Napoleon

Chapter 39

Chapter 393,786 wordsPublic domain

Na lang beraad had hij afgezien van een plan om, vereenigd met Victor, die Smolensk had bereikt, en met Saint-Cyr, die nog bij Polotzk aan de Duna stond, over Bjeloi en Welish naar St. Petersburg te rukken en Alexander hier den vrede voor te schrijven. Zelf had hij gevoeld, dat deze vermetele zet niet meer uitvoerbaar was. Zijn leger had te veel geleden.

De macht, waarover hij in 't begin van October nog kon beschikken, was in hoofdzaak opgesteld in een driehoek met Moskou, Riga en Brest Litewsky als hoekpunten. Van Moskou naar den Niemen bedroeg de afstand 115 mijlen [29]. In deze ruimte stonden: bij Moskou 95.000, bij Moshaisk 5000, bij Smolensk 37.000, op den linkervleugel in de lijn Dunaburg-Riga 25.000, bij Polotzk 17.000, op den rechtervleugel bij Brest 34.000, te zamen dus 213.000 man.

Met een leger, dat de helft van zijn sterkte en een groot deel van zijn gevechtswaarde had verloren;--Borodino had meer dan vijftig opper- en hoofdofficieren gekost--met een leger, waarin reeds ontmoediging, droefgeestigheid en angst voor de toekomst heerschten, dat bijna geen gelegenheid had gehad door voedsel en rust weder eenigermate op krachten te komen; en, dat om en bij Moskou nog maar vier duizend ruiters in 't gelid telde, zou, werd er geen vrede gesloten, de terugtocht dus aanvaard moeten worden. Het zou moeten marcheeren langs grootendeels vernielde wegen door een landstreek, die reeds was kaal gegeten, door totaal verwoeste dorpen en met een vijand naast en voor en achter zich, die over een massa lichte cavalerie beschikte, dorstte naar wraak en in het klimaat weldra een bondgenoot zou krijgen, even mededoogenloos als geducht.

Wederom dringt de Keizer ons ontzag af, want ondanks het folterende bewustzijn, dat hij alleen, tegen den raad van alle weldenkenden in, zijn krijgers in dezen toestand heeft gebracht, dat hij alleen van al 't gebeurde en van al 't geen er nog volgen kon de oorzaak is, verraadt zijn wasbleek gelaat geen spoor van de aandoeningen, die zijn ziel bestormen. Aan niemand vraagt hij raad; aan niet een zijner getrouwen gunt hij een blik in zijn binnenste; tegenover niet één hunner stort hij zijn gemoed uit of geeft hij lucht aan zijn trotsch hart. Ook thans weder blijft hij in dit opzicht zich zelf.

Maar ook versaagt hij geen seconde. Alsof zijn hoofd en zijn lichaam geen vermoeienis kennen, zet hij zich weder aan den arbeid om alles te regelen en voor te bereiden voor den afmarsch en om den vijand tegelijkertijd te misleiden omtrent zijn voornemens. Den 9en October deelt hij den hertog van Bassano te Wilna de mogelijkheid mede, "dat hij tegen November winterkwartieren betrekt tusschen den Dnieper en de Duna, om zoodoende dichter bij zijn reserves te zijn, het leger rust te gunnen en zich gemakkelijker met andere aangelegenheden te kunnen bezig houden."--De zaken des rijks handelt hij nog geregeld af. De koeriersdienst tusschen Moskou en Parijs stelt nog dagelijks honderden personen en paarden in 't werk.

Murat ontving nu order Kutusofs kamp bij Tarutino nauwlettend te bewaken, zijn troepen rust te gunnen en ze zoo goed mogelijk te voeden. Uit de kelders van Moskou werden hiertoe levensmiddelen en wijn afgezonden. De vorming van een korps van 15.000 man te Smolensk werd bevolen hem in zuid-oostelijke richting te gemoet te gaan, als hij den weg naar Kaluga, naar de welvarende, rijke provinciën van 't zuiden mocht inslaan, en dit zou dus voor zijn rechtervleugel waken. Victor moest zich gereed houden tot uitrukken. Naar Moskou moesten voorts al de van hun korps afgedwaalde soldaten worden opgezonden, die zich te Wilna, Minsk, Witebsk of Smolensk hadden aangemeld. Uit den wapenvoorraad van het Kremlin zouden die dan van geweren worden voorzien en onder beveiliging van detachementen van minstens 1500 goedgewapende infanteristen worden overgebracht. Des nachts moest altoos in een carré worden gebivakkeerd, want Platofs kozakken stroopten reeds tot onder de muren van Smolensk.

Dan bestemde hij Junot om voor het vervoer der gekwetsten te zorgen; van den trein werden een paar honderd wagens en voertuigen,--te Moskou waren er nog circa 1200--hiertoe tot diens beschikking gesteld. Voor 't geval hij besluiten mocht hier te overwinteren, want zelfs hierover dacht hij, deed hij ten slotte het Kremlin in staat van verdediging brengen, de wallen met vuurmonden bewapenen, patronen en kardoezen aanmaken, aan ieder korps voor zes maanden vivres in de gedaante van meel, brood, zout en pekelvleesch uitreiken en op uitgebreide schaal tot op grooten afstand van de stad fourageeringen verrichten.--Toch gebeurde het nog vaak genoeg, dat een paard dagen achtereen weinig meer tusschen de kiezen kreeg dan het stroo van het dak eener boerenwoning.

Nog verder ging hij, want, om de boeren met hun groenten en hun vee naar de stad te lokken, trachtte hij de geestelijkheid op zijn hand te krijgen; hij noodigde deze uit de te Moskou gespaard gebleven kerkgebouwen weder in gebruik te nemen en hier zelfs voor keizer Alexander gebeden ten hemel te zenden.

Terwijl hij overdag dus alles deed om voor zijn leger een minder ongunstigen toestand te scheppen en de achtergebleven inwoners der stad te helpen, bezigde hij een deel van den nacht voor de administratieve zaken, doch werd hierbij meermalen gestoord door een fellen lichtgloed en door zware rookwolken, die telkens nog uit de smeulende puinhoopen opstegen en opnieuw schrik en ontsteltenis onder de bevolking teweeg brachten.

In dienzelfden tijd ongeveer wierp hij ook eenige denkbeelden op 't papier betreffende 't geen zou moeten geschieden, wanneer er uit St. Petersburg geen voldoend antwoord kwam. Een tocht naar 't zuiden, in de richting van Kaluga en Tula, dus naar een nog niet door den oorlog geteisterd gewest, lachte hem het meeste toe. De zorg voor levensmiddelen en fourage zou hierdoor heel wat verminderen. Later kon de weg naar Smolensk dan niettemin ingeslagen en de tegenpartij misleid worden.

Nog voordat hij het omtrent dit punt met zich zelf eens was geworden, dwong Kutusof hem reeds tot handelen. Den 18en greep deze Murats linkervleugel onverhoeds met overmacht aan en wierp hem met zwaar verlies in noordelijke richting. Juist was Napoleon bezig inspectie te houden over het korps van Ney, dat hij eveneens naar de stad had doen komen, toen die mare hem bereikte. Terstond nam hij een besluit. Het gansche leger ontving bevel zich den volgenden morgen buiten Moskou aan den weg naar Kaluga te verzamelen.

In den vroegen morgen van den 19en stonden Eugène, Ney, de garde en Davoust tot den afmarsch gereed. Napoleon verliet Moskou; met een divisie der jonge garde bleef Mortier in het Kremlin.

Een allerzonderlingste karavaan van duizenden militaire voertuigen, karretjes, droschkis, kalessen en andere middelen van transport, volgepakt met gestolen of buitgemaakt goed, voor het meerendeel bespannen met kleine Russische paardjes, volgde het leger. Nog grilliger en bonter was de schaar van duizenden menschen, mannen, vrouwen en kinderen, van allerlei landaard en herkomst, die werktuigelijk hadden gehoorzaamd aan den dwang der noodzakelijkheid en eveneens besloten hadden Moskou te verlaten. Duizenden Franschen, ja, zelfs de Duitschers, die zich vóór de komst der troepen daar bevonden, hadden uit vrees voor erger nog, als de Russen terugkeerden, hun boeltje gepakt en togen nu mede met vrouw en kind.

Den 23en bereikte Napoleon het geheel verlaten stadje Borowsk. Vijf en dertig dagen had hij te Moskou doorgebracht. Den 24en geraakte Eugène bij Malo-Jaroslawetz slaags met een deel van Kutusofs armee en behaalde op zijn halfverraste tegenpartij een bloedige overwinning, die Kutusof deed besluiten in de richting van Kaluga te retireeren.

Met welk een vijand hij van nu af rekening zou moeten houden, bleek Napoleon, toen hij, met Caulaincourt, Rapp en Berthier het slagveld wilde gaan bezoeken, en zich eensklaps omsingeld zag door een horde kozakken, die hij in de verte aanvankelijk voor Fransche cavalerie had gehouden; zijn escadron van dienst werd uiteengeslagen en een artilleriepark tijdelijk genomen. Eerst aan Bessières met de garde-grenadiers te paard gelukte het dien onverhoedschen aanval, die den Keizer de vrijheid, ja, zelfs het leven had kunnen kosten, het droombeeld van Platof, af te slaan.--Tegelijkertijd had hij het gevaar kunnen zien van een langen marsch met een leger, dat door zulk een reusachtigen sleep voertuigen en ongewapende vluchtelingen werd gevolgd. Het vraagstuk: Waarheen? Wat nu? kwam weder op het tapijt.

Ditmaal hoorde hij zijn omgeving en enkele korpscommandanten. Na een ganschen dag beraad--den 25en--werd besloten alle verdere plannen tot vervolging des vijands naar het zuiden op te geven. De hoofdmacht zou over Moshaisk en Wiasma naar Smolensk marcheeren.

Heeft het eenparige advies van zijn staf Napoleon tot dit besluit gebracht? Stond dit reeds in beginsel bij hem vast? Wie zal 't zeggen?--Mogelijk heeft dat advies hem slechts in zijn besluit gesterkt.

In den nacht van 22 en 23 September had ook Mortier het Kremlin verlaten. Zijn pogingen om dit in de lucht te doen vliegen, waren mislukt. Zelfs de grootste vereerders van den Keizer zullen deze op zijn last verrichte daad van geweld nimmer kunnen goedpraten.

Terug! Terug naar Smolensk! was van nu af het wachtwoord.--Het weder werkte aanvankelijk mede; nog was het overdag meestal zonnig en zacht; alleen 's nachts was het merkbaar, dat het koude jaargetijde naderde. Al 't geen er over het vroegtijdig invallen van den winter in dat rampjaar als oorzaak van den ondergang van het Groote Leger is geschreven, behoort dan ook thuis op 't gebied der fantasie. Terwijl het te Moskou vaak reeds sneeuwde tegen het einde van October, bleef het weder nu helder en mooi, en vroor het eerst den 27en October. Den 1en November daalde de thermometer echter tot 3° onder het vriespunt; den 4en viel de eerste sneeuw. Tot dezen datum bleef het weder ook meestal helder en was het niet bijzonder koud.--"Tot den 6en November is het weder uitmuntend geweest," heeft Napoleon zelf gezegd in zijn beruchte 29e bulletin.

Ook Kutusof was weder op marsch gegaan, doch niet naar Kaluga.

In den loop van den 27en vernam Napoleon van een gevangen genomen Russisch officier, dat zijn tegenstander Smolensk tot doel had; hij besloot dus met de garde spoed te maken en Kutusof ginds vóór te zijn. De gekwetsten uit den slag bij Borodino, die in het uitgestrekte klooster van Kolozkoje onder dak gebracht waren, moesten op voertuigen geladen en medegenomen worden; hij zelf kwam dien avond nog te Gshask. Per rijtuig of te voet maakte hij nu verder den terugtocht mede. Gewapend met een stok, gehuld in een pels, met een bonten muts op het hoofd, stapte hij, zonder een enkele maal om te zien, dagelijks uren lang voort aan het hoofd zijner garde. Te paard kwam hij niet meer. Langs het slagveld van Borodino voerde zijn weg. Een huivering ging allen door de leden.

Te Wiasma (1 November) ontving Napoleon berichten over den stand van zaken op de vleugels zijner armee. Gunstig waren die niet.--Saint-Cyr had Polotzk moeten verlaten, omdat Wittgenstein hem had aangegrepen. Uit Smolensk was Victor hem te hulp gesneld. Schwartzenberg had moeten wijken voor het opdringen van Tschitchagow; deze had Brest thans bezet.

Dewijl Napoleon vond, dat Davoust, die de achterhoede aanvoerde, niet snel genoeg vooruitkwam, te veel schermutselde met de kozakken en hierdoor ook de andere korpsen ophield, werd Ney met dat commando belast; hij zou te Wiasma blijven, tot al de andere korpsen hem waren voorbijgemarcheerd. Met het oog op de herhaalde aanvallen van de kozakkenhorden, die nacht en dag om de troepen zwierven en van elke gelegenheid gebruik maakten om hun slag te slaan, beval Napoleon, dat in gesloten carré's zou worden gemarcheerd met de bagage in het midden, de troep op zooveel gelederen, als de breedte van den weg toeliet. Een half bataljon vormde de achterflank; gansche bataljons in gesloten gelederen vormden flanken, zoodat er bij 't halthouden terstond naar alle zijden vuur kon worden gegeven,--want o! die kozakken met hun schor hoera, waren zulke geduchte vijanden, niet tegenover een gesloten troep, voor deze weken ze spoedig genoeg uit, maar voor de alleen of in groepen gaande mannen. Tegenover die bezigden zij de lans; de lijken werden daarna geplunderd.

Met de garde en het korps van Junot, spoedde Napoleon zich op 2 en 3 November voort in de richting van Smolensk en kreeg zoodoende op Kutusof een zoo grooten voorsprong, dat van afgesneden worden van die stad, zelfs geen sprake meer kon wezen. Over de korpsen van Eugène, Ney en Davoust maakte hij zich niet bezorgd; "als die maar doormarcheerden, niet telkens met kozakken vochten, en zoodoende het mooie weder lieten voorbijgaan zou alles wel goed gaan," zeide hij.

Hoe verkeerd hij den toestand had ingezien en welk een misslag hij had begaan met zijn leger in tweeën te scheiden, bleek weldra bij Wiasma. Terwijl een zwerm kozakken de andere korpsen onverpoosd kwelde en afmatte, viel Kutusofs voorhoede Ney in den namiddag van den 3en hier met zijn cavalerie onverhoeds op 't lijf, zoodat Eugène en Davoust front moesten maken om hun krijgsmakker te ondersteunen. Generaal Miroladovitch, die Kutusofs voorhoede aanvoerde en uit het zuiden, uit de richting van Jucknow kwam opdagen, deed de lucht daarbij weldra trillen onder het donderen van ruim honderd vuurmonden.

Tot laat in den avond duurde dit hardnekkige gevecht, dat op het verlies van bijna 2000 oude, brave soldaten te staan kwam.--Door het juiste schot der Fransche artillerie waren de verliezen der Russen veel aanzienlijker, maar hun gekwetsten hadden kans op hulp, de Franschen moesten volslagen onverzorgd worden achtergelaten. De ellende begon.

Te Wiasma werd gebivakkeerd, doch te eten was er niets. De uit Moskou medegevoerde voorraad was verteerd; de levensmiddelen, in de stad aanwezig geweest, waren door de garde verslonden. Zelfs vond men geen onderdak, want bij den afmarsch had de garde, niet denkende aan de duizenden achter hen volgende kameraden, de huizen in brand gestoken. In een nabijgelegen bosch sloegen Eugène en Davoust het bivak dus op, deden groote vuren aanleggen en paardenvleesch uitreiken. Hier konden de brave, ijzeren mannen van Davoust voor het eerst in drie etmalen met de voeten naar de verkwikkende warmte van het wachtvuur gekeerd, eenige uren slapen. Vijftien dagen achtereen hadden zij de achterhoede uitgemaakt.

Niet voor den volgenden dag ontving Napoleon de eerste berichten over dit gevecht bij Wiasma. Toen hij kort daarna Davoust ontmoette, viel hij heftig tegen dezen uit. Zijn korps zou, heette het, in een bandeloozen troep zijn ontaard en zich hebben misdragen.--Hooghartig bitter beantwoordde de prins van Eckmühl die onverdiende beschuldiging. Waar een drietal divisiegeneraals als Gérard, Morand en Compans, hoewel gewond, nog altoos te paard aan de spits hunner bataljons waren te vinden, kòn van bandeloosheid geen sprake zijn, zeide hij. Zich zelf verdedigde hij niet; hiertoe was hij te trotsch.--Uit wrevel en inwendige woede vervreemdde de Keizer hier een zijner beste, kundigste onderbevelhebbers van zich. Aan het laakbare van zijn eigen gedrag als opperbevelhebber scheen hij niet te denken. Met den half versuften Murat en den half verbijsterden Berthier naast zich schreed hij voort. Vaak sprak hij uren achtereen geen woord.

En thans naderde de winter snel! Het begon te sneeuwen; de wegen werden spiegelglad; bij tientallen vielen de paarden der bespanningen, die niet van winterbeslag waren voorzien, bij de minste stijging in den weg. Alleen de garde telde nog eenige escadrons; van de andere cavalerieregimenten gingen de mannen reeds bijna allen te voet. De warmste kleedingstukken waren bij de opening van den veldtocht te Dantzig achtergelaten;--wie had in die snikheete Junidagen aan een winterveldtocht gedacht?--Slechts enkelen hadden uit Moskou een pels of een bonte jas medegenomen. Het voedsel bestond reeds uit weinig meer dan uit een soort van dunne meelpap zonder zout doch met een paar patronen zilt gemaakt, en een lap paardenvleesch, bij het bivakvuur geroosterd. Op den blooten grond zonder tent of afdak werd de nacht meestal doorgebracht.

Was het te verwonderen, dat zich reeds den 5en November bedenkelijke teekenen van ontbinding en oplossing begonnen te vertoonen?--"Alleen de Koninklijke Italiaansche garde," schrijft de Fézensac in zijn Souvenirs militaires, "marcheerde nog in goede orde; de rest scheen ontmoedigd, door uitputting overmand. Een ontzettende massa van hun korps afgedwaalde, ongewapende menschen, meer dan vier duizend man van alle wapens, bedekten de wegen en waren niet te overreden bijeen te blijven."

Bij Dorogobusch, drie dagmarschen van Smolensk, was die massa met inbegrip der vluchtelingen en der voerlieden reeds tot bijna 50.000 geklommen. Tien duizend soldaten lagen dood op en naast de wegen. Geen vijftigduizend man waren nog onder de wapenen.

Maar ginds vooruit, in de verte lag Smolensk! Daar waren levensmiddelen, kleederen en woningen! Daar wachtten versterkingen! Daar zouden die vervloekte kozakken de vervolging wel staken!

Nog voordat hij deze stad bereikte, ontving de Keizer onrustbarende berichten uit Parijs en van Victor.

Te Parijs had de voormalige generaal Malet, een vurig republikein en heftig tegenstander van Napoleon, een man, die wegens geesteszwakte reeds jarenlang verblijf hield in een gesticht, een poging gewaagd om de republiek te herstellen. Geholpen door een priester, even fanatiek als hij, was hij op den inval gekomen valsche bescheiden en bevelen samen te stellen en in de stad het bericht te verspreiden, dat Napoleon dood was en dat de Senaat tot het herstel der republiek was besloten. Met die valsche stukken was hij naar een der kazernes gegaan, had met eenige soldaten verschillende zich in hechtenis bevindende officieren, als de generaal Lahorie en den generaal Guidal in vrijheid gesteld en zich uitgevende voor generaal Lamotte, den hertog van Rovigo zelfs doen gevangen nemen. Weldra herkend en ontmaskerd, had hij hier het einde van zijn komplot gezien. Hij zelf en de voornaamste schuldigen waren doodgeschoten; hiermede was een einde gemaakt aan een aanslag op de dynastie, die zoo weinig uitwerking naar buiten had gehad, dat alles reeds was afgeloopen en de dooden reeds waren begraven, toen Parijs meer in bijzonderheden kennis er van kreeg.

"Heeft dan niemand gedacht aan mijn zoon, aan Napoleon II?" riep de Keizer onder het lezen van dit bericht bij herhaling uit.--Neen, niemand! Mogelijk hadden velen te Parijs zelfs dat "Oef!" van verluchting geslaakt, waarmede de tijding van zijn dood volgens zijn eigen zeggen te eeniger tijd zou worden begroet. Met hem stond en viel het gansche Napoleontische wereldrijk; dit was een kolossus met leemen voeten; het miste den hechten grondslag eener oude dynastie. Het vermetele komplot van een half krankzinnigen man was voldoende geweest het te doen wankelen.

Wie weet of de gedachte, dat zijn tegenwoordigheid te Parijs thans noodiger was dan ooit, niet van dezen dag af in zijn brein heeft post gevat? Aan de redding van zijn leger viel niet meer te denken; het was ten doode opgeschreven, zelfs al verliet hij het geen seconde. Dit wist hij. Zijn ganschen toestand wel beschouwd, moest zijn verlaten van dit leger hem voortdurend meer gerechtvaardigd voorkomen.

Ook de tijdingen van Victor waren angstwekkend. Het korps van Saint-Cyr (6e) en dat van Oudinot (2e), beide geen 1800 man meer sterk, waren voor den krachtigen drang van Wittgenstein gezwicht. Dus had Victor, die ze uit Smolensk zou te hulp komen, halt gehouden achter een riviertje, bij Ssjenno, geen zes Duitsche mijlen van 's Keizers terugtochtsweg, ten zuidwesten van Witebsk. Hier kon hij zich ten minste verdedigen, schreef hij.

Den 7en antwoordde Napoleon:

"Z. M. beveelt u den vijand met uw zes vereenigde divisiën onverwijld aan te grijpen, hem over de Duna terug te werpen en Polotzk te heroveren. Deze beweging is van het hoogste belang. Binnen enkele dagen kunnen uw verbindingswegen naar achter door de kozakken worden overstroomd. De Keizer en de armee komen morgen te Smolensk; door een onafgebroken marsch van 120 uur gaans is alles zwaar vermoeid. Treedt weder aanvallend op. Het heil der armee hangt hiervan af; iedere dag vertraging is een ramp. De cavalerie is geheel gedemonteerd; de koude heeft al de paarden gedood. Voorwaarts dus!--Dit beveelt de Keizer; dit beveelt de noodzakelijkheid."

Dezen noodkreet buiten rekening gelaten, verried Napoleon door geen enkel woord wat in zijn ziel omging. Tegen niemand uit zijn omgeving sprak hij uit wat hij voelde. In tijden van voorspoed een prater van belang, tot onvoorzichtig wordens toe, dan aan zijn fantasie den vrijen teugel vierende, sloot hij zich thans geheel op in zich zelf.--"Hij was bleek, doch zijn gelaat was kalm," schrijft Constant. "Door niets in zijn wezen verried hij hoe zwaar hij inwendig leed."

Thans beging hij een grooten militairen misslag. Hij maakte Schwartzenberg en den flinken Macdonald, terwijl het hiertoe nog tijd was, niet bekend met den ernst van zijn toestand. Tot een meer geconcentreerd samenwerken met hem kwamen zij dus niet.

De verdere terugtocht naar Smolensk onder de dagelijks sterker wordende winterkoude en het toenemende gebrek aan voedsel, gepaard aan de onafgebroken vervolging der Russen, leidde weldra tot een nòg grooter oplossing. De wegen waren overdekt met soldaten, die hun wapens hadden weggeworpen en alleen of in kleine troepen voortsloften. Elk bivak vorderde een aantal menschen, die door koude en gebrek waren bezweken. Zwijgend togen de anderen die plaatsen voorbij. Ieder paard dat viel, werd terstond aan stukken gesneden. Veel soldaten begonnen teekenen te geven van zinneloosheid.

Te Smolensk reeds was het leger zijn volslagen ondergang nabij. Evenals zijn staf te voet, trok de Keizer den 9en die stad binnen. Eugène, die met zijn korps den grooten weg had verlaten, kwam dienzelfden dag voor de halfbevroren Wop, een rechterzijrivier van den Dnieper, doch slaagde er niet in over dat water een brug te slaan, die bestand was tegen de ijsschotsen; en de kozakken drongen op!--Met het water tot aan de schouders trachtten velen naar de overzijde te waden, doch honderden kwamen hierbij om tusschen het ijs. De vuurmonden en bagagewagens moesten achtergelaten worden, evenals die der marketentsters, die op deze plek al hun zuur verdiende bezittingen in den steek moesten laten en den hemel mochten danken, dat zij ten minste hun kinderen behouden aan de overzijde konden brengen.

De overtocht over de Wop kostte zes duizend man benevens zestig vuurmonden.

Door de zorg van den hertog van Bassano was te Smolensk, te Minsk, te Borrissow aan de Beresina en te Orscha, kortom in de hoofddepotplaatsen des legers, wel een aanzienlijke voorraad levensmiddelen bijeengebracht, doch niet voor langer dan tien dagen en ook niet voor al de duizenden, die het leger van uit Moskou waren gevolgd. Voorts deden de talrijke troepen tot alle wapens behoorende, doch van hun korps afgedwaalde soldaten en de maraudeurs, op de magazijnen die alleen voor de geregelde troepen werden geopend, een aanval, welke niet terstond met kracht werd afgewezen.

Vonden de garde en het korps van Junot dus nog levensmiddelen en kleeding, voor de hen volgende afdeelingen, die de stad tusschen 9 en 15 November naderden, was letterlijk niets meer over, zelfs geen dak, want op last van hooger hand waren de nog staan gebleven huizen in brand gestoken.