdedigd, was de heldhaftige majoor Baring, toen al de munitie was verschoten, gedwongen geworden zijn stelling te verlaten. Een tegenaanval, door den prins van Oranje bevolen, was door de kurassiers van Milhaud afgeslagen.
Staande op het plateau voelde Wellington, dat het kritieke moment naderde. Ginds voor hem in de laagte tusschen la Haye Sainte en Hougomont had Ney zijn cavalerie, bijna 5000 ruiters, kurassiers en lanciers verzameld. Schier oogverblindend weerkaatste de zon haar stralen op al die helmen, kurassen en lanspunten. Nog enkele minuten, en als een orkaan zou die ruitermassa zich storten op zijn carré's, die, als de ruiten op een schaakbord, in twee liniën op vier gelederen geschaard en ieder ongeveer twee bataljons sterk, achter een lange lijn van vuurmonden den aanval wachtten. De prins van Oranje, de ziel der verdediging van het centrum, een voorbeeld van kalmte en moed, een waardige zoon van zijn dappere voorzaten, reed rustig tusschen de carré's rond en wekte met een enkel vriendelijk soldatenwoord zijn krijgers op tot onbezweken volharden.
Daar klinken in de verte cavaleriesignalen! De escadrons komen in beweging. Niet langs den straatweg van Charleroi,--deze is door de lijken van mannen en paarden versperd en onbruikbaar geworden--niet rechts daarvan, want daar ligt de diepe, holle weg van Ohain eveneens reeds vol doode paarden en kurassiers, die bij een vorige charge hals over kop in de diepte zijn gestort--ten westen er van zal worden gechargeerd op de Engelsche artillerie, die onafgebroken vuurt. Daar is de helling van het plateau ook minder steil.
De taaie klei maakt snelle gangen echter onmogelijk. Op de helling glijden heel wat paarden terug, maar tenslotte is de vlakte toch bereikt. Vier regimenten kurassiers formeeren de eerste linie.--Galop! schalt de trompet. Chargeert! en nu gaat het los op de Engelsche kanonnen, waarvan de artilleristen zich ijlings bergen binnen de carré's; dan op de divisie Alten, die reeds zooveel heeft geleden en nu bijna totaal onder den voet wordt gereden of neergestoken. De garde te paard van Sommerset, de brave Hollandsche karabiniers van Trip doen wel een tegenaanval, maar nu werpt Ney, als altoos een oorlogsgod gelijk, met verscheurde, bebloede uniform doch zelf ongedeerd Lefebvre-Desnouettes met zijn lansiers en jagers op hem.
Op de hoogvlakte ontstaat een ontzettend handgemeen. Pallas en lans, bajonet en sabel brengen wonden en dood. Nog gruwelijker, nog meedoogenloozer wordt de worsteling, als ook de zware cavalerie der garde met haar vijfduizend paarden aanrijdt en zich in den chaos stort.--Napoleon heeft den aanval van Ney uit de verte gezien. Hoewel deze veel te vroeg is ondernomen, wel een uur te vroeg, heeft hij begrepen, dat, nu de zaken eenmaal zulk een richting hebben genomen, Ney niet in den steek kan worden gelaten. Hij heeft Kellerman dus last gegeven dezen te ondersteunen.
Ruim een uur lang duurt de worsteling op het plateau; verscheiden carré's zijn dan uiteengeslagen; andere staan nog als muren. Tot de achterste linie der Engelschen dringen de Fransche ruiters ten slotte door. Bij den trein ontstaat een paniek. In wilde vaart slaat daar alles op de vlucht, den weg op naar Brussel. Reeds voelt Wellington dat de slag zal zijn verloren.
Maar nu zijn de krachten van man en paard ook bij de Franschen uitgeput. Infanterie is er niet om het behaalde succes der ruiterij te voltooien. Zijn laatste reserve, de oude garde, 5000 man, wil Napoleon niet uit de hand geven, want reeds is de jonge garde in scherp gevecht gewikkeld met Blücher, die de Lasne-beek ongehinderd heeft kunnen overschrijden, die, bij Bülow gekomen, dezen bevolen heeft krachtig aan te grijpen met zijn gansche macht, en die nu als een onweerswolk uit het oosten komt opzetten, terwijl van Grouchy, die Blücher toch vervolgen en met zijn Keizer steeds voeling houden zou, geen spoor is te ontdekken.
De cavalerie, niet meer gevechtsvaardig, totaal uitgeput, moet dus terug. Ney's onbesuisde, onverantwoordelijke daad heeft geen blijvend succes gehad. Thans rennen de Engelsche artilleristen uit de carré's van hun zoo dapper staan gebleven zusterwapen terug naar hun stukken, laden ijlings met kartetsen en jagen de langzaam wijkende escadrons het moordende lood in den rug.
't Is zeven uur.--Bij Smohain, Frichermont en Plancenoit wordt woedend gevochten. Eerst wanneer hier een deel der oude garde te hulp is geschoten, blijft het laatste dorp in handen der Franschen; doch reeds overstroomen massa's Pruisische tirailleurs het terrein; reeds komt de reserve-cavalerie van het 1e Pruisische korps den linkervleugel der Engelschen bij Smohain de hand reiken. Pruisische granaten vallen in massa op Plancenoit.
Thans besluit de Keizer zijn laatste tien bataljons oude garde op de zwaar vermoeide, sterk gedunde gelederen van Wellington te werpen en dus de beslissing te brengen. Vier bataljons zullen tusschen la Belle Alliance en la Haye Sainte als reserve blijven staan; met de zes andere zal Ney, wien op dezen Zondag reeds vier paarden onder het lijf zijn doodgeschoten, ten aanval gaan.
Daar komen ze, de ijzeren mannen, de berenmuts op 't hoofd, 't geweer in den arm, gesloten en gericht als op het exercitieveld, in zes afzonderlijke aanvalscolonnes, de hoogte op. De vanen wapperen in den avondwind; de tamboers slaan. De aanval geldt de zeer gedunde Brunswijksche en Nassausche bataljons der voorste linie.--"Velt 't geweer!"--Vive l' Empereur! schalt het nog eenmaal dreunend en dreigend als een laatste vaarwel uit drie duizend kelen boven het slaggewoel uit.
De prins van Oranje heeft het dreigende gevaar gezien; hij rent geheel alleen naar de voorste linie der Nassauers. Daar wordt zijn paard doodelijk gewond, hij zelf door een kogel in den linkerschouder getroffen. Reeds staat hij op 't punt door een troepje kurassiers te worden gevangen genomen, als eenige Hollandsche karabiniers hem gewaar worden, de kurassiers verjagen, hem op 't paard helpen van de Constant Rebecque, een zijner ijlings toegeschoten stafofficieren, en hem achteruit brengen. Eerst in een paardendeken, later op een matras, die gelegd is op een uitgehaakte huisdeur, wordt hij naar Waterloo vervoerd.
Krachtig aangegrepen door de garde-brigade Maitland, die achter het hooge koren heeft verscholen gelegen doch nu eensklaps oprijst en ze met doodende salvo's begroet, dan door de jonge Hollandsche soldaten van Chassé, bijgenaamd Generaal-bajonet, eindelijk door de artillerie heftig onder vuur genomen, hun verliezen voortdurend ziende vermeerderen, deployeeren de gardebataljons. Zij willen dit vuur beantwoorden doch berooven zich hierdoor van den steun van de twee gardebatterijen, die hen zijn gevolgd. Wel langzaam en in carré geformeerd, maar toch zonder genade moeten zij ten slotte terug voor den thans over de gansche Engelsche slaglinie met al wat nog adem heeft ondernomen tegenaanval.
Tot achter la Belle Alliance worden de bataljons teruggedrongen. Hier slaagt Ney er in ze in twee carré's te formeeren. Hulp kan hem niet meer worden verleend, want Napoleon heeft ook zijn vier laatste bataljons doen front maken tegen de steeds onstuimiger wordende aanvallen der Pruisen.--Nu gaat ook La Haye Sainte, het met zooveel bloed gekochte bosch van Hougomont, eindelijk zelfs Plancenoit verloren; en als het aanvankelijk bleeke, later zeer heldere maanlicht zijn stralen over het slagveld begint te werpen, is het Fransche leger in vollen aftocht langs den straatweg naar Charleroi, heeft de zwaargewonde generaal Cambronne binnen een der ineenzinkende laatste carré's der garde den vijand zijn brutaal Merde! toegesnauwd, en heeft generaal Michel den vijand, die hem aanmaant zich over te geven, zijn fier: "De garde geeft zich niet over; ze sterft," doen hooren.
Tevergeefs heeft de Keizer met Jérome, die gekwetst is, en enkele opperofficieren in een carré den dood gezocht; eindelijk is hij gezwicht voor hun smeekgebeden en is ook hij, door den stroom van vluchtelingen medegesleurd, den aftocht begonnen. Om half een in den nacht doodmoe te Genappes gekomen en hier in zijn reiskoets willende plaats nemen, wordt hem dit door de vervolgende Pruisische huzaren belet. Al zijn papieren en kostbaarheden in den steek latende, een tijdlang zelfs blootshoofds en ongewapend, moet hij weder ijlings te paard stijgen en dwars door het land heen verder vluchten.
Scherp nagezet door de huzaren, die met hun dreigend: Kaput Fransosen! den schrik en de ontsteltenis nog verhoogen en menigen soldaat en officier tot zelfmoord brengen, stormen de Franschen, waarvan velen het geweer hebben weggeworpen, als weerlooze, in 't nauw gedreven dieren onafgebroken voort naar Charleroi. Tevergeefs pogen graaf Lobau en de generaals van de garde Petit en Pelet hen tegen tien uur bij Quatre-Bras tot staan te brengen. Slechts enkele artilleristen gehoorzamen; zij jagen een hagelbui van kartetskogels in de voorste escadrons des vijands, doch zetten den aftocht dan weder voort en geven de naar wraak dorstende Pruisen opnieuw gelegenheid op de weerloozen in te houwen. Eerst laat in den nacht wordt de vervolging gestaakt. Dan kunnen de paarden niet meer.
Tusschen le Caillou en la Belle Alliance hadden Blücher en Wellington elkander bij toeval ontmoet en elkander met de behaalde overwinning gelukgewenscht.
De meeste schrijvers over Waterloo geven vooral Grouchy de schuld van de nederlaag. Was hij tijdig naar zijn Keizer op marsch gegaan, dan zou volgens enkelen alles gered zijn geworden, al beweert daartegenover o. a. Charras, dat het aan den afloop niets zou veranderd hebben en misschien was ook dit korps in de vlucht meegenomen, terwijl het nu in goede orde kon terugtrekken.
Juist in den laatsten tijd is het oordeel over dezen Franschen bevelhebber niet meer zoo hard als vroeger en al erkent men, dat hij te laat op marsch is gegaan, de richting waarin hij aanvankelijk ging was verkeerd, maar juist dit kan men Grouchy niet verwijten.
Toen hij den 18en bij Wavre kwam, vond hij daar de achterhoede van het Pruisische leger onder von Thieleman, door den slimmen Blücher juist achtergelaten om hem bezig te houden. Niettegenstaande zijn generaals hem verzochten in de richting van Waterloo te gaan, van waar men duidelijk kanonvuur vernam, meende Grouchy zijn plicht te doen door in Wavre te blijven en hierdoor kreeg Blücher de gelegenheid over Rixensart ongehinderd weg te trekken, Wellington te hulp. Daardoor onthield hij den Keizer een steun van 30.000 soldaten, die de weegschaal naar de Fransche zijde hadden kunnen doen overslaan, want alleen door het tijdig ingrijpen van Blücher kon Wellington de zege behalen. Diens troepen hadden te veel geleden; ze waren te uitgeput om nog slagvaardig te heeten of ernstigen weerstand te bieden. Zelfs aan de vervolging konden zij later slechts een korte poos deelnemen.--In zijn rapport aan den regent van Engeland heeft Wellington dit trouwens ruiterlijk erkend.
In 't holst van den nacht bereikte de Keizer Charleroi en was den 21en Juni uitgeput en ziek naar lichaam en geest op het Elysée terug. Hier kon de Caulaincourt van hem hooren hoe Ney zich als een krankzinnige gedragen en de gansche cavalerie opgeofferd had. Daarna liet hij zich vallen op een canapé, was terstond in slaap, werd een uur later wakker, nam een lauw bad en ontving, nog hierin gezeten, Davoust. De ministers waren bij elkander gekomen en wachtten hem vol angst en kommer, kwam deze zeggen. "Wat een ramp, maarschalk!" riep Napoleon uit.
"Met de noodige wilskracht komen wij dit alles te boven!" antwoordde Davoust, terwijl hij bedaard de waterdroppels afdroogde, waarmede zijn heer hem onwillekeurig had bespat.
HOOFDSTUK XXIX.
De keizer verbannen.
"Met de noodige wilskracht komen wij dit alles te boven," had Davoust gezegd, doch aan Napoleon werd hiertoe den tijd niet gelaten. Reeds was de mare van zijn nederlaag als een loopend vuurtje verspreid, den 19en had hij zelf aan Jozef er van kennis gegeven. De ministers waren diep terneergeslagen en vreesden het ergste.--Alleen Fouché, die reeds vóór Napoleons vertrek naar het leger door den Keizer van heulen met Metternich was overtuigd en toch zijn plaats niet had verloren, vreesde niets.
Dat het met den Keizer ditmaal voor goed was gedaan, had die verrader direct begrepen. In de eerstvolgende weken zou Wellington de groote man wezen. Aan dezen schreef hij dus; tegelijkertijd riep hij tal van aanhangers der oude constitutie bijeen op een avondvergadering.
Zij verschenen en Fouché schetste hun den toestand. Door eigenliefde, haat of andere redenen verblind, liet de gedachte, dat het vaderland door de troepen der geallieerden eerstdaags opnieuw zou worden overstroomd--Blücher en Wellington naderden snel--deze mannen tamelijk koud. Zij hadden genoeg van Napoleon en waren het eens met Talleyrand: "Alles beter dan de Keizer zelfs de Bourbons." Dezelfde hartstochten, welke den 30en Maart 1814 tijdens den slag voor Parijs Lafayette hadden geleid tot een poging om de nationale garde in opstand te brengen, beheerschten de gemoederen opnieuw. De Keizer moest vallen! betoogde Fouché. Hij had genoeg op zijn kerfstok om beducht te wezen voor zijn hoofd, als Napoleon met hem begon af te rekenen. [37] In den bovenbedoelden ministerraad gaf de Keizer een beeld van den toestand en vroeg de meening der aanwezigen. Carnot vorderde de dictatuur voor hem. Dat geen zwakheid of vleierij dezen patriot bij dit voorstel leidde, was door zijn bekende eerlijkheid en zijn moedige houding onder het keizerrijk voldoende bewezen.--Het vaderland was in gevaar, zeide hij; al de nationale gardes, al de aanhangers van het keizerschap moesten onder de wapenen geroepen, Parijs in staat van verdediging gebracht en tot het uiterste verdedigd worden. In het eerste geval kon men tot achter de Loire teruggaan, om daar den vijand weerstand te bieden tot het leger uit de Vendée benevens de observatiekorpsen uit het oosten en uit het zuiden des lands daar eveneens waren bijeengetrokken.
Fouché bestreed dit plan; zonder de medewerking der kamers kon de Keizer niets beginnen, beweerde hij. De meerderheid verklaarde zich echter voor Carnots voorstel.
Reeds waren de eerste stappen in die richting gedaan, toen de tijding kwam dat de kamer van volksvertegenwoording, eveneens die der Pairs volgens de acte additionnel ingesteld, zich op voorstel van Lafayette permanent hadden verklaard, terwijl elke daad tegen dit besluit zou beschouwd worden als hoogverraad. Tevens werden de ministers uitgenoodigd voor de Kamer te verschijnen tot het geven van inlichtingen en het ontvangen van bevelen. Deze daad, een rechtstreeksche aanval op 't gezag der kroon, een onmiskenbare schending der kort te voren bezworen grondwet, een uitdaging tot den burgeroorlog, een spelen in de kaart van den vijand, bracht in Napoleons plannen een volslagen omkeer.