Chapter 37
Nu het niet langer een geheim voor hem was, wat er ten westen van den Niemen broeide, had Alexander in 't begin van April onderhandelingen met Engeland over een of- en defensief verbond geopend. Met Bernadotte eveneens. Aan Turkije had hij voorstellen gedaan om vrede te sluiten, en den 21en April was hij ten slotte naar zijn leger vertrokken, dat onder Barclay de Tolly om en bij Wilna was samengetrokken, alleen om den wensch van het volk te bevredigen en te voorkomen dat zijn onderbevelhebbers overgingen tot daden, die het uitbreken der vijandelijkheden terstond tengevolge zouden hebben gehad. Nog altoos hoopte hij op een bevredigende oplossing.
Lauriston had hij naar Wilna niet medegenomen, doch hem te St. Petersburg achtergelaten. Aan den heer de Narbonne, die in 1809 gouverneur was geweest van Raab, en die hem in de laatste dagen van April door Napoleon was toegezonden om hem betreffende zijn plannen te polsen, gaf hij in zijn hoofdkwartier te Wilna te verstaan, dat hij vrede wilde, doch dat Napoleon Pruisen dan moest ontruimen en niet langer aandringen op de gestrenge handhaving van het Continentale Stelsel.--In elk geval zouden de vijandelijkheden niet door hem worden begonnen.
Juist om deze laatste verzekering was het Napoleon voornamelijk te doen geweest. Hij had tijd gewonnen, rustig kon hij nu met zijn toebereidselen voortgaan en zijn macht langzaam verder naar den Niemen vooruitschuiven, tot de 22e Juni was bereikt.
Den 29en Mei begaf hij zich eveneens naar zijn leger en nam zijn reis daarbij over Mariënburg, Thorn en Dantzig, niet over Warschau, zooals de Polen hadden gehoopt.
Maria Louise bleef haar vader, die met haar stiefmoeder naar de baden te Töplitz zou gaan, nog eenige dagen gezelschap houden, schonk aan beiden de overtuiging, dat zij zich in haar nieuwen toestand gelukkig gevoelde, dat zij veel van haar man hield en dat deze zeer lief voor haar was, en keerde over Praag terug naar Parijs.
Te Mariënburg vond Napoleon Davoust. Onderweg had hij kunnen zien hoe geducht vooral de Wurtemburgers en de Pruisen in de door hen gepasseerde landstreken hadden huis gehouden en geroofd.--Hij had Davoust in de laatste twee jaar niet ontmoet en had tevreden kunnen zijn over de wijze, waarop deze zijn reusachtige taak had volbracht. De weinig spraakzame, doch eerlijke en zeer gestrenge maarschalk toch had niet alleen zijn eigen legerkorps, het 1e uitmuntend uitgerust;--ieder man droeg b.v. drie paar schoenen en levensmiddelen voor tien dagen bij zich--maar ook de geweldige massa materieel bijeengebracht, noodig voor een leger van 500.000 man, benevens 1800 vuurmonden met hun geheele uitrusting voor twee veldtochten, zes veldbruggentreinen, twee artilleriebelegeringsparken en een groot geniepark. Dan had hij te Dantzig, te Elbing en te Braunsberg kolossale magazijnen doen aanleggen en alle maatregelen getroffen om een deel van den benoodigden voorraad, als meel en buskruit, per scheepsgelegenheid over de Pregel en den Niemen naar Rusland te vervoeren.
Toch was Napoleon niet tevreden; hij was zelfs koel en onvriendelijk. In de breede strook grondgebied van Hamburg tot aan de Weichsel, waarover de maarschalk maanden lang het beheer had gevoerd, had hij diens lof op verschillende plaatsen hooren verkondigen. Daarbij liep het gerucht, dat de Polen bij een mogelijk herstel hunner onafhankelijkheid aan hem hadden gedacht als aan hun aanstaanden koning. Dit hinderde den Keizer en Berthier, jaloersch op de groote krijgskundige bekwaamheden en het organiseerende talent van zijn krijgsmakker, die niet vergeten was, wat er in 1809 bij Regensburg tusschen hen was voorgevallen en welken flater hij toen zelf had gemaakt, wees daarbij op de eigenmachtige manier, waarop Davoust enkele wijzigingen had gebracht in bevelen, die niet strookten met den toestand ter plaatse.
Napoleon was dus ontstemd.--Wat dachten die maarschalken dat ze allemaal koning konden worden? In Portugal had de bevolking aan Soult een kroon willen geven. In Zweden was Bernadotte reeds kroonprins. Deze had het gewaagd hem zijn bemiddeling in de quaeste met Rusland aan te bieden, en hem zelfs bij geheime nota aan Bassano voor te slaan zijn bondgenoot te worden, als hij 20 millioen kronen en Noorwegen kreeg. Noorwegen nog wel, dat toebehoorde aan Denemarken, Frankrijks getrouwsten bondgenoot!
Een eerlijk verdiende tevredenheidsbetuiging ontving Davoust dus niet; maar geen vleier of salonheld, daarbij Napoleons lichtgeraaktheid van oudsher kennende, trok hij zich dit zeer weinig aan. Hij ging op marsch naar Koningsbergen naar zijn korps, het sterkste en stellig het best gedisciplineerde van de geheele armee, circa 73.000 man.
Te Dantzig vond Napoleon zijn zwager Murat, dien hij uit Napels had ontboden om de cavalerie te commandeeren. Murat was boos, omdat hij het lot van Jérome gedeeld en evenals deze bevel ontvangen had niet te Dresden te verschijnen.
In gezelschap van de Caulaincourt, Berthier, Duroc en Rapp bleef de Keizer eenige dagen te Dantzig. Hier moest hij van Rapp onbewimpeld hooren, dat zeer velen den aanstaanden veldtocht in hooge mate afkeurden; doch hij stoorde er zich niet aan en antwoordde, "dat de heeren oud begonnen te worden en dat zij tegenwoordig te veel op hun gemak waren gesteld." Een dag of wat later verklaarde hij Rusland onder een gezocht voorwendsel van vormen en etiquette den oorlog en stond den 23en Juni met 325.000 soldaten, in 10 korpsen verdeeld, in eerste linie, en 200.000 op afstanden daarachter tusschen Tilsit en Warschau, op den linkeroever van den Niemen. De macht onder zijn bevelen om en bij Kowno bedroeg circa 200.000 man. Zelf verkende hij met generaal Haxo de plaats, die deze laatste voor den bouw van drie bruggen het geschiktste had geoordeeld en liet daarna met dezen arbeid aanvangen.
Dienzelfden avond nog bij heerlijk zomerweder begon o.a. bij Poniémon de overtocht, het korps van Davoust aan het hoofd. Weerstand werd nergens geboden; slechts enkele kozakken werden gezien. Drie dagen vorderde deze rivierovergang. Toen stonden ruim 400.000 krijgers op Russisch grondgebied.
Welke terreinen zouden deze nu hebben te doorschrijden?
De onafzienbare vlakten tusschen de Oost- en de Zwarte Zee worden ten oosten van de Weichsel doorsneden door de Pregel, den Niemen en de Duna of Dwina, die naar het westen, en door den Dniester en den Dnieper, die naar het oosten stroomen. Hoe meer men de bronnen der eerstgenoemde rivieren nadert, hoe schraler en zandiger de bodem wordt. De bewoners zijn er dun gezaaid en arm, wonen in meestal ver uiteengelegen dorpen, zijn ruw en onbeschaafd, en worden door de talrijke daar verblijf houdende joden totaal uitgezogen. Moerassige terreinen en dichte, zware bosschen wisselen elkander af. Men bevindt zich daar in 't hartje van het oude Polen en van Litthauen. Lange reeksen breede zeer primitieve bruggen voeren door de moerassen en over de rivieren. De wegen zijn gemaakt van fascines en knuppelhout, ruw en ongelijk, hier smal, daar breed, al naar gelang de bodem het toelaat, doch voor groote troepenmassa's vooral bij slecht weder moeilijk begaanbaar.
Tusschen de bronnen van de Duna en die van den Dnieper, een afstand van circa 20 uur gaans tusschen Witebsk en Smolensk dus, heeft de natuur een toegang, een soort van reusachtig defilé gevormd, dat men de Poort van het Oosten zou kunnen noemen. Daar ligt de grens tusschen Oud-Polen en Rusland. Daar kan het water ook beter afvloeien dan in de meer westelijk gelegen slechts hier en daar flauw glooiende terreinen. De bosschen verdwijnen De reusachtige, droge vlakten van Oud-Rusland met Moskou, de Heilige Stad er middenin, nemen hier een aanvang.
Dat hij tusschen de bronnen van de Duna en van den Dnieper door moest had Napoleon terstond ingezien. Van de vier wegen naar het oosten koos hij voor zijn hoofdmacht een der twee middelste n. l. die, welke van Kowno over Wilna naar Witebsk en verder over Wiasma en Borodino naar Moskou leidde. De andere middenweg, die over Grodno, Minsk, Borissow en Smolensk, was veel korter doch liep voor een groot deel vlak langs het reusachtige moeras van Pinsk. Daarbij voerde de eerste recht op het Russische hoofdkwartier, op Wilna aan.
Hij had zijn doel bereikt; hij stond thans aan de westelijke grens van een vlak laag land, dat weinig drinkbaar water bevatte en slechts hier en daar, o.a. ten Westen van Wilna en ten oosten van Smolensk aan de Wob, heuvelachtig was; en Alexander was hem niet vóór geweest.--Behalve het leger, dat bij Kowno was overgegaan met Eugène's macht bij Rastenburg hierachter, had hij Macdonald met zijn Duitsche en Poolsche regimenten, benevens een Pruisisch hulpkorps onder Yorck bij Tilsit verzameld, gereed om op Riga en Koerland los te gaan. Bij Warschau had zijn broeder Jérome drie korpsen, onder Poniatowski, Reynier, en van Damme, benevens een cavaleriekorps onder zijn commando; nog verder zuidelijk en komende van Lemberg rukte het Oostenrijksche hulpleger van Schwartzenberg, circa 33.000 man sterk, op in de richting van Lublin.
Van de tegenpartij was bekend, dat deze een macht van circa 130.000 man onder Barclay de Tolly, met Wittgenstein als commandant van den rechtervleugel, in een lange lijn in de omstreken van Wilna had bijeengetrokken; dat generaal Bagration met circa 50.000 man zich ten zuiden van Grodno, ongeveer bij Mir, bevond. Dat deze met Barclay's linkervleugel reeds voeling had gekregen, wist Napoleon echter evenmin, als dat een reserve-leger van 43.000 man onder Tormassof Bagration daar in de laatste dagen had vervangen, en dat deze reeds naar het noordoosten op marsch was om zich met Barclay te vereenigen.--Napoleon zocht dezen nog tusschen Brzesc of Brest Litewsky (ten oosten van Warschau) en Grodno en meende, dat hij naar Wilna wilde rukken om hier bij de hoofdmacht aan te sluiten.
Deze dunne lange linie wilde hij in 't midden doorbreken. Met Davoust, Oudinot, Ney en de garde, benevens twee cavaleriekorpsen onder Murat als voorhoede, zou hij tegen Wilna oprukken. Eugène mocht met twee korpsen en de cavalerie van Grouchy rechts achterwaarts van hem als tweede linie volgen. Nog meer rechts achterwaarts zou Jérome van Warschau uit op Grodno aanrukken. Zooals de Keizer het uitdrukte, "maakte hij dus een beweging met den linkervleugel voor, terwijl hij zijn rechter voortdurend terughield."
Rukte Bagration op tegen Warschau, dan moest Jérome daar en achter de Narew blijven staan en de Russen bezighouden, tot Eugène deze in de flank en hij zelf uit Wilna hen in den rug kon grijpen, om hen totaal van den terugtochtsweg af te snijden.
Bagrations leger vernietigen was dus zijn eerste doel.
Een "prachtig plan" is het door deskundigen genoemd. De uitvoering is echter zoo goed als achterwege gebleven. Barclay, veel te zwak om aan die overmacht weerstand te bieden, liet Wilna los en ging zonder vechten terug in de richting van de Duna en van een versterkt kamp aan die rivier bij Drissa.--Bagration ontving order zich ongeveer in diezelfde richting te bewegen.
Na een vierdaagschen marsch werd door de Franschen Wilna bereikt Wat de tegenpartij uitvoerde was hun nog lang niet duidelijk geworden.
Terwijl Oudinot, die reeds van Kowno uit den weg naar het noordoosten, naar Dunaburg was ingeslagen, nu onder kleine gevechten met Wittgenstein verder naar de Duna trachtte door te dringen, ging Davoust van Wilna op marsch in de richting van Smorgoni, en Murat eveneens in de richting van Dunaburg en van Grubokoje om te verkennen.
Nu merkte Davoust, dat de troepen, die men aanvankelijk had aangezien voor afdeelingen van Bagration, slechts linkervleugeltroepen waren van den teruggaanden Barclay.--Stellig rekenende, dat Jérome, die door Napoleon met geforceerde marschen naar Grodno was gezonden, Bagration achterna, aan deze order had voldaan en de Russen dicht op de hielen zat, hield Davoust den 3en Juli dus halt bij Ochmiana ten westen van Smorgoni, om Bagration, als deze naderde, in de linkerflank te vallen. Maar in weerwil van de booze brieven van zijn keizerlijken broeder, had Jérome Bagration niet achterna gezet en was te Grodno gebleven. De Hessen en de troepen van Westfalen, niet gewoon in een schier tropische hitte langs zware, schaduwlooze zandwegen bijna zonder drinken dagen achtereen snel te marcheeren, konden voorloopig niet verder. Jérome's macht telde reeds eenige duizenden achterblijvers; van de paarden lagen er honderden uitgeput, van dorst gestorven langs den weg.
Wel rukte Davoust, versterkt door een divisie der garde, nu naar Minsk in de hoop Bagration, die blijkbaar zuidwaarts uitweek, nog voor te komen aan den Dnieper; wel ging Jérome na een paar dagen rust weder op marsch, doch reeds was Bagration niet meer te vangen. Den 14en Juli marcheerde deze naar Bobruisk aan de Berezina, in de hoop van hier Smolensk te bereiken en de hoofdmacht aan de Dwina langs dezen omweg te naderen.
Davoust doorzag dit plan geheel en trachtte het door een geforceerden marsch naar Mohilew te doen mislukken. Werkelijk stiet Bagration den 23en hier op hem, doch aangezien Davoust aanvankelijk slechts één divisie ter plaatse had, kon hij den Rus niet beletten na een kort doch scherp gevecht nogmaals uit te wijken naar het oosten, zich aan een vervolging te onttrekken en ten slotte Smolensk toch te bereiken. Jérome had van Napoleon terecht moeten hooren, dat hij door zijn werkloos staan blijven te Grodno den vijand had gered, hij had het legerbevel moeten overdragen aan Davoust, en was hierover zoo ontstemd, dat hij ook zijn eigen commando neerlegde. Napoleon deed hem het leger verlaten en naar Kassel terugkeeren.--Voor Jérome kwam Junot als korpscommandant in de plaats, geen gelukkige ruil.--Aan den ongunstigen loop, dien de zaken bij zijn rechtervleugel hadden genomen, had de Keizer o. i. echter zelf de meeste schuld.--Hij had zijn jongen onervaren broeder op het oorlogsveld doen gaan vóór een beproefden generaal als Davoust, en een dergelijke onhandige zet straft zich bijna altoos zelf. Terwijl hij de zaken bij Jérome zag misloopen, was hij zelf te Wilna gebleven, had den eenen boozen brief na den anderen geschreven, maar had bij Grodno niet zelf de opperste leiding in handen genomen, terwijl zijn tegenwoordigheid in die dagen te Wilna--hij bleef er tot den 16en--niet dringend noodig was.--Thans was het eerste doel van den veldtocht volkomen gemist. Bagration kon zijn troepen over den Dnieper brengen. Tegelijkertijd kwam een nieuw gevaar opzetten n.l. Tormassof met zijn reserveleger. Uit het zuiden rukte hij voorwaarts om den terugtochtsweg van het Fransche leger te bedreigen, zoodat aan Reynier moest worden opgedragen, (11 Juli), met Schwartzenberg tegen dezen nieuwen vijand front te maken.
Reeds in 1812 was Napoleon niet meer de broodmagere generaal Bonaparte van 1796 of de Keizer van 1805, de man, die altoos overal zelf kwam, waar het spande. Hij begon dik en pafferig te worden; daarbij kwamen lichte blaasaandoeningen, die hem hinderden bij 't rijden; voorts leed ook hij te Wilna geducht van de ontzettende hitte, die menschen en paarden amechtig deed neervallen, en die evenals vroeger in Egypte verscheiden soldaten tot zelfmoord bracht.
Ook was hij te Wilna niet gelukkig in de keuze der personen, die hij hier met het beheer der zaken belast had. Maret, de hertog van Bassano, tevens minister van Buitenlandsche Zaken, voor de civiele zaken bestemd, was een vleier en een hoveling doch geen man van groote bekwaamheid en werkkracht; generaal van Hogendorp, aan wien de leiding der militaire aangelegenheden was opgedragen, miste voldoende talen- en militaire kennis voor zijn zware taak, en--in de hoofdplaats van Litthauen viel reusachtig veel te doen. Magazijnen moesten aangelegd, broodbakkerijen en ovens gebouwd, logies voor de doortrekkende aanvullingstroepen gezocht worden; daar moest in één woord voorzien worden in tal van zaken, noodig voor de aanvulling van het leger en zijn verplegingsmiddelen. Een man als Davoust zou daar op zijn plaats zijn geweest. Een werkkring voor den Keizer, die alleen hoofdzaken regelde, was daar niet.
Dan vond Napoleon weinig steun meer bij den Poolschen adel. Deze had gewild, dat hij bij zijn komst gansch Polenland officieel vrij verklaard en weder tot een koninkrijk verheven had; dan zouden al de provinciën in opstand zijn gekomen, en zou een leger van 300.000 man terstond tot zijn beschikking geweest zijn. Een oorlog met Pruisen en met Oostenrijk, die deelen van Polen in bezit hadden, zou hiervan het gevolg zijn geweest; hij had die driftige heeren dus een ontwijkend antwoord gegeven.
Wel hadden eenige heethoofden nu weten te bewerken, dat er te Warschau een zoogenaamde Nationale Rijksdag bijeenkwam, die het herstel der onafhankelijkheid van het voormalige koninkrijk Polen afkondigde; doch zelfs deze zeer ondoordachte handeling bracht in zijn inzichten geen verandering.
Terstond daarop verminderde de geestdrift voor hem. Onder den adel te Wilna waren nauwelijks twintig jongelieden te vinden om als gardes d'honneur bij hem dienst te doen; aan de Fransche troepen op hun doortocht werden nu vaak zelfs de eenvoudigste levensbehoeften geweigerd.--Niema panie (er is niets) werd zelfs een stopwoord bij de soldaten.
Reeds in de eerste dagen deed Napoleon de ervaring op van 't geen zijn krijgers op dit oorlogstooneel te wachten stond. In het begin van Juli kon Ney, naar de Duna op marsch, zijn artillerie niet meer vooruitkrijgen; de paarden vielen dood voor de stukken. Men begon ossen voor de caissons te spannen.--Vooral de cavalerie leed ontzettend. Een paar dagen slecht weder, een paar bivaknachten op den doorweekten bodem, gepaard aan slecht drinkwater, onvoldoend en meestal groen voeder zonder haver, deed het verlies aan paarden weldra stijgen tot duizenden stuks. Voegt daarbij, dat Murat zijn cavalerie op onverantwoordelijke wijze misbruikte; dat gansche escadrons vaak een vol etmaal opgezadeld en opgestangd bleven staan; dat de meeste dieren jong waren en reeds geduchte marschen door half Europa achter den rug hadden, dan zal het niemand verbazen, dat het verlies van paarden weldra steeg tot een angstwekkende hoogte, vooral toen de wegen door het gebruik weldra zoo slecht werden, dat zelfs lichte voertuigen met fourage niet meer konden volgen. Bij de troepen onder Jérome, die bij Grodno reeds dagelijks horden kozakken van Platof voor zich hadden en overal afschuwelijke wegen vonden, slonken de bespanningen toen reeds letterlijk zienderoogen weg. En de soldaten zelf?--Vooral bij de Duitsche, de Hollandsche en de Italiaansche regimenten was het aantal achterblijvers en maraudeurs weldra zeer groot. De verzengende hitte, de overgroote vermoeienis, het onvoldoende voedsel en het ellendige drinkwater waren de oorzaak. Alleen bij de Fransche regimenten zag men minder achterblijvers; bij de garde aanvankelijk in 't geheel niet; maar deze volgde de hoofdwegen; in haar onderhoud werd steeds in de eerste plaats voorzien. Zoodoende hoorde Napoleon weinig of geen klachten.
De omsingeling van Bagration mislukt, besloot hij Barclay, die den 11en Juli de Duna had bereikt, te lijf te gaan. Terwijl Oudinot en Murat hem in front bezighielden, zou Eugène met zijn korpsen hem uit de richting van Witebsk in de flank grijpen, naar 't noorden dringen en den weg naar Moskou zoodoende vrijmaken.--Barclay wachtte den stoot niet af. Hij wist, dat Bagration naar Smolensk rukte. In denzelfden nacht, dat de Keizer bij Witebsk zich gereed maakte hem aan te grijpen,--doch dit niet deed, omdat hij nog niet al zijn korpsen bij zich had aangetrokken--verliet hij zijn stellingen en toog over Poritsche naar Smolensk (27 Juli). Zelfs zijn spoor was niet weder te vinden.--"De fortuin is een vrouw; mist ge heden een ontmoeting met haar, morgen is zij verdwenen," had Napoleon vroeger vaak tegen anderen gezegd. Deze waarheid scheen hij thans vergeten; bij Witebsk had hij de zoo lang en zoo vurig gewenschte kans om eindelijk eens een grooten, beslissenden slag te leveren laten voorbijgaan.--Alleen aan de Duna werd nu gevochten.
Zoo werd Polotzk den 18en Augustus door generaal Saint-Cyr, die Oudinot na zijn verwonding in 't commando was opgevolgd, glansrijk genomen. De Keizer schonk dezen zeer kundigen doch zonderlingen en onhandelbaren man, die overal een viool met zich medevoerde, hiervoor den maarschalkstaf, doch grooten invloed op den loop van den veldtocht had die overwinning niet.--Ook Wittgenstein trok ten slotte terug, dieper Rusland in.
Te Witebsk gaf de Keizer zijn afgematte troepen een week rust. Reeds was zijn macht in eerste linie geslonken tot 129.000 man, verspreid over een lijn van 27 Duitsche mijlen, n.l. van Polotzk over Witebsk naar Mohilew. Bij de Beieren onder Wrede, ingedeeld bij het korps van Saint-Cyr, begon de geestkracht reeds te verdwijnen. Weldra zag men velen, door heimwee aangegrepen, naar de hospitalen te Polotzk wankelen om daar te vragen naar de sterfkamer. Hier strekten ze zich dan uit op het stroo om niet meer op te staan. Op die wijze smolten gansche bataljons weg, zoodat Wrede verplicht was de vaandels er van in zijn bagagewagen te bergen. Saint-Cyr in kwartier in het Jezuïetenklooster met een overdaad van wijn, bier, olie en meel in de kelders, speelde intusschen viool, duldde geen enkelen gekwetsten of zieken soldaat in het reusachtige gebouw,--hij wilde alleen zijn--deed niets om het moreel zijner mannen op te heffen en was ternauwernood te bewegen een paar flesschen wijn af te staan voor een gekwetsten hoofdofficier. Om zijn soldaten bekreunde hij zich nooit.
In de laatste dagen van Juli stond de hoofdmacht in de lijn Mohilew-Orscha-Witebsk-Polotzk.--Davoust was naar Orscha op marsch, waar Junot reeds was. Tormassof in Volhynië, ten noordoosten van de lijn Brest-Kobryn, werd nog door Schwartzenberg en Reynier in bedwang gehouden; voorloopig kon hij met zijn door Napoleon veel te gering geschatte macht niet noordwaarts dringen. Eenig succes van beteekenis was nog nergens door de Franschen verkregen.
Dat de Keizer een korten tijd zwanger zou hebben gegaan van het plan om in bovengenoemden lijn te blijven staan, hier de winterkwartieren te betrekken en den veldtocht in het volgende jaar voort te zetten, is door enkelen beweerd doch door niets bewezen; ook is het niet aannemelijk, dat de gedachte aan zulk een maatregel, hem meer dan enkele oogenblikken kan hebben beziggehouden. Door zulk een weifelend optreden zou hij aan zijn prestige tegenover Europa een geduchten knauw hebben gegeven.
Inmiddels werd door Schwartzenberg en Reynier in de omstreken van Gorodetschna en Kobrin met Tormassofs troepen herhaaldelijk geschermutseld, zonder dat ook hier een beslissing viel; Macdonald toog naar Dunaburg, dat nu door de Russen werd verlaten, terwijl York Riga berende.
Reeds had de Keizer alle toebereidselen doen maken om den 13en Augustus den marsch naar Smolensk te hervatten--dat Bagration zich hier met Barclay vereenigd had, was hem nu bekend--toen het rapport betreffende een scherp gevecht bij Inkowo, in de omstreken van Poritschje, waarbij Montbruns cavalerie was teruggeworpen, hem het bewijs kwam leveren, dat de tegenpartij tot het offensief was overgegaan.
Wat was het geval?--In de meening, dat het hem weinig moeite kosten zou de oogenschijnlijk dunne lijn van vijanden op een of ander punt te doorbreken, dus een succes te behalen en hierdoor de bevrediging te geven aan de oud-Russische partij, die hem, den buitenlander, zijn aanhoudend retireeren verweet en zijn vervanging reeds luide eischte, had Barclay de Tolly den 7en uit Smolensk een offensieve beweging ingeleid in noordwestelijke richting.