Napoleon

Chapter 40

Chapter 403,797 wordsPublic domain

Ook de militaire toestand werd voortdurend gevaarlijker, want Kutusof had zijn voorhoede doen afbuigen van den grooten weg en dezen nog alleen doen volgen door ongeregelde cavalerie. Hij zelf marcheerde reeds dagen lang op de linkerflank van Napoleon, circa vier Duitsche mijlen van hem verwijderd, met zijn voorhoede in de tusschenruimte en telkens aangrijpende, wanneer de gelegenheid hiertoe gunstig was. Groot gevaar bestond er dus, dat hij vastberaden optredende, Krasnoi, Orscha of eenig ander gewichtig punt van den terugtochtsweg bereikte vóór de Fransche armee en dat Kutusof deze dan in flank en rug greep.

In weerwil van de vertoogen zijner omgeving en vooral van de aan zijn staf toegevoegde Engelsche attaché's, ging Kutusof tot zulk een stap echter niet over. Nog altoos was de garde een geduchte, goed gewapende troep, met Napoleon aan haar spits; tot welke vermetele zetten deze in staat was, had hij indertijd bij Austerlitz ondervonden. Hij vreesde den gewonden leeuw nog altijd en achtte het dus raadzamer niet meer menschenlevens op te offeren dan noodig was, en geen grooten slag te wagen, maar het moreel van zijn tegenpartij door onafgebroken alarmeeren te schokken en uit te putten. De sneeuw, de vorst en de honger zouden dan wel het overige doen. Alle teekenen van ontbinding waren reeds aanwezig. Zijn eigen soldaten hadden bovendien reeds veel geleden. Bij hem ook vielen er eveneens duizenden, niet zoozeer van de kozakkenhorden als wel van de geregelde troepen. De zorg van hun onderhoud liet ook vaak alles te wenschen over; en de gevolgen van dat aanhoudend bivakkeeren in de open lucht te midden van sneeuw en ijs waren ook duidelijk zichtbaar. Waarom zou hij dus door een tegenover Napoleon altijd gewaagden zet voor één gewelddaad aan alles een einde trachten te maken?

HOOFDSTUK XXIV.

De Berezina.

Nadat de Keizer Victor nogmaals dringend had bevolen Wittgenstein aan te grijpen, zonder den ernst van den toestand ook voor dezen maarschalk bloot te leggen, verliet hij den 14en Smolensk weder. Van Schwartzenberg had hij ongunstige tijding ontvangen. Tschitchagow had een deel zijner macht onder Sacken tegenover dezen laten staan en was zelf in stilte afgemarcheerd naar Minsk. Het gevaar nam dus ook toe van deze zijde.

Vóór zijn vertrek,--Junot was den 12en reeds weder op marsch gegaan--had de Keizer bevolen, dat Eugène, Davoust en Ney, die de achterhoede zou blijven uitmaken, voortaan niet langer vereenigd doch met één dagmarsch onderlinge tusschenruimte zouden teruggaan en dat Ney de muren van Smolensk bij den afmarsch in de lucht moest laten vliegen.

Steeds dichter begon Kutusofs voorhoede, die haar vuurmonden grootendeels op sleden had geplaatst, den terugtochtsweg te bedreigen. Bij Krasnoi overschreed zij dezen zelfs reeds. Nog gevaarlijker dan bij Wiasma werd de toestand voor de Franschen, die geen cavalerie meer bezaten om op grooten afstand te verkennen, te fourageeren en het stoutmoedig opdringen der Russen te breidelen. Viel Kutusof met zijn overmacht thans aan, dan zou het pleit spoedig zijn beslist.

Doch Kutusof viel niet aan. Toen besloot de Keizer, die zijn krijgsmakkers over de ruimte tusschen Smolensk en Krasnoi verdeeld wist en hen niet aan de vernietiging wilde ten prooi geven, die Kutusofs aarzeling begreep en fier was op het ontzag, dat zijn naam als veldheer nog inboezemde, tot een van die vermetele zetten, welke zijn wijze van krijgsvoeren steeds hebben onderscheiden. Hij houdt bij Krasnoi halt, doet de Russische voorhoede bij nacht door een divisie zijner garde terugwerpen, maakt dan rechtsomkeert en begint naar Smolensk terug te marcheeren, zijn makkers te hulp. De veldheer in zijn groenfluweelen pels met gouden snoeren, de Poolsche muts van marterbont op den machtigen schedel, een berkenhouten stok in de hand voor zijn dapperen uit, alleen gedekt door de macht van zijn naam en van zijn roem, met 15.000 man, waarbij Davoust zich weldra met 10.000 krijgers aansluit, front makende, ja, ontzag inboezemende aan 80.000 vijanden. Wat een schouwspel!

Kutusof wordt bang, hij trekt de voorhoede bij zijn hoofdmacht aan en geeft bevel Napoleon den aftocht ongehinderd te laten voortzetten en alleen Davoust aan te grijpen. Zoodoende bereikt de Keizer Orscha; Davoust slaat zich door den vijand heen; Eugène, de Polen en Junot weten eveneens te ontkomen.--Maar thans ziet Ney, die Smolensk eerst in den morgen van den 17en heeft kunnen verlaten, zich van alle zijden besprongen. Voortdurend vechtende, gaat hij van de eene stelling naar de andere terug tot bij Krasnoi. Hier heeft de vijand de heuvels bezet. De verliezen bij het nog geen 6000 gewapenden tellende korps van le plus brave des braves, zooals Napoleon hem zelf heeft betiteld, nemen schrikbarend toe. Een poging door kolonel Bouvier met een handvol sappeurs en een paar honderd vastberaden soldaten gewaagd om zich door te slaan, mislukt. Bouvier sneuvelt.--Vastberaden als altoos, een voorbeeld voor allen, die hem zien, besluit Ney thans het gevecht voort te zetten tot het duister is gevallen en dan, dwars door het terrein een weg zoekende naar den half toegevroren Dnieper, die hier en daar een waadbare plaats heeft, deze te passeeren en langs den rechteroever zich een weg naar Orscha te banen.

De rivier wordt bereikt, maar de vijand nadert en het voornemen om voor dien zoo gevaarvollen overtocht den dag af te wachten, moet worden opgegeven. Het waagstuk moet dus beproefd worden in 't donker. Al de vuurmonden en de voertuigen worden achtergelaten. Dan begint de levensgevaarlijke tocht in één lange, dunne lijn over het broze ijs, dat bij iederen voetstap kraakt.

Wat lager af waadt de cavalerie, een paar escadrons Polen, tusschen de schotsen door, de ruiters tot over het middel, zelfs tot aan den hals in 't water. Maar al te vaak verscheurt een ijzingwekkende gil de stilte. Weder is dan een man met zijn paard in de diepte weggezonken om nooit weder boven te komen.--De tegenover liggende oever is steil en glibberig. Zelf steekt Ney aan een paar officieren de reddende hand toe om hun het beklimmen er van mogelijk te maken.

Zoodra de orde eenigermate is hersteld, wordt onder gestadig vechten met een vijand, die het spoor van den troep heeft teruggevonden, de aftocht dwars door moerassig terrein of zwaar bosch drie dagen achtereen voortgezet. De patronenvoorraad geraakt uitgeput, voedsel is er niet meer; hoogstens vijftienhonderd man zijn nog in staat het geweer te dragen. Herhaalde malen wordt Ney gesommeerd zich over te geven. Een salvo is dan zijn antwoord. Weldra zelfs houdt hij de vijandelijke parlementairs gevangen, "dan kunnen zij met eigen oogen zien hoe een maarschalk van Frankrijk zich overgeeft." Ten slotte waagt hij het in een duisteren nacht, de troep zoo dicht mogelijk opgesloten, in alle stilte dwars door het Russische bivak te marcheeren. Zoo bereikt hij Orscha.

Hier stond de Keizer nog. Hij omhelsde zijn heldhaftigen onderbevelhebber, en was hartelijk verheugd hem levend en gezond weder te zien.--"Ik had reeds niet meer op je gerekend."

Een handvol meel en een mondvol schnaps was al het voedsel, dat aan Ney's doodelijk vermoeide mannen kon worden verstrekt. Niet één Fransche soldaat koesterde nog de hoop zijn vaderland terug te zien.

Zoo hevig was thans de koude, dat het vel van de vingers, bij de aanraking van de geweerloop hier aan bleef hangen. Bij honderden stierven de menschen; elk bivak, dat verlaten werd, geleek op een slagveld. De weg door de diepe sneeuw was alleen nog kenbaar door de lijken van menschen en dieren, die er op lagen. Van tijd tot tijd kraakte het onheilspellend en angstwekkend onder de raderen van de voertuigen, als zij over een plek reden, waar de weg een kleine verhevenheid verried onder de sneeuw. De wagenvoerders hoorden dit gekraak niet eens meer; het gebeente, dat daar door hen tot gruis werd gereden, behoorde immers toch niet meer aan een levende! En zelfs al ware dit wèl het geval geweest, wat maakte het uit? Den Niemen zag toch niet één hunner terug. Een dag of wat vroeger of een dag of wat later, vallen moest men toch. De zweep dus over de afgebeulde, tot schimmen uitgeteerde paarden en vooruit! Een kans op redding bleef er altijd nog.

Geen pen zal ooit bij machte zijn zelfs maar een ruwe schets te geven van de ontzettende ellende, op dien terugtocht geleden. Slechts bij hooge uitzondering werd niet onder den blooten hemel gebivakkeerd. Van Borowsk tot Smolensk stond zoo goed als geen enkel huis meer overeind; een dorp passeerende, trok men vaak voort tusschen twee muren van vuur en vlammen. Niets werd gespaard. Vriend en vijand wedijverden met elkander in dit werk der vernieling.

Iedere nacht maakte nieuwe slachtoffers. Wie, opstaande van het bivakvuur, hiertoe de kracht en energie nog in zich voelde, begon weder voort te sloffen, vaak barrevoets, want geen schoen was bestand tegen de eischen, die er aan werden gesteld. Wie het ongeluk had uit te glijden en te vallen was een verloren man. Als hyena's stortten zijn lotgenooten zich op hem, scheurden hem de kleederen van 't lijf, doorzochten zijn zakken naar voedsel en lieten hem, vaak nog levend, moedernaakt liggen. De snerpende koude,--somtijds teekende de thermometer van dokter Larrey zelfs 20° vorst--deed dan het overige.

Eigenaardige verschijnselen kon men bij oogenschijnlijk nog gezonde menschen de voorboden heeten van den dood. Hier trad er een zijn makkers met stralende blikken en een verheugd gelaat te gemoet, drukte hen met warmte de hand en was toch een verloren man. Daar keek een ander zijn omgeving met sombere blikken aan, stotterde woorden vol verontwaardiging en wanhoop en leefde eveneens geen uur meer. Het gelukkigste nog was hij, die geraakte in een toestand van doffe onverschilligheid en die alleen nog dacht aan de manier, waarop hij aan voedsel zou komen. Een generaal, van wiens commando geen man meer was overgebleven, sleepte zich, gewapend met een kookketel, voort van 't eene bivak naar het andere en was hier altoos welkom, omdat kookgereedschap meestal ontbrak, en hij in deze leemte voorzag. Wie geen leeftocht meer bezat en zich niet door houthakken, water dragen, vuur aanleggen of een dergelijke bezigheid wist nuttig te maken, omdat zijn handen waren bevroren, werd meestal onverbiddelijk van het vuur weggedrongen. Dan was zijn laatste uur geslagen; hij viel op de knieën achter zijn makkers, zakte ineen en was weldra een lijk. De sterksten en schrandersten vereenigden zich tot groepjes van vijf of zes man, laadden hun wapens en mondvoorraad op een paard, zochten in elkander steun en trachtten op die wijze den Niemen te naderen. Een al te koude nacht was echter vaak genoeg oorzaak, dat van zulk een clubje, officieren en soldaten, niet één den volgenden dag zag aanbreken.

Met subalterne officieren als manschappen, generaals als pelotons-commandanten had zich aanvankelijk een zoogenaamd "heilig escadron" gevormd, speciaal ter bescherming des Keizers, weldra echter beval Napoleon, dat vooral de generaals en kolonels, wier troepen waren weggesmolten, zich naar het hoofd der armee begaven en daar blijven zouden. Het verlies aan opper- en hoofdofficieren nam schrikwekkend toe; wie zou de in Frankrijk nieuw te vormen regimenten moeten aanvoeren, als het leven dier mannen niet zooveel mogelijk werd gespaard?

De zucht naar zelfbehoud scheen weldra allen te overmeesteren en verscheurde vaak banden van bloedverwantschap en jarenlange vriendschap. Toch zijn ook talrijke voorbeelden te noemen, b.v. van de onwrikbare verknochtheid van oppassers aan hun heeren, van soldaten aan hun chefs. Een kapitein met een schot door het been werd b.v. bijna vijftig uur ver door enkele soldaten zijner compagnie gedragen, tot een generaal zich over hem ontfermde en hem opnam in zijn rijtuig.

Op den 4en November, ruim een maand dus na het verlaten van Moskou, tusschen Orscha en Borissow aan de Berezina, bij Tolotschin, telde het korps van Junot nog slechts 200 man; Poniatowski had er nog 500. De garde was tot 4800 weggesmolten. Van de 40.000 ruiters, die den Niemen waren gepasseerd, waren nog maar even 1600 gewapenden over.--Dombrowski, de Pool, van het 5e korps, had Borissow met 4000 man bezet en zich hier met het garnizoen van Minsk vereenigd. Weldra moest hij echter met groot verlies van hier wijken in de richting van Bobr, teruggeworpen door Tschitchagow, die tot Minsk was doorgedrongen en Napoleon thans van uit het zuidwesten begon te bedreigen. Wel had deze Victor, die nog altoos tegenover Wittgenstein stond, tot zijn beschikking, en bevond Oudinot zich nog met 8000 man bij Bobr, maar wat beteekende die zwakke, half verhongerde schaar tegenover de legers van Kutusof, van Wittgenstein en van Tschitchagow, die thans Borissow had bezet?

Dat deze stad en hiermede de eenige brug over de Berezina was verloren gegaan, was een geduchte slag, want het weder was in de laatste dagen omgeslagen; het vroor niet meer; den 19en had het zelfs gedooid. De wegen waren dus grondeloos geworden, de rivieren niet meer over het ijs te passeeren. Ook de kans om Minsk te bereiken was hiermede verdwenen.

De toestand werd steeds hachelijker. Een besluit moest genomen.

Den 22en November ontving Oudinot dus last Borissow en de brug aldaar te hernemen en, mocht deze laatste zijn vernield, dan hoogerop of lager de rivier af een punt, b.v. het stadje Berezino ten zuiden van Borissow te bezetten en hier over te gaan.

Krachtig aangegrepen, beducht, dat hij Napoleon zelf tegenover zich heeft, en wetende, dat Kutusof nog veel te ver af is om hem te ondersteunen,--bij Kopijss passeerde diens voorhoede dien dag den Dnieper--wijkt Tschitchagow in wanorde terug, ontruimt Borissow, vernielt de brug en laat zich door Oudinots bewegingen in de richting van Berezino ten slotte verleiden diens bewegingen met zijn hoofdmacht te volgen.

Tevens valt op het in duisternis gehulde pad der armee eensklaps een lichtstraal! Door de cavaleriebrigade Corbineau, die de hoofdmacht willende opzoeken, zich bij Glubokoje, aan den weg van Wilna naar Witebsk, had afgescheiden van het korps van Wrede en die hiertoe den rechteroever der Berezina was gevolgd, is bij Studianka een waadbare plaats ontdekt! In allerijl begint Oudinot hier een brug te slaan.

De rivier zal worden gepasseerd bij Studianka, gelastte de Keizer terstond na ontvangst dezer tijding.--Onder bevel van den generaal der genie Eblé, bijgestaan door den chef van zijn staf, den kolonel Chapelle, en den kolonel der artillerie Chapuis, op den voet gevolgd door den edelen generaal Chasseloup [30] rukt het overschot der pontonniers, circa vierhonderd man, benevens enkele sappeurs naar de aangewezen plaats om het werk van Oudinot te voltooien. Van het pontonmaterieel, dat de Keizer bij Orscha had doen vernielen, had Eblé zes voorraadwagens met gereedschap, spijkers, klampen, kortom het noodige voor den bouw van twee schraagbruggen, benevens twee veldsmidsen, alle voertuigen goed bespannen, en twee karren met steenkolen weten te redden. De huizen van Studianka zouden het noodige hout leveren.

In den namiddag van den 25en kwam dit detachement ter plaatse aan. Een compagnie was bij Borissow achtergelaten om den vijand te misleiden.

Wel had Napoleon in zijn ongeduld verlangd, dat de bruggen reeds den 25en zouden gereed zijn, doch hieraan kon niet worden voldaan. Zelfs om in den avond van den 26en klaar te wezen, zouden de mannen van Eblé, die reeds twee dagen en twee nachten bijna onafgebroken op marsch waren geweest, midden tusschen de ijsschotsen tot aan de borst in 't water staande, zonder ander voedsel dan een stuk gekookt vleesch, den ganschen nacht en den volgenden dag moeten doorwerken. Zij wisten dit, die eenvoudige, in de massa verloren helden, wier namen de geschiedenis eveneens, ten minste voor een deel, heeft bewaard. Eblé had het hun gezegd. Van hun volharding, van hun zelfopoffering hing het lot des legers af.--Opgeofferd hebben zij zich! Eblé is te Koningsbergen van uitputting gestorven. Van zijn dapperen hebben er geen twaalf hun vaderland wedergezien.

Twee bruggen zouden worden geslagen, circa tweehonderd meter van elkander, de rechter voor de ruiters en de voetgangers, de andere voor de voertuigen.--Honderd pontonniers gingen tegelijk te water om de schragen in den slijkerigen bodem vast te zetten. Hoewel het weer sterk begon te vriezen, het water zich op hun armen, beenen en borst als ijskorsten vastzette en hun hevige pijn veroorzaakte, bleven zij onverdroten aan het werk. De rivier was op dat punt circa 100 meter breed; met drie en twintig schragen per brug,--voor meer ontbraken de hulpmiddelen--meende men deze voldoende stevigheid te kunnen geven.

Napoleon was zelf bij het werk tegenwoordig.--"'t Duurt lang, heel lang!" moest Eblé een paar maal van hem hooren. Met een zwijgend gebaar wees deze dan naar zijn mannen, die, tot aan de borst in 't water werkten als paarden, zonder dat er ook zelfs maar een slok brandewijn aanwezig was om hen te verkwikken.--Dan volgde er een zacht: "Sire, u ziet, dat wij doen wat wij kunnen."--"'t Is wel! Dank u."--De Keizer keerde terug naar den stapel planken, waarop hij een tijd lang had gezeten.--Om één uur was de brug voor de voetgangers eindelijk voltooid; de overtocht kon beginnen. De kurassiers van Doumerc openden den trein, dan kwamen drie Zwitsersche regimenten. De enkele kozakken-posten, die zij aantroffen, werden over de kling gejaagd of verstrooid, op ernstigen tegenstand werd aanvankelijk nergens gestooten. Blijkbaar was Tschitchagow bedrogen geworden door al die schijnbewegingen in de richting van Berezino (zuid).

Onafgebroken werd de overtocht voortgezet. Wel kwam Oudinot in gevecht met een divisie, welke op haar schreden was teruggekeerd, doch deze werd teruggedreven. Zembin en de lange bruggen door het moeras aldaar werden daarna bezet. De terugtocht was hiermede voorloopig verzekerd, zoodra een batterij van veertig vuurmonden bij Studianka de positie nog kwam versterken.

Om vier uur was ook de andere brug gereed. De zwakke constructie, het gebrekkige materieel, de slappe bodem en de geweldige vrachten, die ze te torsen kreeg, waren echter oorzaak, dat ze in de volgende dagen bij herhaling onbruikbaar werd; dat stukken er van met schragen, voertuigen en al door het water werden verzwolgen, en dat Eblé's pontonniers telkens uit hun welverdienden slaap opgewekt moesten worden, om weder in het ijskoude water af te dalen en de schade te herstellen.

Weerzinwekkend zijn de tooneelen, bij Studianka aan de oevers van die op de meeste plaatsen nog geen vier of vijf voet diepe rivier afgespeeld. Duizenden menschen, mannen, vrouwen en kinderen, zijn daar gevallen onder de kogels der Russen, jammerlijk omgekomen tusschen de ijsschotsen of door het water medegesleurd. Toch had een groot deel dier ongelukkigen gered kunnen worden, wanneer de generale staf beter zijn plicht had begrepen en de circa 40.000 achterblijvers en maraudeurs met geweld gedwongen had de bruggen over te gaan en--wanneer die schepsels hiertoe zelven hadden medegewerkt; want de rechterbrug is in den nacht van den 27en op den 28en November en ook gedurende een deel van den vorigen nacht uren lang ongebruikt gebleven, terwijl geen honderd pas van daar bij helderen maneschijn duizenden weerlooze, ongewapende menschen, door de schuren en het stroo van Studianka aangelokt, aan het bivakvuur hun lapje paardenbiefstuk zaten te braden, alsof er van de aanwezigheid van een Wittgenstein, een Platof en een Kutusof tot op uren in 't ronde geen sprake zelfs was. Hardnekkig weigerden ze op te staan en het vuur te verlaten.

Den 26en en den 27en, zelfs nog in den vroegen ochtend van den 28en kon de overtocht ongestoord plaats hebben. Geen vijand vertoonde zich. Oudinot had den rechteroever tot ter hoogte van Borissow bezet.--Met de divisie Partouneaux in deze stad zelve, de rest van zijn korps, nog circa 10.000 man sterk, bij Studianka met den linkervleugel geleund aan een dicht bosch en met een terrein voor zich, dat zich uitstekend leende voor de tirailleurtaktiek zijner infanterie, stond Victor nog op den linkeroever. Eugène, Junot en de Polen waren met het rampzalige overschot hunner korpsen reeds op weg naar Zembin. Napoleon zelf was eerst den 27en met de garde de rivier gepasseerd. In Studianka had hij nachtkwartier gehouden.

Bij zijn aanval op Oudinot had Tschitchagow zijn bagagetrein terstond laten volgen, doch had die in den steek moeten laten. Meer dan duizend bespannen wagens met levensmiddelen en uitrustingstukken van allerlei aard waren zoodoende in handen van Oudinots cavalerie gevallen. Reusachtig was de hoeveelheid ham, worst, gerookt vleesch, scheepsbeschuit, die werd gevonden. En dan die duizenden paren schoenen!

Verscheiden soldaten hebben zich toen voor vijf en twintig dagen van voedsel voorzien. Dit laatste en het nieuwe schoeisel hebben menigen krijgsman, die nog slechts een paar lappen linnen tot voetbedekking had, het leven gered. De Fransche armee zal dien admiraal bovendien ten eeuwigen dage erkentelijk moeten blijven, want hij is de man geweest, die haar den uitweg naar Zembin openliet, toen hij bij den afmarsch naar het zuiden verzuimde de bruggen door het moeras aldaar te vernielen.

Dit verzuim heeft hij zeker willen herstellen toen hij, door zijn spionnen verwittigd, dat de Fransche armee, in tweeën gescheiden door de Berezina, een stelling bij dit plaatsje had ingenomen, den 28en ten aanval oprukte. Door de Russische opperbevelhebbers was namelijk besloten, dat zij die armee gezamenlijk zouden aangrijpen en in de Berezina werpen.

Terwijl Wittgenstein, uit het noordoosten komende, de divisie Partouneaux dus aanvalt en grootendeels gevangen maakt,--slechts één bataljon ontkwam--terwijl Kutusof Victor in front en flank aanvalt maar geen succes kan behalen, omdat dit Fransche korps nog weinig heeft geleden en het terrein zijn tactiek begunstigt, stort Tschitchagow zich op Oudinot en Ney, die op den rechteroever staan.--Succes behaalt hij echter niet. Hoewel de patronenvoorraad gering is, en de bajonet dus herhaalde malen dienst moet doen; hoewel het meerendeel den vorigen dag niet heeft te eten gehad, vechten de Fransche en Zwitsersche regimenten als duivels en behouden overal hun stellingen, terwijl de kurassiers van Doumerc, telkens wanneer zij de kans hiertoe schoon zien, de Russische carré's uiteenslaan en onder den voet rijden en dan den geduchten pallas een doodend woord doen meespreken.

Den ganschen dag te paard, nu eens op den linker-, dan weder op den rechteroever, is de Keizer overal de leven en bezieling schenkende kracht.

Over de bruggen stroomde intusschen onafgebroken een dichte drom weerlooze menschen. Van den hoofdweg afgebogen en twee zijwegen volgende, hadden zij reeds vroeger instinctmatig een soort van marschcolonne gevormd, die niemand dorst verlaten. Thans bij de bruggen, hopende, dat aan hun ellende een einde zou komen, verlieten velen deze colonne, liepen zijwaarts af naar de rivier, denkende hun lotgenooten vóór te zijn, kwamen zoodoende plotseling voor het kruiende water, zagen hier den dood voor oogen en trachtten hun vroegere plaats te herkrijgen. Wee dan de zwakkeren!

Eerst laat in den avond kwam een einde aan het woedende gevecht, dat herhaalde malen in een gruwelijk handgemeen was ontaard. Op alle punten geslagen, ja, half vernietigd gingen de Russen terug. Om negen uur begon Victor den afmarsch over de bruggen, nadat zijn soldaten zich met geweld een baan hadden moeten breken door de gillende, jammerende menschenmassa, die zich, met voertuigen en losse paarden bont dooreen aan de toegangen verdrong en die den kostbaren tijd den vorigen dag had laten verloren gaan.