Napoleon

Chapter 35

Chapter 353,897 wordsPublic domain

Reeds in de eerste weken van het huwelijk was het Maria Louise duidelijk geworden, dat al de verhalen over "dien afschuwelijken Keizer Napoleon" sterk overdreven waren geweest. Wat was dat een andere man, dan zij zich had voorgesteld; ja het werd zelfs zoo, dat haar vrees voor dien geweldigen "antichrist" in aanbidding verkeerde. Napoleon was vol zorg en attenties voor zijn jonge vrouw en reeds einde Maart kon Metternich schrijven: "De Keizer is onafgebroken met haar bezig en doet alles om de keizerin plezier te doen" en Napoleon verheelde ook voor niemand, dat hij gelukkig met haar was. Wel was de verhouding van de familieleden van den Keizer niet zoo intiem met Maria Louise, maar Napoleon begeerde dat zelf ook niet. Reeds Carolina had door haar eigenaardig optreden geen prettigen indruk op de keizerin gemaakt en toen de Keizer besloot met zijn vrouw een reis te maken door de Noordelijke departementen werd ook niet deze zuster, maar Catharina, de vrouw van Jérome aangewezen om Maria Louise te vergezellen. 't Was een ware triomftocht en de keizerin voelde zich overal gelukkig, zooals blijkt uit een brief aan haar vader:

"Ik kan u niet genoeg herhalen, hoe gelukkig en tevreden ik ben en altijd zal wezen, als ik maar bij hem ben. Hij is zoo goed en beminnelijk in zijn familie en hij heeft zoo'n edel hart, dat gij hem ook beminnen zult."

Al kan men moeilijk uit deze brieven een juiste gevolgtrekking maken, waar Maria Louise veel van den buitenkant zag, toch geeft de toon, welke er in doorstraalt duidelijk te kennen, hoe uitstekend de verhouding van keizer en keizerin was en met welk een zorg Napoleon Maria Louise omringde.

Op die reis naar het Noorden, wel wat al te vermoeiend voor Napoleons vrouw, werden achtereenvolgens Saint-Quentin, Kamerijk en Antwerpen bezocht; hier woonde de Keizer het van stapel loopen van een groot fregat bij en gaf hij bevelen voor den aanleg van nieuwe versterkingswerken. Te Breda maakte hij den apostolischen vicaris en de roomsche geestelijken, die, in tegenstelling met de protestantsche predikanten, niet in plechtgewaad doch in gewoon costuum voor hem waren verschenen, hierover in 't openbaar een geducht standje, en bedreigde die heeren zelfs met verbanning, als zij in die houding van verzet volhardden en zich niet onderwierpen aan de bepalingen van het concordaat.--Zijn daarop gevolgd bezoek aan Zeeland, waar hij Vlissingens vernielde werken ging zien, noopte hem, met het oog op de heerschende koortsen, de militaire bezetting daar aanzienlijk te verminderen en hiervoor alleen veteranen en koloniale troepen, als zooveel ouder en dus minder vatbaar, te bestemmen. Brussel, Ostende, het kamp van Boulogne en Rijssel zagen hem daarna. Den 1en Juni 1810 vond men hem weer te St. Cloud.

Den volgenden dag reeds hield hij ministerraad. 't Lichtte en bliksemde er weder geducht, want onderweg had hij bij toeval ontdekt, dat Fouché zich in den laatsten tijd door de tusschenkomst van den bankier Ouvrard en van den heer Labouchère te Amsterdam achter zijn rug had beziggehouden met onderhandelingen met Engeland, waaraan ook Louis niet geheel vreemd was gebleven. Uit de papieren van dezen Ouvrard, die door Savary, sinds korten tijd hertog van Rovigo, was gevangen genomen, was de toeleg geheel gebleken.

Op staanden voet ontsloeg hij Fouché en benoemde Savary tot zijn opvolger. Om de straf echter niet te zwaar te maken, bevorderde hij den in ongenade gevallen hertog van Otranto,--want deze verheffing had de oud-republikein zich indertijd toch laten welgevallen--tot gouverneur der Romeinsche staten. Toen hem weldra bleek, dat Fouché nog meer op zijn kerfstok had, ontnam hij hem echter ook deze betrekking.

Uit al deze kuiperijen was 't Napoleon opnieuw gebleken, dat Engeland niet voor vredesvoorstellen was te vinden, zoolang Spanje niet door hem was ontruimd. Aangezien hij hiertoe echter niet was te bewegen en ook zijn plan om zelf naar Spanje te gaan had opgegeven, bleef er voor hem slechts één middel over om Albion op den langen duur tot toegeven te dwingen n. l. door het verscherpen der blokkade. Dat Engeland hieronder reeds geduchte schade leed, stond vast. De waarde van een pond sterling, anders 25 francs, was reeds gedaald tot 17.

Op zijn laatste reis had hij tevens waargenomen, dat de bepalingen van het Continentale Stelsel op veel plaatsen zeer slapjes werden gehandhaafd. De geheime en openbare depots van koloniale waren langs de kust der Noordzee waren legio. De Amerikanen hadden zelfs een tegenstelsel uitgevonden. Op hun schepen, onder hun vlag, kwamen tegenwoordig voor millioenen guldens Engelsche koopmansgoederen de havens van het vasteland ongemoeid binnen. Hier en daar lieten de Fransche soldaten, met de bewaking dier havens belast, zich zelfs de handen vullen om één oog dicht te knijpen.

Het toezicht op de geheele kust diende dus verscherpt. Rapp trok als gouverneur naar Dantzig. De zeeplaatsen tusschen de Oder en de Weichsel werden bewaakt door Davoust en zijn soldaten. Hamburg, Bremen en Emden kregen Fransche bezetting en de geheele streek van Brest tot Vlissingen zag weder tallooze Fransche uniformen; om de kroon op het werk te zetten teekende Napoleon den 9en Juli een besluit, waarbij Louis van den troon vervallen verklaard, Holland bij Frankrijk ingelijfd, en de oud-consul Lebrun als luitenant-generaal met het bestuur aldaar belast werd. Wel had de admiraal Verhuell, gezant te Parijs, zijn best gedaan om dezen slag te voorkomen, doch Napoleon was voor geen redeneeringen vatbaar geweest.

Deze vernedering had Louis grootendeels aan zich zelf te wijten. Hij was een creatie van zijn broeder, aan wien hij letterlijk alles had te danken. "Zorg, dat je een vloot en een goed gevulde schatkist krijgt; houd de Engelsche kooplui uit je land en vergeet nooit, dat Frankrijk gaat vóór alles," waren in korte woorden de voorwaarden geweest, waarop Napoleon hem de regeering had doen aanvaarden. In weerwil van diens herhaalde vertoogen had Louis te Texel echter geen vloot, was zijn schatkist niet gevuld, doch gaf hij aan paleizen en dergelijk fraais schatten uit. Dan voerden zijn onderdanen een brutalen sluikhandel met de Engelschen, en hadden de kooplieden hun pakhuizen tot den nok toe vol zitten met artikelen van Engelschen oorsprong. "La Hollande est entièrement une colonie anglaise et plus ennemie de la France que l' Angleterre elle même..." had de Keizer hem reeds bij zijn bezoek te Parijs toegevoegd en daarop had hij toen reeds laten volgen: "Je veux manger la Hollande." Louis stoorde zich echter niet aan den Keizer, dacht niet over Napoleons aanbod vrijwillig te abdiceeren en bij zijn terugkeer uit Parijs bleef hij trouw aan zijn devies: alles voor Holland in plaats van alles voor Frankrijk, zooals Napoleon wilde.

Op zichzelf beschouwd, verdiende deze handelwijze van hem als vorst tegenover zijn onderdanen allen lof; ook had hij zich hiermede onder de kooplui heel wat vrienden gemaakt, maar deze wijze van regeeren strookte nu eenmaal volstrekt niet met de bedoelingen van zijn broeder.

Deze had, rekening houdende met Louis' somberen, wantrouwenden aard, waardoor hij het leven van Hortense tot een hel maakte, geruimen tijd geduld met hem gehad en hem telkens weer zijn verkeerdheden onder de oogen gebracht. Het had niet gebaat.

Bij de komst van generaal Molitor, die op de gestrenge toepassing van het Continentale Stelsel in Holland met zijn soldaten moest toezien, had Louis tegen de verschijning dier troepen op zijn grondgebied openlijk verzet gepredikt en te Haarlem de poorten doen sluiten. Toen nu de koning zelfs, geheel buiten weten van Napoleon, ten behoeve van zijn zoon afstand had gedaan van den troon, had de Keizer kort en bondig ook aan "die comedie" een einde gemaakt. Toch griefde het Napoleon diep, dat zijn broer op deze wijze zijn koninkrijk verliet en gedurende een veertien dagen den Keizer en zijn verwanten in onrust liet, waarheen hij vertrokken was. Wat een indruk moest dit op de mogendheden maken! In officieele stukken liet de Keizer dan ook voorkomen alsof alles tengevolge van de ziekte van Louis was.

Nog verergerde deze den toestand, toen hij tegen zijn afzetting protesteerde, zijn broer in heftige bewoordingen aanviel en zijn protest aan den keizer van Rusland en dien van Oostenrijk wilde zenden om als rechters uitspraak te doen en zijn broer daardoor dus tot beschuldigde verlaagde.

Onder den naam van graaf van Saint-Leu vertrok hij naar Töplitz in Bohemen. In 1814 heeft zijn handelwijze heel wat egoisten, die Napoleon afvallig werden, tot dekmantel en verontschuldiging gediend.

De Keizer nam de zorg over Hortense en de kinderen ter hand, en stond, wat hij bij 't bezoek van Louis te Parijs nog geweigerd had, de scheiding tusschen hen beiden toe. Al was Hortense nooit lang bij haar echtgenoot, ze had de laatste maanden in Holland nog ellendige dagen met hem doorgebracht en voor haar zal de scheiding een ware uitkomst zijn geweest.

Juist in de dagen, dat Louis den Keizer in onrust liet over de plaats waar hij heen was gegaan, maakte ook een andere broer aanstalten om te vertrekken. Het was Lucien. Men zou gedacht hebben, dat met het onderhoud te Mantua alle betrekkingen tusschen Napoleon en dezen broer voor goed waren afgebroken, maar de broers en zusters, gesteund door hun moeder, hadden de onderhandelingen voortgezet in de hoop, dat Lucien nog in het systeem zou worden opgenomen. De onderhandelingen vorderden echter langzaam, want Napoleon week niet van zijn eenmaal ingenomen standpunt, dat Lucien van zijn vrouw behoorde te scheiden en de Keizer dan pas de kinderen zou erkennen. Tevergeefs liet Napoleon door Campi, Luciens vertegenwoordiger, er zijn broer op wijzen, dat hij zelf om de politiek een ander huwelijk had gesloten, tevergeefs wees hij op Jérome, voor wiens eerste vrouw toch ook door Napoleon was gezorgd. Dit baatte al evenmin als de pogingen van de moeder om Lucien en vrouw te bewegen voor Napoleons wil te buigen. Maar erger nog geschiedde.

Lucien met familie vertrok uit Italië en vestigde zich in... Engeland. Een broer van den Franschen Keizer, die zijn toevlucht zocht op het grondgebied van zijn grootsten tegenstander! De Engelsche bladen waren natuurlijk vol over de wreedheden van Napoleon tegenover zijn familie, in het bijzonder tegenover Lucien.

Het echec, dat Lucien zijn broer door deze vlucht bezorgde, was terecht onherstelbaar, maar als Napoleon in zijn eerste opwelling besluit bij decreet bekend te maken, dat Lucien geschrapt is van de lijst van senatoren en hij, noch zijn familie ooit weer op Fransch grondgebied mag verschijnen, dan komt de Keizer er al spoedig op terug, dit zoo openlijk te doen. Luciens gedrag ergert hem in hooge mate, maar evenmin kan hij vergeten, wat hij vroeger aan dezen broer te danken heeft gehad!

Terwijl Louis in stilte verdwijnt en Lucien zelfs gastvrijheid in Engeland komt vragen, is Napoleon ook over Murat in die dagen niet te spreken, want het komt hem ter oore, dat hij er zich toe geleend heeft om Lucien het vertrek naar Engeland gemakkelijk te maken. Ook Napels wordt niet geregeerd, zooals Napoleon dat wenscht. Voor alles wil Murat zorgen voor een flink leger om hem, indien het noodig mocht blijken, te steunen. Dat strenge toezicht van den Keizer wil ook zijn zwager niet en de maatregelen, die Napoleon neemt om Engelands handel nog meer te treffen, onderwerpt Murat aan strenge critiek. In Europa werd algemeen gedacht, dat de annexatie van Napels spoedig zou volgen en ook Murat verkeerde in die meening. Toch is Napoleon niet van plan dit te doen, want al kan hij Murat als bestuurder van Napels niet voldoende vertrouwen, hij apprecieert hem te erg als cavalerie-aanvoerder en heeft hem vooral na den dood van Lasalle te hard noodig voor zijn oorlogen. De veldtocht naar Oostenrijk had het nog pas bewezen. Het werd den Keizer maar al te duidelijk, welk een fout hij begaan had toen hij zijn rijk omringd had met landen, waar hij zijn verwanten op den troon had geplaatst, want ook Jérome kostte schatten gelds aan het leger, dat hij noodig had, waardoor de schuld onrustbarend toenam en met Jozef, zullen we zien, ging het in Spanje ook niet goed.

In plaats van steun, verzet; hier openlijk, daar meer in stilte, maar overal een weerstreven van Napoleons plannen en bedoelingen. Het bleek in 1810 reeds duidelijk, dat het familiesysteem had uitgediend; toch zou het nog erger worden; verraad en kwade trouw, nu nog niet zichtbaar bijna, zullen straks openlijk blijken.

Holland was dus ingelijfd en hierdoor zag Engeland nu nog alleen de havens van Portugal voor zich open, want ook Zweden had zich reeds eenige maanden te voren bij het Continentale Stelsel aangesloten en tot belooning Pommeren ontvangen. Mecklenburg had zich reeds vroeger naar 's Keizers wenschen gevoegd.

Van al de staatkundige moeilijkheden, welke het midden van 1810 voor Napoleon opleverde, bespeurde de jeugdige gemalin zoo goed als niets. Het Hof had bij de komst van Maria Louise groote veranderingen ondergaan. De meeste personen uit den tijd der revolutie waren verwijderd en vervangen door vertegenwoordigers van oude adellijke geslachten. Velen uit de vroegere omgeving van Joséphine, die zoo meesterlijk de kunst had verstaan het oude en nieuwe te vereenigen, zag men niet meer. Van eenige vertrouwelijkheid aan het Hof was geen sprake, de strengste etiquette werd in acht genomen en de afstand van de keizerin was grooter dan ooit te voren. Ook op haar reizen had Maria Louise den indruk op de bevolking gemaakt, dat, mocht de Keizer een goede ruil hebben gedaan, de natie erbij had verloren.

Het volk kende haar niet en zag alleen de Oostenrijksche in haar, terwijl de door Napoleon zelf begeerde strengheid in haar omgeving ook niet bevorderlijk was om de nieuwe keizerin populair te doen worden. Ook was de keuze van de hertogin de Montebello, die als dame d' honneur aan Maria Louise werd toegevoegd, niet bijzonder gelukkig. Behalve dat deze het met niemand aan het Hof kon vinden werd de keizerin op recepties en andere plechtige gelegenheden slecht door haar gediend. Maria Louisa kende de menschen niet, vroeg verkeerd en hoewel de hertogin de Montebello daarvan de schuld droeg, werd het natuurlijk verweten aan de keizerin. Op het punt van weldadigheid had Joséphine zich een eerenaam verworven; Maria Louise daarentegen was volstrekt niet op de hoogte, miste er ook de noodige hulp voor en het volk won ze daardoor volstrekt niet.

De eerste maanden kon Maria Louise genieten van de vele feesten, die te harer eere werden gegeven, eerst door Parijs--een nachtfeest--daarna door de Garde op het Champ de Mars en in de Militaire School.

De ontzettende ramp, van welke het hotel van den Oostenrijkschen gezant, prins von Schwartzenberg, den 1en Juli het tooneel was, kwam echter over haar stemming een donkere schaduw werpen. Bij het nachtfeest, door dezen diplomaat eveneens ter eere van het keizerlijke paar gegeven, geraakte een van de raamgordijnen der balzaal in brand. Met schrikwekkende snelheid verbreidde zich het vuur. Onder de honderden gasten ontstond een paniek. Napoleon redde zelf zijn gemalin, droeg haar naar een rijtuig, bracht haar naar de Tuilerieën en spoedde zich toen terug om bevelen te geven tot redding. Doch reeds was het gansche hotel één vuurzee en telde men de gekwetsten bij tientallen. De echtgenoote van den gezant, die in de meening verkeerde, dat een harer dochters zich nog in gevaar bevond en daarom heldhaftig weder naar binnen snelde, kwam hierbij zelf om het leven.

Velen vonden deze ramp een slecht voorteeken; ze dachten aan een dergelijk ongeval, bij het huwelijk van Lodewijk XVI voorgekomen. Vooral het volk, dat Joséphine, "de goede Keizerin," nog altoos niet kon vergeten en van den dwang, die de staatkunde somtijds uitoefent, geen begrip had, zeide, dat ook deze Autrichienne voor Frankrijk een ongeluk zou blijken te zijn.

Bijna onafgebroken zoekende naar een middel om Albion eindelijk toch eens afdoende te treffen en het een doodelijke wonde toe te brengen, vaardigde Napoleon in 't begin van Augustus een decreet uit, dat tevens zijn schatkist vulde. In hoofdzaak behelsde het, dat van nu af koloniale waren door niet-Engelsche schepen konden worden ingevoerd tegen betaling van een recht van 50 %. Door deze maatregel bleven de Engelsche kooplui op al deze artikelen hetzelfde bedrag verliezen, als tot nog toe het geval was geweest, want die 50 % ongeveer hadden ze geregeld moeten betalen aan de smokkelaars. Thans waren de gouden dagen van hen uit, want door dien sluwen zet kwamen die bedragen nu in de Fransche schatkist. Voorts zou een even hoog recht in natura, in wissels of in geld geheven worden van alle reeds in entrepôt of magazijn opgeslagen waren; de waren in natura, ter betaling afgestaan, zouden daarna voor rijksrekening in 't openbaar worden verkocht. Alle later gevonden en niet door een belasting-quitantie gedekte goederen zouden tevens worden verbeurd verklaard.

Napoleon ging zelfs nog een stap verder; hij deed voor 't meerendeel door militairen beslag leggen op al de koloniale waren, die gevonden werden binnen vier dagreizen van de Fransche grenzen. "Die suiker en die koffie, enz., waren," zeide hij, "daar toch bijeengebracht om ze Frankrijk binnen te smokkelen en het land dus te benadeelen; dit eischte straf."

Wat een verslagen gezichten onder de kooplui, die met de smokkelaars al zoo aardig wisten samen te werken! Maar ook wat een haat en een wraakzucht opgehoopt in de harten der zoo zwaar getroffenen!

Slechts één vorst teekende tegen dit decreet verzet aan, keizer Alexander. "De toestanden in zijn rijk veroorloofden hem niet de bepalingen er van na te leven," gaf hij koeltjes aan den Franschen gezant te St. Petersburg te verstaan.

Na de samenkomst te Erfurt was de goede verstandhouding tusschen de twee potentaten begonnen te verzwakken. Alexander had in de Donau-vorstendommen weinig succes gehad. Finland, ja, was hem toegevallen, maar voorloopig was dit alles. Nu kwam dit decreet.

Eindelijk vernam hij in 't laatst van Augustus, dat Karel XIII, de oude koning van Zweden, Bernadotte tot zijn opvolger had bestemd en dat Napoleon met deze keuze had genoegen genomen.--Door Frankrijk gesteund zou Zweden nu wel een aanleiding weten te vinden om Finland te heroveren, meende Alexander.

Natuurlijk zorgde Engeland, dat Alexander in onrust en onzekerheid bleef verkeeren en in de plannen met Bernadotte de hand van Napoleon zag.

Alexanders ontstemming steeg ten top, toen Napoleon, het hertogdom Oldenburg, waar Alexanders zwager regeerde, evenals de tot nog toe vrij gebleven Hanzesteden, zoogenaamd ter wille van het Continentale Stelsel, met één pennestreek met Frankrijk vereenigde.

Doch ook Napoleon had een grief.

Tijdens den laatsten oorlog had het Russische leger in Polen als bondgenoot weinig uitgevoerd en zelfs herhaaldelijk getoond liever gemeene zaak te willen maken met de Oostenrijkers onder aartshertog Ferdinand dan met de gehate Polen onder Poniatowski. Alexanders weigering om aan het decreet van 5 Augustus uitvoering te geven, diende niet om Napoleons stemming te verbeteren.

Aan Bernadotte's verkiezing tot kroonprins van Zweden was hij geheel vreemd gebleven; alleen aan het toeval en aan zijn tact had de maarschalk deze te danken gehad. Na den slag bij Friedland, te Hamburg belast met het bevel over de troepen aldaar, had hij een aantal gevangen Zweedsche officieren zeer hupsch en voorkomend bejegend, hun geld en kleeding verschaft en ook aan eenige Zweedsche kooplieden gewichtige diensten bewezen. Hierdoor was zijn naam te Stockholm gunstig bekend geworden en in zijn verkiezing hadden de Zweedsche generale staten dus nu een machtigen waarborg gezien tegenover Ruslands plannen.

Bernadotte had den Keizer verlof gevraagd deze keuze te mogen aannemen, en deze had dit verlof niet eens met blijdschap, veeleer met eenigen spijt verleend, omdat hij het karakter van den ander kende en van ouds wist, dat hij in stilte een vijand aan hem had.

Toch had hij hem, den echtgenoot van Désirée, een millioen francs als reisgeld geschonken, doch hem tevens verzocht nooit te vergeten, dat hij Franschman was en dat hij de kroon van Zweden had te danken aan den roem der Fransche legerkorpsen, die hij had aangevoerd. Bernadotte had dit beloofd.--"Niets zou hij vergeten. Steeds zou hij er trotsch op wezen een zoon van Frankrijk te zijn."

Hoe langer hoe meer begon bij Napoleon in die dagen het denkbeeld vasten vorm te krijgen, dat de Voorzienigheid hem met een bepaalde roeping hier op aarde had doen verschijnen; dat niets hem meer onmogelijk was en dat hij slechts zijn wil behoefde te kennen te geven om dezen terstond uitgevoerd te zien. Van dien tijd af begon deze gedachte hem in zoo hooge mate te vervullen, dat hij zich bij het ontwerpen van zijn geweldige plannen nog meer dan ooit te voren bepaalde tot het geven van algemeene bevelen, en dat hij de zorg voor de uitvoering en voor de vaak groote kunde en schranderheid eischende détails zoo goed als geheel overliet aan personen, die voor de hun opgedragen taak vaak òf niet òf slechts ten deele geschikt waren. Het gevolg hiervan was, dat het bij veel zaken van ingrijpenden aard thans meermalen bij de uitvaardiging dier bevelen bleef, en er heel wat niet werd uitgevoerd, dat toch uitdrukkelijk door hem was bevolen. Kwam hij dan later tot de ontdekking, dat aan zijn last geen gevolg was gegeven, dan lichtte het wel een korte poos in zijn donkere oogen, en viel er ook wel eens een ernstige vermaning, doch gewoonlijk bleef het tegenwoordig hierbij en liep het voor den schuldige vrij goed af.

Tegelijkertijd maakten enkele personen uit zijn naaste omgeving de opmerking, dat hij nòg ongenaakbaarder, nòg stroever in zijn toon, nòg geslotener in zijn woorden en uitlatingen werd, nòg minder vatbaar voor goeden raad dan voorheen ooit het geval was geweest.

Het is zeker, dat zijn brein in de laatste maanden van 1810 vervuld was van allerlei groote plannen, want sinds de zwangerschap zijner gemalin opende zich voor den man een geheel nieuwe toekomst. Een eigen dynastie stond op het punt van gesticht te worden. Reeds sedert zijn huwelijk was er in de levenswijze van den Keizer groote verandering ontstaan.

Hij leeft geheel voor zijn Maria Louise, ontbijt lang met haar, gaat met zijn vrouw wandelen, leert haar zelfs paardrijden, stoeit en speelt met haar, alsof hij een schooljongen is. Niets is hem te veel, maar sinds hem de heugelijke gebeurtenis bekend is geworden, kan men hem zijn paleis haast niet meer uit krijgen. De havenwerken in Cherbourg moesten ingewijd worden, Cherbourg zal wachten, de Keizerin is zwanger; het is steeds hetzelfde parool. Hij wil niet weg en is nu alleen vervuld van die eene gedachte, die hem meer nog dan vroeger aan zijn echtgenoote bindt. De verhouding tusschen den Keizer en zijn vrouw is zoo, dat Corvisart vond dat hij te veel op haar was gesteld!

Van dien tijd dagteekent ook de reorganisatie van de "Société Maternel," welke vereeniging zich ten doel stelde steun bij bevallingen te verleenen en zich met de zorg van de kinderen te belasten. Voor de opvoeding van weezen van hen, die in dienst van den staat zijn gestorven, wordt een regeling getroffen, een gesticht voor de "Enfants-Trouvés" komt tot stand en begin November heeft de plechtigheid plaats van de benoeming van een aantal kinderen door Napoleon, waarbij elke moeder vereerd wordt met een medaillon, voorzien van de portretten van Keizer en Keizerin. 't Zijn alle bewijzen voor de gevoelens van Napoleon, toen hij zelf hoopte een kind te krijgen.

In Maart had de geboorte plaats. Maria Louise, over het geheel gezond en wel, had een moeilijke ure. Napoleon bleef bij haar, zoolang hij het zelf kon uithouden maar dezen keer werden de zenuwen hem de baas en hij moest in een aangrenzend vertrek gaan. Dokter Dubois, de medicus, kwam tot hem om te zeggen, dat er levensgevaar was voor moeder en kind.