Napoleon

Chapter 43

Chapter 433,774 wordsPublic domain

Toch verloor de Keizer den moed niet. Alleen zijn besluiteloosheid omtrent ondergeschikte punten, b.v. het kiezen van een nachtkwartier, had kunnen doen vermoeden, dat het in zijn binnenste anders was gesteld dan zijn uiterlijk verried.--Van de tegenpartij was hem voorloopig alleen bekend, dat zij met haar hoofdmacht de passen van het Ertsgebergte bezet hield en front maakte naar Saksen. Verscheiden niet tot een beslissing voerende demonstraties verrieden, dat Dresden nog altoos haar doel was.

Zoo goed als de geheele maand September verliep zonder dat er veel belangrijks voorviel. De Keizer vormde allerlei plannen voor de toekomst; reeds dacht hij er over, achter de Elbe winterkwartieren te betrekken met Dresden en met Hamburg, waar Davoust met ijzeren vuist commandeerde, tot steunpunten, toen een onverhoedsche beweging der bondgenooten hem tot handelen dwong.

Op voorstel van Blücher was het leger uit Bohemen, door Bennigsen versterkt, rechtstreeks naar Leipzig op marsch gegaan. Blücher zelf rukte naar Wittenberg. Hier wilde hij de Elbe passeeren, met Bernadotte vereenigd, eveneens naar Leipzig marcheeren en het Fransche leger op deze wijze totaal afsnijden van den Rijn. 't Was een plan, Napoleon waardig.

Nauwelijks had deze dit doorzien, of zijn besluit, ook nu weder even vermetel als geniaal, stond reeds vast. Hij zou teruggaan op Wittenberg, daar Blücher en Bernadotte tijdens hun opmarsch in de flank vallen en hun legers vernietigen, daarna rechtsomkeert makende, op het leger van Bohemen losgaan.

De snelheid, waarmede ook Blücher zijn beweging had ingezet, belette hem dit.

Wilde hij zijn terugtochtsweg naar den Rijn vrijhouden, dan Leipzig met zijn tal van kleine bruggen en overgangen over de riviertjes den Elster, de Pleisse en de Partha terstond bezetten, dan moest hij Blücher bij Leipzig vóór zijn. Terug naar hier! werd het parool voor zijn armee.

Saint-Cyr met ruim 25.000 man te Dresden achterlatende,--een even noodeloos als gevaarlijk verlies aan strijdkrachten, want, behaalde hij bij Leipzig de zege, dan viel die stad toch weder in zijn handen--bereikte de Keizer den 15en October de plaats, waar weldra over zijn lot en dat van Europa zou worden beslist. Dat deze beslissing eerst zou vallen na een worsteling, zooals er tot in 1905 [31] in de krijgsgeschiedenis geen tweede bekend was, kon reeds worden afgeleid uit het verwoede gevecht, den dag te voren bij Wachau voornamelijk tusschen de cavalerie der Fransche en der Russisch-Pruisische voorhoede geleverd.

Nog was de ijzeren ring, waarmede de bondgenooten hem wilden omsluiten, aan de westzijde open; nog stond het hem vrij achter de Saale teruggaande, de bergachtige streken van Thüringen en Hessen op te zoeken en in dit doorsneden, moeilijke terrein een stelling te kiezen, die in elk geval voor de overtalrijke cavalerie zijner tegenpartij een schier onoverkomelijke hindernis zou wezen, toen de ridderlijke koning van Wurtemburg hem verwittigde, dat niet alleen het Rijnverbond doch gansch Duitschland, op aanstoken van Engeland, op 't punt stond hem afvallig te worden, terwijl hij zelf niet langer bij machte was tegen den steeds wassenden vloed der publieke opinie in te gaan.

Deze welwillende waarschuwing sloeg Napoleon in den wind. Zelfs toen zijn voormalige bondgenoot hem deed weten, dat de koning van Beieren hem reeds verlaten, met de bondgenooten gemeene zaak gemaakt en zijn leger aan de Inn met het Oostenrijksche vereenigd had, en dat deze krijgsmacht, onder Wrede op marsch was naar den Rijn, liet hij zich niet afbrengen van zijn voornemen in de vlakte van Leipzig slag te leveren. Dat zijn macht slechts 150.000 krijgers telde; dat er van deze bovendien duizenden slechts wachtten op een enkel sein om hem te verlaten; dat de tegenpartij bijna driemaal zoo sterk was als hij, legde bij hem blijkbaar geen gewicht in de schaal. Teruggaan naar Thüringen en Hessen stond gelijk met zich overwonnen verklaren. En dit?--Nooit!

Toen hij den terugtocht naar de Saale te elfder uur toch nog weder onder de oogen zag en dien uitvoeren wilde, was het te laat! Toen moest hij slag leveren.

Leipzig ligt midden in een groote vlakte, die zich van de Elbe uitstrekt tot aan den Hartz. Het riviertje de Elster, gewoonlijk weinig meer dan een beek, toen gezwollen en niet doorwaadbaar, loopt door lage, natte weiden van het zuiden naar het noorden naar de stad en vereenigt zich hier met de even onaanzienlijke uit het zuidoosten komende Pleisse. Ten noorden van Leipzig ruischt in een nauw dal met steile wanden de Partha met tal van bruggetjes en waadbare plaatsen.

De toen nog onaanzienlijke stad was omgeven door een ouden ringmuur met zeven poorten. Alleen door die van Lindenau, had het Fransche leger nog ongestoord gemeenschap naar achter. Slechts één brug lag hier over den Elster.

Van 16 tot en met 18 October is hoofdzakelijk gevochten in de terreinen tusschen de Pleisse en de Partha. Daar vindt men ook den Kelmberg, een alleenliggenden heuvel, waarop zich de zoogenaamde Zweedsche redoute bevindt, tijdens den dertigjarigen oorlog door Gustaaf Adolf opgeworpen.

Op den rechtervleugel commandeerde Murat. Daar stonden ook Poniatowski, Victor (bij Wachau) en Augereau. De cavalerie-divisiën van Kellerman en Michaud dienden deze infanterie tot steun. Lauriston en Macdonald benevens de cavalerie van Latour-Maubourg onder de rechtstreeksche bevelen des Keizers vormden het centrum. Hierachter, bij Probstheyda onder Oudinot, had de garde en cavalerie van Nansouty als algemeene reserve plaats genomen.

Ney voerde op de linkervleugel aan de Partha het bevel; hij had Marmont, Reynier en Souham benevens de cavalerie van den hertog van Padua onder zich. Generaal Bertrand had met 15.000 man in last Lindenau, de brug over den Elster en den weg naar Lützen te bewaken. De eerwaardige koning van Saksen, die zijn vriend en bondgenoot niet had willen verlaten en dit bewijs van trouw later boette met gevangenzetting en het verlies van de helft van zijn grondgebied, bevond zich met zijn garde en met enkele Fransche regimenten te Leipzig zelf.

Om acht uur in den morgen gaven de bondgenooten door hun batterijen het sein tot den aanval; hun gansche linie kwam in beweging. Wachau werd zesmaal genomen en hernomen; de Kelmberg, aanvankelijk door Napoleon losgelaten, als te ver naar voren liggende, en toen door den vijand bezet, werd door het 22e regiment met de bajonet hernomen. Terstond daarna trok de Keizer al zijn krachten bijeen om het centrum der tegenpartij te doorbreken. Vooral de Russen onder den prins van Wurtemberg leden hierbij zware verliezen en moesten zelfs een deel hunner artillerie prijs geven. Eerst de nacht maakte hier aan 't gevecht, dat onbeslist bleef, een einde. Voor zijn houding bij de verdediging van Dölitz schonk de Keizer Poniatowsky dienzelfden avond nog den maarschalkstaf.

Een poging van den Oostenrijkschen generaal Giulay om zich meester te maken van Lindenau, dus van den terugtochtsweg, was na een gevecht van zeven uur met succes bekroond, doch door een krachtigen bajonetaanval van Bertrand ten slotte weder te niet gedaan.

Een onvoorzichtigheid van Ney, die, zelf niet terstond een vijand vóór zich vindende, een van zijn korpsen op eigen gezag naar Wachau had gezonden en daarop door Blücher met overmacht werd aangegrepen, was op den linkervleugel bijna de oorzaak geweest van een ramp. Ney was tot onder de muren der stad teruggedrongen en had zich toen moeten bepalen tot de verdediging der voorstad Halle.

De 17e ging bijna zonder strijd voorbij. De bondgenooten wachtten de komst der Russen uit Polen benevens Bernadotte met zijn Zweden. Napoleon trachtte dien dag door den Oostenrijkschen generaal Merfeld tot een wapenstilstand te geraken, doch ontving niet eens antwoord. Bij de bondgenooten stond het voornemen reeds vast niet tot onderhandelen over te gaan, voordat het Fransche leger tot achter den Rijn was teruggeslagen.

Bij het krieken van den dag werd den 18en de strijd voortgezet. Vooral om en bij het dorp Probstheyda in 't centrum woedde die het hevigst. Op den linkervleugel was Bernadotte overgegaan tot den aanval. Met een sterke afdeeling kozakken voorop, was die beweging door het passeeren van de Partha boven de stad ingeleid.

Hier stond een brigade Saksische huzaren en lansiers. Eensklaps reed deze op de kozakken toe, alsof zij ze wilde chargeeren, maakte toen rechtsomkeert en verbroederde zich met hem. Weldra volgde een gansche brigade infanterie onder Russel dit voorbeeld. Ook de Wurtembergsche cavalerie pleegde verraad. Een groote gaping ontstond hierdoor in de slaglinie van Ney; slechts met inspanning van alle krachten gelukte het dezen zich te handhaven in en bij Schönfeld tegen de dichte scharen ongeregelde Russische ruiterij, Baskirs, die, alleen gewapend met pijl en boog, vooral veel paarden verwondden.

Ook nu weder maakte de nacht een einde aan de worsteling. Aan beide zijden waren de verliezen zwaar. Hoewel zij op de vleugels waren teruggedrongen, hadden de Franschen hun hoofdstellingen behouden. De overwinning echter was niet behaald; daarbij was de munitie grootendeels verbruikt. Geen langdurig nieuw gevecht kon den volgenden morgen worden begonnen.

Voor Napoleon stond dus geen andere weg meer open dan de aftocht.

Reeds in den nacht van den 18en op den 19en begonnen de Franschen uit hun stellingen ten oosten van de stad terug te gaan, de Elsterbrug over in de richting van het nog bezette Lindenau, over één brug, want de generale staf had verzuimd de noodige overgangen naar achteren te doen maken. Verstopping in de nauwe, bochtige straten, verwarring en vertraging in den afmarsch waren hiervan het gevolg.--Van Napoleons heengaan zelf--hij had den nacht in een logement op de Paardenmarkt doorgebracht--schrijft generaal Chateau: "In de nabijheid van de Elsterbrug ontmoette ik een man in een allerwonderlijkste tenue, die zoo goed als alleen voortreed en, een luchtig wijsje fluitende, toch blijkbaar in diep gepeins was verzonken. Ik zag hem aan voor een burger en wilde naar hem toe gaan om hem een paar vragen te doen, toen ik in hem den Keizer herkende, die met zijn gewoon flegma aan den hem omgevenden chaos van verwarring vreemd scheen te blijven."

Onder het nu volgende onstuimige opdringen der bondgenooten tegen de voorsteden en de omwalling der stad ging het tactische verband bij de Franschen ten deele verloren. Evenals bij de Berezina werd het ook hier een algemeen: Sauve qui peut!

Woedend werd niettemin nog hier en daar, o.a. bij de poorten en in de huizen gevochten. Een algemeene stormaanval op de stad verhoogde de ontzettende verwarring en het gruwelijke handgemeen in de straten, dat zijn toppunt bereikte, toen de sappeurs, die de Elsterbrug moesten bewaken, deze om twee uur, naar 't schijnt, door een verkeerd begrepen order, in de lucht deden vliegen en aan het overschot der korpsen van Lauriston, Reynier en Poniatowski, zoodoende den terugweg afsneden. Lauriston zelf werd gevangen genomen; de dappere Poniatowski, reeds tweemaal gewond, verdronk bij een poging om den Elster over te zwemmen. Macdonald redde zich evenals vele soldaten, die zwemmen konden, moedernaakt door de weilanden. Die dag kostte Napoleon wederom tientallen zijner beste generaals en hoofdofficieren.

Maar nog telde zijn leger circa 80 à 90.000 man. Door den vervolgenden Yorck,--Schwartzenberg en Blücher kwamen hiertoe ten deele te laat--slechts in geringe mate lastig gevallen, ging het bij Naumburg over de Saale en bij Freiburg over de Unstrut in goede orde terug.

Blücher had ondersteld, dat de Keizer bij Erfurt weder front zou maken, en was dus na zijn vereeniging met Yorck over Langensalza naar Eisenach gemarcheerd om hem dan in flank en rug te grijpen.

Tot een krachtdaad als standhouden bij Erfurt was de Fransche armee echter niet meer bij machte. Bij Eisenach het Thüringerwoud langs de zuidzijde omtrekkende, wendde Napoleon zich naar Fulda om aldus Maintz te bereiken, greep de Beieren en Wurtembergers, circa 40.000 man, die hem onder Wrede bij Hanau in den weg dorsten treden, vastberaden aan, rekende hier met zijn voormalige bondgenooten op bloedige wijze af (30 October), kwam den 2en November te Maintz en was den 9en terug bij vrouw en kind op St. Cloud. In 45 uren had hij de reis gemaakt van den Rijn naar Parijs.

Te Erfurt had Murat hem verlaten en was naar Italië teruggekeerd, het hoofd vol plannen voor de toekomst.

HOOFDSTUK XXVI.

Parijs valt. De keizer abdiceert.

Reeds te Maintz had de Keizer maatregelen getroffen voor de bezetting van den linker Rijnoever; hij had deze rivier hiertoe in drie vakken verdeeld en o.a. het commando over het noordelijke, van Holland tot Coblentz, opgedragen aan Macdonald. Marmont zou het vak Coblentz-Bingen, Victor het vak Bingen-Basel voor zijn rekening nemen.

Opmerkelijk is 't, dat de Keizer het hoofddoel, de verdediging van zijn hoofdstad, dus achterstelde bij het slechts schijnbare voordeel van het bezetten eener linie, die een massa troepen eischte en dat hem in lijnrechte tegenspraak bracht met zijn vroeger steeds gehuldige theorie, dat, als er gevochten moet worden, men steeds een overmacht van troepen op één punt moet samentrekken. Ook liet hij al de groote vestingen in het noordoosten van Duitschland als Glogau, Dantzig, Maagdenburg, enz, haar bezettingen behouden en beroofde zich dus van een troepenmassa, die hem in Frankrijk zelf uitstekend zou zijn te pas gekomen, enkel en alleen omdat hij, evenals bij Dresden, de gedachte niet kon verdragen een punt los te laten, dat hij eenmaal tot zijn grondgebied gerekend had.--Al die bezettingen, al die oude regimenten, te zamen wel 150.000 soldaten, hebben zich achtereenvolgens moeten overgeven en zijn in krijgsgevangenschap gegaan. Alleen aan Davoust is het gelukt zich te Hamburg te handhaven tot na 's Keizers val. Het garnizoen van Dresden onder den even kundigen als koppigen St. Cyr en dat van Dantzig onder Rapp werd in strijd met de gesloten verdragen onder allerlei onwaardige voorwendsels ontwapend en gevangen gemaakt.

Nauwelijks te St. Cloud terug, was Napoleon geheel vervuld met de vraag hoe het hem mogelijk zou wezen Frankrijk een nieuw leger te schenken. Het gehalte der uit Duitschland terugkeerende troepen was onrustbarend gedaald, de desertie schrikwekkend toegenomen. Allerlei slechte gewoonten hadden de soldaten zich eigen gemaakt; roof en plundering waren aan de orde van den dag. Daarbij kwam thans de hospitaalkoorts, een afschuwelijke, besmettelijke ziekte, door slecht weder, onvoldoend voedsel, ellendige bivaks en schandelijke uitspattingen ontstaan. Of het mogelijk zou wezen uit zulke verdorven elementen binnen korten tijd nog weder bruikbare soldaten te maken viel niet te zeggen. Ook de bevolking in de Rijnlanden was door de typhus gedecimeerd.

Alleen de kaders, onderofficieren en subalterne officieren, waren uitstekend gebleven. Met deze bestond er dus meer kans een nieuw leger te vormen van jonge lotelingen, zoo van moeders pappot, dan van het treurige overschot der regimenten, die thans uit Duitschland terugkeerden.--Wederom toog de Keizer nu in deze richting aan den arbeid.

Van de lichting 1813 kon hij beschikken over nog 150.000 man; bijna evenveel hoofden waren bijeen te brengen uit die van 1804 tot 1807. Het leger in Italië, kon dan met 40.000 man worden versterkt; een kleiner getal kon aan het leger in de Pyreneën worden toegewezen, en de rest zou dan komen aan de korpsen langs den Rijn. Van de lichting 1815 zouden dan reeds 200.000 hoofden worden aangewezen om bij Turijn, bij Bordeaux, bij Metz en bij Antwerpen daaruit reservelegers samen te stellen.

Bij die grootsche toebereidselen hing echter zoo goed als alles af van de plannen der bondgenooten.--Wat wilden ze?--Bertrand, commandant der achterhoede, had tot bij Frankfort blootgestaan aan een scherpe vervolging; doch ongehinderd had hij den Rijn kunnen oversteken. Deze rivier hadden de bondgenooten, die eveneens zware verliezen hadden geleden en zich moesten reorganiseeren, nog nergens overschreden. Alleen was uit verschillende aanwijzingen af te leiden, dat Blücher, 's Keizers waardigste tegenstander, voornemens was langs den kortsten weg, dus over Antwerpen en Brussel Frankrijk binnen te rukken. 's Keizers aandacht was dus hoofdzakelijk op den Beneden-Rijn gevestigd.

Liet men hem nu een maand of vier tijd, tot April b.v. dan zou hij zijn in den volsten zin des woords "jeugdig" leger ingedeeld, gekleed, geoefend, en--wat de hoofdzaak was--gewapend hebben. Op dat oogenblik,--November 1813--bezat hij niet eens 300.000 geweren. Ook aan paardentuigen zadels en dergelijke zaken bestond groot gebrek; de arsenalen waren volkomen ledig.

Alles scheen er op te wijzen, dat de Rijn voorloopig niet zou worden overschreden. De winter naderde snel; in de thans door de bondgenooten bezette streken verminderde de toch reeds schrale voorraad levensmiddelen zienderoog, eindelijk stelde men zich de vraag, wat er moest gebeuren, als de Rijn overschreden, Frankrijk bezet, Parijs gevallen was?--Wat niemand in Duitschland had durven hopen, was geschied; van de Oder tot achter den Rijn was de overweldiger, de gevreesde Fransche kolossus teruggedrongen. Was dit niet voldoende? Moest hij nu tot slot zelfs van een troon gestooten worden, dien hij zelf had gegrondvest; moest zijn dynastie vervallen; moest aan Frankrijk een nieuwe regeeringsvorm, mogelijk zelfs wel weder een Bourbon tot koning gegeven worden?

De Pruisen, door de leiders van den Tugendbund tot woede opgezweept, wilden wel zoo; Frankrijks grenzen behoorden volgens hen teruggebracht tot die van vóór 1790. Keizer Alexander in zijn jeugdigen overmoed vond de gedachte, zijn voormaligen overwinnaar te Parijs te vernederen, mogelijk ook niet onaardig; en zijn tegenwoordige lijftrawant, de Corsicaan graaf Pozzo di Borgo, Napoleons doodvijand, spoorde hem hiertoe telkens aan, ook al liep men gevaar voor een tweede levée en masse zooals in 1792 en tevens voor een worsteling, die al het gebeurde in schrikwekkendheid zou overtreffen.

In de omgeving van keizer Frans van Oostenrijk heerschte deze ultra-krijgszuchtige stemming niet. Wat meer zegt, zelfs in Engeland, waar de even nobele als schrandere en bekwame lord Aberdeen hoofd van het kabinet was geworden, scheen alles meer te wijzen op een streven naar vrede dan op een begeerte naar voortzetten van den oorlog.--Het Continentale Stelsel, zooals het in den laatsten tijd was toegepast, had hier dieper wonden geslagen dan aan de buitenwereld was bekend.--Zelfs achtte Prins Metternich het oogenblik gekomen om Napoleon te polsen omtrent een thans te sluiten vrede.

De heer de St. Aignan, voorheen Fransch gezant aan het hof van Weimar en zwager van de Caulaincourt, een even bezadigd als vaderlandslievend man, nam deze zware taak op zich; toegerust met een nota, die aan kortheid en helderheid niets te wenschen overliet, vertrok hij naar St. Cloud.--Voordat er vrede was, zou Europa vast aaneengesloten blijven. Die vrede zou algemeen wezen en ook gelden voor de zee; zijn grondslag zou zijn het beginsel van onafhankelijkheid voor al de natiën binnen haar natuurlijke of historische grenzen. Frankrijk zou de Alpen en den Rijn behouden, meer niet. Holland zou evenals Italië zijn onafhankelijkheid herkrijgen. Vóór alles echter zou de dynastie der Bourbons in Spanje worden hersteld.--Dit waren de hoofdpunten van de nota. Aan de oprechtheid der bedoelingen, van de bondgenooten twijfelde de gezant geen seconde.

Napoleon wèl.--Den oorlog verlangde hij niet meer. De middelen om dien nog langer te voeren zou hij trouwens weldra hebben gemist. Binnen een paar jaar had hij bijna anderhalf millioen soldaten verbruikt; hier en daar in Frankrijk zag men behalve soldaten nog slechts gebrekkigen, grijsaards en kinderen;--vrede wenschte hij zelf ook, "maar," zeide hij tegen zijn omgeving "als wij thans naar deze voorwaarden luisteren, zal Europa steeds meer eischen en naarmate het meer met onzen inwendigen toestand bekend wordt, als vredesvoorwaarden de grenzen van vóór 1790 gaan stellen. En deze kan ik niet aanvaarden. Van de Republiek ontving ik haar natuurlijke grenzen. Mogelijk hadden wij ons voorheen wat gematigder kunnen betoonen. Happen we thans te snel toe dan verraadt dit onze zwakheid en verwijderen wij ons nog verder van den vrede. Dus moet er nog eenmaal worden gestreden, gestreden als wanhopigen. Blijven wij daarbij overwinnaar, dan dienen wij ijlings vrede te sluiten, en dan, dàn zal ik tot dezen volijverig mijn medewerking verleenen."

Velen, die zich om Frankrijks "natuurlijke" grenzen bitter weinig bekommerden en wie het ook onverschillig was of de vredesvoorwaarden aannemelijk waren al dan niet, als Napoleon maar Keizer bleef en zij hun baantje behielden, verklaarden nu, dat die man, l'Homme, zooals zij hem thans betitelden, stapelgek was, dat hij zich zelf in 't verderf stortte en hen er bij.

In weerwil van de vertoogen zijner omgeving, die allen het woord "vrede" op de lippen hadden; in weerwil van den raad van Macdonald, van Marmont, van Ney en anderen; in weerwil van de Caulaincourts ernstige, fier eerbiedige opmerkingen, en Talleyrands ironische woorden was het antwoord op de bovengenoemde nota dus ontwijkend. Wel was hij te vinden, schreef de Keizer, voor een congres, dat dan te Mannheim zou kunnen bijeenkomen; van de nota zelve roerde hij niet één der hoofdpunten aan.--Aan de publieke opinie te Parijs bracht hij echter een offer. Hij gaf den hertog van Bassano, die, in den laatsten tijd wat wijzer geworden, veel van zijn hooghartigheid had verloren, zijn ontslag en belastte de Caulaincourt weder met de portefeuille van Buitenlandsche Zaken, toen Talleyrand zich om een beuzeling niet hiervoor had laten vinden. Niet geheel ten onrechte gaf Parijs den hertog de schuld, dat er te Praag geen vrede was gesloten; en Talleyrand met zijn sarcasme had het zijne gedaan om deze beschuldiging te versterken.

Niet alleen de zorg voor de samenstelling van een nieuw leger en voor de hiertoe noodige geldmiddelen, nog andere zaken van belang vorderden 's Keizers volle aandacht. In de eerste plaats de toestand in Spanje.--De slag bij Vittoria (21 Juni) had over het lot van het Fransche leger vrijwel beslist. Behalve 6000 dooden en gekwetsten had Jozef een groot deel zijner artillerie en bijna al zijn bagage in de handen van Wellington moeten laten. Steunende op de vesting Pampeluna en de Pyreneën had hij zich nog wel kunnen staande houden, doch hij had de voorkeur gegeven aan den terugtocht, was de Bidassoa, de grensrivier, overgetrokken en had generaal Foy, commandant der achterhoede, last gegeven de brug aldaar te vernielen.--Napoleon had hem daarop verbannen naar Mortefontaine met verbod te Parijs te verschijnen.

Daarna was maarschalk Suchet gedwongen geworden Valencia op te geven en eveneens terug te gaan.

Terwijl de Keizer dus zelf overwinnaar was in Duitschland, waren zijn onderbevelhebbers teruggedrongen uit Spanje. Zelfs de benoeming van Soult tot luitenant-generaal over al de legers aldaar had geen verbetering in den toestand kunnen brengen. Ook Sint-Sebastiaan was door de Engelschen en Portugeezen ten slotte met storm genomen, uitgeplunderd en uitgemoord. Hoewel Soult Wellington aan den voet der Pyreneën bij herhaling nadeel had toegebracht, had hij toch niet kunnen beletten, dat deze door zijn grootere sterkte telkens meer voorwaarts drong en eindelijk zelfs Saint Jean de Luz op Fransch grondgebied bezette. Den 9en December was een scherp gevecht bij Saint-Pierre de Rube onbeslist gebleven, en Soult had zijn stellingen bij Bayonne weder ingenomen.

Ook Suchet, van 's Keizers nederlagen in October onderricht, had het raadzaam geacht zijn verbindingslijn met Frankrijk te verkorten en het zuiden van Spanje te verlaten. Hij was teruggegaan op Tarragona, had hier de vestingwerken doen springen en was onder gestadig vechten de Pyreneën genaderd.