Chapter 34
Twee dagen voor zijn vertrek uit Schönbrunn, ter gelegenheid van een schitterende wapenschouwing was Napoleon, juist toen hij uit het paleis wilde komen, bijna het slachtoffer van sluipmoord geworden. Dicht in zijn nabijheid drong zich een jongmensch naar voren, die hem een smeekschrift wilde aanbieden. Hij zag er bleek en tenger uit en wekte den argwaan op van Berthier, die hem liet gevangen nemen. Hij bleek gewapend te zijn met een lang slagersmes, en heette Staps, de zoon van een predikant uit een Thüringsch stadje. Napoleon deed hem voor zich verschijnen.
"Wat wildet ge met dat mes?" vroeg Napoleon hem.
"U dooden," antwoordde Staps.
"Gij zijt een dwaas of een illuminaat!" sprak de Keizer.
"Neen ik ben geen dwaas en wat een illuminaat is, weet ik niet."
"Maar dan zijt gij ziek."
"Neen ik ben volkomen gezond."
"Waarom wilt gij mij dooden?"
"Omdat gij de vloek zijt van mijn vaderland."
"Gij zijt een fanaticus; ik wil u vergiffenis schenken en uw leven sparen."
"Ik wensch geen vergiffenis te ontvangen."
"Zoudt gij mij dankbaar zijn, als ik u genade schonk?"
"Dan zou ik nogmaals trachten u te dooden."
Natuurlijk werd Staps toen weggeleid en deed Napoleon hem door een krijgsraad terechtstellen; deze veroordeelde den geestdrijver, die volmaakt gezond van hersenen was bevonden, tot den dood met den kogel.
Dat deze wonderlijke geschiedenis een ongemeenen indruk op Napoleon maakte, vooral na de gebeurtenissen in Duitschland, welke we zooeven meedeelden, laat zich licht begrijpen. Het werd hem duidelijk, dat hij deze wonderlijke Duitschers wel overwinnen, niet overtuigen kon. Zeer waarschijnlijk heeft het bewustzijn, dat het niet meer zoozeer de Fransche omwenteling was, die het volk in Duitschland haatte, als wel thans zijn eigen persoon, den Keizer op zijn terugreis vervuld. In elk geval verbood hij van den aanslag van Staps in de Fransche couranten melding te maken.
HOOFDSTUK XXI.
Echtscheiding. Tweede huwelijk. [28]
Alleen de Cambacérès wist van zijn komst, toen hij den 26en October eensklaps te Fontainebleau verscheen. Met nadruk verlangde hij thans van dezen te vernemen hoe de toestand in Frankrijk was.
Half aarzelend, want "de toon des Keizers was anders dan vóór zijn vertrek, gestrenger en meer uit de hoogte," voldeed de ander aan dit bevel. Ja, in de publieke opinie was wijziging ontstaan; voor den paus werd gebeden; de geestelijkheid roerde zich druk; zijn daden werden aan een lang niet welwillende critiek onderworpen. Een talrijke groep ontevredenen was begonnen zich om Fouché, Bernadotte en Talleyrand te scharen, en--hoewel men medelijden had met Joséphine, werd door velen reeds openlijk den wensch uitgesproken, dat de Keizer een ander huwelijk mocht sluiten, waardoor de kans ontstond op nakomelingschap.
Hier had Napoleon zijn raadsman juist, waar hij hem hebben wilde. Uit Schönbrunn teruggekeerd, kon hij zeker voldaan zijn over den gelukkigen afloop van dezen veldtocht, die aan Oostenrijk zulke diep vernederende vredesbepalingen had opgelegd, toch was er bij al het geluk, dat de roem kan geven een gedachte in Napoleons hart, die hem met onvoldaanheid vervulde. Hij had geen kinderen, geen zoon, en hij had het kwellende gevoel, dat men reden had zijn oppermacht voor iets tijdelijks aan te zien, voor iets dat met zijn persoon was opgebloeid, maar dan ook met hem weer vergaan zou. Het oogenblik kon onverwachts komen, dat hij er niet meer wezen zou. Dwazen als die dweper te Schönbrunn zouden kunnen slagen in hun opzet om hem te dooden en dan zou hij geen wettigen erfgenaam nalaten voor den keizerstroon! Reeds lang had hem deze gedachte vervuld; in den veldtocht van 1807, toen hij bericht ontving van den dood van Napoleon Charles, door hem tot opvolger bestemd, een sterfgeval dat hem zoo diep trof en toen hij tevens de zekerheid had, dat het kinderloos blijven van zijn echt niet aan hem kon geweten worden, had hij reeds beslist zich van Joséphine te laten scheiden. Thans, meende hij, moest hij aan die plannen uitvoering geven. Nog was het niet te laat. Den 15en Augustus was hij 40 jaar geworden en indien hem in een nieuw huwelijk een zoon werd geschonken, kon deze naar menschelijke berekening nog meerderjarig zijn vóór hij een oude man wezen zou. In korte woorden deelde de Keizer aan de Cambacérès nu zijn plannen mede. Deze ontstelde, hij hield zeer veel van Joséphine; reeds den overgang van het consulaat naar het keizerschap had hij afgekeurd en nu deze stap, die Napoleon nog verder van de republikeinsche beginselen zou wegvoeren! Bedeesd waagde hij een opmerking, maar ze baatte niet. Het besluit was genomen.
Eerst dien middag verscheen Joséphine te Fontainebleau, ontroerd, gegriefd, dat zij niet de eerste was geweest om hem te verwelkomen. Napoleon was vriendelijk tegen haar, doch koel, zij voelde wel, dat hij iets voor haar verborg en werd bedroefd. Tevergeefs trachtte Hortense haar te troosten.
De groote moeilijkheid voor Napoleon was natuurlijk om een geschikte gelegenheid te vinden, teneinde Joséphine deze voor haar zoo pijnlijke beslissing mede te deelen. Reeds eenmaal na zijn terugkeer uit Egypte had Napoleon het plan gehad zich van haar te laten scheiden, maar zooals we zagen, was Joséphine, op voorspraak van haar kinderen, weder in genade aangenomen. Joséphine's gedrag tegenover haar echtgenoot was sedert dien tijd veel veranderd en verbeterd. Toch was het altijd een groote droefheid voor haar geweest, dat ze Napoleon geen kinderen schonk, iets wat haar gemaal "de ramp des levens" noemde. Naarmate hij zich hooger verhief en ouder werd, liep zij meer gevaar uitgeschakeld te worden. Was het niet in 1804 kort voor de kroning, dat hij in zijn heftigheid haar het gevreesde woord "scheiding" voor de voeten had geworpen? Toen had ze nog macht over hem en de tranen, welke Napoleon bijna altijd vermurwden, hadden toen ook het hunne gedaan. Zou het zoo blijven? Ze vreesde van niet, en was bedacht op voorzorgsmaatregelen. We zagen hoe de slimme vrouw den avond voor de kroning van den paus wist te verkrijgen, dat het huwelijk nog kerkelijk werd gesloten vóór de kroning plaats had en van deze plechtigheid wist ze een door den Keizer geteekende acte in bezit te krijgen. Al deze voorzorgsmaatregelen hadden de geruchten over scheiding echter niet doen verstommen en ook Fouché had in zijn overdreven ijver mededeelingen van dien aard gedaan.
Wat bleef haar over, indien Napoleon het zou willen doorzetten? Art. 277 van den Code civil verbood wel een scheiding, wanneer de vrouw den leeftijd van 45 jaar reeds overschreden had, maar dat zou haar niet helpen. Waarom was ze ook zoo dom geweest op den trouwdag met Napoleon haar leeftijd vier jaar jonger op te geven. De huwelijksacte van 1804, door Fesch geteekend, zou haar eenige hulpmiddel zijn het te voorkomen, maar dat was thans al vijf jaar geleden en in dien tijd was er al zooveel voorgevallen.
Napoleon zwijgt, hij heeft nog niet den moed het haar te zeggen; doch 't zijn moeilijke dagen voor beiden, want de verhouding is niet zooals die vroeger was. Einde November valt het harde woord.
Napoleons galante houding tegenover een paar hofdames was ten slotte oorzaak, dat Joséphine, die hem hierover in een vlaag van bittere jaloezie verwijten deed, eensklaps hooren moest, wat zij reeds lang in stilte gedacht had. Hij wilde scheiden! Zij werd door een zenuwtoeval getroffen. Geholpen door den heer de Bausset, prefect van 't paleis, droeg Napoleon haar zelf langs een achtertrap naar haar vertrekken en ontbood Hortense om haar te troosten.
Eugène kwam in 't begin van December te Parijs op verzoek van Napoleon. Van zijn zuster vernam hij wat was voorgevallen. Een langdurig onderhoud had hij met zijn stiefvader en toen begaf hij zich met dezen en Hortense naar zijn moeder.
"Mama moet van hier weg; wij beiden gaan mede; gezamenlijk zullen wij in de eenzaamheid boete doen voor een snel voorbijgaand tijdperk van grootheid, dat in ons bestaan meer stoornis dan vreugde heeft gebracht," zei hij beslist doch vol weemoed. Hij was met zooveel illusiën naar Parijs gekomen en nu op eens dit!
Een droevig tooneel volgde op die woorden, want de Keizer wilde noch van Eugène noch van Hortense scheiden. Napoleon smeekt hen niet van hem weg te gaan, maar met hem mee te werken om hun moeder te troosten in het lot, dat haar opgelegd is. Hij blijft van haar houden en zal haar grootste vriendin zijn; hoogere belangen eischen de scheiding, en er zal voor hun moeder gezorgd worden, zoo goed als maar eenigszins kan. Eindelijk kwam er wat meer kalmte in de gemoederen, maar welken diepen indruk dit alles op den grooten man had gemaakt, konden zij getuigen, die hem doodsbleek en diep ontroerd met de sporen van tranen in de oogen het vertrek zagen verlaten, waar het kleine drama was afgespeeld.
Nu het eenmaal beslist is, wil Napoleon de familie raadplegen; hij beschouwt dit als een soort toewijding voor Joséphine en tevens om Hortense en Eugène in de achting van de natie te doen stijgen en hun rechten te bevestigen.
Terwijl de verschillende leden van de familie in Parijs komen, volgen voor Joséphine zeer smartelijke dagen, want ter eere van eenige naar Fontainebleau gekomen vorsten van het Rijnverbond hebben er tal van prachtige feesten en jachtpartijen plaats en Joséphine is verplicht daarbij, alsof er niets was voorgevallen, haar rol als gastvrouw te vervullen.
Zoo verschenen einde November en begin December tal van familieleden in Parijs, en den 15en December had de bekende familieraad plaats, waar de scheiding officieel werd uitgesproken. Had indertijd Eugène een fier woord gesproken, edelmoedig was zijn verstooten moeder in de verklaring, die ze thans trachtte af te leggen, doch die de tranen haar beletten te voleindigen: "Aan den toestand mijns harten verandert de ontbinding van het huwelijk niets. De Keizer zal in mij steeds zijn beste vriendin vinden." 't Was een flauwe afschaduwing slechts van het ontzaggelijke offer, dat de vrouw aan Frankrijks grootheid en daarmede aan die van haar echtgenoot bracht.
Reeds den volgenden dag verklaarde een Senaatsbesluit het huwelijk van den Keizer en de Keizerin "met wederzijdsch goedvinden" voor ontbonden.
Joséphine behield den titel van Keizerin, ontving een jaarlijksch inkomen van drie millioen francs, een schat van juweelen en kostbaarheden en een kasteel in Navarre. Ook Malmaison, waar zij zich vestigde, werd in vollen eigendom aan haar afgestaan.
Onmiddellijk begonnen de onderhandelingen voor een nieuwe keizerin, voor een prinses, van wie een erfgenaam verwacht kon worden en die het Napoleontische huis tot de gelijke zou maken der voorname Europeesche vorstenfamiliën.
Het eerst richtte de Keizer zijn blikken naar Rusland, want reeds te Erfurt hadden Napoleon en keizer Alexander over nog nadere dan vriendschapsbanden gesproken, al hadden "de vrienden" zich in niets gebonden. Maar nu was de Keizer van Frankrijk weer een vrij man en kon het anders worden.
Reeds was de Fransche gezant Caulincourt te St. Petersburg aangekomen teneinde den Tsaar om de hand zijner jongere zuster te vragen en te verklaren, dat het verschil in godsdienst der bruid voor Napoleon geen bezwaar opleverde. Wel was er haast bij de zaak. "Wij tellen hier de minuten" heet het in de depêche en binnen twee dagen wenschte de Keizer een antwoord. Maar Alexander was in verlegenheid door dien spoed. Zijn moeder Maria Feodorowna, die den Franschen indringer haatte, had dadelijk, toen ze van nieuwe huwelijksplannen hoorde, haar oudste dochter Catharina aan den Hertog van Oldenburg verloofd en wilde ook haar jongere dochter Anna aan geen Bonaparte afstaan. Daarom stelde Alexander zijn antwoord aan Caulincourt telkens uit. Toen het eindelijk den 4en Februari 1810 gegeven werd, luidde het, dat de teere leeftijd van de prinses, een kind van nog maar vijftien jaar, vooralsnog een onoverkomelijk bezwaar opleverde.
Het valt te betwijfelen of dit ontwijkende antwoord Napoleon zoo bijzonder onwelkom was, want nog voor het hem bereikte, had hij reeds door meer dan één tusschenpersoon voeling gezocht met het Oostenrijksche hof om tot een huwelijk met de aartshertogin Maria Louise te geraken.
Reeds in November 1809 is er groote toenadering merkbaar, als de Fransche minister van Buitenlandsche Zaken belangstellend naar Maria Louise's gezondheid laat vragen. En ter gelegenheid der Nieuwjaarsplichtplegingen kwamen de Beauharnais, moeder en dochter, bij gravin Metternich op bezoek en waren zeer gul in haar mededeelingen. Hortense zei, dat haar broer Eugène zijn stiefvader had aangeraden Maria Louise te huwen en Joséphine voegde erbij, dat Napoleon nog geen keuze had gedaan maar zeker tot het Oostenrijksche hof zou komen, indien hij mocht vertrouwen er welkom te zijn. Gravin Metternich van haar zijde was even toeschietelijk als haar bezoeksters. Zij zal wel geweten hebben, dat de nieuw aangekomen gezant, prins Schwarzenburg, in opdracht had, een huwelijksaanvraag van Napoleon, zoo die mocht gedaan worden, welwillend te ontvangen en een huwelijk met Maria Louise in uitzicht te stellen. Het is n.l. een feit, dat men in Oostenrijk de mogelijke echtverbintenis van de prinses even gaarne zag als in Frankrijk. En wat Napoleon betreft, die had de heele onderhandeling in Rusland in den laatsten tijd alleen maar gebruikt om het Oostenrijksche Hof in spanning te houden. Wie het eerste woord heeft gesproken valt niet met zekerheid te zeggen, maar het stond spoedig vast, dat het huwelijk zou gesloten worden.
Nog diende vast te staan, dat Napoleons huwelijk met Joséphine geen beletsel vormde om den tweeden echt te sluiten. Voor Oostenrijks keizer was naar Roomsche opvatting de ontbinding van een wettig huwelijk onmogelijk en het door den Senaat uitgesproken scheidingsbesluit had voor den Oostenrijkschen keizer geen waarde. Het huwelijk moest onwettig verklaard worden en Napoleons advocaat wist voor de geestelijke diocesane rechtbank te Parijs aannemelijk te maken, dat het huwelijk werkelijk onwettig was, want Napoleon had alleen toegegeven aan den dwang van Joséphine om zijn echt kerkelijk te wijden en 't was dus niet met zijn vrijen wil geschied. Bovendien waren de getuigen afwezig geweest, waarvoor Napoleon, zooals we zagen, zorgvuldig had gezorgd. De keizer van Oostenrijk was met de uitspraak van de geestelijke rechtbank tevreden en in dat opzicht waren de bezwaren dus overwonnen. Juist in deze dagen, 6 Febr. 1810 kwam ook Caulincourts antwoord uit Rusland in. "Uitstel is afstel," zei Napoleon toen "en bovendien wil ik in mijn paleis geen vreemden priester tusschen mij en mijn vrouw hebben."
Dienovereenkomstig ging er een boodschap naar keizer Alexander en alzoo was van een Russisch huwelijk geen sprake meer.
Twee dagen daarna ging Eugène de Beauharnais naar prins Schwarzenberg met de opdracht van Napoleon om dezen het huwelijkscontract tusschen den Keizer en aartshertogin Maria Louise ter dadelijke onderteekening voor te leggen. En nu reisde Berthier als buitengewoon gezant van den Keizer naar Weenen om in alle plechtigheid om de hand van aartshertogin Maria Louise te verzoeken en het huwelijk te bespoedigen.
Hoe de aanstaande bruid over het huwelijk dacht laat zich het best verklaren uit hetgeen zij den 23 Januari 1810 zelf uit Ofen schreef: "Sedert de scheiding van Napoleon van zijn gemalin sla ik de Frankfurter Zeitung altijd op in de gedachte den naam zijner nieuwe echtgenoote te zullen vinden en ik erken, dat de vertraging der zaak mij onrustig maakt."
"Ik stel mijn lot in handen der Voorzienigheid, want die alleen weet, wat het beste voor ons is. Indien echter het ongeluk 't zoo zou willen dan ben ik bereid mijn persoonlijk belang aan den Staat ten offer te brengen, overtuigd, dat men 't ware geluk slechts in de vervulling zijner plichten vindt" en voegt ze er aan toe: "Bid voor mij, dat het niet gebeure."
Dat Maria Louise er zoo over dacht is begrijpelijk, wanneer we bedenken, dat zij een kind was uit een Huis, dat in de laatste jaren zoo door Napoleon was vernederd en verslagen, dat Napoleon een Corsicaan, suspect van geboorte en onzeker van adel, toch eigenlijk de vijand van Oostenrijk was. Metternich, die er het eerst met haar over sprak, wees Maria Louise op het belang van een dergelijke verbintenis voor het welzijn van het land van haar Vader en de groote liefde voor dezen was voor de dochter voldoende om het offer te brengen. Hoewel opgevoed in haat tegen Napoleon, dien men in den hofkring te Weenen wel den "antichrist" schold, stemde ze toe in het huwelijk en het beroep van keizer Frans op haar kinderlijke gehoorzaamheid was niet vergeefsch. "Nos princesses sont peu habitueés à choisir leurs epoux d'après les affections du coeur" zei Metternich, en dienovereenkomstig ging het Maria Louise.
Reeds den 8en Maart had de plechtige ontvangst van Berthier ten hove plaats en werd de dag met een schitterend bal gesloten.--"De Aartshertogin," schreef graaf Laborde, Napoleons vertrouwde, "was dezen avond bekoorlijk. Haar overvloedig mooi blond haar was omhoog gekapt en liet haar hals en haar schouders onbedekt. Haar ongemeene frischheid, haar lach, de uitdrukking van het gelaat, de bijzondere gratie en bescheidenheid in haar optreden, dit alles doet ons vertrouwen, dat ze een der bekoorlijkste dames in den hofkring zijn zal. Behalve, dat ze schoon is, is ze de gezondheid zelve; en ik ben overtuigd, dat haar kinderen het ook zullen zijn."
Drie dagen later, 11 Maart 1810, te half zes in den middag, geschiedde de plechtige huwelijksvoltrekking in de Augustijner Kerk waarbij niemand minder dan aartshertog Karel zijn geduchten tegenstander als bruidegom vertegenwoordigde. De gansche stad was in feestvreugde; heel Weenen illumineerde.
Nu naderde ook het afscheid voor Maria Louise. Was het voor haar stiefmoeder een moeilijk uur, daar ze zielsveel van haar aangehuwde dochter hield, ook haar vader toonde uit een brief van hem aan Napoleon om dezen geluk te wenschen, zijn ingehouden droefheid.
Dadelijk als ze vertrokken is, reizen de keizer en de keizerin haar na om haar nogmaals te omhelzen. Te St. Pölten heeft de ontmoeting plaats en dan begeleidt keizer Frans haar nog tot Enns om daar voor goed afscheid te nemen. Den 16en Maart is Maria Louise te Braunau. Hier wordt ze met kanonschoten begroet en in het daarvoor bestemde paviljoen heeft de plechtige ontvangst plaats van de jonge Keizerin door den vertegenwoordiger van Frankrijk den Prins van Neuchatel, terwijl Caroline, de vrouw van Murat, de hooge eer te beurt valt, waarvoor ze bijzonder gevoelig is, om Maria Louise vandaar te vergezellen.
Nooit werd een koninklijke echtgenoote zoo met ongeduld verwacht als Maria Louise door Napoleon; zijn verlangen naar de aankomst van haar kon hij ternauwernood bedwingen. Hij had alles gedaan om een goeden indruk op haar te maken; reeds Berthier had een schat van kostbaarheden voor Maria Louise mee naar Weenen genomen; verder had Napoleon zich laten onderrichten omtrent haar liefhebberijen en vernemende, dat ze veel van mooie vogels en honden hield, droeg hij zorg, dat ze die te Parijs zou vinden. Zelfs had hij zich de Weensche dansen laten leeren en aan zijn uiterlijk groote zorg besteed om zijn Maria Louise te behagen. En nu reisde de Keizer, door zwager Murat vergezeld, naar Compiègne; de ontmoeting was tot in kleinigheden geregeld, maar van al het ceremonieel kwam niets, want de ongeduldige man ging onder stortbuien, alleen door Murat vergezeld, haar van Compiègne uit naar Courcelles tegemoet; hier wachtte hij onder een poort de stoet op en toen deze stilhield om van paarden te verwisselen, werd het rijtuig van de keizerin geopend: "L' empereur" klonk het en Napoleon wipte naar binnen, zeker tot niet geringe verbazing van zijn jonge vrouw. Spotters hebben dit: "la surprise de Courcelles" genoemd.
In Compiègne werd kennis gemaakt met de familie; hier bleef hij drie dagen, stuurde zoodoende een reeks van deftige ontvangsten en begroetingen in de war en den 1en April werd het burgerlijk huwelijk te St. Cloud gesloten; den volgenden dag had in de kapel van het Louvre een kerkelijke plechtigheid plaats, waarbij het ceremonieel volkomen hetzelfde was als dat ter bruiloft van Lodewijk XVI en Marie Antoinette.
Van de twee en dertig gereed gezette zetels voor de kardinalen waren er bij de kerkelijke plechtigheid slechts elf bezet; dit wekte in hooge mate de ontstemming van den Keizer op en toen hij nu ook nog vernam dat ze nog het praatje hadden rondgestrooid, dat zijn tweede huwelijk voor de kerk ongeldig was en dat een kind uit dit huwelijk een bastaard zou wezen, gaf de Keizer den minister van politie last de kardinalen te arresteeren. Tevens werden ze van hun purperen opperkleed beroofd en over de verschillende provinciën verspreid, terwijl op hun inkomen als prelaat en op hun particulier inkomen beslag werd gelegd.
Oom Fesch wilde zich met de zaak bemoeien; hij begon den martelaar te spelen en beweerde, dat hij zulk een tirannie niet zou dulden.
De pogingen tot verzoening met den paus waren mislukt. Pius wilde niet naar Napoleon luisteren en bleef zich te Savona als een gevangene beschouwen, hij was zelfs in zijn boosheid zoo ver gegaan, dat hij geestelijken, zoogenaamd in buitengewone missie, door Frankrijk zond om voor de geloovigen te prediken. Toen nu Napoleon die missies verbood, had ook al Fesch tusschenbeiden willen komen, maar van den Keizer moeten hooren, dat hij in de eerste plaats had te gehoorzamen.
Nu Fesch zich wederom wilde verzetten zou hem dit slecht bekomen.
Kort te voren was hij, hoewel reeds aartsbisschop van Lyon, door den Keizer ook te Parijs met deze functie belast en had daardoor dubbel tractement genoten, in weerwil zijner vroomheid ook voor hem een zaak van niet geringe beteekenis. Hieraan kwam nu eensklaps een einde en toen hij zijn theologische kennis tegenover zijn neef begon uit te kramen, werd deze boos, vroeg of hij die geleerdheid had opgedaan, "terwijl hij nog speculeerde in leveranties van brood voor het leger" en liet hem tenslotte de keus tusschen Parijs en Lyon. Toen "oom" aan Lyon de voorkeur gaf, omdat hij hier ook door den paus was bevestigd, wees "neef" voor den zetel te Parijs den kundigen, dapperen en eerlijken kardinaal Maury aan en deed "oom" zoodoende koken van jaloezie.
De paus erkende Maury echter niet. Zoodoende werd de kloof tusschen den kerkvorst en den imperator steeds grooter. Bij senaatsbesluit voegde deze nu ook de provincie Rome bij zijn rijk en bepaalde, dat deze stad voortaan de tweede van Frankrijk zou wezen; dat zijn troonopvolger--want de illusie gold bij hem toen reeds voor het feit zelf--den titel voeren zou van koning van Rome en ook in den St. Pieter zou worden gezalfd. De paus moest beurtelings ginds verblijven en te Parijs. In Parma, Piacensa en Toscane werden alle geestelijke orden afgeschaft, alle kloosters op enkele na gesloten, en alle geestelijke goederen,--te Rome alleen geschat op een waarde van tweehonderd vijftig millioen;--vervallen verklaard aan den staat. Tevens werd aan generaal Miollis een versterking van circa 10.000 man toegezonden voor 't geval "de monniken de bevolking te veel mochten ophitsen."--"En dan gaat u maar te werk als in Spanje," luidde 's Keizers bevel.
De aanstokers van het vuurtje, dat tusschen den Heiligen Stoel en Fontainebleau zoo geducht begon te branden, met name de koningsgezinden en de ontevredenen, juichten in stilte over de drift, die de Keizer hierbij verried; en de lagere geestelijkheid bleef niet in gebreke zijn aanzien in de publieke opinie te verzwakken.
Mogelijk zag de wereld nog niet in, dat al 't geen hij tegenover den paus ondernam, alleen diende om zijn gezag als Keizer van het Westen te grondvesten. De paus eenmaal te Parijs bij hem en onder zijn machtigen invloed, de hooge geestelijkheid gevleid en begunstigd en dus op zijn hand, kon het tijdstip der verwezenlijking van dit droombeeld zijns levens, dacht hij, niet meer veraf wezen.